Zoeken

Ingewijd

Omdat er kakkerlakken zijn gevonden in het koffieapparaat in de lerarenkamer, zoek ik naar een goede koffiebar in de buurt. Ik zoek iets met een ziel, wat moeilijk te vinden is — koffiebars zien er tegenwoordig allemaal hetzelfde uit. Tot ik op een dag in een bochtig straatje op een etablissement stoot dat mijn aandacht trekt. Eerst hield ik het voor een afgeleefde durumzaak of een vergeten kroeg, maar de espresso in de hand van de verschrompelde man op het kleine terras is onmiskenbaar gezet door een echte barista. Wanneer ik de man passeer, staart hij me aan alsof ik een heilig moment verstoor, maar als ik besluit om naar binnen te gaan, lacht hij zijn weinige tanden bloot. ‘Welkom’, spreekt hij schor, en hij tilt zijn espresso de hoogte in. Ik ben ingewijd. Binnen is het zoeken naar overeenkomsten met een moderne koffiebar. Geen typische filamentlampen, geen fiets aan de muur. De bar heeft opvallende ramen, die ik ooit in Zuid-Afrika heb gezien, met bovenaan glazen lamellen. Ze staan allemaal open, en toch hangt hier een bedwelmende geur van verse koffiebonen. Verder staan er enkele tafeltjes, met daarop kleine vaasjes waarin een decoratief twijgje zit. Er zit niemand, de hele bar is leeg, met uitzondering van de oude man op het bescheiden terras. Er speelt zachte jazzmuziek die ik niet meteen kan thuisbrengen. De barista merkt me amper op. Hij fluit de droevige melodie op een vrolijke manier. Hij is een beetje onverzorgd, heeft halflang haar en een snorretje. Zijn vuilwitte schort hangt vol koffiegruis. Zowel zijn bar als hijzelf ogen heel sober. Ik bestel een cappuccino en ga zitten. Er komt plots een drietal klanten binnen, jonge mensen, ik schat twintigers. Ze roepen de naam van de barista met veel enthousiasme en omhelzen hem hartelijk. Blijkbaar heet hij Marcin en bezit zijn lach dezelfde levensvreugde als die van de oude man op het terras, hij wordt pas zichtbaar voor ingewijden. Na een korte conversatie brengt Marcin me mijn drankje. ‘Een cappuccino, alstu.’ Het is even geleden dat ik een echte cappuccino zag, met wit schuim in het midden en errond een bruine rand van koffie. Geen fancy latte-art, zelfgebakken koekjes of suikertjes, enkel koffie en een lepel. De smaak is onovertroffen.

Lennart Vanstaen
19 2

Mijn honden blaffen, ik breng taart en iedereen is tevreden- behalve mijn brein dat denkt dat het moet verhuizen.

Als mijn honden blaffen, gebeurt er iets in mij dat veel dieper gaat dan geluidsoverlast. Het is alsof mijn hersenen meteen op standje “OH NEE IK BEN EEN SLECHT MENS” springen. Alsof elk blafje een officiële klacht is. Van de buren. Van de maatschappij. Van mijn innerlijke perfectionist, die dan prompt een schouderklop krijgt van de pleaser in mij. 😅 En ja — de buren zeggen vriendelijk: “We horen ze af en toe, maar dat stoort ons écht niet.” Maar wat hoor ík? “We horen ze.” En dus moeten we het daar even over hebben, wil je koffie? Of mijn excuses in taartvorm? Of gewoon de sleutels van mijn huis? En dan begint het script in mijn hoofd: 🌀 “Zeg het alsjeblieft als het vervelend is, écht hé.” 🌀 “Eerlijk nu. Ik kan het aan. (Oké dat is gelogen maar zeg het toch.)” 🌀 “Zeker weten dat jullie niet slapen met oordoppen en passieve haat?” 🌀 “Anders verhuis ik gewoon naar een onbewoond eiland met stiltezones, WiFi en bosdieren die communiceren via gebarentaal.”   En alsof dat allemaal nog niet absurd genoeg is, sta ik daar af en toe met taart. Niet als omkoping. Maar als symbool van mijn oververantwoordelijk brein dat denkt: “Misschien stoorde het hen tóch een beetje. Ik bedoel, hoe kan het ook niet? Ze horen letterlijk… een hond. Die leeft.” Dus ja. Mijn honden blaffen. Ik breng taart. De buren zijn blij. En mijn brein? Datdenkt nog steeds: “Misschien moet ik gewoon verhuizen. Of een geluidsdichte bunker bouwen onder de tuin. Of de honden leren fluisteren. Of mezelf. Desnoods.” 🎤 Bonusparagraaf: Gedachten die je niet hardop mag zeggen, tenzij het in een tekst staat. Ik heb zelfs overwogen om de dierenarts te bellen. Niet voor hulp. Voor een offerte. “Hoeveel kost het om stembanden door te knippen bij drie honden die leven alsof ze in een vocale girlsband zitten?” Met solo’s. En koortjes. En dat ene hoog stemmetje dat altijd nét begint als je op het toilet zit. En als ze dan toch bezig zijn — misschien meteen een stoma erbij? Dan komt de kak ineens in een zakje, en hoef ik die niet meer drie keer per dag als een bezorgde droldetective op te rapen. Ik zeg niet dat ik het zou doen. Maar ik heb het gedacht. En dat telt bij mij als therapie. 😅

Victoria schrijft terug
24 1