Zoeken

Een slijmerige droom

SSSSHHHIIII!!!  Het gesis snijdt door het verlaten ruimtestation op planeet Xylos. Ruimtevaarder Brek klemt zijn kaken op elkaar bij het horen van het akelige geluid en stuift verder door het doolhof van gangen. Zijn hart bonst als een raketmotor en zijn vertrouwde blaster voelt zwaar aan zijn zijde. De vloer glimt van de paarse blubber en is bezaaid met verbrijzelde pantserstukken en gescheurde tentakels. De walgelijke resten van de Zergonauten die hij al eerder had ontmoet. Maar dit gesis, dit is nieuw... Waar komt het vandaan? ‘Potverdorie,’ mompelt hij en trekt met zijn been.  Met een luide plop komt zijn laars los uit een groene plas. Een stroperig draadje van de vloeistof rekt zich uit als een rekker en springt dan los. Brek wankelt even op zijn benen, maar slaagt er toch in om zijn evenwicht te behouden. De geluiden rond hem worden alsmaar luider en luider en lijken nu wel van alle kanten te komen. Razendsnel zet Brek zich af en twee grote sprongen brengen hem net buiten bereik van een neerdalende klodder slijm. De vloeistof spat uiteen op de metalen muur achter hem en druipt borrelend naar beneden.  ‘10XP Combo’ verschijnt in grote blokletters op de HUD in zijn helm. De geluiden achter hem verraden dat zijn achtervolgers hem nog steeds dicht op de hielen zitten. Met een snelle blik over zijn schouder ziet hij vier donkere vormen zijn richting uit kruipen. Nog meer Zergonauten! Waar blijven die toch vandaan komen? Zijn hand schiet bliksemsnel naar het laserpistool aan zijn zijde. Een reeks blauwe flitsen vult de lucht en al snel spatten de aliens uiteen in een explosie van felgroene blubber. Een kleine tentakel landt boven op zijn helm en glijdt langzaam naar beneden. Brek knarst even met zijn tanden en met een snelle beweging veegt hij de smurrie van zijn vizier. ‘+1500 XP Multi-Kill!’ Brek kan een glimlach niet onderdrukken. Nog 1330 XP-punten en ik heb een nieuwe upgrade, flitst door zijn hoofd. Op volle snelheid duikt hij een zijgang in. Een diep gegrom laat hem plots verstijven. De grond trilt onder zijn voeten. Uit de schaduwen wringt een enorme gedaante zich tevoorschijn. De grootste Zergonaut die Brek ooit heeft gezien, staat hem om de hoek op te wachten. Zijn tentakels kronkelen hevig en zijn tientallen ogen kijken Brek woedend aan. ‘Eindbaas level 3: Gorlog!’  De tekst knippert op het scherm van Breks helm. ‘Haha! Nu ben je van mij, aardworm!’ Het gorgelende geluid rolt door de verlaten gang en brandt in de oren van Brek.   ‘Ik, Gorlog de Verschrikkelijke, leider van de Paarse Plaag, zal je leren dat je niet met ons rotzooit!’ Het slijm tussen zijn slagtanden vormt lange rekkers bij elk woord. Traag heft Gorlog een dikke tentakel op, klaar om Brek te verpletteren. ‘Wacht maar af, slijmbal!’ Brek grijpt naar zijn vertrouwde laserpistool. Het glipt bijna uit zijn klamme handen.  ‘Geef je toch gewoon over, stinkende mestkever!’ roggelt Gorlog verder. ‘Kijk om je heen. Je bent alleen. Mijn slijmerige onderdanen hebben je ruimtebasis overspoeld! Nu wordt het een perfecte broedplaats voor mijn larven! Niets of niemand kan je nu nog helpen!’ ‘Pfff! Ik hoop voor jou dat je even goed vecht als praat, zure augurk!’ Brek neemt zijn pistool steviger vast en zet zich schrap. Zijn laarzen vinden nauwelijks grip op de verraderlijke smurrie die de vloer bedekt.  ‘Kom maar op als je durft!’ Gorlogs ogen vernauwen zich tot spleten. Het middelste, grootste oog blijft Brek onheilspellend aanstaren. ‘Wat ga je doen, drilpudding? Me hypnothiseren?’ ‘Drilpudding? Ik zal je leren!’ De tentakels van de enorme Zergonaut kronkelen nu wild in het rond. De zuignappen aan hun uiteinden spuwen een regen van groen slijm uit. Brek springt van links naar rechts en probeert de aanvallen zo goed mogelijk te ontwijken. Hij doet een snelle uitval naar links, maar Gorlog is verrassend snel voor zo’n kolossaal slijmmonster en ontwijkt behendig de laserstralen. Dan maar naar rechts, denkt Brek wanhopig. Een spervuur aan laserflitsen snijden door de lucht en raken Gorlog recht in de buik.  ‘Is dat alles wat je kan?’ smaalt Gorlog. ‘Het kriebelt zelfs een beetje!’ Met grote ogen ziet Brek dat de heerser van de Paarse Plaag nog geen schrammetje heeft. Dit houd ik niet lang meer vol, schiet het door zijn hoofd. Een tentakels scheert rakelings langs zijn helm en laat een dikke laag groen snot achter. Ik moet iets bedenken! Maar op dat ogenblik slaat Gorlog met één van zijn tentakels hard tegen de helm van Brek . De onverwachte klap is zo hevig dat het glas van het vizier barst en Brek pardoes achterover op de grond valt. De wereld tolt even en hij voelt de koude ondergrond in zijn rug. Zijn vingers voelen verdoofd aan en het laserpistool glipt uit zijn hand. De schaduw van Gorlog glijdt langzaam over hem. ‘Dit is het einde, modderkruiper.’ Gorlog grijnst zijn slagtanden bloot. ‘Heb je nog laatste woorden?’ ‘Eet ruimtestof, tentakelidioot!’ De slijmerige grijns verdwijnt langzaam van Gorlogs gezicht en met luid geroggel werpt hij zich op de onfortuinlijke ruimtevaarder. BOOOEEEMMM! Met een oorverdovende knal spat Breks wereld uit elkaar…

bramds
9 1

rasisme

  ………………Ik had de eerste opleiding die de toenmalige vdab organiseerde voor vrachtwagenchauffeur gevolgd. Na een jaartje in Leuven te hebben gewerkt bij een wijnhandelaar vond ik werk in Brussel, bij de werkgever waar ik een paar jaar vroeger een vakantie job had verricht, maar er was een conflict gerezen tussen de twee broers. De twee eigenaars, van de ene mocht ik met de camion rijden van de andere niet een onhoudbare situatie die opgelost werd door mijn vriend een leeftijdsgenoot van Marokkaanse origine. Zijn vader was camionchauffeur in Nederbrakel ik kon daar direct beginnen. Als chauffeur van een Volvo , enen met een grote snuit, moest ik vuilnis containers in Brussel en omstreken ophalen. Ik had een verblijf gevonden bij een man van Algerijnse origine, die naar eigen zeggen de studentenrevolte in Parijs had meegemaakt die ik had ontmoet op de vroeg markt we deelden een appartementje in Laken. S ‘morgens ging ik de vader van mijn Marokkaanse vriend ophalen, met mijn ondertussen aangekochte auto, en we reden samen naar ons werk. Na ons werk voerde ik hem terug naar zijn woning en iedere avond werd ik uitgenodigd om iets te eten of om nana thee te drinken. Na het eten gingen ik en mijn vriend samen met een paar andere vrienden in een cafeetje een cola-tje drinken, alcohol was totaal uit den boze. De zaterdag ging ik samen met de familie uitgebreid boodschappen doen. Abdelmalik, mijn vriend, had twee broers en twee zussen een broer was afgestudeerd als elektrieker, zijn andere broer werkte. Voor hem was de universiteit gepland, de twee zussen waren haarkapsters, lang zwart harige, langbenige, kortgerokte vrouwen, waar menig man lichtjes tureluurs van werd. De zondag namiddag werden ze allemaal fanatieke voetballers en moest ik ze naar een locatie rijden waar ze met een andere café ploeg samen driftig tegen een bal konden sjotten. Maar mijn grootste afgrijzen gebeurde de zaterdag avond, toen gingen we samen op stap, naar Halle. Tot mijn verbazing, want in Brussel konden ze nergens terecht en in Halle gebeurde op sommige plaatsen hetzelfde. Ze mochten niet binnen. Een racisme dat mij, een nuchter West-Vlaminske deed steigeren, zij vonden het niet zo erg want dat waren ze gewoon. Mijn vrienden waar ik met een gerust hart mijn bezit had aan toevertrouwd werden behandeld als de eerste de beste gangsters.    Lambermontplaats A'pen 2004 ************************************************************** FOTO GALLERY Verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   ******************************************************************* http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e ---------------------------------------------------------------------------------- foto gallery  https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
0 0

Jaloerse blikken

Ik heb een nieuwe vriendin. Of een vriend. Dat is me nog niet duidelijk. Laat het ons voor de gemakkelijkheid bij een vriendin houden. Ik heb het trouwens ook niet gevraagd. Het is wel duidelijk dat ze het wonderbaarlijkste onder de caféfenomenen is: een cafékat. We zagen haar voor het eerst toen we in het restaurant naast het café mosselen gingen eten. We waren niet alleen met een grote kastrol voor onze neus. Wij zaten binnen wegens een naderend onweer, maar heel wat mosseleters zaten buiten op het terras onder de parasols. Plots kwam de cafékat van de buren een kijkje nemen. Binnen mocht ze niet. Op het terras schuurde ze tegen heel wat benen om mosseltjes los te krijgen bij de mosseleters. Maar er viel niets te rapen.  Daarna leerde ik haar beter kennen. Want in het café ernaast, haar thuis, heeft ze een eigen stoel bij de kachel. Dat zag ik pas achteraf. Nietsvermoedend namen onze jongste en ik plaats aan het tafeltje ernaast. Ik zat op het bankje tegen de muur. Mijn jas had ik naast me op de bank gelegd. Toen zag ik pas de stoel met het kussentje. Het leek wel een troon.  Plots was ze daar. Eerst keek ze uitnodigend naar mij, waarna ze zich op mijn jas nestelde. Daar bleef ze een goed uur liggen, met haar hoofd tegen mijn linkerbeen.  "Normaal gaat ze alleen bij knappe vrouwen liggen", zei de barman. Tja, wat zeg je dan. Het leek ook dat de andere klanten jaloerse blikken op me wierpen.  Bij het buitengaan dacht ik eraan dat ik haar naam niet had gevraagd. Of zijn naam. Na enig opzoekingswerk had ik die naam snel gevonden, want het bleek een heuse BK te zijn. Een bekende kat. Vandaar al die jaloerse blikken natuurlijk.

Rudi Lavreysen
17 1

Een nieuwe sport

Ik heb een nieuwe sport ontdekt. U zal denken, de aanhoudende hitte heeft hem geen goed gedaan. Hij heeft een zonnesteek en hij kan voortaan best een petje dragen. Het klopt, het was warm de afgelopen weken, maar dat van die nieuwe sport is ook niet gelogen. Ik zeg nu wel dat ik ze heb uitgevonden, maar dat is slechts gedeeltelijk waar, want een man in Brussel bracht me op het idee. We wandelden op een bloedhete dag door de hoofdstad en passeerden een tweedehandsmarktje. Mijn vrouw hield me stevig vast, zodat ik niet naar een boekenkraampje kon gaan. Een beetje zoals een hond die ze tegenhouden om ergens te gaan snuffelen.  Maar terug naar de man. Aan een fietsenrek was hij fitnessoefeningen aan het doen. U kent het wel, aan van die fietsbeugels. Ze stonden op een ideale afstand van elkaar. Vergelijk het met een brug met gelijke leggers bij het turnen. Telkens de armen buigen en terug strekken.  “Ik snap het”, zei ik tegen mijn vrouw. “Fitness kost handenvol geld. Terwijl je die toestellen ook in de openbare ruimte vindt. In de stad is er geen fit-o-meter. Maar wat een mogelijkheden biedt dat. Als er een goede afstand tussen de fietsrekken zit kan je ze gebruiken voor hordelopen. Combineer het met trappenlopen die je overal in de stad vindt en je hebt een volledig parcours. Zoals de 3000 meter steeple in de atletiek. Er ligt altijd wel ergens een plas of een fontein. Kijk eens aan, we hebben een nieuwe sport ontdekt. Nu nog een naam bedenken.”  We hadden de man en het marktje ondertussen achter ons gelaten en kwamen in een winkelstraat terecht. Mijn vrouw stopte bij een winkel waar ze in de vitrine naar een collectie met petten keek. “Is dat niets voor jou?”, zei ze.

Rudi Lavreysen
6 1

Zelfportret met luchtfilter

Jezelf tegenkomen. Mensen zeggen dat op tv en in de krant, bekende mensen die weten waarover ze praten. Ik wil dat ook. De bekende mensen doen dat natuurlijk op spectaculaire wijze: ze beklimmen vulkanen of verdwalen in woestijnen. Ja, zo is het gemakkelijk. Maar daar heb ik geen tijd voor. Ook geen geld. En eigenlijk gewoon geen zin. Kan dat niet simpeler, dat jezelf tegenkomen? Je loopt bijvoorbeeld naar de winkel voor koffie en brood en plots, net het hoekje om, staat-ie daar: jezelf. Hallo, mezelf. Lang niet gezien, makker… Zoiets kan snel gênant worden, je weet hoe dat gaat wanneer je oude kennissen ontmoet. Na de handvol gezamenlijke herinneringen bloedt het gesprek dood. Tja, er is meestal een reden dat je elkaar zo weinig ziet. Maar jezelf? Jezelf! Daar moet je toch wat langer mee aan de praat kunnen. Al is het probleem hier andersom: wat vertel je aan iemand die alles al weet?  Hoe doen die bekende mensen dat op tv en in de krant? Ze worden geconfronteerd met fouten, misstappen, onverwerkt trauma. Daarvoor moet ik zelfs het huis niet verlaten. Gewoon de spiegel in de badkamer schoonvegen. Die dampt altijd te snel aan, ik zou eens naar de Hubo moeten om de luchtfilter te vervangen, maar dat doe ik niet. Stel je voor dat je jezelf tegenkomt tussen de afvoerpijpen en de gordijnkoorden.  Maar misschien, misschien, kan het ook anders. Dat je jezelf tegenkomt, maar niet helemaal jezelf. Een andere versie. Zoals men zegt dat er een oneindig aantal parallelle universa bestaat, zo moeten er toch ook wat B-, C- en D-versies van jezelf rondlopen.  Dan toch maar de straat op, ik ga de confrontatie aan. Op zoek naar mezelf. Wie is het? Die kromgebogen grijsaard met zijn looprek? Nee toch? Dat is eerder mijn toekomst. Oei. Die vlotte kerel met getrimde baard en maatpak. Ja, dat had ik kunnen zijn… als ik op 22 april 2016 niet in de BMW van mijn baas gekotst had. Of die stakker met muts en lompen die net uit een kartonnen doos klautert – ook dat zou een van mijn alter ego’s kunnen zijn. Stel je voor dat ik die kots toen niet had opgekuist maar weg was gerend, ver weg, heel ver weg… tot in het steegje achter het station, om daar tussen twee vuilniscontainers mezelf te liggen wezen.  Ik loop verder, verdoe mijn tijd niet met die neppers. Ik ben de enige echte. Ik heb op elke vork in de weg de juiste keuze gemaakt. Toen het meisje vroeg of ik mee ging naar haar studentenkamer, heb ik lang getwijfeld, maar toen het ochtendnieuws vertelde over de brand zonder overlevenden, wist ik dat ik juist gekozen had. Geen liefde, geen vuur. Zo hoort het. Of die keer dat ik het winnende loterijbiljet in mijn jeansbroek had laten zitten toen die in de kookwas ging. Een ramp, verloren miljoenen! Had je gedacht, maar enkele jaren later won een vrouw die daarna door haar minnaar gewurgd werd. Zo zie je maar weer. Geld maakt niet gelukkig. Ik loop verder, ja, maar waarheen? Toch maar die luchtfilter in de Hubo of wat was het ook weer? Koffie! Dat was het – en brood! Wat een dolle dag vol avonturen alweer, ik mag me gelukkig prijzen dat ik mezelf niet ben tegengekomen. Geen tijd voor die onzin vandaag. Niet vergeten straks de vuilnisbak buiten te zetten.  

R.F.G. Vandenhoeck
74 1