Zoeken

WERELDRECORD

Manlief bereidt zich voor om in het Guinness World Record boek 2015 te verschijnen. Manlief wil het wereldrecord knoopjesdraaien halen. Hij heeft, samen met mij, al gedurende meer dan een twintigtal jaren goed kunnen oefenen. Hij heeft zich ondertussen, zonder noemenswaardige concurrentie, probleemloos tot in de halve finale gedraaid. Ik zie jullie de wenkbrauwen al fronsen en peinzen tot welke sporttak ‘knoopjesdraaien’ dan wel behoort! Ik zal het eventjes proberen uit te leggen. Manlief haalt uit de kast een juist versteld en gestreken hemdje en knoopt dit daarna dicht. Niets bijzonder hoor ik jullie denken.  Later op de avond laat hij zich lekker op de sofa onderuitzakken en geeft zich vervolgens over aan zijn tic ‘het knoopjesdraaien’! Onbewust cirkelen de kleine witte hemdsknoopjes tussen zijn plukkende vingers tot de draad het uiteindelijk begeeft. Het knoopje vind ik dan later, in het beste geval, ergens op het tapijt of tussen de sofazetels terug. In het slechtste geval verdwijnt het minuscule knopje overnacht ergens in de knoopjeshemel. In de grote knopen verzamelzak moet er dan een vergelijkbaar exemplaar gevonden en met bijbehorende kleur terug aangenaaid worden. Ik hoor jullie al reageren: “Waarom leer je hem dit dan niet af?” Denken jullie nu echt dat ik nog geen enkele poging ondernomen heb? Ik heb manlief, met naald, draad en schaar achternagezeten en geroepen dat hij vanaf nu zijn eigen averij maar moest herstellen. Manlief haalt dan glimlachend zijn schouders op, legt zich op de sofa en begint aan het volgende knoopje. Olie op het knoopjesvuur? En wie, denken jullie dat er met de vinger gewezen wordt, die arme man die er slonzig, knooploos bijloopt of die luie huisvrouw, die bedankt voor de eeuwigdurende reparaties. Ik weet het, we hebben allemaal, na meer dan een kwarteeuw huwelijk of samenwonen, wel ergens een partner zitten met een tic, waarvan je stilaan krankjorum wordt. Toen we verliefd waren vond ik het zo schattig en ontwapenend als manlief met zijn ene hand in mijn hand en zijn andere knoopjesdraaiend naast me op de sofa zat. Het leek wel een knuffelde kleuter met een teddybeer. Maar na 20 jaar knoopjesverstelwerk heb ik het stilaan wel een beetje gehad. Waarom knaagt hij niet aan zijn nagels? Die groeien kosteloos en zonder echtgenootreparaties probleemloos terug aan! Waarom draait hij in een ontspannen- of thrillermoment geen pijpenkrullen naast zijn oren? Juist ja, het grijze haar wordt ondertussen niet lang genoeg meer en valt liever uit dan als ‘tic nerveux’ dienst te doen. Ik hoor hordes vrouwen zich nu bedenkelijk afvragen, waarom ik toch te klagen zou hebben, want zelf kunnen ze wel encyclopedieën volzeuren over alle ergernissen die hun wederhelften oproepen…Ja we weten ondertussen dat de meeste mannen geen lades en kasten sluiten en zich uit de situatie proberen te redden met: “Wat ik eruit gehaald heb, moet er straks toch terug in, dus liet ik ze maar gewoon openstaan.” Of hebt U ook zo’n exemplaar in huis dat na een afwasje, niets, maar dan ook letterlijk niets op de juiste plaats terugzet. U kookt al meer dan 30 jaar in diezelfde keuken, met dezelfde kasten waar alle huisraad, potten, pannen, tassen en koppen al gedurende het ganse huwelijksleven op identiek dezelfde plaats staan, maar manlief presenteert je na al die jaren nog steeds een afwas- huisraad- zoektocht. Of heb je ook zo’n slechthorende editie, die nooit luistert en alleen hoort wat hij wil horen. Dames, hoe we ook trachten hun gezellige oude dag met ons gezanik te verstoren,  besef voor eens en voor altijd; mannen blijven kleine kinderen en kunnen na de trouwpartij, en cours de route, nooit meer veranderd worden. Hoe groen al het houtwerk*, door alle ergernissen in de loop van de relatiejaren verkleurd werd, meestal is ‘what you see, is what you get and …even less’.  Dus zet ik voor de duizendste keer’ met liefde’ opnieuw een afgedraaid knoopje terug aan het hemd. Ik zet een streepje in mijn notaboekje en hoop dan dat manlief , met zijn discipline ‘knoopjes afdraaien’, ooit samen met de poging polonaisedansen, het langste traject dominosteentjes laten vallen, het meeste hamburgers eten, het langst op een paal zitten en het grootste kussengevecht op een dag in het Guinnes World Record boek zal mogen staan.   *groen hout zijn : ruzie tussen man en vrouw   Sim,                       4 augustus 2015 en op weg naar het wereldrecord!

Sim
0 0

TRIESTE OGEN

Op het einde van mijn vijfde – en voorlopig tevens laatst geplande - bezoek aan Harare, de koningin van Zimbabwe en, bij uitbreiding, van heel zuidelijk Afrika, weet ik het nu wel zeker : deze stad is ongetwijfeld een dame van stand ! Ze gedraagt zich immers geheel anders dan een gewone vrouw. ’s Ochtends rekt ze zich nog eens lekker uit, nog wat moe van de vorige avond, en wacht op haar butlers om zich klaar te maken voor de dag. Dat heeft vanzelfsprekend zijn tijd nodig, zodat ze pas tegen de middag stilaan op gang komt. Maar terwijl de uren verder wegtikken, komt ze op dreef. Dan leeft ze, werkt ze…beweging is haar ding ! Aan de namiddag heeft ze een hekel : een hoop drukte in haar straten zonder enig belang. Maar ‘s avonds… Ha, ’s avonds maakt ze zich op, klaar om de honderdduizenden mannen te verleiden. Arbeiders, bedienden en toeristen zal ze in haar armen ontvangen. De kleine, voor haar onbetekenende vlekjes werkt ze zorgvuldig weg : ze bekijkt hen, lacht hen luidkeels uit en spuwt ze uit haar gebied…haar eigendom…haarzelf. En als eindelijk al de werklozen, gehandicapten en bedelaars uit haar zicht zijn verdwenen, is ze helemaal klaar om bemind te worden door de rijken ! Ja, de rijken zal ze aan haar borst drukken en troosten indien nodig…ze zal hen voorzien van de broodnodige liefde ! Oh ja, er is geen twijfel…deze stad is een dame, bemind door sommigen, veracht door velen. Ach, ik weet wel dat haar plaatselijke economie niet de mogelijkheden heeft om nog langer “Bencom” producten te importeren, maar wat dan nog… Birgit, mijn echtgenote en tevens de verantwoordelijke voor de boekhouding van ons bedrijf, begint zich echter vragen te stellen over het nut en – vooral – de daaraan gekoppelde kosten van deze tussenstop, na mijn zakelijk bezoek aan het immer voorspoedige en winstgevende Zuid-Afrika. Maar hoe kan ik haar in hemelsnaam verklaren dat ik, na typisch “mannelijke steden” zoals Johannesburg, Durban en Kaapstad, hunker naar Harare en haar inwoners ? Dat ik bij aankomst in Johannesburg voor een rondreis van zowat 2 weken, reeds uitkijk naar de aantrekkelijkheid van mijn volgende bestemming ? Want ik moet het toegeven : ik hou van haar ! Ze heeft een tiental jaar geleden mijn hart gestolen en weigert het terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. Want oh ja, de liefde is wel degelijk wederzijds…vooral ’s avonds, als ik haar donkere straten bewandel op zoek naar plaatselijk vertier ! Het is een vreemd idee, dat besef ik maar al te goed, maar het lijkt wel of zijzelf het 5***** hotel ‘Meikles’, gelegen in de wat rustigere Jason Moyo Avenue, speciaal voor mij heeft laten bouwen. En tevens het fantastische personeel zelf heeft geselecteerd ! Ook al kom ik er slechts eens om de 2 jaar, toch word ik steeds onthaald met het – in mijn oren en hart - geweldig klinkende “Hello, mister ‘B’ ! We’re so glad to have you back !”. En eerlijk : weinig beelden doen mij zoveel als het verschijnen van de ‘Meikles Mercedes’, die me bij aankomst reeds staat op te wachten om de 10 kilometer van de luchthaven naar het hotel zelf, te overbruggen. En verdomd als het niet waar is : zelfs de chauffeur is gebriefd : “Welcome back, mister ‘B’ !”. Maar ‘thuis’ voel ik me pas echt wanneer de prachtige en zo efficiënte receptioniste Jahzara mij verwelkomt. En, zoals steeds, wordt deze korte stop meteen gevolgd door het eerste bezoek aan de “All Night Bar”, waar barman Younes me ontvangt als een lang verloren vriend. En de ‘mister ‘B’ blijft maar op me afkomen : poetsvrouwen, tuinmannen, de stoere kerels die het zwembad op het dak onderhouden, enzovoorts. Vanzelfsprekend weten ze allemaal dat ik Benny heet, maar ook hoe ik geniet van de stijlvolle bijnaam. Mijn eerste stop bij Younes is altijd de langste van het verblijf. Ik wil de tijd rekken, genieten van elke minuut in dit hotel…in deze stad ! Eens op mijn kamer, behoorlijk in de wind, besef ik natuurlijk dat Birgit gelijk heeft : wie kan er zich in deze tijden in dit land onze prachtige, maar dure koffers, trolleys of rugzakken veroorloven die tot ons assortiment behoren ? Allemaal prachtspullen, volgens onze eigen wensen gemaakt in Europa en onder onze eigen naam verdeeld. Voor ons bedrijf geen rommel uit het Verre Oosten ! Onze laatste ultrazachte lederen laptopzakken waren een schot in de roos geweest en via een bevriend transportbedrijf kon ik ze wereldwijd goedkoper exporteren dan welk ander bedrijf ook. Ik besefte op mijn laatste avond in het ‘Meikles’, dat zeer spoedig enorme aantallen zouden besteld worden via onze hard werkende agent in Johannesburg. Helaas moest ik eveneens aan mezelf toegeven dat zowat 10 % van de verdiende winst in Zuid-Afrika, er op één enkele week werd doorgejaagd in deze stad ! En dat was deze reis zeker niet anders geweest : een dagtrip naar Victoria Falls, van daaruit naar Hwange Park voor 2 dagen safari en het onvermijdelijke bezoek aan Bushman Rock voor de plaatselijke, uitstekende wijnen. En vanzelfsprekend alles in eerste klasse via het redelijk vlot lopende Air Zimbabwe, in samenwerking met Lufthansa. En overal, elke dag opnieuw, een tiental uur zon, gekoppeld aan een zalige temperatuur van zowat 30° Celcius. Oh man, besloot ik voor de zoveelste keer, dit kan…dit mag niemand mij afnemen. Zelfs niet, ook al heb ik de afgelopen 6 dagen slechts 5 (kleine) bestellingen mogen noteren, een vlaggetje dat de lading absoluut niet dekt ! Maar, besloot ik, dat waren zorgen voor later, wanneer Birgit me nog maar eens zou confronteren met haar zwarte inkomsten/uitgaven boek ! Vandaag is het vrijdag en morgen reeds zal, tegen de middag, de ‘Meikles Mercedes’ me opnieuw  naar de luchthaven brengen voor de uiteindelijke thuisreis. Maar zover is het nog niet, want op vrijdagavond is de dame absoluut op haar best ! Dan opent ze armen en benen voor welgestelde mannen van midden veertig met veel Euro’s op zak… Mannen zoals ikzelf ! Ik trek mijn pak van Hugo Boss uit en neem een verkwikkende douche. En dan moet er opnieuw gekozen worden. Ik neem een nieuwe boxershort van Punto Blanco en kies voor een Jeans van Armani, hemd van Kapaza en mijn makkelijke schoenen van Dione. Voor alle zekerheid doe ik mijn lederen vest van Usual Way ook maar aan, want ’s avonds kan het hier flink afkoelen. Als ik met de lift beneden in de lobby aankom, zit de verplichte pianist reeds een muzak-versie te spelen van Elton John’s ‘Blue Eyes’…hoe origineel ! Ik begeef me dan maar naar de “All Night Bar” om  wat in de stemming te raken. Terwijl ik aan mijn tweede Macallan (‘no ice please, Younes !’) nip, bedenk ik dat ‘Operatie  Murambatsvina’ in 2005, vanzelfsprekend in gang gezet door President Mugabe, waarbij alle sloopwijken met de grond gelijk werden gemaakt met duizenden daklozen tot gevolg, het land nog dieper heeft weggeduwd op de kaart van Afrika en een ware exodus naar Zuid-Afrika heeft veroorzaakt. En daar stonden ze nu ook niet meteen klaar om deze mensen met open armen te ontvangen ! En tevens de talrijke Europeanen, waarvan de meeste Engelsen, vluchtten terug naar hun thuisland, nadat hun gronden waren afgenomen en verdeeld onder de lokale bevolking. Het stond in de sterren geschreven dat binnen de kortste keren alle landgoederen werden verwaarloosd, met een depressie en ongeziene devaluatie als gevolg. Dezer dagen wil niemand nog betaald worden in ‘Zim $’, daar die niets meer waard zijn. US Dollars en Euro’s  daarentegen zijn méér dan gewild ! Inmiddels is de werkloosheid en armoede ongezien en het sterftecijfer stijgt jaarlijks… “Another one, mister ‘B’?”, onderbreekt Younes mijn gedachten, maar ik besluit om nu eerst een hapje te gaan eten. De Mercedes wordt weer voorgereden en ik geef hem de naam op van ‘Paula’s Place’, waarop hij onmiddellijk koers zet naar Samora Machel Avenue. Ach, eerlijk : ik zou de  afstand makkelijk te voet kunnen afleggen, maar de plaatselijke veiligheid ’s avonds (en een belangrijk gevoel van status) raden me aan de meeste verplaatsingen per wagen te doen. En oh man (wat heeft Birgit er trouwens een hekel aan dat veel van mijn zinnen hiermee beginnen…of eindigen !), ik zou een moord doen voor de ‘Lemon Baby Chicken’ bij Paula’s ! Minstens even belangrijk : ze maken meteen een tafel vrij voor mister ‘B’, alsof het twee jaar heeft staan wachten op mijn volgend bezoek. Het is er, zoals steeds tijdens het weekend, enorm druk, maar bij de deur komen de zalige reuken, de prettige sfeer èn Paula zelf me reeds tegemoet. “Hey mister ‘B’, long time no see” begint ze, terwijl 2 stralend blauwe ogen en een lach als één uit de duizend, me verwelkomen in haar ‘Place to be’. Paula zelf ziet er geweldig uit in haar nauwsluitend rood kleedje en haar kortgeknipt blonde haar. We praten wat bij en, zoals elke keer opnieuw, brengt ze me een lokaal drankje (waar ik niet echt gek op ben). Maar het is gratis en met liefde gemaakt, wat alles goed maakt. Andere dranken zullen moeten wachten tot later op de avond. En terwijl prachtige Portugese Fado uit de luidsprekers weerklinkt, vertelt Paula me (nog maar eens) dat ze alle albums van Dana Winner (‘Do you know her ?’) en Helmut Lotti in haar bezit heeft. Het streelt mijn ego niet echt, maar pretendeer alsof dit een onwaarschijnlijke zaak is. Dan wordt het jonge kippetje met citroen en gebakken rijst geserveerd, vanzelfsprekend begeleid door een geweldige Syrah uit Stellenbosch en verlaat Paula mijn tafel. Dat de maaltijd een werkelijk mond-orgasme is, hoef ik haar niet langer te vertellen. Een knipoog en een glimlach zeggen haar voldoende. Ze glimlacht terug en weet het : mister ‘B’ is tevreden ! En dat betekent als vanzelfsprekend een extraatje in de kassa vanavond ! Het dessert laat ik aan mij voorbijgaan : ik ben niet gek op zoetigheden. Maar de koffie, begeleid door een ‘Black Bowmore’, staan reeds voor mijn neus voor ik ze besteld heb. En de ober houdt tevens een houten kistje open met een keur aan sigaren. Ik kies voor een Panatella en word onmiddellijk voorzien van het nodige hout, lucifers en asbak. Oh man, wat een zalig, maar toch ook triest einde aan mijn voorlopig laatste reis naar dit land…onvergelijkbaar met enige andere reis die ik jaarlijks moet ondernemen. Na de rekening te hebben voldaan en een flinke tip te hebben achtergelaten, begeef ik me weer op straat. Ik kan natuurlijk de ‘Meikles’ bellen voor hun service of opteren voor de veelvuldig aanwezige lokale taxi’s, maar besluit om tijdens een wandeling nog een keer de Afrikaanse lucht op te snuiven. Misschien zal ik die nog wel het meeste van alles missen ! Genietend kuier ik door de straat van mijn maîtresse. Ik wil echter niet teveel afdwalen van de hoofdstraten.  Niet dat ik snel bang ben – helemaal niet zelfs – maar je moet er natuurlijk ook niet om vragen ! Zoals ik reeds zei, lijdt het land aan een enorme armoede en je moet die negers ook niet teveel vertrouwen, ook al lachen ze je toe ! Geld ja, daar zijn ze op uit ! Maar ervoor werken…ho maar ! Oh man, wees maar zeker : ze zijn allemaal in het bezit van een GSM, laptop, grootbeeld televisie, enzovoort. Maar ze vergeten verdomme wel aan wie ze dat allemaal te danken hebben en wat hebben we ervoor terug gekregen ? Opstanden, moorden, verkrachtingen, brandstichting en ga zo maar door… Ik word verstoord in mijn gedachtegang door muziek die duidelijk uit een nabijgelegen café of dancing komt. Ik herken het meteen : de mannen van U2, samen met BB King en ‘When love comes to town’. Ik beslis om op het geluid af te gaan en eens te kijken of daar nog iets te beleven valt voor mijn laatste avond. Want dit is de dame die me ten dans vraagt en zo’n uitdaging kan je niet afslaan ! 5 minuten later en 2 straten verder bereik ik de ‘Nelson Mandela Avenue’, waar ‘Club Sphinx’ zich bevindt en Bono’s stem me tegemoet komt. Terwijl ik me afvraag wie er in deze tijd nog wil en kan investeren in het uitgaansleven in Harare, begeef ik me naar de inkomhall, die duidelijk al een flinke cent heeft gekost. Ik betaal het inkomgeld (‘Oh man, één drankje inbegrepen’) en begeef me naar de vestiaire, waar ik – alweer tegen betaling – mijn lederen jekker achterlaat. En nu maar hopen dat het later op de avond nog steeds de mijne is ! Jonge kerels en nog jongere meisjes eisen hun plaats op de dansvloer op. Maar op enkele blanke  stelletjes en – voornamelijk – single mannen na, is ook hier de hoofdkleur zwart. En dat terwijl het inkomgeld toch niet minnetjes was. Maar plezier hebben ze voor tien ! Ze swingen, dansen, zingen en zenden inmiddels hun signalen uit naar elkaar. De dansvloer is zowat vol, de tafeltjes allemaal bezet, maar gelukkig is er aan de bar zelf nog voldoende plaats. Inmiddels wordt de dansvloer één grote deinende menigte, wanneer de Simple Minds het roer overnemen met ‘Alive and kicking’. Met veel moeite, vanwege het volume van de muziek, bestel ik aan de barman, die zowat zijn oor in mijn mond steekt, een Jack Daniel’s met ijs. De hitte binnen is enorm, ook al draaien de airco’s en rookwegzuigers op volle kracht. De barman zet de Jack Daniel’s voor mijn neus en schuift er een papiertje onder. ‘Prima’, denk ik, ‘blanken worden hier nog vertrouwd !’. Ik draai een halve ronde op mijn lederen barkruk en zie de menigte…lachen, kussen, dansen, koppelen. En terwijl ik me opnieuw naar de bar draai om een nieuwe Daniel’s te bestellen, staat ze daar…plots, zonder enige waarschuwing, vlak naast mij. Ik kan niet anders dan haar bekijken : zowat 30 centimeter kleiner dan ikzelf en meer dan 50 kilo kan ze nooit wegen. Ze heeft lang, zwart krullend haar dat valt tot op haar kont en bekijkt me even met grote, bruine ‘Bambi’ ogen. Het volgende dat me opvalt is hoe geweldig ze gebouwd is en dat al haar aantrekkelijke vormen fantastisch uitkomen in het rode, aanspannende kleedje dat ze draagt. Opnieuw kijkt ze me aan en schenkt me een blik op een prachtige lach met spierwitte tanden. Dat ze – bovenaan – geen lingerie draagt, is me meteen opgevallen en ik laat mijn blik zakken naar perfect gevormde benen en kleine voetjes, een beetje verstoken in mooie, zwarte pumps. Haar huidskleur is als koffie met een klein scheutje melk…maar mijn gedachten zaten nu al eerder bij de ‘suiker’ ! Onze blikken kruisen elkaar opnieuw, samen wachtend op de barman, die het duidelijk erg moeilijk heeft om te volgen. En dan zegt ze plots iets tegen mij, dat lijkt op ‘Makadi’. Haar stem gaat op het einde een beetje omhoog, wat me doet vermoeden dat het hier om een vraag gaat. Ik kijk haar even fronsend aan, waarop ze me meteen begrijpt en lachend herhaalt : “How are you, sir ?”. Oh man, ik kan echt niet anders dan haar verzekeren dat het momenteel meer dan prima met me gaat en vraag meteen naar haar naam. Ze antwoordt “Diara”, waar ze meteen aan toevoegt, “that means gift.” En een geschenk, dat was ze zeker ! Zelf ben ik atheïst, dus ik heb geen idee welke god verantwoordelijk is voor dit heerlijke schepsel, maar al snel onderbreekt ze me in mijn gedachten. “You buy me drink, sir?” Ik weet – uit ondervinding – wat prinsessen drinken en bestel meteen een fles Piper-Heidsieck en twee glazen, die verrassend vlug op de bar verschijnen. Diara neemt me bij de arm en leidt me naar een inmiddels vrijgekomen tafeltje aan de dansvloer. Ik zet alles neer op de tafel en besef natuurlijk dat ik zwaar ben afgezet wat betreft de prijs voor de bubbels. Maar dat zal ik allemaal wel op mijn thuisbasis uitleggen…nou ja, verzinnen. Voor Birgit blijft het toch maar bij die ene gedachte : ‘Kan het afgetrokken worden?’. En trouwens : moeten potentiële klanten niet gepamperd worden ? We raken aan de praat en hoewel Diara van oorsprong Shona spreekt, gaat het Engels haar helemaal niet slecht af ! Inmiddels wordt het rustig op de dansvloer : DJ Gamba heeft zonet Michael Bolton opgelegd met zijn (enige bekende ?) song ‘How am I supposed to live without you’, waarop Diara mijn hand vastneemt en me begeleidt naar de dansvloer. Onder het dansen vertelt ze me dat ze 18 jaar jong is en volgend jaar hoopt haar opleiding als kapster te kunnen voltooien in Johannesburg. Ik hoor haar wel, maar mijn gedachten dwalen af naar het lichaam dat ik momenteel in mijn handen hou. Haar hoofdje rust tegen mijn schouder, terwijl mijn handen stilaan afdalen van haar rug naar haar kont, waarmee ze geen problemen lijkt te hebben. Na Bolton is het opnieuw prijs met Billy Idol en ‘Dancing with myself’, waarop we terug naar onze tafel keren en ik een nieuwe fles bubbels bestel, tot groot genoegen van Diara, die er flink weg mee weet. Even komt ook de toestand in Zimbabwe zelf ter sprake en dat brengt ons tot ‘Bencom’. En dat ikzelf de stichter en dus bedrijfsleider ben, lijkt Diara in een soort van verafgoding te brengen. Ze kijkt me nu constant aan, lacht veel en (schijnbaar) gemeend en even voel ik mij als een soort god die voor haar ogen is verschenen. En dan…het moment…ik voel haar kleine handje op mijn dij, wel erg dicht bij mijn kruis, waarop ‘Little mister B’ onmiddellijk reageert. En dat is haar duidelijk niet ontgaan, gezien de ondeugende glimlach die op haar gelaat verschijnt. “Where you stay ?”, vraagt ze in het haar eigengemaakt Engels. “Meikles Hotel”, antwoord ik naar alle eerlijkheid, waarop, voor de eerste keer sinds ik haar heb ontmoet, de glimlach van haar prachtige gezichtje verdwijnt. Ik vraag me af waarom, een beetje angstig dat deze nacht met haar me wel eens door de vingers zou kunnen slippen. “You know it?”, vraag ik. “You don’t like the hotel?”, voeg ik er nog in mijn meest simpele Engels aan toe om een oplossing te kunnen vinden voor alle problemen die de komende nacht in de weg zouden kunnen staan. “Yes, of course I do, but…”. En dan plots zwijgt ze en kijkt enigszins beteuterd naar ons tafeltje, waar de tweede, eveneens half opgedronken (vooral door Diara) fles bubbels nog in de ijsemmer staat. Ik word nu wel wat zenuwachtig…Ga ik deze nacht met haar missen ? Probeert ze me erin te luizen ? Was het haar enkel om de drank te doen ? “But what ?”, vraag ik haar, klaar om elk mogelijk probleem, dat mijn laatste droomnacht met Diara in de weg zou staan, op te lossen ! “Well…I am not allowed in there…They don’t like me at that hotel.” En even…heel even sta ik stil bij het feit dat Diara dus blijkbaar reeds in gezelschap in het ‘Meikles’ is geweest. Er steekt iets dat ik niet langer voel wanneer Birgit flirt met een andere man. Jaloezie ? Wantrouwen ? Ik kan mijn vinger er niet precies opleggen. Maar ik moet er meer over weten ! “So”, en opzettelijk neem ik even een pauze, “You have been there before ?” De blik die ze me op dit moment schenkt, lijkt me een mengeling van schuld, schaamte maar eveneens opstandigheid !! “You same as them ! You think I whore !” schreeuwt ze uit, zo luid dat zelfs enkele dansers opkijken. Terwijl ze me nog steeds enigszins beledigd aankijkt, schenkt ze haar glas nog eens vol. “Yes, I have been there once, but wasn’t allowed to enter ! I just wanted to drink something at bar and go to toilet”, zegt ze op een rustigere toon en ik ben meteen geneigd haar te geloven. Zeker wanneer ze eraan toevoegt : “I never go to hotels to pick up men. I no whore.”. Vanzelfsprekend laat ik me leiden door haar kant van het verhaal ! Ik besluit ook om de zaak te laten rusten. Nog één boze uitval en ik kan een streep maken over mijn droomnacht, daarvan ben ik nu wel overtuigd! Trouwens, wat had ik nu gedacht ? Dat een 18-jarige schoonheid op meer dan 8000 kilometer verwijderd van mijn woning zou zitten wachten op mijn uiteindelijke verschijning ? Maar geen enkele gedachte is zo erg om haar te zien vertrekken. Ik word wat kwaad op mezelf…ben verdomme 46 jaar en al bijna 20 jaar leider van ons bedrijf ! En hier zit ik…tegenover een zwarte schoonheid met woorden tekort ! Ik besluit om de stier nu echt wel bij de hoorns te nemen ! “Listen”, begin ik, “if you want to stay with me tonight, I will take care of everything.”. Mijn zin komt goed over : langzaam richt ze haar blik omhoog van haar glas naar mijn ogen en even vraag ik me af wiens glimlach het grootst – en meest gemeend – is ! Na de 2 flessen champagne neemt zij nog één ‘Sphinx’, de huiscocktail, terwijl ik opteer voor nog één enkele whisky. En dan, zonder enig  probleem, verlaten we samen, hand in hand, de club en nemen één van de vele taxi’s die vertrekkensklaar staan aan de dancing. Ik verzoek de chauffeur ons naar de ‘Meikles’ te brengen. Het antwoord klinkt ietwat grommend, zeker gezien de korte afstand, neem ik aan. Bij aankomst besluit ik dan ook het vereiste bedrag te verdubbelen, wat hem duidelijk in een andere stemming brengt. En daar, op de brede trap van het hotel, met de nachtportier reeds in aanslag, slaat plots de gevreesde twijfel bij me toe ! Verdomme, ik neem een iets ouder, maar jonger lijkend meisje dan mijn eigen 15-jarige dochter Sandy, mee naar mijn hotel…naar mijn kamer ! En dat ze overduidelijk onder invloed is (hopelijk enkel van de alcohol !), maakt deze affaire er echt niet beter op. Maar dan kijk ik weer even naar haar en mijn eigen lul overtuigt me. En dan moet ik de zwaarste drempel nog nemen : de prachtige Jahzara, die nachtdienst heeft, kijkt me reeds lachend aan, tot ze eveneens Diara in het oog krijgt. De glimlach verdwijnt en de ogen verliezen hun glans, om plaats te maken voor een kille blik. ‘From a view to a kill’, gaat het door mijn hoofd. Ik steek een Camel aan en begeef me – alleen, zoals afgesproken – naar de receptie. We bekijken elkaar, maar woorden worden niet gewisseld. Ik hoef me ook helemaal niet aan te dienen bij Jahzara : ‘Meikles’ werkt niet langer met sleutels, maar met de tegenwoordig gebruikelijke lezerskaart. En die hou ik als vanzelf in mijn eigen portefeuille. Maar ik laat mijn hand schuiven over de counter van de receptie en wanneer ik mijn hand weghaal, is het briefje van 20 Euro even snel verdwenen als verschenen. Ik besluit om ter plaatse nog heel even het ijs verder te breken (of is het angst ? Zenuwen ? Twijfel?). Ik neem Diara mee naar Younes’ bar, waar – zeker op dit uur, ook al is het dan vrijdag – nog flink wat mensen aanwezig zijn. We nemen plaats aan de bar zelf en Diara besluit ‘haar overwinning van de avond’ te volgen en eveneens een whisky te bestellen. Dan verschijnen opnieuw de Bambi-ogen en terwijl ik erin verzuip als een onopgeleide duiker zonder zuurstofflessen in het nabijgelegen meer, hoor ik haar zachtjes zeggen : “I lied to you, mister ‘B’ ”. Ik laat haar woorden even tot mij doordringen en vrees de ergste dingen…Is ze dan toch een prostitué ? Een man ? Nee, onmogelijk ! Oh man, toch niet bij de lokale politie ? Maar veel tijd om de ergst mogelijke waarschijnlijkheden door te nemen, krijg ik niet. Het verdict volgt onmiddellijk : “I only 14 years old !”. Een ijskoude priem doorboort mijn hart en brein. Maar op hetzelfde moment lijken mijn buik en kruis in vuur gezet. Mijn balzak spant zich aan en de grootte van mijn lul lijkt nu van een onevenaarbare lengte ! Het lijkt wel of Diara op een reactie zit te wachten, maar die blijft even uit. Mag ik dit ? Kan ik dit ? Maar alle vragen worden van tafel geveegd door één enkele andere vraag : Wil ik dit ? Verdomme, ja natuurlijk ! Ik spreek mezelf ook moed in : ‘Ach komaan, op dit continent zijn meisjes al lang geen maagd meer op die leeftijd ! Dit heeft ze al meer gedaan. Dus…waarom zou ik er niet van mogen genieten ? Als ze niets had gezegd over haar leeftijd, had ik het toch ook nooit geweten ? Ik ben verdomme ook geen robot, wel ? En ik kan onmogelijk mezelf – en mijn steeds harder kloppende lul – nu nog teleurstellen. Dus laten we, zonder nog meer tijd te verliezen, de knoop maar doorhakken ! Ik neem haar hand vast en leid haar, om de receptie – en vooral Jahzara – te ontwijken, naar de lift aan de ‘Eastwing’. En, zonder inmiddels nog één woord te wisselen, komen we zowat 5 minuten later aan bij kamer 308, waarna ik haar, als een echte gentleman, de kamer binnen laat. Terwijl ik ons nog een drankje inschenk uit de minibar, komt ze achter me staan. Ze tast met haar rechterhand naar mijn kruis en fluistert : “Wow, you’re big for a white man !”. En op dat moment vallen alle twijfels weg : ik ben dus niet de eerste ! En na beiden een slok te hebben genomen van de beschikbare champagne van het huis, neemt ze me vast en komen haar jonge lippen langzaam op de mijne af. Ik laat het gebeuren en proef kersen op haar lippen. En wanneer ze haar mond opent, lijkt het wel of een klein, nieuwsgierig visje, mijn tong, tanden en verhemelte wil verkennen. Haar tong gaat rustig zijn gang, alsof ze steeds nieuwe dingen ontdekt. En rustig…heel erg rustig… (oh man, ze is pas 14 jaar !) laat ik mijn handen een verkenningstocht houden over haar ganse lichaam. En dan voel ik dat ze nog beter gebouwd is dan ik ooit had durven te dromen ! Voorzichtig neem ik de schouderbandjes van haar rode kleedje vast tussen mijn duimen en wijsvingers en laat het langzaam langs haar jonge en zo aantrekkelijke lichaam glijden. En ja hoor, bij het licht van één enkel nachtlampje, is er geen twijfel meer mogelijk : dit is het mooiste lichaam dat ik ooit heb mogen aanschouwen ! Ik bekijk haar smalle hals, de rechte schouders, haar prachtige – en grotere – borsten dan verwacht! Oh man…en verder…de zorgvuldig geschoren venusheuvel, de naakte oksels, de grote tepels en twee benen die haar uit de hemel lijken te zijn geschonken ! Zonder enige vorm van verlegenheid, lacht ze me toe en begint mij zachtjes uit te kleden, tot ik enkel nog in mijn – inmiddels flink gevulde – Punto Blanco voor haar sta ! En dan plots – zonder enige waarschuwing – vlijt ze zich neer op het mega-waterbed en neemt een onverbiddelijke pose in… Het lijkt ingestudeerd, maar is het zo ? Ze gaat liggen op haar rechterzijde en laat haar hoofdje rusten op haar rechterhand. Ik heb zicht op haar prachtige kont, daar ze deels met haar rug naar mij ligt. Met haar linkerhand gooit ze haar lange haar naar achter, waarbij ze me even aankijkt, haar ogen half sluit en haar tong over haar lippen laat gaan. Ik kan me niet herinneren wanneer – en of – Birgit dergelijke houding ooit voor mij heeft aangenomen. Nog steeds met haar rug naar mij gekeerd, vraagt ze : “You come, baby ? I know you want Diara… You need Diara ! And you know ? Diara wants you as well.” Dan draait ze haar hoofdje een beetje verder naar links en bekijkt me  zoals enkel prachtvrouwen met een ingestudeerde act dat zouden kunnen ! Grote ogen, die je verlangend aankijken en een lach waar je moorden voor zou begaan ! Maar dan, met al die schoonheid op mijn bed, gebeurt er iets… Mijn lust, bijna zelfs liefde voor haar, verandert. Ze maken plaats voor mijn gevoel van overmacht, net als bij ‘Bencom’. Ik ben de leider…zij leidt mij niet, verdomme ! Oké, thuis, in bed met Birgit, werken we de gebruikelijke volgorde af tot we beide enigszins tevreden zijn. Maar hier…hier heb ik het leiderschap. Oh man, in het begin probeer ik deze gevoelens nog onder controle te houden. In kruip achter haar op het bed, kus haar in de nek en steek mijn rechterhand onder haar lichaam om met mijn hand uit te komen bij haar clitoris. Mijn linkerhand bevoelt haar mooie, stevige borsten en ik voel me hemels. Ik leg haar op de rug, kus haar, langzaam zakkend van nek via borsten en buik tot aan haar vagina en begin haar te beffen. Ze kreunt en hijgt wel, maar blijft verdomme lachen ! Is dit een komedie ? Speelt die kleuter verdomme met mijn kloten ? ‘Okay’, denk ik bij mezelf, ‘maak dan maar kennis met my way of pleasure.’ Terwijl ik haar verder bef, zoeken mijn beide handen naar haar borsten en beginnen ze wat ruwer te behandelen. Ik knijp hard in haar beide tepels en nog even wordt het gekreun luider, maar al snel maakt het plaats voor het geluid van een dreinend kind dat zijn zin niet krijgt. Ik knijp nog harder…en dan volgen plots de eerste woorden waar ik op wacht : “Please, no hurt sir !”, roept ze uit, maar geen hond die ons kan horen ! Ze huilt inmiddels en na een korte penetratie, waarvan ze opnieuw schijnt te genieten, draai ik haar op haar buik en, als een geboren leider die weet wat hij wil, steek ik mijn lul zonder enige waarschuwing diep in haar kont. En geloof me of niet, maar na het geluid dat ze op dat moment voortbrengt, weet je wel zeker dat ze op die plaats in elk geval nog maagd was ! Want als huilen plots omslaat in gillen, weet je gewoon dat je een nieuwe bron hebt aangeboord ! Om mijn leiderschap over haar nog groter te maken, ga ik zo diep mogelijk, en schuif zelf omhoog, zodat mijn kin net op haar hoofd rust. En om haar alles helemaal duidelijk te maken, schuif ik mijn rechterarm onder haar keel en grijp ermee naar haar linkerborst. Eindelijk voel ik me nog eens oppermachtig…en niet alleen op het werk, maar ver van huis in het buitenland. Ze willen hier niet bestellen ? Goed, dan bestel ik zelf wel… Ik ben godverdomme niet voor niks naar dit kutland gekomen ! Als het gillen nog erger wordt, gebruik ik mijn linkerhand om haar eindelijk te doen zwijgen en leg ze om haar keel. Ik voel het zaad in mijn zak borrelen…denk even : geen condoom…Goed bezig, Ben…En dan nog  langs achter… Maar oh man, het is te laat : terwijl het gegil verstomd (eindelijk geniet ze ook !), voel ik alles omhoogkomen en spuit als nooit ervoor ! Verdomme, wat een gevoel : klaarkomen in een kont van een14-jarig meisje… Dichter bij de hemel kan je niet komen ! Ik geniet minstens 30 seconden van een nog nooit eerder meegemaakt orgasme. Ik hoor mezelf brullen…en dan, zachtjes, laat ik mijn lichaam opnieuw  zakken tot ik opnieuw op Diara’s rug lig en geef mijn hart de tijd om opnieuw een normaal ritme aan te nemen. Inmiddels kus ik Diara’s hoofd, nek en schouders. Ik plaats mijn mond dicht bij haar oor en fluister : “Did you like it ?”, misschien een nogal overbodige vraag, gezien het gehuil en geschreeuw dat onze neukpartij begeleidde tot ik haar hoofd tijdens het neuken ook wat dieper in de aanwezige kussens had geduwd. Diara blijft stil en ik besluit haar ook wat rust te gunnen, dus trek me langzaam terug uit haar. “Sorry, better now ?”, vraag ik, maar opnieuw moet ik het stellen met volledige stilte. Voorzichtig – ze is immers slechts 14 jaar – draai ik haar opnieuw op haar rug, om dan plots in 2 wijd opengesperde en – vooral – trieste ogen te kijken. Ik fluister opnieuw haar naam, maar stilaan besef ik dat ik geen antwoord meer hoef te verwachten. De ogen…de enorme rood-blauwe plek op haar keel…de complete stilte…alles aan haar zegt mij meer dan voldoende. Ik schuif zo snel als ik kan van haar af, doe zo vlug mogelijk opnieuw mijn kleren aan en pas dan grijp ik naar de aanwezige telefoon ! “Hallo”, zegt een bekende stem, “you’ve reached Jahzara at reception desk. How may I help you ?” De angst en twijfel overvallen me, maar zoals steeds moet ik wel doorzetten ! “Hi Jahzara, this is mister ‘B’. There has been an accident in room 308 !” “I will be right there”, antwoordt ze rustig, alsof ongelukken in kamers zich dagelijks voordoen, en legt de hoorn onmiddellijk neer. Bevend zet ik me terug neer op het bed en kijk nogmaals in de trieste, maar dode ogen van Diara. Het lijkt een eeuwigheid te duren, maar slechts 3 minuten later wordt er op mijn deur geklopt. Ik open de deur tot zover de veiligheidsketting het toelaat en zie, tot mijn opluchting, enkel het fijne gelaat van Jahzara. Ik laat haar binnen om meteen daarna de deur opnieuw te sluiten. Inmiddels bekijkt Jahzara de kamer en neemt meteen de toestand op. Ze zegt niet één woord en, na wat een enorme periode lijkt, draait ze zich beheerst naar me om en kijkt me recht in mijn ogen. “The usual, mister ‘B’ ?”, vraagt ze me, zonder een teken van enig gevoel. Verlegen, betrapt…maar vooral opgelucht, zoals ik me telkens voel wanneer ik hier verblijf, kijk ik enigszins beschaamd naar de vloer en knik met mijn hoofd. Ik neem € 250,- uit mijn portefeuille en geef ze, zonder één verder woord te uiten, aan Jahzara. En ze zijn even vlug opnieuw verdwenen. “And now…as always please”, spreekt ze me vriendelijk, maar toch tevens bevelend aan. Inmiddels heeft ze nog niet één gelaatsspier veranderd. Opnieuw knik ik, kijk nog even in de trieste ogen van Diara en verlaat dan de kamer op weg naar Younes in de “All Night Bar”. “Hey, mister ’B’, last night here again ? I remember it’s always difficult for you to fall asleep the last night”, verwelkomt hij me. Ik besef wel dat hij geen weet heeft van de afspraak tussen mij en Jahzara, maar het zijn inderdaad de enige avonden dat ik nog zo laat zijn bar betreed. “Yes, Younes… Tomorrow, it’s back to cold Belgium again.” “Well, mister ‘B’, we will sure miss you around here !”, antwoordt hij, terwijl ik even vermoed dat er genoeg zijn die daar anders over denken. Maar Younes merkt dat ik – zoals steeds op de laatste avond – niet veel zin heb om te praten, schenkt me een dubbele Macallan’s in en gaat dan verder de bar afruimen. Naast mezelf, is er nog één koppeltje aanwezig van rond de dertig. Ze kijken elkaar constant in de ogen en houden handjes vast, alsof er een angst bestaat dat ze er anders zullen afvallen. Ik nip van mijn glas, kijk op mijn trouwe Rado om vast te stellen dat het inmiddels 03.35 u. is. Nog 25 minuten te gaan. Verdomme, op deze momenten duurt elke minuut een kleine eeuwigheid…en dan geef ik Jahzara meestal nog zowat 10 minuten extra. En het hotel verlaten behoort niet tot de mogelijkheden, gezien de veelvuldige aanwezigheid van veiligheidsagenten en de instructies van Jahzara. Ze zouden zich ongetwijfeld afvragen waar een blanke man om dit uur nog heen zou gaan… Dus bestel ik nog een Macallan en vraag Younes – naar gewoonte op de laatste avond – wat hij van mij wil drinken. Met zijn gebruikelijke glimlach schenkt hij zichzelf een biertje in. Het laatste koppeltje verlaat de bar met een duidelijke zin in andere dingen…Ik check even : 03.50 u. Younes merkt lachend op dat het geen koppel is (alsof dat mij momenteel interesseert), maar beiden werkzaam bij dezelfde firma, die deze week een congres houden in het hotel. En, voegt hij er ter informatie aan toe, dat zij uit Zweden komt en hij uit Nederland. We praten nog even bij en eindelijk – tot mijn groot genoegen – stel ik vast dat het 04.00 u. is. Ik neem nu voor de laatste keer afscheid van Younes en begeef me rustig – op kousenvoeten – terug naar kamer 308. Ik haal mijn kaart door de lezer en ga binnen. Nooit…echt nooit zal ik gewoon worden aan dit zicht : de kamer ziet er piekfijn uit, alsof er de laatste weken niemand verbleef en gewoon wacht op een nieuwe toerist of bedrijfsgezant! Ik kleed me opnieuw uit en kruip meteen onder de nieuwe lakens, om als een blok in slaap te vallen…vreemd genoeg begeleid door de dromen der onschuldigen… De volgende ochtend sta ik vroeg op, neem een verkwikkende douche en trek dezelfde kledij aan als gisteren. Beneden gekomen neem ik een uitgebreid ontbijt en check dan uit bij een mij volledig onbekend meisje. ‘Natuurlijk’, denk ik bij mezelf, ‘Jahzara had nachtdienst.’ En ja hoor : daar staat hij weer te blinken, mijn eigen ‘Meikles Mercedes’ om me terug naar de luchthaven te brengen en de volgende 19 uur te overbruggen…terug naar België, het land van…Tsja, van wat eigenlijk ? En oh man, hoe goed ken ik de vragen van de 2 personen die me staan op te wachten ! “Hoe is de verkoop gelopen ?” en natuurlijk ook : “Wat heb je voor mij meegebracht ?”. En ja hoor, wat zal ik blij zijn om ze beiden in mijn armen te sluiten, van ze te houden…ze te beschermen tegen alle kwaad dat deze wereld overheerst ! En oh man, wat zal ik genieten van de komende 3 weken…bestellingen, logistiek, het zwarte boek dat Birgit gelukkig maakt en Sandy alles kan geven wat ze zich maar kan wensen ! Maar meer dan 3 weken kan èn mag ik dit niet volhouden : dan vertrek ik voor 8 dagen naar Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten voor een verblijf in het reeds geboekte hotel ‘Silverene Tower’, waar zonder enige twijfel Aaliyaa en Varisha me zullen staan opwachten ! En daar kijk ik nu reeds naar uit, want Dubai…. Die stad is pas een echte dame van stand ! Oh man…

Paul Smeyers
0 1

IK STAAK

Beste lezers die mij via mail of via mijn blog volgen, Jullie zullen gedacht hebben dat mijn fantasie opgedroogd was of dat ik minstens een writer’s block had. Niets is minder waar. IK STAAK. Jullie lezen het goed! Ik staak! Waarom ik staak? Daar moet ik nog eventjes heel diep over nadenken. Ik ben nogal trendgevoelig. De laatste maanden lijkt het modewoord in België, ‘werkweigering’ te zijn. Vier dagen in één maand tijd staakt men nu al in België. Men wil duidelijk niet meer werken en al zeker niet ‘langer werken’… Dus modebewust staak ik mee. Geen letter kwam er nog uit mijn PC. Ook ik heb recht op verontwaardiging en om af te geven op alles wat krom en scheef zit in onze welvaartmaatschappij. Op straat komen met een groot spanbord met daarop “Wij willen niet langer werken, of wij willen brugpensioen” is nogal hypocriet, want ik ben al een paar jaar met pensioen. Rond brandende autobanden gaan staan en roepen: ”Wij willen geen indexsprong” lijkt ook onrealistisch. Met ons povere pensioentje, zie je amper dat er jaarlijks index bij komt, dus zal die geplande indexsprong ons waarschijnlijk geen boterham minder doen eten. Wil ik een rijkentaks?  Eventjes nadenken…ben ik zelf rijk?  Meer tijd dan geld, zeg ik altijd. Mensen die van nul een firma opstarten, grote winst maken als ze deze verkopen, hiervoor vervolgens in België geen belastingen betalen, daar wordt schande over geroepen. Miljonairsvoetballertjes en wielrenners die hun geld in Monaco of in Luxemburg wegsassen, dat vindt men normaal en die belonen we dan nog eens met een ‘Gouden schoen’ of een beker ‘Sportman- of vrouw van het jaar’. Die  jackpotten  zorgen voor het zondagse vertier! Daar mag door het gepeupel niet aan geraakt worden. Geld is een vreemd goedje, als je het bewaart heb je er niets aan, als je het uitgeeft, ben je het kwijt. Waarom staak ik dan? Ik staak, omdat manlief  met een spiksplinternieuwe auto, in plaats van maar eerst na vier jaar, nu jaarlijks naar de autocontrole moet. Doordat wij bij aankoop van de wagen een gloednieuwe trekhaak lieten installeren en een caravan trekken, moeten wij nu alle jaren een controlebelasting in de regeringsla leggen. De autocontroleurs duwen eventjes op de trekhaak, schijnen met een zaklamp onder de auto zijn achterste en je mag langs de kassa passeren. Ik staak omdat ze in mijn achtertuin sociale woningen gebouwd hebben. Ik preutel niet over het idee ‘sociale woningbouw’ zelf en ook niet omdat het letterlijk in onze achtertuin staat, maar om de grandeur van de appartementen en de tuinen. Ik staak, omdat ik op het merendeel van de supergrote terrassen, hoofddoeken en schotelantennes zie verschijnen. Deze ‘kansarmen krijgen met ons geld, een riant beneden appartement met een tuin van 10 meter breedte en 25 m lengte onder hun zitvlak geschoven. Het zou met wat minder toch ook wel gaan zeker? Terwijl onze kinderen voor hun huis met tuintje, elke maand met moeite hun hypotheek aflossen en nagenoeg niets overhouden om voor een tweedehands auto te sparen, rijden deze ‘minderbedeelden’ plots rond in een Mercedes,in BMW’s met getinte ruiten en in SUV wagens. In één van de sociale tuinen staan plots drie moto’s, drie fietsen, twee grasmachines, een trampoline en een zwembad met een doormeter van 4 meter, helemaal tot de nok gevuld, met door de gemeenschap betaald, water! Daarom staak ik! Ik staak om het onrecht in de wereld. Omdat alle mensen die geloven niet genoeg bidden om God of Allah te overtuigen dat zij hun geloofswaanzinnige  achterban moeten trachten te stoppen. De gelovigen beweren toch dat hun God en Allah almachtig zijn..of niet? Waarom komen deze goden dan niet tussenbeide? Ik staak omdat overal ter wereld vrouwen  als vuilnis behandeld worden en kinderen sterven omdat ze willen leren.  Ik staak omdat de moslims niet massaal op ’t straat komen om met een heel luid roepend   “Not in my name” al die islammoorden te veroordelen.  Ik staak voor toestanden die er werkelijk toe doen, niet omdat wij een zuchtje van onze welvaart af moeten geven, zodat onze kinderen en kleinkinderen niet met gigantische schulden zouden moeten opgroeien. Dus ook ik leg het werk neer. Ik weiger nog één poot in de keuken te zetten. Ik weiger koffie te zetten en in mijn potten te roeren. Gedaan met kuisen voor dat kleine pensioentje. Ik weiger de wasmachine in en de afwasmachine uit te laden. Ik eis dat het werk als huisvrouw net als de job van de bouwvakker en de leraar als zwaar beroep erkend wordt! Het zal zelfs niet ophouden als ik 67 ben, het gaat gewoon door. Staken is staken! Manlief begrijpt het allemaal niet. Hij wil vooral geen olie op het stakersvuur gooien. Hij vraagt me heel zachtjes waarom ik dit allemaal op hem, de onschuldige brave ziel moet uitwerken? Wel, ook dat is een modeverschijnsel, medeburgers pesten om je gelijk te krijgen…en zoals ik reeds vertelde, ik ben heel trendgevoelig! Manlief kijkt me glimlachend aan: “Oké schatje er is nog plaats voor overleg aan de onderhandelingstafel! Wat denk je ervan, je wordt vandaag 63, dus vandaag geen ‘gekook’ en geen ‘gekuis’. Laat ons een beetje feestvieren en eens lekker bij de Thai gaan eten!” Als dit geen toegeving is?  Ik grijns van oor tot oor: “Yes, yes toch iets uit de stakingsbrand gesleept!” 17 december 2014 Jarige Sim  

Sim
0 0

Over de Liefde

     Het was een recente evolutie in het leven van Bernhard B. dat hij van koffie met melkschuim was gaan houden. Vroeger hield hij niet van melkschuim. Of juister: vroeger wist hij niet dat er zoiets als melkschuim bestond. Hij had het voor het eerst geproefd in een hotelletje in Nederland en het was hem dermate bevallen dat hij dezelfde dag nog bij HEMA een melkklopper had gekocht. Als een ander mens was hij naar België teruggekeerd. Mensen veranderen, zoiets hou je niet tegen. Ook Bernhard B. was voortdurend in verandering.      Dat hij in Nederland was geweest, had veel te maken met een andere nieuwigheid in zijn bestaan: sinds kort mocht Bernhard B. zich graag beginnend cabaretier noemen. Hij had al drie keer opgetreden. Eén keer in besloten kring, één keer op een talentenjacht in Gent, en één keer tijdens een voorronde van een cabaretwedstrijd in Groningen. Vooral dat laatste had hij een boeiende ervaring gevonden. Zijn timing was wat ongelukkig geweest, en de finale had hij niet gehaald, maar het scheen hem toe dat zijn doortocht niet geheel onopgemerkt was gebleven. Het juryverslag sprak van een gedurfde aanpak en een verrassende invalshoek. Misschien dat zijn set nog wat coherentie miste, maar dat waren dingen waar je aan kon werken.      Het schuim maakte Bernhard B. op basis van een wolk verse melk, die hij in een pannetje op het fornuis tot net onder het kookpunt bracht. Hij had de techniek al aardig onder de knie. Met vaste hand en regelmatige slag joeg hij de klopper erdoorheen. Het schuim was vol en smeuïg en er bleef zo goed als geen vloeibare substantie in het pannetje over. Bij elke poging kwam de perfecte kraag dichterbij.      Gisteren was hij aan een nieuw lied begonnen, ‘Een roos aan je deur’. Het was wat men noemt een werk in wording. In feite was zijn hele leven een werk in wording, bedacht Bernhard. Hij vond het een hoopgevende gedachte. Bij het lied zou een korte act horen, mogelijk iets met mime. Over een roos die wordt achtergelaten voor het huis van de afwezige geliefde, in de hoop dat straks, wanneer ze de bloem ziet, haar hart sneller zal slaan. Maar de afwezige geliefde blijft meer dan een week weg en als ze eindelijk thuiskomt is de roos bruin en verwelkt. Hij zou het stuk beginnen met een glimlach en eindigen met een pruillip. Hij had een sterke mimiek, had men in besloten kring gezegd.      Veel van zijn liedjes gingen over de liefde en Bernhard B., die ook op het podium gewoon Bernhard B. heette, speelde met het idee van een avondvullende voorstelling. Hij had zelfs al een titel: ‘Over de Liefde’. ‘Als de liefde er niet was, dan was ook ik er nooit geweest,’ zou hij zijn toeschouwers vertellen. ‘Liefde is leven. In liefde ben ik gekomen en in liefde wil ik gaan.’ Dat soort dingen, maar zonder stroperig te worden.      Voor de koffie had hij een Italiaans espressoapparaat. Hij gebruikte alleen vers gebrande bonen uit Colombia, die hij in de wereldwinkel kocht. Ook zo droeg hij bij tot een mooiere wereld. Bernhard B. was een goed mens.      Een kop koffie als metafoor voor de liefde, zou daar geen lied in zitten? Of een gebakje in de vorm van een hart, dat samen met de koffie werd geserveerd? Misschien kon hij alle mensen in het publiek … neen, dat was dan weer teveel van het goede. De kunst van goed cabaret zat in subtiliteit. Fingerspitzengefühl. Mensen waren als melk, je moest ze warm maken, maar mocht ze net niet laten koken. Een positief maar kritisch verhaal zou hij brengen, met sluwe verwijzingen naar lui die van de liefde niets begrepen. Mannen die hun vrouw sloegen, en hoe arm zulke mannen waren. De liefde was als zand. Je hield ze beter losjes in de hand dan er krampachtig in te knijpen.      Een klein schepje suiker maakte het helemaal af. De beste vond hij de ruwe rietsuiker uit Paraguay. Ook die kocht hij in de wereldwinkel. Ze had precies de goede smaak: aangenaam en subtiel. Zeemzoet was te mijden.   Uit de bundel: 'Beachy Head en andere verhalen'  ISBN 9789082436907www.ape-translations.be/nl/beachy-head/     

Lode Demetter
0 0

DE BERG VAN BABEL

Een paar kilometer van de kust verwijderd, begint in Tenerife het lavaberglandschap. Steile rotsen, ingesneden door barranca’s (kloven) en afgewisseld met hoogplateaus reiken helemaal tot aan de krater. Alle wegen lopen hier niet naar Rome maar naar de hoogste berg van Spanje, de Teide. In de loop der jaren zijn de Canaries er zich bewust van geworden dat er ook toeristen zijn die meer verlangen dan alleen maar aan het strand of naast het zwembad te liggen zonnen. Sinds kort markeren ze wandelpaden met gekleurde streepjes of cijfers. Soms lukken ze erin om een volledige wandeling foutloos te bewegwijzeren, maar uit ondervinding weten wij, dat de gekleurde aanwijzigen of cijfers ergens op het traject op een mysterieuze wijze verdwijnen. Een paar keer zijn wij, bij vroegere wandelingen, hopeloos verloren gelopen. Zo hebben ook wij meer dan eens dubbele, niet geplande, afstanden gewandeld.  We laten ons echter niet meer beetnemen en hebben sinds enkele jaren een wandelkaart gekocht. De zon schijnt warm over onze hoofden en we puffen tussen de lavarotsen de berg omhoog. Klimmend als berggeiten steken wij onze wandelstokken tussen het lavagrind. Naargelang wanneer de vulkaan uitgebarsten is, variëren de kleuren van de lavastenen. Grote zwarte piekerige rotsblokken tot kleine ei- grote witte, roze/roodbruine naar azulejos blauw/groene lavabrokken. Naargelang het stijgende pad steiler en steiler en de lucht op deze grote hoogte van ca. 2500 meter ijler en ijler wordt, vertraagt het wandelritme en dreunt ons hart sneller in onze oren. Op elk plat plateautje houden we eventjes halt om te drinken en om ons hartritme terug op mensenniveau te krijgen. Rond het middaguur komen we aan een wandelkruispunt waar de gekleurde streepjes en cijfertjes weer onvindbaar zijn. Wij zoeken hier een min of meer platte lavasteen uit en laten ons vallen  om te picknicken. We zullen daarna onze wandelkaart raadplegen. Achter ons komen een paar echtparen de berg opgeklommen. In de stilte van de ijle berglucht zweven Duitse, Scandinavische en Franse woorden onze richting uit. De Duitsers struikelen bijna over onze voeten .Ondanks hun omvangrijke buikenomtrek denderen zij ons op een marsritme als blinde moffen (heu sorry) mollen voorbij. Zij kregen met de moedermelk vermoedelijk de basisbeginsels van het wandelaarjargon niet mee. Nu moet men niet zoals de Oostenrijkers overdrijven en alle tien stappen god met hun Grüss Gott aanroepen, maar met een Spaans ola, een halo of een universeel vriendelijk knikje kom je als kruisende wandelaar toch ineens een stuk sympathieker over. De Franse man hijgt calorieverbrandend  het bergpad op. Hij ziet knalrood van inspanning. Het zweet gutst van zijn onbeschermde glanzende kale hoofd.  Ik hoop alleen maar dat hij op onze hoogte geen hartinfarct krijgt. Van de tegenovergestelde richting naderen twee jongelui. Een prachtig gebruinde jonge man en een jonge vrouw met benen tot aan de hemel. Haar short bedekt amper de ronding van haar achterste. Haar borstjes wippen als puddingen op en neer.  De zon weerkaatst blauw op haar lange pikzwarte haar dat ze telkens heel sexy naar achter zwiept. Geen druppel zweet is op haar mokkakleurige lichaam te bespeuren. Zij heeft twee koolzwarte oogjes, een redelijk grote neus en parelwitte tanden in een glimlachende mond.  Manlief staart haar vol bewondering aan. Als ik vraag of zijn pornografische voorstellingen voer voor publicatie zijn, lacht hij: “Het is wel duidelijk dat als je mooie vrouwen wil zien, je niet gedurende deze senioren- overwinterperiode op het strand moet rondkijken. Het is niet omdat ik wat ouder word, dat ik niet kan genieten van een Miss Spanje die hoog op de berg mijn pad kruist. En, daarbij, je weet dat ik van grote neuzen hou.” Dat is voor mij, die met Pinokkio een spelletje ‘om ter langste’ zou kunnen spelen, weeral een geruststelling.  De zes wandelaars houden halt op ons vier- armenkruispunt en zoeken allemaal een stukje in allerlei richtingen naar de ontbrekende kleurige aanwijzingen. Er ontstaat een Babylonische spraakverwarring als ze elkaar om raad vragen. De jongelui zijn Spanjaarden, die enkel een woordje Engels lispelen. Het ene koppel blijken Noren te zijn, die een mondje Duits spreken. Het andere koppel zijn twee Fransen, die alleen…Frans praten. Alle zes proberen ze elkaar te begrijpen. Ze wijzen naar alle mogelijke richtingen maar slagen er niet in, aan elkaar een zinnige uitleg te geven. Het enige woord waar ze het over eens zijn is ‘senderos’, wandelweg. We zien de vraagtekens in de blauwe hemel opstijgen. In welke taal zij ook praten, wij begrijpen elke zin die de berglucht in zweeft. Wij zitten een beetje te grinniken om de pantomime op de berg van Babel!  Eerst negeren ze de twee op de lavastenen zittende sandwichknabbelende wandelaars maar als ze de wandelkaart op onze knieën zien liggen beginnen ze taalbarrièrebrekend  naar ons te glimlachen. Manlief kan het niet laten en roept in het Frans, Duits, Engels en in ‘t Spaans dat hij eventjes met de wandelkaart zal komen. De wandelaars kijken hem vol ongeloof aan. Als ik manlief dan nog iets in het Vlaams naroep, kunnen ze helemaal niet meer plaatsen waar wij vandaan komen.  Meertalig wordt de wandelkaart bestudeerd. Wij fungeren als vertalers tussen dit bonte allegaartje. Onze borst zwelt als ze vragen hoe het toch mogelijk is, dat wij Vlamingen al die talen kennen?  Met een zekere trots verklaren wij dat wij ons zelfs met een beetje Italiaans ook verstaanbaar kunnen maken. De Noor lacht en zegt in het Duits: “Prachtig, zes talen maar Noors kennen jullie niet hé?”. Ik glimlach en zeg stralend een van de zinnen die nog uit een ver verleden in mijn hoofd zijn blijven hangen: “Jeg forstår og snakke litt norsk .“* De mond van het Scandinavische koppel valt open. Ik ga onmiddellijk verder met de tweede zin die ik nog ken: “Min ex mans mor e fra Trondheim.”*.  Nog voor de Noren de kans krijgen om van blijdschap in zwijm te vallen en hun levensverhaal op mij af te vuren, spoort manlief ons aan om de wandeling verder te zetten. Hij weet ondertussen wel dat mijn Noorse talenkennis maar uit drie zinnen bestaat. We stappen verder het lavapad af.   Ik kan het niet laten en draai me om, wuif naar de Scandinaven en roep mijn laatste zin: “Beholde deg godt!”* Het Franse echtpaar besluit, gezien het warmlopen van monsieur en zijn niet hittebestendige en overkokende  hersenpan, rechtsomkeer te maken. De Spaanse jongelui huppelen hand in hand verder heupwiegend de berg af. De Noren twijfelen nog of ze de grote of de verkorte versie van het wandelpad zullen afmaken en roepen nog “Takk”* naar ons. Nog één Noors zinnetje borrelt nog in mijn spraakcentrum omhoog: “Vaer sa god!* Al deze talen op een vierkante meter, hoe is het toch mogelijk? Ja, weten jullie nog dat verhaaltje van de Toren van Babel?  Verschillende volkeren bouwden in volledige samenhorigheid  in Babylon een hele hoge toren die tot aan het hemels paradijs zou moeten reiken. God hield de bouwwerkzaamheden angstvallig in het oog. Nooit zou hij toestaan dat de toren tot aan zijn voordeur zou komen en er allerlei bouwvakkers in zijn voortuin zouden bivakkeren. Een van zijn slechte karaktertrekjes kwam boven en vanaf zijn wolk in de hemel bliksemde hij zijn toorn over deze metselende volkeren. Vanaf dat moment zouden zij allemaal een andere taal spreken. Plots verstonden de architecten, de aannemers en de metselaars elkaar niet meer.  Het werd een Babylonische spraakverwarring en na een daverende ruzie werd de bouwwerf  stilgelegd! Vanaf dan spraken alle mensen op aarde verschillende talen en verspreidden ze zich over de ganse aarde. Leuke vent hé? Nu ging het eens de juiste richting uit! Ja, van een slecht karakter gesproken. Dat verhaaltje van Adam en Eva en die appel is nog zo iets. Eva dacht:  “A apple a day, keeps the doctor away!” Zij plukte die appel dan nog niet voor zichzelf, maar voor Adam. Maar dat was buiten de wil van God gerekend hoor. De twee geliefden werden uit het paradijs gegooid en om Eva extra te straffen zouden vanaf dan alle vrouwen in geweldige pijnen kinderen baren. Sadistisch machotrekje? Vindt de helft van de bevolking dit nu nog zo’n leuke man? En dan dat spelletje met Maria en Jozef. Maria zwanger maken en negen maanden met een dikke buik, als overspelige maagd laten rondlopen terwijl hij wist dat Jozef zijn vruchtbaarheiddatum al lang verstreken was. Drieëndertig jaar later liet hij zijn enige zoon aan het kruis nagelen. Het moet je vader maar zijn! Je zou bijna schrik krijgen, als hij op zondagochtend na het klokkengelui, juist jouw gebedje er uit de miljoenen andere zou uitkiezen om er zich een beetje mee te amuseren. Hopelijk verstaat hij zelf al die mensentalen nog een beetje, een verkeerde vertaling en je hebt de poppen aan het dansen.  Babel, Babel, babbel, babbel!   *Jeg forstår og snakke litt norsk. Ik versta en spreek een beetje Noors *Min ex mans mor e fra Trondheim. Mijn ex-man’s moeder is van Trondheim *beholde deg godt. Houdt jullie goed *Takk  bedankt *Vaers sa god  aub   Sim,  Tenerife 3 maart 2015

Sim
6 0

IL FAUT DE TOUT POUR FAIRE UN MONDE

Elk jaar opnieuw eindigt het toeristenseizoen in Grau du Roi met plaatselijke feestelijkheden.  De Camargue- cowboys laten de laatste weken van september hun stiertjes weer in formatie door de straten van het stadje richting de arena lopen. Op elke hoek van de straat speelt er een opzwepend Camargue orkestje vrolijke Gipsy King melodietjes. De feestvreugde zit er goed in. We zoeken ons een zitplaatsje langs het parcours waar we de stierenloop en de passanten goed kunnen bekijken. Buiten de nog min of meer normaal uitziende bruine septembertoeristen en de mensen, die hier hun weekendhuisjes hebben, worden de straten overspoeld door allerlei soorten malloten. Het lijkt wel dat alle instellingen, inrichtingen, gevangenissen en verbeteringsgestichten, van Grau en omstreken, al hun patiënten en gedetineerden gezamenlijk een weekendje vrijaf gegeven hebben. Langs het parcours staan overal dranghekken zodat niemand gevaar zou mogen lopen om door een losgebroken stier verpletterd te worden. Alhoewel er in vijf talen verwittigd wordt dat je tijdens de doortocht van de stieren achter de dranghekken moet plaatsnemen, houden alleen de meeste toeristen zich aan de opgelegde regels. De meeste habitués blijven onverstoord in het midden van het stratenparcours rond kuieren. Tussen de menigte feestgangers schuifelen zigeuners die iets minder in de stierenloop geïnteresseerd zijn. Wij kijken onze ogen uit. Je houdt het niet voor mogelijk wat je allemaal aan menselijke mafkezen ziet voorbij slenteren. Dikbuikige borstenmannen in slank makende zwarte T-shirts waarop in fluo letters Quick Silver staat, deinen voorbij. Aan hun waggelende eendenstap is echter niets kwieks meer te bespeuren. Het eerste kanonschot klinkt om iedereen te verwittigen dat de abrivados (stierenlopen) van start  gaan. De eerste Camargue- paarden met stiertjes hollen door de straten. Ze moeten echter om de haverklap vertragen omdat de menigte maar heel traag uit elkaar splijt om daarna als magneetdeeltjes terug in het midden van de straat bij elkaar te klonteren. Manlief tikt me met zijn knie aan en knikt met zijn hoofd naar de richting die ik moet kijken. Een jonge vrouw draagt een half doorzichtige lichtroze jurk waarbij je door de wiebelende vetlagen haar voorkant niet meer van haar achterkant kan onderscheiden. Haar hoofd is zonder hals of nekpartij op haar lichaam geperst. Onder haar veel te strakke jurk kan je soms haar sinaasappelnetjes zien schommelen, met juist boven de knieën de enige overgebleven pompelmoezen. Haar met glitterspeldjes opgestoken haar lijkt op een gigantische witte suikerspin. Aan elke hand, van haar zwaaiende lillende armen, bengelen en jengelen twee toekomstig obesitasjes . Haar treuzelman schuifelt achter hen aan terwijl hij in een broodje hamburger bijt. Hij draagt een T-shirt vol ketchupvlekken met de opprint “I am the most wanted man”. Het zal wel! Manlief kan zijn lachen niet inhouden. Ze lopen met zijn vieren in het midden van de straat, blokkeren met hun uitgezakte lichamen de volledige doorgang en waggelen op het laatste moment uit elkaar als de paarden- en stierenformatie op enkele meter van hen verwijderd is. Een paar Oostblokkers staart met half gesloten ogen, al een beetje onder invloed, naar de langs drummende mensen. Zij drukken grote blikken bier tegen hun getatoeëerde blote torsos. Hun twee tronies doen vermoeden dat ze in alle landen van de Europese Unie gezocht worden. De kale zwaait met zijn knalrode T-shirt als een toreador over en weer.  Eens de cowboy- stierencombinatie bijna op zijn hoogte is, stopt hij uit schrik dat de stieren daadwerkelijk op de rode lap zouden reageren, vlug zijn shirt achter zijn rug.  De tweede heeft in beide oren oorringen die nog groter zijn dan champagne kroonkurken. Langs elke kant van zijn mond heeft hij grote schroeven door zijn lippen.  Hij draagt zijn pet achterstevoren op zijn weggeschoren haar. De stupiditeit druipt van hun gezichten, maar ze vallen totaal niet op tussen de andere wachtende simpele carnavalsgekken. In de verte komen er twee overjarige tweelingbroers aangeslenterd. De eerste grijze broer heeft in zwart Afrika een jong, maar heel lelijk groen blaadje op de kop kunnen tikken. Ze lijkt op een overrijp vruchtbaarheidsbeeldje. De papa/opa draagt een joelende, op en neer wippende, halfbloedpeuter op de schouders, die te pas en te onpas krijst, dat de stiertjes op komst zijn. Papa kijkt trots, mama strijkt over haar dikke buik en kijkt verveeld. De tweede broer draagt een bruine cowboyhoed en een shirt met het logo van het whiskymerk JB. Over zijn buik staat de Franse vertaling van die twee letters J B: Jeune et Beau, jong en mooi. ‘Wishful thinking!’ Het is duidelijk dat deze man thuis geen spiegels heeft hangen. Ook hij, heeft zich ergens in Azië een bruidje aangeschaft. Dit kleine tengere kindvrouwtje stond vermoedelijk ook niet op de voorste rij toen de schoonheidsidealen uitgedeeld werden. Beide geïmporteerde vrouwtjes doen niet onmiddellijk aan seksuele uitwisseling denken.  Manlief klopt me op de arm: “schoon volk op kwart voor twaalf!”. Ik draai mijn hoofd om en zie een paar prachtige jonge vrouwen onze richting uitkomen. Korte shorts tot net op de bilronding, lange benen, hoge plateauschoenen, rondzwiepende haren, oorringen die glinsteren in de zon en behoorlijke toeters. Ze vallen zo totaal uit de toon tussen al die dorpsgekken dat ze door de mannen bijna als een bezienswaardigheid nagekeken worden. Ik wijs manlief erop dat de meiden echter hand in hand lopen en met een sprankelende verliefde puberblik naar elkaar lachen. Zo zie je maar..! Achter de meisjes, wankelt een anorexia dame voorbij op meer dan 10 cm hoge hakken. Zij draagt een heftig flitsend knaloranje fluo- bloesje en een heel spannende latexbroek met tijgerprint, die haar knokige billen alleen maar benadrukt. In haar luciferstokjes- arm houdt zij een bibberend Chiwawa hondje. Met haar vrije hand houdt ze haar naar voren waaiende, uitgeplozen blonde paardenstaart uit haar strakgetrokken aangezicht. Eventjes vraag ik mij af of er ook een meneer anorexia is, of heeft die misschien het hazenpad gekozen, op zoek naar zachtere en malsere oorden. Recht over ons staat er een man met een gigantische zwarte punkerhanenkam. Het blijft voor mij nog steeds een raadsel hoe hij zijn haar, met de hier vrij hevige mistralwinden zo recht kan laten staan. Hij staat al geruime tijd ongeïnteresseerd en verveeld naar zijn schoenen te staren, alsof hij verwacht dat de stieren tussen zijn tenen uit gaan springen. Zijn vriendin, waarmee hij hand in hand staat,  heeft lang roombotergeel engelenhaar dat tot over haar billen golft. Zij draagt een lange witte jurk met vaalgele plekken, alsof iemand haar onder gepiest heeft. Haar armen zijn spierwit en steken behoorlijk af tegen de andere diepbruine vakantiearmen. Regelmatig stapt ze naar het midden van de straat om te kijken of de volgende stieren nog niet in aantocht zijn en dweilt hierbij met haar jurk over de paardenstronten. We zien alleen haar achterkant die ons aan een perfect madonna beeld doet denken. Als de paardenformatie voorbij galoppeert, draait ze zich eindelijk om. Het is alsof ze als figurant weggelopen is uit de vroegere spokenserie, de Adams Family. Zij heeft een doorschijnende witte huid en in haar grote decolleté bollen twee halfblote gelatineborsten, waarop een schorpioen getatoeëerd is.  Haar ogen heeft ze met zoveel eyeliner en mascara bewerkt dat ze op een ziekelijke panda gelijkt.  Een van hun vrienden heeft al zijn hoofdhaar laten wegscheren op een pluk na. Die kleeft van op zijn voorhoofd als een vettige pladijs over zijn hoofd en eindigt achteraan in een knoetje zo groot als een druif waar een roze elastiekje omheen zit . Waar zijn short eindigt, beginnen de blauwe inkttekeningen, helemaal tot in zijn zwartgelakte schoenen. Als de stiertjes voorbijlopen, gaan de haantjes van Grau erachteraan. Met veel jong machovertoon trekken de jongens aan de staarten van de dieren. Het tonen van deze bravoure zal hun tijdens de rest van het schooljaar vermoedelijk een zeker heldendomprestige opleveren. Iets verder, naast ons, staat een tandeloze Graulien te roepen. Zijn feestenthousiasme is al behoorlijk opgeklopt met de nodige pastisdrankjes. Hij is blijkbaar ook één van de dorpsidioten die hun medicijnen vergaten in te nemen. Met zijn één nog resterende tand, zo groot als een grafsteen, grijnst hij naar de wachtende feestvierders en roept hij allerlei wartaal. Hij draagt een scheefgezakte kapiteinspet op zijn woeste grijze haardos. Zijn blauw en wit gestreepte zeemanstrui steekt in een bermudabroek met levensgrote ananas printen. Juist voor de volgende stierenloop door de straten raast, komt er een bejaard echtpaar uit een huisje dat zich langs het parcours bevindt. Ze waren beiden ergens in het Elvis tijdperk blijven steken. Het lijkt wel of ze juist van een verkleedpartijtje komen. Hij heeft gigantische zwartgeverfde bakkebaarden die elkaar bijna onderaan zijn kin terug tegenkomen en een royale zwarte vetkuif. Zij was waarschijnlijk vroeger een aandachttrekkende moordgriet met lange rode haren. De jaren hebben echter hun werk gedaan en de neplederen franje overgooier past totaal niet over haar rode bloempjesjurk. Haar rossige haar is op de zijkanten bijna helemaal weggeschoren en de resterende bos krullen boven op haar hoofd is knalrood geverfd. Manlief heeft het eventjes niet meer en allebei schateren we het uit. Een tweede kanonsknal weerklinkt en dat betekent dat de abrivados eindigen. Ik kan best begrijpen dat jullie denken dat ik lichtjes overdrijf.  Om de waarheid van dit verhaal te kunnen geloven, moet je deze freakshow echter wel met je eigen ogen gezien hebben. Ik kan niet van elke randdebiel een foto maken want dan zou er ondertussen al lang een prijs op mijn hoofd staan. Het is bijna onbeschrijfelijk hoe de plaatselijke inteelt hier jaren zijn sporen achtergelaten heeft. Het zou geen slecht idee zijn als de Franse overheid alle asielzoekers, die zich in Frankrijk willen vestigen, zouden verplichten om dit weekeindje tijdens het Zuid Franse “la fête du Grau du Roi!” een kijkje te komen nemen. Elke vluchteling met een gezonde dosis intelligentie zal volgens mij hierna tweemaal nadenken. Wil hij wel integreren tussen zo’n zootje schlemielen? Ik zou het volledig begrijpen als de asielzoeker, na het bekijken van al deze psychisch gestoorden, zich zo snel mogelijk uit de voeten zou willen maken. In plaats van zijn vingerafdrukken te laten nemen en zich te laten registreren zal hij plots, luid jammerend en huilend terug de Middellandse Zee induiken en onverwijld terug naar het oorlogsgebied zwemmen.   Sim,                                 Grau du Roi 18 september 2015  

Sim
48 0

HOMO'S

Ik hoor jullie al denken: “Waar waagt ze zich nu weer aan. Waar gaat ze nu weer over schrijven?”  Ik ken teveel ‘gayboys’, lesbiennes of mensen die langs twee seksuele walletjes willen eten, om deze vriendenkring te willen schofferen. Dus nee hoor, ik wil gewoon schrijven over de homo, met als enige juiste vertaling ‘de mens’. Vorige week las ik in de krant dat men in Ethiopië opnieuw een stuk skelet gevonden heeft. De beenderen van deze homo blijken nog 400.000 jaar ouder te zijn dan de vorige menselijke resten, die men reeds op meer dan 2,8 miljoen jaar oud gedateerd had. Na de eerste van aap tot mens getransformeerde homo’s kwam de homo erectus. Nee hoor weer mis gedacht. Ik heb het hier niet over dat stukje mannelijk aanhangsel dat te pas en te onpas in erectietoestand komt of niet meer wil rechtop staan, maar over de mens die gewoon rechtop ging lopen. Op deze manier kon hij zijn handen gebruiken en ontwikkelde hij langzaam zijn hersenen. Men noemde hem nu de homo sapiens, de mens die denkt, de mens die weet. Jarenlang heeft men ons allemaal  onder deze ene noemer gerangschikt. Ik ben er echter zeker van dat onder deze homo sapiens ondertussen verschillende onderverdelingen ontstaan zijn.   De eerste groep is de HOMO MARGINALES. Sinds de homo sapiens bestaat, is dit de groep die zich het meest op deze aarde verspreidt. Je vindt ze overal en eender waar. Het is de groep homo sapiens die overal lak aan heeft en die tijdens het uitdelen van de hersens ergens heel ver achteraan gestaan heeft. Dus het woord  homo sapiens is al een veel te strelende benaming voor deze groep mensen. Zo ook hier op Tenerife hebben zij zich al vrolijk jaar na jaar vermeerderd. Als je hier in de urbanisaties aan de Costa del Silencio rondloopt, kom je deze debielen zonder uitzondering dagelijks tegen. De Europeanen die om de één of andere dubieuze reden in deze zonnige uithoek bleven hangen. Zij huren appartementjes met lage huurprijzen, hebben geen verwarming- en kledingkosten. Ze zien er niet uit dat ze de praktijk van de tandarts en de haarkapper plat lopen en trachten met hun elders opgebouwd minimum pensioen hier te overleven. Hun enige zorg is het dagelijks innen van het statiegeld van de lege bierflessen, zodat ze hun volgend drankfestijn bij enkele dolgedraaide en doorzopen vrouwmensen kunnen financieren.  Elke avond is er dan ook ergens een fiësta marginales. De grootste groep marginales komt hier echter zonder twijfel uit Engeland. Het zijn meestal uitgezette moddervette haantjes, die niet van de Engelse straat geraken en de vooropgezette huwbare jaren al geruime tijd overschreden hebben. Zij trakteren zich in groep op een zuipvakantie in Los Cristianos, waar ze met de Engelse pond het driedubbele aan bier kunnen verzetten.  Ze hijsen zich tegen het middaguur uit bed en slenteren met een nog niet verteerde discoroes naar het eerste beste terras. Ze zwalpen rond in bloot bovenlichaam met alleen een shortje, zodat iedereen hun volgetekende armen en benen kan bekijken. Op de terrassen, volledig gericht op de Engelse toerist, kan men voor 2.5 Euro een English breakfast bestellen. Voordat deze Britse eilandbewoners zich opnieuw met alle mogelijke alcohol laten vollopen, eten ze eerst twee toasten, twee gebakken eieren, twee stukken spek, een bord vol bonen in tomatensaus geflankeerd door twee worstjes en een handvol frieten drijvend in een pollepel olie en vet. Daarna begint opnieuw het hijsen van de literglazen bier. Met een achttal maken zij zoveel kabaal als een volledig bus met hyperkinetische schoolkinderen. Lachend met hun boeren en winden overstemmen ze de achtergrondmuziek van de plaatselijke Julio Iglesias. Nadat ze elk zo’n drie liter klef warm bier naar binnengegoten hebben, staan de pappige ‘would be body builders’ knikkebollend op en schuifelen naar het strand. Daar laten ze zich op hun handdoeken vallen. De zon brandt hard op hun witte blubberende lichamen. Al snel draaien ze zich op hun buik. Op het ritme van hun beschonken gesnurk, deinen hun getatoeëerde ruggen als stripverhalen op en neer. Acht blauwzwarte Chinese inktruggen, vol ankers, bliksemschichten, schorpioenen, vuurspuwende draken, spinnenwebben, op elke schouder een engelenvleugel, vrouwennamen , schele Jezus hoofden, Chinese onleesbare tekens en zinnen en doodshoofden, krijgen na een uurtje bedwelmd zonnen een knalrode achtergrond. Door de hitte verschrompelt hun ene hersencel tot de grote van een rozijn. Als hun ochtendmarinade bijna verdampt is en ze hun strandroes uitgeslapen hebben, is het bijna aperitieftijd. Ze kloppen het zwarte lavastrandzand van hun identiek gekleurde billen en benen en zwalpen luid geeuwend tussen de wandelende toeristen richting terrasjes. Als ze met veel lawaai tafels en stoelen bij elkaar schuiven, zie je de paniek in de ogen van de seniorenbond, die met veel moeite een dinerplaatsje in de schaduw bemachtigd heeft. De paella, die met Spaanse gitaarmuziek naar het bejaardentafeltje gebracht wordt, heeft door het gejoel van de Engelse zuipschuiten al op voorhand alle glans en smaak verloren. Bij de Union Jack-feestvierders gaat er regelmatig een glas tegen de vlakte en loopt het bier tussen de askegels van de morsige tafel. Met een mengeling van Mojito’s, Cuba Libres en liters bier worden vervolgens acht vettige hamburgers, ketchup en friet besprenkeld met azijn doorgespoeld. Vol geroep en getier worden de onbereikbare voorbij slenterende vrouwenborsten en het Britse voetbal besproken. Later die nacht, zal je deze Engelse homo marginales, na een avondje comazuipen, kotsend, brallend en ruziezoekend tegen de gevel van hun hotel of één of andere discotheek terugvinden. En dan heb ik nog niet geschreven over al die andere homo marginales-  groepen zoals de voetbalhooligans, de Hells Angels, de nazi- groepen, de pesters en de parasiterende onterecht alimentatieontvangende ex-vrouwen die onder de zelfde noemer voortleven.   Als tweede hebben wij de HOMO CREATOS. Zoals zoveel mensen de zin van het leven zoeken, zo zoekt de homo creatos in de godsdienst de zin na het leven. Men belooft de homo creatos allerlei hemelse tombolaprijzen, zo lang ze tijdens het leven maar tussen de godsdienstige lijntjes kleuren. Van hen wordt verwacht dat ze gaan en zich religieus zoveel mogelijk vermenigvuldigen. Zo worden ze met allerlei verhaaltjes, sprookjes, religieuze mist en antieke thrillerscenario’s om de oren geslagen. De angst voor de dood en de verdere verwijzing naar de hemel en de hel gaat een groot deel van hun leven op aarde bepalen. Ze moeten hun 70 maagden, hun zalig- en heiligverklaringen, hun eeuwigdurend rondzwevende zieltjes en het beloofde weerzien met vroeger ten hemel opgestegen familie en vrienden in het paradijs, tijdens hun leven op aarde verdienen. Wat men in de Vlaamse Christelijke kerken als hiernamaalshoofdprijs aanbiedt is een stuk minder interessant. Wie wil er nu voor een bord rijstpap met gouden lepeltjes zondeloos leven? Ik begrijp echter niet dat de mensheid, ondanks alle mogelijke wetenschappelijke bewijzen, nog steeds niet wil inzien, dat de goden de homo sapiens niet gecreëerd hebben, maar dat de homo creatos al deze goden zelf in het leven geroepen heeft om de mensen volledig onder de goddelijke duim te houden. Maar de homo creatos is meestal gelukkig in zijn geloof en vindt in een mogelijke tweede kans waarschijnlijk een troost. De homo creatos is in mijn ogen een zwevend wezen, waar de sapiens een heel klein beetje zoek is, maar zolang ze mij er niet van willen overtuigen vind ik het al lang goed.     De derde groep is de HOMO TERRORISMOS. Dit zijn meestal de homo’s die braaf onder het juk van de homo creatos begonnen zijn, maar die door indoctrinatie, frustratie en jaloezie nog een stap verder gaan en iedereen willen meesleuren in hun geloof en politiek denken.  Je vindt ze niet alleen in het Midden Oosten want waar ook op aarde men fundamentalistisch met zijn religie of politiek bezig was, begon men elkaar uit te moorden.  Veel meer ga ik over de homo terrorismos niet meer schrijven want ik gun ze geen forum of publiciteit. Op Face-boek zou ik ze direct blokkeren, unliken en ontvrienden.   En dan de vierde afsplitsing de HOMO NORMALES. Via alle mogelijke televisieprogramma’s, radio-interviews, kranten en glanzende weekbladen, worden wij dagelijks overspoeld met de drie vorige vormen van homo’s. Als ik hier in de drukke toeristencentra rondkijk, ben ik er meer en meer van overtuigd dat deze homo normales spijtig genoeg een uitstervend ras is. De homo normales wordt, als hij niet assertief genoeg is, volledig door de homo marginales verdrongen. De homo creatos drijft de homo normales bijeen in kerken,moskeeën, synagogen en tempels om hun toch te overtuigen van het leven na de dood. De homo terrorismos tracht al eeuwen lang, waar ook op de aardbol, alle politiek-  religieus- en andersdenkenden, volledig zonder tegenspraak uit te roeien. De homo normales staat volgens mij op de lijst van de bedreigde diersoorten, juist achter de Indische tijger en voor de witte neushoorn. Willen er binnen een paar eeuwen nog wat normale mensen op deze aardbol rondlopen, zal men een uitgekiend kweekprogramma moeten uitwerken!  Anders zullen binnen een paar eeuwen de restanten van de homo sapiens/homo normales nog enkel als een paar botten en skeletten in de musea te bewonderen zijn. Musea die waarschijnlijk nooit door de homo marginales, de homo creatos en de homo terrorismos bezocht zullen worden.

Sim
12 0

Opluchting

Ze stond daar, in dat grijze steegje, als een donkere kleine vlek. Onbeweeglijk, hulpeloos en ongezien. Donkere gedaanten liepen af en aan. Donkere gedaanten met donkere wolken erboven die zo zwaar op hun hoofden wogen dat hun hoofden gebogen waren. Ze zagen alleen de grijze stoep, de donkere harde straat. Het waren slechts vage schimmen, haastig, schichtig. En ja, daar stond ze, in een donker steegje toe te kijken. Stil, geluidloos, kleurloos, futloos. In ieder geval zo zag ik haar, in mijn eerste blik. Ik stond op een afstandje. Toekijkend. Ik had haar zelfs niet eens gezien, ze was me gewoon niet eens opgevallen. Tussen dat kleine meisje en waar ik stond liepen continu tientallen vage donkere schimmen. Schimmen die zich voortbewogen met een huichelachtige manier van belangrijk zijn en minachting. Een stil Rumoer. Een pijnlijke kakofonie van vervreemding. Maar toen ik haar daar ineens zag staan voelde ik een opluchting. Heel raar eigenlijk. Er had tot op dat moment nog niets voorgedaan wat me een gevoel van opluchting zou hebben kunnen geven. Ik had verdriet kunnen voelen, verdriet vanwege haar verlorenheid, haar duidelijke onbenulligheid in deze grauwe, dorre stad. Ik had pijn kunnen voelen, de pijn van haar eenzaamheid, het was duidelijk hoezeer ze hier totaal uit haar element was. Ik had zelfs boosheid kunnen voelen. Welke idioot laat zo’n weerloos lief klein onschuldig kindje hier achter in deze put van naar de mallemoeren? Maar het was toch echt opluchting. Was het mijn opluchting? Was ze mijn redding? Was ze degene waar naar ik op zoek was geweest, zonder het me te realiseren? Ik kon het me niet voorstellen… Maar hoe langer ik naar haar keek hoe meer ik door kreeg hoezeer ik me vergist had. ‘Als een donkere kleine vlek’? Nee ze was een lichtpuntje en de dorheid. ‘Onbeweeglijk’? Helemaal niet! Nu ik goed keek zag ik haar rondjes draaien, ze was aan het spelen! Hoe langer ik naar haar keek hoe minder ik mezelf snapte, dat ik haar niet eens had zien staan! Ze was als dat plukje groene gras in de spleet tussen de muren en de stoep. Nee, ze was meer dan dat, ze was de zonnestraal die het groen van het gras doet opgloeien. Haar licht deed de niets vermoedende barse schimmen struikelen als ze aan haar voor bij liepen. Ik moest lachen. Ik bedacht me dat ik eigenlijk al een hele tijd met een grote glimlach toe aan het kijken was! En op dat moment had ik in een klap door dat we elkaar aankeken. Het was een bel die werd opgeblazen, schittering in het zonlicht. Ik stapte op haar af. Ze had een zwerm van zoemende kleuren om haar heen. Het waren balletjes of bloemetjes of vogeltjes of misschien wel iets heel anders. Misschien was het ’t wel allemaal tegelijk. We waren op het grasveld. De lucht was blauw. Gekwetter van vogeltjes. En we dansten, hand in hand. We zongen liedjes die we daar terplekken verzonnen. Opluchting. Ik wist het weer.

Johan de Moel
3 0

OVER HIGH-TECH, TV FANATEN, DIGIBETEN EN OUDERE MAMA’S

Enkele maanden geleden kregen wij van onze provider Telenet een brief. Ons vertrouwd digiboxje moest vervangen worden. Telenet verwachtte van al zijn klanten, dat ze niet meer gewoon, maar met zijn allen in HD (High Definition) televisie zouden kijken. Dus mochten wij gratis onze nieuwe HD box in een van hun winkels afhalen. Voor de meeste senioren klinkt elke verandering in het High-Tech bestand als een rampscenario. In een donkere hoek van onze living staat een trapeziumvormig kastje. Hierop staat de televisie. In het kastje staan de dvd recorder met daarboven het digiboxje. Onderaan in de kast, achter de deurtjes  bevinden zich de radio en de cd speler. Alle elektriciteitssnoeren, scart kabels, verbindingen naar luidsprekers, aansluitingen naar het internet en digitaal kijken wurmen zich door een 7 centimeter cirkelvormig gaatje in de achterwand . Achter de kast bevindt zich een kluwen van snoeren, adapters, verstekdozen en een scart verdeelbox. Geen kat die nog wist hoe de vork aan de steel zat.  De omwisseling van de digiboxen werd dus zo lang mogelijk uitgesteld. Manlief sputterde al op voorhand: “Stel je voor dat het mislukt en ik straks al het voetbal moet missen!” De complete technische analfabeet die al lang blij was als hij ’s avonds de televisie en digibox zonder problemen kon opstarten en zappend de avond doorbracht, sloeg al in paniek. Eens het zomerse voetbal voorbij en op risico van afsluiting van het net, moesten wij dan toch zonder verder uitstel de Telenet koe bij de horens vatten.   Ik trok de verouderde digibox uit de kast en tekende, voor alle zekerheid op een papiertje, hoe alle aansluitingen in elkaar zaten. Ik schoof het televisiekastje zoveel mogelijk uit de hoek, wiebelde met de digibox om het juiste snoer via het kleine gaatje uit het stopcontact te halen. Alle connecties van en naar de Telenet wandcontactdoos en de scart aansluiting uit de dvd recorder werden met enige twijfel uit elkaar gehaald. In de Telenet winkel kregen wij een grote doos met een spiksplinternieuwe HD digibox inclusief allerlei vreemde snoeren.  Terug thuis plugde ik in het donkere hoekje al de kabels en de scarts op identieke wijze terug in de moderne digitale aanwinst. Wonder boven wonder leek alles terug te functioneren! De televisie gaf volgens ons een dieper beeld, de dvd recorder nam programma’s op en speelde ze zonder problemen af. Yes, Yes! Mama had het voor elkaar! De volgende zaterdag kwam zoonlief en familie naar ons afgezakt. Ik vertelde vol trots hoe ik onze nieuwe HD digibox zonder problemen helemaal alleen geïnstalleerd had. Kleinzoontje wilde tekenfilms kijken en mocht van ons de televisie aanzetten. Zoonlief bekeek het scherm en verklaarde dat onze televisie helemaal geen HD signaal doorkreeg. Hij vroeg of we geen HDMI kabel meegekregen hadden. Voor ons technische klunzen klonk dit als Chinees, HDMI nooit van gehoord!  In de lege Telenet doos zaten inderdaad nog een paar niet gebruikte en voor ons totaal overbodige snoeren. Zoonlief zou dit eens eventjes, ongevraagd, voor ons in orde brengen. Mijn zoon, de jongere generatie, die opgegroeid was met de computer, de tablet,  het internet, de smartphone, games, apps en het volledige digitale aanbod zou zonder problemen alle High-Tech problemen eventjes voor ons oudjes oplossen! Vol vertrouwen bekeek ik het wonder der techniek dat ik 37 jaar geleden op de wereld gezet had. Hij wurmde zich met zijn 1,84 m achter het televisiekastje en trok alle scart verbindingen uit. Hij zwoegde in de donkere hoek met de kabels die als een hoop wormen door het kastgaatje naar buiten bengelden en plugde de HDMI kabel in. Vol trots zei hij: “Zie je nu mama, dat is nu HD resolutie!” Manlief en ik bekeken het televisiebeeld, maar konden geen verschil zien tussen de weergave van voorheen en die van nu…Om niet als twee complete idioten door te gaan, hielden wij onze commentaar binnensmonds. “Oké, zoontje, goed hoor, maar functioneert onze dvd recorder nu nog?”  Nee dus, het ding weigerde alle commando’s. Zoonlief glimlachte: “Geen probleem hoor, ik fiks dat wel eventjes!”. Drie uur later hoorden wij zoonlief vanuit het donkere hoekje grommen en tandenknarsen. Onze persoonlijke familiale technicus worstelde nog steeds met allerlei scart kabels. Hij zweette als een otter, zijn hemd kliedernat van onmacht. Als wij hem vroegen om alles dan maar terug als voorheen aan elkaar te schakelen, zagen wij de frustratie als een domper over hem heen vallen. Dat was nu juist het probleem… Hij kreeg de boel niet opnieuw aan de praat. Wat een anticlimax, voor ons beloofde dit pure ellende. Als zoonlief met zijn kroost en een enorm grote berg schuldgevoel terug naar huis reed, was manlief zijn enige commentaar: “Nu kan ik het voetbal niet meer met de dvd recorder opnemen en dus zal jij verplicht worden, om twee avonden na elkaar, rechtstreeks mee naar de match te zien!” Later die dag kregen wij van zoonlief een sms met: “Sorry mama, zal ik morgen terug langskomen om het alsnog in orde te brengen?” Manlief reageerde: “Ach je deed het alleen om goed te doen. Je mama zal het wel terug in orde krijgen en indien niet, dan kom je volgend weekeinde maar eens terug wat knoeien.”  ’s Nachts lag ik te woelen; kabels, elektriciteitssnoeren, scart kabels en verdeeldozen hielden mij uit mijn slaap. Niet dat ik zo’n televisiefanaat ben, maar iets wat voorheen wel functioneerde, moet kost wat kost, ook nadien op identieke wijze werken. Van zondagavond tot donderdagnamiddag ploeterde ik, als een bezetene, een paar uur aan de verbindingen van het digitale kijkgenot. Duizend mogelijkheden waren er: Scart bovenaan in de dvd recorder, dan weer onderaan erin, van digibox naar dvd recorder, van televisie naar scart verdeelbox, van scart splitter naar digibox. Snoeren en kabels moesten steeds opnieuw door dat pietepeuterige gaatje in de achterwand van de kast gefoefeld worden…! Ik was volledig het noorden kwijt en wist allang niet meer welk snoer bij welk toestel hoorde. Ik kroop op mijn knieën, als een blinde, in het donkere hoekje achter het televisiekastje rond.. Manlief, de grootste digibeet ter wereld gaf, bovenop alle miserie, nog wat nutteloze aanwijzingen: “Moet je de instellingen op de televisie misschien veranderen?” Ik zweette peentjes, mijn haren kleefden op mijn hoofd en de transpiratie liep onder mijn oksels vandaan recht mijn bustehouder in. Ik klom achter het kastje vandaan en trok mijn doorweekte trui over mijn hoofd. Manlief, die zich gezellig op de bank geïnstalleerd had,  keek op uit zijn weekblad en beweerde glimlachend: “Ja, ja, lui zweet is rap gereed!” Eventjes wou ik mijn eigenste ‘stuurlui aan wal’ een mep verkopen. Ik dreigde ermee een Telenet technicus te laten komen, maar de in mijn ogen 85 Euro weggegooid geld gaf de doorslag en ik verdween terug richting snoeren en kabels. Wat een afknapper! De drie afstandsbedieningen werden om beurt in- en uitgeschakeld, de televisie werd aan- en weer uitgezet. Op de dvd speler werden tevergeefs de knoppen  “record” en afspelen ingeduwd. De digibox flikkerde aan en uit. De hoeveelheid aan mogelijkheden dreef mij tot waanzin. Het zweet druppelde in mijn bilspleet. Ik strompelde achter de kast vandaan en stroopte mijn broek van mijn lichaam. In bh en onderbroek glibberde ik terug naar mijn claustrofobisch donker kamerhoekje. Alleen mijn naakte billen staken naast de kast omhoog.  Manlief keek verwonderd naar deze striptease. Hij grijnsde: “Als we die toestellen dan toch niet aan de praat krijgen, is dit misschien wel een even, zij het niet een veel leuker alternatief dan televisiekijken!” Juist als mijn opgekropte frustratie als een vulkaan wou uitbarsten, stak ik de juiste scart in de juiste opening. Halfnaakte High-Tech mama had het voor elkaar gekregen! Als onze provider Telenet en zoonlief nog eens iets weten…   Sim                          Edegem 31 oktober 2014

Sim
13 0

OVER DE DIKKE EN DE DUNNE

“Hé, Dikk zeheewee ni willn luistrr brrbroebel.”. “Wat zeg je Dunne?” Zis aarwer aant volstopnme en zeweetdazeder broebelni teegkan brrr!” “Dunne wees nu toch eens kalm en herhaal het rustig.”” Ai Dikke, geen tijd meer voor, alles komt jouw kant uit. Snel vraag aan anus om de reetspleet af te sluiten want de racekak is in aantocht! Nu hebben wij die vrouw al sinds haar jeugd verwittigd dat ze een melk intolerantie heeft en toch blijft ze ons negeren. Weet je nog in haar eerste schooljaar, ‘De Melkbrigade’! Pure horror, Milke, melke molk, karwitsel, karditsel kardon en dan een stempeltje voor elke dag dat er een glas melk gedronken was!! Gruwelijk, de melk was nog niet binnen of ze kwam er langs boven en langs onder uit. Scheiss in dem Trompeterhorn, leuk hoor al die koemelk die er als currysauskleurige ‘erwtensoepkinderkak’ uitspoot! Maar er een les uit trekken? Denk ze nu werkelijk, dat als ze vanille- pudding of ijs camoufleert met chocoladesaus dat ik niet merk dat er weer een melk- en roomrebellie op komst is? Dikke, ik heb er mijn buik van vol! Soms verdoezelt ze sommige melkproducten zelfs met zomers steenfruit, dubbel gekkenwerk en ik moet het allemaal maar verteren.”” Ach ze is niet altijd zo koppig hoor Dunne, weet je nog die keer dat ze wijselijk de panna cotta afsloeg omdat we haar op voorhand verwittigd hadden dat ze anders binnen het kwartier met haar spuitpoep de badkamer of wc van de vrienden als een Oostenrijkse koestal had laten ruiken.”” Ach Dikke, ik mag dat vrouwtje prikkelen zoveel ik wil, ze denkt dat ik de blinde darm ben.” Ai ai, Dunne, wat stoot je nu weer mijn richting uit? Wafels met room?  Linea recta rectum!! Weer een e-mail naar Darmstadt! Alarm alarm,  alles toeknijpen, zeker geen windjes laten maken of iedereen heeft sproeten”!  “Bedankt Dunne, broebel broebel. Weet je wat, ‘k zal eens wat kolieken uitdelen, afleren zal ze het. Weet je wat ik nog het meest beschamend vind, de kritiek van haar manlief! Heb je al eens goed gehoord wat die zei: Schatteke, gij hebt volgens mij geen darmen in je lijf, maar een rechte buis van je mond tot je poepegatteke! Een regelrechte belediging. Ach Dunne, ik weet wel dat ik met mijn 1,5 meter de boel er gewoon moet doorjagen en jij met je 6 meter lengte de grootste portie te verwerken krijgt. Bij normale mensen kan jij er bijna 24 tot 30 uur overdoen om iets te verteren. Bij dit vrouwmens moet je steeds in overdrive gaan, maar dat is haar eigen schuld, dikke- en dunne darmenbult. Wij mokka- makers proberen alles zo normaal mogelijk te laten verlopen. Maar luisteren naar haar lichaam..Toen er vlinders in haar buik zaten dan was het geen probleem om ons aan te horen, maar nu kunnen we elke verwittiging op onze buik schrijven! Nu denk ze dat ze vanbinnen niets dan stront en darmen is!” “Wat vertel je me nu, gaat ze nog vermageringspillen slikken? Wat staat er in de bijsluiter? Dat er diarree kan optreden?? KAN OPTREDEN… dat is bij haar gegarandeerd , schijten als een reiger!” “Dikke, er komt wee wa aan,…oei brr, brr, i den..k da ze brrroebel, wee stea..k me peperroomsau…broebel gegete hee!  Dikke hou je schra.ap, binne de 30 minu brr ten kom de dunn..poeperij broebel wee jouw kan uit!!” Shit, merde, nu is het genoeg geweest! Weet je wat, we gaan haar eens laten schrikken. We gaan haar trakteren op een nieuwe allergie. Het lijkt wel of ze stront in de oren heeft, niet willen luisteren hé. Wat denk jij Dikke? Wat denk je van een schelp- en schaalallergie? Ze eet graag kreeft, oesters en mosselen. ’t Zou perfect zijn als straf.”” Ach Dunne, nu niet overdrijven hé. Als we nu al eens beginnen met een schelpallergietje en misschien nog een kleine lookovergevoeligheid? Als ze dan scampi eet of gamba’s met lekkere roomlooksaus , dan hebben wij ook nog eens plezier. Ze weet dan in het begin totaal niet waar die schijterij vandaan komt. Zijn het de schaaldieren, is het de room of is het de look.  Ha ha ha!  Kak of gene kak, we hebben haar genoeg gewaarschuwd! Laat ze het nu maar uitzoeken alvorens ze nog eens een kreeftje durft bestellen..”   Sim, 4 oktober 2015 van op de wc      

Sim
0 0

Interieurstudie

Ze schuift haar modieuze bril op haar hoofd.   “Strak, uitgepuurd en hedendaags”  zegt ze terwijl ze me aankijkt.   Ik wil het plan dat ze me voorschotelt bestuderen maar haar donkere kijkers blijven mijn blik vasthouden.   “Architecturaal dus … “ opper ik terwijl ik naar een vervolg zoek.   Ze lacht omdat ik een breed woord gebruik. Beschouw het asjeblieft als een bevestiging, denk ik. Mijn mond trekt kurkdroog. Haar ogen lachen mee en worden spleetjes waarin haar bruine irissen glanzen. Mijn lichtjes bezwete handpalmen wil ik ongezien aan mijn broek vegen maar ik besef dat ik dit beter laten kan.   Toen deze amazone de showroom binnenwandelde flitste één indruk  onmiddellijk door mijn hoofd, het sublieme ruitertype, pur sang. Perfect figuur, strakke blik, smalle sensuele lippen zonder lipstick.We hebben het over organisatie en invulling van de ruimte. Haar slanke handen glijden over het papier.   “Hier had ik graag mijn werkdriehoek gepland” zegt ze enthousiast. ‘Werkdriehoek’ ik smelt.   Vakjargon is haar niet vreemd. Haar handen zijn ongelofelijk sexy, satijngladde huid, licht gebronsd, kort geknipte nagels. Haar kapsel oogt wild en toch netjes. Kastanjebruine haren -als manen over haar schouders en rug geschikt- blaken van gezondheid.   “Welke inbouwapparaten raadt u mij aan? Ik kook namelijk veel zelf en verras graag mijn man met een culinair hoogstandje”   Mmm, regelmatig thuis én gehuwd, géén jachtluipaard dus. Looks brengen me steevast in verwarring, overgieten me met de wildste voorstellingen. ‘Dimmen dus die gedachten’ leg ik mezelf op. Omzichtig schudt ze haar haardos naar achteren. Onwillekeurig moet ik aan een reclamespot voor shampoo denken. Alhoewel ik vermoed dat ze heel zeker weet welke kooktoestellen ze wenst, laat ze zich door mij door de showroom loodsen alsof ze mijn parate kennis wil testen.   “Dit merk kan ik u ten zeerste aanbevelen.” zegt een stem die niet van mij lijkt te komen.   Zo’n cliché heb ik nu nog nooit in de mond genomen. Ik voel me als een gewichtheffer die koorddansen moet. Wat ik verder vertel raakt kant noch wal maar ondertussen kan ik mijn ogen niet van haar afhouden. Het voelt magisch. Een beetje zoals dobberen op een luchtmatras bedwelmd door een hoge middagzon terwijl het je geen barst kan schelen of de waterval eraan komt of niet.   Ze maakt me duidelijk dat ze een onberispelijk afwasresultaat wenst.   “Dit model vaatwasser, mevrouw, zal u ervan weerhouden ooit nog een wijnglas met de hand af te wassen…!”   Daar had ik nu toch wel dé oneliner van het jaar te pakken ! Weer volgt die geheimzinnige lach. Ze zwijgt en buigt zich lichtjes voorover terwijl ze het interieur van het toestel in zich opneemt. Haar bloedmooie handtas van soepel leder houdt ze dicht op haar heup geklemd. Ik let op de elegantie van haar bovenbenen in een donkere legging gehuld, haar lichtjes gespierde kuiten die in gedistingeerde zwarte laarzen verdwijnen.   Het charmante is dat ze niet eens groter is dan ik zelfs niet met haar schoeisel op hoge hakken. Dit te constateren laat me nog een tikkeltje waardigheid. We eindigen in schoonheid en ik met de belofte een ontwerp uit te dokteren om ú tegen te zeggen. Dan verdwijnt ze door de inkomdeur en uit mijn blikveld, een zweem van haar zoet prikkelend parfum achterlatend.   Nooit heb ik haar weergezien. ‘Een toerist’, zeggen wij dan onder keukenpieten. Maar uitgepuurd, ja dat wél !            

Argyll
1 0

Spaar voor gratis messen

Tenslotte is ze thuis en heeft de was, die haar dochter vanmorgen vroeg heeft gedraaid, in de bijkamer op het rek gehangen. Ze overweegt de kleine aardappelen alvast te koken en vanavond op te bakken. Onbespied staat ze voor het keukenraam en kijkt meditatief naar de tuin, naar de hoog opgeschoten stengels van de aardperen, de tegenstelling die de grote frisgroene bladeren vormen met het vergrijzende rood-roze van de hortensia. In de plataan is een enkel blad al vergeeld.   De trein van 08.49 reed een onbetekenend betonnen station binnen waar een groep jonge mensen instapte, druk pratend en wijzend op hun smartphones. Dat zijn studenten, dacht ze, en het volgende station is dat van de eeuwenoude universiteitsstad. Daar zullen ze uiteenwaaierend naar de collegebanken gaan. Een bijzondere stad met boulevards en achterafstraatjes waar zij heimelijke pleziertjes beleven en niet naar de uitgestrekte velden omzien die zij zullen moeten ontginnen; dat zal wel spelenderwijs gaan.   Dat ze in de stiltecoupé was gaan zitten viel haar pas op toen ze uit het raam keek en haar ergernis voelde groeien door de pratende vrouwen. Natuurlijk, dit is onze onbedwingbare behoefte, dacht ze. Zo probeerde ze de oplaaiende ergernis te dempen en verweet zichzelf niet in de stemming te kunnen komen de vrouwen terecht te wijzen. Ze voelde haar maag krimpen, het was de angstige misselijkheid die naar de bleke verlammende woede schoof.   Toen de trein wegreed las ze op een reclamezuil: spaar voor gratis messen.          

PP de Noorderman
2 0

BURN OUT!

Ik ben overwerkt. Ik sta er helemaal alleen voor. Ik ben echt toe aan mijn pensioen. Ik had het allemaal heel goed gepland. Ik gaf Adam een vrouwtje waar hij mee kon spelen, hoe ze samen wat vlinders in hun buik konden voelen.  Maar al na de eerste tweelingworp liep het al fout. Kaïn doodde zijn broer Abel. Vroeger had ik onze Zeus en ons Minerva nog die mij een handje toestaken, maar zij hebben zich in een chique villa op de Olympus teruggetrokken en verbouwen nu Griekse olijven en voeren yoghurt uit. Mijn broer, die de andere helft van de wereld aanhoorde, heeft zich ook al een tijdje van de aarde afgekeerd. Elke morgen, bij het krieken van de dag, maakte men hem met het nodige geschreeuw wakker en elke keer dat hij terug indutte, was dat gekrijs er weer. Daar beneden in de woestijn zat er iemand, die weliswaar stemmen hoorde en die iedereen wijsmaakte dat hij een rechtstreekse hemellijn met hem had.  Ach het was een psychotisch geval, maar mijn broer was al lang tevreden dat hij niet meer naar al die gebeden moest luisteren. Het zou er voor hem alleszins niet gemakkelijker op worden om al die smeekbedes uit elkaar te houden want ondertussen hadden al die eerstgeboren mannen dezelfde naam gekregen. Mo hier en Mo daar. Mijn broer kon al lang geen onderscheid meer tussen de vrouwen maken. Luister en herken maar eens wie er onder die rondscharrelende donkerblauwe tentzeilen, met ruitjes voor hun gezicht, thuishoort. Maar volgens mij heeft mijn broer, door zich voortijdig uit dat deel van de aarde terug te trekken een hoop hersenloze vandalen aan de macht geholpen. Toen ik hem daarstraks achter zijn waterpijp uittrok en hem op zijn verantwoordelijkheid wees, haalde hij zijn schouders op en vertelde mij dat hij helemaal geen zin meer had om al dat geklaag en gejeremieer aan te horen. Toen ik hem vertelde dat de Arabische Janssens en Janssens zich ondertussen de kop insloegen of de keel oversneden en dat zijn achterban stilaan alleen uit latente seksueel gefrustreerde hooligans en avonturiers bestond, dacht ik dat ik hem gewoon: “lik mijn reet” hoorde mompelen.  Hij lachte sarcastisch en zei: “Dat ze straks allemaal nogal zouden verschieten als ze hierboven kwamen en er geen 70 maagden hen juichend stonden op te wachten. Toen ik hem om uitleg vroeg antwoordde hij gemelijk: “Ach ik stuur ze gewoon als illegalen door naar jouw hemel, aan jullie kant van de aardbol zijn ze heel goed op de hoogte van deze problematiek. Soms probeer ik ze bij leven al een beetje met hun neus op de feiten te drukken,maar luisteren…no way, Arabische lente my ass! Ik liet mijn klote bon vivant broer theeslurpend achter. Ik had al genoeg aan mijn hoofd om me nog eens flink druk over zijn onkundigheid te maken. Ook ik dacht eventjes dat ik een goede opvolger gevonden had, om het sprookje van de schepping voort te zetten, maar de zaken liepen enigszins anders dan ik wilde. Maria, een knappe jonge maagd, had naast de pot gepiest en probeerde nu iedereen wijs te maken dat ik de vader was. De dna-test bestond toen nog niet, want anders zou de geschiedenis wel een andere wending gekregen hebben. Jozef kon er niet erg om lachen, maar vermits zijn prostaat al enkele jaren volledig dichtgeslibd was,  liet hij de boel, de boel maar. Onze Jezus was een hele speciale. Heel de dag speelde hij met de os en de ezel en goochelde hij met steentjes, goud, mirre en wierook, cadeautjes die hij eens ooit gekregen had. Hij scandeerde de ganse dag door moraliserende teksten en liet zich omringen door een groepje dolende geesten, die aan zijn lippen hingen. Eventjes dacht ik dat mijn broodje gebakken was en dat ik op mijn goddelijke wolk op mijn lauweren zou kunnen gaan rusten. Liet die malloot zich toch inschrijven bij “Jeruzalem got talent”. Daar goochelde hij wat met water en wijn, verdubbelde wat brood en verraste de jury met de truc, hoe hij over het water kon lopen. Gewonnen heeft hij niet. Hij kreeg hoogstens een kroon en een kruisje..maar hij liet toch zijn fanclub verbijsterd achter, na de grote verdwijntruc. Dus daar ging ik weer. Probeer maar geconcentreerd te blijven, miljoenen mensen die overal op de aarde je aandacht proberen te trekken en je bedanken voor dingen waar ik helemaal geen weet van heb. Ik word verondersteld alles te horen, te zien en almachtig te zijn. Het is dan toch normaal dat mijn belangstelling afneemt, dat ik het eventjes allemaal niet meer in de hand heb. Ik word compleet gek van al die biddende vragende mensen. Op zo’n momenten moet ook ik mij eventjes afreageren. Ik wil ze gewoon overtuigen dat ik niets van dit alles ben, dat ik hun helemaal niet met hun aardse zaken kan helpen, dus spoel ik eventjes een tsunami over de stranden, laat ik een vulkaantje uitbarsten, een vliegtuigje crashen en laat de aarde snel wat schommelen. Lekker de tektonische platen een ogenblik tegen elkaar kloppen. De mensheid heeft dan een momentje wat anders aan zijn hoofd en dan krijg ik misschien een rustpauze.  Maar niets van dit alles, ze gaan me dan nog met kaarsjes en gebeden bedanken omdat ik er toch nog een paar in leven gelaten heb. Gekke mensheid. Ik geef mijn ontslag. Ik draai nu al meer dan 2000 jaar mee en ik vind dat ik genoeg gewerkt heb om mijn oudedagvoorziening op te nemen.  Maar ondertussen heeft er zich zo’n religieuze ‘oudemannenclub’ gevormd, die mijn ontslag niet aanvaardt en die mij prompt als hun CEO gebombardeerd heeft. Al eeuwen kloppen ze de centen uit de mensen hun zakken om hun paleizen en kerken vol te proppen met goud en zilver. Ik ontwierp de man en de vrouw omdat ze wat lekker konden ‘foeschelen’ met elkaar en nu komt die geheelonthoudersvereniging uit mijn naam verkondigen dat seks voor het huwelijk en een condoom gebruiken zondig zouden zijn. Deuh! HIV, nooit van gehoord?  En die ‘langejurkenventen’ maar aan elkaar en nog erger aan de kinderen prutsen. Eerst mijn aandacht opeisen door een hoop klokkengelui, dan een toneeltje opvoeren, wat wierook rondzwiepen en ouweltjes uitdelen . Of de hand op het hoofd leggen en de mensen laten geloven dat ze een directe lijn met mij hebben. Nog nooit heb ik met één van die godsdienstwaanzinnigen een praatje gemaakt, nog nooit heeft er ook maar één durven zeggen dat ik nooit antwoordde. Is er nergens een godsbond waar ik kan protesteren. Wat ellende daar beneden. Ik schaam me diep, ik kan het niet meer aanzien. Ook die twee die daar  in La Couronne voor hun caravan zitten te scrabbelen. Het mannetje verliest nu al voor de tiende keer en roept constant dat het mijn fout is. Hoor! Daar roept hij het weer ‘godverdomme, godverdoeme’.  Ik kan het niet meer aanhoren!  Ik wil eruit.. ik heb een burn out!  

Sim
0 0

Serafijn ... cherubijn

Ik zong als een serafijntje. Ok, ik overdrijf. Een beetje. Ik zong als een cherubijntje. Ok, laat ons zeggen dat ik minstens mijn best deed om te zingen zoals een engel van de derde orde. Zo goed ?   December 1959. Binnen drie weken zou ik acht worden. Ik had als klein jongetje een hoog stemmetje als een minuscuul klokje. En dat frele geluidje konden de organisatoren van het jaarlijkse kerstspel gebruiken in de lagere school van ons dorp. Ik stelde de Maagd Maria voor en daarom werd ik omhuld met een lichtblauwe cape rondom mijn tengere schouders. Dezelfde die ook Maria verondersteld werd te hebben gehad. Nog maar pas was ik bevallen van onze kleine Verlosser, weliswaar niet in het bijzijn van een gediplomeerd verloskundige, of ik moest al de hele dorpsgemeenschap een lied ten gehore brengen met het verhaal van mijn kommer en kwel, maar ook van mijn gelukzaligheid een arme timmerman te hebben als echtgenoot en een schreiend kind in een varkenskrib.   Na de derde repetitie kwam ik als een volleerd artiest erachter dat het beter was dat ik in gedachte, het voorafgaande lied dat door een of ander engelenkoor werd gekweeld, mee neuriede, omdat ik dan in de juiste toonaard mijn lied kon aanheffen. Alles verliep wonderwel. Het publiek in de zaal klapte in de handen en ik hoopte dat dit hoofdzakelijk mijn keelgeschal betrof dan wel die oersaaie, lummelende herders, mijn nog saaiere echtgenoot, die stinkende schapen, ezels of ossen of die groteske Driekoningen, die trouwens te vroeg op het appèl waren. Daar zat ik dan, geknield voor de kribbe, op het podium in het aanschijn van die godsvruchtige dorpsgemeenschap …   en je zou zeggen, daar is een of andere fotograaf die een fotootje van je neemt, al was het maar in zwartwit - alhoewel dit mijn lichtblauw tuniekje minder eer zou aandoen - maar neen, niks, nada. Mijn optreden ging verloren in het niets. Het is alleen nog gegraveerd in mijn hersenpan. In kleur.   Ik had nochtans gezongen als een cherubijntje, wat zeg ik, een serafijntje.

Marc M. Aerts
43 0
Tip

EX

Ze wilde uit eten, voor de laatste keer. En we moesten elkaar vertellen wat onze allermooiste herinnering was, alsof ze wilde inventariseren wat verloren ging.‘Jij eerst.’Natuurlijk, ik eerst. Ze had mijn stellende trap nodig om die te kunnen vergroten. Nee, te overtreffen. ‘Het is niet zo bijzonder.’‘Vertel nou maar.’‘Het gebeurde jaren geleden, nog voor wij elkaar kenden, toen ik nog in Groningen studeerde.’Haar gezicht betrok. Ze bedoelde: een herinnering uit de tijd dat we samen waren, maar ik deed alsof ik dat niet had begrepen.‘Ik was onderweg naar Amsterdam, over de Afsluitdijk. Er was verder geen verkeer. Een kraakheldere dag. De lucht was…’ - staalblauw wilde ik zeggen, maar dat klonk te plat - ‘als een pointillistisch schilderij. Miljoenen stipjes. Het water was rimpelloos. Er was niets te zien, alleen water en lucht.’Ze haalde opgelucht adem. Gelukkig, een saai verhaal. Haar vingers visten het suikerklontje van haar schoteltje, ze las de tekst op de verpakking: suiker, sucre, sugar. Meer talen konden er niet op. Ik wachtte tot ze weer opkeek.‘Ja, ga maar verder, ik luister wel.’‘Toen was daar ineens, uit het niets, een zwaan. Wit. Een enorm beest.’‘Op de Afsluitdijk? Was hij dood?’‘Nee, in de lucht. Ze vloog links van mij, heel statig, met kalme vleugelslagen.’‘Ze? Hoe weet je dat het een vrouwtjeszwaan was?’Ik negeerde haar vraag. ‘Ik keek opzij en precies op dat moment draaide de zwaan haar kop naar me toe. We keken elkaar aan. Ze keek recht in mijn ziel, zo voelde het.’Ze trok met haar mond en draaide haar hoofd weg, naar de parkeerplaats waar onze auto’s gebroederlijk in de regen stonden te wachten. Toen schokten haar schouders en liet ze het suikerklontje geërgerd vallen. ‘En toen?’‘Ze knikte naar me.’‘Ze knikte naar je? Een knikkende zwaan?’‘Ja.’ Ik keek onzeker naar de papieren placemat: op de foto zag de friet er krokanter uit dan hij was. ‘Alsof ze haar goedkeuring gaf.’‘Goedkeuring? Waarvoor?’‘Geen idee. Alles. Mijn leven.’Ze nam een slok uit haar lege kopje, trok een bitter gezicht. ‘Waarom heb je dit nooit eerder verteld?’Ik haalde mijn schouders op. ‘Zo bijzonder is het niet.’Als een drenkeling klampte ze zich vast aan mijn woorden. ‘Nee, zo bijzonder is het niet.’Daarna dreef ze voorgoed van me weg.

Grand Foulard
1128 1

DECADENTE VERVEELEPIDEMIE

Vraagt een Brits zoontje aan zijn mama: “Mama wie is mijn vader?” “Ach”,  zegt de moeder dan, “dat is totaal niet belangrijk, Magaluf.” Mama had tijdens één welbepaalde vakantie op Mallorca, ’s nachts onder de zuiderse sterrenhemel, brakend tussen de stoelen van de openlucht dancing, uitbundige seks. Daarna verdreef ik, op een onchristelijk vroeg ochtenduur, mijn kater met een potje ‘kerktrapneuken’ en op het heetste van de dag, op het strand tussen alle andere toeristen, trok de tiende copulerende landgenoot een gescheurde condoom van zijn Big Ben en liep al het vocht mijn zonnende poesje binnen. En mama had daarna echt geen zin meer om uit te ‘vogelen’ wie er knieschaafwonden op de kerktrappen opgelopen had of wie er met blaren op zijn wippende, getatoeëerd  achterste rondliep. Maar mama is heel tevreden met haar vakantiesouvenir, hoor Magaluf, alleen mag je later niet naar Mallorca op reis zonder mama!”. Nu moet je je voorstellen, dat je afgezien hebt van een vakantie op het party- eiland Ibiza en met het ganse gezin vakantie viert op Mallorca, in het plaatsje Magaluf.  In je hotel, juist naast je duurbetaalde hotelkamer, daveren de kamerwanden onder het lawaai van je Britse vakantieburen die “shaggen” als konijnen. De ene na de andere Union Jack, die zich superman waant, springt zich in laveloze toestand te pletter omdat hij van het ene terras naar het andere tracht te springen of vanaf zijn balkon poogt in het zwembad te duiken.  Je wandelt er met je koters van 6 en 8 langs de vloedlijn, als er zich plots een zwaaiende vleesperiscoop vanuit het zand opheft en onder Brits comazuipend applaus,er zich een bruin vakantiesletje laat op neerzakken. Leuk om aan je kroost nu het verhaaltje van de bijtjes en de bloempjes aanschouwelijk uit te leggen. Of dat je als gezinsuitje, met de kindertjes, wat lekkers gaat drinken of eten op een gezellig terrasje en dat daar juist een zuipende sloerie een tiental lallende macho’s oraal bevredigt in ruil voor de volgende consumptie. Wat is dat toch met die Britse feestvierende en seksueel uit de bol gaande vakantiejeugd? Heeft de verveelepidemie overal bij onze jeugd toegeslagen?  Ook hier barsten alle festivals uit hun voegen. Zonder drank en drugs kan men blijkbaar geen feest meer vieren. Van alle hoeken van de wereld werden de buitenlandse nitwitfinanciers en happy few elites per vliegtuig naar Tomorrowland -België gehaald. Terwijl onze jeugd klaagt dat ze in armoede afglijden, nu de uitkeringen van de schoolsubsidies verminderd worden, vinden ze toch blijkbaar zonder probleem genoeg geld om de gigantische festival entreegelden te betalen. Alle bekende en minder bekende Vlamingen, “would be” sport- kook- en andere vedetten kwamen pro deo, op het mega event, hun kop laten zien. Net zoals alle klagende omwonenden, door de festivalgangers azijnpissers genoemd, werden ook dit jaar de weergoden, op hun wolk heen en weer geschud en door het bass- lawaai uit hun slaap gehouden. Zij openden stante pede hun hemelsluizen boven de joelende en dansende meute. Net als het ballet van de stervende zwaan, fladderde de hossende massa met hun armen op en neer, gehuld in blauwe plastieken regenponcho’s op het ritme van de DJ bonk- muziek. 80.000  man met regenjassen en rubberlaarzen of gewoon half naakt, stampten drie nachten zeiknat in de modder.  Het moet allemaal kunnen, elke generatie heeft recht op zijn eigen ‘movement of change’ op zijn explosieve uitbarsting van vernieuwing of decadentie. 46 jaar geleden, hadden wij onze eigen Woodstock- festival ervaring. 400.000 hippies, beschilderd met vlinders en bloemen in het haar, op één festivalweide. Wij werden destijds hotemetoot van het snerpende gitaarspel van Jimi Hendrix en gingen uit de bol als Joan Baez, “we shall overcome” zong. Wij deelden, als langharige Christusfiguren en ‘make love not war’- verspreidende Maria Magdalena’s bloemen en drugs uit.  Nu betaalt men op Tomorrowland  met parels, letterlijk parels voor de zwijnen in het festivalslijk. Ach ook hier zullen er wel, in de festival- campingtentjes rampetampend kindjes gemaakt zijn. Als binnen 9 maanden een ongehuwde moeder een “Boompje” laat inschrijven in de geboorteregisters, dan lachen de ambtenaren zich schuddebuikend te barsten.  Ik ben er van overtuigd dat al deze feestgangers zich ook binnen 40 jaar te pletter zullen lachen, als ze de confronterende foto’s of selfies van zichzelf en hun carnavaleske verklede vrienden terugzien.   Sim,                   gestoord door het TML lawaai

Sim
73 0

DANSEN IN HET DONKER

DANSEN IN HET DONKER 22 NOVEMBER 2007 "Jij enorm stom klotezwijn !" Alsof zo'n arm beest er ook maar iets aan kon verhelpen dat de heiligste persoon in zijn armzalig bestaan, Peter 's ochtends achter zijn bureau had betrapt met een snor, waarin de laatste restjes bloemsuiker van een veel te groot uitgevallen donut, leek te zijn gewreven.  Het tweede lijntje coke, klaar om via het andere neusgat dezelfde gewenste richting te reizen, werd wild en zonder enig mededogen door Hare Heiligheid richting het lichtblauwe tapijt geblazen. Toen de deur van zijn werkkamer met een luide knal werd dicht geslagen door Jessie, bleef er enkel nog het trieste beeld van een man die op één hand en twee voeten, gewapend met een opgerold biljet van € 5,-, een paar gelukkig gevonden korreltjes coke opsnoof. Helaas waren deze vermengd met het onvermijdelijk aanwezige stof, wat achteloos weggeworpen neuskeutels en opgedroogde stront waarin Peter had getrapt tijdens zijn ochtendwandelingen in het bos, toen zijn gezondheid nog iets voor hem betekende. En terwijl hij zich met een vreemde mengeling van gelukzaligheid én schaamte naar Jessie begaf, inmiddels luid snikkend in de woonkamer van hun appartement, besefte Peter dat hij maar beter snel een aanvaardbare reden kon bedenken voor zijn veel minder aanvaardbare gedrag, wilde hij de rest van de dag - én, als het even kon, zijn 2e huwelijk - overleven. Op het moment dat Peter de living betrad, besefte hij echter meteen dat zelfs Rocky Balboa dit gevecht onmogelijk kon winnen. Nog steeds huilend zat Jessie achter haar gloednieuwe laptop (een geschenk van hemzelf aan zijn eigen godin, nota bene) reeds on-line verbonden met het in Peter's ogen zo gevaarlijke - en vooral : gevreesde - Self-Banking programma van hun financiële instelling. "En nu wil ik verdomme wel eens onmiddellijk van jou horen hoe het komt dat er in minder dan 10 dagen meer dan € 1000,- van onze rekening is opgenomen !" Het val niet te ontkennen dat zelfs Peter schrok van het aan wit poeder en ander lekkers gespendeerde bedrag. Maar verdomme, was het dan écht enkel en alleen zijn schuld ? Wie gaf er handenvol geld uit aan stijlvolle en sexy merkkledij ? Schoenen en laarzen in allerlei modellen, maar steeds even duur ? Kappers, manicure, beauty-centers ? Oké, de bijna onbetaalbare Lingerie van onder andere Agent Provocateur, La Fille D'O of Victoria's Secret zou hij niet vermelden, daar Peter die meestal zelf kocht voor zijn prinses en dat tot beider plezier. Want het dient gezegd : op haar 42e jaar had ze nog steeds het onweerstaanbare figuur sinds hun eerste ontmoeting, zowat 17 jaar eerder. En haar gelaat, gedomineerd door 2 ogen waar Bambi jaloers op zou zijn en een lach die ijsblokjes op 10 meter afstand binnen de 5 seconden deed smelten, maakte nog steeds alle leden van de orde der Lepidoptera springlevend in zijn buik...én zowat 15 cm lager. Maar inmiddels vuurde ze opnieuw een in curare gedrenkte pijl af...en trof alweer doel. "Is het voor dat soort rommel dat ik dagelijks op mijn rug ons geld moet verdienen ?" Peter staarde, dodelijk getroffen ditmaal, wezenloos naar de grond. Want hij mist maar al te goed dat haar nieuwe "carrière" hen het soort leven had geboden waarvan ze beiden steeds hadden gedroomd. En terwijl hijzelf toch ook genoot van een aantrekkelijk maandelijks inkomen, verdiende Jessie het veelvuldige ervan in amper 2 of 3 weken. Peter wist dat een snel én correct antwoord van hem verwacht werd, maar het zopas gebruikte narcotisch middel had de, onder normale omstandigheden, harde werkers in zijn brein, net even een break toegestaan. "Maar nee", stamelde hij, vol inspanning om de arbeiders in zijn hoofd opnieuw aan het werk te krijgen. "Het gaat hier écht niet om wat jij denkt, lieverd." Zulke zinnen, wist Peter, gaven hem de tijd om even na te denken en met een redelijk aanvaardbaar antwoord op de proppen te komen. "Ik koop pillen van een havenarbeider om af te vallen. Je wou toch dat ik enkele kilo's kwijt zou raken ? Ben je dan niet tevreden met het verschil van zowat 20 kilo en dat op zo'n korte termijn ? Alleen zit die vent momenteel zonder pillen en is het product enkel verkrijgbaar in poedervorm. " Nu was het inderdaad zo dat Peter bekend stond om zijn eerlijkheid en even, héél even, dacht hij - of liever : hoopte hij - met deze smoes weg te raken. "Manneke", begon Jessie, wat trouwens een heel slecht teken was, "ik zit al 2 jaar in deze branche en geloof me, ik herken cocaïne wanneer ik het zie." Nu was Jessie zelf zo 'clean' als een pasgeboren baby. De enkele trekken aan een sigaret met wiet hadden haar meestal tot een onbedaarlijk lachen gebracht en één keer was ze er zelfs van flauw gevallen. Daardoor had ze besloten verder volledig afstand te nemen van het roken ervan. Het overmatige gebruik van àlle bestaande hallucinogene middelen door haar collega's bij "Lady Di" ('The Best in Europe !'), hadden haar echter de nodige deskundigheid terzake bijgebracht. "Allez komaan zeg...dat geloof je toch zelf niet ? Ik aan de coke ? Het zijn gewoon pillen die ervoor zorgen dat ik minder eetlust heb. Bovendien zijn ze gemaakt uit natuurlijke producten. En ja, dat geef ik toe, ze zijn inderdaad niet goedkoop, maar ze hebben wél effect, niet ? Wil jij dan niet even fier zijn op mij als ik op jou wanneer we samen ergens heen gaan ? Ik wou gewoon terug de Peter worden die jij in 1990 hebt leren kennen, verdomme !" "Dat, Peter, ben je al lang niet meer !", luidde het afschuwelijke verdict na een liefdevol verbond van 17 jaar, waarvan 12 - blijkbaar vooral in Peter's ogen dan toch - gelukkig getrouwde jaren !    10 FEBRUARI 2011 Om de één of andere duistere reden, was donderdag nooit één van Peter's favoriete dagen geweest. Het verbaasde hem dan ook niet dat hij precies op die dag, huilend en bevend, met de immer geruststellende hand van zijn eerste vrouw, Yasmine, in de zijne, op een houten bank zat van een psychiatrische Spoedinterventie. Tijdens het wachten op het intake-gesprek, probeerde hij Yasmine zowat 6 maal te overtuigen huiswaarts te keren. Na elke kordate afwijzing, begaf Peter zich dan naar buiten om een zoveelste sigaret te roken. De depressieve luchtlagen waren buiten al even erg als binnen het gebouw. De eerste oogopslag van een zekere Els bij aanvang van het gesprek, in aanwezigheid van een dokter, diens jonge assistent en vanzelfsprekend Yasmine, sprak boekdelen. Tot Peter's grote wanhoop - en nog grotere angst - werd binnen een wel erg korte tijdspanne beslist hem op te nemen in de psychiatrische inrichting "De Nieuwe Ronde". Tot op die dag, was zijn enige confrontatie met een hospitaal het resultaat van een ontsteking aan de blindedarm, die er echter enkele minuten voor de geplande operatie, totaal de brui aan gaf, wat leidde tot verdere ontstekingen en een opname van 10 verschrikkelijke dagen. Meer dan wat dan ook, was het vooral de geur...de geur van zijn moeder die thuis kwam van haar werk als verpleegster...de geur van angst ! Helaas zou een operatie in dit specifieke geval geen soelaas bieden (of men moest nu al een trepanatie overwegen), daar Peter's psychische noden het gevolg waren van de veelvuldige verslavingen na Jessie's uiteindelijke vertrek op 1 februari 2008. "Mijnheer Van Genechten, u mag mij nu volgen !", een bevel dat door slechts weinig mensen zou worden genegeerd, gezien de gestalte van zijn eerste kennismaking met de staf van zijn afdeling in "De Nieuwe Ronde".  En man, wat had hij zin...een overweldigende zin in alcohol en drugs. Vreemd wat er allemaal door je hoofd kan spoken terwijl je gedienstig en stil een verpleegkundige volgt die je naar je 'nieuwe thuis' brengt...alvast voor de eerste 2 maanden. Stil betekende in dit geval wel : Peter's bijdrage tot het gesprek. Immers, op weg naar zijn afdeling, ratelde verpleegster Annie ("Zeg maar Annie, hoor") aan één stuk door. De snelheid waarmee ze de talrijke gangen door liep en Peter's hersenen die het nu wel helemaal lieten afweten (er was duidelijk een staking aan de gang onder de arbeiders), zorgden ervoor dat hij slechts enkele woorden kon opvangen. "3 dagen crisisopname", "observatie", "pyjama" (had hij niet eens) en vooral het veel gebruikte woord "verboden" passeerden zijn hoofd, terwijl Peter enkel oog had voor het enorme achterwerk dat Annie met zich meezeulde. Toen ze eindelijk de afdeling bereikt hadden, riep één van de arbeiders : "Vluchten !", die duidelijk een compromis zocht om de staking te beëindigen. In plaats daarvan volgde Peter Annie gedwee naar kamer 3, waar hij tot zijn ontzetting moest vaststellen dat er in de betreffende kamer 4 bedden aanwezig waren. Hij had - tot op dat moment - nog niemand anders gezien. "Het middagmaal wordt nu verdeeld", verklaarde Annie hem...en of hij zin had om... Peter brak de zin af : eten was écht wel het laatste waar hij nu aan dacht. Hij zag een bed, een nachtkastje en een kast. "In the army again", spookte het door zijn hoofd. Veel had Peter (nog) niet uit te pakken : Yasmine was bij hem thuis alle benodigdheden gaan halen en zou deze 's avonds komen afleveren. Dus kreeg hij een korte rondleiding van Annie die, zoals gevreesd, begon in de refter. "Je hebt geluk", begon Annie opnieuw aan een onmogelijk te volgen tempo waarop haar woorden een zin vormden. "Je bent de 28e patiënt en dat is het maximum aantal personen dat we op deze afdeling toelaten." Nu bestond 'geluk' in Peter's ogen niet écht uit 53 naar hem starende ogen (een patiënt was blind aan één oog), alsof hij per opzet hun lunch kwam verstoren. Even later volgden de keuken ("Zet je naam  op zelf gekochte producten, anders is iemand anders ermee weg", wat Peter niet meteen een 'veilig' gevoel gaf over zijn medepatiënten), de 2 televisiekamers, de douches, toiletten en eindelijk - tot zijn grote vreugde - een kleine kamer met 3 stoeltjes, waar op de deur stond geschreven : "Rookkamer". "En hier is het glazen huis", meldde Annie hem, alsof het een andere naam kon hebben. Het was een vierkante ruimte, pal in het midden van de gang van onze afdeling, die inderdaad volledig uit glas bestond. Daarin bevonden zich op dat moment 2 verpleegsters ("Begeleidsters is de juiste naam", verduidelijkte Annie) die druk met elkaar in gesprek waren. Van Annie kreeg Peter een vragenlijst (ongeveer 400 stuks !), die hij naar alle rust kon invullen, want zijn 'crisisopname' zou duren tot en met de week later op dinsdag...En inmiddels was het hem strikt verboden de gang te verlaten. Annie vroeg hem terug naar zijn kamer te gaan, want zo meteen zou één van de begeleidsters wat bloed komen aftappen. En dat bleek Kelly te zijn : een mooie, jonge blondine van zowat 25 jaar, die lachte alsof ze dat aftappen helemaal zag zitten. Peter voelde zich slap, eenzaam, angstig en depressief. Hij beefde als een riet en zag de nabije toekomst wel door een érg donkere zonnebril. Hij sleepte zich vooruit naar de keuken, nam een daar beschikbare beker en vulde die met de gratis te verkrijgen koffie. Daarna begaf hij zich naar het einde van de gang, waar enkele tot op de draad versleten fauteuils stonden aan het raam, met uitzicht op 2 café's. Wou hij dit écht wel ? Voor wie dan ? En waarom ? Hij vond dat hij al genoeg had gestreden in zijn leven en had menig veldslag gewonnen...maar het voelde aan alsof hij de oorlog zélf had verloren ! Hij bevond zich nu 2 uur in zijn nieuwe habitat (en vond dat al lang meer dan voldoende), toen hij opkeek en merkte dat er een ongeveer 40-jarige, leuk uitziende vrouw voor hem stond. Haar naam was Els en ze zat momenteel in de observatiegroep, die 2 weken in beslag nam. "Waar heb jij die beker vandaan ?", waren de eerste woorden van een patiënt tegen Peter...Hij zou ze nooit meer vergeten. "Euh, uit de keuken" stamelde hij ietwat onrustig. Dat was tot enkele dagen geleden wel anders geweest, toen hij zich vol vertrouwen door het leven begaf, met de nodige drank en genotsmiddelen aan zijn zijde. "Dan heb je precies 5 minuten om die koffie op te drinken, de beker af te wassen en opnieuw op zijn plaats te zetten in de keuken, want dat is dus wel de mijne, begrepen ?" Zonder zich nog verder van iets aan te trekken, draaide ze zich om en liep opnieuw de gang in, weg van Peter. Maar niet zonder voor alle duidelijkheid nog eenmaal met haar rug naar hem gekeerd te herhalen "5 minuten, oké ?". En weg was ze. Iets verder op de gang had een andere patiënt (later bleek dat hij Danny heette), hen klaarblijkelijk geobserveerd. Van waar hij stond, riep hij een zin die Peter zich de komende maanden nog vaak zou herinneren : "Enkel de moedigen overleven hier, maat...Enkel de moedigen !" Peter keek hem even aan : een wat zwerfachtig type met onverzorgd grijs haar en gekleed in kledij die Peter in zijn eerdere leven ‘lompen’ zou hebben genoemd. Hij keek ook even naar zijn lach, of wat ervoor door moest gaan…een gebit waar menig tandarts met plezier aan het werk zou willen gaan ! De man bleef hem aanstaren en bewoog verder niet. Peter vroeg hem dan maar : “En de anderen dan ?”. Tot Peter’s groot ongenoegen werd de glimlach nog groter, net zoals het duidelijk gebrek aan tanden. “Dat”, antwoordde de man, “zijn enkel verloren zwijnen” !   31 DECEMBER 2014 Het volledige verblijf in "De Nieuwe Ronde", herinnerde Peter zich, had in totaal bijna 6 maanden in beslag genomen. En eerlijk : tot vandaag had hij sinds zijn opname, bijna 4 jaar geleden, geen druppel meer gedronken, geen joint gerookt, geen coke gesnoven, geen shot gezet. Maar ondanks de vele therapieën, gesprekken met dokters, psychologen of psychiaters, hadden ze hem niet kunnen bevrijden van de geest van Jessie, die nog dagelijks door zijn hoofd spookte. Hij had de confrontatie opnieuw moeten aangaan, maar nu zonder 'hulpmiddelen', en dat viel hem zwaar...té zwaar ! Ze was hem niet één keer komen bezoeken in "De Nieuwe Ronde" en nu bleek ze sinds afgelopen oktober opnieuw getrouwd – getrouwd godverdomme ! - te zijn met een zekere Ben. Het was koud in het appartement op de 6e verdieping. Buiten was het op dit uur (23.30 u.) slechts 3° Celcius en Peter's raam van de woonkamer stond wijd open. Het appartement was helemaal leeg. Dat moest wel, want één dag later, op 1 januari was hij verplicht de sleutels ervan te overhandigen aan de nieuwe eigenaars. Toch zouden ze de laatste 4 dingen nog zelf moeten verwijderen : de kerstboom, het zopas uitgelezen "1Q84" van Haruki Murakami en de 2 lege flessen Glenfiddich (hoewel de tweede nu nog maar voor een kwart leeg was). Zijn gedachten fladderden rond, alsof de arbeiders niet wisten waar ze momenteel het beste aanwezig konden zijn. Hij dacht aan zijn medepatiënten van Groep A, geheel bestemd voor de zwaarste gevallen, maar waar men nog hoop heeft op beterschap wegens weinig of geen hersenbeschadiging. Ze waren met zijn vijven geweest. Els en Ruben waren inmiddels terug opgenomen geweest en Karel en Wim zelfs overleden aan een overdosis. Dat maakte van Peter de enige volhouder. Prima, dacht hij, en wat is nu de meerwaarde ? Waar zijn nu de vrienden ? De beloofde 2e kans ? De heropstanding ? Ach, vriendschap… Wie zong ook alweer : ‘één keer trek je de conclusie, vriendschap is een illusie” ? Vrienden…mensen die weten dat je vanavond alleen bent, maar er zich geen kloten van aantrekken. Hey komaan, iemand zin vanavond in een trieste alleenstaande ? Don’t think so ! Let’s party, boys and girls ! Natuurlijk…nog grappiger is familie ! Peter zei ‘grappiger’, maar bedoelde het natuurlijk sarcastisch ! Zijn broer was een bezopen portier – of zoiets – die zijn ogen amper nog half open kreeg en zijn vader was zowat een jaar geleden overleden. En het ergste : de vent was echt niet van de kwaadste, maar ook hem had Peter bij zijn overlijden al zowat 20 jaar niet meer gezien. En eerlijk : hij kende zijn vader niet eens ! De man had van ’s ochtends tot ’s avonds gewerkt en ook in het weekend was hij niet beschikbaar voor uitstapjes of trips, naar waar dan ook. Peter had dan ook de begrafenis aan zich voorbij laten gaan. Al was het maar om ‘haar’ te ontwijken. ‘Zij’, die er alles aan had gedaan om zijn leven te verwoesten. ‘Zij’, die niet eens een tweede kind wou ! En als het er toch zou komen, moest het echt wel een meisje zijn. Maar hoe onvoorbereid kwam Peter ter wereld : hij was niet alleen ongewenst als tweede geboren kind, maar had dan ook nog de pretentie deze klotewereld in te stappen met alweer een piemel ! Het leed geen twijfel : dit had hij per opzet gedaan…en hij zou het weten ook ! En man…Peter had het geweten ! Op zijn 17e had hij met zijn familie gebroken om zijn dienstplicht te volbrengen. Vanaf dan was het allemaal snel gegaan : Danni, zjn eerste (Joodse) vriendinnetje die al vlug moest kiezen tussen hem of haar geloof, Yasmine, die het na een tiental jaar voor bekeken hield en ten slotte Jessie, waarvan hij had gedacht (gehoopt ?) dat hij eindelijk iemand had gevonden om samen oud mee te worden (Jessie antwoordde altijd op zulk moment : “Ja, da’s lekker makkelijk ...Jij bent al oud !”). Maar de geschiedenis herhaalt zich altijd, nietwaar ? Na zijn eigen ouders èn die van Yasmine, was het nu de beurt aan Jessie’s ouders om hem te haten. Jessie was immers reeds 3 jaar getrouwd geweest, wat hun de nodige investeringen had gekost ! Maar er was geen speld tussen te krijgen : toen onze blikken elkaar voor de eerste keer wisselden in een café in Antwerpen, sloeg de vlam meteen over : liefde op eerste zicht bestaat !! Trouwens, even terzijde, ook op laatste zicht ! En ze hadden beiden een goedbetaalde job, waardoor ze soms zelfs in de dag met elkaar werden geconfronteerd ! En toen sloeg het noodlot (nog maar eens) toe : de firma waarvoor Jessie werkte werd overgenomen door een Duits bedrijf en een hoop mensen, waaronder zijzelf, werden ontslagen. En toen kwam het telefoontje dat Peter nooit meer zou vergeten : een vriendin van Jessie werkte als ‘call-girl’ bij ‘Lady Di’ en verdiende een klein fortuin. De vraag liet niet lang op zich wachten : ze had reeds een foto van Jessie laten zien en de Lady’s interesse was gewekt. En toen de bedragen op tafel kwamen : die van Peter en Jessie ook ! Er gingen dagen en nachten van praten aan vooraf…pro’s en contra’s…wan’ts en don’ts…can’s en can’ts… Maar hoewel Peter zijn twijfels bleef hebben, wist hij dat Jessie haar beslissing reeds had genomen. “Wat maakt het nu uit of je je hersenen een hele dag ter beschikking houdt van een baas die toch nooit tevreden is en je onderbetaalt, of je lichaam voor iemand die nooit klaagt en véél meer geld binnen brengt ?” Waardoor liet Peter zich leiden ? De wens van Jessie ? Het geld ? En hij kon niet anders dan  toegeven : het geld stroomde binnen ! En de afspraken werden perfect nageleefd : niets zonder condoom, wat wel en/of niet was afgesproken tussen hen beiden, de werkuren, enzovoort. Wat echter nooit in hun plannen had gestaan, was de zich opdringende klant – ‘getrouwd, maar mijn vrouw begrijpt me niet’ – die iets meer van Jessie nam dan enkel haar lichaam…ook haar gedachten, haar lach, haar verliefdheid…haarzelf ! De hoerenloper, de ‘wandelaar’, waaraan Peter haar tenslotte toch verloor ! Wat precies de toestand teweeg had gebracht waarin hij zich nu bevond ! Natuurlijk kon hij haar niet echt verantwoordelijk houden voor zijn drank- en drugprobleem dat daarop was gevolgd, ook al was hun scheiding het begin van de grootste ellende die Peter ooit in de ogen had gekeken ! Bij zijn thuiskomst lagen de rekeningen, herinneringen, brieven van advocaten en notarissen op hem te wachten. Met behulp van Yasmine en zijn eigen notaris had hij het appartement, dat hem zo dierbaar was, verkocht. Jessie had natuurlijk recht op de helft, en met de rest betaalde hij netjes alle rekeningen die nog open stonden. Daarna bleef er niet veel over, maar hij wou en kon niemand met zijn schulden opzadelen. Peter herinnerde zich een liedje van lang geleden : "Echte mannen huilen niet, ze stikken in hun stil verdriet !". En zowel huilen als stikken...verdomme : hij deed het elke dag opnieuw. Vragen die hij Jessie na haar vertrek nooit had gesteld, kwamen nu opnieuw boven als dolfijnen voor lucht. Wanneer was haar liefde veranderd in genegenheid ? Op welk moment werd het zelfs onverschilligheid of woede ? Elke "Ik goud van jou", Peter's speciale manier om zijn liefde te uiten, was gemeend geweest. Zelfs de laatste dag, toen ze gepakt en gezakt klaar stond om te vertrekken. Maar het bekende "Ik ook van jou" had plaats gemaakt voor "Ik weet het". Waren haar lieve woorden daarvoor reeds met bittere gal aan elkaar gekleefde woorden geweest ? Waren Peter's "rupsen", die zich hadden ontpopt tot prachtige vlinders met levenslange garantie, bij haar nooit meer geweest dan een kermisattractie met dezelfde naam ? Wanneer begint "Liefde" ? Bij een eerste met glinsterende ogen uitgewisselde blik ? Bij een eerste kus ? De eerste seksuele ervaring ? De eerste scheet die je durft laten in haar omgeving, nadat alle soorten lichaamssappen reeds waren gevoeld, geproefd, uitgewisseld ? En vooral...wanneer eindigt ze ? Bij Peter was inmiddels tevens een zwaar geval van 'Borderline' vastgesteld en sinds februari 2012 was hij officieel 'invalide'. De ooit zo grote strijder kon zich zijn laatste overwinning niet meer herinneren. Want tenslotte, waren zijn strijd en overwinning op Koning Drug en Keizer Drank écht zo belangrijk geweest ? De enige 'ons' die voor hem nog bestond, was die in het woord 'ons-tabiel' ! Misschien was hij beter het 'enorm stom klotezwijn' van 7 jaar eerder gebleven. Nu was hij een eenzaat...een verloren zwijn, klaar voor de slacht. Ooit was Springsteen's 'The Rising' een metafoor geweest voor zijn eigen queeste...nu kon het zich niet verder van zijn leven bevinden als ooit ervoor. De parels waren ooit voor het zwijn in hem neergelegd. Hij had ze verwaarloosd en gezocht naar truffels. En nu ? Hij zou nooit meer bij iemand thuis komen voor het finale donker. Dat was trouwens niet eens iets van zijn grootste zorgen ! De dagen als ’invalide’ raakte hij wel – met moeite – door…Haar gemis, vooral ’s avonds en ‘s nachts, helemaal niet ! En ach, was deze avond belangrijker dan de anderen ?  Hoogstwaarschijnlijk niet…maar Peter wist hoeveel fantastische oudejaarsavonden hij met haar had doorgebracht ! Hun leven samen was één lange, fantastische reis geweest…en dit was de eindhalte ! Hij nam de zoveelste slok uit de bijna lege, tweede fles whisky en begon zachtjes te huilen. Hij haalde zijn GSM uit zijn achterzak en bekeek voor een laatste keer alle foto’s van haar die hij erop had gezet ! Peter kon zijn tranen niet bedwingen : hij wist dat het zijn allerlaatste waren ! 23.55 u. Peter bedacht dat niet de alcohol of de drugs hem ten onder hadden gebracht : de verslaving aan Jessie's liefde zou hem tenslotte het leven kosten. En morgen zouden ze komen : de nieuwe eigenaars, de veroveraars, de indringers, schaamteloos beslag leggend op zijn laatste bezit vol mooie herinneringen. Maar alleen zouden ze nooit zijn. Want, zo bedacht Peter terwijl hij de laatste druppels van zijn fles nam, vrees niet, toekomstige bewoners : er is hier plaats voor nieuwe gezinnen, hechte familieleden, goede vrienden en brave huisdieren...zolang jullie maar een klein plaatsje voorbehouden voor één klein, weliswaar onzichtbaar, verloren zwijntje. Dus dult mijn aanwezigheid. Heb geduld met mij : ooit zal ik volledig uit jullie leven verdwijnen, maar laat me inmiddels, zonder jullie – hopelijk - gelukkige leven op één enkel moment te verstoren, nog even blijven op de enige plaats die ik ooit ‘thuis’ heb kunnen noemen ! Peter trok de stekker van de lampjes uit om de kerstboom, net zoals zichzelf, in het donker te hullen, keek nog even of de huissleutels op de buitenkant van de deur zaten en wandelde door de woonkamer via het open raam naar zijn terras op de 6e verdieping.  

Paul Smeyers
7 1

Take me out tonight

Take me out, tonight. Anywhere, you don’t care? Anywhere, I don’t care, I don’t care, I don't care..   Hij stapte in zijn auto en nam me mee. Ik staarde slechts naar het vervormde effect van de straatlichten in de racende regendruppels op de voorruit. Naar het schaarse groen, dat nu wel zwart leek.  Naar de lelijke huizen met licht achter de gesloten gordijnen. Naar de levende steden en de stille snelwegen. Zwijgen in de auto is een zaligheid. En het hoeft niet altijd duidelijk te zijn waarheen we gaan, want rijden is de rust. Kinderen houden er ook van rondgereden te worden en diep vanbinnen wil ik jong zijn, wil ik zo graag kind zijn.   Ze zweeg toen ze naast me in mijn gammele auto zat. De slecht sluitende achterdeuren zorgden voor een zoemend lawaai. Ze keek voor zich uit en wanneer ik vanuit mijn ooghoeken naar haar loerde, zag ik haar irissen van links naar rechts schieten. Ik zag het diffuse licht in haar grijze ogen weerspiegelen en ik keek weer naar de weg en liet haar begaan. Ik denk niet dat ze triest was. Ik geloof dat zij gewoon van stilte houdt, de spanning van het niet-spreken. Waar reed ik naartoe? Bij iedere splitsing deed ik een mentale kop of munt. Anywhere.   Ik hoopte maar dat hij het niet ongemakkelijk vond, maar hij zag er best ontspannen uit. Soms merkte ik dat hij vanuit zijn ooghoeken naar me keek, als het ware om te checken of ik niet door de stilte was verzwolgen. In drukke café’s konden we zo enkele minuten bij elkaar staan. Zwijgend, nippend aan onze pint, glimlachend. Om dan ongemakkelijk te scheiden en hyperspontaan elk onze vrienden te vervoegen. Op café zwijgt men niet.   Ik reed naar een mooie stad en stopte aan een rustige kroeg. Ze keek me aan en glimlachte en we gingen naar binnen en dronken een glas of drie. De stiltespanning veranderde in een woordengolf. Geen hoge golf diep in de zee, maar een uitgerokken overblijfsel daarvan, dat haar rust vindt tegen een mensenvoet op het strand. We praatten over hoe het leven ons te pakken had.   Mijn benen tintelden toen ik terug naar de auto liep. De radio ging zachtjes aan. We neurieden beiden een liedje mee. Hij zette me thuis af en ik gaf hem een kus op de wang, waarbij hij zich naar me toe boog en zijn linkerhand niet van zijn stuur haalde en zijn ogen amper van de weg. Alsof er op dit uur, op deze plaats, plots een file zou ontstaan, of een andere auto op ons zou inbeuken. Ik ging naar binnen en dacht dagenlang aan niets anders.   Ik zag nog net het licht aangaan op de eerste verdieping toen ik haar straat uitreed. There is a light that never goes out.  

cielien
3 0