Zoeken

snippers vliegen ademloos

Aangestrand aan zee had ik nog geen enkele idee hoe die dag mij zo zou verrassen in het hier en nu, plots uit het niets aan het wateroppervlak... Ik trappelde aan en zag twee gebouwde piramides met ietsje verderop twee zandkuilen om lekker in te zitten... Daar ging ik dan ook in zitten met zicht op de zee, zon en piramides... Na wat schrijven was het tijd om los te laten... Snippers verscheurde gerecycleerde papiertjes kleurden blauwe inktvlekken opgenomen door de kracht van het water... tijd om nog iets los te laten... en de wind blies ze als confetti de golven in... Verder lezend in mijn dagboek keek ik starend voor mij uit... Plots zag ik iets dichtbij boven water komen... Het was zwart, bruin en rond... Dat kan toch geen zwemmende mens zijn, dacht ik... nu nog? Ik leunde voorover en plots sprongen mijn ogen er bijna uit... Is dit echt... is dit een zeehond... ik sprong uit mijn zitkuil en rende naar de zee... "Waauw, het is een zeehond"... "ongeloofelijk"... "fototoestel"... Ik rende, strompelde omhoog nam mijn fototoestel en rolde bijna van haast over mijn voeten terug... "Zo verwonderd was ik nog nooit geweest... Nu, hier, op dit moment in oog staan met een zwemmende zeehond... Ik zag hem dichterbij, zijn snorharen, zijn grote bruine sproeten op zijn zwarte glimmende kop... Dit was een moment om altijd te koesteren... Meermaals toonde hij zijn snoet en ging onder... We keken elkaar in de blik en raakten elkaars ziel... we waren verbonden... Eventjes dacht ik om in het water naar hem toe te zwemmen... Was hij uitgeput? Wat bracht hem op dit moment tot mij? Zal ik hem helpen? Ik liep stroomwaarts mee waar de golven hem brachten... Wat wou ik dat hij even aan land kwam zodat ik hem kon knuffelen... Wat een wonder openbaart zich hier... Ik begon luidop te chanten als een oude indiaan sjamaan en zong dat hij veilig terug zijn weg naar huis mocht vinden... Zo alleen van zijn pad afgeraakt in die wijde grootse zee... Tranen van emoties kwamen even aan de oppervlakte door dit pure, prachtige natuurlijke wezen die zomaar uit het niets zijn weg tot bij mij had gevonden... Misschien even twee eenzame zielen even de weg aan het zoeken... Bij het voelen was dit een mooie oefening in het los laten, waar ik daarvoor mee versnipperd was... Ik volgde nog even de zeehond en toen keerde ik zingend naar mijn zitput... Ik wenste zeehond een veilige reis, keek nog even diep in zijn ogen en zong een lied voor hem... Ik keek nog even achterom en liet zeehond los... Goede reis zeehond en kom veilig thuis, kom veilig thuis...

Tom Tanghe
0 0

Ver

Lourmarin: het bleef een lieflijk gezicht. Ik parkeerde dicht bij het kasteel en begaf mij eerst naar café Gaby. Het terras nodigde mij aanlokkelijk uit. Veel plaats was er niet meer. Het kleine dorp trok vele toeristen aan en er waren maar een beperkt aantal zitplaatsen te begeven. Ik behoorde tot de happy few en was niet van plan het eerstvolgende uur mijn zuurverdiende zitje af te staan. Het was altijd amusant het komen en gaan van de wandelaars te bekijken. Meestal was het ook grappig, zoals met die sjieke Amerikaanse dame die geen weg wist met haar dure huur-Mercedes-Benz (ik dacht aan het gelijknamige liedje van Chuck Berry). Mevrouwtje was blijkbaar gewend te parkeren zoals in haar thuishaven met zijn oversized parkings bestemd voor oversized limousines en dat lukte hier natuurlijk niet in dit piepkleine dorpje. Ik bestelde aan de garçon, die er eerder uitzag als een overjaarse gigolo, een frisse pint en une tarte aux poireau. Het heerlijk blonde gerstenat deed deugd, nadat ik de zon zolang gekoesterd had, en was op een wip opgedronken. Toen kwam het eenvoudige, maar lekkere preitaartje en dus vroeg ik ook maar een begeleidend glaasje witte wijn. Ik kreeg het terstond. Het was boordevol, zodat ik er eerst een slokje uit moest puren zonder het vast te nemen. Zonde om er maar een ietsje van te verspillen, dacht ik. Na mijn kleine lunch en een volgende blanc de blanc, strekte ik weer de benen om een bezoekje te brengen aan een mooie geschenkenwinkel. Het was nog steeds dezelfde oudere, deftige Franse dame die haar boetiek uitbaatte. Ik snuisterde wat rond, toen een grote, slanke jongedame met kort zwart haar, gekleed in een lange zwarte zomerjurk, kwam binnengestapt. De dames kenden elkaar en spraken over koetjes en kalfjes. Wel viel mij op dat de mademoiselle een opvallend, buitenlands accent had, dat ik niet direct kon thuiswijzen. Ze verdween opnieuw en een opgetutte en platinablonde Amerikaanse kwam binnen, vroeg wat uitleg omtrent een zilveren theeservies en verdween weer. Ik naderde de kassa en zei tegen de bazin dat ik hier vorig jaar nog geweest was en een fotokader had gekocht. We hadden toen nog een levendig gesprek gevoerd. “Ik dacht, toen u binnenkwam, dat ik u al eens ontmoet had,” zei ze. Ze verwees naar de vorige bezoekster: “Het krioelt hier van de Amerikanen,” merkte ze op, “en ze drijven de prijs van het onroerend goed naar onwerkelijke hoogtes.” Dat had ik inderdaad gemerkt als je in de vitrines keek van de vastgoedmakelaars. Een miljoen euro’s waren niet moeilijk kwijt te geraken. Ik nam afscheid van de vriendelijke dame en begaf mij naar de kunstgalerij die er tegenover gelegen was. Ik staarde onmiddellijk in de donkerbruine kijkers van la jeune femme en noir. Zij was het dus die de galerij uitbaatte. Twee kunstenaars stelden tentoon: een beeldhouwer en een schilder. Le sculpteur maakte enig mooie, menselijke figuren in brons. Ware het niet dat ze zeer prijzig waren, dan had ik graag zo eentje een plaatsje in mijn living willen bezorgen. Le peinteur was Daniel Brousse en zijn werken waren echte parels van de aquarelkunst. Dat heeft natuurlijk zijn prijs. De originelen waren voor mijn beurs onbetaalbaar, maar je kon er ook reproducties, met beperkte oplage, van kopen. En vermits ik nog een open plek op mijn livingmuur op te vullen had, was ik vlug bereid een relatief kleine som neer te tellen. De mooie dame pakte het ‘zicht over Lourmarin’ mooi in, en ze vroeg me waar ik vandaan kwam. “België,” antwoordde ik. “Dat was één van de mogelijkheden waar ik rekening mee hield,” lachte ze me gul toe. Er ontstond een klein brandje binnen in mezelf en ik dacht: pour un flirt avec toi, je ferais n’importe quoi, pour un flirt avec toi. Zij was, je gelooft het of niet, van Alaska. Na een vakantie in de Provence had ze besloten zich hier te vestigen en een galerie d’art te openen. Van het noordelijke Alaska (véél noordelijker kan bijna niet) naar dit zuiderse land moest toch een hele stap betekend hebben. “Maar daar heb ik totaal geen moeite mee gehad,” lachte ze breed uit.Met zo’n smile kom je natuurlijk ver. En ze kwam van ver.Ik was tijdens deze vakantie vele Amerikanen tegen gekomen. Zij was veruit de aantrekkelijkste. By far.

Marc M. Aerts
0 0

Vertrokken en vertrekken

Mijn auto betrad voorzichtig de kiezels van de oprijlaan, en we naderden Château La Canorgue. Ik parkeerde links onder de oude platanen en merkte op dat ik niet alleen was. Er stonden nog twee auto’s, één met Zwitserse en één met Franse nummerplaat. Ik ging de poort binnen en stond op een kleine binnenplaats. Rechts was er een deur die toegang verschafte tot la chambre de dégustation. Ik duwde het houten ding open en betrad het heiligdom. Dadelijk kwam ik oog in oog te staan met een jong Amerikaans koppel. Zij waren het met die huurauto met Frans kentekenbewijs. Het andere, wat oudere paar moest dan wel uit Zwitserland komen. Een mooie, voorname Franse dame trachtte de Amerikaanse jeugd op weg te helpen. De vrouwelijke kant van the American couple was de polyglotte, want zij deed al het vertaalwerk. Het waren hooguit mid-twintigers en ze zagen er uit als zijnde van (be-)goede huize. Hij vroeg telkens aan de kasteelvrouwe een bepaalde wijn te mogen proeven. De gastvrouw gaf tekst en uitleg in het Frans en de Amerikaanse vertaalde het voor haar boyfriend. Neen, getrouwd waren ze vast niet. Ik had de indruk dat hij het ganse wijnarsenaal wilde leegdrinken om daarna – zonder iets te kopen – goed beschonken verder te reizen met zijn vriendinnetje/tolk als chauffeur natuurlijk. Vrouwen kunnen nu eenmaal multitasken. Bij de pientere gastvrouw begon het te dagen en ze wendde zich tot mij. Ik vroeg de Viognier - mijn ontdekking van de avond ervoor - te mogen proeven. Geen probleem uiteraard. Hij was exquis. Tevens zag ik dat ze ook hun Chardonnay en hun rode wijn aanboden, dus vroeg ik ook die andere witte eens te mogen degusteren. Ook deze was voortreffelijk en had hetzelfde prijskaartje. Ik vertelde de châtelaine dat ik haar superbe wijn in een naburig hotelletje had gedronken en dit leek haar wel te bevallen. Ondertussen keek ik even rond in het wat wanordelijke maar gezellige kamertje. Ook de Zwitsers waren met hun proeverij gestart. Ze zagen er niet direct erg happy uit, maar ja die Zwitsers zijn meestal ook zo gereserveerd en ook niet echt vriendelijk te noemen. Anders was het gesteld met de Engelsman die kwam binnenwaaien. Hij hoefde helemaal niet te proeven. Hij wilde enkel zijn voorraad aanvullen. “Ik kom hier meermaals per jaar sinds ik mij hier in de buurt een mas heb gekocht. Hun wijn is uitstekend” verduidelijkte hij aan the American rookie en gaf hem een knipoogje. L’Americano bleef maar uitleg vragen en evenveel drinken. Ik wist genoeg en bestelde vier kartons Viognier. In een wip had de kasteelvrouw mijn bestelling klaar en ze deed er comme cadeau een fles Chardonnay bovenop. Een vrouw die haar wereld kent, dacht ik bij mezelf. Ik betaalde en laadde het bacchusvocht in mijn auto. De koffer, die ik vergroot had door de achterbank weg te kantelen, zat goed vol: een gedemonteerde mountainbike, een bijpassende valhelm, een voetpomp, een schilderij uit een galerie in Gordes, een pas gekochte windgong uit Maussanne, nog wat snuisterijen en dan de Viognier. De vlotte Engelsman kocht zes kartons rode wijn en weer was hij naar zijn Provençaalse woonstee vertrokken. De Zwitsers verlieten het kasteel. De man droeg een karton. Ze stapten in hun auto en vertrokken. Nog voor ik alles had ingeladen was het jonge koppeltje ook buitengekomen. “Het kost te veel om de wijn in Amerika te krijgen” zei het broekventje verontschuldigend tegen de vriendelijke kasteelvrouw. Ze trachtte geen spier te vertrekken.   Ik belandde, via een smalle zandweg, aan de achterzijde van het landgoed waar een vriendelijke man me begroette. Hij leek me wel de kasteelheer, weliswaar niet gekleed in fluweel en brokaat maar in een eenvoudige overall. Enkel op die manier kan je deze delicate wijn maken. Nog een nacht verbleef ik in deze heerlijke landstreek om dan naar huis te vertrekken.

Marc M. Aerts
0 0

Twee Amerikanen in Bonnieux

Mei 2000. Ik stuurde mijn autootje naar Bonnieux, een bergdorpje in de Provence dat geroemd wordt als één van de mooiste in Frankrijk. Het jaar voordien was het slechts een tijdelijke stopplaats geweest en nu wilde ik de kennismaking eens overdoen. Het stratenplan stond nog in mijn geheugen gegrift dus moest het de vorige keer toch indruk gemaakt hebben. Ik had nog enkele ansichtkaartjes van mijn vorig vakantieadres in een postbus te stoppen en toen ik deze had gevonden lachte een terrasje me toe. “Cela fait trois euros cinquante” zei het dienstertje tegen het Amerikaanse koppel tegenover me. De man betaalde met een briefje van twintig. “Hoeveel was het?” vroeg de vrouw aan haar echtgenoot. Hij zei niks en haalde zijn schouders op. “The waitress said it was three euros and fifty. Trois euros cinquante” vertrouwde ik, enigszins stout, de Amerikaanse toe. “Oh, thank you,” zei ze vriendelijk maar wat verbouwereerd. Ik bleef vrijpostig: ”That’s the advantage of being Belgian, we speak any language”. Ik geef toe, ik overdreef een beetje, maar ja ik was ver van thuis en niemand, buiten het Amerikaanse koppel, hoorde mij dat zeggen. “Is that so?” vroeg ze zich wel degelijk af.Ik kon er niet aan weerstaan om ééntalige Amerikanen eventjes te wijzen op onze polyglotte opvoeding in het kleine België. “Have you ever been to America?” had ze graag geweten. Ik knikte. “Wij wonen in Washington,” zei ze, “it’s a beautiful city”. Dat wilde ik graag geloven. “Nu gaan we naar Ménerbes waar deze schrijver heeft gewoond” en ze wees naar het boek op tafel ‘A year in Provence’. “Is Peter Mayle dan verhuisd?” vroeg ik. “Jaja,” zei ze.“Waarschijnlijk kreeg hij teveel bezoek van uw landgenoten” repliceerde ik op een alweer stoute manier. Maar mijn boude uitspraak viel in goede aarde en het koppel kon erom lachen alhoewel ik ze ervan verdacht mij in hun hoofd als brutale vlegel te verwensen. Wijselijk verborg ik mijn verlegenheid dat ook ik, zoals zovele Amerikanen, Engelsen, Hollanders en ga zo maar door, deze streek pas echt had leren kennen door de boeken van deze gewezen Engelse reclameman. Maand na maand beschreef hij in zijn befaamde roman de lotgevallen van hem en zijn vrouw tijdens de eeuwigdurende opknapbeurt van hun lieflijke Provençaalse woonstee. Tijdens het lezen van het boek kreeg je algauw zin om je wagen, de trein of een vliegtuig te nemen hier naartoe. Ik toch. “Enjoy your stay here,” zei haar echtgenoot en rechtte zijn rug. De dame uit Washington stond ook op en knikte instemmend. Ik bedankte ze en wenste hen hetzelfde toe. Ze begonnen aan hun volgende kleine trip. Dat hadden ze dan van de Europeanen geleerd. Zij maakten niet dezelfde fout als de meeste van hun landgenoten met hun: ‘if it’s Tuesday, this must be Belgium; if it’s Thursday this must be Rome …’

Marc M. Aerts
0 0

Gewoon

Tien paar fel opgemaakte kijkers keuren me van kop tot teen. Op hoge stelten, met de borsten vooruit in J.Lo korte jurkjes eisen zij het beoordelingsrecht op. Ik verstop me tussen mijn lief en een goede vriend en staar een beetje naar mijn All Stars. De uitnodiging vermeldde nochtans expliciet casual, zonder chic. Ik heb ze gepast, de jurkjes en de pumps. Voor de spiegel toverde ik de ene na de andere versie van mezelf te voorschijn. Om vervolgens ieder paar weer netjes op te bergen in de bijhorende schoenendoos, ieder jurkje weer netjes in rij. Gelukkig toont mijn jumpsuit subtiel een stukje blote rug, maar of dit bijzonder genoeg is, betwijfel ik. Nerveus neem ik het gratis welkomstdrankje gretig aan, om de zenuwen te temperen. Bij de eerste – grote – slok verslik ik me in de hoeveelheid rum, terwijl het suikerniveau voor een opstoot aan hoofdpijn zorgt. Paniek overvalt me. Tien minuten. Tipsy en underdressed, tijd om naar huis te gaan. Mijn lief bestelt twee glaasjes water voor me en kijkt me met een dwingende blik aan. Zonder woorden gebiedt hij me mij te gedragen als een vrouw die niet geeft om de mening van een ander. Een vrouw die haar goed in haar vel voelt, ongeacht haar outfit. Maar het kwaad is al geschied. Ik voel me een meisje, zonder veel zin om mee te spelen. Het lukt me niet om kleine conversaties met vreemden aan te gaan. Een talent waar ik anderen soms om benijd. Mijn gedachten blokkeren in de wanhoop en stilzwijgend knik ik instemmend. Gewenningstijd. Geef mij tijd om aan jou te wennen en alles komt goed. Witte wijn. Dank u (mijn)heer. Ik omklem het glas als houvast voor de avond. Voorzichtig kijk ik de zaal nog eens in, zelfs geen vleugje normcore bij de fashionista’s. Ik zucht diep in mezelf en mijmer over thuis, waar casual simpelweg gewoon betekent. (Foto: Erik Wåhlström)

Katrien Meermans
0 0

Cool

“Maar ik wil echt ooit wel eens bij de coole mensen horen.” Ik ken haar niet goed genoeg om te weten of ze het meent en haar lidmaatschap van de cool kids gang over het hoofd ziet. Ik kijk naar hun pingpong spel met slagen van 140 karakters, maar durf zelf niet meespelen. Ik lees haar woorden zwart op wit in magazinebladen en ben een van de meer dan 1500 mensen die wekelijks door haar foto’s scrolt. Blijkbaar is lid zijn van het ene groepje geen garantie voor aanvaarding in een ander groepje. En zijn die groepjes dan geordend volgens een piramidesysteem? Of in een stijgende lijn? Liggen zij her en der verspreid op een horizontale vlak? Iedereen gelijk, maar ook weer niet echt? We zitten aan tafel in zijn appartement en kijken naar de afdrukken van zijn laatste foto’s. De autodidact fotografeert analoog. Ik kijk naar een foto waarop ik met gefronste wenkbrauwen naar de lens kijk. De foto is een beetje onscherp, net zoals de herinnering. Hij vraagt of ik nog fotografeer, waarop ik excuses mompel en eindig met “neen, niet echt”. Mijn gestuntel met mijn oud analoog fototoestel (veel te zwaar!) en mijn onbevangen plezier met vele wegwerpcamera’s zetten hem aan tot fotograferen. Ik deed maar wat. Legde vooral herinneringen vast om te bewaren in een doos. Nooit stond ik erbij stil dat ik misschien wel iemand inspireerde. Sinds jaar en dag bewonder ik hem. Als een rots in de woeste zee van het leven houdt hij stand. Soms kopje onder, maar des te sterker als hij zich weer opricht. Wederzijds respect. Een clubje van twee. Iedereen wil zo graag ergens bij horen dat we soms onszelf als voorbeeld vergeten. Lid van het clubje of niet: “Be strong. You never know who you are inspiring”. (Foto: Katrin Swartenbroux)

Katrien Meermans
0 0

De rit van je leven

Mijmeringen Muziek helpt me door moeilijke tijden. Het is de trouwe metgezel die niet blaft als er eten in de buurt is. Het is de vrouw, zoiets moois kan uiteraard alleen van het sterke geslacht zijn, die me altijd binnenlaat, zelfs nadat ik net haar beste vriendin heb binnengedaan. De vrouw voor wie alcohol wel een geldig excuus is. Ze versterkt je gevoelens, positief én negatief, maar laat je altijd achter met hoop. Hoop doet leven. De ingeslagen weg De laatste tijd luister ik vaak naar muziek. Het is een signaal dat ik niet mag negeren. Muziek is naast al het voorgaande ook slechts een oplapmiddel, geen remedie. Het valt in dezelfde categorie als sporten, lang vergeten hobby's hervatten en begraven dromen oprakelen. Het helpt je weer een dag verder in de zoektocht naar en aanvaarding van jezelf. Bijna iedereen onder ons komt tijdens zijn of haar korte tijdspanne op onze blauw-grijze bol op dat punt, sommigen zelfs meermaals. Het punt waarbij we ons afvragen, wie we zijn, of we gelukkig zijn met de weg die we zijn ingeslagen, of het gras aan de andere kant écht niet groener is. Het punt waarop je je heel eenvoudig kan verliezen, jezelf schouderklopjes gevend voor de moed die zo'n beslissing vergt, niet beseffend hoe verregaand de implicaties van beslissingen tijdens zo'n emotionele rollercoaster kunnen zijn. Learn, adapt, evolve. Toch is het dit keer anders. Ik ben ondertussen in een ander station aangekomen tijdens de dolle rit die ons bestaan is. Ditmaal blijf ik mijn gevoelens, ondanks continue impulsen, zo veel als menselijk mogelijk beheersen. Niet alleen omdat ik zelf weinig aan de uitkomst kan veranderen, ook uit puur zelfbehoud. Je zou het volwassenheid kunnen noemen, ik houd het liever op een ingebakken stukje overlevingsdrang. Ik word natuurlijk ook ouder, wat niet noodzakelijk wijzer betekent. Er rest me steeds minder tijd. Naast het zelfbehoud, is er dus ook sprake van egoïsme: ik wil geen tijd meer verliezen aan een hopeloze strijd. Daartegenover staat dat ik des te harder wil vechten voor de ster die altijd extra schittert wanneer ze aan mijn firmament verschijnt. De verlegen, onzekere parel, die net dat duwtje in de rug nodig heeft om helemaal open te bloeien. De eenzame schoonheid die me voor de volle honderd procent kan gelukkig maken. Vechten is soms ook negeren, al je natuurlijke instincten laten voor wat ze zijn en de andere kant uitkijken wanneer de schittering helderder aanwezig is dan ooit tevoren. Het is schoonheid de tijd geven om zichzelf te waarderen en toe te geven klaar te zijn voor het gewone geluk, zonder de letterlijke prins op het witte paard die haar meeneemt naar verre landen, maar die de parel doet opengaan bij de energie die ontstaat als het gevecht uiteindelijk door een duo-eenheid wordt beslecht. Het langste spoor Twee weken lijkt een niemendal, verwaarloosbaar is het groter geheel van het zijn. Twee weken wegkijken, zelfs twee uren, lijken echter eindelozer dan het wachten op een snoepje voor een kind van een jaar of drie. Twee weken van zweven tussen hoop en angst. Hoop doet dus, zoals zo vaak al beschreven in menig klassieker, leven. Hoop op een toekomst, op een teken, hoop dat we allemaal onze ster tegen komen die we extra kunnen laten schitteren. Gelukkig vinden we uiteindelijk allemaal onze weg, naar tranen en geluk, naar eenzaamheid en liefde, tijdens een rit die af en toe een panne heeft, noodzakelijke onderhoudsbeurten durft over te slaan en nooit echt stopt. Een rit die maar in één richting verder dendert en voor iedereen op dezelfde manier eindigt. De rit van je leven.

Zielvlieg
14 0

Positief reisadvies voor India

Positief reisadvies voor India:  DE TIEN GEBODEN 1. Gij zult niet opvallen   Neem (liefst onbewust) een aantal van de plaatselijke gewoonten over, kwestie van te integreren, dus camoufleren, dus minder op te vallen. In India betekent dat ondermeer:  - met je hoofd bijna nee schudden (alsof je zou tonen "allez dan, tis goe voor ene keer") wanneer je eigenlijk gewoon 'ja' bedoelt. - bij het drinken van een fles water giet je het water in je mond zonder de opening van de fles met je lippen aan te raken. - je voedsel zo vaak mogelijk met je handen opeten (NVDR: Joachim bedoelt eigenlijk één hand en alsjeblieft je rechter) 2. Loof de Heer (maakt niet uit welke) Vraagt iemand naar je religie? Kies er gewoon 1 uit: Christen, Moslim of desnoods Jehova, maar begin niet te lullen over atheïsme. Het is alsof je het Belgisch federaal systeem zou proberen uitleggen aan een Chinees in het Duits.  3. Vermijd overbodige ongemakken Ga je voor een lange busrit? Laat dan op je GSM een herinnering, genaamd 'rugzak', 15 minuten voor de geplande aankomsttijd afgaan om het bewuste voorwerp zeker niet te vergeten. Gaat de man in de zetel voor je even weg voor een plaspauze, draai dan ongemerkt zijn zetel wat naar voren, kwestie van wat meer beenruimte te scheppen voor jezelf. 4. Verwacht steeds het onverwachte Zelfs als je denkt in alle rust op het strand te liggen kan je wakker worden met een aap op je gezicht, een schijtende (doch nog steeds heilige) koe naast je, en mogelijk passeren er een paar zatte locals die lachend (!) een zeil versleuren met daarop open en bloot de lijken van 2 pas verdronken Indiërs. Dat er 5 minuten later een andere zatlap trots een 2de duim aan zijn rechterhand komt tonen, maakt de onvoorspelbaarheid alleen maar groter. 5. Gij zult nooit onder je bed kijken   Zoek nooit naar ongewenste levensvormen in je kamer. Wat niet weet, niet deert. 6. Wees nooit bevreesd   Voel je niet te snel bedreigd! Zelfs niet als je alleen in een afgelegen automaat geld afhaalt en er 15 Indiers binnenglippen om je hand te schudden, mee te kijken naar het computerscherm en vooral te profiteren van de gratis airco.   7. Wees geeeeeeeeedddddddddduuuuuuuuullllllllllllllllllllllllllddddddddddddiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiggggggggg en adem door je mond   Met een beetje pech sta je met je zweetsleffers en bagage 4 uur aan een stuk recht in een belachelijk volle trein. Met een beetje extra pech word je verdrukt richting een 170cm lage doorgang en sta je het langste uur van je leven in de deuropening van de wereldwijd gerenommeerde, door Unesco beschermde Indische treintoiletten. Nadat je beseft dat een uur je adem inhouden net iets te lang is, word je spontaan jaloers op de 2 zwarte, geurwerende tenten naast je en de moslima's die zich eronder verschuilen. Allah Akbar! Hun man gunde hen zelfs geen oogluikje! Ik kook vanbinnen, maar zie het oogluikend aan (komaan, deze woordspeling schreef zichzelf).    8. Wees mild ten opzichte van schrijffouten De lieve Indiers bedoelen het immers beter dan het klinkt: - French Fried (nee, ze willen echt geen Fransman frituren) - Chess omelet ( de Gary Kasparov onder de eieren) - T-shirt van Iran Maiden (de bekende Perzische Heavy Metalband) - Jackem Stood (rechtstreeks overgeschreven van mijn paspoort en geef toe: het klinkt beter dan het origineel) 9. Gij zult ten allen tijden flexibel zijn   Het moet gezegd: India is hemel en hel, slow motion en fast forward EN dit volgens mij meest diverse land ter wereld (qua cultuur, religie, hiërarchie en natuur) is tevens zowel middeleeuws als hypermodern                               kreupele naast straatkind naast mangoboer naast IT-specialist                     krot naast shopping center                                                                                                                                                                        Gladiator naast The Matrix                                                                                                  en ik ertussen als kameleon. Als je denkt tegen meer dan de helft van bovenstaande geboden te zullen zondigen... 10. Blijf hier weg en geniet ten volle van Belgie

Joachim Stoop
0 0

desertie

Zo ziet een deserteur er dus uit in vredestijd. Een twintiger waar het leven uit lijkt weggevloeid. Verpakking die klaar staat om bij het groot huisvuil te worden gezet. Bijna niet meer te recycleren. Hugo is een milicien, die langer dan acht dagen zonder permissie weggebleven is uit zijn eenheid. Huidige status: deserteur. Voorbestemd voor een enkele reis naar de ‘begijnenstraat’. ‘Waarom kom je naar de brandweer, als het huis al afgebrand is’ vroeg ik hem, toen ik de obligate fiche invulde. ‘Die ene dag was er teveel aan’, stamelde hij nauwelijks hoorbaar. Hersens op aan, harde schijf overlopen, file psychologie voor gevorderden aanklikken. Gelukkig was J.R.M.Maas er nog, houvast in bange dagen: ‘Hoe krankzinnig het gedrag ook lijkt, het moet betekenis hebben. Het is zinvol en niet in gebruikelijke zin slecht of afwijkend’. Met verwondering naar de mens kijken. Het is alle dagen nationaal geofrafic, daar heb je geen televisie of iPad voor nodig. Wat doet dat met een mens, 300 dagen met een bezem de binnenkoer van de kazerne vegen? Alles voor het vaderland, verstand op nul en vegen maar. Een gevoel kan voor een dijkbreuk zorgen. Rede smelt weg, als sneeuw voor de zon. In het diepste van uw ziel de vloer aangeveegd worden. Het zal je maar overkomen. Verzet door de bezem aan de kant te zetten. Zinloosheid krijgt terug zin. Leegte terug inhoud. In naam van zelfmoordpreventie is , zoals Secret Army destijds, een ontsnappingsroute gezocht via het militair hospitaal. Het is een ziekenhuisbed geworden in plaats van een brits in de cel. Hugo is om medische redenen ongeschikt verklaard voor verdere dienst. Later werd met veel misbaar, de ontsnappingsroute opgedoekt door het krijgsauditoriaat. Tijd om ander werk te zoeken. Om een ander verhaal te vertellen. Met of zonder bezem.

dirk adijns
0 0

Op naar tante Emma

Het moest er toch eindelijk eens van komen.  En zo gebeurde op Pinksterzondag 27 mei 2007. Wij - mijn 3 zussen, ikzelf (haar petekind) en mijn echtgenote - hadden met Johny (haar zoon) afgesproken die dag een bezoek te brengen aan onze tante die we sinds de dood van ons vader in 1982 niet meer hadden gezien.  Contacten, telefonisch of via verjaardags- en nieuwjaarskaarten, hielden na haar verhuis naar de hoofdstad begin jaren vijftig niet lang stand.  Op bezoek gaan : "Liefst eerst verwittigen want ik ben dikwijls niet thuis", m.a.w. ik heb liever geen bezoek.  Van een soort eenrichtingsverkeer gesproken.  Ook bij de begrafenis van ons moeder (niet haar geliefde schoonzuster) in 1989 liet ze verstek gaan... Verkouden zeker ? Naar Brussel dus, naar Johny - ook al 18 jaar niet meer gezien - die we nauwelijks nog herkenden.  Zijn vrouw (haar naam (?),  vergeten zowaar) sprak geen woord Nederlands laat staan Vlaams, was de strijk aan het doen.  Dus geen tijd voor een koffie of iets fris.  Dan maar niet getreuzeld en 'op naar tante Emma' die enkele kilometers verder verbleef in "Seniorie Chopin".  We bezochten haar  kamer en trokken, zoals meestal gebruikelijk is, ons terug in de cafetaria en trakteerden haar (ze was 2 dagen eerder 85 geworden) en onszelf op een eerder die namiddag gemiste koffie en gebak. Foto's werden getoond en anekdotes aangehaald maar hier liet haar geheugen haar grotendeels in de steek.  Spijtig voor ons die eropuit waren om nog meer over onbekende of onvolledige familiegebeurtenissen te weten te komen.  Later arriveerden ook haar dochter met echtgenoot om die (ver)vreemde familie uit het verre Limburg nog eens te zien. Op 15 mei 2011, tien dagen voor haar 89ste verjaardag is ze overleden en zoonlief (?) heeft haar (terwijl zijn zus op vakantie was) vlug en zonder de familie erbij te betrekken laten cremeren. Familie, vriendschap, liefde, ..... een mensenleven lang. ILYA  

Ilya
0 0

Lucky number twelve

Is het bijgeloof of autisme? Ik reken dit het liefst onder de eerste noemer, als een soort van gemakkelijke gewoonte. Andere mensen bestempelen het misschien eerder als een autistisch trekje… Elk cijfer dat ik min of meer zelf kan bepalen, krijgt ergens een twaalf in verwerkt. Twee eenzaten. Een één en een twee. Samen een duo van priemussen.   Waarom? Misschien gaat de geschiedenis wel terug tot op de schoolbanken. De som van mijn letters vertaalde zich namelijk vaak in klasnummer 12. Op de volleybal draag ik truitje nummer 12. Mijn beste vriendin heeft huisnummer 12 (jaloers, hoezo?). Ja, ik zet ook steevast het volume van de autoradio op 12, of op 24 als het wat luider mag, en ik begin of eindig alle gokgetallen bij schiftingsvragen met 12 (tot zo ver mijn bijgeloof want het heeft mij nog nooit geluk gebracht).   Ik hang eraan vast. Als een slecht cijferslot, gezien de extreem makkelijke combinatie. Ik wilde zelfs een kind in het jaar 2012. Mislukt! Nu kan ik alleen nog hopen en kopen op de 12e dag of de 12e maand. Want voor 12 kinderen ga ik toch passen.   Misschien ligt het aan de positie in het cijferbet (is dat wel een woord?): tussen de lieve elf en de ongelukkige dertien. Ingesloten door een dilemma, precies als in de tekenfilms: een engeltje links en een duiveltje rechts die elk hun mening delen. Ik kan op beide rekenen voor een oplossing.   Misschien is het omdat een team in de volleybal met twaalf moet zijn om een match te spelen. Misschien is het omdat de twaalf de 1 en de 2 zo mooi verenigt, zonder dat ze in competitie hoeven te zijn met elkaar. Misschien is het door de harde lijnen en hoeken van de 1 in combinatie met de zachte rondingen van de 2.   Zachtheid. Dat is wat dit cijfer typeert in het Frans: douze. Misschien is dat ook hoe ik mezelf graag typeer. Ik ben een twaalfje: wat hard at 1st sight, maar na een 2nd opinion gewoon een ontelbaar zacht karakter.     12 Jij bent mijn nr 1 én mijn nr 2 in één Het kerngetal van mijn bestaan

Rien Mertens
83 0

Over de zin en de zinnen van mijn leven

Woorden zijn krachtig. Ze maken kleine dingen heel groot of grote dingen juist heel klein. Ze kunnen onuitgesproken blijven en nooit worden vergeten. Of willen net worden vergeten zodra ze zijn uitgesproken. Ze raken hun doel vaak anders. Schieten te kort. Precies afgewogen of met een smakelijk schepje erbovenop… woorden kunnen de zin van je leven veranderen. Deze zinnen deden dat met het mijne.   > Sint-Maarten bestaat niet! -> Luidop zeggen dat je dat wel weet maar ondertussen roepen in je hoofd dat je nog in hem gelooft uit angst dat je anders geen cadeautjes meer krijgt. Een heilig man als de Sint weet toch wat je doet en denkt… FYI: wij hadden de coolste Sint E-VER als we klein waren, maar daarover meer in een andere post. > Is dat jouw hondje dat dood ligt op straat? -> “Nee, die ligt hier onder tafel aan mijn voeten. Fredo, Fredo!” Hm, toch niet… Het was wel degelijk mijn hondje dat dood lag op straat. Het rare was dat ik net die nacht had gedroomd dat ik hem nergens kon vinden. Over een vijfde zintuig had ik nog niet gehoord, maar ik dacht toen wel dat ik hem gedeeltelijk had vermoord. > P heeft kanker -> Je bent net tiener en je wilt wat. En dan denk je niet aan kanker. Wel aan een liefje, zoals P, een vriend van mijn broer waar ik lang verliefd op was. Ik durfde het niet te zeggen, zelfs niet toen ik hoorde van zijn kanker. Hij heeft het nooit geweten. Ik wel, omdat mijn broer het mij vertelde. Die moest in P’s kamer zoeken naar herinneringen voor een persoonlijke afscheidsmis. Hij vond er. Van hem, voor mij. In de vorm van liefdesbrieven. > Moeke en vake gaan scheiden… -> Euh, pardon. Echt? Zelfs al kwam deze zin na een voelbare periode van koude oorlog, hij sloeg in als een bom. Alle strategieën die we in onze thuisbasis ontwikkelden om te overleven werden met de grond gelijk gemaakt (toegegeven: de woorden klinken bombastischer dan de waarheid, maar ik geef me hier volledig over aan de beeldspraak). Ons hoofd werd opgesplitst in twee kampen: kamp Moe en kamp Va. Ik kan je zeggen: vroeger vonden we Stratego leuker. > We moeten je laten gaan -> Of een eufemisme voor ‘Ik ontsla je’. Net voor kerst. Economische crisis of niet, het was een diep dal voor mijn ego en zelfvertrouwen. Gelukkig werd ik nog geen maand later spontaan opgebeld door een ander communicatiebureau om te starten als copywriter. En dat zelfs zonder de bergen positieve feedback die mijn ex-baas beloofde te schrijven. Raar hoe mensen automatisch eerst aan traumatische zingevingen denken… Ik maak het goed met een aantal positieve punten en komma’s! > Surpriiiise! -> Toen mijn vrienden besloten een verjaardagsfeestje te geven voor mijn 21ste verjaardag. Ik was al verrast door al dat schoon volk, dan krijg ik nog een mysterieuze sleutel cadeau. Die leidde naar een kamer in mijn vader zijn bedrijf slash appartement die ze huisdoktersgewijs hadden omgetoverd tot een slaapkamer slash bureau. Mijn sleutel tot rust, tot een nieuw thuisgevoel en tot mijn diploma (die onderscheiding had ik nooit gehaald met die scheiding van mijn ouders). > Je hebt de job -> ‘Fris rostje’, schreef ze op mijn cv na ons gesprek. ‘Je ligt bovenaan mijn schuif’, zei ze na ons gesprek. Ik durfde het niet meer te geloven na alle valse beloftes van bedrijven waar ik solliciteerde als starter. Al wou ik deze job écht (écht!) heel graag. Mijn aura bekende blijkbaar kleur, want – pioe wioe – ik kreeg groen licht! Mijn eerste vaste contract. In een beestig communicatiebureau in Brugge. Bedankt L van Cayman :) > Wil je meter worden? -> Al werd de vraag niet zo letterlijk gesteld. Ik ontdekte het letter voor letter toen ik het geboortekaartje in mijn handen kreeg (voor de baby van een paar uren oud bedankte ik nog even). Het leukste van de wereld! Mijn petekind bedoel ik. Maar ook zijn kaartje: voor iedereen een 3D-puzzel van een vogeltje, en voor het gezin een gepersonaliseerd Flock-vogeltje om neer te strijken op een kledingstuk. Dat van mij bekte ‘meter’, mijn broer droeg een met ‘vake’ en de andere twee kregen een ‘nonkel’ tweet. #trots! Borst in de lucht. Heel hoog. Jaja, de lat is gelegd… bedankt broere! > Amaai, zo knap dat jij bent geworden -> De woorden van een nonkel die na een paar jaar opnieuw opdook op een familiefeest. Een mooi compliment waar ik wat van blonk en bloosde. Toch kan ik het niet laten om tussen de lijnen te lezen dat dit ook iets (oké, zelfs veel) zegt over vroeger. Maar hey, hoe cool is het om met je foto’s van toen te kunnen lachen? Heel cool, maak ik mezelf graag wijs!> Ik ben een klein beetje (veel) verliefd op jou -> Het moment. De uitdrukking op mijn gezicht. Mijn mond die bleef openstaan zonder vork in mijn handen. Ik herinner mij nog perfect wanneer ik dit las (mijn vader die aan dezelfde tafel zat te eten waarschijnlijk ook). Een sms van een goede vriend… toen toch. Nu… mijn beste vriend! En mijn liefste. Dus een klein beetje (veel) bedankt voor de mooie jaren liefie.

Rien Mertens
0 0