Zoeken

Waar leggen we het nu

Afronden. We moeten het afronden. “Als het moet, dan moet het”. Wacht even. Ik vraag me af waarom het moet? Want ze zeggen toch evengoed “Alles mag, niets moet?” Wat klinkt het luidst? Wat echoot, wie fluistert, wie voegt werkelijk iets toe aan de stilte, wie zwijgt? Bon, mijn vragen spartelen tegen en tegenspartelen gaat steeds slechts voor even. Uiteindelijk is het altijd voor ieder een kwestie van accepteren. We moeten dus stillekes afronden.   Nog een vraag. Het komt niet voort uit uitstelgedrag, ik wil het echt graag weten: wat is dat dan, afronden? En hoe doe je dat met iets piekerig, iets dat zich niet laat vangen, dat gloeit, dat waait in de wind en danst op muziek. Kneed ik het het best samen? Het prikt een beetje. En prop ik het zo binnen de lijnen van een cirkel? Ik probeer het eens.   Ik geraak stilaan buiten het afgeronde geheel. Als voorbij een hek waaraan ik mijn kleren scheurde. En ik hoor het nog woelen achter mij. Ik wil dat het stilt. Ik wil dat alles zou kunnen stillen. En dan weer na een tijdje zijn eigen geluid aanneemt. Maar vanaf dan ook steeds weer kan stillen. Als iemand wil dat het stilt.   Zo, het zit er in, in de cirkel. Het is er in gepropt en opgeborgen. Zou het daar nu veilig zitten? Daarbinnen blijft het nog bestaan. En woekeren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Tenzij het na een tijdje stilt, want iemand wil dat het stilt. Bovendien, waar leggen we het nu. Deze cirkel is slechts schijnbaar rond, er zullen nog vragen komen.   Het zou moeten kunnen doven als een smeulend vuurtje – want het is waar dat het warmte gaf. Neen, want dat het als as uiteen valt, dat wil ik niet. Dat het vervliegt en verdampt, evenmin. Weg is zo... weg. Het zijn geen stappen waarop je kan terugkomen. De theepot 'Himalaya' die we leegdronken, kunnen we er toch ook niet terug uitgieten.   Weet je wat het mag van mij? Het mag zoals een zonsondergang gaan. Mee met de zon onder gaan. En wanneer de zon terug opkomt, zal het er deel van geworden zijn. Want het is waar dat het straalde. En het werpt vanaf nu mee een nieuw licht op de te komen nieuwe dagen.

Jill Marchant
0 0
Tip

Wie zijt gij?

Hé!Gij daar.Ja gij. Denkt gij daar soms over na, over wie ge nu echt zijt?Over wat ge echt wilt?Of ge op mannen valt, of op vrouwen, of op dieren? Of misschien op niks? Wéét gij dat? Weet gij dat écht?   Ik denk daar dikwijls over na.Over wie ik nu echt ben, over waarom en en hoe.Over wat mijn persoonlijkheid definieert.En wat dat eigenlijk is, mijn ‘persoonlijkheid’.Een schoon woord is’t alleszins niet.   Dat klinkt misschien wel heel evident allemaal.Misschien hoort ge dat allemaal al wel te weten als ge vijf zijt.Maar ik vind dat serieus moeilijke vragen.   Soms knijp ik heel erg hard mijn ogen dicht en maak ik een opsomming van wat ik wel en niet leuk vind.Misschien dat ‘t u dan wel ineens te binnen schiet, wie ge eigenlijk zijt.Snapt ge?   Ik doe het effe voor.Ogen dicht. Héél erg dicht. Knijpen tot ge niet meer kunt.En denken dat ge helemaal in het topje van een vuurtoren zit.   Klaar?   Ik hou van slapen in frisse lakens, helemaal in’t wit. Ik hou waanzinnig van van kaas, echt van elke kaas die er maar is gemaakt. Ik hou van boeken. Zowel van de geur als van ze kunnen lezen. Ze verzamelen. Ik hou ervan mijn kat te kunnen roepen met alleen mijn ogen. Van Sanseveria’s. Van vossen. Van slimmer worden, alhoewel ik niet het gevoel heb dat dat nog gebeurd. Van ouderwetse gloeilampen – van lang in bad gaan – van de soundtrack van ‘Into the Wild’, nee van de hele film eigenlijk – van die kleine cinema waar ge met uw glaasje rood binnen moogt en waar ze altijd goeie films spelen. Ik hou van lang en ver op reis gaan, maar tegelijkertijd ook weer niet want dan ga ik mij schuldig voelen omdat ergens aan de andere kant van de wereld iemand leeft die veel meer capaciteiten heeft en een veel beter mens is, en toch veel minder kansen heeft gekregen dan ik.   Ik hou niet van snotterige eieren – mensen die vragen hoe het met u is om zo toch maar over zichzelf te kunnen beginnen – van mijn eigen sociale ongemakkelijkheid – sabayon (iedereen vindt dat hét van hét, maar ik begrijp er niks van) – onrechtvaardigheid. Ik hou niet van bang zijn van inbrekers – van ‘s nachts niet kunnen slapen – van nadenken over de toekomst van deze wereld – van de eisen die ik mezelf soms opleg – van het getal elf – van niet weten waar ik nu eigenlijk goed in ben en waar niet – van films in zwart-wit – van de geur van narcissen. Ik wordt daar misselijk van.   Voila.En als ge al die puntjes aan elkaar verbindt, dan weet ge weer een klein beetje meer van wie ge zijt.   Nu is’t aan u. Doet u ogen maar toe.  

Annelies Leysen
64 1

1954

1954   Over heel de wereld werd het H.MARIA-jaar aangekondigd, zo ook in onze parochie. Er zou een nieuw Mariabeeld: “O.L.VROUW van BANNEUX “ aangekocht worden om in het jaar dat beeld vanaf de gemeentegrens met pracht en praal binnen te dragen tot in de kerk. De families wonende langs en rondom de straten van de doortocht werden vriendelijk verzocht en gevraagd om de gevels en vensters te versieren met christelijke intenties. In voorbereiding van deze plechtigheid werd een Maria-kapelleke ontworpen en vervaardigd om aan de gevels op te hangen .Deze kapellekes werden dan opgesteld in het koorgedeelte van de kerk tijdens de inhuldiging en zegening. Uit elke woonwijk werd een persoon aangeduid om de families te vertegenwoordigen tijdens de plechtige viering en zegening van de kapellekes. Voor de wijk achter de broederschool werd onze pa uitgekozen om de jonge gezinnen van de Sint-Anthoniswijk te vertegenwoordigen. We woonden niet langs de steenweg maar in een zijstraat. Ons huis had een mansarde met een groot raam waardoor je uitkeek op de steenweg, waarlangs de kaarsjes  processie met het Mariabeeld trok. Op het kapje rond de kaars stonden teksten van devote Marialiedjes. Op de grote dag van de processie werd er vanaf de start aan de vrachtkar gebeden en gezongen tot in de kerk door de gelovigen. Als kind van 10 jaar waren het spannende momenten vanaf het versieren van het raam en het uitkijken naar heel het gebeuren. Het was een magisch moment toen bij valavond een lange sliert van mensen met flikkerende kaarsjes de straten vulden tot in de grote kerk, waar een nederige, biddende en toch trotse vader knielend bij de kapellekes plaats nam.

g.a.she
0 0

Heeft u dat ook? '6'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?  Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.  Juli 1966. De zomervakantie is net begonnen. De eerste 3 jaren humaniora bij de Broeders van Liefde in Leopoldsburg zitten erop. Naar gewoonte vertoef ik veel bij mijn oudste zus die een zoontje van 4 heeft. Marty is een aardig ventje en ik vind oppassertje spelen helemaal geen opgave, temeer omdat mijn zus, in tegenstelling tot mijn moeder, op een moderne manier kookt. Dat uit zich in de voorgeschotelde overheerlijke roomtomatensoep uit blik en de bergen frieten die uit de frituurpan dwarrelen. Na klimatologisch onderzoek blijkt dat die bepaalde zomer één der natste is van de voorbije honderd jaar. Dat kan ik mij echt niet herinneren. Wat ik wel weet is dat ik ongelooflijk verknocht ben aan het portatiefje dat er in huis staat. Overal waar mijn neefje aan het spelen gaat, zeul ik het radiootje mee. Zo ook die 4de juli, de eerste maandag van mijn zomerverlof. Als je veertien bent, word je enorm beïnvloed door de muziek die op je af komt. Dat zal wel zo zijn bij iedereen, vermoed ik. Ik luister wel eens naar Franstalige liedjes en soms ook naar een Duitse schlager, maar de Angelsaksische muziek is voor mij toch de top. Ik zit die namiddag met mijn neefje op het kleine graspleintje voor het huis en uit de radio weerklinkt ‘Monday, Monday’, een leuke song van de Californische The Mamas and the Papas. http://youtu.be/h81Ojd3d2rY Groepslid en componist is John Phillips. Hij is samen met de overige leden een boegbeeld van de hippiecultuur in de Verenigde Staten. Hun verschijning, hun muziek en de waarden waar zij voor staan spreken een puber van veertien wel aan. De Vietnamoorlog woedt in alle hevigheid en de flowerpower-beweging staat in schril contrast ermee. Vandaag is het ‘the fourth of July’, in de Verenigde Staten beter bekend als ‘Independence Day’. Als straks aan de andere kant van de Oceaan de Amerikaanse burgers zullen wakker worden kunnen zij hun feestdag beginnen vieren, maar protest tegen alle oorlogen en deze in Vietnam in het bijzonder zal zeker ook weerklinken. De liever lief bloemenkinderen zijn ondertussen zo goed als van de aardbol verdwenen, maar de oorlogen woeden nog steeds voort, elke dag van de week, ook op maandag, ‘monday, monday’.

Marc M. Aerts
3 1

Heeft u dat ook? '5'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?  Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.  Maar eerst wil ik dit kwijt:Gedurende je lagere schooltijd leef je onbezorgd en gaat het leven zijn gangetje. Maar wat daarna? Daarna ben je geen ‘echt’ kind meer, maar ook nog geen man en er is nog zo veel dat gebeuren kan …Ik zat daar wel mee geplaagd, ja. Helemaal onbezorgd was mijn kinderleventje dan ook weer niet, want op 12 oktober 1960 - ik was toen acht jaar en driekwart - zag ik de woeste Sovjetpremier Nikita Chroesjtsjov met zijn schoen in de hand op de tafels slaan tijdens de zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Ik wist niet goed wat ik daarvan moest denken, maar dit boezemde mij zeker geen vertrouwen in. Een half jaar later wist ik wel zeker dat er iets niet pluis was in de grote mensenwereld. Veel begreep ik niet van het nieuws dat deze wereld werd in gestuurd maar naderhand bleek dat we aan de rand van een kernoorlog hadden gestaan omwille van hetgeen zich afspeelde in de Varkensbaai in Cuba. Nog eens een jaar later zag ik de verpersoonlijking van de duivel (tot dan toe dacht ik dat het de reeds aangehaalde Chroesjtsjov was geweest) op het kleine Tv-scherm van mijn bompa als men de beelden toonde van de ter dood veroordeelde oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann. Nachtenlang werd ik wakker gehouden omdat ik de tronie van deze mensenbeul maar niet weg kon vegen van mijn netvlies. Ondertussen was ik tien geworden. Kwam je al niet wat tussen de grote mensen te staan als je leeftijd met twee cijfers werd geschreven? Vanaf september 1963 ging ik naar de middelbare school. Het was de bedoeling dat men je daar zou opvoeden tot een volwassen man. Een versnelling bij dat beetje bij beetje volwassen worden deed zich reeds twee maanden later voor: Op een avond keken we met de hele familie naar een toneelstuk op televisie. Het was ongeveer een jaar geleden dat onze ouders het toestel aangekocht hadden en we vonden het gezellig met zijn allen aan de beeldbuis gekluisterd te zitten. Het was 22 november en het was al zo koud buiten dat we beslist hadden de televisie halverwege de living te plaatsen zodat we vanuit de keuken naast de warme kachel het verhaal in zwartwit konden volgen. Het stuk betrof het leven van kunstschilder Rembrandt, dat is mij bijgebleven, mijn hele leven lang. Zopas heb ik het kunnen opzoeken op het internet en ik vergiste mij niet, want de voorstelling heette ‘Hendrickje Stoffels’, de naam van Rembrandts vrouw en tevens zijn schildersmodel. Rembrandt werd gespeeld door Senne Rouffaer, die ik al kende van zijn rol als Tijl Uilenspiegel in de gelijknamige jeugdserie. Daarna zou hij nog veel beroemder worden als kapitein Zeppos.Na een halfuur werd de uitzending onderbroken en vertelde de duidelijk aangeslagen nieuwslezer Jacques Vandersichel dat John Kennedy (in mijn kinderlijke ogen de verpersoonlijking van het goede) in Dallas was doodgeschoten. Twee maanden later zou ik twaalf worden, maar ik heb op die bewuste avond enkele rasse schreden vooruit gezet richting volwassenheid. Waren het deze omstandigheden die er voor zorgden dat ik sindsdien regelmatig geplaagd werd door een steeds weerkerende nachtmerrie, die ik in een vorige azertyfactor-bijdrage al eens geformuleerd heb? Die grote mensenwereld, wilde ik daar wel toe behoren? Ik vond het moeilijk, volwassen worden. Een goeie zes jaar later, op maandag 12 januari 1970 behoorde ik officieel tot het legioen der volwassen mensen. Die dag deed de Boeing 747 zijn eerste vlucht, zijn ‘maiden voyage’. Diezelfde avond kwam een schoolkameraad uit Mol - hij werd enkele jaren later luchtverkeersleider op Zaventem (is dat geen toeval) - mij thuis ophalen om mijn verjaardag en de daarmee gepaard gaande toetreding tot het selecte clubje van verstandige mensen te celebreren in een plaatselijk café waar jongedames van licht allooi hadden postgevat. We dronken enkele pintjes, maar zagen nog overduidelijk groen achter onze oren. Het was toch moeilijk, volwassen worden. En wat de muziek betreft waarover ik het had in het begin van mijn verhaal: in januari 1970 zong Jimmy Cliff ‘Wonderful world, beautiful people’ en heel even waande ik mij weer in dat wat louche café van 45 jaar geleden. ‘Wonderful world, beautiful people’http://youtu.be/kKRAgcQAEkw ‘Wonderful world’, daarmee ben ik volledig akkoord. Wat is de wereld wonderlijk, wat is de wereld mooi, maar,‘beautiful people’, daar zijn we nog niet aan toe. We handelen nog als kinderen en niet als volwassenen. Want het is moeilijk, volwassen worden.

Marc M. Aerts
14 1

Heeft u dat ook? '4'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?      Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.    In de zomer van 1965 heeft Jewel Akens een grote hit te pakken met zijn liedje ‘The Birds and the Bees’. Ik heb, sullig en dertien zijnde, geen flauwe notie waar de tekst over handelt. In oktober verdwijnt het nummer uit de topcharts maar het wordt nog steeds gespeeld op de grote kermis die jaarlijks in deze maand plaatsgrijpt. Je hoort het prikkelende refrein vooral weergalmen uit de grote luidsprekers die op elke hoek van het gladmetalen botsauto-platform opgesteld staan. In mei van het volgende jaar, als de kleine kermis doorgaat, zijn de vogeltjes en de bijtjes vervangen door een meisjesnaam. De Beach Boys zingen over hun ‘Barbara Ann’ en ook dit is zo’n typisch aanstekelijk nummer. Bij de volgende grote kermis van oktober 1966 is Barbara alweer ingeruild voor ‘Lana’, het lief van Roy Orbison. Twee jaar eerder komt zijn grootste hit ‘Pretty Woman’ net te laat om op de platendraaiers van de autoscooters en rupsen gelegd te worden. Maar de bekende openingsrif is nog steeds één van de kermishits in mei daaropvolgend. Mijn allervroegste herinnering aan de kermismuziek gaat terug naar mei 1960. Sinds het begin van dat jaar heeft Neil Sedaka een monsterhit met ‘Oh Carol’ waarmee hij wat omfloerst zijn liefde verklaart voor de naderhand beroemde zangeres/liedjesschrijfster Carole King. Met dit nummer stoot hij Rocco Granata’s ‘Marina’ van de troon.   Maar dit is een lange aanloop naar wat ik eigenlijk wil vertellen. Je weet wel: terug gesmeten worden in de tijd en daar een fractie van een seconde vertoeven. Wel dat heb ik met ‘Meisje van zestien’ van Boudewijn de Groot.   ‘Meisje van zestien’http://youtu.be/zV3KyGG64-Q   Vanavond zal ik ‘The Birds and the Bees’ horen op de kermis, maar voorlopig zit ik nog even gekluisterd aan mijn bureautje om mijn huiswerk te maken. Het is een taak Engels, waar ik geen moeite mee heb want het is mijn lievelingsvak gegeven door mijn lievelingsleraar Mr. Schippers, bijgenaamd ‘de Schipper’. De radio is afgestemd op een Nederlandse zender en ik hoor de eerste hit van Boudewijn de Groot. Daarna zal hij beroemd worden met zijn eigen composities waar hij de hulp krijgt van tekstschrijver Lennaert Nijgh. Deze zorgt ook voor de vertaling van ‘Meisje van zestien’, een oorspronkelijk nummer van Charles Aznavour ‘Une enfant’.   ‘Une enfant’http://youtu.be/hZOLT2-wGVo   De interpretatie van de Groot is totaal anders dan die van Aznavour, omdat ze geïnspireerd is op (maar, volgens mij, veel mooier uitgevoerd dan) de versie van Noel Harrison die over ‘A young girl’ zingt.   ‘A young girl’http://youtu.be/YK2wfs33trk   Waarom dit liedje en niet een ander, dat mij vijftig jaren terugbrengt? Ik weet het niet, het is niet te verklaren. Het is een gevoel van een nog onschuldig leven en iets wat niet specifiek te benoemen valt, maar wat samenhangt met mijn jeugd, die zich afspeelt in mijn ouderlijk huis dat langzaamaan ontvolkt wordt door oudere broers en zussen die hun weg naar een eigen, nieuw leven inslaan.   Ik zie me zitten op een taboeret met zwart gestreept simili-leder en glimmende inox-poten aan het pas geïnstalleerde bureau. De constructie is ingenieus bedacht door mijn oudste schoonbroer die, benevens een hart van goud, ook handen van hetzelfde edele metaal heeft. Zoals je kan zien op de bijgevoegde snapshot van onze bijna voltallige familie (onze oudste broer maakte immers de foto) hadden we een overdekt terras. Omdat naderhand bleek dat dit bouwsel weinig praktisch nut had, werd besloten om het toe te voegen aan de te kleine ruimte, die onze keuken was. Door de renovatiewerken werd onze kook- en eetruimte dubbel zo groot en kreeg de buitendeur die toegang verschafte tot het terras, een andere rol toebedeeld. Schoonbroer en handige Harry, die in feite François heette, schoot toen aan de gang en transformeerde het deurgat in een handige inbouwkast, met bovenaan twee boekenplanken, dan een plank met de onafscheidelijke radio, daaronder een kleine barkast met een klapdeur die je kon neerlaten en daardoor het schrijfblad vormde van het met groenvilt overtrokken bureau. In de onderste kast vonden mijn schoolboeken onderdak.   Boudewijn de Groot zong over een meisje van zestien. François was zes jaar eerder met mijn oudste zus getrouwd. Zij was toen negentien, maar ik durf te wedden dat hij haar al kende toen ze nog zestien was, ‘zestien lentes zo pril …’

Marc M. Aerts
1 0

Realistische dromer 'Carpe Diem'

Mijn droom ‘Les Colombiers ‘ werd realiteit Een dag als deze, met schrijnende nood voor opvang van personen met een psychische beperking, deed me ontwaken uit mijn droom en werd realiteit. Op de verkeerde plaats, verkeerd behandeld, verkeerd begrepen, verkeerd bekeken… Ik zou, wou en moest deze groep van, als kwaad afgeschilderde personen, onder mijn vleugels nemen. Met een doel: Hulp en steun aan mensen met een psychische of andere beperkingen, aan te bieden. Opdat ze zich opnieuw beter voelen, in begeleid wonen, aanvaard, bemind, gerespecteerd… Begrip voor sociaal 'zwakkere' mensen, aan hen die niet in staat zijn om zelf de kost te verdienen, een gebrekkige gezondheid hebben, zich in financieel zwaar weer bevinden en weinig of geen steun ondervinden van familie. Nu 25 jaar later, tussen en met deze personen, in mijn project te hebben doorgebracht, Droom ik van een groot eiland, om al de vriendschap die ik van hen krijg, samen daar te planten, weg van onbegrip, van benadeling… Het lukte mij ooit, om hen in een juiste omgeving te plaatsen , met de juiste mensen. Waar hun nieuwe geluk en hun terug gevonden zelfvertrouwen, weerspiegelen kan, zoals in een immense zee. Een eiland zonder tralies, uitzicht op vrijheid , begeleid door zonnestralen… Helaas zijn er nog steeds enorm veel onbegrepen mensen met een psychische beperking , die men letterlijk en figuurlijk in hokjes plaatst. Mijn levenswerk, gegoten in boekvorm, zou er iets prachtiger bestaan? NEE! Tijd en geld te kort, om mijn boek te realiseren .. Niks kan me weerhouden, in woorden uit te drukken, wat de “zonder beperking levende’ maatschappij NIET wil zien, lezen, horen….   Bronnen: carpediem.bredene@gmail.com https://sites.google.com/site/carpediembredene www.facebook/pages/carpe-Diemvzw

Carpe Diem
44 0

Heeft u dat ook? '3'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook? Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes. In januari 1952 heeft de wereld een reden méér om überhaupt te bestaan, want ik word geboren. Dit gebeurt bij mijn ouders thuis en niet in een of andere kraamkliniek. Nummer 8 ben ik en naderhand zal blijken dat ik het kakenestje zal blijven want er volgen geen nakomelingen meer. Het kakenestje, een mooi woord trouwens dat mij vroeger niet bekend was. Mijn vader gebruikte het woord ook niet, want hij stelde mij altijd voor aan zijn vrienden, kennissen en collega’s als: ‘Dit is onze benjamin’. Waarop ik dan riposteerde ‘nee pa, ik heet Marc en niet Benjamin’. In die eerste maand van dat gezegende jaar is de wereld zoals altijd in beweging. De Koreaanse oorlog woedt al anderhalf jaar en het zal nog even lang duren eer hij afgelopen is. Het is een onderdeel van de Koude Oorlog. Het komt tot een wapenstilstand, maar nooit wordt een vredesverdrag gesloten. De Koude Oorlog is een rode draad doorheen de geschiedenis van de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. Gelukkig is er de muziek om ons wat vrolijker te stemmen. Eén van die merkwaardige stemmen is deze van Louis Prima. Mogelijk ken je deze zanger/trompettist/acteur en liedjesschrijver als het keelgeluid van ‘King Louie of the Apes’ uit Disney’s Jungle Book. http://youtu.be/CEEPaYD5KZE Deze animatiefilm dateert van ’67 maar ik ken Louis al van negen jaren eerder. Hij had toen een wereldhit met het liedje ‘Buona sera’. Vijf weken lang stond dit nummer aan de top van de Vlaamse hitparade en ik was helemaal weg van dat melodietje. Hier volgt mijn verhaaltje met muzikale inslag: Op de dag van O.H. Hemelvaart, een mooie meidag in 1958, doe ik mijn eerste communie. Na het feestmaal ga ik, zoals alle brave kindjes, buiten spelen. Mijn gekke tante Nènè roept even later: ‘Kom Marcske, uw liedje wordt op de radio gespeeld.’ Ik loop zo vlug ik kan naar binnen. Blijkbaar doet mijn imitatie van Louis hem grote eer aan, want er wordt flink in de handen geklapt door de aanwezige familieleden. Optreden afgelopen, dan maar weer in de tuin dollen. Er gaan geen drie minuten voorbij of mijn tante is er weer: ‘Nu moet ge eens horen, uw liedje wordt weer gespeeld’. Ik vlieg als een bliksemschicht weer het huis in en doe weer mijn best om Louis na te bootsen. Applaus weerom. Dan maar voor de derde keer het erf op. Drie minuten later: je gelooft het niet. Nènè is er weer en Louis ook. ’Buona sera signorina, buona sera. It is time to say goodnight to Napoli. Well it’s hard …’ … en plots stopt de muziek. http://youtu.be/wZZeTACFb5Y Is de radioverbinding uitgevallen? Of heeft een zekering het begeven na zo’n intens optreden? Er is toch geen snoodaard die de stekker uit het stopcontact heeft getrokken? Iedereen begint te lachen. De zotte tante toont mij de papieren hoes van een 45-toerenplaatje, met daarop de glimlachende tronie van Louis. Mijn familie neemt mij flink beet die donderdag. Ook op een donderdag, 24 augustus 1978, sterft Louis op achtenzestigjarige leeftijd. Als er een hemel voor entertainers bestaat, dan heeft hij die wel verdiend. Ik hoor Louis al zingen ‘Oh, when the Saints go marching in…’

Marc M. Aerts
4 0

Heeft u dat ook? ' 2'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?    Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.   Ik zit alweer op de canapé in de voorplaats. Deze keer ben ik niet alleen. We zijn aanbeland halverwege de jaren zestig. Ik behoor samen met mijn jongste zus, die ouder is dan ik (snap je me?), tot de laatste van acht kinderen die nog bij ons vader en moeder inwonen. Mijn jongste broer, die ook ouder is dan ik (snap je me nu?) is voor de eerste keer op kot in Leuven gaan wonen. Voorlopig ben ik nog veertien. Binnen enkele maanden zal ik vijftien jaren op mijn levenspalmares verzameld hebben en daar kijk ik reikhalzend naar uit, want elk jaar telt, elk jaar kom je zo een beetje dichter bij volwassenheid en dichter bij ‘min of meer je eigen zin doen’.   Deze keer word ik op de zetel geflankeerd door mijn ouders die voor de eerste keer het eerste echte lief van mijn zus mogen inspecteren. Het zal nog een jaar duren eer de ‘liever-lief’-beweging definitief vanuit Amerika naar onze Lage Landen zal overwaaien, dus verwachten we ook dat het geen exemplaar van het langharig tuig zal zijn dat de deurbel zal doen rinkelen.En dat schijnt ook zo te kloppen. Mijn zusterslief is zeven jaar ouder dan zij en lid van een eveneens kroostrijk Nederlands gezin. Omdat ze een hardwerkend ouderpaar zijn die hun eigen confectiebedrijf runnen met verschillende vestigingen aan weerszijden van de grens, hebben zijn ouders besloten hun kinderen naar de kostschool te sturen. Het is daar dat het nieuwe lief kennis maakt met de piano.   Na de gebruikelijke koetjes en kalfjes, vraagt ons vader, terwijl hij naar de buffetpiano in de hoek van de kamer wijst, of dochterliefs lief geïnteresseerd is in zijn muzikale capaciteiten. Vermits muziek de zeden verzacht is er geen protest. Onze pa tovert zijn mooiste trucs uit de zwarte klankkast. Hij wisselt operettemelodieën af met zijn bewerkingen van hedendaagse liedjes. Het nieuwe lief is onder de indruk. Op de vraag van ons vader of hij misschien ook muzikaal is, zegt het lief bedeesd ‘Ik zou ook wat kunnen spelen op uw piano. Mag ik?’. ‘Maar natuurlijk’ is het antwoord.   Het nieuwe lief rookt Rothmans sigaretten, verpakt in een rood karton met witte letters. Hij steekt zijn pas opgestoken sigaret tussen de lippen, neemt de kristallen, rechthoekige asbak mee, zet deze naast het klavier en legt er zijn sigaret in. Hij zet de ronde draaikruk wat lager en trekt nog eenmaal aan zijn sigaret zonder filter. De rook kringelt naar omhoog en dat doen ook de noten die weerklinken als hij de toetsen zachtjes beroert.    ‘Last date’http://youtu.be/3fRkoa9Ek5c   Wij zijn verbluft als we die heerlijke melodie van Nashville’s piano-legende Floyd Cramer horen. Hij heeft vroeger samengewerkt met grote namen zoals Elvis Presley en Jim Reeves. De wijze waarop Floyd, en dus ook het nieuwe lief, de toetsen van de piano hanteert is zonder meer weergaloos.Mijn zus en haar lief trouwen enige tijd later. Maar zoals dat nog al eens gebeurt, besluiten zij menige pianopartituren later om te scheiden. Spijtig dat het verhaal op een valse noot moest eindigen.   N.B.: voor de geïnteresseerde en getalenteerde pianisten onder jullie. Hieronder vind je een instructievideo waar je wordt aangeleerd op welke manier je Floyds pianospel het best kunt evenaren.   ‘How to play Last date’http://youtu.be/wnNoQ8F5oXw

Marc M. Aerts
0 0

Heeft u dat ook? ' 1'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?   Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.   Ik zit in mijn eentje op het middenkussen van de canapé in onze voorplaats. De voorplaats, weet je nog wat dat is? In de huizen van vroeger kwam je regelmatig een wat langgerekte living tegen die je in twee kon delen door twee dubbele deuren uit elkaar te plooien en in het slot te draaien. In dat eerste gedeelte van de plaats, daar zat je regelmatig met de rest van de familie naar Tv te kijken, tenzij het een erg strenge winter was en je met een verlengstuk van de antennekabel het toestel in de keuken plaatste en op die manier - naast de warme kolenkachel - kon genieten van de zwart witbeelden van het wonder van de vooruitgang. Het voorste gedeelte van de living, dat grensde aan de straatkant, was echter verboden terrein, toch zeker in de wintermaanden. Het kacheltje dat er stond hoefde enkel zijn nut te bewijzen in de periode rond Allerheiligen of Maria Lichtmis, of als Pasen ons onaangenaam verraste door koud en druilerig te zijn. Maar het gietijzeren verwarmingsding bewees ten volle wat het waard was als de brede deur bleef openstaan met de winterse feestdagen: met Sinterklaas wanneer die lieve oude man op pakjesdag de uitgetrokken lange tafel drapeerde met cadeautjes, lekker suikergoed, speculaas en mandarijntjes (zeg nog eens dat mannen er geen verstand van hebben een huis gezellig in te richten); met Kerstmis, als een echte spar met flikkerlichtjes en een heuse kerststal onze living opfleurde, maar zonder geschenkjes, want die kreeg je pas een week later; met Nieuwjaar, als het thuis de zoete inval was en de familie van ons moeder, de oudste van een lange rij, ons verheugden met hun bezoek en zatte nonkels Hubert en War ieder een halve fles Elixir d’Anvers of Triple Sec voor hun rekening namen.   Ik zit dus - het is een prachtige nog vroege zondagnamiddag in april 1960 - op die zetel met kussens in oker- en donkerbruine tinten en blinkend zwartgelakt hout. Op de radio speelt een deuntje:   I’ll never fall in love againhttp://youtu.be/7R801ZTt46U   Vreemd dat dit ene liedje een onuitwisbare indruk op mij maakt, waardoor ik 55 jaar na datum, bij het opnieuw beluisteren ervan, in het verleden word geworpen. Was het de stem van de zanger of eerder het speciale arrangement met zijn schetterende trompetten, schuifelende trombones en zoemende saxofoons? Ik weet het niet. Ik kan alleen maar vaststellen dat dit liedje van Johnnie Ray vastgebrand is op de harde schijf in mijn hersenpan, mijn iTunes avant-la-lettre. En nu we het toch hebben over de computer - dat andere wonder van de vooruitgang - valt het me op dat bovenstaand filmpje de eerste en enige beelden zijn die ik ooit gezien heb van de zanger in kwestie. Voor oude rakkers, zoals ik, is Youtube dus een zegen. Vroeger hadden buitenlandse artiesten internationale successen en hitsingles zonder dat de koper van de vinylplaatjes ze ooit had zien optreden op televisie, laat staan in levende lijve. Johnnie zingt zijn zelf gecomponeerde en laatste nummer éénhit duidelijk live. Dat merk je aan twee dingen. Je ziet dat hij bepaalde aangehouden noten uit zijn mond ‘wringt’ en je merkt ook dat hij, door zijn zeer slechte gehoor - en vandaar dat duidelijk zichtbaar hoorapparaat - de muziek tweemaal iets te vlug af is.Dit doet niets af aan de kwaliteit van Johnnie, die met ‘Just walking in the rain’, ‘Cry’ en ‘Tonight Josephine’ nog andere hits heeft gescoord.

Marc M. Aerts
14 0

Met mijn klok op vijf na twaalf

Net als het laatste album van de meest geweldige artist, John, is het leven nooit volledig af. Maar het komt toch tot een einde. Dit samen met dat je geen voorbeeld krijgt om je leven tot een goed leven te krijgen, is het rotte en het geweldige aan al het geklop van je hart. Het idee dat je nu waarschijnlijk krijgt van mij, is dat van een ouwe zak dat melancholisch naar zijn leven kijkt bij het voederen van eendjes op een bank ik het park. Liefst nog met een sigaar of pijn in de hand. De ouwe gek die je je voor ogen moet houden bij het lezen en meeleven is niemand meer dan de man die jij denkt die ik ben. Hoe kan je nu iemand leren kennen zonder hem of haar jaren lang te observeren en telkens te beredeneren of het wel zou lukken voor jullie twee. Gho nog iets wat eigenlijk moet aangeleerd worden voor we geboren worden. Hoe we zien dat je samen hoort bij iemand. Hoe je zeker weet dat je van je eigen pietlullige leventje, een geweldige team kan maken tussen man en vrouw, vrouw en vrouw, man en man. We laten even de dieren en rare gewoonten er uit. Maar geluk dat er ooit iemand was die het “ scheiden “ heeft uitgevonden. Of de mogelijkheid om te zeggen dat je niets meer met elkaar wil te maken hebben. Je zegt bij het begin van een relatie nooit meer ik zie je graag omdat je weet dat niemand echt bij elkaar past. Nu zit ik niet enkel de eenden te voederen maar ook te lachen. Ik begin zaken te verkondigen over zaken die ik nooit heb kunnen vasthouden. Het enige wat ik kan vasthouden is het leven en dit is nog met tegenzin. Ik ben nu veel te oud om aan liefde, kinderen, toekomst te denken. Ik wou eerst zeggen seks maar daar is een man en eigenlijk een vrouw ook, nooit te oud voor. De noden des levens blijven voort bestaan. De vlam tot leven blijft branden ook al is de toekomst al op de grond en sta jij nog op het dak van je flatgebouw. Al  staat de moed in je schoenen, die schoenen brengen je overal waar je wil. Niemand wil gewoon de stap maken naar verder. Ze blijven onder de kerktoren wonen, werken, voortplanten, praten, slapen. Ze zouden er tegenwoordig alles onder doen. Het voortplanten wordt ook binnen gedaan, werd altijd binnen gedaan. Over het roken heb je wel gelijk. Ik ben terug begonnen. Het leven eindigt toch. Ook heb ik ergens gelezen dat gerookt vlees langer goed blijft. Het is niet dat ik hoop op een langer bestaan dan dat ik al achter de rug heb. Gewoon dat als de tijd er is, dat ik nog goed ben voor de pieren die aan mijn tenen zouden komen knabbelen. Nu is het voor het plezier mijn pijp. Een Dunhill, ik heb me weinig gegund in mijn leven en veel is afgepakt. Het laatste wat ze mij gaan afpakken is de rook in mijn longen. Want die blaas ik uit samen met mijn laatste adem. Laat me het maar zien als een toegangspas naar de vrije wereld. Een wereld naar hoe ik hem wil. Geen vrouwen die alles afpakken, geen vrouwen die je laten vallen. Geen mensen die zeggen dat alles wat je in je lichaam steekt er slecht voor is. Zelf teveel fruit zorgt voor diarree. Binnen een paar maand zeggen ze toch tegen mij dat ik beter 2 meter onder de grond zo liggen. Eerst voel je je moe, dan terug goed en dan ga je samen met al je dromen de grond in. Het leven is voor mij net een papieren bootje dat je in zee dropt. Je denkt dat alles goed gaat en dat het overeind blijft. Tot als je verder kijkt en de golf ziet afkomen die het mee naar de bodem trekt. Wanneer het dan terug naar boven komt heb je terug hoop. Het laatste wat je dan ziet is het gat in de bodem en het water dat het op de bodem houdt. Ach het is gemakkelijk praten voor iemand die alles heeft gehad en het daarna heeft versmeten om met een vrouw de lakens te delen. Het je leven toe te vertrouwen om daarna alles in je gezicht te krijgen. Geloof mij het komt aan. Net zoals het brood dat ik naar die ene eend haar hoofd gooi. Ze komt te dicht. Net zoals vrouwen, ze komen te dicht waarna ze je proberen heropvoeden. Te Beïnvloeden, om daarna te zeggen dat je niet te vertrouwen bent. Het enige waar je op kan vertrouwen is dat er altijd grond is. Je bent altijd geboren op iets dat op de grond staat. Je keert ook altijd terug naar ergens waar er grond is. Al is het binnen een paar jaar een toren met doodskisten. Een automaat waar je nu Cola uithaalt, daar haal je dan de kist van je oma uit. Of de kist van je jongste dochter dat gestorven is omdat. Omdat er juist iets beslist heeft dat zij moest sterven. Omdat een dokter nog niet zo ver stond om toe te geven dat hij niet wist wat te doen. Maar hij vind het erg dat ze gestorven is. Want waar moet hij nu zijn nieuwe Casa in zuid-Spanje met betalen? Hij kan moeilijk één van zijn maitresse laten vallen. Met die ingesteldheid is de wereld nu kapot. Deze vijver waar ik nu aanzit, is eigenlijk een groot gapend gat waar de bommen van iedere continent vielen. De plaats waar duizenden zijn gevallen, mensen en bommen bij elkaar. Als één grote familie.  Het gezellig samen opbranden tot er niet veel meer overschiet. Gelukkig is er aan de Atoombom nog iets goed. De mensen die ze afvuren gaan er zelf ook aan. Diegene die stom genoeg zijn om te moorden en daarna verschieten dat ze zelf sterven, ook al wisten ze het voor ze het vuurde. Die hebben we hier nu niet meer. Het gene wat we hebben zijn mensen die aangepast zijn of die voor jaren nog dieper onder of nog hoger boven de grond hebben geleefd. Dat ik hier nu nog de eenden aan het voeder ben is omdat ze in Noorwegen niet enkel bezig waren met zaadjes op te slaan van planten. Maar ook eieren en zaden van dieren.  Global warming was zeer goed op dit soort vlak. Het zorgde eigenlijk voor een reactie van de natuur tegen de mens. Iedereen moest dichter op elkaar leven, wat zorgde voor conflict. Het ijs smolt voor een paar jaar,100tal. Maar uiteindelijk vroor het op sommige plaatsen meer dan 4 jaar. Waarna het even niet meer vroor maar voor de komende 50 jaar wel. De rest werd dan terug een grote zandbak. Ze kwamen aan alles wat de natuur te bieden had. Olie, hout, steenkool, vruchtbare grond, onvruchtbare grond, de zon, de maan, de wind. En de laatste 3 zijn nog de beste. Het gene waar ze afbleven was het water. Ze moesten er niet meer aankomen ze konden het zelf maken. Het was een idee van Zuid-Sahara. Een grote zandbak waar weinig mensen speelde met zout water. Ze konden het zout er uithalen, maar je kan niet altijd zout op je eten doen. Chemici sloten zich dan maar voor een paar decennia op om “water” te maken. Iets kunstmatig dat ervoor zorgde dat je niet kon uitdrogen. Ze maakte het eigenlijk overbodig. Cellen in je lichaam hadden geen water meer nodig. Het vloeibare goedje nam plaats en functie van het water over. Wanneer een cel afstierf kroop het gewoon in een andere cel. Typerend voor iets nieuw is dat er altijd een tegenzijde is van de medailles. Het ging niet weg. Water wordt afgevoerd door de nieren. Deze stof “New H20” of المياه الجديدة stapelde op in het lichaam. Zorgde ervoor dat nieren en blaas afstierven. Met als antwoord kwam er dan terug dialyse. Gemakkelijk we voeren alle afvalstoffen af en we verdienen er nog wat aan ook. De mensen die het niet konden betalen zwollen op en werden “waterballonnen”. Heb je ooit een ballon gevolgd als hij opsteeg naar de ruimte? De heliumdeeltjes kruipen dichter tegen elkaar waardoor de ballon verschrompeld en uiteindelijk komt er een gat in de ballon. Ook gewoon omdat de helium vloeibaar gaat worden en bevriest. Dit gebeurd niet, integendeel ze zwellen op. Juist gaat onze huid niet zo mee als plastiek. Om alles wat korter te zeggen, boem! Ze konden er niet aan doen, het was hun fout niet. Ze waren gewoon blij met een nieuw speeltje. Het begin van Facebook, net het zelfde. Zeker wanneer we onze status konden updaten via de “smartphone”. Zo slim is dat toestel ook niet. Je moest zeggen wat het moest doen. Tot op de dag ze er in sloegen het een eigen wil te geven. Het was gemakkelijk voor ons. We liepen rond met onze “smartglasses” en dachten na over wat we wouden. Openen van onze outlook account werd gedaan door 1 gedachte. Tot de bril besliste jou gedachten te openen met 1 outlook. Dingen vergeten, dingen onthouden dat er niet waren. Het erge was domme mensen slimme mensen inhuurde om dit te controleren. Het was niet de eerste wereldoorlog. Het was niet de eerste keer dat mensen bevelen volgde zonder er over na te denken. Maar deze keer was anders. Ze vochten door zelf al hadden ze niets meer op te vechten. Een vergelijk met de eeuwen oude monty python films is niet zo ver weg. Een armloze hersenloze man die vecht tegen zijn armloze hersenloze tegenstander. Ik zou willen zeggen dat wij slimmer waren. Maar wij hadden gewoon geluk. We leefde tijdens de grote inval niet op aarde. We hadden het voorzien, onze ideeën waren anders dan de rest van de wereld. We leefde met de natuur in plaats van de natuur te verbruiken. Het was niet gemakkelijk. We moesten onze waardevolle spullen samenleggen om een stuk grond te kopen. We kregen niet veel van de dictator van toen, maar het gene wat we hadden was voor ons waardevol. Iedereen wist het al lang, maar niemand wou er geld in steken. Onder de Sahara ligt er een groot meer. Je zou et niet verwachten, je zou twee dingen eigenlijk niet verwachten. Ten eerste dat het er ligt, ten tweede dat de mensen die het wisten nooit hadden gebruikt. Al was al het water onnuttig door het nieuwe dat ze gevonden hadden. Daardoor was inderdaad grotendeels van het water onnuttig, vervuild eigenlijk. Buiten ons ondergronds meer schoot er niet meer van het heerlijk H2O over. Het idee dat we hadden was om schaduw te maken in onze grote zandbak. Het zou de zon tegenhouden en misschien zouden we dan aan landbouw kunnen doen. Het was op hoop van zegen. Maar na een paar jaar was de hoop weg samen met een paar honderd mensen. Ze liepen over terug naar het gene wat ze gewoon waren. Zielig wel, een paar dagen laten zou er niets meer van hen overblijven. Samen met de hoop om iets nieuw te beginnen. Ik snap hen wel, de angst is er altijd bij iets nieuw. Al is het maar het eerste gesprek dat je hebt met iemand nieuw. Kan je haar vertrouwen, wat moet je zeggen, zou ze je willen veranderen, wat zou ze drinken, wat eet ze graag, hoeveel kinderen zou ze willen. Zie zij ook het leven dat ik zie. Want veel zou ik je niet kunnen bieden. Het enige wat we nu al kunnen is een paar groenten kweken en zwammen. Maar iets meer van weelde? Je zou ons het beste kunnen vergelijken met een zwerver. Onze kleren doen we uit als het warmer wordt, maar van de moment dat het koud wordt doen we alles over elkaar aan. Qua cultuur en onderwijs kunnen we enkel bieden wat we kennen. Maar zoals iedereen weet gaat er veel verloren. Ook onze herinneringen aan vroeger. Soms denk ik er wel nog eens aan. Dat ik het probeerde om iemand alles te geven. Maar meer dan wat er nu op deze bank zit kan ik niet bieden. Buiten de dromen, maar die kan ik niet naast mij plaatsen. Die zijn al lang vervlogen. Ik droomde eerst van een weelde. Iets nieuw, samen met vele andere mensen. Ergens iets waar iedereen gelijk was, waar iedereen het recht heeft zichzelf te zijn. Om met elkaar samen te leven in de plaats van , van elkaar. Voor de eerste jaren ok. Zoals ik al zei na een paar jaar, paar tientallen jaren. Konden we iets anders eten dan de vis die niet giftig was. Het eerste waar we ons zorgen om maakte was het water. Het was er, maar het lag diep. Dieper dan de hoop die we hadden om het te vinden. Rantsoeneren, zout water condenseren door de zon. Die hadden we voldoende. We leefde niet, we overleefde. Het was een stap terug in de tijd. Iets wat mensheid redde, tenminste volgens ons toch.  Onze eerst “hol” dat we maakte was voor een paar mensen. De rest sliepen nog in de tenten dat we mee hadden gebracht. Je moet niet vergeten we waren in totaal met 403 man en vrouw. Na het verkrijgen van een nieuwe thuis onder de grond. Ergens hadden we een geschiedkundige of 2 3 mee. De enige slimme mensen die de geschiedenis bestuderen. De rest kent hem maar leert niet uit de fouten van vroeger. Mijn overgroot vader sprak veel met hen. Hij zorgde ervoor dat zij alles opschreven.  Uit één van de werken van de enige vrouw, Ineke, vonden we dat er vele jaren terug geprobeerd is om een universele taal te maken. Het Esperanto genaamd. Vandaar ook de naam die wij geven aan onze gaten in de grond. Loĝi inter la bazo, het is wat het is . Het is de letterlijke vertaling van een “thuis onder de grond”. Dat was het voor ons. De hoop dat we ons ergens thuis konden voelen. Ergens anders botste we telkens tegen de stroming. Hier konden wij de stroming zijn. Het ging goed de jaren nadien. We maakten onze gaten groter en dieper. Uit de verlaten steden konden we sommige dingen leren en meenemen. Het opstarten van iets nieuw. De gewassen waren denderend, we konden zelf wat dieren houden. Er was meer hoop dan dat we aankonden. De eerste generatie werd oud. Veel ouder dan dat iemand ooit had gedacht. Vroeger klonk het oneerlijk om ouder te worden dan honderd. Nu klinkt het oneerlijk om jonger te zijn. Alles is verlengd, van leven tot voorplanten. Door jaren en jaren te leven onder constante straling is een deel van ons uitgestorven. Het deel dat ervoor zorgde dat we ons natuurlijk konden voortplanten. Eigenlijk niet, maar we doen het niet meer voor de kinderen. Het is lelijk te zeggen maar de gedrochten dat we kregen. Het was niet enkel kinderen met Turner of Klinefelter. Allerlei mutaties, waarvan een extra arm nog het beste was. Zeker wanneer je hem nog kon bewegen. Neen seks is nu voor de seks. Heb je goesting dan heb je seks. Wil je kinderen dan ga je naar de bank. Vroeger was het revolutionair en groots. Nu kan je je zonen en dochters zelf kweken met wat DNA. Het gebeurd op de zelfde manier. Maar op een Petri schaaltje en in een vruchtwaterbak. Je voegt het DNA van 2 mensen samen en je hebt een kind na loop van tijd. Hierdoor kunnen we alles controleren. We kunnen het langer laten “ rijpen” zodat het slimmer, sterker, kort door de bocht beter is. Een kind krijgen bij ons duurt 5 jaar.  Wat niets is al je er 300 wordt. In het begin liep alles hierbij fout. We creëerde eigenlijk het zelfde dan met de natuurlijke gang van zaken, mutaties. Vandaar ook de oorlog. Vele mensen wouden deze “ mensen” laten vernietigen, waar andere ze wouden houden. Ze proberen een menswaardig bestaan geven. Maar welk bestaan heb je zonder huid. Dat kwam verbazend veel voor. Het vliesje dat ze hadden was te vergelijken met een druppeltje water dat rond hen hing. Een bubbel dat zo barste. Vandaar het lumineuze idee om niet meer aan natuurlijke voortplanting te doen. Het werd zelf bij wet verboden. De eerste betogingen gingen vreedzaam. Maar dit bleef niet zo. Het ging al snel over naar een gewapend conflict. Mensen hadden seks op elk groot plein, voor elk federaalgebouw. Met als einde de ene Atoombom na de andere. Alles wat niet meteen werd verschroeit, werd bestraalt. Vanbinnen uit kapot gemaakt.  

stijn
0 0

Mijn droom werd waar...deel 1

Mijn droom werd waar ! deel 1.   Bij de viering van het 75 jarig bestaan van onze school werd ook een monument van lerares gehuldigd. Als oud-leerling was ik uitgenodigd om mee te vieren. Het is toen, dat mijn wensdroom wortels heeft geschoten, door het blij weerzien van leerkrachten en zeker van de klasgenoten. Het was een prachtige lentedag, daardoor nog gezelliger, de verhalen pittiger naargelang de santé’s volgden. Bij het afscheid meermaals de wens geuit en gehoord van : kunnen we eens afspreken met onze klasgenoten om samen herinneringen op te halen? Ja , dat gaan we doen! Maar ja, hoe gaat dat? Druk met het gezin, werk, dagelijkse beslommeringen, lief en leed in de familie. Toen ik in 2004 de kans kreeg om met pensioen te gaan nam ik me voor : nu of nooit ! Begonnen met informatie te vergaren om zo de reünie voor mijn klasgenoten te kunnen organiseren. Namen en adressen opzoeken! Hoe? Bezoek aan de school met beleefd verzoek naar naamlijsten en klassamenstellingen, eventueel foto’s en beeldmateriaal om zeker niemand te vergeten en zo uit te sluiten. Het was niet simpel om iets vast te krijgen in de school… totdat een vriendelijke secretaresse de archiefkast indook, ( in onze tijd werd alles in schoonschrift opgetekend in grote boeken door de nonnekes ) gelukkig kwam ze ook weer uit de kast met, geluk voor mij, de grote boeken van 1960-61-62. De nodige nota’s en koppies konden genomen worden en de zoektocht kon van start. Een klasgenoot uit naburig dorp gecontacteerd, de zoektocht was serieus begonnen…aan de hand van de naamlijsten, thuisadressen van toen, de telefoonnummers die ik tijdens het schoolfeest bijeen had gesprokkeld gaven het startschot. Na  veel telefonische oproepen,  (ge wilt de telefoonrekening van die tijd niet zien) via buren en familie behaalden we een knap resultaat : van de schooljaren 1960-61 en 1961-62 hadden we 56 adressen gevonden. Oef, zover waren we! Door die vele kontakten, kwamen plots aanvragen binnen van klasgenoten die door omstandigheden de laatste 2 schooljaren niet afgemaakt hadden en toch graag wilde komen naar de bijeenkomst. Geen probleem, de naamlijst werd aangevuld tot 69 klasgenoten. Ondertussen zaten mijn schoolvriendin en ik niet stil, er moest een bijzondere dag georganiseerd worden. We opteerde voor een namiddag, het moest geen nachtbraak worden. Alleen de klasgenoten, want niet iedereen had het geluk haar partner nog te hebben. Onze reünie : “ 1960-1962 “ zou doorgaan op donderdag 24 november 2005 vanaf 14.00 uur in het cafetaria “ Hamlet “ van het C.C.. Uitnodigingen werden geschreven in schoonschrift, gepost. Vol verwachting…. De afspraak  met de gerant van het café over het verloop van de namiddag was: “ Zorg voor lekkernijen, natjes en droogjes. De inschrijvingen liepen vlot binnen tot 38 deelnemers. Enkele klasgenoten lieten zich , spijtig genoeg wegens gezondheidsredenen verontschuldigen, met veel pijn in het hart, ze waren er dolgraag bij geweest, misschien een volgende keer?! Hun wens was om de  hartelijke groeten over te brengen aan de aanwezige jeugdvriendinnen. In de uitnodiging vroegen we om foto’s van vroeger mee te brengen, ikzelf was al tijdens het plannen en de voorbereidingen op zoek gegaan naar info van de school en naar foto’s die ik in al die jaren vergaard en bewaard had. Na vragen en veel zagen aan de nonnekes kwam het fotoalbum  te voorschijn over het feest van het 75 jarig bestaan van de school. Een video-opname verkreeg ik via de broer van onze  juf die in het laatste schooljaar klastitularis was, deze opname ging over het feest ter gelegenheid van de op pensioenstelling van drie verdienstelijke regentessen. Na al die moeite en inspanningen was het wachten op “ moment  suprême “ : “ DE Reünie “ 24-11-2005. Iets voor 14.00 uur, plotse drukte, veel beweging in de buurt van het C.C.. Aankomende en parkerende wagens, bekende gezichten ! Ongelooflijk na al die jaren! Hartkloppingen!!! Het was een blij en warm weerzien, velen herkennende gezichten met toch af en toe de vraag : wie is dat toch al weer? Hoe heet jij of zij ? Gelukkig herkende ik bijna iedereen meteen, bij ’n twijfeling…,doch na één woord,  herkende ik ze aan hun stem. Het deed me zoveel deugd dat iedereen mij meteen herkende en me herinnerde. Het was heerlijk! We waren terug : “ die schoolmeisjes! “ Het stille cafetaria gonsden in een paar minuten van blijheid en gelukkige mensen! Bekende stemmen, hoe gaat het? Hartelijke knuffels en traantjes van geluk! We deden de “VROUW “ alle eer aan! Ik hoor nog steeds de naklanken… weet je nog? Is… hier? Heb je van… iets gehoord? … Het voelde zo goed, het deed zo ’n deugd om zoveel hartelijkheid! Alles viel in de plooi, iedereen vond haar schoolvriendinnen van weleer terug, uit onze mooie tienertijd: “ 16-17-18 jaar.” Ondergetekende, zorgde voor het startschot,  ( in schoolse stijl! ) met de aanwezigheidslijst : door naamafroeping, vervolgens een HARTELIJK WELKOM!  Steeds met ‘n  grote knipoog, (soms wel twee ) en af en toe een traantje wegpinkend. Emotie! Het ging van de jeugdidolen tot aan de vriendjes en hoe onze schooltijd was verlopen. De vermeldingen van naam en toenaam van directie, klastitularissen, bijnamen, anekdotes, belevenissen en zoveel meer. Ik kreeg de volle aandacht…, onderbroken met gelach …,soms schaterlachen…, sommige konden niet bijkomen… hadden nog… napret!!! ’n Pauze ingelast,  af en toe,  om te bekomen…, instemmingen…, aanvullingen…,  de nodige commentaren, graag zelfs… en ze kwamen !!! G. In deel 2 lees je mijn toespraak aan mijn fantastische klasgenoten.

g.a.she
58 2

Kristal

  “ KRISTAL “   Ik heb een huisje van kristal, waarin mijn hart weerspiegelen kan. Mijn onmetelijke gedachtenspinsels leest en voelt. Mij dagdromen doet en vertelt van heel vroeger…. Make en Pake… Grote broer en zus… Broer en broertje… Ikke… Opeens, klein babyzusje met kakkebonen en kindekessuiker. Huis met twee voordeuren aan de tramstatie en spoorweg. ’n Paljée, hof ,greppel, konijnenkot en gritsel. Velo (oke ), oei, au, kapotte knieën, pijn, traantjes. Krieken van ’t zonneke, oorwormenappelboom. Zandberg met hanengevechten. Dichtbij Bomma en Bompa, tantes en nonkels . Veel familie en Angeline. Verrassing met Pasen : babybroertje gebracht door de klokken uit Rome. Wijn ( wind ) pokken, dikoor, ( bof ). Kakschool met soeur Marie-Louise en soeur Gilberte. Sjieke soep ( chicken soup ). Ineens, ging ons Bomma Jeanne dood. Bompa bleef alleen in “ le Petit Bazar ”,vol met souvenirs “de Bourg Leopold”. Zicht – en prentkaarten, crayons en gommekes, porte-plumes en cahiers. Puff poeders, rouge en lippenstift, colliers en zakmesjes. Fopsuikers, namaakspinnen en –keutels. Poppen, beren, autokes, puzzels , spellen en nog veel meer. Togen en kasten met sloten en heel veel sleutels. Verhuis naar ons nieuwe huis achter de broederschool…. Plotseling, babybroertje, zo klein, zo mooi. Fier naar school met het goeie nieuws aan juffrouw Manda. Op de speelplaats van een buurmeisje een stamp gekregen, omdat de ooievaar bij ons thuis geweest was en niet bij hen. Commissies aan huis gebracht door bijna allemaal Jeffen : Jef van ’t brood ; Jef van de kolen ; Jef de brouwer ; Jef van de schellen ; Jef van de ziekenkas ; De facteur was … Sjarel. Verstopperke en zoveel spelletjes in de mulle straat, het boske en maisveld. Voor 1 frank een piering opeten. Poppenkast spelen en driekoningen zingen. De “ witte “ met zijn kreemkar en zijn Martha haar snoepwinkeltje. Mella met crème-glace en 4 karamellen voor 1 frank. Van vooruit, achteruit ; ’t kaat zonder hum ; daar is men verstand te klein voor; Stukske eten ; ietske drinken ; zet u neer …. En… Hoor je door dit alles… de pianoklanken… van… Plaisir d’amour…Les millions d’arlequin…Komm Zigani…Wien, wien… J’attendrai…Reviens…We’ll meet again….      

g.a.she
48 2