Met mijn klok op vijf na twaalf
Net als het laatste album van de meest geweldige artist, John, is het leven nooit volledig af. Maar het komt toch tot een einde. Dit samen met dat je geen voorbeeld krijgt om je leven tot een goed leven te krijgen, is het rotte en het geweldige aan al het geklop van je hart. Het idee dat je nu waarschijnlijk krijgt van mij, is dat van een ouwe zak dat melancholisch naar zijn leven kijkt bij het voederen van eendjes op een bank ik het park. Liefst nog met een sigaar of pijn in de hand. De ouwe gek die je je voor ogen moet houden bij het lezen en meeleven is niemand meer dan de man die jij denkt die ik ben. Hoe kan je nu iemand leren kennen zonder hem of haar jaren lang te observeren en telkens te beredeneren of het wel zou lukken voor jullie twee. Gho nog iets wat eigenlijk moet aangeleerd worden voor we geboren worden. Hoe we zien dat je samen hoort bij iemand. Hoe je zeker weet dat je van je eigen pietlullige leventje, een geweldige team kan maken tussen man en vrouw, vrouw en vrouw, man en man. We laten even de dieren en rare gewoonten er uit. Maar geluk dat er ooit iemand was die het “ scheiden “ heeft uitgevonden. Of de mogelijkheid om te zeggen dat je niets meer met elkaar wil te maken hebben. Je zegt bij het begin van een relatie nooit meer ik zie je graag omdat je weet dat niemand echt bij elkaar past.
Nu zit ik niet enkel de eenden te voederen maar ook te lachen. Ik begin zaken te verkondigen over zaken die ik nooit heb kunnen vasthouden.
Het enige wat ik kan vasthouden is het leven en dit is nog met tegenzin. Ik ben nu veel te oud om aan liefde, kinderen, toekomst te denken. Ik wou eerst zeggen seks maar daar is een man en eigenlijk een vrouw ook, nooit te oud voor. De noden des levens blijven voort bestaan. De vlam tot leven blijft branden ook al is de toekomst al op de grond en sta jij nog op het dak van je flatgebouw. Al staat de moed in je schoenen, die schoenen brengen je overal waar je wil. Niemand wil gewoon de stap maken naar verder. Ze blijven onder de kerktoren wonen, werken, voortplanten, praten, slapen. Ze zouden er tegenwoordig alles onder doen. Het voortplanten wordt ook binnen gedaan, werd altijd binnen gedaan. Over het roken heb je wel gelijk. Ik ben terug begonnen. Het leven eindigt toch. Ook heb ik ergens gelezen dat gerookt vlees langer goed blijft. Het is niet dat ik hoop op een langer bestaan dan dat ik al achter de rug heb. Gewoon dat als de tijd er is, dat ik nog goed ben voor de pieren die aan mijn tenen zouden komen knabbelen. Nu is het voor het plezier mijn pijp. Een Dunhill, ik heb me weinig gegund in mijn leven en veel is afgepakt. Het laatste wat ze mij gaan afpakken is de rook in mijn longen. Want die blaas ik uit samen met mijn laatste adem.
Laat me het maar zien als een toegangspas naar de vrije wereld. Een wereld naar hoe ik hem wil. Geen vrouwen die alles afpakken, geen vrouwen die je laten vallen. Geen mensen die zeggen dat alles wat je in je lichaam steekt er slecht voor is. Zelf teveel fruit zorgt voor diarree.
Binnen een paar maand zeggen ze toch tegen mij dat ik beter 2 meter onder de grond zo liggen. Eerst voel je je moe, dan terug goed en dan ga je samen met al je dromen de grond in. Het leven is voor mij net een papieren bootje dat je in zee dropt. Je denkt dat alles goed gaat en dat het overeind blijft. Tot als je verder kijkt en de golf ziet afkomen die het mee naar de bodem trekt. Wanneer het dan terug naar boven komt heb je terug hoop. Het laatste wat je dan ziet is het gat in de bodem en het water dat het op de bodem houdt. Ach het is gemakkelijk praten voor iemand die alles heeft gehad en het daarna heeft versmeten om met een vrouw de lakens te delen. Het je leven toe te vertrouwen om daarna alles in je gezicht te krijgen. Geloof mij het komt aan. Net zoals het brood dat ik naar die ene eend haar hoofd gooi. Ze komt te dicht. Net zoals vrouwen, ze komen te dicht waarna ze je proberen heropvoeden. Te Beïnvloeden, om daarna te zeggen dat je niet te vertrouwen bent. Het enige waar je op kan vertrouwen is dat er altijd grond is. Je bent altijd geboren op iets dat op de grond staat. Je keert ook altijd terug naar ergens waar er grond is. Al is het binnen een paar jaar een toren met doodskisten. Een automaat waar je nu Cola uithaalt, daar haal je dan de kist van je oma uit. Of de kist van je jongste dochter dat gestorven is omdat. Omdat er juist iets beslist heeft dat zij moest sterven. Omdat een dokter nog niet zo ver stond om toe te geven dat hij niet wist wat te doen. Maar hij vind het erg dat ze gestorven is. Want waar moet hij nu zijn nieuwe Casa in zuid-Spanje met betalen? Hij kan moeilijk één van zijn maitresse laten vallen. Met die ingesteldheid is de wereld nu kapot. Deze vijver waar ik nu aanzit, is eigenlijk een groot gapend gat waar de bommen van iedere continent vielen. De plaats waar duizenden zijn gevallen, mensen en bommen bij elkaar. Als één grote familie. Het gezellig samen opbranden tot er niet veel meer overschiet. Gelukkig is er aan de Atoombom nog iets goed. De mensen die ze afvuren gaan er zelf ook aan. Diegene die stom genoeg zijn om te moorden en daarna verschieten dat ze zelf sterven, ook al wisten ze het voor ze het vuurde. Die hebben we hier nu niet meer. Het gene wat we hebben zijn mensen die aangepast zijn of die voor jaren nog dieper onder of nog hoger boven de grond hebben geleefd. Dat ik hier nu nog de eenden aan het voeder ben is omdat ze in Noorwegen niet enkel bezig waren met zaadjes op te slaan van planten. Maar ook eieren en zaden van dieren. Global warming was zeer goed op dit soort vlak. Het zorgde eigenlijk voor een reactie van de natuur tegen de mens. Iedereen moest dichter op elkaar leven, wat zorgde voor conflict. Het ijs smolt voor een paar jaar,100tal. Maar uiteindelijk vroor het op sommige plaatsen meer dan 4 jaar. Waarna het even niet meer vroor maar voor de komende 50 jaar wel. De rest werd dan terug een grote zandbak. Ze kwamen aan alles wat de natuur te bieden had. Olie, hout, steenkool, vruchtbare grond, onvruchtbare grond, de zon, de maan, de wind. En de laatste 3 zijn nog de beste. Het gene waar ze afbleven was het water. Ze moesten er niet meer aankomen ze konden het zelf maken. Het was een idee van Zuid-Sahara. Een grote zandbak waar weinig mensen speelde met zout water. Ze konden het zout er uithalen, maar je kan niet altijd zout op je eten doen. Chemici sloten zich dan maar voor een paar decennia op om “water” te maken. Iets kunstmatig dat ervoor zorgde dat je niet kon uitdrogen. Ze maakte het eigenlijk overbodig. Cellen in je lichaam hadden geen water meer nodig. Het vloeibare goedje nam plaats en functie van het water over. Wanneer een cel afstierf kroop het gewoon in een andere cel. Typerend voor iets nieuw is dat er altijd een tegenzijde is van de medailles. Het ging niet weg. Water wordt afgevoerd door de nieren. Deze stof “New H20” of المياه الجديدة stapelde op in het lichaam. Zorgde ervoor dat nieren en blaas afstierven. Met als antwoord kwam er dan terug dialyse. Gemakkelijk we voeren alle afvalstoffen af en we verdienen er nog wat aan ook. De mensen die het niet konden betalen zwollen op en werden “waterballonnen”.
Heb je ooit een ballon gevolgd als hij opsteeg naar de ruimte? De heliumdeeltjes kruipen dichter tegen elkaar waardoor de ballon verschrompeld en uiteindelijk komt er een gat in de ballon. Ook gewoon omdat de helium vloeibaar gaat worden en bevriest. Dit gebeurd niet, integendeel ze zwellen op. Juist gaat onze huid niet zo mee als plastiek. Om alles wat korter te zeggen, boem!
Ze konden er niet aan doen, het was hun fout niet. Ze waren gewoon blij met een nieuw speeltje. Het begin van Facebook, net het zelfde. Zeker wanneer we onze status konden updaten via de “smartphone”. Zo slim is dat toestel ook niet. Je moest zeggen wat het moest doen. Tot op de dag ze er in sloegen het een eigen wil te geven. Het was gemakkelijk voor ons. We liepen rond met onze “smartglasses” en dachten na over wat we wouden. Openen van onze outlook account werd gedaan door 1 gedachte. Tot de bril besliste jou gedachten te openen met 1 outlook. Dingen vergeten, dingen onthouden dat er niet waren. Het erge was domme mensen slimme mensen inhuurde om dit te controleren. Het was niet de eerste wereldoorlog. Het was niet de eerste keer dat mensen bevelen volgde zonder er over na te denken. Maar deze keer was anders. Ze vochten door zelf al hadden ze niets meer op te vechten. Een vergelijk met de eeuwen oude monty python films is niet zo ver weg. Een armloze hersenloze man die vecht tegen zijn armloze hersenloze tegenstander.
Ik zou willen zeggen dat wij slimmer waren. Maar wij hadden gewoon geluk. We leefde tijdens de grote inval niet op aarde. We hadden het voorzien, onze ideeën waren anders dan de rest van de wereld. We leefde met de natuur in plaats van de natuur te verbruiken. Het was niet gemakkelijk. We moesten onze waardevolle spullen samenleggen om een stuk grond te kopen. We kregen niet veel van de dictator van toen, maar het gene wat we hadden was voor ons waardevol. Iedereen wist het al lang, maar niemand wou er geld in steken. Onder de Sahara ligt er een groot meer. Je zou et niet verwachten, je zou twee dingen eigenlijk niet verwachten. Ten eerste dat het er ligt, ten tweede dat de mensen die het wisten nooit hadden gebruikt. Al was al het water onnuttig door het nieuwe dat ze gevonden hadden. Daardoor was inderdaad grotendeels van het water onnuttig, vervuild eigenlijk. Buiten ons ondergronds meer schoot er niet meer van het heerlijk H2O over. Het idee dat we hadden was om schaduw te maken in onze grote zandbak. Het zou de zon tegenhouden en misschien zouden we dan aan landbouw kunnen doen. Het was op hoop van zegen. Maar na een paar jaar was de hoop weg samen met een paar honderd mensen. Ze liepen over terug naar het gene wat ze gewoon waren. Zielig wel, een paar dagen laten zou er niets meer van hen overblijven. Samen met de hoop om iets nieuw te beginnen.
Ik snap hen wel, de angst is er altijd bij iets nieuw. Al is het maar het eerste gesprek dat je hebt met iemand nieuw. Kan je haar vertrouwen, wat moet je zeggen, zou ze je willen veranderen, wat zou ze drinken, wat eet ze graag, hoeveel kinderen zou ze willen. Zie zij ook het leven dat ik zie. Want veel zou ik je niet kunnen bieden. Het enige wat we nu al kunnen is een paar groenten kweken en zwammen. Maar iets meer van weelde? Je zou ons het beste kunnen vergelijken met een zwerver. Onze kleren doen we uit als het warmer wordt, maar van de moment dat het koud wordt doen we alles over elkaar aan. Qua cultuur en onderwijs kunnen we enkel bieden wat we kennen. Maar zoals iedereen weet gaat er veel verloren. Ook onze herinneringen aan vroeger. Soms denk ik er wel nog eens aan. Dat ik het probeerde om iemand alles te geven. Maar meer dan wat er nu op deze bank zit kan ik niet bieden. Buiten de dromen, maar die kan ik niet naast mij plaatsen. Die zijn al lang vervlogen. Ik droomde eerst van een weelde. Iets nieuw, samen met vele andere mensen. Ergens iets waar iedereen gelijk was, waar iedereen het recht heeft zichzelf te zijn. Om met elkaar samen te leven in de plaats van , van elkaar. Voor de eerste jaren ok. Zoals ik al zei na een paar jaar, paar tientallen jaren. Konden we iets anders eten dan de vis die niet giftig was. Het eerste waar we ons zorgen om maakte was het water. Het was er, maar het lag diep. Dieper dan de hoop die we hadden om het te vinden. Rantsoeneren, zout water condenseren door de zon. Die hadden we voldoende. We leefde niet, we overleefde. Het was een stap terug in de tijd. Iets wat mensheid redde, tenminste volgens ons toch. Onze eerst “hol” dat we maakte was voor een paar mensen. De rest sliepen nog in de tenten dat we mee hadden gebracht. Je moet niet vergeten we waren in totaal met 403 man en vrouw. Na het verkrijgen van een nieuwe thuis onder de grond. Ergens hadden we een geschiedkundige of 2 3 mee. De enige slimme mensen die de geschiedenis bestuderen. De rest kent hem maar leert niet uit de fouten van vroeger. Mijn overgroot vader sprak veel met hen. Hij zorgde ervoor dat zij alles opschreven. Uit één van de werken van de enige vrouw, Ineke, vonden we dat er vele jaren terug geprobeerd is om een universele taal te maken. Het Esperanto genaamd. Vandaar ook de naam die wij geven aan onze gaten in de grond. Loĝi inter la bazo, het is wat het is . Het is de letterlijke vertaling van een “thuis onder de grond”. Dat was het voor ons. De hoop dat we ons ergens thuis konden voelen. Ergens anders botste we telkens tegen de stroming. Hier konden wij de stroming zijn. Het ging goed de jaren nadien. We maakten onze gaten groter en dieper. Uit de verlaten steden konden we sommige dingen leren en meenemen. Het opstarten van iets nieuw. De gewassen waren denderend, we konden zelf wat dieren houden. Er was meer hoop dan dat we aankonden. De eerste generatie werd oud. Veel ouder dan dat iemand ooit had gedacht. Vroeger klonk het oneerlijk om ouder te worden dan honderd. Nu klinkt het oneerlijk om jonger te zijn. Alles is verlengd, van leven tot voorplanten. Door jaren en jaren te leven onder constante straling is een deel van ons uitgestorven. Het deel dat ervoor zorgde dat we ons natuurlijk konden voortplanten. Eigenlijk niet, maar we doen het niet meer voor de kinderen. Het is lelijk te zeggen maar de gedrochten dat we kregen. Het was niet enkel kinderen met Turner of Klinefelter. Allerlei mutaties, waarvan een extra arm nog het beste was. Zeker wanneer je hem nog kon bewegen. Neen seks is nu voor de seks. Heb je goesting dan heb je seks. Wil je kinderen dan ga je naar de bank.
Vroeger was het revolutionair en groots. Nu kan je je zonen en dochters zelf kweken met wat DNA. Het gebeurd op de zelfde manier. Maar op een Petri schaaltje en in een vruchtwaterbak. Je voegt het DNA van 2 mensen samen en je hebt een kind na loop van tijd. Hierdoor kunnen we alles controleren. We kunnen het langer laten “ rijpen” zodat het slimmer, sterker, kort door de bocht beter is. Een kind krijgen bij ons duurt 5 jaar. Wat niets is al je er 300 wordt. In het begin liep alles hierbij fout. We creëerde eigenlijk het zelfde dan met de natuurlijke gang van zaken, mutaties. Vandaar ook de oorlog. Vele mensen wouden deze “ mensen” laten vernietigen, waar andere ze wouden houden. Ze proberen een menswaardig bestaan geven. Maar welk bestaan heb je zonder huid. Dat kwam verbazend veel voor. Het vliesje dat ze hadden was te vergelijken met een druppeltje water dat rond hen hing. Een bubbel dat zo barste. Vandaar het lumineuze idee om niet meer aan natuurlijke voortplanting te doen. Het werd zelf bij wet verboden. De eerste betogingen gingen vreedzaam. Maar dit bleef niet zo. Het ging al snel over naar een gewapend conflict. Mensen hadden seks op elk groot plein, voor elk federaalgebouw. Met als einde de ene Atoombom na de andere. Alles wat niet meteen werd verschroeit, werd bestraalt. Vanbinnen uit kapot gemaakt.