Zoeken

DROOG ONWEER

“Godverdomme, laat los rotbeest !”, ofwel : de eerste woorden die Eric Van Gool riep, toen hij de deur van het huis waar hij met zijn gezin woonde, nog maar net achter zich had dicht getrokken. Het was zaterdag en dus kwam hij net terug van de plaatselijke bibliotheek met zijn 2 vangsten voor deze week : “De sneeuwman” van Jo Nesbo en iets over kussen van de één of andere “Griet”. De cover zag er alvast vrolijk uit en dat viel mee, want Eric had wel eens zin om flink te lachen ! De aanwezige tafel met ‘erotische literatuur’ had hij dit maal links laten liggen. Het voorval na ’50 tinten grijs’ lag nog net iets te vers in zijn geheugen. Nadat hij het boek uitgelezen had op slechts 2 dagen (moest een record zijn !), schoof hij het vol lof – en hoop – door naar zijn echtgenote Brenda, die er blijkbaar ook niet vies van was. Dus hadden ze op een zaterdagavond, na het nuttigen van 2 flessen Cava, besloten om ook eens ‘zo’n spelletje’ te spelen. Het plots ingegeven ‘Bondage’ moment, bracht wel een probleem met zich mee : wegens het gebrek aan touwen of voldoende propere keukenhanddoeken, besloot Eric gebruik te maken van “Tesa”-verpakkingstape om Brenda’s armen en benen, beiden gespreid, vast te maken aan de 4 hoekstijlen van het bed. Maar toen Brenda haar gespeelde, maar oh zo geile woorden “Help me alsjeblieft ! Wat gaat u met mij doen ?” had uitgesproken, kwam onverwacht de 6-jarige Cocker Spaniël van het gezin, Rakker, die toch al een onverklaarbare hekel had aan het hoofd van het gezin, meteen in actie ter bescherming van zijn bazin in nood. Hij sprong op het bed en deelde meteen een goed gemikte en welgemeende beet uit in Eric’s linkerdij, wat deze meteen uit zijn evenwicht – en het bed – bracht, gevolgd door Rukker (zoals Eric het dier steevast noemde), die zijn aanval verlegde naar Eric’s edele delen. Vanop haar hopeloze positie, gilde Brenda : “Rakker af ! Af, verdomme !!”. Ze kon niet precies zien wat er zich afspeelde naast het bed, maar de kreten van Eric lieten niet meteen het beste verhopen. Tevens werd de Duitse grondigheid nog maar eens bewezen door de sterkte van hun tape. Plots zwaaide de deur van hun slaapkamer open en stormden beide zonen binnen om hun ouders – duidelijk in gevaar – bij te staan in hun ongelijke strijd. Bij het zien van hun naakte moeder, vastgebonden op bed, viel de 16-jarige Kenzo meteen in katzwijm. Tot daar zijn bijdrage aan het reddingsplan. De 2 jaar oudere Johnny nam een heel andere positie in, daar er duidelijk aan de andere kant van het bed – buiten zijn gezichtsveld – een ware veldslag aan de gang was ! Hij kroop stil over zijn naakte moeder (“Sorry, mama”), maar voor deze iets kon zeggen, deelde Johnny meteen een rake rechtse uit aan het eerste menselijk wezen dat hij onder ogen kreeg. Zelfs Rakker scheen nu tevreden met het resultaat, daar hij zijn eigen aanval staakte. Het hoeft geen betoog dat het de volgende ochtend aan de ontbijttafel – en dat op een zondag – erg stil bleef…uitgenomen de in Eric’s ogen gemene lachjes tussen hun beider zonen. En nu, nog steeds in het bezit van zijn 2 boeken (en 3  aperitief-gewijs tot zich genomen Duvels, die trouwens dringend moesten versproeid worden !), had Rakker hem flink te pakken in de rechterkuit. De hond was een verjaardagsgeschenk geweest voor Kenzo, toen hij 10 jaar werd. De meningen over Rakker in het gezin waren nogal verdeeld. Vanzelfsprekend haatte Eric het beest (hoe zou je zelf zijn als je om 02.00 u. ’s nachts werd gewekt door middel van een flinke en – vooral – onverwachte beet in je linkerhand die half uit bed hing ?) en hield Brenda minstens evenveel van het dier dan van haar echtgenoot (soms zelfs meer, vond Eric !). Johnny keek niet naar de hond om, terwijl ‘aanbidding’ een understatement was, wat Kenzo betrof. Hij liet hem telkens uit, zorgde voor de uitgebalanceerde maaltijden en veel van zijn vrije tijd ging naar het spelen met Rakker (volgens Johnny voornamelijk omdat Kenzo dan aan de piemel van de hond kon zitten, iets wat Rakker trouwens helemaal niet erg vond). De enige reden dat Rakker zijn nachten doorbracht, grommend, dromend en ruftend (en heel soms bijtend) in de ouderlijke slaapkamer, was dan ook enkel het feit dat Kenzo zelf iets teveel problemen had met de nachtelijke ‘uitingen’ van zijn verder zo lieve hond ! Nadat Eric eindelijk “Hallo !” had kunnen roepen en meteen naar het toilet was gerend om zijn Duvels de vrije loop te laten, moest hij nog even denken aan het voorval van de vorige week. Tijdens een wedstrijdje badminton in de tuin met Kenzo (gekleed in een gouden, aanspannend short met bijpassend topje !), had deze zonet met een verschroeiende smash een einde gemaakt aan het spel. Toen Eric de ‘shuttle’ wilde oprapen, was Rakker helaas net iets eerder bij het pluimpje en hield het fier in zijn bek. De vraag zou echter eeuwig blijven of het de hond werkelijk te doen was om het gewonnen speelgoed. Want op het moment dat Eric het wilde terugvorderen, liet Rakker het meteen los om in de plaats daarvan Eric 3 flinke knauwen in diens rechterarm toe te dienen. “Jaaa, ik heb gewonnen !”, schreeuwde Kenzo uit, meteen gevolgd door Eric’s aan Rakker geadresseerde  “Godverdommese rottige klootzak !”, iets wat de buren, die achter de 2 meter hoge haag net buiten hun lunch gebruikten, een toch wel erg felle reactie vonden van de zopas verloren vader tegen zijn zoon ! “Ik maak je verdomme zelf kapot, hopeloze zak !”, riep Eric verder, wat diezelfde buren meteen deed beslissen om nooit een spelletje badminton aan te gaan met buurman Van Gool ! Het verklaarde ook meteen Eric’s verbazing toen hij gisterenavond thuis kwam van zijn werk en buurvrouw Leysen ‘toevallig’ net buiten kwam om hem meteen te vragen : “En…hoe gaat het nog met uw jongste zoon de laatste tijd ?”. “Eh…vanochtend nog prima”, had hij gestameld. “Oh, dat doet mijn zo’n plezier om dat te horen ! Laten we maar hopen dat alles zo blijft, niet ?”, reageerde Liesbeth Leysen. Eric schonk haar een glimlach en liep hoofdschuddend naar zijn eigen voordeur. ”Vroege dementie”, mompelde hij, inmiddels de voordeur openend en meteen zijn tweede beet van de dag in ontvangst nemend. ’s Ochtends echter, was drie kwart van het gezin Van Gool het erover eens dat hij die eerste zelf had gezocht. Wie laat er tenslotte aan de ontbijttafel zijn arm naar beneden hangen ? Dat was vragen om moeilijkheden ! Want natuurlijk was Rakker even komen kijken of er iets lekkers in de hand zat en, bij duidelijk gebrek daaraan, meteen wraak had genomen op diezelfde hand ! Natuurlijk had Eric, net zoals ieder weldenkend mens, het woord ‘asiel’ al eens ten berde gebracht, maar het bleek al snel dat hem dat een levenslange boven het hoofd hangende vendetta zou opleveren. De sfeer op deze zaterdagmiddag tijdens de lunch zat er alweer flink in. Kenzo en Johnny spraken niet tegen elkaar, blijkbaar het gevolg van een 10 minuten durend spel (“Fifa 2015”) op hun Playstation. Inmiddels hield Brenda haar wekelijks betoog over de zoveelste ‘ziekte’ die hun Poolse poetsvrouw had ingeroepen om nog maar eens een keertje afwezig te blijven. Het bleef een raadsel of ook daar Rakker een rol in speelde : Romana Stoizynska sprak, noch begreep één woord Nederlands, behalve dan het flink ingestudeerde : “Ikke ziek…Ikke niet kom”, wat ze blijkbaar wel onder de flink gebouwde knie had ! Nu had, eerlijk gezegd, Eric niet echt een probleem met de heersende stilte of zijn klagende echtgenote. Hij wist immers dat elk woord, elke zin kon afdwalen naar dat andere hete hangijzer : het op zondag voorziene bezoek aan zijn 72-jarige en inmiddels flink dementerende vader in “Huize Levensgeluk”. Het “Huize” stond er wel…Het “Levensgeluk” werd echter volledig in bezit genomen door Eric’s moeder die, sinds  ze haar echtgenoot daar zowat 3 jaar geleden had gedropt, niet één dag in de week nog thuis te vinden was. Brenda haatte deze bezoekjes, daar de reactie van Karel Van Gool op het verstoren van zijn rust en privacy, onvoorspelbaar kon genoemd worden, variërend van ‘kinderlijk geluk’ tot enorme woedeaanvallen. Hier dient wel meteen aan toegevoegd te worden dat schoonvader en-dochter nooit ‘dik aan’ waren geweest. Twee maanden geleden, net voor zijn 72e verjaardag, was de apotheose bereikt. Brenda had de oude man al enkele malen gevraagd wat hij graag zou willen om dit te vieren. Daar ‘grommen’ en ‘scheten’ als antwoord onvoldoende bleken (vanwege niet verkrijgbaar in de winkels), besloot ze het over een andere boeg te gooien. Ze ging recht voor Karel staan en vroeg met een – toegegeven – erg lieve glimlach : “Pap, is er dan niets dat je hier mist en graag zou hebben ?”. En daar hoefde ‘Pap’ niet lang over na te denken. Plots, alsof zijn stembanden eindelijk toelating hadden gekregen zich te mengen in het gesprek, antwoordde de oude knar : “Ja, zenne !” en greep, voor iemand kon reageren, met beide handen schoondochter lief’s borsten stevig vast ! Sinds dat voorval hield Brenda zich steeds aan de minimum perimeter van zowat 3 meter van die andere “rakker” (gelukkig had deze weliswaar niet gebeten !) en werd er bij aankomst en vertrek niet langer gezoend ! “Hij heeft me gemolesteerd, Eric !”. “Hij kan er niets aan doen, Bren. Hij weet gewoon niet beter.”, reageerde Eric, die trouwens vond dat een vriendelijke, familiale aanraking door zijn eigen vader van een eerder kleine A-Cup, niet meteen onder de noemer ‘molesteren’ te klasseren viel. Vanzelfsprekend had deze gebeurtenis al snel de oren van hun jongens bereikt. Vooral Kenzo zag het grappige van het voorval volledig in, hoewel ‘borsten’ hem hoegenaamd slechts een weinig konden boeien. Kenzo was namelijk, niet tot ieders verbazing, eerder dat jaar ‘uit de kast gekomen’, wat hem meteen de bijnaam “Kenzomo” had opgeleverd (was getekend : Johnny Van Gool)...een bijnaam die hij trouwens met veel eer en genoegen droeg ! Zelf ging de oudste zoon als “Johnny Pony” door het leven, maar dàt had een gans andere reden ! Elk gezinslid had zijn eigen GSM binnen handbereik liggen op de keukentafel. Vreemd toch, dat 4 handen meteen grepen naar hun eigen toestel op het moment dat een luidruchtig “Tsjakka !” de stilte verstoorde, daar ze allen wisten dat enkel Johnny deze toon had, wanneer er een bericht binnen liep. Hij bekeek het bericht, stond op van de tafel en mompelde : “Sorry, moet eventjes bellen.”. Bij het rechtstaan trapte hij echter op de staart van Rakker, zoals steeds tijdens de maaltijden verborgen onder tafel, wachtend op eventueel voedsel dat iemand op een verstrooid moment liet vallen. Om zich af te reageren op de korte pijn, leek een flinke beet hem de uitgelezen wraak. En daar zijn kop meestal in de richting van Eric lag (die dan ook het meeste voedsel morste, waarbij er geen haar op zijn hoofd aan dacht om het terug op te rapen, gezien de dreigende aanwezigheid van de verborgen vijand), was hij dan ook het uitverkoren slachtoffer, wat hem een beet in zijn voet opleverde. “Verdomde klotehond !”, brulde hij uit. “Plaag hem dan niet steeds zo en trouwens, je moet niet op je blote voeten door het huis lopen.”, verdedigde Brenda het dier. “Dat kutbeest loopt toch ook rond op zijn blote poten…Heb ik daar al eens in gebeten ? Het wordt trouwens hoog tijd dat dat dier respect leert opbrengen voor zijn baasjes. Dit is nog steeds ons huis !”, viel Eric uit. “Schatje”, reageerde Brenda, “hij valt enkel jou lastig. Misschien ligt het probleem wel bij jou. Trouwens, Rakker is maar een hond die niet beter weet en hij grijpt tenminste niet naar mijn borsten !”. Daar had je het… Gelukkig werden ze net onderbroken door Johnny, die lachend opnieuw de kamer binnen kwam. “Ho ho, Naomi heeft gevraagd of ik vanmiddag met haar ga zwemmen. Ik ga meteen mijn sportzak pakken !”. “Bren”, vroeg Eric even later, “wie is Naomi nu weer ?” “Ach Eric, gewoon een collega van mij in de winkel. Ze vroeg naar foto’s van onze kinderen en heeft schijnbaar diezelfde dag nog vriendschap gesloten met Johnny op Facebook.” Eric wist wel dat Johnny viel op enigszins ‘oudere vrouwen’…Naomi bleek een 32-jarige vrijgezel te zijn. “En tsja…”, ging Brenda glimlachend verder, “waarom hij altijd het liefst afspreekt met vrouwen in het zwembad, hoef ik je zeker niet te vertellen, hé schat ?”. Terwijl Kenzo in lachen uitbarstte, keek Eric wat verveeld rond. Daar hij niet meteen reageerde, zag Kenzo zijn kans schoon. “Allez pa, daar komt onze ‘Johnny Pony’ wel het best tot zijn recht, hé !”. Eric zuchtte diep en begon inmiddels de tafel af te ruimen. Het ergste was dat hij het natuurlijk wel wist, maar welke vader wil daar nu in hemelsnaam steeds aan herinnerd worden ? Hij keek zijn jongste zoon even aan. “Hey Kenzo, mama gaat vanmiddag winkelen en je broer gaat dus zwemmen. Wat denk je ? Zelf popcorn maken en filmpje gaan huren ?” “Sorry paps, maar ik heb al afgesproken met Nicky !”. Eric liep naar de keuken, steeds meer uit zijn humeur. Verdomme, die gast heet Nick…Waarom dan altijd dat ‘Nicky’-gedoe ? En dan is hij nog een jaar ouder dan Kenzo ook ! “We gaan naar de cinema”, riep Kenzo hem achterna. Eric hoorde Brenda vragen welke film er op het menu stond. “Zijzelf”, reageerde Johnny die net opnieuw in de keuken kwam. Het juiste antwoord luidde echter SPECTRE, die nieuwe James Bond. “SPECTRE ?”, vroeg Johnny ? “SPICTRE-eens-in, dan schuift ‘em beter, zeker ?”, wat opnieuw een lachsalvo bij beide jongens veroorzaakte. “Trouwens Kenzomo, is ‘Wat mannen willen’ niet meer iets voor jullie ?”, waarop de jongste meteen reageerde op een ietwat denigrerende toon : “Broertje, ik weet al lang wat mannen willen !”. Eric vroeg zich af waarom hij de enige van het gezin was, die duidelijk de humor hier niet van in zag ! Inmiddels laadde Eric de afwasmachine in en bedacht hoe hijzelf zijn vrije middag zou doorbrengen. Het idee om alleen thuis te blijven met “De hond van de Baskervilles”, leek hem meteen onaanvaardbaar. En hoe dan ook : van het grijpen naar zijn eigen echtgenote’s borstjes, zou vanmiddag alvast ook niks in huis komen ! En daar Brenda de beide kinderen zou afzetten voor ze zich zelf zou begeven naar het centrum om te gaan winkelen met haar beste vriendin Joke, mocht hij het gebruik van de wagen ook al vergeten ! Ach, waren ze niet, tot hun aller blijdschap, 4 jaar geleden verhuisd naar de Belgische kust ? Eric liep de woonkamer in en keek naar buiten, waar dijk, strand en zee hem verwelkomden. De zon scheen wel, maar er stond een verdomd strakke wind. Het zand zwierf poëtisch over de dijk, samen met de iets minder poëtische inhoud van een vuilniszak, vanzelfsprekend door een toerist buiten gezet op een verkeerde dag, tot groot jolijt van de vele aanwezige meeuwen. Een wandeling, besloot hij… Ja, een fikse wandeling : dàt zou hem goed doen…dacht hij ! Toen Brenda en de kinderen waren vertrokken naar hun respectievelijke bestemmingen, kleedde Eric zich warm aan voor de geplande wandeling. Bij het verlaten van het huis, bleek al snel dat Sabine het de vorige avond na het nieuws bij het rechte eind had : droog, maar een wind die weinig medelijden had met hen die hem wilden trotseren ! De beloofde uithalen van 80 km/uur bleven inderdaad niet uit, wat Eric deed besluiten zijn wandeling te limiteren tot aan zijn vaste stamkroeg sinds 4 jaar, “Het zachte zwijntje”. Maar om daar te geraken, zou hij zowat de ganse dijk moeten aflopen en de wind, gevuld met los zand, maakten het hem niet erg makkelijk. Om zo weinig mogelijk last te hebben van zanderige ogen, keek hij inmiddels voor zich heen met halfgesloten oogleden. Vanzelfsprekend had hij eveneens gekozen voor een pad dat zo dicht mogelijk langs de verschillende huizen en appartementen liep. Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen  En witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen  Wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt  En over dijk en duin de grijze nevel valt  Wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn  En natte westenwinden gieren van venijn  Dan vecht mijn land, mijn vlakke land ! Eric was tevreden dat hij het nummer opnieuw had opgezocht, daar dit de gelegenheid was om het een tweede leven in te zingen. Helaas was dat ‘vlakke land’ niet zo vlak als Brel wel beweerd had. Later zou Eric het nut – of beter : het gebrek eraan – van studio’s onder grondniveau nog vaak bespreken. Daar was echter op dat moment geen tijd voor ! Hij viel 6 trappen naar beneden om tenslotte op zijn beide knieën terecht te komen. En, als kers op de taart, sloeg zijn hoofd met een harde klap tegen de witgeschilderde voordeur. Eric bleef even zo zitten : hij moest terug tot zijn positieven komen en wachtte op de pijn die nu elk moment kon toeslaan ! Dit was natuurlijk wel gerekend buiten de erg onaardige weduwe Van Dievel, die, hoewel enigszins hardhorig,  de klop op haar deur duidelijk had gehoord en dan ook meteen deze opendeed. Tot haar grote schrik (of was het meer verbazing ?), viel een man, gezeten op zijn knieën haar hall binnen en bleef als uitgeteld met zijn hoofd op haar voetmat liggen. Even dacht de weduwe eraan om de politie of een ambulance te bellen, maar erg gevaarlijk zag de man er niet meteen uit. Dus besloot de niet zo met medelijden vervulde weduwe de man aan zijn voeten haar portiek uit te trekken om haar deur opnieuw te kunnen sluiten tegen de stevige wind. Daarbij kwam echter Eric’s haar klem te zitten onder de betreffende deur en kreeg, bij het sluiten ervan, zijn hoofd opnieuw een dreun te verwerken. Voor Eric helemaal het bewustzijn verloor (echter slechts voor een 5-tal minuten), bedacht hij nog dat zijn hele leven één groot onweer was ! Weliswaar droog…maar ongetwijfeld een onweer ! Was het precies die gedachte waar de weergoden zich druk hadden om gemaakt ? Want toen Eric zich dus een 5-tal minuten later opnieuw levendig voelde, was de zon volledig verdwenen en had ze plaats gemaakt voor enkele wel erg donkere wolken, die nu recht boven hem samenpakten. En voor hij opnieuw recht stond, vielen de eerste dikke druppels reeds neer op zijn pijnlijke hoofd.  Eric besloot opnieuw huiswaarts te keren, een warme douche te nemen om zich daarna met één van zijn nieuwe boeken en een flink glas oude malt neer te vlijen in zijn makkelijke zetel. Van zingen kwam er nu niets meer in huis…van een snelle tred des te meer. En met het huis reeds in zicht, viste hij de sleutels uit zijn zak. Zeiknat strompelde hij met pijnlijke (en bloedende) knieën en een hoofdpijn die je niemand toewenst, de living binnen, waar het zalig rustig was ! De stilte werd enkel verbroken door Rakker, die meteen de aanval inzette en pas terug deinsde na een 3-tal – alweer goed gemikte – beten, waarvan één in Eric’s toch al zo pijnlijke linkerknie. En vlak voor hij de hete stralen van de douche trotseerde, dacht hij nog éénmaal : “Een onweer…Mijn leven is één groot onweer !”   

Paul Smeyers
0 0

De overkant

Vanop het vijfde verdiep zie ik niet echt over Brussel maar ik klaag niet over het uitzicht dat mijn kantoorruimte me geeft. Tussen ons bedrijf en de enkele huizen aan de overkant ligt een brede laan die leidt naar het station. Om maar te zeggen dat ik nog wat ademruimte heb. De huizen aan de overkant ken ik zo goed als woonde ik er zelf. Er brandt ’s avonds niet veel licht bij de bewoners, alleen in dat ene huisje dat, naar ik vermoed, verdeeld is in twee appartementen. Op het bovenste verdiep is altijd wel iemand maar er is nooit echt beweging. Het appartement eronder trekt meer mijn aandacht. Het blijft er vrijwel lang donker maar ik kan wel zien dat een jongeman regelmatig in de keuken staat. Uit zijn bewegingen kan ik opmaken dat hij respectievelijk de afwas doet en dan aan het avondeten begint. Wat de man eet, weet ik niet maar één keer heb ik wel veel sla, tomaten en vis gezien, alsof Pascale Naessens herself er stond. Een man naar mijn hart. Ik noem hem Ryan. Zoals in Gosling. Hij heeft er iets van weg.   Vroeger woonde er nog iemand met hem maar ik denk dat ze uit elkaar zijn want ik heb die andere man al meer dan een half jaar niet meer gezien. Die man leek op de Amerikaanse zanger Moby. Ik heb ze niet veel samen gezien. Telkens ze thuis kwamen, ging Moby naar de achterkant van het appartement terwijl Ryan in de woonkamer televisie bleef kijken of op de computer werkte. Toch spreekt Ryan tegen iemand. Ik vermoed tegen een kat. Ik heb er al een kat voor het venster zien spinnen of die ene keer toen er een grote krabpaal voor het venster stond en de kat als een luie prins in een mandje lag op zweefhoogte, met oog op wat binnen en buiten gebeurt. Van een hond is niets te bespeuren, anders zou ik Ryan zeker af en toe op de brede laan tijdens een wandeling opmerken. En dan had ik een excuus om hem aan te spreken, om af te spreken. Het zou gebeuren, onze ontmoeting.   Mijn onbekende man heeft niet echt regelmatige uren. Twee keer in de week komt hij ’s avonds tegen tien uur thuis, terwijl hij al vertrokken was om acht uur. Arme kat, dan zie ik hoe de kat ’s morgens meestal wat probeert te slapen maar veelal door de drukte van buiten afgeleid is. Vooral bij optrekkende vrachtwagens met zwaailicht spitst hij zijn oren en volgt hij met de precisie van een jager het grote monster. Op de dagen waarop hij blijkbaar de hele dag alleen is, verdwijnt hij na een tijdje van het venster, vermoedelijk om ergens anders te gaan liggen, misschien om een bezoekje te brengen aan de kattenbak of gewoon om iets te eten. De namiddag slaapt hij helemaal door, wat uiteraard mijn eigen werktempo niet bevordert. Rond een uur of vijf is de kat opnieuw wakker en zie ik dat het beest wat rondspringt in het appartement. Als daar maar niets gebroken wordt. Ik vraag me af hoe mensen zo wreed kunnen zijn, huisdieren zo lang alleen laten. Waarom neem je dan een dier in huis? Maar Ryan is een lieve man. Als ik zie dat hij ’s avonds tegen tien uur thuiskomt, rolt de kat zich ettelijke malen over de vloer. ’t Zal wel zijn, zo blij zijn! Maar mijn man heeft gevoelens, hij buigt zich over de kat en aait over het buikje. Ze spelen nog een tijdje kat en muis en dan krijgt de kat een soort van kattensnoepje. Ryan steekt veelal een pizza in de oven.   Mijn man is blijkbaar moe. Hij verdwijnt even naar de achterkant van de woonst om zich om te kleden, hoewel hij dat al enkele keren in de woonkamer gedaan heeft. Dat kan ik allemaal zien vanwaar ik werk. Ik had al thuis moeten zijn maar thuis is niemand die op me wacht. Wanneer Ryan zich in comfortabelere kleren heeft gestoken en de pizza uit de oven heeft genomen, werpt hij zich in de zetel. De kat komt naast hem zitten. Hij kijkt al etend televisie. Net op tijd voor het Journaal op één, nadien zapt hij wat rond. Na het eten, brengt hij zijn leeg bord terug naar de keuken, dooft enkele lichten en legt zich languit neer in de sofa. Hij kijkt naar een film of een herhaling van “Komen eten”. De kat heeft zich teruggetrokken in het zwevend mandje voor de venster. Normaal gaat hij tegen half één ’s nachts naar de achterkant van het appartement waar allicht de slaapkamer is. Maar het gebeurt ook dat hij in de zetel in slaap valt tot het geen uur meer is.. Mijn man, mijn man met slaap in de ogen.   Ik weet niet echt wat hij van werk doet maar ik vermoed dat hij in het onderwijs staat. Ik zeg, vermoeden. Ik heb gemerkt dat hij ieder jaar tussen eind juni en begin oktober thuis is. Buiten die periode verlaat hij met regelmaat het huis en komt hij op vrijwel dezelfde uren terug thuis. Dat is buiten zijn uitgaan patroon gerekend. Met enige regelmaat, en dat is vrijwel iedere donderdag, vertrekt hij rond half één ’s middags en komt terug thuis tegen half zeven ’s avonds. Dan neemt hij een douche en gaat steevast tegen een uur of acht ’s avonds de deur weer uit. Dan wacht ik lang op hem, veel te lang.. Ik zou hem ooit eens willen volgen maar ik durf niet. Soms is het middernacht, soms is het vier uur ’s morgens wanneer de lichten weer aangaan. Ik weet niet of hij dan nog besef heeft van tijd en ruimte, hij drinkt een glas wijn of een of andere digestief maar na een sip valt hij meestal al in de zetel in slaap. Mooi zicht is dat, in de zetel liggen met alle kleren en alle lichten aan tot negen uur ’s morgens. Het kan de kat niet schelen, die blijft in het mandje. ‘Maar negen uur is wel een uur om op te staan en om me eten te geven!’ De kat kruipt dan geleidelijk aan over zijn lichaam en geeft hem likjes.   Wanneer Ryan zo uitgaat, komt hij altijd alleen thuis. Alleen de afgelopen maanden is er regelmatig iemand meegekomen die ik nog nooit gezien heb. Samen dronken ze een likeurtje en waarschijnlijk door de drank werd het allemaal nogal handtastelijk. Eén keer bijna pornografisch maar deze film werd onderbroken doordat ze allebei naar de achterkant van het appartement gingen. Het is de enige man die ik gezien heb sinds die andere weg is. Ryan lijkt me iemand die voorzichtig is in het omgaan met anderen. Misschien zoekt hij wel hetzelfde als mij. Iemand.   Hij nodigt niet veel mensen uit. Ik heb er nog nooit bezoekers gezien. Deze zomer is hij drie weken weggeweest, dan was het er allemaal rustig en donker. Vandaag is hij terug en ik ben blij. Sinds hij terug is gekomen, lijken er dingen veranderd te zijn. De kat ligt nu in een boekenrek en hij zit meer achter zijn computer dan dat hij in de zetel voor het tv- scherm ligt. Die man van voor de vakantie komt niet meer langs, ik zie geen lege pizza dozen meer, hij gaat nog wel uit maar valt niet meer in slaap in de sofa. Zou hij een schrijver zijn? Zo iemand die allerlei dingen meegemaakt heeft en die het dan allemaal van zich afschrijft zonder autobiografisch te zijn? Daar hou ik wel van.   Terwijl ik hier zit te mijmeren, zie ik dat hij thuis is. Hij werkt op de computer. Af en toe drinkt hij een slok rode wijn. De kat ligt opgerold in het mandje dat op een boekenrek staat. De televisie staat af en hij heeft enkele kaarsjes aangestoken. Mooi is dat. Zo rustig. Zo eenzaam. Zo alleen. Misschien luistert hij wel naar een bepaald soort schrijfmuziek wanneer hij daar zo zit te schrijven. Misschien is hij wel eenzaam. Misschien is hij triestig om verloren liefdes. Misschien is hij gewoon geconcentreerd aan het werken voor de komende dagen. Voor zijn baas of voor zijn leerlingen wanneer zou blijken dat hij in het onderwijs staat. Hoewel, hij lijkt me meer een schrijver. Hij wordt iedere dag iemand die ik graag zou leren kennen, iemand die ik graag zou willen beminnen, iemand met wie ik op avontuur wil, iemand met wie ik oud wil worden. Iemand die ik wil beschermen. Iemand tegen wie ik wil zeggen dat het allemaal goed komt. Iemand die ik graag in zijn eenzaamheid laat wanneer nodig. Iemand. Gewoon iemand.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 1

Wat weert, deert.

Iedereen draagt geheimen in zich. Van kleine niemendalletjes tot dingen die het licht niet mogen zien. Daartussenin liggen de geheimen die branden, die pijn doen en die schreeuwen om uitgebracht te worden en het licht te zien. Geheimen die gesproken en uitgesproken willen worden maar die dat niet kunnen. Of liever, niet mogen.   Wat niet gezegd kan worden is het pijnlijkst wat iemand zijn hele leven meedraagt. En wordt het uiteindelijk wél gezegd omdat de drang naar bevrijding en verlichting groter is dan een leven lang te leven in een leugen, word je afgestraft. De ander slaat toe. De verwijten, de beschuldigingen wegen zwaarder dan de lichtheid van de verlossing. De afstraffing voor iets wat je nooit gedaan hebt maar je moest het verzwijgen. Toch? Je had moeten zwijgen, je had het me niet moeten zeggen, je had het achter de rug kunnen houden. In het donker. Uit het licht. In stilte. Discreet. Ergens waar ik niet ben, op een ander, niet bij mij.   Met evenveel gemak leggen mensen andere mensen het zwijgen op, zomaar, zonder het ook maar te beseffen. Iedereen heeft wel een reden om een geheim te hebben. Om iets niet te zeggen. Iedereen heeft wel een geheim dat zich wil outen maar dat zich niet mag outen. De vrouw die stiekem een minnaar heeft, de vrouw die alcohol verstopt in alle gleuven van het huis, de man die stiekem rookt, de echtgenoot die anderhalf jaar bedriegt, het kind op een ander, de enorme schuldenberg, de fraude, het ooit geschreven theaterstuk, de moslima die bier drinkt in de donkere hoeken van een homocafé, de huisvrouw die in de namiddag hoer is, de jonge homo die bij zijn vriendje gaat “studeren”, de home made pornofilm die ergens op internet een eigen leven leidt, de schaamte rond een lichaam, fan zijn van Lindsay en Laura Lynn, de onzichtbare ziekte waarmee je kan leven, huilen in de toiletten van de werkvloer, bevriend zijn met een gekend iemand, de lotto gewonnen hebben, de zogezegde overuren en ellenlange vergaderingen, de zwakke gezondheid, de one way love, het dagboek van Anne Frank, de geheime agenda, het louche hotel. Wat niet weet niet deert.   Niets mag ooit geweten worden. En toch moet alles gezegd worden, vroeg of laat. Laat het me zeggen, laat het uitgespuwd worden, daar, op jou, op de grond als in de lucht. En dan zal ik zwijgen, voorgoed.   Want wat weet, deert. En wat deert, heelt.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
45 0

VAN EEN MUG EEN OLIFANT MAKEN

We zetten onze tenten op in Les Saintes Maries- de- la- Mer, in het midden van de Rhone Delta. De Camargues, het land van de witte paarden, de stiertjes, de manades, de flamingo’s en de muggen.  De enige twee vliegen die wij van Barcelonette, tegen hun zin geïmporteerd hebben, verlaten zoemend onze auto en caravan. Volledig gefrustreerd verkennen zij hun nieuwe leefgebied op zoek naar hun eigen identiteit. Zij voelen zich hier helemaal niet thuis. Het is duidelijk onze fout dat zij tegen hun wil naar deze warmere oorden versast werden. Geen moment komt het in hun op, dat zij eigenlijk niets, maar dan ook totaal niets in onze auto en onze caravan te zoeken hadden. Onmiddellijk beginnen ze aan de indoctrinatie van de plaatselijke insectenbevolking. Het is de ultieme kweekbodem om muggen tegen de plaatselijke toerist op te zetten. Deze laatste luisteren ademloos naar de opruiende taal van de twee oproerkraaiers. Terreur, zij willen terreur, bloed willen ze zien, veel bloed! Vooral die twee chocoladebruine globetrotters zullen het moeten ontgelden. De onderontwikkelde muskieten willen wel samen met die twee radicalen een plan ten uitvoer brengen. Zonder dat je ze ziet, zonder dat je ze hoort zullen ze terreur zaaien. Onder het aanroepen van hun ‘muggenallah’ worden zelfmoordcommando’s bij valavond naar de kleine caravan gestuurd. Daar zitten de twee naar citronella en Deet geurende vakantiegangers met een glaasje wijn van de laatste avondzon te genieten. Niets kan de terreurmuggen echter tegenhouden. Ze zijn intussen immuun voor al die rare geurtjes. Het gekke is dat je die mini Camargues- muggentjes inderdaad niet ziet, noch hoort, noch voelt.  Echte Vlaamse muggen hoor je al op afstand in de slaapkamer komen aanzoemen en vervolgens begint de muggenachtervolging. Als je het licht aansteekt, verschuilen zij zich snel achter kasten en tussen spleten.  Eens de jacht gestaakt wordt en je de eerste slaapsnurk geproduceerd hebt, komen zij met een hoge zoemfrequentie opnieuw je nachtrust verstoren. Vervolgens wachten zij tot het moment wanneer jij werkelijk in dromenland bent en storten zich dan op al je niet bedekte lichaamsdelen. De volgende morgen kan je die, met je eigen bloed volgezogen vrouwtjesmuskieten, loom op je behang zien zitten uitrusten. Beng, mep, rode plekken op je maagdelijk witte behang en rode bulten op je lichaam. Maar wel met de voldoening dat je het terrorisme de muggenkop ingedrukt hebt. Dat is wat een echte muggen zouden moeten doen, maar deze imitatie terroristen vallen laf aan, zonder waarschuwing. Ze storten zich, als kamikazepiloten, op het malse toeristenvlees. De muskietenartillerie heeft twee nieuwe doelwitten aangewezen gekregen. Een bloedtankstation voor de voortzetting van de irritante insectenbende en voortplanten zullen ze. Massaal.  Het is een ongelijke strijd, je kan niet met een kanon op een mug schieten. Zelfs de antimuggen- spray en de verdampende antimuggen tabletten kunnen ’s nachts geen terreuraanslag verijdelen. De twee Barcelonette vliegen wrijven in hun pootjes als ze ’s morgens de twee slaapdronken zongebruinde vakantiegangers, volledig onder de beten uit de caravan zien strompelen. De twee vliegenimams zitten achter een struik en lachen in hun vuistje als ze zien hoe de jeuk de twee overvalt. De bulten zitten overal, op de enkels, onder de armen en op de kaken. ’s Morgens is er op je rug en billen een stip naar stiptekening ontstaan.  Gelieve de kleine rode bolletjes te volgen en je zal een tekening van een terreurvlag kunnen zien! Bij manlief hebben ze op zijn hoofd in zijn kleine kale plekje een rood opzwellende graancirkel gestoken. Hoe harder je krabt, hoe meer de muggenbeten groeien. Het lijken net jeukende kerstomaten. Aanstippen met een insectenbeet- pen, inwrijven met zalf voor na de beet of gewoon de bulten keer op keer openkrabben, niets helpt tegen de branderige, stekende jeuk. Er zit niets anders op dan bij de plaatselijke apotheek een nieuw antimuggen- middel te kopen, eentje dat nog wel werkt tegen die Camargues krengen. Wij willen niet muggenziften, maar genoeg is genoeg! De volgende namiddag ontstaat er door de hitte een gigantisch onweer. Uren plenst het water uit de bliksemde en grollende lucht. Terwijl we voor de caravan, op het grondzeil, met onze voeten tot aan onze enkels in het water staan, kan ik maar aan één ding denken: “Ik hoop dat de musquito- terroristen allemaal verzopen zijn!”   Sim,      Les Saintes Maries- de- la- Mer              13 juni 2015  

Sim
31 0

PAISAJE LUNAR (HET MAANLANDSCHAP)

In de toeristische gids over Tenerife staat dat de wandeling naar het Paisaja Lunar, de mooiste wandeling van het eiland is, met kers op de taart een adembenemend natuurverschijnsel een maanlandschap. Wij beseffen na jaren rondreizen en gidsen lezen, dat iedereen de toerist wil lokken met een scheet in een fles en zijn bezienswaardigheden opklopt tot mirakelniveau,maar al sinds 2004 hebben wij toch deze wandeling in ons achterhoofd. De kleine huurautootjes en de weg er naar toe, lieten ons steeds weer afhaken.. Dit jaar echter hebben wij een grotere en wat solidere auto en trekken wij samen met onze stoute schoenen tevens ons wandelbottines aan. Wij rijden eerst naar het hoogste dorp van Tenerife en slaan vol moed de bosweg in.  Een 7 km lange onverharde weg, vol putten en stenen leidt naar de parkeerplaats waar de hoogte wandeling begint.  Manlief stuurt de auto tussen de kuilen, lavastenen en langs afgronden stapvoets tot aan de parking. Met onze wandelstokken duwen wij ons anderhalf uur door het lavagrind langs een pad met afwisselende vergezichten.  Dan komen wij aan een plek waar 5000 jaar geleden de vulkaanuitbarstingen een speciaal mooi fenomeen heeft doen ontstaan.  Mooi, de Canaries mogen er trots op zijn. Terwijl wij met het zicht op de puntige rotsen picknicken, bedenk ik hoeveel mensen ik al naar de maan heb willen schieten. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat deze plek nog veel te mooi is voor alle terroristen, fundamentalisten en moordenaars. Als al onze gevangenissen overvol zitten en men beslist om hen toch richting maan te lanceren, dan stel ik vanaf nu mijn veto. Voor mijn part mogen ze rechtstreeks naar hun eigen beloofde hemel..recht naar hun eigen God. Ik kan me als atheïst moeilijk voorstellen hoe dat dan allemaal in het werk zou gaan, maar als je er in gelooft zal het helemaal niet onaangenaam zijn om ineens naar Allah, Mohammed, God de Vader, Jezus Christus, Jahweh, Boeddha of  Ganesh te gaan. Al eeuwen ontvangen deze “goden” uitgemoorde Moslims, Christenen of vergaste joden. Jaarlijks kloppen er duizenden aan met de vraag om in een betere kaste opnieuw naar de aarde te mogen. Zitten die goden dan ergens in het heelal rond  een ronde tafel, statistieken bij te houden of een soort om ter meeste te spelen ? Wat gebeurt er in de komkommertijd, als er geen grote oorlogen meer uitgevochten worden. Zitten ze zich dan op een wolk te vervelen, als er nu en dan nog maar alleen een verbrande heks, een vergiftigde paus, een paar vermoorde kinderen aankloppen ? Lachen zij  sarcastisch als er een van de laagste kaste verhongerde paria aanklopt met de vraag om als maharadja terug te kunnen ? Ja nu en dan komt er een grote vis, zoals een Bin Laden, maar geef nu toe, zonder het Amerikaanse duwtje in de rug, zat ook deze liever met zijn kont in het woestijnzand in plaats van in het Allah paradijs. Spreken deze goden dan een gezamenlijk strategie af om hun quota wat op te krikken ? Heuh wat zullen we weer eens  doen ? Een aardbeving links of rechts, of wat denken jullie van een vulkaanuitbarsting, of nog leuker een tsunami over een eiland sturen ook goed om wat zieltjes naar boven te krijgen. Een grote epidemie is ook niet slecht, of weten jullie wat, we kunnen de salafisten wat tegen de sjiieten en de soennieten uitspelen. Waar kunnen we nog een oorlogje uitlokken, in  Oekraïne misschien? Wat vinden jullie het plezants, als ze daar beneden denken dat het de natuur is of de mens zelf die elkaar uitroeit ? Wie beslist er dan daarboven, wie naar de hemel en wie naar de hel moet, want geef toe wij krijgen langs de gelovige hoek wel heel tegenstrijdige meningen. Als er bij de Christenen iemand zelfmoord pleegt, dan is dit een grote zonde en mag die niet aan de rijstpap beginnen. Als bij de moslims daarentegen, een zelfmoordterrorist zichzelf en een aantal spijtige slachtoffers opblaast, wordt hij direct als held, met open armen en benen door duizenden maagden in de Allah hemel ontvangen. Je moet het maar begrijpen ! Terwijl ik aan mijn sandwich knabbel en naar het besneeuwde topje van de Teide staar, bedenk ik dat wij onze hemel en hel hier op aarde krijgen en niet in een voor mij fictief hiernamaals. De hemel is als je gezond bent, als je een fantastisch lief hebt, je  kinderen en kleinkinderen zonder te grote problemen door het leven huppelen en als je soms het gevoel hebt dat je lichaam gaat openbarsten van geluk. Dat is de hemel. De hel krijg je, als je als homo of transgender levenslang tegen onverdraagzaamheid moet opboksen. Als je als atheïst of anders gelovige, probleemloos door medemensen als “niet gelovige honden” afgeslacht wordt. Als je partner van je wegglijdt door kanker, dementie of Alzheimer. Als geliefden door een ongeval of een operatie zonder afscheid van je weggerukt worden of als je je eigen kinderen moet overleven. Dat is de hel. Ja, ja  ik hoor jullie al denken, waar blijft nu dat plezante verhaal ? Wel het leuke is, dat wij eindelijk na al die jaren het Paisaje Lunar gezien hebben en na anderhalf uur dalen probleemloos onze geparkeerde auto terugvinden. Wij vervolgens zonder platte banden de hobbelige weg door het lavalandschap overleven. Ik voel me gloeien van geluk en ben  trots op manlief zijn rijkunst. Wat later zitten wij,in het stralende zonnetje, op een terrasje in het hoogste bergdorp van Tenerife, Vilaflor van een lekker koel pintje te genieten. Als we in ons huurhuisje aankomen en ik mijn laptop open, plopt er een prachtige foto van onze kleindochter en een mailtje van onze kleinzoon binnen.  Dat is geluk, dat is de hemel !                  

Sim
119 0

MEE-ETEN

‘Ik heb een pik! Ik heb een pik!’ Mijn moeder zwaait met de rookworst. Ze heeft de ziekte van Pick, fronto-temporale dementie. De geriater zegt ‘piek’, maar mijn moeder zegt ‘pik’, omdat ze heeft gemerkt dat ze daarmee de boel op stelten zet. Ze blijft het net zolang herhalen tot een verzorgster ingrijpt: ‘Ja, mevrouw, nu weten we het wel.’De zes andere vrouwen en de enige man op haar afdeling kijken gelaten toe hoe de verzorgster de worst voorzichtig uit mijn moeders hand bevrijdt en in stukken snijdt. Ik eet mee, dus de stukken zijn vandaag extra klein.Mijn moeder is niet veel ouder dan de verzorgster. Regelmatig denken de andere patiënten dat zij ook een verzorgster is, eentje die er altijd is. Mijn moeder gaat mee in haar rol. Ze rijdt de mensen naar het toilet, raapt hun gevallen tijdschrift van de vloer en prakt de aardappelen fijn. Soms gaat het zo goed dat ook ik denk: wat doet ze hier? Maar daarna zakt ze weer weg.Ze kijkt me aan, vanaf de overkant van de ronde tafel. Haar mond gaat onophoudelijk open en dicht, alsof ze op het punt staat om iets te zeggen en zich steeds weer bedenkt. Ik knik haar bemoedigend toe, maar haar ogen worden troebel van onmacht.‘Gezellig hè, dat uw zoon een hapje mee-eet?’ zegt de verzorgster. Ze kijkt me samenzweerderig aan. Alleen al daarom heb ik een hekel aan haar, maar ik knik toch, voor mijn moeder.‘Heel gezellig,’ zegt een vrouw met een verschrompeld gezicht en handen vol levervlekken. ‘Hij is een schat.’ Iedereen knikt en kijkt me liefdevol aan. God mag weten voor wie ze me aanzien.Mijn moeder zet iedereen weer met beide benen op de grond. ‘Mijn zoon,’ zegt ze plechtig, ‘heeft een heel grote pik.’Alleen wij tweeën moeten daar om lachen.

Grand Foulard
0 1

VERMIST

Het afscheid was onafwendbaar. In oktober van het jaar ervoor waren we nog 10 dagen op reis geweest naar Egypte. De plaats heette Sharm-el-Sheikh, maar ik voelde me armer met elke minuut die er verstreek. Deze reis zou het ultieme bewijs moeten vormen van de onware kronkels in mijn hoofd die al langer een geest in het huis van de liefde bespeurden. Het bewijs bleef uit. De aanklager had gewonnen. Toch zou het nog een maand duren eer ze me de waarheid vertelde. November, koud…een café in het Antwerpse : de eenrichtings-confrontatie…nog kouder. De nieuwe baan had haar meer opgeleverd dan maaltijdcheques, een laptop en een GSM. Hij werd niet vermeld in het bonuspakket. We zaten allen in dezelfde branche : een driehoek in de expeditie-wereld. Dat maakte dat ik hem ook toevallig kende, echter enkel via de telefoon. Joviaal, vriendelijk, behulpzaam…té behulpzaam. Stilaan verdween de driehoek en werd het een rechte lijn tussen twee punten. Het derde punt werd als overbodig erkend. Kerstmis in hel… Alleen in een café op Linkeroever. Zij vierde het elders. Nee, niet bij hem : hij was getrouwd. Vreemd, laat ik nu denken : zij ook. Ze trok naar het kerstfeest bij mijn eerste vrouw. Ha, leuke speling van het lot ! Hoewel…  Was zij ook niet aanwezig bij de bevalling van een nieuw zustertje voor onze twee kinderen ? Ik had vrouwen nummer één en twee afgezet aan het hospitaal om meteen terug te keren naar Wilrijk, waar mijn maat stond te wachten voor een potje snooker. Mooie tijden… Een boze verpleegster stond mij op te wachten in de gang buiten de kamer. Of ik het normaal vond om nu te gaan snookeren ? Sorry, ben slechts huisvriend van beide dames, die een koppel vormen. Verpleegster verlegen… Ik niet ! Nieuwjaar in stilte…Kinderen naar hun respectievelijke vriendin en vriend. Op het allerlaatste moment : uithaal-Chinees…weggooi-Chinees. Weggooi-echtgenoot. Televisie, muziek, lezen, vuurwerk : Oh en Ah ! Slapen : zij in wat ooit ‘onze’ kamer was, ik op mijn inmiddels vaste stek in de logeerkamer. Het begin van een nieuw jaar…het begin van de ultieme nachtmerrie. Op vrijdag bleef de dochter altijd slapen bij haar vriend. Inmiddels 23 jaar…wat knaagt er dan verdomme nog steeds zo ? Op 1 februari kon ze een studio betrekken in hartje Antwerpen. Kwam goed uit : afscheid nemen van ‘mijn’ dochter zou te moeilijk zijn. Goh, plots meteen weer ‘mijn’ dochter ! De zoon woonde samen : ‘missing in action’. Nog een probleem opgelost. Bezoekers winnen : 1-2 ! Vreemd hoe zo’n wedstrijd kan lopen…binnen enkele uren : 0-3 ! Ze wordt omstreeks 13.00 u opgepikt door de té behulpzame man met de bedrijfscamionette. Inmiddels : zowat 1000 cd’s en niet één nummer helpt haar een laatste, onverwachte twist aan het verhaal te geven. Wel tranen…véél tranen. Ze zei : “Van verdriet”. Verdriet…over 18 verloren jaren ? Ik zei : “Van geluk”…(Chicago : ‘If you leave me now’). En de klok zegt ‘tik…tik’. Koffietijd ! “Weet je nog…. ?” (Lionel Richie : ‘Three times a lady’). “Goh ja, da’s waar…was ik vergeten, ha ha !”. De amputatie van haar linker-middelvinger. Jaren later, de microchirurgische ingreep om de wijsvinger van dezelfde hand te redden. Zelfs kanker kon het niet van ons halen ! Onoverwinnelijk : samen oud worden. Haar grapje : “makkelijk voor jou : jij bent al oud !”. 6,5 jaar verschil… De té behulpzame man is jonger dan zij (Dionne Warwick : ‘I’ll never love this way again’). De ganse hall van het grote appartement staat vol…Geen probleem : binnen enkele uren is alles weg…klopt als een bloedend hart. “Zal ik alles al naar beneden…” “Nee, nog te vroeg, anders komen ze weer zeiken van de ‘bond der eigenaars”. Geen bond aanwezig voor mannen in nood ? Sorry, een vrouw is geen eigendom ! Geen koffie meer…tijd voor iets sterkers (Bruce Springsteen : ‘Man’s Job’). “Ik zal nooit meer naar een Springsteen-nummer kunnen luisteren zonder aan jou te denken !”. Nooit duurt precies 5 minuten : een wandeling van de voordeur tot de radio in de verlossende camionette. En de klok  zegt ‘tik…tik’. “Oh ja, mag ik dit ook meenemen ? Oh…en dit ?”. “Tuurlijk, neem maar…” Krijg ik in ruil mijn hart terug ? Of nee, laat maar…heb het toch niet meer nodig. Een fucking ingerichte studio om een té behulpzame man te ontvangen, indien tijd, vrijheid en zin. Afscheid nemen voor dummies : “Is hij beter ?” “Wat bedoel je, ‘beter’ ?” “Beter in bed…” Wil het weten…Wil het niet weten ! Speelt geen rol : antwoord blijft – gelukkig - uit. Die baan was wegens werkzaamheden toch al tijdje afgesloten (Barry Manilow : ‘Even now’). 18 jaar eerder kreeg ik telefoon van een man van het bedrijf waar ze werkte en waar ik werd aanzien als goede klant. “U kent mij niet, maar ik zou U graag uitnodigen op ons eindejaarsfeest. Eten, drinken en…Clouseau ! U kent wel mijn echtgenote…” GSM dicht…GSM open : “Je hebt nooit gezegd dat je getrouwd bent !”. “Jij hebt nooit gezegd dat jij 2 kinderen hebt !”. Hoe ? Verdomd straf… Zou dat interesse betekenen ? Speurwerk in die mate…En vooral : elkaar nog nooit gezien ! Dat was pas in februari 1990 (natuurlijk ben ik niet naar dat feest geweest !). Opnieuw in maart, april, mei…29 juni 1990 trok ze bij me in. Een wandeling door ‘Memory Lane’, blootvoets door losse kiezels : pijn ! “We hebben nog een goed uur te gaan. Zal ik de fles nu openen ?” Zo ben ik : afscheid in tranen en stijl ! Moët & Chandon : fris gekoeld. “Zullen we maar niet toasten ?”. Zo stom, natuurlijk wel. Altijd klaar om mij in scherpte te nemen : “Op 18 gelukkige en onvergetelijke jaren !”. Kan ik mee leven… (Bob Seger : ‘It’s you’). Ha ! Had in mei 1990 op haar bureau een boeket rozen laten bezorgen, met een kaartje : “Alle rozen zijn hopeloze gevallen als je ze mag geven aan de mooiste bloem van allen !”. Zonder naam… Heel het kantoor op zijn kop…echtgenoot op de eerste plaats : Wie, Waar, Wanneer ? Nu, 18 jaar later, zelf gepakt op snelheid, romantiek en… juist ja, dàt weet ik niet natuurlijk ! Zowat 9 jaar jonger dan ikzelf. “Nog een glaasje ?”. En de klok zegt ‘tik…tik’. 18 gelukkige en onvergetelijke jaren…maar zakelijk steeds bij de les. “Wil jij meteen scheiden ? Ik niet !”. Hoop strooit confetti rond in beschadigd brein. “Wat ga je doen met het appartement ? Houden of verkopen ?” Wil er godverdomme iemand die confetti opruimen daarboven ?! Ik heb nu nog steeds alle 17 Valentijnskaarten… Wie doet beter ? Zij heeft er maar 16 gekregen (heb er nog enkele kunnen redden voor de ‘grote opkuis’). De 17e verscheen op woensdag, 14 februari 1996 op de voorpagina van ‘De Morgen’ : “Je kwam terecht in een kant-en-klaar gezin “Het was niet altijd makkelijk “Maar alles kreeg weer zin “We zijn nu 5 jaar later “Nog altijd bij elkaar “En steeds meer van je houden “Dus is de tijd nu daar “om te vragen : “Wil je met me trouwen ?” Tranen van geluk…inleiding tot tranen van verdriet, gemis… Ze is vermist en niet één opsporingsbevel brengt haar terug. Een scheiding en een huwelijk verder…Ze straalt van geluk op haar site. De tijd heeft geen vat op haar. Net als de kanker : overwonnen. Ik word gewoon ouder en had gelijk in verband met dat hart : heb het niet meer nodig gehad sindsdien. Nog één keer geprobeerd : ze werd helaas onderworpen aan het verschrikkelijke, maar onontkoombare vergelijkingspatroon, dat ze nooit kon halen. Het ergste van alles : we wisten het beiden van bij het begin !  “Mag ik het laatste glas ?”, snikkend…alsof het er toch iets toe doet. Een onuitwisbare tijd… Het glas is uiteindelijk ook gesneuveld tijdens de ‘grote opkuis’, schitterend georganiseerd door mijn eerste echtgenote, terwijl ik met een trechter op mijn hoofd door lange gangen liep, niet wetend waarheen. Wat zei U ook alweer, geachte psychiater : iedereen verdient én krijgt die 2e kans… Bent U écht niet moeten terugkomen in september ? If I coulda woulda shoulda, that's what folks always say If I coulda woulda shoulda, and it’s always too late 12.30 u…en de klok zegt ‘tik…tik’. De laatste om het af te leren : ons ’guilty pleasure’ nummer (Guus Meeuwis : ‘Het is een nacht’). Gaat verloren in de voltooid verleden tijd… “Zullen we alles maar stilaan naar beneden brengen?” Wanneer alles beneden in de hall staat, klaar voor de camionette van de té behulpzame man, komt ze nog één keer mee naar boven. Ik krijg, wegens bewezen diensten, nog een laatste knuffel, die eindeloos lijkt te duren…Tranen vermengen tot een plas…een bad…een bloedbad ! “We hebben samen toch maar lekker ‘Mister Kanker’ verslagen”, snik ik, alsof dit irreële wonder een onbreekbare band had moeten vormen. Er wordt beneden aangebeld. Ze laat me los en zegt : “Ik ga dan maar.” Flink zijn… Even flink zijn… Ik had nog recht op 10 minuten liefde, verdomme ! Jammer, die was de té behulpzame man in een onbewaakt moment al komen ophalen enige maanden ervoor. Paste maar nét in zijn camionette ! Ik sluit de deur, ga terug aan tafel zitten en schenk mijn eerste whisky in…de eerste van een onafzienbare rij die nog zullen volgen en waarvan de allerlaatste gouden druppel pas 3 jaar later door mijn keelgat zal glijden. Ik blijf naar de deur staren. Hoewel haar sleutels op tafel liggen, hoop ik de verlossende klik toch te horen. Zelfs nadat beneden op de parking zowat 10 minuten later een camionette mijn hart uit mijn lijf sleurt, blijf ik kijken…blijf ik herhalen : “Ga niet weg. Ik goud van jou”, vanaf het begin in onze beider ogen de overtreffende trap van ‘houden van’. De laatste keer dat ik het tegen haar zelf had gezegd, kreeg ik het ergste antwoord  mogelijk : “Ik weet het” ! De muziek valt stil… En de klok zegt : ‘tik…tik’.

Paul Smeyers
6 0

Jolien & Jenna

De tweeling Jolien & Jenna liep iedere dag school in een witte broek ondanks hun schooluniform dat uit een blauwe rok bestond. Wij zijn een eeneiige tweeling zei Jenna en Jolien is lesbisch dus ik ook. Hun leraar Nederlands-Frans had Jenna's twijfelachtige geaardheid al verschillende keren aangekaart bij de directie maar die opperde een identiteitscrisis van voorbijgaande aard. De voorliefde voor witte broeken achtervolgde de tweeling tot in de turnles op woensdagmorgenden. Daar waar in het schoolreglement toch duidelijk rode broek te lezen staat. Wij zijn verslaafd aan strips had Jolien gelachen en Jenna is kleurenblind dus ik ook. De directeur was door verschillende leerkrachten gebriefd over Jenna's zucht naar Lucky Luke maar die was daar doof voor geweest temeer omdat hij op sommige dagen meende dat Jenna & Jolien twee leergierige meisjes waren en op andere opperde dat strips van Jommeke voornamelijk leerrijker waren omdat daar een professor inzat. Jenna vroeg zich op andere dagen dan die van de directeur af wat er in diens groene broek zat op woensdagmorgenden want ze had gemerkt dat hij geregeld door de leraarskamer liep met een Kuifje-album onder de arm. Jolien had hier ook zo haar bedenkingen bij aangezien haar zus kleurenblind was en bovendien rezen er twijfels omtrent haar eigen geaardheid. In Kuifje zit toch geen professor wierp ze lucide op ofschoon Zonnebloem er wel degelijk een was. Zie jij dan niet dat ik val voor onze directeur op woensdagmorgenden tijdens het turnen? Haar zus schrok hier zo hard van dat ze de bok met beide ogen raakte bij het missen van de plint. Ze zag op slag én voor het eerst in haar leven een gekleurde twinkel in de blik van Jolien toen de directeur uit de leraarskamer voorbij kwam gewandeld met in zijn broek Kuifje in Tibet. Mede door het voorval in de turnzaal maar ook om verschillende andere redenen veranderde de tweeling de woensdag erna van school. Jolien werd er smoorverliefd op de directrice die door de lerares Frans-Nederlands gebriefd werd omtrent haar lesbische twijfels. Haar zus Jenna zit er iedere dag behalve tijdens de turnles op maandagmiddagen in de leraarskamer strips te lezen op zoek naar een professor. Witte broeken dragen ze niet langer. Omwille van een identiteitscrisis van voorbijgaande aard.  

Sascha Beernaert
0 0

huiswaarts

Wat zou ik doen zonder mijn kinderen? Wie zou ik zijn? Waar zou ik wonen? Zou ik twee pakjes Tigra per dag roken? Zou ik de hele dag in wit ondergoed naar tv kijken? Zou ik andere kinderen maken bij een andere vrouw? Zou ze dikke borsten hebben? Zwart haar? Scheve tanden? Nee, natuurlijk niet. Ze zou blond zijn, haar lach zou ministers sprakeloos maken. De premier zou naar haar hand dingen en mij zijn portefeuille aanbieden. Maar ik zou er niet aan denken, ik zou zeggen: loop naar de maan. Want daar zou ze gaan. Zoveel schoonheid zou ik nooit verdiend hebben. Ik zou ze missen, mijn kinderen. Keihard. Tranen met tuiten zou ik huilen. Alles zou ik doen om hen terug te krijgen: vallen op mijn knieën, bidden tot God, smeken tot Fernand Huts. Ik zou zelfs een Facebookpagina aanmaken: IK WIL MIJN KINDEREN TERUG!!! Ik zou al snel vijfhonderd likes hebben. Wie weet zelfs zevenhonderdvijftig. Verbaasd zou ik naar het scherm van mijn chique telefoon kijken. Als ik de tranen ervan zou vegen, zou ik mezelf zien. De reflectie van een vader zoekend naar zijn verleden. Ik heb ze natuurlijk nog, mijn kinderen. Ze huilen, vallen op mijn knieën, hebben scheve tanden. Nee, dat is gelogen. Hun tandjes zijn perfect. Gelukkig maar. Stel je voor dat ze konijnentanden hadden. Wat zou ik dan doen? Wie zou ik zijn? De paashaas? Moehaha. Ondanks alle malaise in Midden-Brabant en omstreken blijft mijn humor de hoogste toppen scheren. Weergaloos en waterdicht: zo zou ik mijn humor omschrijven. Wezenlijk zou het derde kenmerk zijn. Daarna zou ik huiswaarts gaan.

Maarten Verhelst
0 0

Fuck de zwaluwen

Sproete, de kip, en Tiecelijn, de raaf, kuieren door het bos. Ze parlevinken over de zwaluwen, de onderkruipers. In de winter, wanneer er weinig voedsel voorradig is in deze contreien, vluchten ze naar betere oorden. Oorden vol voedsel en maagden. En wanneer het daar te warm wordt onder hun veren, vliegen ze terug naar hier, alwaar de voedselvoorraad en de temperatuur wederom stijgt.   “Elk nobel dier zou een plek moeten uitkiezen, dat het zijne noemen, en er blijven”, aldus Sproete. “Zo had mijn moeder, Roede, hier haar plek en haar moeder, die voor de gemakkelijkheid ook Roede werd genoemd, vertoefde hier ook haar leven lang. Als het wat minder ging, werd er wat harder gekakeld. Maar om dan zomaar betere oorden op te gaan zoeken en daar alle grondstoffen op te gaan souperen. Alsof die grondstoffen daar onbeperkter zouden zijn dan hier. Dat zouden wij niet over ons hart krijgen, al was het maar uit principe. En dan nog het lef hebben om terug te keren naar de plaats die je je rug hebt toegekeerd, wanneer het er weer wat opleeft”, tiert Sproete gezwind.   Tiecelijn knikt zo hard dat zijn bek bijna bleef steken in de grond. Daar hij zich weinig te poot voortbeweegt, is hij het niet gewoon te knikken en dan grond aan zijn kin te voelen. Maar hij kan Sproete toch niet blijven confronteren met zijn gebrek aan vliegkunsten. Op deze manier traint hij bovendien zijn beenspieren. En Sproete had verteld dat hij nog een voorraadje eten over had. Tiecelijn had al een paar dagen niet meer gegeten en deed er dus alles aan om de kip zijn gemoed gunstig te stemmen. Hij vond het wel jammer dat de plannen om Sproete zijn nek om te wringen in zijn hoofd concreter en concreter werden, onontkoombaar bijna. Het was de schuld van de zwaluwen. Zij zouden de kip haar nek zeker omgewrongen hebben vanaf ze wisten waar de voorraad zich bevond. Misschien moest hij eerst de ogen van de kip uitpikken? Dat zou het wellicht gemakkelijker maken om zijn nek om te wringen.   Sproete moest lachen met Tiecelijn die met zijn bek in de grond bleef steken. Het was eigenaardig, de raaf was nog nooit zo vriendelijk tegen haar geweest. Sproete had het nooit gemakkelijk gehad om vrienden te maken. Ze was dik en traag en geduld is een deugd die tegenwoordig niet meer uitgedeeld wordt, zelfs niet meer wordt geapprecieerd. Alles moet snel vooruitgaan en liefst zo snel mogelijk veranderen. Wat vanmorgen nieuw is, daar wordt ‘s avonds al mee gelachen. Maar gelukkig is er Tiecelijn. Die begrijpt immers dat de zwaluwen de oorzaak zijn van alle kwaad. Hopelijk worden ze goede vrienden.   Isegrim, de wolf, zat de kip en de raaf al een tijdje in het oog te houden. Alhoewel hij sympathie had voor hun standpunt omtrent de zwaluwen en hij gisteren nog een spelletje Rummikub had gespeeld met de vrouw van Tiecelijn, kon hij zich stilaan niet meer inhouden. De honger verdreef zijn ratio en maakte zo plaats voor zijn oeroude instinct. Een verre sprong en een harde beet later waren Sproete en Tiecelijn uitgepraat.

Exegeet
0 0

Ode aan de moeder van Simone Inzaghi

Peruzzi lanceert de bal richting Pessotto. Gianluca Pessotto met wat ruimte aan de linkerkant van de eigen speelhelft. Hij rukt op en vindt Di Livio. Angelo Di Livio op links, wordt onder druk gezet door Sagnol. Di Livio vindt toch Zinedine Zidane centraal. Zizou probeert zijn man af te troeven. Maar Djetou komt erin gevlogen als door waanzin gedreven en maait de Franse spelmaker onderuit. Zidane het grassprietje, Djetou de grasmachine. Edgar Davids kijkt vol bewondering toe.   Nikolay Levnikov aarzelt geen seconde, blaast op zijn fluitje en haalt de gele kaart boven. Godenkind Allessandro Del Piero is er als de kippen bij om de vrije trap op te eisen. Hij sprint sneller naar de plek van onheil dan dat hij enkele minuten geleden achter een dieptepass van Antonio Conte aanholde. Conte kijkt hem argwanend aan en fluistert een verwijtend woord. Del Piero couldn’t care less. Voetballers zoals Antonio, die geprezen worden om hun werklust en inzet, komen nog niet tot aan zijn enkels. Echte voetballegendes worden omschreven door andere bijvoeglijke naamwoorden. Allessandro concentreert zich, neemt een lange aanloop en borstelt de bal in de linkse winkelhaak. Barthez beroert het projectiel nog even, maar heeft geen verhaal tegen de snelheid en precisie van de trap. In de seconden voor Del Piero juichend wegloopt naar de cornervlag, knipoogt hij nog snel naar werkpaard Conte.   David Trezeguet heeft al enkele keren mogen centeren vandaag. Teveel eigenlijk. Het zou zwaar, zoniet onmogelijk worden om dit nog recht te zetten. Misschien kon hij beter van ploeg veranderen. Hij geeft de bal aan Ikpeba, die tovert altijd wel iets moois uit zijn sloffen. Ikpeba begint aan een solo. Vele hindernissen op de weg, maar Viktor paradeert er langs alsof het niets is. Tot het mes van Montevideo genadeloos toeslaat. Het is als een confrontatie tussen het goede en het kwade. Het kwade wint. De pitbull zit in een hoekje te gniffelen. Costinha ziet dat en roept naar de arbiter: “Zie daar Edgar zit Viktor uit te lachen!” Levnikov kan er niet mee lachen. Ex-sovjets hebben doorgaans weinig medelijden met klikspanen. Hij toont Costinha plotsklaps de gele kaart en geeft Montero een schouderklopje. “Jongens zoals jij kunnen we in Mother Russia altijd gebruiken”, gromt Levnikov in een taal die geen enkele speler op het veld begrijpt.   De arbiter fluit het eindsignaal. 4-1 voor de Italianen. Geen slechte uitslag, waarschijnlijk voor de derde keer op rij in de finale. Superpippo wordt voor de camera gehaald. Hij is blij. De ploeg heeft een goede prestatie geleverd. Hijzelf heeft evenwel geen bal geraakt. Dat maakt Inzaghi helemaal niets uit. De wedstrijd is gedaan en hij mag naar zijn mama. Want als er één ding is waarvan Pippo meer houdt dan van een beetje wandelen in zijn hof en af en toe een bal tegen de netten pissen, dan is het wel zijn moeder. Hij moest zich al drie uur voor de wedstrijd, melden op de club. Het is dus al vijf uur geleden dat hij zijn moeder nog zag. Maar nu kan hij terug naar huis. Veel beter gaat het niet worden vandaag.

Exegeet
0 0

Bier drinken op café is te duur

Een halve fles sterke de man is ontoereikend. Donderdagavond is de beurs leeg, teveel pinten genuttigd op café. Het is balanceren op een slappe koord. Een fles sterke de man is hoogmoed. De black-out slaat toe voor de cafégang begint. Soms trap je in die val. Het lichaam trekt naar het feest. De geest geborgen in bed, het lichaam treffend de volgende dag met een harde knal.   Maandagavond, café De Reisduif is zo goed als leeg. Opluchting. Vrije krukken aan de toog, niet teveel geroezemoes, geen zweterige lijven en je bestelling snel voor je neus. De Reisduif kan twee kanten op. Flesjes bier zijn er goedkoop en in de hoek staat er een klein rond tafeltje. De uitdaging ligt voor de hand: vul de tafel met lege bierflesjes. De avond vordert, de tafel groeit. De Reisduif heeft dikwijls een zwaar bier van de maand. Snugger als de cafébaas is, koppelt hij er een competitie aan. Per consumptie krijg je een stempel. Bij tien stempels krijg je een grote fles van datzelfde zware bier gratis. Die mag je wel niet in het café opdrinken, zonde.   Duvelavond in de Verlichte Geest valt samen met happy hour in de Kerfstok. De twee kroegen maakten geen afspraken over de waarborg bij Duvelglazen. De geboorte van een perfecte dinsdagavond. Café de Verlichte Geest baarde ook Duvelman. Deze legendarische figuur was te laat om zich in te schrijven voor één of andere zaak waarvoor hij zich graag wou inschrijven. Vijf Duvels ad fundum in een half uur zouden de inschrijving toch nog mogelijk maken. Het was twaalf uur ’s middags. Om half een werd de inschrijving genoteerd.   Bar De Zeven Eiken, woensdagavond, net Gold Strike ontdekt. De gouden snippers in de likeur zouden sneetjes maken in je maag waardoor de alcohol sneller wordt opgenomen. Muziek in de oren. Bestelling aan de toog. Het is cruciaal dat niemand zonder drinken in zijn handen moet staan, de sukkelaar. Iemand verspert de weg en weigert de doorgang. Een vuist zegt dat hij aan de kant moet. De deurwachters accepteren zulk gedrag niet. De donkere buitenlucht omhult een groot silhouet die beweert dat zijn neef een slag heeft gekregen en hij er nu één terug mag geven. Twee ogen en wat tanden. Een onderbouwde argumentatie om zijn redenering te ontwrichten werkt niet. alles wordt zwart.   Donderdag. Een verfrommeld pv in je broekzak. Blijkbaar klacht tegen onbekenden ingediend gisteren. De beurs is leeg. Minder op café gaan, meer sterke drinken.

Exegeet
0 0

COSTA DI FLAMINGHI

Nadat wij nu al een aantal jaren op Tenerife aan de zuidelijk gelegen Costa del Silencio overwinteren, lijkt het voor ons een beetje op een jaarlijks thuiskomen. Het hotel dat al sinds zeven jaar, na een faillissement, nog steeds in de eerste bouwfase staat, lijkt jaarlijks meer en meer op een open, skeletachtige ruïne. De Canaries mikken nog steeds hun sigarettenpeuken in de bloemperken, zodat er tussen de lavakorrels en de zorgeloos bloeiende bougainvillea, de hibiscusstruiken, de yucca’s en de palmbomen al een hele filterasbak ontstaan is. Ja, wat maakt een beetje meer of minder as uit op dit vulkaaneiland… Overal in ons vakantiecomplex hangen er grote viertalige aanplakborden waarop staat, dat op straffe van een flinke geldboete,  men de hond alleen aan de lijn mag uitlaten en de uitwerpselen door de eigenaars moeten opgeruimd worden. Zulke regelgeving wordt door de ‘locals’ finaal genegeerd. Overal zie je onaangelijnde kleine keffermormels, liefst in het midden van het witte betegelde voetpad , vrolijk hun stinkende drollen leggen. De urbanisatie is en blijft nog steeds het loslopende kattenwalhalla.  Ook de Duitse rolstoel invalide woont nog steeds aan de overkant van ons vakantiehuisje. Elk jaar wordt zijn voorhoofd groter, zijn vieze miezerige paardenstaartje langer en ziet zijn huid er meer en meer verschrompeld en grauw uit. Soms krijgt hij bezoek van een andere leegloper en denkt hij plots dat hij een diskjockey is.  Terwijl we zelf op ons terras, in de zon trachten een siësta te houden, vergast hij ons minstens één maal per week op een Woodstock- achtige plaatjesdraaierij. Nu valt de keuze van zijn muziek, die het midden houdt tussen Duitse schlagers en Englebert Humperdink,  nog min of meer mee, maar toch... Naargelang de namiddag vordert en het bier waarschijnlijk alle hersenactiviteit uitveegt, gaat het geluidsniveau stilaan over in festivalmodus. Ik denk dat de afname van zijn gehoor in evenredigheid is met zijn alcoholinname.  Ik veronderstel dat daarentegen zijn reukzin en intuïtie meer ontwikkelen, want blijkbaar ruikt hij mijn toenemende ergernis. Juist als ik vind, dat het genoeg is geweest en bijna als een Vlaamse furie wil opveren, lijkt het alsof  Tom Jones van het festivalpodium afdondert, zich in zijn “Green, green grass of home” verslikt en er volgt opeens een aangename stilte. De Costa del Silencio is het vakantiegebied naast het oorspronkelijke Tenbel (Tenerife-België) complex. De Vlamingen hebben hier vermoedelijk, in het verleden, massaal met zwart geld, witte huisjes en appartementjes, als tweede verblijf aangekocht. In het vakantiecomplex waar vroeger alleen Vlaamse, Engelse en Duitse toeristen overwinterden, wonen nu sinds de crisis meer en meer de Canaries zelf. Overal op de daken staan nu antennes naar TV Canaria en Spanje gericht en zijn wij hier de allochtonen die met vlaaien van schotelantennes TV Vlaanderen binnenhalen. Er is een Belgische bakker, een Vlaamse dokter en een Nederlandstalige tandarts. Verschillende Vlamingen hebben het druilerige België achter zich gelaten en begonnen hier een café of restaurant. In Las Galletas, het vissersdorpje op wandelafstand, staan verschillende menuborden broederlijk naast elkaar. De Engelsman kan hier voor 2.5 Euro zijn gigantisch English breakfast eten waarna hij waarschijnlijk voor de rest van de dag geen ‘porridge’ meer kan zeggen. Iedere  nieuw aangevlogen toerist kan hier, zonder problemen, zijn eigen landsdieet voortzetten. Er worden English Roast, of lambchops with mintsauce aangeprezen.  Het konijn met pruimen, frieten met stoofvlees, witlof met hesp en kaas, trekt de doorsnee ‘dagelijkse kost etende’ Belgische reiziger over de streep. Alles is voor een prikje voorhanden: een China town buffet, Wiener Schnitzel, verse Hollandse stroopwafels, pizza, paella, papas canarias con mojo, tapas, schelpdieren ,of vers gevangen en gegrilde vis, gambas en inktvissoorten.  Een kilometer voorbij Las Galletas heb je de nederzetting El Fraila. In de goedkopere huizen wonen hier alle bevolkingsgroepen die eindigen op ‘alen’ en ‘anen’. Zwarte Afrikanen, Zuid Amerikanen, Illegalen, marginalen en sinds een paar jaar, omdat wij, Vlamingen ons nog meer zouden thuis voelen, Marokkanen. Om ons geen heimwee te laten krijgen, heeft El Fraila sinds een paar weken na het ‘Charlie Hebdo’ drama, nu ook zijn eigen ‘M.terrorist’.  We mogen het kind niet meer bij de naam noemen, want dan worden wij als racistische stoorzenders aangeduid. Wij hebben ze samen mee in bad genomen, hun alle onderwijsmogelijkheden aangereikt, hen mee van onze sociale pot laten snoepen en ze langs alle kanten gepamperd. Het enige dat wij van hen verwachtten, was dat ze zouden integreren. Dat ze een zekere verdraagzaamheid zouden opbrengen voor onze westerse waarden en normen, tolerant zouden zijn voor onze vrije meningsuiting en onze soms bizarre uitdagende vorm van humor. Maar lange Arabische tenen hebben niet veel nodig. Als dan, zoals hier een dolgedraaide godsdienstwaanzinnige “Allah Akbar” roepend een medemens neersteekt, hebben ze nog het lef, om met hun gefrustreerde vinger, ons als schuldige aan te duiden. . De Tenerifse politie, kon de messentrekker na een klopjacht inrekenen en vroeg prompt hun autoriteiten om kogelvrije vesten, uit vrees dat ook hier de terreurboel zou escaleren. Op de wandeldijk van Las Galletas, zitten de meeste overwinteraars en toeristen van hun Barraquito,Sangria, Mojito of pint Duvel te genieten.  Als we op de promenade een tafeltje bemachtigd hebben en van onze ‘jarra’ een halve liter bier voor 1 Euro, zitten te genieten, kunnen we aan het becommentariëren van de stroom wandelaars  beginnen. Het is niet raadzaam deze opmerkingen te luid te verkondigen, want de Vlaamse spionkop luistert mee. Er is duidelijk verschil te bemerken tussen de half naakte zonnende Europese toeristen en de oorspronkelijke inwoners. Voor de Canaries is het nog duidelijk winter. Ze dragen laarzen, lange broeken, dikke truien en hebben meestal nog een anorak over de arm gedrapeerd. We zien ineens de hoofden van de Antwerpenaars van het terrastafeltje naast ons, dezelfde richting uitgaan. Aan het begin van de dijk komt een oudere moslima, met een hoofddoek en djellaba in een hevige grasgroene kleur aangeslenterd. “Zie naa, Marie, tis greun en twaggelt, hahaha ne Marokkaanse Kermit de Kikker!” Achter de seniorenversie,  loopt pa-Mo met een paar koters aan de hand, in een mouwloos T-shirtje van de zon te genieten. Een paar passen achter hem, drentelt ma-Fatima, met dikke buik. Ze is gesjaald en volledig omwikkeld met de overgordijnen,  zodat ze zonder veel problemen de ergste Tenerifse zandstorm zou kunnen trotseren. “Hiersè, Louisa” fezelt de Antwerpenaar: “Een poar vanachter onzenoek, hoe zouwe die hier kome?” “Assevan ’t Kiel of Borgerhout zen, mè tram 24 hé, Eugène, of mè den 12 asse van sintjansplain komennée” Miljaarde godverdoeme, Marie, hier zitte zoekkal” Deze Spaans- Marokkaanse mensen kunnen misschien de allerliefste, vriendelijkste en misschien super tolerante toekomstige buren zijn, maar van enige westerse geboortebeperking of kledingintegratie is er tot op heden nog niet veel te bespeuren. De overwinteraars beseffen maar al te goed dat de ‘grotemensenspeeltuin’, onder de lappen stof, sneller kweekt dan het babyuniversum en het pamperparadijs aankunnen. De Antwerpenaren en Brusselaars weten uit ondervinding, dat eens de theelokalen en de waterpijpcafés zich tussen de Belgische bakker en de Engelse pub in wringen en de lokale tapas bar vervangen wordt door een ‘pita-shoarma take away’ het vijf voor twaalf is. De Costa del Silencio, hun Costa di Flamingi zal binnen de kortste keren veranderen in het Hallal- paradijs. Wij laten de sakkerende Vlamingen achter ons en slenteren door de winkelstraat. In de etalage staat, onder de plakkaat ‘Rabajas’ een paspop met een prachtig, met papegaaien en palmbomen versierd, exotisch, veelkleurig afgeprijsd haltertopje. Het doet aan passionele nachten vol seks denken. Manlief blijft afwachtend voor de ingang van de boetiek rondhangen terwijl ik met een rotvaart het pashokje induik. Terwijl ik het Spaanse ‘taille unique’ bloesje over mijn hoofd wurm, verander ik terstond in een ‘jungle- bookachtige’ salami. Het niemendalletje verhult amper mijn kokosnoten en accentueert overdreven mijn Rubens spekrollen. De twee bandjes camoufleren nauwelijks de twee beginnende kippenfilets, die sinds een paar jaar onderaan mijn bovenarmen heen en weer wiebelen. Zuchtend hang ik het kleine Spaanse maatje terug in het rek. Als ik zonder aankoop buitenstap, schudt manlief vragend: “Nee?” Ik knik instemmend: “Nee de kleur stond me niet!”  Terug thuis zal ik mijn overwinteringgarderobe voor volgend jaar wel wat aanpassen en opnieuw aankopen bij mijn hofleverancier ‘Le Marinier’. Als ik bij ‘De Zeeman’ dan niets op de kop kan tikken, dan weet ik in Antwerpen nog een heleboel winkels waar ze djellaba’s, boerka’s en overgordijnen verkopen.   Sim, Costa del Silencio  29/1/2015  

Sim
166 0

WRAK OP DE SNELWEG

Als ik eerlijk tegenover mezelf ben en, als immer tegen jullie, kan ik niet anders dan het toegeven : de vent kon het gewoonweg niet weten ! Ik vertoon geen enkel teken van het Downsyndroom of zit niet de ganse tijd hardop te vloeken of schelden. Ik trek ook geen gekke bekken naar de mensen of praat niet de ganse tijd hardop tegen mezelf. En eraan toevoegen dat het niet op mijn voorhoofd staat geschreven, lijkt me helemaal overbodig. Ik had natuurlijk, net als de stoere flikken op televisie hun badge, mijn invaliditeitskaart voor zijn ogen kunnen laten flitsen en iets zeggen in de trant van : “Do you feel lucky today, punk ?”. Maar met de volledig verkeerde kaart in mijn hand en – vooral – het ontbreken van een .357 Magnum, had deze reactie tot een enigszins lachwekkende situatie geleid. En de Magnums die worden verkocht in de winkel naast mijn stamkroeg, hadden dit geenszins een ernstigere ‘touch’ gegeven. Dus toen ik mijn laptop opende bij Mady (ja, inderdaad : die Mady !), leek alles mij te verlopen als elke gewone  andere dag. Wachtend op alle shortcuts die mijn laptop rijk is, in beeld zouden verschijnen, keek mijn verder mij volledig onbekende buurman mij aan en zei met een perfect Antwerpse – en tekenen van een beschonken – tongval : “Gij zou al beter bij die andere onnozelaars in het Parlement gaan zitten !”. Kijk, als je, net als ik, reeds in het bezit bent van een kort lontje (steek het mijne aan en mijn ballen zijn al ontploft voor ik ‘Auh’ kan zeggen) en tevens de ongelukkige bezitter bent van de zwaarste vorm van ‘Borderline’, waar dan ook verkrijgbaar, dan weet je het wel. Zo’n even simpele als domme opmerking, die ieder ander weldenkend mens zou laten voor wat hij is, triggert bij mij meteen de hele reutemeteut, bestaande uit duivels en demonen, die normaal op medicinale wijze zoveel mogelijk in staat van rust worden gehouden. Laat ik voor het gemak dit even voorschotelen in beeldspraak, hierbij gebruik makend van wagens. Goed, je rijdt in een comfortabele en van alle slimme snufjes voorziene  Mercedes GLC en wordt op de snelweg, op weg naar alweer een nieuwe bestemming in je leven, onverwacht de weg afgesneden door een camion, waarvan de chauffeur de dichtstbijzijnde afrit duidelijk te laat in het vizier had gekregen. Misschien is een fel geroepen ‘klootzak !’ zijn deel en je vervolgt je weg naar het onbekende. Indien je een Seat Ibiza onder je kont hebt met bouwjaar 2004 en bij één van de hopeloze werken je wagen tot een halt moet brengen, omdat andere chauffeurs bij het woord ritsen enkel denken aan hun broek, word je misschien erg kwaad…en terecht. Een resem bekende en onbekende scheldwoorden en de onmisbare middelvinger achtervolgen de daders, die inmiddels al zowat 3 kilometer verder zijn…tot je met enige doodsverachting dan toch beslist dat het nu jouw beurt is. Wanneer je echter met (of als) een wrak je diezelfde snelweg op gaat, ben jij het niet, maar de andere chauffeurs die vloeken en tieren, woedend worden of – in sommige gevallen (jullie lezen er vast ook wel over in de plaatselijke kranten) – erger. Laten we ons terug begeven naar het café van Mady. Ik ben helaas niet de bezitter van een Mercedes GLC…zelfs niet van een 11 jaar oude Seat Ibiza. Nee, ik ben nu eenmaal dat wrak op de snelweg. En dat maakt, zoals de gebroeders Willy en Jos van ‘Vermaelen Projects’ ongetwijfeld zouden beamen, een wereld van verschil. Ik vervolg dus mijn weg niet vlotjes zoemend verder, zelfs niet met een welgemeende ‘klootzak’ uitend aan het adres van de aanwezige Antwerpenaar. Ik stop ook niet om de vent uit te schelden en hem mijn – nochtans prima onderhouden – middenvinger te tonen. Neen, dit wrak wil bewijzen dat hij, net als iedereen, nog steeds het recht heeft zich te begeven op deze snelweg die ‘leven’ heet. Dus, in plaats van de situatie even in te schatten om dan wijselijk te besluiten dat het raadzaam is de opmerking van “De lallende lul” (interesse, Studio Vandersteen ?) te laten voor de nietigheid die hij voorstelt, wordt mijn motor meteen getriggerd…om vanzelfsprekend meteen in “overdrive” te gaan. “Wat was dat ?” is – toegegeven – een overbodige vraag als je de opmerking meteen van de eerste keer hebt begrepen. En voor de man, mij wat verbaasd aankijkend, nog steeds hopend op een staande ovatie voor zijn geweldige grap (zelfs zijn ongetwijfeld Antwerpse tafelgenoten hadden hem in de steek gelaten, wegens niet één glimlach), sta ik gevaarlijk dicht, zijn comfortzone met de voeten tredend, over hem gebogen, kijk hem recht in de ogen en spreek de volgende historische woorden uit : “Dat moet je eens herhalen. Dat moet je écht nog eens een keer herhalen en deze onnozelaar geeft je een iets minder onnozele klop op je verbazend onnozele bakkes !”, dit vanzelfsprekend in nuchter, maar volledig perfect uitgesproken Antwerps dialect, dat mij nog steeds rijk is. Zijn 2 vrienden bekijken het café, alsof ze zich plots op een onbekende plaats bevinden en hun nieuwe omgeving in zich willen opnemen. En toch lijkt dat vreemd, daar de aangesproken vent het – gelukkig voor hem – niet in zijn hoofd lijkt te halen zijn eerder uitgesproken (on)zin opnieuw uit te braken en zich met een geheel ander onderwerp tot zijn niet-toehoorders keert. Mady serveert gewoon verder (zoals reeds vermeld in een vorig verhaal : ze kent mij) en de andere gesprekken komen terug op gang. Inmiddels geeft mijn ‘Asus’ al zijn geheimen prijs en kan ik aan de slag. Na enkele aanslagen, die het toetsenbord niet heeft verdiend, neemt de motor gas terug en kan dit wrak opnieuw zijn aanwezigheid op de veilige snelweg opeisen.  Eén dag later : zelfde plaats, ongeveer zelfde uur. Ik werk aan de voorbereiding van wat ooit op jullie scherm zal verschijnen als “Onafhankelijkheidsdag 2”. Wie deel 1 heeft gelezen, zal begrijpen dat hierbij elke letter, elk woord dient gewikt en gewogen te worden. Elke zin is een herinnering…elke herinnering meer dan ongewenst. Maar ik weet dat ik het moet doen…voor mezelf en duizenden andere kinderen en pubers, overlevend in dezelfde situatie in dit ‘voorbeeldige’ land. Met andere woorden : ik ben even van de wereld. Tot een vrouw van middelbare leeftijd, 2 tafels verder, mij aankijkt en ik nog nèt het woord “Paljas” hoor vallen. Ze blijft me verwachtingsvol aankijken, zonder natuurlijk te beseffen dat het sleuteltje van het wrak wordt omgedraaid en de inwoners van de slecht onderhouden cellen in mijn hoofd, zich beginnen te roeren. Maar hoe dan ook, het is een vrouw dus, weliswaar zonder zelfs maar een spoor van een glimlach, kijk ik haar aan en vraag : “Wat zei u juist, mevrouw ?”. “Oh sorry, ik wou enkel vragen of u al eens een “Paljas” hebt gedronken”, herhaalt ze (voor de leken onder jullie : een Belgisch bier van hoge gisting). Onmiddellijk springt de motor opnieuw af, de krakers van mijn hoofd begeven zich terug in hun comateuze slaap en ik antwoord met de vriendelijkste glimlach die ik op dat moment tevoorschijn kan toveren : “Nee sorry, nog nooit geprobeerd, mevrouw. Ik hou het bij pils”. Ze glimlacht even terug en keert zich opnieuw naar haar tafelgenoot…haar echtgenoot, neem ik aan. Zal ik het dan misschien toch maar op mijn voorhoofd laten tatoeëren ?

Paul Smeyers
12 1

DUIMZUIG#2 // M. Brouckaert //

Dossiers op tafel, sigaretten ernaast. Nog achtentwintig minuten en hij komt op. Zijn vijf seconden roem. Hij wacht tot zijn naam wordt afgeroepen. Tot plots,  het is weer aan hem. “Dit alles onder het toeziend oog  van gerechtsdeurwaarder Brouckaert.  Ah daar bent u al! Alles goed verlopen, meester Brouckaert?” Hij komt op: een vlotte wuif naar het publiek, handgeschud met de homofiele presentator van dienst en een beamende knik richting camera drie. De resultaten afgevend in een – meestal – gouden enveloppe. Af en toe wordt hem een bijkomstige vraag gesteld. De verplichte mediatraining leerde hem hier steevast kort en bonding – indien mogelijk liefst met ja en nee – op te antwoorden. Hoe sneller hij uit beeld is, hoe beter. Taak volbracht.   Tot op dat moment was hij telkens de enigste die de uitkomst van het spel, show of loterij kende. Die tijdelijk macht deed hem, vlak voor hij op kwam, altijd iets harder aan die laatste sigaret lurken. Het gaf hem een kick. Indien hij het wenste kon hij de resultaten vroegtijdig aan de pers lekken;  de enveloppe terplekke als een zot met zijn aansteker verbranden of de resultaten vervalsen. Enkele keren had hij overwogen zoiets radicaals te doen. Een scene te maken. Het publiek dat per bussen was afgezakt om het ‘gekolder’ live mee te maken, eindelijk eens waar voor hun geld te geven. Ook al lonkte het avontuur verschrikkelijk, het geld en de mogelijks negatieve publiciteit hielden hem tegen. Hij had het rustiger aan kunnen doen, iemand extra in de praktijk in dienst genomen en duurdere whisky kunnen kopen.     Op weg naar huis gaf hij in zijn auto steeds op dezelfde plek aardig wat plankgas. Deed hij zijn stropdas met een ruk uit, smeet die op de passagierszetel naast hem en draaide het raampje open en stak zijn hoofd helemaal door het venstertje uit. Vijf seconden lang deed hij zin ogen dicht en gaf gas bij. Hij voelde de wind langs alles en iedereen voorbij gaan en hoorde niets meer. Hij kickte van dat wakker worden. Het was een kortstondige gloed aan onverzadigbare energie. Wanneer hij de autostrade richting zijn woonst benaderde, was de stropdas allang terug aan.   Het leven ging verder in het dorp waar hij al heel zijn leven woonde en de praktijk van zijn vader had geërfd. Voor de mensen uit het gat was hij als gerechtsdeurwaarder een BA – een bekende Avergemenaar:  de bakker sprak hem de volgende ochtend altijd aan over de show, dat hij hem gezien had en dat hij dat goed deed. De postbode vroeg hem steeds over de werking van het spel. “Beroepsgeheim, Roger.” was keer op keer het antwoord. De slagersvrouw complimenteerde hem met zijn voortreffelijk voorkomen, gaf hem een extra salamietje en een vette knipoog. Hij genoot niet van de aandacht die hij kreeg. Een verplicht nummertje zonder einde. Enkel de attentie van de slagersvrouw kon hij smaken. ‘s Avonds laat, wanneer hij naast zijn eigen vrouw lag, fantaseerde hij over haar. Raakte zichzelf stiekem aan en kwam, dromend over haar slanke benen, stil naast zijn eega klaar. Daarna viel hij in slaap.   © Sam Sterckx aka AllesBehalveHaiku's

AllesBehalveHaiku's
10 0

DUIMZUIG#1 // Ohne Titel //

Ochtend. Iets voor negen. Mandarijnen worden gepeld, koffie geschonken. In het gekookte water ziet de man zijn eigen troebele zelf. Schever en ongezouten. Hij heeft nog geen tijd gehad alles van zich onder de douche af te spoelen. De avondshift kleeft aan alles wat ie vastpakt.  De feiten herhalen zich elke avond, elke ochtend.  Zonder er een woord aan vuil te maken geeft de ploegdienst hem een leven die geen enkele vrouw hem ooit schenken kon: rust en structuur troef. Groot leeft ie niet. Over de jaren heen verzamelde hij wat geld om een klein studiootje te kopen. Een bed, keuken, slaapkamer en balkonnetje.  Meer was niet nodig. Alles in het wit, hij had geen nood aan rood schreeuwerig geschilderde muren of decorelementen die verder geen enkel nut hadden dan vierkante meters op te slokken. Alles moest functioneel en  praktisch zijn.  Werkte je niet meer, dan werd je opgeknapt of vervangen. Had je geen nut, dan kwam je niet binnen. Of toch. Er was een ding dat al deze regels zou doorstaan, dat op een dag door het oog van de naald was gekropen en wel de boel mocht opfleuren. Bestaansrecht had zonder hier verder verantwoording voor af te leggen.   Op een vrije dag had hij zijn fiets genomen en de stad ingetrokken. De benen strekkend op het ritme van zijn mp3-speler die de laatste nieuwe cd van een af andere folkgroep in zijn oren fluisterde. Een genre met hoge vrouwenstemmen die zijn onbestaand seksueel  leven voor even deden vergeten. Hij kwam de stad binnen, het water aan zijn rechterkant en de drukte aan zijn linker. In de verte viel hem een rommelmarkt op. Enkele kraampjes en veel volk. Niet echt zijn combinatie – om dan nog over de rommel te zwijgen – maar de stemmen in zijn hoofd lieten hem verleiden zijn geluk voor een keer wel te beproeven. Fiets aan het slot en de drukte trotserend. “Mensen roepen altijd zo hard op markten.” Had hij bij zichzelf gedacht. Alsof het testosterongehalte hen zo opfokte om over elkander heen te bulken en als brulkikkers zoveel mogelijk volk rond zich heen te scharen. Hij voelde zich onwel worden. Geen uitweg meer vindend in een plek waar hij nooit naartoe had moeten komen. Zweetparels kregen van de huidporiën hardhandig instructies om uit te rukken. Tot plots dat ene ding zijn oogveld binnenschoot. Het lag wat verloren op de hoek van die oude tafel met schragen. Het zoog hem naar zich toe. Zijn hyperventilatie vergeten, stapte hij ernaar toe. Zijn smetvrees vergeten, pakte hij het vast. Draaide het een kwartslag naar onder, naar boven en vroeg de kraamster met valse wimpers en een boezem die nergens thuishoorde: “hoeveel vraag je ervoor?” ‘Een tientje wierp ze hem toe.” De dame met de valse wimpers en de geschminkte tache de beauté had niet verwacht het geld enkele seconden later op haar tafel met schragen terug te vinden.  Onderhandelen was hem vreemd en hij wou zo snel als ie kon met de ruwe parel de berg stront verlaten.   Thuisgekomen blonk hij het op en gaf het zijn eigen vierkantenmeter muur. Als iemand in trance, keek ie er voor de rest van de namiddag naar. De volgende weken verliep alles hetzelfde, buiten een ding: telkens als hij zijn studio verliet, raakte ie het aan. Alsof hij het leek te zeggen: “Niet wanhopen. Ik ben zo terug.” Thuis teruggekomen werd de aanraking een lieve verwelkomingsgroet. De man zonder vrienden, zonder echte vorm van sociaal leven, geraakte langzaamaan meer en meer in de ban van zijn nieuwe vriend. De parel die aan de muur voor zich uit staarde. Het leek zelfs met hem te praten, hem als de beste te verstaan. De buurman vertelde later – in een interview aan de plaatselijke krant –  dat hij van de ene dag op de andere meer gelach en stemmen bij zijn anders zo stille buur vandaan hoorde komen. Op het eerste zicht niets bijzonder, maar de goede man hoorde geen ene keer de deur in en uit het slot gaan. Hij had willen aankloppen, maar vond dat niet gepast. “Een mens hoort zich niet met iemands zaken te moeien.” stond als quote naast het artikel.   © Sam Sterckx aka AllesBehalveHaiku's  

AllesBehalveHaiku's
0 0

MEEDOGENLOZER DAN NERO, CALIGULA EN DE BORGIA'S SAMEN!

Het is niet omdat wij twee maanden de Belgische winter ontvluchten, dat wij dan ook automatisch afgesneden worden van alle Vlaamse berichtgeving. Zoals elke allochtoon, die zijn geluk of zijn weersvoorspellingen in een vreemd land gaat zoeken, zijn wij afhankelijk van de gigantische satelliet- antennes die overal in het gastland op de daken prijken. Rond het nieuws van zeven op Eén of op VTM, laten wij ons, net zoals thuis, in de sofa vallen en brengen wij de rest van de avond televisiekijkend door. Misschien is het echter beter om niet te veel informatie en allerlei doemscenario’s doorgestraald te krijgen. Beter is het om onbekommerd te genieten van het, in onze ogen, gevaarloze vakantiewereldje. Soms echter word je, of je het wilt of niet, met je bruine neus op de actuele feiten gedrukt. Ook hier in Zuid Tenerife lopen er inmiddels enkele ‘islamitische’ angstkwekers, messentrekkend rond. Dus echt ontsnappen aan alle heisa doe je niet echt. Wij hebben ook onze laptop meegenomen en lezen dagelijks De Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuw in beknopte vorm. Via internet houden wij, moderne globetrotter- grootouders, contact met onze kinderen, kleinkinderen en vrienden. Op Facebook volgen wij foto per foto het verjaardagsfeestje van onze achtjarige kleinzoon en het rond dribbelen van onze anderhalf- jarige baby kleindochter. We bekijken foto’s van ons schoondochtertje met haar armen rond haar twee grootste schatten en een afbeelding van onze kaalhoofdige zoon met een zwarte ‘terreurbaard’. Dit baart (mooie woordspeling hé?) ons wel wat zorgen. Terwijl hij ons verklaart dat dit zijn winterpels is, vragen wij ons in stilte af, of zijn Facebook- achterban zich nu ondertussen al niet afvraagt of de indoctrinatie al tot aan de grenzen van Brasschaat en Maria-ter-Heide doorgedrongen is. Wij moeten ons echt geen zorgen maken, want zoonlief loopt thuis niet in een djelaba rond en heeft zijn zoon en dochter niet Mohammed en Fatima genoemd. Bovendien is zoonlief totaal niet gevoelig voor eender welk gelovige gedachtegoed ook. Maar die baardgroei vinden wij een griezelig winterfenomeen.   Stel je voor dat de doorsnee geradicaliseerde en terreur bereidwillige islamiet bij het zien van deze weelderige begroeide Facebook- foto bedenkingen krijgt en onmiddellijk denkt aan verhuizen! Waar er één is, willen er meestal meer zijn…Wij geloven echter niet dat deze bevolkingsgroep staat te springen om zijn tenten op te slaan in een gehucht met een zo’n christelijke naam, maar je weet maar nooit. Zo zie je maar dat je onvermijdelijk toch – al was dan met het zien van een foto met zo’n baard - met de ‘wereldterreur’ bezig bent. Interessanter is het feit dat er zich hier, rond de Canarische Eilanden, door de onderzeese vulkanische activiteit enkele nieuwe eilanden aan het vormen zijn. Spanje claimt deze nieuwe grondoppervlaktes al, nog voor ze boven water gekomen zijn. Ik heb echter een fantastisch Europees idee. Ik geef het toe, het is wel een beetje afgekeken van de Engelsen die vroeger alle criminelen naar het nieuw ontdekte eiland Australië afvoerden, maar volgens mij is het grandioos en probleemloos en praktisch uitvoerbaar. Eens de nieuwe eilanden hier boven water komen, reserveren wij het eiland dat het verst in de Atlantische oceaan opduikt. Het moet het meest van de westerse beschaving verwijderd zijn. Hier droppen wij per helikopter, alle terugkomende Syrië- strijders, mogelijke terreurverdachten en gevangen genomen aanslagcriminelen. Ik vermoed, dat er op een nieuw ontstaan eiland nog niet veel groeit en leeft, dus gaan we deze lieverdjes bevoorraden. Ik stel voor dat wij daar containers gevuld met alcohol stationeren. Neen, geen water en geen thee..’t moet plezant blijven hé.  Om hen ook iets te eten te geven, laten wij er een beer (mannelijk varken) en wat zeugen met biggetjes los. Die kunnen dan voor de etensvoortplanting zorgen. Zie hier min of meer het scenario van de recent uitgebrachte sciencefiction film “The Hunger Games” naar een boek van Suzanne Collins. Voor diegenen die de film niet kennen: Voor de minste vorm van overleving moet tot de dood gevochten worden. Voor wat ’binnen- eilandvertier’ laten we ook nog wat vlijmscherpe zwaarden achter, zodat ze hun hobby nog wat verder kunnen perfectioneren! Voor eventueel namiddag vertier en mogelijke randanimatie,  krijgen zij van ons ook nog een doos met lucifers en wat petroleum. Voor de paar aangevoerde, vroeger meevechtende terreur- moslima’s , moeten ze dan maar eens op de vuist gaan. Niet dat vechten zo in hun aard ligt, maar voor wat hoort wat. Wie wint kan deze dames een cursus ‘seksslavin’ aanbieden. Als dit beroep hen niet zo direct ligt, zal hun mede- crapuul wel een spelletje stenigen uitvinden. Lavastenen genoeg op deze eilanden. Voor het kermisspel “holibi’s van de flatgebouwen gooien” zullen ze een alternatief moeten uitvinden, noch homo’s, noch wolkenkrabbers zijn aanwezig op het vernieuwde sharia- eiland. Wat zeggen jullie, dat wat ik voorstel barbaars en wreed is? Ja ik ben zonder enige twijfel meedogenlozer dan de tirannen Nero, Caligula en de gifmengende familie de Borgia’s samen.  Ik verkracht echter geen vrouwen en stenig ze niet. Ik moord geen kinderen uit en sleep geen lijken achter mijn auto aan. Ik gooi geen homo’s van hoge flatgebouwen, ik hak van niemand het hoofd af en steek geen medemens in brand. Ik reik ze zelfs een tropisch eiland, eten, drinken en plezier aan… Met een beetje geloof in Allah en Mohammed moeten ze daar toch nog iets van hun leven kunnen maken niet?   Sim,    Costa del Silencio 8 februari 2015

Sim
31 0

Raadsels

    Gisteren, het was al laat toen de telefoon rinkelde, een onbekende man deelde mee dat mijn tante Geertrui heen gegaan was. Tante Geertrui, ik dwaalde een rondje door mijn hoofd, groef in de diepe krochten van mijn geheugen. Veel contact had ik niet meer gehad met mijn familie nadat ik het beklemmende dorp verlaten had. Mijn jeugd, ik kijk niet graag om, vrienden zijn mijn nieuwe familie geworden.   Mijn hand beeft als ik het slot omdraai en de voordeur open. Het briefje met de woorden, de inhoud van de koelkast is voor jou, in mijn andere hand. Was dit een flauwe grap? Wat beschimmelde kaas en zure melk, is dat wat mijn onbekende tante me na laat? De koelkast staat in de woonkamer. Een deur met een hangslotje erop, geen sleuteltje wel een briefje op de deur geplakt. Zoek de sleutel op de plek waarom je vader vertrok en besloot geen voordeur meer te willen hebben. Raadsels, maar deze weet ik meteen. Een stoffige fles Wodka op de salontafel staat dramatisch in een streep licht van de zon die door de nog open voordeur naar binnen schijnt. Een grote stap en ik heb de fles vast, leeg, geen sleuteltje te zien. Een ingehouden zucht ontsnapt tussen mijn gespannen lippen. Een vettige kring blijft op het tafeltje achter, daar ligt een klein zilverkleurig sleuteltje in het midden van de cirkel. Hebbes, snel, draai ik het slotje open ik schrik van het lawaai als de ketting op de grond valt.   Boeken? De koelkast ligt vol met boeken. Ik pak de bovenste die net onder het vriesvak ligt en sla het op een willekeurige pagina open. Een mooi handschrift in donkerblauwe inkt, mijn hart staat even stil. Ik laat me op de grond zakken en begin gulzig te lezen. 22 Februari 1943, ik moet hem achterlaten......tranen rollen over mijn wangen.     (C) tekst en beeld Hanneke van de Kerkhof

Miss Blue Sky.
3 0

IK SCHARRELDE HAAR OP

Ik heb haar opgescharreld op de parking van een snelwegrestaurant. Zij was bang, ik overtuigend. Ik pakte haar hand en nam haar vastberaden mee.   Ze beklimt de drie treden van mijn ijzeren reuzin en kruipt weg in de warmte van de passagierszetel. Ik neem plaats achter het stuur en zoek het vertrouwde donker van het asfalt opnieuw op. De Franse chansons op de radio  vullen de ongemakkelijke stilte tussen ons.  Nieuwsgierigheid onttrekt mijn blik aan de weg. Hij dwaalt over haar voetjes – maatje 30 schat ik – gehuld in velcro sportschoenen die ooit eens fel roze moeten zijn geweest. Haar nauwsluitende jeans zit vol vuile plekken.   Ik vraag of ze het koud heeft maar ik krijg geen reactie. ‘Froid?’ probeer ik. Ze staart voor zich uit.   Ik zet de verwarming een graadje hoger. De fluo oranje eentonigheid van haar mouwloze vest wordt doorbroken door twee brede zwarte linten die vooraan samen komen in een grote gesp. Onder verschillende lagen gerafelde truien, schreeuwt haar tengere lijf me iets vertrouwds toe.   ‘Waarom ben je alleen?’ vraag ik. Geen antwoord. ‘You alone?’ Mijn ooghoek vangt een vage hoofdknik op. Haar zoute geur penetreert de cabine. ‘Where are your parents?’ Haar gitzwarte lange lokken wiegen heen en weer. ‘Mother? Father?’ informeer ik. Ze smoort haar eerste snik in de kiem.   Het langdradige asfalt van de E40 slokt mijn gedachten op en zuigt het laatste restje energie uit mijn vrouwelijke passagier. Ze knikkebolt.   Ik wijs naar achter en zeg  ‘bed, sleep.’ Ze opent haar mond maar het blijft stil. In de milliseconde waarin onze blikken elkaar kruisen, verdwaal ik in haar diepe bruine ogen.   Ze klimt achter me op mijn bed, doet haar velcro’s uit  en trekt het deken over haar hoofd. Ik voel haar dankbare fluistering in mijn nek.   Ik fixeer mijn blik op de 88 kilometers die mij resten tot thuis. De radio kraakt chansons die de verbinding met hun roots verliezen. Ik zoek de mijne onder de draaiknop en mijn vingers vinden pas rust bij de Lage Landen van de vertrouwde zender.   Ik kijk over mijn rechterschouder en haar blote voeten vol blaren staren me aan. Hoeveel kilometers vocht houden zij vast? Waar is de moeder die deze pijn verzachten kan?     Voor de tiende keer vandaag brengt de radio me de hoogtepunten. 1,1 miljoen leerlingen zijn aan een nieuw schooljaar begonnen, het schapengekibbel tussen Bart en de Moslims kabbelt verder en de vluchtelingenstroom stokt aan het station van Boedapest. Voor sommigen dan toch.   Wat moeten wij Belgen met die stroom? Stromen stromen waarheen ze willen.  Ze vertragen bij wegversperringen om er massaal overheen te stromen. Ze monden uit in laadruimtes en eindigen in eentonigheid,  in een asielcentrum, waar ze opdrogen tot alweer een verkwiste generatie.     Achter mij stijgt een zacht snurkend geluid op en ik zucht. Waar moet ik met haar heen? Bestaat er voor dit gewonde piepkuiken een natuurhulpcentrum? Eentje dat werkt? Eentje zonder wachtrij? Eentje met een bed en echte warmte? Eentje met een zorgend hart?      Haar zweetgeur, wekenlang gerijpt, doet mijn hoofd duizelen. Ik draai mijn raampje open en vang nog net de laatste glimp van het blauwe bord waarop ring staat.  Of neem ik centrum? Zet ik haar gewoon af, als een lading zonder bestelbon? De laatste weerman van vandaag voorspelt regen.   Mijn ijzeren reuzin schudt het donker van zich af als ik haar huiswaarts duw langs de verlichte cirkel van onze hoofdstad.  Naar een vertrouwd huis, waar niemand op me wacht. Een warm huis vol ongedefinieerde tijd die schreeuwt om nuttigheid. Ik loer over mijn schouder en haar kleine tenen reiken naar mijn hulp.

Ellen Bastiaensens
30 0