Zoeken

Slimme junk die de wereld redde. a

Tegenwoordig weten we dat John F. Kennedy, voormalig president van de Verenigde Staten, kampte met een drugsverslaving. Hij gebruikte amfetaminen (in de volksmond 'speed') en een cocktail van andere middelen. Van pillen tot injecties; het kon niet op.Toch was hij het die tijdens de Cubacrisis de beslissing nam die de wereld redde. Zijn gevolg — bestaande uit nuchtere sportievelingen, 'gezondheidsfreaks' en vooral militairen — wilde Cuba volledig bombarderen. Een dergelijke actie had ongetwijfeld geleid tot een nucleaire wereldoorlog. Kennedy liet zich echter niet beïnvloeden door het fanatieke zuiverheidsideaal van de protestanten; hij was immers rooms-katholiek.Het protestantisme wordt vaak geassocieerd met de apartheid in Zuid-Afrika en het racisme in Amerika. Volgens de historicus achter het boek Pius XII en de vernietiging van de Joden waren protestanten de eersten die zich bij de nazi's aansloten. Zelfs de beruchte spreuk 'Arbeit macht frei' is hoogstwaarschijnlijk een afgeleide van de Bijbeltekst: "In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen" uit het Oude Testament.In 1866 werd in Amerika de Ku Klux Klan opgericht met als doel de blanke superioriteit te verdedigen en voormalige slaven "weer op hun plek te zetten". Vanaf 1919 verwelkomde de Klan voornamelijk blanke protestanten. Volgens sommigen zijn zij ook verantwoordelijk voor de oorlogen in Vietnam, Grenada, Irak en Afghanistan — een illustratie van waar de zucht naar zuiverheid toe kan leiden. In hun beginfase verkrachtten protestanten roomse nonnen en paters, en vernielden zij eeuwenoude kunstschatten. Inmiddels vormen zij de machtigste sekte ter wereld.Vlaams-nationalisten dromen er soms van om het roomse Vlaanderen samen te voegen met het protestantse Nederland, maar dat zal hen nooit lukken. De protestantse werkethiek van "nutteloos werken" draagt bij aan de vernietiging van de wereld. De arbeider in het roomse Frankrijk is bijvoorbeeld veel productiever dan die in het protestantse Amerika. In Frankrijk werkt men om te leven; in Amerika leeft men om te werken.Omdat protestanten genot, zoals lekker eten, als zondig beschouwen, kampt protestants Amerika met obesitas. De Franse en Italiaanse katholieken daarentegen genieten van kwaliteitsvoeding en blijven slanker. De protestantse predestinatieleer bepaalt wie de "eeuwigdurende meesters" zijn; de rest wordt gezien als slaven die voor deze meesters moeten werken.In het Oude Testament, dat door protestanten streng beleden wordt, is de enige zwarte mens de Bijbelse figuur Cham (Genesis 9:20-27). De vloek van Noach werd dubbel geïnterpreteerd: Cham werd zowel zwart als slaaf gemaakt. Literatuurhistoricus Bert Paasman stelt dat deze 'Cham-theorie' eeuwenlang door Nederlanders werd gebruikt om slavernij te rechtvaardigen; vooral kooplieden vonden dit een "prachtige theologie". Zelfs de kerkvader Augustinus bracht de vloek van Cham in verband met ketterij en slavernij, bewerend dat de hitte in Afrika de mens vatbaarder maakte voor zondige ideeën. Dit vormt de trieste basis voor het racisme in de Verenigde Staten.Protestanten worden zo de vernietigers van de wereld. Ze zijn meedogenloos: vaccinaties voor hun kinderen worden soms verboden, en als een kind sterft, wordt dat gezien als een ingreep van God. Denk ook aan de Drooglegging: het protestantse verbod op alcohol leidde tot het ontstaan van machtige misdaadsyndicaten zoals de maffia. Ook voor de emancipatie van vrouwen, transpersonen en de lhb-gemeenschap hangt de protestantse strop nog altijd klaar.Het grote succes van de belijders van het Nieuwe Testament is dat zij niemand uitsluiten. Daar draait het om liefde: voor anderen, voor jezelf en voor de wereld. De belijders van het Oude Testament daarentegen, blijven hangen in uitsluiting. -------------------------------------------------------------------    Het oude testament.  Dat is een idioot boek, hoor. Die god een misogyne sadist met smetvrees en een voorliefde voor bloederige offers. Alles moet rein zijn en wie dat  niet is, moet dood - daar komt het op neer. Hele volkeren roeit hij uit. Afgrijselijk. A.H.J. Dautzenberg                                          ----------------------------------------------------------------------                                                Die zuiverheid heeft uiteraard ook voor goede dingen gezorgd. Men is er in geslaagd om met een minimum aan voedingsstoffen het heelal te verkennen. Een genietende roomse was nooit in een raket gestapt zonder een gebraden kip en een fles wijn.  ****************************************************************************Foto VERF ED "dag na zuiverheid" FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
73 0

Wil de razzia's. a

 De film Wil brengt de gruwelijke razzia's in de Antwerpse Jodenbuurt tijdens de oorlogsjaren '40-'45 treffend in beeld; acties die werden uitgevoerd in samenwerking met de Antwerpse politie.Daar wil ik het echter niet over hebben. Ik wil de aandacht vestigen op de razzia's die tot ongeveer 1975 door de Antwerpse politie werden uitgevoerd in homocafe's en bars, onder invloed van het destijds dominante socialistische stadsbestuur. Ik heb er zelf verschillende meegemaakt in populaire zaken. Met veel agressie en arrogantie werden volwassen mannen door de toenmalige BOB (Bewakings- en Opsporingsbrigade), in samenwerking met de lokale politie, geslagen en vernederd. Men werd behandeld als uitschot.Op het Sint-Jansplein werden de openbare toiletten gesloten. In de toiletten van het Stadspark hielden agenten zich schuil in de hokjes om elke "homoseksuele beweging" te bestraffen. Zelfs de befaamde Gentse socialistische advocaat Piet van Eeckhaut probeerde de eerste openbare homomanifestatie van "De Rooie Vlinder" in het Gentse Floraliapaleis te verhinderen. En de socialistische burgemeester Bob Cools stuurde de rijkswacht op een vreedzame, alternatieve radiozender af.De organisatoren van deze mensonwaardige razzia's zijn deels nog in leven, maar ze zijn nooit ter verantwoording geroepen. Misschien moet daar maar eens een film over gemaakt worden. Het was voor mij in elk geval de reden om eind jaren zeventig een militante, sociale ontmoetingsplek te creëren: café Christopher Street in de Vanschoonhovenstraat. Het belangrijkste principe daar was: niemand werd uitgesloten.  Noot over de huidige politiek:Tegenwoordig slaat een Leuvense socialistische toppoliticus regelmatig nationalistische taal uit. Een "zatlap" die tegen drugs is; een nationalistische socialist. Hoe ongeloofwaardig kun je zijn? ******************************************************************* FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ ********************************************************************************

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
9 0

We zijn er nog niet.

Internationale Vrouwendag 2024. Hier in onze relatief veilige Westerse cocon schudden we verbijsterd het hoofd als we zien hoe vrouwen in de wijde wereld nog altijd als vierderangsburgers worden behandeld en monddood worden gemaakt. Als ze opkomen voor hun rechten staat hun fysieke integriteit op het spel, vaak zelfs hun leven. In oorlogszones worden ze door horden Rambonobo’s verkracht, vernederd, verminkt, vermoord. Flashback naar mijn jeugd. Mijn beide (oudere) zussen stapten op hun veertiende de fabriekspoort binnen. Over de mogelijkheid om verder naar school te gaan werd niet eens gesproken: het kwam niet in de hoofden op, daar midden tot eind jaren zestig. Al zeker niet in het arbeidersmilieu waarin ik opgroeide. Dik tien jaar later ging ik, mannelijk nakomertje, naar de universiteit. Ook dat stond niet ter discussie. Zoiets is nu gelukkig ondenkbaar. Maar we zijn er nog niet. Ik keek de voorbije dagen naar ‘Het Onbekende’. Ook nu verbijsterd. Hoe grote mannelijke ego’s het laken naar zich toetrekken. Hoe ze denken alles onder controle te hebben, het varkentje wel even te zullen wassen, om vervolgens met de staart tussen de benen het spel te moeten verlaten. Het bezorgde me enig leedvermaak, moet ik toegeven. Wat me nog het meeste stoorde, was hoe die getypecaste mannetjesputters (een ex-militair docent, een politieman) de ‘gesprekken’ in de auto domineerden met stoere machopraat en dito grappen, en dat de vrouwen op de achterbank dit in stilte lieten gebeuren en op de duur — ietwat onwennig, dat wel — zelfs meegingen in dat gedrag. Ik hoop zo hard dat ze zich daar bewust van waren, of achteraf zijn geworden. Dat ze zich hebben voorgenomen een volgende keer sterker te zijn. En misschien die spierbundels eens aan te spreken op hun toxische masculiniteit. We zijn er nog niet, nee. Ook niet in het Westen. Zelfs niet in de hoofden van onze geëmancipeerde jaren twintig.

Marc Terreur
27 2

Het oma-effect

In de stad was ik getuige van het oma-effect. Achteraf besefte ik dat het wellicht een universeel effect is, maar net zoals met veel zaken in het leven moet je ermee geconfronteerd worden om het klaar en duidelijk te zien. We zaten in een koffiezaak waar ook verse soep op het menu stond. We zagen een dampende kom soep passeren. Het rook zoals de soepgeur die in mijn neus drong als ik vroeger over de grote kiezel met de fiets naar school reed. In heel wat huishoudens werd de soep ’s morgens vroeg al bereid. Je geraakte die soepgeur niet snel kwijt. Zeker tot het middag was. Een jonge medewerker gaf hoorbaar onze bestelling door aan de keuken. "Oma, één wortel- en courgettesoep en één tomatensoep", zei hij. De soep die oma aan de medewerker gaf en daarna op onze tafel belandde smaakte voortreffelijk. "Zeg maar aan je oma dat het heerlijk smaakt", zei ik. "Oké, maar dat is mijn oma niet", lachte de jongeman. "Het is de oma van de vorige uitbaatster, maar omdat haar soep zo in de smaak viel, hebben we haar gevraagd of ze een flexi-job wil doen. Ik werkte hier toen ook al. Ik zei net als de uitbaatster altijd 'oma' en ondertussen doet iedereen dat hier." In de koffie- en soepzaak weten weinigen wellicht van haar naambestaan. Is het nu Julia, Maria of Irène? Niemand kan het zeggen, want het is voor iedereen 'oma'. Het lijkt me geen straf om als oma door het leven te gaan. Maar wat is nu dat oma-effect? Volgens mij is het dit. Een naam, die heb je. Maar een oma, dat ben je. En als je dat naar ieders tevredenheid uitoefent mag je die aanspreking houden. En iedereen mag die gebruiken. Het lijkt me een gezonde overeenkomst.

Rudi Lavreysen
33 1

Woordenboekenliefde

Een gedachte, een déjà vu, een vécu kwam voorbij en leidde tot een monoloog die als een warme wolk rond me bleef hangen. Het was bij het opzoeken van een woord in een heus woordenboek met echte papieren bladen. Deze monoloog Tijdens het opzoeken dacht ik aan de eerste keer dat ik een woordenboek gebruikte waarvoor het diende. Dat was op school. Hoe doe je dat,  de betekenis van een woord opzoeken? Er werd verondersteld dat je het alfabet knats vanbuiten kende. Dat was heel belangrijk. Zo kon je makkelijk bladeren door het woordenboek om snel bij de beginletter van het woord te komen. Laat ik het woord natrium nemen. De /n/ bevindt zich in de tweede helft van het alfabet. Dan weet je dat je niet vanaf de eerste bladzijde moet gaan zoeken. Dat vond ik een hele goede tip! Daarna kijk je naar de tweede letter van het woord. Voor natrium is dat de /a/. Op een of andere manier raakte ik helemaal vooraan in het woordenboek. Waar was de /n/ gebleven? Erop terugkijkend was er één stap in het proces van betekenis-van-woorden-opzoeken waarschijnlijk niet binnengedrongen (ik was een trage leerling). In mijn kinderlijk enthousiasme bladerde ik van de /n/ naar de /a/. Ik moest bij de /n/ blijven en dáár de volgende letter zoeken. Toen ik het eenmaal doorhad, ging er een wereld voor me open. Beeld u zich in! Een heel woordenboek, bomvol woorden die ik nog niet kende. Ik voelde me woordenveilig voor de rest van mijn leven. En dat was een pocketwoordenboek! Er kwamen andere talen bij, zowel in de school als later de avondschool. Hier en daar kon ik zelfs de liefde doorgeven aan kinderen die aanvankelijk niet zoveel voor taal en lezen voelden. Veel sneller ben ik niet geworden, noch met lezen, noch met opzoeken. De liefde voor woorden en taal in het algemeen blijft. Telkens ik er bewust mee bezig ben, is het NU! En die natrium? Dat is het zout op mijn pata…  woorden!

Anemos
13 0

Rinus en Alice

Het was een warme dag. Een van die hondsdagen uit het gelijknamige boek. Ambetant warm zelfs. Om de plakkerigheid wat tegen te gaan, begaf ik me naar een vlakbij gelegen terras. Wachten op afkoeling in de vorm van een glas, maar ook wachten op de avondkoelte, tot de zon achter het hoge gebouw aan de overzijde van het terras verdween. "Kom, we gaan bij Rinus zitten." Het was Alice die het tegen haar vriend Theo zei. Het leek alsof Theo het niet hoorde, want hij liep zonder te antwoorden recht het café binnen. Alsof er daar iets op hem wachtte. "Zijn gazet", zegt Alice tegen Rinus. Ze zag dat Rinus Theo achterna keek. "Hij gaat zijn gazet halen". Rinus glimlachte. Alsof hij het niet onprettig vond om alleen met Alice aan het tafeltje te zitten. "Rinus, ik heb een kuisvrouw nodig", zei Alice. Uit de mond van Rinus kwam niet meer dan een 'ooh', waarna hij naar zijn glas Westmalle Trippel greep. Hij hield de kelk omhoog zoals een pastoor dat in een kerk doet, net voor het ter communie gaan. 'Het lichaam van Rinus' prevelde ik. Na de slok kwam een luide 'aaah' en een lik met zijn tong over zijn snor en rond zijn lippen. "Nu dat gij hier zit begint de zon te schijnen", zei hij. "Die schijnt al de hele dag", antwoordde Alice. "Dat bedoel ik", zei Rinus. Alice ging verder over haar poetsvrouw. "Als ik ze maar kan vertrouwen", zei ze waarbij ze naar Rinus keek. Rinus keek naar Alice en stond op. Hij ging naar binnen. In mijn hoofd zag ik Rinus als vrouw verkleed terug naar buiten komen. Het was een raar zicht met zijn snor. "Mij kunt ge vertrouwen Alice", hoorde ik hem zeggen. Het was Theo die naar buiten kwam met de krant in zijn hand. "Waar is Rinus?"’, zei hij. "Die is naar binnen", zei Alice. "Hebt ge hem niet gezien?"

Rudi Lavreysen
19 0

Noepjestaart

Ik zie ze meteen als ik mijn fiets parkeer aan het station. Twee jongemannen met elk een rugzak op hun rug. Een van hen draagt een grote plastic tas in zijn rechterhand. Daarin zit een vierkante doos. Het lijkt wel een vlaaidoos. Dat weet ik omdat we vroeger op zondag altijd een buurvrouw van de bakker naar huis zagen fietsen. De vorm van die plastic tas zag er hetzelfde uit. 'Mevrouw Vlaai' hadden we haar gedoopt. We begrepen niet hoe ze die taart in balans kon houden op de fiets. Het is pokkedruk in de trein. De twee jongemannen hebben geen zitplaats. Een man heeft zijn boekentas op de zit naast hem geplaatst. Een van de jongemannen wijst naar de tas en vraagt met een licht Engels accent of hij de boekentas bij zich wil houden. De zittende man maakt geen bezwaar. 'Dank oe', zegt de jongeman. De andere heeft nog geen zitplaats.Ze doen me denken aan zendelingen van een geloofsgemeenschap uit Amerika, die hier hun blijde boodschap komen verkondigen. De plastic tas met de taart staat op zijn schoot. Nu ben ik toch benieuwd wat erin zit. Alsof hij mijn gedachten raadt neemt hij de doos uit de tas. Het is inderdaad een taartdoos. Hij doet een hoekje van de doos omhoog en ik zie meteen welke taart erin zit. "Nopjestaart", zeg ik nogal luid. Ze kijken me allebei glimlachend aan. “Hoe zegt oe?", vraagt de rechtstaande jongeman. "Het is nopjestaart", zeg ik. "Die dingetjes erbovenop zijn noppen." "Ah, noepen", lacht hij. Aan de eerste halte stappen ze uit. "Noepjestaart," lacht de jongeman naar mij. "Helemaal juist,” zeg ik. Ik zie ze door het raam met de nodige elegantie verder stappen, de taart mooi recht houdend. Ze zijn helemaal in hun nopjes. Mevrouw Vlaai zou trots zijn geweest.

Rudi Lavreysen
15 1

De schotelvod

Je hebt het wellicht ooit gelezen in een interview met een bekende manspersoon. Dat hij plots vaststelt hoezeer hij op zijn vader begint te gelijken. Het gebeurt meestal als ze voor de spiegel staan. Dan zien ze niet zichzelf, maar hun vader in het spiegelbeeld. Het gezicht dat dezelfde trekken vertoont, het dunner wordende haar dat ze plots opzij moeten kammen, de rimpels, het ouder worden tout court. Ik kan erover meepraten. Toch gebeurt het bij mij niet voor de spiegel. Het is eerder de schotel- of vaatdoek die het hem doet. Vader zei meestal ‘schotelvod’ en in het plat dialect zelfs ‘het slet’, maar dat mocht hij van ons ma niet zeggen. Toch komt dat gewoon van het Middelnederlandse ‘slette’, wat een lap of vod was. "Zijt ge daar weer met uw vod,” zei onze jongste onlangs. Ik moest het aanrecht netjes maken, want als ze weinig tijd hebben kijken ze niet zo nauw. De kruimels lagen overal. Vader zei ‘greumels’ en het werkwoord was ‘greumelen’. Toen zag ik het. Met die schoteldoek nog in mijn hand zag ik plots ons vader staan. Jaren geleden, in de keuken van ons huis dat er al niet meer staat. Maar het beeld van die keuken is nog zo vers als de groenten uit zijn tuin. Hij moest jonger op pensioen en in de wintermaanden had hij niet veel om handen. Dan maar regelmatig met een schoteldoek over het aanrecht. De ‘greumels’ opruimen. In de andere seizoenen had hij geen tijd voor zijn vod. Dan wenkte zijn fiets of het werk in de tuin. Ik ben niet de enige die de gelijkenis ziet. Mijn vrouw zegt dat ik almaar meer op hem begin te gelijken. Maar misschien moet ik toch opletten met die vod. Overdrijven is nooit goed, of er komen vodden van.

Rudi Lavreysen
15 1

De ziekte. a

  Kent u het ziektebeeld: dwangneurotisch poetsen? Het is een verschrikkelijke 'ziekte'.Diegenen die eronder lijden, vinden zichzelf supernormaal. Iedereen die hun 'ziektebeeld' niet deelt, vinden ze abnormaal. Ze vinden die 'abnormaliteit' zo bedreigend dat ze menen het absolute recht te hebben die met alle middelen te vernietigen. Manipulatie, bedrog, verraad: niks is hun te min om die – in hun ogen – bedreigende levenswijze te doen stoppen.Een paar jaar geleden waren ze zelfs op tv te zien. Ze waren aan het jammeren over het lijfje dat burgemeester Jansens droeg; ze zouden zéker niet voor hem stemmen. Dat politiek over ideeën gaat, niet over plastrons en lijfjes, dat konden ze niet vatten. Wie niet dwangneurotisch poetst, kwam er niet in. Stelt u zich voor dat al die bacteriën hun geboende lijven zouden attaqueren. Zuiverheid is hun hoogste goed. Zíj zijn zuiver, als u dat maar weet. Het liefst zouden ze de 'abnormalen' zo ver mogelijk van hen verwijderd zien.Er is een theorie die stelt dat astma veroorzaakt wordt door het dwangneurotisch poetsen. Kinderen die niet blootgesteld worden aan een aantal bacteriën, bouwen geen weerstand op, zodat ze op volwassen leeftijd onderhevig zijn aan allergieën allerlei. En de dwangneurotische poetsers, die poetsen voort. Ze zullen poetsen tot ze denken dat ze iedere bacterie hebben gedood, waarbij ze niemand sparen: iedere vieze, vuile bacterie moet weg.Een groot deel van de mens bestaat uit bacteriën. In onze darmen en plooien op ons mooi geboende lichaam zit het er vol van. Ze zijn zo klein dat er duizenden op een vingernagel te vinden zijn. Zonder bacterie, geen mens.Het zou bijna grappig zijn als het niet zo tragisch was: iedere keer dat de dwangneurotische poetsers met overvloedig veel zeep denken dat ze weer een veeg beestjes vernietigd hebben, hebben ze in werkelijkheid de 'soep' van beestjes op hun lijf herverdeeld. Jaren geleden bestond er zoiets als de Vapona-strip die bleek gemaakt te zijn met Ieperiet: het gifgas dat wereldwijd bekendstaat als het eerste gebruikte gifgas uit de Tweede Wereldoorlog.Op dat moment dacht ik: wat een waanzin. De dwangneurotische poetsers besproeien hun huizen met, in sommige gevallen, gevaarlijke chemische troep. Daarna hangen ze er een lap gifgas.DE ZOMER.Het was niet de zomer die op het caféterras kwam zitten, het was een man met de naam van een ander jaargetijde. Het baasje van een partij wiens politiek ik zo walgelijk vind dat ik zelfs zijn naam niet wil vermelden. Hij zette zich aan een tafeltje naast mij. Op 10 cm afstand: ik kon hem niet alleen zien, ik kon hem ook ruiken. De meeste bezoekers van het café kenden hem niet, want het waren – zoals sommigen hen noemen – vreemdelingen.De enigen die hem herkenden, waren grappig genoeg twee Russische jongeren die stilletjes verontwaardigd aan een Antwerpse man hun beklag deden. De Antwerpse man zei dat iedereen in hun stad het recht had om ongestoord aan een cafétafel te zitten. Naast de man met de ijskoude naam zaten twee van zijn medestanders: duidelijk dwangneurotische poetsers.   Foto VERF ED wild groen 2006 FOTO GALLERY https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
8 0