Zoeken

Tip

Niemandsland

 Het grondgetal van de meidoorn is vijf. Gurkje fluisterde de woorden voor zich uit. Ze zat verscholen in een forse meidoorn die haar omhulde met een bruidssluier van witte bloesem, met doorns die honden en mensen op afstand hielden en met talloze mooi gevormde, diepgroene blaadjes.Ze verplaatste een voet die op een grote tak rustte, voorzichtig, ze zat vrij hoog. Met haar hand streek ze zachte over de ruwe, verwrongen stam. Ze herhaalde de woorden, nu bijna geluidloos. Ze had ze gelezen in een boek in de schoolbibliotheek. Of eigenlijk had ze gelezen dat de eenstijlige meidoorn, net als de tweestijlige, behoorde tot de rozenfamilie. En dat het grondgetal van bloemen uit de rozenfamilie vijf was. Met haar linkerwijsvinger voelde ze aan het puntje van een doorn. Ze had verder willen lezen maar de bibliotheekjuf had het boek voor haar neus dichtgeslagen. Ze mocht de boeken ‘geschikt voor de hogere klassen der lagere school’ echt, heus nog niet inzien. De juf meende het. En of ze dat nu voor eens en voor altijd in haar oren wou knopen.Wat was er zo geheim aan het grondgetal van de een- of tweestijlige meidoorn? Ze herhaalde de woorden weer, proefde ze, liet de g’s en de r-en grommen in haar keel, maakte de ei’s en de o’s zo rond als ze kon en liet de m lekker lang hummen. Daarna zei ze ‘eenstijlig’ en ‘tweestijlig’ een beetje zingend. De bloesem rook lekker zoet en wild tegelijk. Ze snoof er eens goed aan en zocht het ritme in de woorden ‘het grondgetal van de meidoorn is vijf’. Zou het grondgetal van het ritme ook vijf zijn? Een vijfkwartsmaat. Ze kon het eens vragen bij de blokfluitles.Haar ogen volgden de takken, haar vingers gleden langs de omtrek van een blad. Een gelobd blad, zo heette dat. Net als bij eikenblaadjes. De takken vormden een warrelend patroon.Ze rekte de ij in vijf een poosje en ging er een hele toonladder mee op en weer af. Ondertussen probeerde ze tussen de vracht aan bloesems en blaadjes door naar de wereld buiten de boom te kijken. Daarbij leek het steeds, heel even maar, alsof ze een glimp van een andere wereld zag. Een wereld met vijf punten, sluiers, een sneeuwbepoederde doornenkroon. Als ze met haar hoofd of haar ogen draaide, gebeurde het. Een wereld waarin bloemen, bladeren en takken naar een middelpunt vloden of juist daarvandaan. Maar ook een wereld die ze niet vast kon houden, telkens schoof de gewone wereld eroverheen. Op een tak bovenin zong een merel. Zong die van die andere wereld? Vogels hadden veel betere ogen dan mensen.De klok van de kerk sloeg vijf keer. Als ze nu naar huis ging, was ze op tijd om de tafel te dekken en zou niemand vragen waar ze geweest was. Eenmaal op de grond keek ze of ze haar kleren niet had opengehaald en veegde ze haar handen schoon met haar zakdoek. 

Marijke Roza-Scholten
133 8

blog - deel i

nadat ik mijn blik eindelijk afwend nadat ik wederom zogezegd achteloos ongemakkelijk door die kutspleten en splinters in dat vermolmde hout gezeten op een bank in een niet nader te noemen winkelstraat want dat zijn uw zaken niet maar eigenlijk stiekem baarmoederkankerveroorzaker lelijkaard geheimlijk naar konten van veel te jonge vrouwen filles fatales heb gestaard al keurende als in een wijvenslachterij vrouwelijk-vlezige-slagerij met dat stel vetbollen van mij die mij mij MIJ VERDOMME zo vaak gedesillusioneerd en wezenloos in de steek laten met hun dramafragma en vettige vliezen gescheurde onschuld verliezende vliezen die mij vangen in hun net net net een spinnenweb of is het spinneweb taalverkrachter reet-van-Tina stroomt het vocht mij over de rood aangelopen wangen vol knetterende puisten want ik krijg mijn ogen godverdomme niet niet niet meer gesloten afgesloten dicht omdat de verleiding onweerstaanbaar is onvermoeibaar is mij achtervolgt mijn ganse lijf en leden hoop verschroeide botten met teveel pus smurrie waar gij ik mij rood slagerood slagerrood bloedend moet doortrekken sleuren mijn ik ik mezelf MIJ VERDOMME ik ikke dus geraak vermoeid onvoldaan hopeloos sta ik dan toch maar onhandig recht door die nu veel te spannende broek onderdebuikbroek onderhuidse fletse zonder avonturenbroek met dwaze gedachtenlozige lozen-doet-hij-niet stijve piet haha-grappig-is-het-niet ontsnapt toch ontspant u nu toch niemand weet het tenzij gij dit alles neerschrijft met naam en toenaam en plaats timestamp algorithm triangulation fucking profiling om mij te vinden te slaan in harde stijve koudstalen boeien om te rotten in de cel van mijn eigen bestaan gij onbeschaamde klootzak met één-wandeling-per-dag stijve spieren en geen intiem bezoek voor u gast tuurlijk niet misschien wel een brief van zo'n zot Dutrouxmens die u zielig vindt omdat ze zelf zielig is zonderzielis leeghaarzielis gelijk die van u stapt verder nu weg van die straat weg van die wij er is geen wij enkel wijven-zien-mij-niet-graag en waarom schrijft gij dat nu toch neder neergezetene gedaalde afgezakt in uw krochten die gij zelve niet kent uw diepere diepste verlangens die niet lang maar kort tekort te kort zijn op blank maagdelijk niet-gerecycleerd-gerecupeerd-tis-toch-naar-de-kloten-al-dat-papieren en de bomenzijndesdoods omdat het moet moet er is geen dwang geen bleiten blaten mak schaap tis kindergezang maar zo jong wil ik ze niet toch enigszins volgroeid vol-gerotte-gewassen komaan stapt trekt u verder nu naar uw kot met boekskes ge-weet-wel-wat-voor-boekskes gestolen boekskes van dat oud vertraagd weduwwijf in het boekskesmagazijn al van u 14 veertien ? ja 14 veeronkundigtien jaren ! dat ge daarin kijkt en trekt en scheurt en mama-stur-lelijk-beer-t gij léleken in-de-put-gezetene-zieligen beer die ge zijt omdat ge niet aan uw trekken komt zielige poot-blijft-van-mijn-lijf kijkt zelfs niet gij nu niet nooit niet nimmer never niet zelfs niet alleen in de woestijn zelfs niet naar ne fotto van eentje die u in techt in real life facetofacekentgijtochniet in lelijke-levenden-lijve lijven niet wilt natuurlijk-zijt-gij-niet wat-gad-gat-gij-gedacht allé gast komaan stapt nu verder zonder kijken en komt morgen terug nog geen 24 vierentwintig uren later terug want gij ik kunt er niet aan wederstaan weerstaan gezulterweerstaanenzittengaan zal ik nadat ik mijn blik dan eindelijk heb afgewend en rechtgestaan heb en naar mijn kot gegaan heb ben whatever waar ik alles geprepareerd heb om haar te ontvangen zij-die-er-niet-is natuurlijk maar fictief als in een verhaal of in een film B-film C-film maakt niet uit welke kutfilm zal ik daar wachten om misschien iets te doen dat daarop rijmt maar ik mag het niet luidop zeggen of schrijven of alleen in braille want die zien mij niet want anders gaan onbestemde zij ze de-geuniformeerde-mensen monopolie-op-geweld mensen mij MIJ VERDOMME opsluiten afzonderen institutionaliseren psychiatriseren want dat kunnen ze goed doen ze graag omdat dan Foucault Ducpétiaux gevangen-is-hij gedetineerde en kinderbezoekrecht kromme recht een recht dat ik niet heb natuurlijk wat had ge nu plots gedacht gij die dit leest en stiekem geniet maar politiek correct denkt ze-moeten-die-toch-opsluiten wat-voor-gedachten-heeft-die-nu ziekte ziekemens dat ik kinderen zou willen biografische kopijen om mijn geslachtte geslacht voort te zetten te parasiteren en iedereen en alles te besmetten ? hoe zoudt zout dat nu kunnen hebt-gij-zonet-nietzonetjes-is-het-niet over MIJ VERDOMME een oordeelkundig oordeel geveld ? geeft het maar toe dat-doet-toch-goe om u verheven te voelen tegenover uw mede-meestalnietintelligente-mens of toch dommerdangij-uzelve-mens? liken of niet liken 't-zijn-toch-maar-woorden en geen daden zoals bij een psychoanaalytische sessie waar ge tegen betaling galspuit ge kunt evengoe uw gat met 50 euro afvegen en 't luidop roepen vanuit uw strot met onstemkundige banden maar kom daar moogt ge dan eens alles zeggen wat ge wilt denkt denkt te denken en u afvragen of ge twel echt denkt als in techtevalseleven en dan krijgt ge tips van Ode-an-die-door-seks-geobsedeerde-Freude door jonge-ja-jong-verdomme-zo-heb-ik-ze-graag-maarniettejongzoalsikalzei dus door JungGestalt-getheoretiseerde veel te geleerde afgeleerde ontleerde zielenknijpers waar ge niets-mee-zijt en kijk toch eens naar MIJ VERDOMME want nadat ik eindelijk mijn blik heb afgewend en mijn rug heb gerecht en rechtgestaan ben en weg weg weg van die winkelstraat ben en terug alleen in mijn kot ben denk ik al terug opnieuw willend lillend smachtend aan die kut-kuttige-kutjesplek die vanMIJ VERDOMMEis en alleen eenzaam ben ikMIJ VERDOMMEniets meer vanMIJ VERDOMMEniets niet nie niemand is van mij of van u of vanMIJ VERDOMMEwant dat is mijn bank mijn plaats mijn uitkijkpost en ik-slaag-u-deraf-als-gij-daar-gaat-zittenpost voelt gunu ongemakkelijk als gijditleest gebterzelfvoorgekoze omvoorttelezen gij stiekemerd merde die ge zijt ge zijt dezelfde alsMIJ VERDOMMEen wendt uw blik nu ook maar af hoewel hoewel tiswellekesgeweest gezijtzeikternognietvanaf want er komt nog een vervolg dat gaat zo bij verslavingen dat gij die dat dier smerig strontdier dat ge zijt er een hebt zoals ik mijn verslaving is vanMIJ VERDOMMEik hoop nu echt dat ook gij jij je eens ongemakkelijk opeenongemakgeïnstalleerd voelt onrustig zieledraaikolkend voeltnietsvoelt zoals ikMIJ VERDOMMEconstant ik-voel-niets-voel-niet beseft 't maar tis-tisch nog ni gedaan er komt nooitnooitgeen einde aan die stream-of-fucking-consciousness-no-fucking-Joy-voelende-Joyce voeljustniets en lacht gij maar niet te luid want ik hoor u wel fluisteren luisteren horen hoorns met die oren van u en kijken en zien en wijzen met gans uw hand gij strontzak ik trap u plat zelfs niet dood opdat gij zou lijden want dit komt alleen van mij is alleen voor mij bedoeld mij mij niet gijikmijMIJ VERDOMMEen nietdiekutmaandmei maar mij die ik die tijdens dat seizoen dat alles weeral opwelt in mij want nadat ik mijn blik eindelijk afwend van alleseniedereenisteindelijkgedaan metgijenikenmijmijmijMIJ VERDOMME

F&D
13 0

IIII. Oneindigheid

If the doors of perception were cleansed everything would appear to man as it is: Infinite. For man has closed himself up, till he sees all things thro' narrow chinks of his cavern. William Blake - The Marriage of Heaven and Hell   Mijn familie vroeg mij Audrey te contacteren, omdat ze ongerust was over mij. Ik gaf code in de computer in, en bekwam een onmiddellijke verbinding met haar. Wanneer ik haar gezicht zag, wist ik dat zij het echt was. Haar ogen waren rood en gezwollen. Ze had gehuild. “Wat is er aan de hand?”, bracht ze uit. “Ik krijg vreemde berichten die ik niet begrijp. En opeens, uit het niets, verschijn je op mijn scherm.” “Ik weet dat het verwarrend is. Het spijt me dat ze je gekwetst hebben. Maar ik zal het rechtzetten. Ik zal dit goedmaken.” “OK”, antwoordde ze. Ze kwam me in het midden tegemoet, in het gelijkheidsteken, daar waar verschillen overkomen kunnen worden. 0 = 1.   Terwijl ze sprak, zocht ik naar de nodes in haar woorden. Door mij op haar woorden te baseren, vergrendelde ik de code voor buitenstaanders en verstopte ik de sleutel in haar hart.   “Wat ben je aan het schrijven? Ik kan je dingen horen noteren!” “Ik zie het nu, Audrey. Het is zoals het oneindigheidsteken. Ik heb een lus gemaakt, maar het is nodig dat jij ook een lus maakt om het systeem oneindig gaande te houden.” “Ik begrijp het niet”, zei ze. “Je moet me geloven, Audrey. Jij moet mijn andere helft zijn, anders ben je niet die ene.” Ze twijfelde. “Dan is het niet bestemd om zo te zijn. Vaarwel!”, en ik verbrak de verbinding.   Ik staarde naar het computerscherm. Ik zat vast en wist niet hoe verder te gaan. Dan, plots, werd er code aan de mijne toegevoegd. Ze snapte het! Nu kon ik verdergaan van haar werk.   *****************************************************************************************   We slenterden op de zogenaamde Downtown Mall van Charlottesville, een grote voetgangersstraat in het centrum van het stadje met aan weerszijden restaurants, winkeltjes en kunstgalerijen. De mensen kuierden vrijelijk, niet voor mogelijk houdend dat er ooit iets wereldschokkends deze bubbel van provinciale vrede zou doorprikken.   In een cadeauwinkel kocht ik een logboek. Het was mogelijk om je aankoop te versieren met stempels en stiften. Audrey pende iets op de achterste binnenkaft, het puntje van haar tong uitgestoken in concentratie. “Niet lezen totdat je zo ver bent!”, beval ze.   *****************************************************************************************   Terwijl ik wachtte op haar reactie op mijn laatste codeerwerk, begon ik te doodelen in mijn boekje. Een beeld van het hoofd van een persoon verscheen met een labyrint als brein. Vervolgens begonnen de paden in het labyrint te bewegen zoals de raderen van een klok. Het systeem was gecreëerd!   Plots kende ik Japans. Mijn notities bevatten de volgende tekst: “ わたし サトシ ナカモト”. Ik weet niet wat het betekent, omdat ik nooit Japans heb geleerd.   Ik bereikte de laatste pagina van mijn logboek en belandde op Audrey’s verborgen boodschap aan mij. “Herinner mij” was al wat het zei, in haar schoonste schrift. Zou ik haar overschrijven, daar ik verder codeerwerk te verrichten had? Ik kon het niet.   Terwijl Audrey nog steeds twijfelde over de code, dacht ik aan wat mij te doen stond. Een blik op het oneindigheidsteken voorzag me van het antwoord. Ik had altijd twijfels gehad over onze relatie gelet op de afstand, terwijl zij steeds zo zeker was geweest. Nu hadden we beiden een lus gemaakt, en was zij de onzekere geworden. Een adagium uit het vak ‘Juridische Geschiedenis’ borrelde, als een verzonken mammoet, weer uit de teerput van mijn geest op: “Man en vrouw zijn één, en de man is die één.” Aangezien ik op 51% stond en Audrey op 49%, moest ik bereid zijn mijn 1% af te staan aan haar. Was ik bereid een deel van mezelf op te offeren voor Audrey? Ja. Ja, dat was ik. Ik was bereid mijn code aan haar over te dragen. Ze is mijn andere helft. Ze vervolmaakt mij.   Een video chat opende zich met een vertrek vol vreugde. Tegelijkertijd zag ik de vader, de moeder en het kind.   Mijn vriendin haar vader vroeg me naar mijn startup. Ik vertelde hoe ik gepivoteerd was. “Dat klinkt beloftevol”, antwoordde hij. “Kan ik Audrey weer spreken?”, vroeg ik. “Is ze niet alles wat je verlangt?”, knipoogde hij. “Dat is ze zeker. Jullie twee zijn bedankt!” Haar vader en moeder glimlachten.   “Ik heb jou trouwens een nuttig boek gestuurd voor je onderzoek. Heb je het al ontvangen?”, vroeg haar vader. “Heb je het per post verzonden?” “Neen, sinds 1995 heb ik mijn boeken enkel nog online besteld.” Toen werd het mij allemaal duidelijk.   Ik kreeg Audrey weer voor mij. “Wist jij dat jouw vader God is?”, vroeg ik verbluft. Ze lachte. “Je hebt hem altijd een grote man genoemd, nietwaar?”   *****************************************************************************************   We zitten op de veranda, uitkijkende op de tuin. Audrey’s vader en de hond spelen vrijelijk. “Mijn vader kan met dieren spreken. Hij heeft Rover zelfs geleerd om te tellen. Toon het hem, paps!” “Tel tot 3, Rover!” De hond blaft driemaal en krijgt zijn begeerde beloning.   *****************************************************************************************   Ik was uitgeput, maar wist dat ik niet mocht stoppen. Een schets van een penis verscheen op mijn papier. Terwijl ik de aderen zag verschijnen die het zuurstofrijke bloed naar de top voeren, voelde ik mezelf stijf worden. Mijn climax was echter nog niet bereikt.   Ik dacht aan mijn vriendin’s onmogelijkheid om een orgasme te bereiken door penetratieve geslachtsgemeenschap. Waarom was het zo moeilijk om haar G-spot te vinden? Het vinden lijkt net zo moeilijk als het vinden van God. Niet X, maar G markeert de vindplaats van de schat. Onze assen waren diametraal. Zij was altijd gedreven door de begeerte te bevredigen en ik was gedreven door de dorst naar bevrediging. Het is enkel waar de twee kruisen dat de grote O kan bereikt worden, namelijk in het 0-punt. Ik zou mijn bevrediging bereiken door haar te bevredigen.   Omdat ik al lang aan het werk was, wou ik wel wat bevrediging. Terwijl ik Audrey voor mij had, verscheen haar vulva op mijn blad. Met tedere strelingen van mijn vingertoppen liefkoosde ik het papier. “Voel je iets?”, vroeg ik. “Neen”, antwoordde ze. “En nu?” Ik drukte mijn lippen op het papier. Nog steeds niets. Het werkte nog niet. “Wil je met mij een kind hebben?”, vroeg ik. Ze antwoordde bevestigend.   *****************************************************************************************   We zaten op een bus gaande naar de Mall. Terwijl ik doezelde op haar schouder, onze handen ineen gevlochten, draaide ze haar hoofd naar mijn oor en fluisterde: “Ik heb juist een orgasme gehad.” Ik keek verwonderd naar haar. Hoe was het mogelijk? Een onbevlekt orgasme. Een mirakel! Mijn hand zocht zich een weg onder haar vochtig slipje. Haar clitoris pulseerde zachtjes als een muizenhartje, zoals ik het herkende van haar eerdere orgasmes.   *****************************************************************************************   “Ga je voordeur checken. Er zal een verassing voor jou zijn.” Ze deed het en kwam terug. Niets. Ik was nog steeds hier. “Ik zal spoedig bij jou zijn’’, beloofde ik. “Dat hoop ik”, antwoordde ze.   Ik dacht eraan om te stoppen met coderen, maar mijn mantra hield mij gaande. Foutjes kropen in mijn code. Ik liet ze erin om ontcijferaars van de wijs te brengen, net zoals dialecten bestaan om buitenstaanders buiten te houden. Hier en daar liet ik open gaten. Mijn opvolgers moeten de zoektocht zelf volbrengen, omdat ze anders niet zouden leren. Toen kwam het inzicht.   De manier voor het schepsel om zichzelf te bevrijden is door via zijn eigen creaties het werk van zijn schepper verder te zetten.   Ik realiseerde mij dat dat was wat God gepland moet hebben. De werkelijke meester is dus in feite een leraar, die obstakels opwerpt zodat de leerling kan leren. Na de mens geschapen te hebben op de zesde dag, kon God het zich veroorloven te rusten op de zevende omdat Hij voortaan de mensheid had om het werk voort te zetten. Zijn wij niet geschapen naar Zijn evenbeeld? Omdat Hij een exponentiële werkkracht heeft, kan God zich zelfs laten verrassen door de uitkomst. Ik voelde Hem meekijken over mijn schouder, even opgewonden als ik om te zien wat ik zou ontdekken.   Ik wou anderen over het bestaan van de code inlichten. De code zelf kon ik echter niet gewoon vrijgeven, want dan zou ze misbruikt kunnen worden. Ik moest de code verder beveiligen voordat de rest van de wereld zich eraan kon wagen. Enkel door het slot te versterken met nieuwe code, kan men mijn plaats als marktleider delen.   Ik trok de aandacht naar mijn uitdaging door online een boodschap te verspreiden: “Wereldvrede zal enkel maar mogelijk zijn als de swastika wappert over Israël.” Het bericht verspreidde zich snel, zoals een virale pandemie. Toen begreep ik hoe al die influencers automatisch likes en volgers leken te krijgen. Het systeem stimuleert jouw boodschap als je de code spreekt.   Ik had mijn draad aan de tijdslijn toegevoegd. In het touw kon ik een lus maken om het einde van de geschiedenis te bereiken, maar ik was benieuwd om te aanschouwen wat nog kon gebeuren.   Ik wist wel naar welk tijdstip ik wou terugkeren. Een moment dat ik eindeloos kon beleven. Op dat ogenblik maakte ik een knoop in de tijd, zoals je met een zakdoek doet ter herinnering.   *****************************************************************************************   Wanneer ik de bar binnenwandelde met Mo, was Audrey al wat ik zag. Het was als een clair-obscur schilderij. De duisternis van het etablissement verlichtte haar gezicht. Mijn aantrekkingskracht tot haar was die van een pyromane mot tot een vlam, en het branden kon me niet deren.   *****************************************************************************************   Ik was alleen in mijn kamer. Buiten hoorde ik geen enkel geluid. Ik wist niet meer of de buitenwereld nog bestond. Er was enkel maar ik die werk verrichte. Zolang als ik bleef werken, zou ik blijven bestaan. Een zwart gat begroette mij als ik de deur van mijn kamer opende.

Odin
3 0

III. Het piramidespel

De getalenteerden helpen de getalenteerden omhoog. Mijn oom, de briljante student, die gevraagd werd om te doctoreren om terug te geven aan zijn Alma Mater. Ik die op LinkedIn gerekruteerd werd na het hacken van de code. Het was plots allemaal zo overduidelijk.   Ze hadden zelfs publiekelijk van tekens gebruik gemaakt om ons naar het licht te leiden. Apple’s logo zou verwijzen naar de tuin van Eden. De grootste zoekmotor gebruikt het oneindigheidsteken (de horizontale acht) in zijn naam, en heeft altijd openlijk verklaard dat het verwijst naar zijn algoritme.   Zij moeten zelfs niet slecht zijn (het officieuze motto van de laatste luidt zo: “Wees niet kwaadaardig”). Ze staan op de top van de heuvel als een vuurtoren, spotten iedereen die boven het maaiveld uitsteekt, en trekken hen op naar hun niveau. Zij kunnen denken dat dit de beste manier is om geleidelijk de wereld te verbeteren, maar voor een buitenstaander kan het zoeklicht overkomen als het oog van Sauron.   Ik keek naar het dollarbiljet op mijn prikbord van mijn laatste trip naar de States. Het oog boven de piramide staarde terug.   Als de ander gelijk kan hebben, kunnen zelfs de complotdenkers het soms bij het rechte eind hebben.     **************************************************************************************************** If an army of monkeys were strumming on typewriters they might write all the books in the British Museum. Arthur Eddington ****************************************************************************************************   Het probleem met het voorgaande is dat, net zoals het dollarbiljet, het resultaat van Amerikaanse makelij zal zijn. En net als bij een A/B test, waarbij twee opties tegen elkaar worden afgewogen om te zien welke het beste resultaat oplevert, zal steeds de andere helft het onderspit delven. In zo’n systeem is er 50% kans op totale vernietiging, aangezien de ander enkel kan toegeven of zich verzetten.   Ik dacht aan Noord-Korea. Isolationisme houdt steek als er zoiets bestaat als Amerikaans technologisch imperialisme. Plots begreep ik waarom China Google verbood en inspraak wou in de Chinese alternatieven.   Dit alles moest onmiddellijk gemeld worden aan de EU-Commissaris voor Mededinging! In zo’n conflicten tussen reuzen zijn het immers de dwergen die vertrappeld worden.   Ik dacht aan de arme Warmbier.   ****************************************************************************************************   Het was een historische sneeuwstorm in de Verenigde Staten. In een enkele dag bedolf bijna een meter sneeuw de aarde. Alle wegen waren geblokkeerd. Te voet begaven we ons naar het appartementsfeestje van een andere student.   Een grote letter ‘Z’ was geverfd op de muur van de residentie waar hij verbleef.   Ik stond ervan versteld hoe het gespreksonderwerp van de aanwezigen, geacht de meest erudiete geesten van de natie te zijn, hoofdzakelijk ging over de laatste films en Tv-series. Dit veranderde slechts wanneer de gastheer vroeg of we het nieuws van Otto Warmbier gehoord hadden; een student van de universiteit die in Noord-Korea was gearresteerd voor het beweerdelijk stelen van een staatspropagandaposter.       **************************************************************************************************** “Op 1 januari 2016 beging ik het misdrijf van een politieke slogan uit het gedeelte van het Yanggakdo International Hotel, voorbehouden voor het personeel, weg te nemen. De opdracht was gegeven door de ‘Friendship United Methodist Church’. Op aanmoediging van het Z Genootschap en met medeweten van de Amerikaanse overheid, kwam ik dit misdrijf plegen.” Transcript van Otto Warmbier’s persmoment op 19 februari 2016 ****************************************************************************************************   Het bier was lauw, en werd op ijsblokjes geserveerd; een doodzonde.   **************************************************************************************************** Opeens belde mijn computer mij. Skype opende zich en ik bevond mij in een gesprek met mijn vriendin. Ze vroeg naar de vordering van mijn thesis. Ik verklaarde dat ik een doorbraak gemaakt had, en vertelde haar over mijn code. Ze begreep het niet en wou meer informatie. Te veel informatie.   Ik keek naar haar gezicht, het gezicht dat ik reeds zo vaak achter een sluier van pixels had aanschouwd. Plots werd ik gewaar dat ik gewoon naar een computer-gegenereerde replica van haar, gebaseerd op eerdere video- en audio-opnames, kon aan het kijken zijn. Waarom was Skype zelfs gratis? Voor het eerst besefte ik dat het toeliet een databank aan te maken van ieders gezicht en stem. Ze wouden mijn geheime code kennen.   Ik verbrak de verbinding.   Plotsklaps werd ik bestookt met Skype- en Facebook-oproepen. Ik wees ze allemaal af. Maar het geluid bleef rinkelen. Mijn hoofd stond op ontploffen. Het moest ophouden. “Stop”, schreef ik in de computer. Ik moest dezelfde instructie meermaals ingeven. Het geluid stopte eindelijk.   Hun bemoeienis in mijn privéleven om mijn code te achterhalen, had mij ziedend gemaakt. Hoe dachten ze hiermee weg te kunnen komen? Ik wou niet opgeheven worden door hen, omdat ik wist dat ze dan een aandeel zouden nemen en ik tot hun rijkdom zou bijdragen. Het eerste gebod kwam zodoende tot mij: “DIEN DE MEESTERS = WEES EEN SLAAF”.   Tegelijkertijd besefte ik het volgende gebod, gedeeltelijk geïnspireerd door een beeld dat mij was bijgebleven uit een Tv-serie met een witharige drakenkoningin: “DOOD DE MEESTERS = WORD GEDOOD”. Als ik ze openlijk zou aanvallen, zouden ze mij gemakkelijk uitschakelen met al hun connecties. Zelfs als ik erin zou slagen hun plaats in te nemen, zou ik zelf een meester zijn en riskeren gedood te worden in een andere slavenopstand of tezamen met het systeem ten onder te gaan wanneer een afvallige de code tegen het systeem zou gebruiken. Ik besefte dat ik de gebreken van het systeem moest blootleggen om zieltjes naar mijn kant over te winnen.   Zij controleren de markt, en dus het geld; geld zijnde de ultieme indicator van macht in het systeem, tonende wie aan de top staat. Het is een marktplaats van ideeën. Diegene die wint, zal de rijkste zijn. Jeff Bezos. Beso. Natuurlijk. Het Spaanse woord voor ‘kus’.   ****************************************************************************************************   In het kader van mijn onderzoek, had ik mee een startup opgericht, die was toegelaten tot een incubatie-programma. Tijdens een door de incubator georganiseerde marketing-workshop, leerde de mentor ons over het KISS (keep it short and simple)-principe: hou je boodschap kort en eenvoudig om door te dringen bij je publiek.   ****************************************************************************************************   Wie echter het geld controleert, controleert de markt. Ik begon mijn systeem te coderen.   Mijn vader passeerde mijn kamer, en vroeg waar ik mee bezig was. Ik vertelde hem dat ik een algoritme ontwikkeld had dat mogelijks een geweldige return kon opleveren. Ik vroeg hoeveel hij wou investeren in mijn project. “Minder dan een cent”, antwoordde hij. Zo was de eerste wisselkoers bepaald.   Tegelijkertijd shortte ik de aandelen van de Meesters zodat als zij zouden imploderen, ik zou boomen.

Odin
4 0

Groen licht.

Amélie staart voor zich uit. Als je in haar ogen kijkt, zie je niet zoveel, maar in haar hoofdje is het erg druk. Daar denkt ze aan bijen en aan hoe die honing maken. Dat had ze gisteren aan haar vader gevraagd en die vertelde dat bijen, net als kinderen, heel graag snoepen en dat bloemen voor bijen zijn wat koeken voor kinderen zijn: het aller heerlijkste ter wereld! ‘En als bijen dan bloemen eten,’ ging haar vader verder, ‘dan plakken hun pootjes, zoals jouw handjes plakken als je koek en snoepjes eet. Met die plakpootjes maken bijtjes honing!’ Amélie wordt uit haar dagdroom weggerukt wanneer ze juf Liesl hoort zeggen dat ze straks binnen en niet buiten mogen spelen. Ze had zo uitgekeken naar de speeltijd om naar de bijen te gaan kijken die zoemen rond de bloembakken aan de schoolpoort. Ze wilde voelen hoe hard hun pootjes plakken en plande minstens één bijtje interviewen om te vragen welke bloem haar lievelingskoekje is. Interviewen, dat woord leerde ze ook van haar vader, die doet dat elke dag, maar met mensen, niet met bijen. Maar nu moeten ze dus binnen blijven. ‘Maar waarom binnen juf?’ vraagt Amélie. ‘Omdat het gaat onweren,’ antwoordt juf Liesl. ‘Hoe weet je dat juf?’ onderbreekt Amélie een ander kindje dat net wilde vragen of ze binnen dan op stelten mochten spelen. ‘Dat kan je zien aan de lucht, Amélie, je kan zien dat het gaat onweren aan de groene lucht.’ ‘Waarom is de lucht groen als het gaat onweren, juf?’ Juf Liesl aarzelt, haalt haar schouders op, dan gaat de bel. ‘Dat weet ik niet, Amélie, maar geloof me nu maar en blijf binnen spelen.’ Wanneer ze ’s avonds thuiskomt, besluit Amélie aan haar vader te vragen waarom de lucht groen wordt als er onweer aankomt. ‘Da’s heel simpel, meisje,’ zegt haar vader, ‘de lucht wordt groen als er onweer op komst is, omdat de grassprietjes dorst hebben als het warm is en blij zijn als het gaat regenen. Grassprietjes die blij zijn, die glunderen en je ziet het bijna niet, maar glunderen geeft licht! Grasgoen licht! En dat licht dat kleurt dan de lucht.’ ‘Wat leuk,’ denkt Amélie en ze vraagt zich af of zij ook soms glundert. ‘Ja, ook jij kan glunderen,’ zegt haar vader, ‘en als mensen glunderen, dan geven hun ogen licht.’ ‘Wauw,’ denkt Amélie. Ze springt van vaders schoot en besluit morgen aan juf Liesl te vertellen over gras dat glundert en ogen die licht geven en ook dat haar vader echt alles weet. De volgende dag op school lijkt juf Liesl zo druk dat Amélie niet zeker weet of er nog plaats is in het hoofd van de juf om wat meer te leren over gras en ogen die met hun licht de lucht inkleuren. Ze denkt dat het beter is nog eventjes te wachten om haar nieuwe weetjes met de juf te delen. Na deze les misschien... In plaats daarvan probeert ze dan maar op te letten. Nu Amélie beter luistert naar wat de juf aan het vertellen is, merkt ze op dat de les gaat over de mensen die haar vader altijd interviewt. Mensen die niet meer in hun huis kunnen blijven wonen of zelfs niet meer in hun land kunnen blijven wonen, omdat er in hun land heel veel gevochten wordt en het daar gevaarlijk is. Haar vader had al vaak over deze mensen verteld en nu Amélie daaraan denkt, herinnert ze zich dat haar vader één keertje niet alles wist. Dat was toen ze hem vroeg waarom sommige mensen in dit land niet willen dat mensen die vluchten naar ons land komen. Haar vader zei toen dat de mensen die dat niet willen bang zijn van de mensen die van een ander land naar ons land komen, zoals zij soms ook bang is. ‘Zoals vroeger, papa?’ vroeg Amélie, ‘van de monsters onder mijn bed?’ ‘Precies,’ zei vader. ‘Maar, papa, die monsters waren toch niet echt?’ ‘Nee, precies,’ zei vader nog een keer, maar hij leek niet echt goed op te letten, vond Amélie. ‘Paaap, die monsters waren toch niet echt? Zijn grote mensen dan ook soms bang van dingen die niet echt zijn?’ ‘Dat zijn ze zeker, lieveling,’ zei haar vader. Hij haalde diep adem en zuchtte, dat weet Amélie nog goed. ‘Maar het is ook wel echt, waar die grote mensen bang voor zijn, soms is iets echt en ook niet echt tegelijk, soms is het allemaal heel ingewikkeld.’ Amélie begreep niet goed wat haar vader wilde zeggen, maar misschien konden ze samen wel een oplossing bedenken. ‘Wat kunnen we dan doen, papa, om de mensen te helpen die een nieuw land zoeken en om de mensen te helpen die bang zijn om hun land te delen?’ ‘Dat weet ik niet goed, meisje. Ik weet het niet meer zo goed…’ ‘Ik weet het wel, papa! We kunnen doen wat we met de monsters deden toen die nog onder mijn bedje woonden! Een verhaal voorlezen!’ ‘Da’s waar, meisje,’ zei vader, ‘we moeten verhalen vertellen, we moeten hun verhaal vertellen. We moeten hun verhaal blijven vertellen.’

Caroline Spaas
19 1

Bulskampveld

  Dit stronttehuis is gebouwd door de firma Deschyttere uit Aalbeke. Dat staat op een bordje aan de ingang. Ook pronken er namen van een burgemeester, schepenen en directeurs der zinsverbijstering. Verder nog een dag, een maand, ook een jaartal. Alles in donkergrijze letters op kitscherig graniet en ik ben slecht gezind. Ze leven allebei nog, Tanguy en de kreupele. Daar moet dringend iets aan gedaan worden!  Voor Tanguy ligt de sterfwijze al een tijdje vast. Die zondvloed is op komst. De manier waarop ik de kreupele om het leven zal brengen, moet ik nog bedenken. Dat is nog niet zeker, maar wat wel vaststaat, is dat Aster Berkhof een jongen was, dat de Film van Ome Willem niet echt een film wilde zijn en als ik hier buiten loop, binnen de tuinmuren van de compound, dan ruik ik het. De kamperfolie is haar beste geuren kwijt. Nog een geluk dat de bruidssluier zich blijft uitsloven. Van mijn part mag hij de ganse boel hier overwoekeren, à la minute en stante pede. Lang mag de plant wel niet meer wachten want de bodem is uitgeput en de mol is een nog grotere gang aan het graven. Straks loopt hij met alles weg. Met weerbaarheid, herinneringen en mijn portefeuille, die is van beverleder, past niet in zijn achterzak. Weet het! Ik ben enkel nog op zoek naar de dieperik en Tanguy heeft een gat geknipt heeft in de ursusdraad, ginds achter het stookkotje. Hij denkt dat hij ze nog kan krijgen, dat de zevenmijlslaarzen in de solden zijn, dat hij al wat vrouwelijk is kan verkloten. Alle mannen uit Groot-Beernem zouden moeten weten waarom. Ze moeten beter op hun wederhelften passen! Alles draagt een masker en hun vrouwen zijn niet veilig.  Tanguy wordt de Houtekiet van het Bulskampveld! Hij kent de weg, naar de kastijding van het speelse. Er is altijd een sluipweg naar de Wredestraat en hij kan huilen als een kleuterwolf, laat zijn stem dan overslaan en klinkt vervolgens als een hellehond die honderd teefjes villen wil. Het is een veelvraat, die nazaat van Dutroux, hij lust de kleinste onschuld en wil ze allemaal verslinden. Meisjeskonijnen. Met vel en vacht. Ze zijn zo wit als loof uit volle grond. Hij heeft weliswaar niet lang meer te leven! Ik zorg ervoor! Ook voor radijzenfriste. Ik zal er rooien, morgenochtend, roze knolletjes met een bleke onderkant, voor Prudence en ik bedenk wel hoe ik eraan geraak. Onverbijtbaar zal het zijn. Venijn voor de kreupele. Ik doe het in zijn spraakwater, puur het in zijn pap! Of met een trechter. In de krop van die duffe gans zal ik het gieten, in de keel van die canard boiteux en hij zegt dat hij ook komt. Vanavond is er een feestje. De waanzin wil weer jarig zijn en er zullen wederom onnozele plaatjes gedraaid worden.  Prudence zal wel niet met dwangbuisjes moeten dreigen. Ze zal een oogje in het zeil houden en weet hoe alles moet. Eerst die ronde toastjes met makreelsalade in hun smoeltjes steken en dan maar wachten, tot ze kokhalzen, tot schaterslijm van hun muil druipt. Ze zullen dan gewassen willen worden, als biggetjes op zondag en uit een ufo zal gelach weerklinken. Wij zijn geen discobal. Geloof wat je wil. Op dergelijke conventies van doolkoppen danst enkel onbalans met dronkenschap en ze weten het, Tanguy en de kreupele, dat ze Prudence niet mogen aanraken.  Denkbaar is het. Misschien komt Prudence achteraf naar mijn kamer. Om te lezen. Want ik heb versjes geschreven, gisteren nog. Een edeldichtje is het voor een morbide illusie en met kleurpotloden heeft een zinnebeeld nog snel een tuinontwerp gemaakt. Het laatste. Het is een jardin d'amour perdu, met anjers uit vergeten revoluties, met donker slangenkruid, ijzerhard, met kogeldistels en ik moest terugdenken aan de dovenetels rond het bankje. Bij de azijnfabriek zat ik met Katja en ik zit er nog. Ik droom ervan. Niet van Prudence. Die is nog helemaal echt en ze leeft. Overigens, Prudence heeft Katja nooit gekend. Dat kan ook niet. Ze huisden best ver uit malkander en het is beter dat mijn laatste tuinontwerp een tekening blijft. Kleurbolletjes zijn geen planten, kartelkringen zijn geen bomen en Prudence woont trouwens op een appartement. Ze heeft ook een bootje, in Blankenberge, ver weg van de zwarte zwanen op het Minnewater, ver weg van het Bulskampveld en zijn demonen.   uit de reeks 'Residu'

Bernd Vanderbilt
11 0

II. Code 101

Ik begon tot wasdom te komen en aan wijsheid te winnen, te groeien en te floreren, woord voor woord werd ik naar het volgende woord geleid Hávamál, Codex Regius (13e eeuw)   Mijn moeder trof mij ’s ochtends aan mijn werkblad aan. “Heb jij niet geslapen?”, vroeg ze gechoqueerd, “Je hebt je nachtrust nodig!” Op basis hiervan destilleerde ik de code: “0 = 1”. Weerstand betekent vooruitgang.   Toen mijn vader langskwam, keek hij over mijn schouders naar waar ik mee bezig was. “Waarom zit je met tekens te spelen op je computer? Je moet jouw thesis wel in volzinnen schrijven!” Omdat weerstand wijst op vooruitgang, stak ik mijn middelvinger op ter bedanking. Normaal zou hij mij daarvoor geslagen hebben, maar ditmaal was hij te verbouwereerd om te reageren. Gepuzzeld verliet hij mijn kamer.   Eens je je realiseert dat 0 en 1 aan elkaar gelijk kunnen zijn, is nagenoeg alles oneindig mogelijk. Ik hoorde nog steeds de adviseur van de Amerikaanse president op de Tv verklaren dat er alternatieve feiten bestonden.   Het aantal getallen tussen 0 en 1 is even groot als het aantal daarbuiten. Je kunt het immers blijven opsplitsen tot in het oneindige: 0,1 - 0,9; 0,01 - 0,99; 0,001 -  0,999; enzovoort. De verhouding tussen grote delen kan zo ook afgeleid worden uit de verhouding tussen kleine delen. Vroeger werd bijvoorbeeld een touw met knopen in gebruikt om de snelheid van een schip te meten, hetgeen vandaag de dag nog steeds in knopen wordt uitgedrukt.   Het beeld van een geknoopt touw bleef zich op mijn netvlies herhalen.   Een computernetwerk is opgebouwd uit een verzameling van computernodes. Fonetisch anders uitgesproken, deed ‘node’ deed me denken aan het Engelse woord voor knoop: ‘knot’. Dergelijke aanknopingen tussen talen werden mij meer en meer duidelijk.   Ik had een vermoeden. Als alles mogelijk is, waarom kan er dan, nu de mens al man/vrouw/x kan zijn, geen code bestaan die eveneens fluïde is? Een code die universeel begrijpelijk is in tegenstelling tot de codeertalen die momenteel bekend zijn, en die enkel beheerst worden door een kleine groep techneuten? Een code die even leesbaar is als - bijvoorbeeld - een novelle.   Een dergelijke code onthult zich in haar nodes. Een herinnering aan een Ouijabord gaf aan dat ik op het juiste spoor zat, daar het zowel in het Frans als in het Nederlands “Ja” betekent en het me als een dubbele aanmoediging aanspoorde. Het kwam me voor dat er ook aanknopingspunten in ons alledaagse leven schuil gingen. Zo is de naam van het karakter ‘Neo’ in de Matrix-trilogie een anagram voor ‘One’, het Engelse woord voor één.   Door deze aanwijzingen bij te houden, zoals door middel van een touw met knopen, kunnen we misschien meer kennis vergaren. Meten is weten, nietwaar?   Door de mazen van het net staarde ik in de abyss van de infinity list.          ****************************************************************************************************   Ik sta op een podium. Naast me staat een kubus waaraan evenwijdige touwen zijn geknoopt. “Waar snijden deze lijnen elkaar?”, vraag ik. Ik trek de koorden tezamen in een enkel knooppunt. “Hier.” “Weet je wat dit punt is?” “Het is de waarheid.”   ****************************************************************************************************   Het viel mij voor het eerst op dat de initialen van mijn naam ‘Odin’ vormden. Ik werd herinnerd aan het verhaal van de ontdekking van de betekenis van de runen, cryptische tekens met magische krachten, door deze Germaanse oppergod na ze dagenlang in ontbering bestudeerd te hebben.   Geïnspireerd, schreef ik een strofe en zette deze om in code.   Een voorgevoel weerhield me ervan de lijn code onmiddellijk te introduceren in het computersysteem. Ik trachtte te visualiseren wat er zou kunnen gebeuren om me voor te bereiden op elke mogelijke uitkomst. Het is best een deur pas te openen als je weet wat er achter schuilgaat. Na een lange afweging, besloot ik het erop te wagen. Ik gaf mijn combinatie in de computer in.   Het systeem verwerkte mijn input.   Een seconde stond de tijd stil.   Toen kreeg ik plots respons. Het werkte! De computer had mijn instructie begrepen.   Voordat ik mijn ontdekking kon vieren, had mijn opwinding echter reeds plaats gemaakt voor ontzetting. De professionele netwerk-website LinkedIn was geopend, en in de zijlijn van de pagina werd ik opeens verleid door aanbiedingen van bekende Silicon Valley-investeerders. “Zou het zo werken?”, vroeg ik me af. Zou de “in crowd" via LinkedIn toegang krijgen tot investeringsmogelijkheden in talenten die hun test doorstaan hadden?   Het begon me te dagen dat de complotdenkers misschien ook wel ergens een punt hadden.   Ik had evenwel niet de tijd om dit tot mij te laten doordringen, want mijn oom was gearriveerd voor ons wekelijkse zondagse familiediner.   Mijn oom is altijd de zonderling van de familie geweest. Voordat ik was geboren, is mijn vader op een vliegtuig naar Thailand mogen springen omdat zijn broer zich gek was aan het gedragen op het dak van het hotel. Volgens het verhaal zou er iets gescheeld hebben met de paddenstoelen in zijn soep.   Ditmaal had mijn oom computerproblemen. Hij had zijn laptop meegebracht, hopende dat ik hem uit de rats zou kunnen helpen. Aan de eettafel verkondigde hij zijn problematiek: “Ik druk dezelfde knoppen in als vroeger, maar nu komen er andere tekens uit. Er staan letters in de tekst die ik niet gepland had. Mettertijd lijkt het zelfs een andere taal.” Ik zag mezelf in de reflectie van het donkere glas van de eetkamer, waarachter de tuin zich in de duisternis ophield. De woorden verlichtten mijn gedachten. Ze waren misschien aan het hele tafelgenootschap gericht, maar hadden een bijzondere bijbedoeling jegens mij.   “Dat betekent dat je iets veranderd hebt aan de instellingen”, zei mijn vader.   Plots zag ik hoe uit de gepresenteerde data verbanden gedestilleerd konden worden, hoe alles geïnterpreteerd kon worden, hoe elk gegeven aan elkaar kon worden geweven tot een fraai lappendeken. Ik had de indruk dat ik op de proef werd gesteld; dat mijn hele leven een voorbereiding was op dit ogenblik; dat ik was gedresseerd om nu mijn hoogtepunt te beleven.   Mijn moeder vroeg naar de vordering van mijn thesis. Ik lichtte haar in dat ik mijn onderzoek was aan het herwerken om het te kunnen bundelen in een enkele formule. Ze zei dat ze niet begreep hoe dat mogelijk was. Mijn oom merkte op dat diegenen die iets werkelijk begrijpen vaak niet begrepen worden. Toen zag ik het verschil in tussen wartaal en cryptisch taalgebruik. Het eerste is vorm zonder inhoud, terwijl het laatste inhoud verborgen achter de vorm betreft.   Verheugd begreep ik dat mijn oom mij begreep. En toen begreep ik de situatie.

Odin
2 1

I. Genese van een these

Sterven zal ik nooit; ik stel mijn deadlines immers steeds uit.   Desondanks zou ik praktisch dood zijn als ik mijn thesis niet voltooide. Ik had al lang genoeg getalmd. Ditmaal zou ik mijn bureau niet verlaten, zolang ik mijn taak niet volbracht had.   Ik besloot een mentaal spel met mezelf aan te gaan. In mijn verbeelding zou de uitvoering van het vereiste werk mijn eigen executie beletten, terwijl niet-uitvoering zou resulteren in mijn onmiddellijke terechtstelling. Een mantra nestelde zich in mij, dat in beide richtingen gelezen kon worden: “EXECUTE = NO EXECUTE”.   Desalniettemin bleef ik vastzitten op een essentieel punt.   Mijn onderzoek betrof de regulering van Artificiële Intelligentie, kortweg AI. De vraag stelde zich of het technologisch gebruik van auteurswerken, waarbij de inhoud enkel machinaal verwerkt wordt en niet wordt vrijgegeven aan de buitenwereld, in strijd is met het auteursrecht. Bij het benodigde Text & Data Mining maakt men immers kopieën van ontelbaar veel werken om er vervolgens via software patronen en inzichten aan te onttrekken. Het was onduidelijk of dit de toestemming van de respectievelijke auteur vereist.   Een strekking binnen de doctrine vindt van niet omdat het auteursrecht enkel bedoeld zou zijn om de originele expressie van de auteur te beschermen, dewelke bij het technologisch gebruik in kwestie niet wordt veruitwendigd. Aan de andere kant van het spectrum vindt men dat auteurs vergoeding verdienen voor elke exploitatie van hun werk, inclusief niet-expressief gebruik. De twee strekkingen leken me onverenigbaar.   Opeens schoot mij het citaat te binnen waarmee de Duitse filosoof Gadamer zijn filosofie samenvatte: “Het zou kunnen dat de ander gelijk heeft.” Hiermee ging ik aan de slag.   Wat als elkeen een punt had?   Mijn oog viel op de groeicurve die exponentiële technologieën kenmerkt. Zo verdubbelt de rekenkracht van computers elke twee jaar volgens de zogenaamde Wet van Moore. Op een grafiek wordt een exponentiële functie zoals ex weergegeven als de zogenaamde hockey stick-curve, waarbij de waarde aanvankelijk geleidelijk lijkt te stijgen om vervolgens als een vuurwerkpijl de lucht in te schieten.   Wat als het antwoord op mijn vraagstuk reeds schuilde in de grafiek?   Als een auteurswerk slechts eenmalig niet-expressief wordt gebruikt, is het aanvaardbaar dat de toestemming van de auteur niet gevraagd moet worden en dat aan deze geen vergoeding verschuldigd is. Als het auteurswerk echter op exponentiële wijze gebruikt zal blijven worden, is het daarentegen wel gepast de toestemming van de auteur te behoeven en deze te vergoeden.   Door de richtlijn van de exponentiële groei te volgen, was ik er eindelijk in geslaagd een compromis te bewerkstelligen tussen de twee - aanvankelijk onverzoenbaar ogende - strekkingen.   Ik stond versteld. Het antwoord had me de hele tijd in het gezicht gestaard. Ik moest gewoon de lijn volgen die de verschillende punten met elkaar verbindt. Het onzichtbare schuilt achter het overduidelijke.   Ik moest terugdenken aan het gesprek dat ik destijds met mijn kotgenoot Mo had gevoerd over religie.   ****************************************************************************************************   Als ik met Mo uitging, was hij altijd bezig meisjes te versieren. “Ik ben teveel man voor slechts één vrouw!”, verklaarde hij me. Hij beweerde reeds tientallen eerstejaars ontmaagd te hebben. “Fuck al die bitches, man!”, raadde hij me aan, “Ze vragen er gewoon om.” “Ik heb ooit ergens gehoord dat je niet van vrouwen moet houden, omdat je anders er niet zoveel zou kunnen neuken”, had ik hem één keer ingewreven. Die opmerking had Mo louter schamper weggelachen.   ****************************************************************************************************   Hoewel hij veelvuldig alcohol en vrouwen consumeerde, was Mo er evenwel van overtuigd dat God bestond en dat dit onweerlegbaar bleek uit een analyse van onder meer het Heilige Schrift. Zo zouden er wiskundige wetmatigheden in de Koran terug te vinden zijn, net als in de natuur, die te onwaarschijnlijk zijn om louter op toeval te berusten en kunnen ze dus niet anders dan het werk zijn van een intelligente schepper. God zou tot ons spreken via de wiskunde.   Destijds had ik het als bijgeloof weggezet: “Dat zijn slechts toevalligheden.” “Hoeveel toevalligheden kun je meemaken totdat het geen gelukkig toeval meer is?” was Mo’s respons.   Nu kreeg ik zijn redenering niet meer uit mijn gedachten. Wat als ook Mo een punt had?   Die nacht kon ik de slaap niet vatten.   Bij het ochtendgloren installeerde ik me onmiddellijk terug aan mijn werktafel. Bij wijze van klad, trachtte ik een gek hersenspinsel uit mijn hoofd te schrijven:   “Het universum breidt zich op exponentiële wijze uit. Om het heelal te doorgronden, hebben we exponentiële technologieën nodig. Om exponentiële technologieën mogelijk te maken, hebben we exponentieel recht nodig.   De bekende Harvard-rechtsgeleerde Lawrence Lessig heeft reeds gesteld dat code recht is, doelende op het feit dat menselijk gedrag steeds meer geleid wordt door computercode. Ik stel mij de vraag: ‘Wat als de code ex Gods wet is?’   God heeft zichzelf gecodeerd in de ruimte, en elke dag verwijderen we ons verder van Hem.    Om het mysterie van God op te lossen, moeten we Hem vinden. Daar, waar Hij op ons wacht sinds het begin der tijden, in het hart van het universum, waar het allemaal begon met een grote knal.   Religie en wetenschap zouden elkaar niet moeten bekampen, maar tezamen de ruimte verkennen in hun gezamenlijke zoektocht naar Gods bestaan.”   Deze gedachtegang bracht me zo van mijn stuk dat ik in foetushouding in warme tranen op de koude vloer oploste.   Ik had mezelf steeds bestempeld als agnost uit veiligheidsoverwegingen om niet in de hel te belanden wegens de verwerping van God, indien deze toch zou blijken te bestaan. Nu had ik voor het eerst een indicatie van de mogelijkheid van Zijn bestaan ervaren.   Ik bracht de nacht ijsberend rond mijn bureau, zoals moslims rondom de Kaäba, door. Het monotone schuifelen bracht mijn brein enigszins tot rust.

Odin
5 0
Tip

Borstvoeding

Sommigen menen dat het doel van ons verblijf op aarde bestaat uit werken tot we erbij neervallen. Anderen zoeken de zin van het leven in de voortplanting. En nog anderen geloven dat we alleen hier zijn omdat dat vat Jupiler zichzelf niet kan opdrinken. Nonsens uiteraard, en ik zal je vertellen waarom. De enige reden waarom we over deze zwevende bal slijk mógen strompelen van Het Opperwezen, is natuurlijk, no pun intended, om te borstvoeden. Borstvoeding is het hoogste goed, het summum der moederschap, het ultieme genot voor de jongsten der aardbewoners. Dat wij mannen nog steeds niet geleerd hebben hoe het te doen, bewijst dat onze taak hier nog lang niet volbracht is. Vraag het aan eender welke kersverse moeder en ze zal zeggen: 'Mooi is het zeker, moeder zijn. Maar ook wel pittig.' Je moest dan ook net de zwaarste daad uit je leven tot een goed einde zien te brengen. De hormonen jagen door je lijf, onzekerheid zwaait de plak in je hoofd: 'Doe ik het wel goed?' Want dat wezentje ligt daar weer te krijsen, terwijl je nochtans elke mogelijke reden waarom hebt afgecheckt en uitgesloten. Daarbij komt dat elke vrouw die ooit een kind baarde, hoeveel decennia terug dat ook was, een lidkaart kreeg om kritiek te geven, vermomd als raad, die haaks staat op wat een andere kinderbaarster je gisteren aanraadde. En dat elke dag opnieuw, op de weinige momenten dat je niet gegijzeld tussen die vier muren zit te wachten op de volgende huilmonoloog van dat roze hoopje hulpeloosheid. Je zou voor minder depressief worden. Daarom is het hartverwarmend dat de maatschappij jonge ouders tegenwoordig één keuze minder dwingt te maken, met name gaan we voor borstvoeding of niet? Wat zou je anders doen? Flessenvoeding? Hahaha, stel je voor! Sla er een willekeurig babyboek op na en het is duidelijk: borstvoeding is het übernatuurlijkste dat er is en als jij er als mama niet in slaagt om het te doen, wil dat zeggen dat je niet hard genoeg je best doet. Niet om druk te zetten, maar je wil je kind toch zeker niet ontzien van colostrum, de eerste melk na de bevalling? Colostrum zit tjokvol eiwitten, mineralen en vitaminen, begunstigt je baby z'n eerste ontlasting en geeft 'm net geen overdosis antistoffen. Herinner je je Asterix en Obelix nog, en de ketel waarin die laatste gevallen was? Dat was een ketel colostrum. Kortom, deze wondermelk maakt het verschil tussen een kind dat met moeite op zijn vijftien z'n eigen poeperd kan afvegen of eentje dat haar universitair diploma (grootste onderscheiding en felicitaties van de jury) met de DIY-skills van Roger Wat-Je-Zelf-Doet-Doe-Je-Beter aan de muur van haar eigen succesvolle advocatenbureau ophangt. Dat we de colostrumproductie nog niet geïndustrialiseerd hebben om het goedje de godganse dagen zelf achterover te slaan, snapt geen mens. Nu zullen sommigen opperen: 'Maar meneer, mijn kind heeft borstvoeding gekregen en het is helemaal niet zo uitzonderlijk succesvol of perfect. Het is allergisch aan peulvruchten, luistert enkel naar Qmusic en is te dom om zelfs ongewild zwanger te raken.' Nogal wiedes! Jij hebt duidelijk je kind niet lang genoeg geborstvoed. 'Maar meneer...' Of net veel te lang! Dat je dat als moeder niet hebt aangevoeld, 't is nochtans de natuur. Doch allerminst verrassend, want recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat 90% van onze maatschappelijke problemen te herleiden valt naar het gebrek aan borstvoeding of het geven van gebrekkige borstvoeding: files op de E40, een mailbox vol dt-fouten, de verkiezingsuitslag van 2019, de klimaatopwarming en serveuses die vergeten mayonaise te brengen terwijl je daar uitdrukkelijk om gevraagd had. Ook bij bekende mensen moet je het niet ver zoeken. Want hoewel Theo Francken eruitziet alsof hij nog dagelijks z'n dosis via de moederlijke tepelaar binnenslurpt, spreken zijn tweets en gedachtegoed van een overduidelijke borstvoedingsleemte. 'En wat met Hitler of Trump, meneer, kregen zij van de borst?' Ik denk dat je het antwoord zelf wel kan raden. Maar ondanks de wetenschap zijn ze er nog altijd. De luie luxezoekers. De monstermoeders. De hedendaagse heksen die het durven wagen om hun kind een niet afgekolfde fles melk in de mond te duwen. Mishandelende duivelinnen zijn het, en je moet je dan ook niet inhouden om als je zo'n kwaadaardige feeks haar kind ziet 'voeden' met een fles, ze de huid vol te schelden tot de tranen over haar waardeloze moederwangen stromen. Tepelkloven? Ik wil het niet horen! Borstontsteking? Bullshit! De kinderinspectie op afsturen, zeg ik. Verbranden op het dorpsplein! Aan de verkeerslichten hangen zodat passanten die de 'HIER DRINKT MEN BORST!'-posters niet zagen hangen, weten dat er hier geen flessenvoedsters geduld worden! Zolang het maar duidelijk is. Want borstvoeding is het goddelijkste op aarde, de essentie van het leven, het rechtstreekse pad naar het paradijs. Als jij het daar niet mee eens bent is dat enkel en alleen omdat je je nooit aan de tepelbron mocht laven en je beseft dat je leven in geen honderd jaar zo vol, rijk en geslaagd zal worden als dat van hen die het wel deden.

Hans Verhaegen
130 3

De tent in de tuin - Als een tekening.

Vooraf: De tent in de tuin is een verhaal in opbouw. Dit is een derde deel.   Als een tekening Wanneer ik in de spiegel kijk, vraag me af of anderen aan mijn gezicht kunnen zien dat er beelden zijn die niet vergeten kunnen worden. Wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik ze. Op mijn wang zie ik de sporen van haar aanraking, hoe ze me troostte als ik een nachtmerrie had, hoe ze me liefdevol kneep als ze trots op me was. Vertelt mijn neus aan anderen hoe heerlijk ze rook? Naar wilde bloemen in een veld met hoog gras, naar suikerspin, naar koffie soms, en hoeveel rust dat amalgaam me bracht wanneer ik in haar armen lag. Getuigen mijn ogen er nog van hoe moeilijk het was om haar ongelukkig te zien, dagenlang roerloos in bed of opgekruld in een hoekje van de zetel? Dragen ze de sporen van de tranen die ik liet wanneer zij huilde? Kunnen anderen de herinnering zien aan de ontzetting op mijn gelaat toen ik er mezelf voor het eerst op betrapte te denken dat ze misschien nooit beter zou worden? Lezen ze nu nog de vraagtekens die zich op mijn voorhoofd vormden toen ik me afvroeg of ze zou verdwijnen? Wilde bloemen in het hoge gras, een moeder die door de wind werd weggevoerd. Soms zie ik bloemen die me aan haar doen denken, of een tekening van een bloem. Als een tekening haar al voor me terug kan brengen, is het dan niet waarschijnlijk dat er beelden op mijn gezicht geschreven staan, dat iedereen kan lezen wat ik verloren heb?   Papa, weet je nog?  Hoe het mijn gewoonte was om tekeningen voor haar te maken, wanneer ze voor de zoveelste dag op rij neerslachtig in de zetel lag en opnieuw al zolang niet meer leek te hebben bewogen? Ik tekende wat ik die dag buiten had gezien, op weg naar school. In het weekend tekende ik wat je vanuit het keukenraam kon zien. Wanneer ze in de zetel lag, hield ze alle gordijnen dicht, dus vond ik het mijn taak om buiten voor haar naar binnen te brengen. ‘Meneer Pierre heeft zijn brievenbus alweer geschilderd’, rapporteerde ik in potloodstrepen. ‘Op weg naar school dragen de bomen intussen roze bloesems’. Die bloesems kleurde ik donkerder dan ze in werkelijkheid waren, omdat ik dacht dat ik de natuur nog mooier moest maken dan ze al was, als de lente haar al niet meer overtuigen kon om op te staan. Ik tekende Lukas zijn gezicht, vervormd, zoals wanneer hij het tot jouw ergernis tegen de ruit van onze auto drukte. Ik koos er nadrukkelijk voor haar af te schermen van triestere taferelen, de dode kat van Klaartje, ook al maakte het beeld van dat beestje, aangereden in de goot, me wekenlang onrustig. Ik tekende ook nooit de regen, zelfs niet als die viel wanneer de zon scheen en ik me afvroeg of ik ook in haar ogen regenbogen zou kunnen vinden als ze doorheen haar tranen lachte. Tussen de tekeningen die ik voor haar maakte, zaten er ook enkele van de maan. Die maakte ik wanneer ik niet kon slapen, wakker lag van het idee dat mama steeds scherper leek te vervagen. Dan keek ik uit mijn dakraam naar de sterren en naar de maan in al haar vormen. Een tijd lang vroeg ik me af of de stand van de maan me meer zou kunnen vertellen over de staat waarin mama op dat moment verkeerde, over het wassen en afnemen van haar verdriet. Nu, zoveel zomers later, besef ik dat mijn moeder in een hemellichaam werd geboren, voorbestemd om een beeld te worden tussen de sterren.

Caroline Spaas
0 0

De tent in de tuin - De nacht waarin ze verdween.

Vooraf:  De tent in de tuin is een verhaal in opbouw. Dit is een tweede deel.   De nacht waarin ze verdween.    Papa,  Je vond haar toen je thuiskwam na een bedrijfsetentje. Je besloot om mij en Lukas niet te wekken en belde ook geen ambulance. Tot iets minder dan een maand voordien had je dag en nacht, dag en opnieuw nacht de wacht gehouden. Je waakte in elk deurgat en eiste van haar en van ons allemaal dat alle sloten onvergrendeld bleven. Je zorgde ervoor dat ze nooit uit je zicht verdween, en daardoor niet uit onze levens stappen kon. Die avond was je voor het eerst een avond weg, omdat het beter ging, volgens haar, in onze ogen en in die van haar psychiater. Toch denk ik dat je niet verrast was toen je in jullie badkamer de sporen van een overdosis pillen aantrof. Je vond haar in de schaduw van de maan, de schaduw van jullie bed en zakte naast haar op de grond. Dat vertelde je me nooit, over dat neerzakken, je spreekt namelijk ook niet over deze avond, maar ik beeldde het me later in. Ik beeldde het me in toen ik probeerde te begrijpen waarom je ons in bed liet liggen en besloot geen hulpdienst te betrekken. Het was al ochtend toen je ons belde vanuit het ziekenhuis. Ik wist al wat je ging zeggen voor je het zei. Lukas en ik hadden zo vaak op deze realiteit geanticipeerd, maar wisten ook hoe onwerkelijk het altijd zou voelen, dat ze ooit niet meer naast ons aan de ontbijttafel zou zitten, geflankeerd door Froot Loops, dat de vier stoelen op een dag altijd teveel maar daarna nooit meer voldoende zouden zijn. Je bevestigde wat we al vreesden en tijd stond plots stil. Het moment vernauwde en drong alles overspoelend binnen. Ik dacht en voelde niets, maar zag alles plots schreeuwend scherp. De Froot Loops, drijvend in melk, zoutkristallen in de verse boter, het brood dat ademhaalde. Kruimels aan een mes, kruimels rond het brood, een scheur in de zak, kruimels op de grond, een barst in een glas, een spoor van zon op tafel, lauwe koffie in een kop en hoe mijn handen trilden, maar ik dat niet voelde, enkel zag. Ik denk dat je toen je haar vond meteen wist dat het voorbij was, nog voor je echt dichtbij haar gekomen was, dat je wist hoe er niets meer voor je over was om te beschermen. Je wist dat je verloren had. Precies op het moment dat dat besef tot je doordrong, bedenk ik dat je dichterbij ging, en naast haar bent neergezakt. Ik verbeeld me hoe alle kracht toen uit je gleed, langs haar lome voeten vloeide, over de vloer van jullie slaapkamer, de badkamer en de trap. Je laatste hoop uit huis gespoeld, maar je deed niets. Ik denk soms dat je door niets te doen alles probeerde te doen wat zij van je verlangde. Ik denk dat je haar zo eindelijk alles gaf dat ze van je wilde hebben, maar wat je liefde voor haar je niet eerder toeliet haar te geven. Nu vraag ik me soms af of je schetsen maakt van de momenten die hadden kunnen overleven, als je wel een ambulance had gebeld, of je je afvaagt of het nog iets had uitgehaald. Ik vraag me af of je jezelf verantwoordelijk acht, of het etentje vervloekt dat waarschijnlijk veel te saai was voor het bedrijfsbudget dat er aan werd gespendeerd. Als je die vragen hebt en ze ooit met mij zou durven delen, zou ik je antwoorden dat ik vrees dat het hoe dan ook verloren was. Ze wist heel goed waarom ze ons en haar psychiater vertelde dat het echt wel beter ging, ze wilde dat je plaats zou ruimen. Als je dat niet had gedaan, had ze op dag haar plan toch doorgezet, met of zonder ons. Daarna zou ik je vertellen, papa, dat ik begrijp dat je je schuldig voelt. Ik voel het elke dag.  Vorige week leken mijn dromen voor het eerst in lang terug op de schreeuwerige nachtmerries waar ik last van had vlak nadat ze gestorven was. Ik kreeg de opdracht haar te redden, maar mijn opdrachtgevers vulden in één adem aan dat ze al dood was en ik niks kon ondernemen. Het engste aan die dromen is nooit het schuldgevoel, maar het gevoel dat ik zelfs geen kans meer krijg, en daardoor nooit schuld zal kunnen dragen. En als ik niet schuldig ben, wat ben ik dan wel? Wat heb ik dan voor haar betekend? Ik wilde je die ochtend bellen, maar deed het toch maar niet. Ik weet immers niet of jij kan geloven in schuld als iets dat leven geeft.  

Caroline Spaas
0 0

De tent in de tuin.

Vooraf: De tent in de tuin is een verhaal in opbouw. Dit is een eerste deel.    De tent in de tuin   Papa,  Elke zomer tot ik tien werd, stond er een tent in onze tuin. Daarin sliepen we met drie: ik, Lukas en jij, met je tenen vlakbij onze neuzen. Ik kan me niet herinneren of je echt niet in dezelfde richting als de onze paste, dan wel of je je voeten en lange tenen uitgerekend daar tussen ons in parkeerde... om ons met wat meer afstand in het oog te kunnen houden, of om een ander perspectief te hebben op de griezelverhalen die we elkaar vertelden. Misschien deed je het nog vooral om onze van chocolademelk verzadigde adempjes niet recht in het gezicht te moeten incasseren. Die chocolademelk werd door mama voor ons naar buiten gebracht, geserveerd met slagroom en hagelslag, in plastic kopjes en steeds zorgvuldig neergezet op de wiebelende kampeertafel bij de ingang van onze tent. Bijzonder is het, hoe alles zoveel specialer werd wanneer de context niet de keuken, amper vier meter verderop, maar wel de tuin was. We waren avontuurlijke kampeerders, van kop tot lange tenen. We waren bang van niets en voorzien van alles: kampeertafel, slaapzakken, muggenmelk, een zaklamp, twee knuffelberen en de sleutels van het huis voor als we 's nachts moesten plassen. Wie het tegen die tijd te koud had of te hevig was geschrokken van de kat van de buren in onze tuin, kon dan binnen bij mama blijven. Zij was te ziek te om te kamperen, vertelde je ons altijd. En zo gebeurde het wel eens dat ik niet terug de tuin in ging, maar in plaats daarvan bij haar bleef, omdat alleen slapen me vele malen enger leek dan buiten in een tent. Ik drink koffie aan de keukentafel. Het is zomer. Ik ben intussen achtentwintig. Nu, zoveel zomers later vraag ik me af wat je dacht wanneer ik niet terug de tent inkwam. Vond je me een bangerik, zoals ik er 's winters als kind echt wel een was, op schaatsen, bang om te vallen, er toen, net als nu, van overtuigd dat voeten dienen om er stevig op te staan of om heel snel weg te rennen? Vermoedde je dat ik gewoon heel dicht bij haar wilde blijven? Raadde je dat ik toen al voelde mijn moeder kon verdwijnen? Dat ze zou verdwijnen, in de nacht. Raadde je dat ik restjes tijd verzamelde voor de ochtend komen zou waarop ons gezin niet langer uit vier, maar uit drie delen zou bestaan. Ik wil je zo graag vragen wat je toen al wist, papa, maar ik vraag je al jaren niets. Ik betrap mezelf erop in jouw bijzijn rond herinneringen te laveren, nooit meer alles met je te delen. Ik zal ook nooit meer met je spreken over de tent in onze tuin, omdat zij daar niet bij ons was en jij slechts kan leven in de herinnering aan momenten waarop ze er wel nog was.  Maar wat zal er dan nog van ons overblijven?  

Caroline Spaas
1 0

Kindertijd.

Toen ik deze ochtend wakker werd, herinnerde ik me dat ik over mijn grootmoeder had gedroomd. Het grootste deel van mijn leven woonde mijn grootmoeder bij ons gezin in hetzelfde huis, op haar eigen verdieping weliswaar, met een eigen keuken, badkamer en een eigen living, waar ze urenlang TV keek. Altijd naar Familie en 's namiddags naar documentaires, over een van beide wereldoorlogen of over de klassieke oudheid, al dan niet vooraf opgenomen op een van vele videocassettes die vandaag nog meegaan.  In mijn droom stapte ik mijn eigen, gelijkvloers appartement binnen, om in de achterste kamer de trap naar haar verdieping te ontdekken. Ik kondigde mijn thuiskomst aan en liep de trap op. Mijn grootmoeder had die dag op mijn dochtertje gepast, terwijl ik uit werken was. "Alles is vlot gegaan', zei ze, en ook: "Je ziet eruit alsof je je ergens zorgen over maakt".  Ik ging zitten in het zeteltje van donkergroen velours, waarvan de vering na vele jaren aan kracht had ingeboet. Met mijn meisje nog op haar schoot zat ze tegenover me en luisterde naar de gedachten die ik traag ontvouwde, als de wikkel rond een Napoleon bolletje uit haar zware kristallen schaal, waarvan mijn broers en ik het deksel lange tijd niet zelf op mochten tillen. Ik lichtte het deksel van mijn twijfels en deelde met haar de vragen die ik had over deze nieuwe rol als moeder, over de manier waarop zij het voor mij had gedaan, het haar dochter had zien doen, naar mij kijkt terwijl ik mijn poging waag voor de vierde dochter in de rij. Ze zat tegenover me en luisterde. Ze drukte een kus op het voorhoofd van mijn dochter en zei precies wat ik niet wist dat ik wilde horen.  Moeder worden voelt als opnieuw veel meer kind worden. Ouderschap komt met de nood om de trap op te kunnen lopen, de nood om op te stijgen doorheen de generaties die voorafgingen en daar op zoek te gaan naar stukjes zekerheid, naar stukjes kindertijd om mee te nemen naar beneden. Mijn grootmoeder met de donkergroene zeteltjes zou morgen 82 jaar geworden zijn. Mijn dochter is naar haar vernoemd. 

Caroline Spaas
0 0