Zoeken

Gevouwen geluiden (Hoofdstuk 9/10)

De afwas begon halfhartig. In het oranje licht van de ondergaande zon leek de keuken van Mauro zich te transformeren. Alles kreeg een zachte gloed, omdat er niets meer te bewijzen viel. De besmeurde pan, de vuile borden, de druipende kraan — ze werden plots geen taken meer, maar decorstukken. Alles was doordrenkt met dat melancholische licht dat niet verdrietig was, maar wel zachtjes afscheid nam. Zacht zuchtend: Ik was hier graag, maar moet nu echt weg. Lys stond aan de wasbak, haar handen in het warme water, haar armen glinsterend van spetters. Mauro droogde af. Hij hield de vaatdoek meer vast als een vergeten accessoire dan als iets functioneels. Er waren nog borden, er waren nog glazen, bestek. Maar de tijd had zich ergens tussen hen opgerold en lag nu te slapen op het aanrecht. Toen klonk er geen muziek, maar wel iets anders. Een geluid dat je eerder voelt dan hoort: het schrapen van voeten op tegels, het zachte glijden van een ademhaling langs een nek, het magnetisch klikken van blikken die blijven hangen. Mauro legde de vaatdoek neer op een stoel. Lys veegde haar handen af aan haar broek, haar ogen op zijn borst gericht, alsof ze daar iets wilde lezen dat ze niet hoefde te onthouden. Ze begonnen te bewegen. Niet synchroon, wel als twee kinderen die vergeten waren hoe gêne werkte. Eerst was er een halve draai.Dan een stap achteruit.Mauro stak zijn hand uit, zonder verwachting.Lys legde haar vingers erin, alsof ze water proefde met haar vingertoppen. Een soort wals vormde zich, maar alleen in hun knieën. Een tango, alleen in hun blikken. Zijn rechtervoet streelde haar linker scheenbeen. Zij excuseerde zich door hem dichter naar zich toe te draaien. Haar haar raakte zijn kin. Zijn neus haar slaap. Ze dansten niet op ritme, maar op herinnering. En dan… in één beweging die nergens op leek, maar alles betekende, tilde Mauro haar hand op en draaide haar langzaam rond. Ze lachte. Niet luid. Diep. Verankerd in haar borst. Lys begreep op dat moment exact wat zijn grootmoeder bedoelde met 'portulana'. Terwijl ze draaide, haperde het zonlicht even. Het strekte zich languit voor een laatste zucht. De keuken vulde zich met lange schaduwen die niet donker waren, eerder zacht als kussens. Tussen een halve afwas en een halve dans bestond niets meer buiten wat hun voeten, hun vingers en hun adem besloten samen te doen. Buiten stond de wereld op pauze. Binnen was er alleen het geritsel van warmte die langzaam haar plaats vond in twee lichamen die elkaar voorzichtig begonnen te raken.

Piet V.
77 1

Gevouwen geluiden (Hoofdstuk 8/10)

In het schemerlicht van Mauro’s keuken, waar de muren net niet wit genoeg waren om steriliteit uit te stralen en de vloer zachtjes kraakte bij elke stap, stonden Lys en Mauro tegenover elkaar. Tussen hen in lag een houten snijplank waarop tomaten, basilicum en een handvol bonen lagen als schuchtere figuranten in een scène die nog niet geschreven was. “Wat dacht je van iets eenvoudigs?” stelde Lys voor terwijl ze een tomaat doormidden sneed. “Zo’n gerecht waar je achteraf niet van weet of het ontbijt of avondmaal was.” Mauro knikte. “Perfect. Tijdloos voedsel.” Hij trok een kleine, vierkante tinnen doos uit een kastje boven zijn hoofd. Op het deksel stond niets. Geen merk, geen opschrift. Alleen een lichte deuk in een hoekje. Hij opende het met een soort voorzichtigheid die men normaal voorbehoudt aan oude brieven of libellen met fragiele vleugels. Binnenin lag een stof, korrelig en okergeel. Schijnbaar een samenvloeiing van tedere kurkuma en zachte kaneel. Mauro schepte een halve theelepel op en liet het poeder haast achteloos in de pan glijden waarin de bonen al zachtjes sisten. Lys keek op. “Wat is dat?” Hij glimlachte. Zijn mondhoeken één halve graad hoger dan gewoonlijk. “Een familieding. Mijn grootmoeder noemde het ‘portulana’.” Ze liet haar mes even rusten. “Is het… pittig?” “Niet op je tong,” sprak Mauro zacht. “Meer… in je hoofd. Het opent dingen.” Lys lachte, maar voelde een lichte spanning achter haar ogen. Net alsof haar pupillen zich wilden uitstrekken als kattenpoten in zonlicht. “Wat voor dingen opent het?” “Soms ramen. Soms deuren. Soms hele gangen waarvan je niet wist dat ze bestonden,” haalde Mauro zijn schouders op terwijl hij de pan televisiekok-gewijs even opschudde. Toen ze even later samen op de vloer zaten, hun bord balancerend op hun knieën, stoelen ongebruikt, proefden ze samen hun creatie. Het gerecht was warm en aards, met een onbestemde diepte. Smaken die zich heel ver uitstrekten naar vroeger, naar hun kindertijd. Traag glimlachte Lys. “Mauro… ik herinner me ineens hoe mijn moeder vroeger haar vingers aflikte na het snijden van sappige perziken. Ik proef die perziken. Hoe kan dat?” Mauro keek haar aan, zijn ogen een seconde langer rustend op haar gezicht dan zijn woorden. “Soms liggen herinneringen verborgen achter deuren die nooit open gaan. Tenzij je niet probeert ze te openen.” “En jij probeert niet?” “Soms weet ik hoe ik niet moet proberen,” prevelde Mauro. Ze keken elkaar aan. Er klonk een zacht ‘klikje’ van het raam boven de gootsteen. Het stond nu op een kier. Niemand had nochtans iets aangeraakt. Niets geprobeerd.

Piet V.
70 1

Gevouwen geluiden (Hoofdstuk 7/10)

Zo stonden ze ineens weer op vaste grond. Een flard vislucht was het enige dat deed doorschemeren dat er net iets onverklaarbaars gebeurd was. Het stoepkrijt was verdwenen. De cirkels opgelost in het vloerpatroon van wat nu onmiskenbaar was: Mauro’s appartement. Of toch een versie ervan. Want niets was exact zoals het hoorde. De planten leken net iets te aandachtig te luisteren. Het raam open, alleen maar stilte binnenlatend. Uit de koffiezet ruiste een kabbelend beekje, alsof Mauro ooit vergeten was de instellingen van zijn realiteit aan te passen. Lys keek rond. Schijnbaar een kamer binnenglijdend die ze nog niet kende, maar waarvan ze op de een of andere manier de geur herkende. “Is dit … je huis?” vroeg ze. Mauro knikte. “Min of meer toch.” Ze dwaalde naar de boekenkast. Haar hoofd schuin. “Je boeken staan niet alfabetisch,” fluisterde ze. “Ze staan op geur. Wil je ruiken?” Hij reikte haar een boek aan. De kaft was oudroze, met een titel die zich weigerde te tonen. Lys opende het, rook eraan. Een mengeling van asfalt, sinaasappel en lichte melancholie. “Dit ruikt naar oktober,” ademde ze met woorden. Mauro glimlachte. “Exact.” Ze namen plaats, zittend, op de vloer. Tussen een verzameling aan vinylplaten en cassettebandjes die zich langzaam groepeerden, als waren ze ook nieuwsgierig naar het vervolg. En daar, zonder veel ceremonie, begonnen ze samen iets te doen wat ze nog nooit eerder samen deden: zwijgen. Geen lege stilte. Vol. Zwijgen als een bord soep op een koude dag. Als kruimels op de grond en niemand in de buurt om ze op te ruimen. Mauro stond op. Bewoog door de stilte naar een kast. Hij nam een grote jampot en opende die. Zacht gefluit ontsnapte. Een melodie van ergens ver weg. “Wat is dat?” vroeg Lys zacht. “Een herinnering die ik had gevangen. Ik weet alleen niet meer van wie.” Ze luisterden. Aandachtig. Dit was het moment waarop de vis, die al die tijd als stille getuige op de vensterbank had gelegen, de lucht in dook, door het open raam. Zonder geluid. Zonder afscheid. Hun blikken kruisten en raakten elkaar. “Hij vindt ons wel terug,” zuchtte Lys. Mauro knikte. “Of wij hem.” De lucht in de kamer vergeelde tot een oude foto van zachte wolken. Lys stond op en begon de boeken te herschikken. Niet op geur. Niet op kleur. Op het geluid dat ze maakten als je ze opensloeg. Ergens wist ze, voelde ze: dit is misschien nog niet het echte begin, maar het was een hoofdstuk dat zichzelf heel graag zelf wilde voorlezen. Opnieuw en opnieuw.

Piet V.
52 1

Gevouwen geluiden (Hoofdstuk 6/10)

Het visje lag tussen hen in. Zonder water. Levend. Teder spartelend. Alsof het geen water nodig had, maar herinnering. Mauro bukte zich, nam het voorzichtig in zijn hand. Iets in zijn blik trilde. Lys keek hoe hij het visje op zijn vlakke hand legde. Zij wist het. Het was een kompas. Niet gericht naar het noorden, maar naar iets wat ze samen konden bereiken. De krijtman stond stil nu. Zat zijn taak erop? Hij draaide zich om zonder een woord en liep de trap op, achterwaarts. Alsof hij terugkeerde naar een verleden dat hem ter verantwoording riep. Mauro en Lys bleven achter. De lucht voelde intenser. Zachter. Zwaar van mogelijkheden. Lys boog zich naar de grond, raapte het stoepkrijt op dat was blijven liggen. Ze keek Mauro aan. “Zullen we?” Hij knikte. Niet als antwoord op de vraag. Gewoon, voelend wat reeds in de lucht hing. Samen knielden ze opnieuw. Lys tekende een cirkel op de vloer. Groot genoeg voor hen beiden. Mauro nam het krijt over. Zijn hand tekende symbolen in de cirkel. Golven, spiraaltjes, onbestaande woorden. De hand werkte onafhankelijk van Mauro’s kennis. Een halve klok. Een gesloten deur. Appel met vergezicht. Het visje gleed van Mauro’s hand af, en begon traag de lijn van de cirkel te volgen. Eén keer. Twee keer. Bij de derde ronde klonk een geluid alsof iemand een dik, belangrijk boek opensloeg in een kamer die eeuwen leeg was gebleven. De ruimte scheurde.Niet in twee.Maar in véél meer. Elke keuze, elke variatie, van dit moment evenwaardig. Alleen anders afgekruid. Lys en Mauro kozen dezelfde kruiding: tijm en honing. Alsof hun zielen door de catalogus scrolden en in koor “Die!” riepen. Ze stonden samen op. In een ander landschap. Nog altijd in het gebouw, maar het gebouw was nu een bos. Of eerder een ruimte die zich voordeed als bos. Een illusie van stammen, takken en bladeren. Zonlicht als plafond. Levend behang van insecten en zacht zingende vogels. De vis zweefde boven hen alsof hij nooit iets anders deed: zweven.“Dus…,” zei Mauro, “volgen we hem?” Lys knikte en nam zijn hand weer vast. De lucht rook naar karton. Oude dozen met geheimen. Naar het begin van iets dat nog geen naam heeft. En het visje? Het begon te zwemmen. Vooruit, de lucht in, een kronkelend pad volgend tussen schijnbomen en herinneringen.

Piet V.
70 1

Randgeval

Ik beeld me in dat de aardbol een platte schijf is en dat jij op het randje balanceert, je blik op oneindig gericht. Je flirt met mijn schoenen dus ze kussen je reet. Succes in het duister, minderwaardig randgeval! Je verdiende de grond onder je voeten niet. Ik beeld me in dat je onsterfelijk bent. Dan graaf ik een metersdiepe put, ik sluit je op in zo’n metalen haaienkooi en gooi je erin. De put gaat dicht en jij zal langzaam verteren tot er niks meer van je overblijft behalve de stront die de wormen uitscheiden en de herinneringen die je nalaat. Je werd gehaat en dat zal zo blijven ook. Die schijtpijp waarmee jij ademt stoot meer methaangas dan CO2 uit dus ik beeld me in dat ik je opsluit in een dichtgemetselde betonnen kubus. Daar laat ik je een tijdje inzitten en als de lucht vuil genoeg is boor ik een gaatje en gooi ik er een brandende lucifer in.  Ik beeld me in dat Prometheus jaloers is op de dingen die ik je aandoe.  Fantaseren is fantastisch dus ik beeld me in hoe ik je zou bereiden als je een gerechtje zou zijn. Misschien zou ik je fileren met een verroest keukenmes, misschien frituur ik je terwijl je nog leeft maar hou ik je hoofd boven de olie zodat je alles bewust kan meemaken. Ik kan je pekelen als een augurk, je laten verdrinken in azijn. Of ik maak gehakt van je ledematen en stop het er via je anus weer in.  Ik lees graag over marteltechnieken doorheen de geschiedenis en beeld me in dat men deze demonstreert met jou als proefkonijn. Ik denk hierover na terwijl jij achter een hoekje staat te fezelen, dat doet me deugd want ik hoor je liever schreeuwen dan fluisteren. Mijn verbeelding is me dierbaar. 

Delphinus
37 1

Wat is het?

Slijmerig stuk kadaver. Glibberig, glad, niet te grijpen. Ranzig, gevild en bloedeloos. Plakkerig en vochtig. Zonder bot, zonder pees, zonder leven en zonder vrees. Lekker gebakken met rijst.  Rubber, de textuur van een gom. Kleine brokjes aarde, niet weg te schrobben. Glibberig, ze schieten tussen je tanden door als je erop kauwt. Occasioneel knabbel je op een dode kabouter. Slijm om te slurpen. Zeesnot in een schelpje. Onterecht veredeld, een afrodisiacum voor de verdoken blubberfetisjist.  Groene propjes fletse pus. Zachtgekookt tot ze moespap vormen. Voeding voor tandgebrekkigen.  Platgekookte flauwe zetmeelbrokken. Water om op te kauwen, voor zover dit nog nodig is. Smakeloos, vooral te danken aan de kookwijze.  Platte gesuikerde flappen. Rond. Wordt je hele kindertijd lang door je strot geramd tot je gelooft dat wafels, ijsjes en andere soorten desserts een mythe zijn. Onbereid, er zit precies nog een beetje leven in. Spartelend op je bord, neersteken met stokjes helpt niet. Er zwemt eentje weg, de rest ligt opgerold in zeewierpapier en rijst zoals men in een dwangbuis gedraaid kan worden. Pure horror voor zeemeerminnen.    Vloeibare prut vol feestende darmbacteriën, schijnt heel gezond te zijn. Men draait er regelmatig gemixte pillen in, soms wat zachte fruitbrokken. Overroepen ziekenvoeding.  Afvoersysteem van een zwijn, gereinigd maar nog steeds wansmakelijk wegens de herinnering aan de functie ervan. Wordt soms opgevuld met ander vlees wat het onherkenbaarder en appetijtelijker maakt. Op zich niet te vreten.  De voormalige eigenaar zal niet meer kunnen kauwen. Wordt in een stoofpot gegooid en zachtgekookt. ‘Inception’ tijdens het diner aan de eettafel.  Beroofde toekomsten in een blikje. Schijnt een delicatesse te zijn, lijkt me vooral een verbloemde manier om overbodig geld in het water te gooien als statussymbool.  Gestolen uit een vers opengesneden dierenschedel. Was oorspronkelijk nuttig maar het beest in kwestie heeft er in het hiernamaals toch niks meer aan, tenzij het richting de Duat zou vertrekken maar een beest met een specifieke religie moet ik nog steeds tegenkomen. 

Delphinus
11 1

Legeschedelsyndroom

Beste patiënt Na een grondige analyse van voorgaande onderzoeken kwam ik tot de conclusie dat u last hebt van het legeschedelsyndroom. Dat houdt in dat de wind dwars door uw schedel vliegt, het ene oor in en het andere oor weer uit. U zal een fris briesje voelen maar er verder niets achter zoeken. Het houdt in dat u filosofie studeert aan de hand van HLN-commentaren en de ochtendwijsheden van alcoholverslaafden aan de toog van het lokale volkscafé. Ook zorgt het syndroom ervoor dat u spreekt zonder te denken want denken lukt u niet, dus veel zinnige dingen hebt u niet te zeggen. Dit zorgt er dan weer voor dat uw sociale kring geen positieve groei ervaart want elke intellectueel verdoet zijn/ haar/ hun tijd niet met u, en elke mededommekloot vormt helaas geen waardevolle verrijking voor uw leven. De diagnose lag echter voor de hand: men ziet de dode blik in uw ogen en men weet al genoeg. Medicinaal valt er niet veel tot helemaal niets aan te doen, maar hier zijn enkele creatieve manieren om u uit de nood te helpen en vooral ook om de maatschappij van u te verlossen:  -          U kan met een aardappelmesje de slagaders in uw nek doorsnijden.  -          U kan gaan joggen op het treinspoor, gelieve vriendelijk te zwaaien naar de treinbestuurder zodat die zich na het voorval iets beter voelt. -          U kan op zondagnamiddag een tukje doen in een gesloten auto op de parking van de Delhaize wanneer het buiten 34 graden Celsius is.  -          U kan uw polsen in een stevige blender stoppen. -          U kan met een vork in het stopcontact zitten koteren terwijl je net uit de douche komt.  -          U kan uw hoofd in versgegoten beton doppen en blijven zitten tot het droog is.  -          U kan uzelf in prikkeldraad wikkelen en van een berg rollen, pas echter op bij het toepassen van deze techniek want die is niet altijd dodelijk.  -          U kan een paringsdans gaan uitoefenen met een zilverruggorilla in de zoo.  -          U kan uzelf met een gespreid rectum bovenop een spiets placeren en langzaam doodbloeden.  -          U kan met een voorwaartse saltotechniek van de trap springen en ervoor zorgen dat u op uw nek belandt. Dit kan mogelijks ook eindigen in enkel verlamming.  -          U kan accupunctuur uitoefenen op uw wekedelengebied met verroeste metalen brochettestokken. -          U kan een fles wasverzachter drinken, die uitkotsen en dan een fles bleekwater drinken. -          U kan uzelf ingraven in het aardappelveld van de lokale boer wanneer het tijd is om de grond om te ploegen.  -          U kan uw dagelijkse cornflakes verwisselen voor lekkende alkalinebatterijen.  -          U kan Dokter Bibber spelen op uzelf. Wordt dikwijls gedaan op spelletjesavonden met vrienden en familie erbij. -          U kan gaan bungeejumpen met een tuinslang vanop een kerktoren.  -          U kan solliciteren voor een job als assistent van een bejaarde stuntman met motorische problemen. -          U kan uw typische spaghetti bolognaise vervangen door sliertjes gebakken oude fietsband met olijfolie, brokken asfalt en knoflook. -          U kan uw organen aanbieden op de zwarte markt en uw adres erbij plaatsen. -          U kan uzelf ophangen met uw dikke darm. -          U kan uw pas gestorven nonkel na 3 weken opgraven en zijn vlees op de BBQ gooien als je honger hebt.  -          U kan aan rioolratten gaan likken. -          U kan een week onder de zonnebank gaan liggen en dan je huid scrubben met gemalen brokstukken uit Tchernobyl. -          U kan een oude bloedzak uit een container voor medisch afval halen en die leegslurpen met een rietje. Als u dit doet op halloween, hoeft u ook geen verwarde blikken te incasseren.  -          U kan uzelf laten vierendelen door 4 monstertrucks.  -          U kan uzelf villen met een scheermesje en daarna een bad nemen met extra veel, welriekend badzout.  -          U kan blijven eten tot u 300 kilo weegt en daarna in het kanaal springen.  -          U kan uw gehele voorraad korte drank opdrinken en daarna een brandende kaars proberen inhaleren.  -          U kan in bad kruipen samen met uw autobatterij.  -          U kan uw voeten afzagen en een marathon gaan lopen. Let wel op, deze techniek is ook niet altijd dodelijk.  -          U kan Tarzan spelen met een hoogspanningskabel.  -          U kan in een winkelkarretje een steile berg afrijden.  -          U kan uzelf bij het nekvel laten grijpen door de roedel hongerige chihuahua’s van uw pas gestorven nonkel. -          U kan uzelf opgeven als bloeddonor voor hobbyvampiers en liegen over hoe vaak je dit per dag doet, zodat ze u onbewust helemaal leegslurpen.  -          U kan gaan kamperen in een testgebied voor Noord-Koreaanse kernwapens. -          U kan een buffet van verschillende soorten schimmel en rotte zaken degusteren, zoals bijvoorbeeld oud en bedorven vlees. Ook rauw slachtafval is een goede keuze. Qua schimmels kan u kiezen voor beschimmeld fruit of beschimmelde boterhammen. Alles wat oud en bedorven is voldoet. Slik op voorhand enkele Motiliums zodat u zeker alles binnenhoudt.  -          U kan een blinde uw borsthaar laten verwijderen met een grasmaaier.   -          U kan uw ledematen in mootjes hakken en uzelf verkopen aan de lokale slager. -          U kan dagelijks 6 liter espresso drinken om slaap te vermijden tot u vanzelf doodvalt. -          U kan in de diepvries kruipen en uzelf invriezen.  -          U kan de beerput van uw lepralijdende overbuur uitlepelen.  -          U kan microplastics injecteren in uw bloedbaan tot uw aders verstopt geraken.  -          U kan dode kwallen van het strand rapen en hier carpaccio van maken.  Zoals u ziet zijn er tal van manieren om van uw problemen af te geraken. Indien u kiest voor een van de hierboven vermelde opties, is het wel sterk aangeraden om ervoor te zorgen dat u uw testament en andere officiële zaken eerst in orde brengt. Indien dit u niet lukt, wat hoogstwaarschijnlijk zal blijken wegens uw medische aandoening, dan kunt u hier ook hulp voor krijgen via de notaris. Indien u nog vragen of twijfels heeft, kan u mij altijd contacteren via onderstaande e-mail adres: megaprofessionele.dokter@gmail.com   Met vriendelijke groet, Dokter De Cock

Delphinus
8 1