Oefening in het weglaten
De klok tikt.Niet hard, niet zacht.Gewoon.Alsof hij niet telt,maar luistert.
Ik staar naar het behang,een barst die er gisteren nog niet was. Die barst groeit. Dat is iets. Dat is beweging.
De kat ligt op de vensterbank. Ze opent één oog, sluit het weer. Ze geeft geen moer om mij. Dat is eerlijk. Daar kan ik tegenaan kijken.
En dan het moment: ik scheur een vel uit mijn notitieblok. Het geluid van papier dat loslaatkort, droog, definitief. Alsof ik een been breek dat al weken scheef stond.
Daar laad ik van op. Van het weggooien van wat te veel is. Van het wegmoffelen van wat niet deugt. Van het wegleggenvan wat vandaag niet hoeft.
Daarna ga ik zitten.Niet om iets te beginnen.Gewoon omdat de stoel er staat.
Buiten beweegt een takzonder dat iemand hem ziet.Binnen schuift het lichteen paar centimeter over de vloer.Meer gebeurt er niet.Meer hoeft er niet te gebeuren.
Misschien is levenniet het optellen van wat blijft,maar het langzaam verdwijnenvan wat te veel is.
Tot er, bijna ongemerkt,weer ruimte ontstaat.Niet groot genoeg voor geluk.Wel voor adem.
En ademis soms al een raamdat zichzelf opent.