Zoeken

De verdachte spaarpot is plagiaat!

Stiekem hebben de eeneiige tweelingzussen Emma en Ruth een speciale spaarpot aan de muur hangen op zolder. De spaarpot ziet er hetzelfde uit als het kunstwerk van Aglaia Conrad dat aan het provinciehuis hangt in Leuven.  Stiekem hebben zij dat nagemaakt, omdat niemand dat zou herkennen als een spaarpot en denken dat het een geliefd kunstwerk van hun is dat ze hebben nagemaakt, omdat het originele onbetaalbaar is.  Een slot heeft de spaarpot ook maar zij houden die altijd verborgen.  Niemand mag weten dat zij sparen om een fotografieopleiding te volgen en zeker hun grootouders Arthur en Angèle niet, waar zij van kleins af bij wonen.  Zij zitten nog in hun oude tijd en willen absoluut dat vrouwen aan de haard blijven of als verpleegster en/ of kinderoppas werken. Wat vinden zij een opleiding nutteloos, maar de tweeling niet!  Om aan de kost te komen gaan zij tegen hun goesting het beroep van verpleegster beoefenen.  Veel verdient het niet, want zij doen al enkele jaren veel moeite om te sparen.  Die soort job verdien je weinig, ondanks dat het lastig is.  Ook moet de tweeling een stuk van het geld afstaan aan hun grootouders voor huur en voedsel, en er is weinig over voor vrije tijd.  Op dit moment zijn Angèle’s en Arthurs gezondheid snel achteruit aan het gaan en daarom moeten zij naar het ziekenhuis.  Waarschijnlijk zullen zij daar sterven.  Dus maakt de tweeling een plan om naar Hasselt te gaan verhuizen voor een opleiding van fotografie te volgen.  Zij denken aan een deeltijdse opleiding aan de academie voor fotografie, want genoeg geld voor die richting aan de hogeschool te studeren hebben ze niet.  Dan maar een deeltijdse, en er zijn tenminste geen voorselecties om toegelaten te worden als student.  Nu dat de grootouders in het hospitaal liggen, verhuist de tweeling stiekem naar Hasselt.  De laatste dag voordat ze officieel in Hasselt trekken, steelt een dief rond middernacht de speciale spaarpot.  Eigenlijk is hij op zoek naar waardevolle spullen en trekt hij dat namaakkunstwerk aan en daarom besluit hij dat om mee te nemen, maar hij weet niet dat er geld in zit.  Zonder dat de tweeling het weet, is hij verzot op het kunstwerk van Aglaia Conrad en wil hij het zelf hebben.  Eigenlijk denkt hij dat het namaakversie het echte is, want de tweeling heeft het nagemaakt door een foto van dat kunstwerk op internet te zien.  Zoals gewoonlijk draagt de dief een bivakmuts en zwarte kleren.  Ook heeft hij een revolver mee.  Vooraleer Emma de spaarpot tegen haar zin afgeeft aan de bandiet, drukt hij met de revolver tegen Ruth.  Hij is van plan om haar dood te schieten.  Gelukkig gebeurt dat toch niet.  En verwittigt zij vlug de politie.  Ondertussen onderzoekt de dief nog heel de zolder.  Hij vindt nog gsm’s en de laptop van de tweeling.  Die neemt hij ook mee en steekt hij op zijn gevoel in zijn rugzak.  Op het moment dat hij alles inpakt, is het licht uit.  Ook doet hij dat voorzichtig in stilte.  Terwijl Ruth de misdaad uitlegt aan de telefoon, probeert Emma de dief weg te jagen.  Zij probeert dat door het geweer uit zijn arm te rukken.  En dat is gelukt.  Om de dief te laten verschieten, schiet zij zelf in de muur en ondertussen staat de dief achter haar.  Emma schiet zelf niet op de dief, omdat ze weet dat het moord is en daarvoor gestraft kunt voor worden.  Ook is dat voor zelfverdediging.  Hij verschiet zich een bult en springt door het venster naar buiten.  Ondertussen zijn er twee politieagenten aangekomen.  Op tijd hebben zij de dief kunnen opvangen met hun handen en heeft hij zijn val overleefd.  Snel lopen kan hij niet meer en is het voor de politie gemakkelijk om hem handboeien te doen en met hem naar de gevangenis te gaan, maar eigenlijk gaat hij vooraleer hij naar de gevangenis gaat, eerst naar de kliniek voor een grondig onderzoek.  Natuurlijk moet de tweeling mee naar het politiebureau voor hun angstwekkend verhaal te vertellen.  Zelfs de buit van de dief is mee voor onderzoek.  Op het bureau verteld de dief één maand na zijn herstelling zijn avontuurlijk en vreemd verhaal, maar natuurlijk in zijn versie en eigen woorden.  Eén maand daarvoor heeft de tweeling dat ook gedaan.  Het is verwonderlijk dat de dief nog leeft en zo vlug is hersteld.  Normaal lig je daarvoor enkele maanden als een plant te leven en alles opnieuw vanaf nul leren zoals een baby.  Maar uiteindelijk worden zowel de dief als de tweeling gearresteerd.  Natuurlijk is de reden voor de dief de diefstal, maar de tweeling is beschuldigd op het namaken van Aglaia’s kunstwerk.  Daarvan is het gevolg dat de tweeling schulden moet betalen aan Aglaia.  Het bedrag voor de schadevergoeding is 100 000 euro, maar het ergste is wel dat zij daarvoor heel hun spaarboekje van op de bank volledig leeg moeten maken, want er staat daar 100 000 euro op.  Ondanks dat de tweeling tegen zijn zin betaalt, doen zij het toch!  Anders krijgen zij dan straf levenslang in de gevangenis.  Gelukkig is er geen sprake van de doodstraf!  In België mag dat niet uitgevoerd worden, omdat het onmenselijk is!  In de staat Texas, V.S. is dat nog vanzelfsprekend!  Nadat de tweeling betaald heeft, krijgen zij vijf jaar gevangenisstraf.  De dief krijgt maar amper drie jaar.  Dat vindt de tweeling niet eerlijk!  Als gedacht in hun hoofd hebben zij een verwachting dat zoiets bij vrouwen normaal is, omdat zij zich moeten gehoorzamen en agressief gedrag minder vanzelfsprekend is dan voor mannen.  Dus worden vrouwen volgens hen strenger gestraft!  Als de dief ontslagen is uit de kliniek, begint het onderzoek definitief.  Meteen na de diefstal wordt ontdekt dat de spaarpot pure namaak is, maar verder is er geen onderzoek.  Dat gebeurt pas als de dief vanaf de eerste werkdag in de gevangenis zit.  De politie weet dat omdat het echte kunstwerk nog steeds aan het provinciehuis van Leuven hangt.  Ten tweede valt er geen spoortje schade te bespeuren.  Daarom besluit men na het onderzoek van de spaarpot hem te vernietigen in duizenden kleine stukjes en dat gebeurt met een machine, want zo blijft er niets van over.  Trouwens is dat ook een goede reden om het verleden uit te wissen  Voor dat het vernietigt wordt, ontdekken de onderzoekers geld in de spaarpot, omdat zij er per ongeluk daaraan is geschud.  Dus breken zij de spaarpot open en vinden zij het geld.  Omdat zij het unieke verhaal van buiten tot in de details kennen, kunnen zij direct de eigenaar identificeren.  Men weet gewoon dat het de tweelingzusjes Emma en Ruth zijn.  Uiteindelijk krijgen de tweeling toch hun som centen terug.  Het wordt eerlijk verdeeld, want Emma en Ruth hebben beiden de helft van hun bedrag teruggekregen.  Hun geld wordt op elk zijn spaarrekening gestort.  Door goed gedrag in de gevangenis komt de tweeling vrij.  Alleen de pers merkt daar iets van, omdat hun grootouders ondertussen zijn gestorven na ziekte van enkele maanden waardoor zij verbleven in het ziekenhuis.  Daar weet de tweeling niets van, want post krijgen in de gevangenis mocht niet.  De papierversnipperaar op het secretariaat van de gevangenis vernietigt ontvangen brieven voor gevangenen direct.  Dus is er weinig vrijheid, want je mag buiten geen post ontvangen, amper 2 uur per dag buiten en soms zelf bij slecht weer, werken voor een hongerloon, …  Ondertussen pleegde de dief zelfmoord na één jaar in de gevangenis te zitten.  Hij werd er zo depressief en agressief van de kleine ruimte in zijn cel en de vrijheid en burgerrechten die men zo heeft afgepakt.  De tweeling had dat gevoel ook, maar toch vochten ze door tot de vrijheid in de buitenwereld waar alles mag!  Ze zijn trots dat ze het gehaald en overleefd hebben.  Als de tweeling terug worden vrijgelaten, ontvangt uitsluitend de pers hun aankomst.  Trouwens zijn de grootouders van de tweeling een half jaar na de feiten van hen aan een ziekte overleden, en verder hebben ze geen familie en vrienden waarmee ze close zijn.  Dat nieuws halen alle voorpagina’s van de kranten in Vlaanderen.  Ook bij de diefstal was dat zo.  Dat bericht maken mensen blij.  Dus biedt de gemeente waar de tweeling voor de feiten woonden, aan hen een sociale woning.  Zij nemen die aanbieding meteen aan, want veel keuze is er niet en ten tweede is het spotgoedkoop.  Met een inkomensvervanging van het OCMW moeten ze ermee leven en dat is 500 euro per maand.  Dat is niet veel en dus kunnen zij nog altijd hun fotografieopleiding niet betalen.  Daarom besluiten de buren hun volledig te sponsoren en maken zij hun droom waar.  Zij zijn ermee gelukkig en ook blijken ze talent te hebben, want bij hun allereerste fotowedstrijd winnen zij de eerste prijs.  Voor de rest hebben zij genoeg om mee te leven en voelen zij zich verder goed.  Maar een betaalde job vinden, blijft een probleem, omdat zij gevangen zijn geweest en dat hebben werknemers niet graag.  Om hun tijd toch maar zinvol in te vullen doen zij vrijwilligerswerk voor ex-gevangenen te helpen, want die wereld kennen zij grondig.  Voor de rest gaat het gewone leven van de tweeling voort en zetten zij zich in voor de ex-gevangenen waardoor zij meer in de schijnwerpers staan.  Door hun inzet worden zij beloond door de gemeente en daardoor voelen zij zich steeds beter en beter, terwijl hun leven gewoon verder blijft doorlopen tot de dood.               

Amina
4 0

Opgesloten!

De tweeling Pablo en Angelo zijn elk 1,20m lang op het moment dat zij volwassen zijn.  Daardoor ondervinden zij dagelijks problemen die voor de gewone man vanzelfsprekend zijn zoals bijvoorbeeld hoge winkelrekken.  Op een warme zomeravond gaan zij met de trein naar Hasselt voor een grote fuif op het Kolonel Dusartplein.  Daarvoor hebben zij zich opgedirkt in een jeansbroek, een wit hemd met lange mouwen en geklede zwarte schoenen.  Hun moeder heeft die speciaal voor deze gelegenheid gemaakt.  Daar zijn zij dankbaar voor, want bij de kindermaten vinden zij niets wat hun aanstaat.  Bij aankomst in Hasselt tellen zij nog vlug hun geld of dat zij voldoende hebben voor een plezierige avond.  Beiden hebben amper 15 euro op zak.  Dus naar de bank reppen.  Ook al is het 8 uur ’s avonds en zijn ze dan gesloten.  Pech, he!  Dan moeten zij naar het loket met uitsluitend machines. Zij gaan daar binnen door kaart te laten checken door een verborgen chip achter de deur.  Probleemloos raken zij binnen.  Angelo merkt dat de automaten verdomd hoog staan.  Hij vloekt op een luide toon: ”Verdomme! Hoe moeten wij dat oplossen.”  Ook vraagt Pablo dat zich ernstig af.  Volgens hem moet je wachten tot dat iemand komt met een normale lengte.  Dat idee houdt hij ongemerkt één uur aan.  Tijdens die tijd is er een discussie ontstaan voor een oplossing door middel van kibbelen.  Na een tijd wordt het te veel voor Pablo.  Hij wil naar de politie telefoneren met de GSM.  Hij begint eraan, maar ondertussen heeft Angelo een ongeloofwaardig idee.  Pablo zet zijn toestel vliegensvlug uit en luistert aandachtig naar Angelo.  “Is het goed dat wij om beurten op elkaar rug klimmen.  Zo kunnen wij tenminste aan de knoppen, want samen maken wij ons langer.”  Pablo vertelt op een enthousiaste manier aan hem dat hij het wil uitproberen.  Angelo start ermee door op zijn knieën te zitten.  Op zijn schouders duwt Pablo zichzelf op.  Het lukt, maar Angelo doet meteen een poging om recht te komen.  Ondertussen zucht hij van de zware proef.  Als hij volledig recht staat, blijkt de lengte te veel.  Dan maar bukken.  Plof!  Hij valt en is buiten adem!  Tijd voor rust! Angelo valt in slaap.  Pablo kijkt naar buiten.  Hij ziet mensen op de gratis bus instappen naar de fuif, want een groot deel is extravagant gekleed.  Rokken die alleen de billen bedekken, T-shirts met blote buik voor zowel mannen als vrouwen.  Als hij dat beeld ziet, doet het pijn.  In plaats van te feesten is hij opgesloten. Niemand van de voorbijgangers bekommert hem en Angelo.  Er is trouwens in die tijd ook niemand in de bank geweest.  Hij mijmert ondertussen waarom niemand hem komt helpen.  Daarbij begint hij ook te huilen.  Pablo’s huilbij is nog niet over.  In gedacht wil hij kloppen en tieren op de ramen.  Toch helpt die mogelijkheid er volgens hem niet, want de sterke en grote deur isoleert het geluid. Hij besluit zonder medeweten van Angelo om een methode voor hulp, want steeds slaapt hij nog.  Voor het raam klopt hij met zijn handen, stampt daarbij op de grond met zijn voeten.  Ook schreeuwt hij met zijn mond. Ondertussen wordt Angelo bruut wakker.  “Wat ben je aan het doen, Pablo?” vraagt hij op een mompelende manier aan hem.  “Ik moet methoden vinden om hulp te vinden, maar mijn lawaai helpt blijkbaar niet.  Tegenover daarstraks loeit de muziek in heel de stad.”  Angelo kijkt ondertussen naar zijn horloge.  “Is het al half 11?”verschiet hij zich als een bult. Angelo stemt daarmee in en is ermee akkoord.  Ze proberen iets nieuws.  Op het moment voelt hij zich onzeker voor een goed resultaat van de proef.  Pablo zit in kruipstand zoals een baby.  Om te beginnen met die proef, doet Angelo zijn schoenen uit.  Dat is om Pablo geen pijn te bezorgen, als hij op zijn rug staat.  Ten tweede voelt dat wat zachter aan.  Hij gaat er voorzichtig opstaan.  Dit met de steun door de rand van de automaat te vastgrijpen. Zo creëert hij een goed evenwicht.  Hij geeft ondertussen dat evenwichtsoefening zijn beste kant niet is.  Het resultaat blijkt dat hij er gemakkelijk aan kan.  In zijn broekzak zit zijn portefeuille en op het gevoel zoekt hij met één hand zijn bankkaart.  Dat verloopt vlot.  Ook met één hand bedient hij de automaat.  De andere hand blijft hij steeds aanhouden op de muur, want goed in evenwichtsoefeningen is hij niet.  Maar uiteindelijk lukt het onverwachts toch.  “Opdracht volbracht!” roept hij op een trotse, vrolijke toon.  Het lijkt al precies zingend.  En een proficiat voor hem komt enthousiast terug van Pablo.  Daarna wordt de proef op het omgekeerde manier gedaan.  Pablo probeert dezelfde methode als Angelo.  Ook met succes. Dan volgt het verlaten van het gebouw.  “Geen gemakkelijke klus!” denkt Pablo.  Dat denkt Angelo ook, want via een reportage over mensen van dwerggroei, heeft hij eens een vrouw gezien die ook eens opgesloten zat in de bank, omdat de sensor van de deur haar niet zag.  Zonder iets te zeggen, voelen zij elkaar de spanning aan.  Beiden bibberen hevig van de angst.  Zijn wij eindelijk verlost of moeten wij wachten op iemand?  De deur heeft een lange, stalen klink aan de zijkant.  Daaraan houden Angelo en Pablo hun handen vast en trekken gedurende enkele minuten eraan.  Maar de deur gaat niet open!  “Het zou aan de sensor liggen van de deur.”zegt Angelo.  En Pablo vraagt aan hem wat dat wil zeggen.  Angelo legt op een schoolachtige manier uit aan hem dat de computergestuurd machine is die leest dat mensen het gebouw verlaten.  Op die manier gaat de deur normaal automatisch open.  Voor Pablo is zijn uitleg duidelijk.  Ook begrijpt hij dat. Het is al middernacht en nog steeds niemand binnengekomen.  Waarschijnlijk moeten zij die fuif maar vergeten, want hij duurt tot 3u ’s nachts.  Aan hun lot denken zij al aan.  Tijdens het wachten op hulp rollen bij beide personen hun tranen.  Daarbij geven zij hun hand aan elkaar vast voor troost en teken op hoop.  Ondertussen rusten hun hoofden op de knieën en kijken toch naar buiten.  Om halféén komt een stadswachter toevallig in de bank, want hij heeft de tweeling gezien.  Hij is een grote man met een zwarte broek en een paarse jas aan. Vriendelijk begroet hij de tweeling en bevrijdt hij eindelijk.  Even zijn Pablo en Angelo spraakloos en bedanken hem vriendelijk.  Ook vertellen zij hun verhaal en hij heeft er begrip voor.  Als beloning daarvan, gaan zij samen reizen met de pendelbus naar de fuif.  Ook geeft hij aan hen de tip om alleen tijdens de openingsuren naar de bank te gaan, omdat de kans op hulp groot is. Meteen vindt de tweeling dat een goede tip die zij blijven onthouden en in het vervolg op die manier ook daadwerkelijk gaan uitvoeren.  Aan de stadswachter beloven zij dat en geven aan elkaar een stevige handdruk bij het afscheid.      

Amina
7 0

Foute verliefdheid is toch maar fake

Ik hoor gefluit in de verte.  Ik draai me om. Voor me zit een jongen te staren.  Ook ik staar er naar.  “Wat heeft hij met me te zoeken?” denk ik.  Hij draagt een jeansbroek met brede pijpen, een zwarte leren jas, zwarte schoenen en een zwarte muts met witte strepen.  Hij vraagt aan me wat mijn naam is.  Ik antwoord op een vriendelijke manier aan hem: “Chiara.” Hij verwondert zich, omdat hij het een  hele mooie naam vindt. “Dat past bij zo’n mooi en lief meisje met lang blond haar.”denkt hij.  Ook de lange bruine rok met de rode jas die zij draagt, staat haar beeldig. “Ik heet Amadeo.” stelt hij zich spontaan voor aan haar.  Hij neemt haar hand vast en trekt haar naar zich toe.  In haar oor fluistert hij dat ze een oogje op haar heeft.  Ik geloof hem toch niet echt.  Je kunt toch niet plotseling verliefd worden op iemand die je niet kent.  Ik heb het vroeger al eens vaak meegemaakt dat gewone jongens met me een babbeltje willen slaan. Ze lijken op het eerste moment leuk.  Dan nemen de jongens plots vast en doen ze ongewenste intimiteiten met me.  Ook zij beloven van alles aan en uiteindelijk komt er niets van terecht.  Zoals allerlei cadeaus kopen, telefoneren naar me, …  Het zijn gewoon macho’s.  Zij zijn enkel uit op de seks. En onmiddellijk! Niet op liefde!  Ik wens die dingen absoluut niet.  Er kunnen daarvan erge dingen ontstaan zoals geslachtsziekten en ongewenste zwangerschap, maar waar ik nog altijd het meest voor bang ben, is afgewezen worden.  Ik weet niet waarom jongens me vaak uitpikken om zomaar iets met me te beginnen.  Is het mijn uitstraling?  Sinds dat me die dingen vaak zijn voorgevallen, laat ik altijd mijn schaarse, sexy kledij van uit mijn tienertijd thuis.  Zelfs kleed ik me iets ouder dan mijn leeftijdgenoten. Om tenminste niet als een jong onschuldig meisje behandeld te worden. Amadeo heeft zijn hand laten glijden tot mijn billen.  Hij wrijft er zeer zachtjes aan.  Ik merk het zelf niet eens op. Ondertussen pakt Amedeo met zijn andere hand een briket en een sigaret uit zijn broekzak.  Hij steekt zijn sigaret in zijn mond en laat het branden.  “Wil je een vuurtje.”  Ik knik: “Ja.”  Ik ben nieuwsgierig naar de smaak.  Hij laat de sigaret in haar mond stoppen en neemt daarbij een trekje.  De smaak is vies.  Zij spuugt de sigaret en valt meteen op de grond.  Meteen kucht zij vaak enkele keren.  “Gaat het?”  Ik antwoord van wel.  Amadeo’s hand zit nog altijd bij Chiara’s billen.  Nu glijdt die hand naar haar kittelaar.  Ik voel een opwelling van warmte.  “Zou dat een leuke zijn of niet?”  Ik twijfel.  Even laat ik hem doen tot dat hij me een poging wil wagen om te tongzoenen.  Ik trek met mijn hand zijn hand uit mijn rok.  “Zeg, wat is dat?! Moet je me niet meer hebben?!”  Ik vertel aan hem dat ik van hem hou, maar dat ik dringend de bus moet nemen om naar een vergadering te gaan.  “Tot ziens!  Mag ik nog even je telefoonnummer hebben?”  Hij haalt zijn GSM uit zijn broekzak en toetst die nummer vliegensvlug erin.  Ondertussen wuif ik hem uit en ga ik naar de bushalte.  Even later staat Amadeo bij me aan de bushalte.  “Wil je met me iets drinken?”vraagt hij kordaat en vriendelijk.  “Nee, ik moet naar een vergadering.  Ik heb niet veel tijd.” zeg ik luid en kordaat terug.  “Kan je die niet voor één keer missen?”  “Nee!”schreeuw ik het uit en ik geef hem een stevige duw.  Ook kijk ik weg van hem.  In mijn binnenste heb ik een smoes verzonnen om bestwil, om van die jongen af te zijn.  Op die manier lukt het altijd op iemand weg te jagen.  Dan word ik tenminste met rust gelaten.  Nu is het niet mijn doel, om naar een vergadering te gaan, maar naar huis te gaan.  Ik verzon die vergadering als excuus, omdat mensen dit als reden zien, om niet verder op je gesprek in te gaan.  Een vergadering voor hun, is een excuus dat ze kunnen inzien dat ze geen tijd hebben.  En naar huis gaan niet.   Amedeo verschiet hard.  Hij loopt weg en trekt een vies gezicht maar me, maar ik zie het gelukkig niet.  Daarna zie ik hem niet terug.  Ik stap met een gerust gevoel op de bus naar huis.  Ik ga Amadeo gauw vergeten, want die typische jongensmanieren staan me niet aan.  Een hoop op een man die uit is op liefde en serieus met me wil optrekken is nog steeds niet uitgestorven.  Ik zoek er niet express naar, want vaak komt dat fake over.  Ik wacht wel tot het zover is.

Amina
0 0

Beneveld

Zoals elke zaterdagavond zat Thomas met zijn maten op café. Hij zat daar om zat te worden. Ha, wat was hij toch goed in woordspelingen. Vanuit de hoek met de sanseveria's stak hij vier vingers en zijn pink omhoog terwijl hij zijn lippen tuitte en heftig knikte. Misschien moest hij zich ook maar eens een sanseveria aanschaffen. Als die dingen in De Gouden Vis konden overleven, moest dat ook bij hem thuis lukken. Meisjes hielden van planten, het zou duiden op een zorgzame kant of zoiets. Eline was iemand die hij absoluut voor zich wilde winnen en misschien paste zorgzaamheid wel in haar kraam. Het barmeisje bracht de ijskoude pintjes. Terwijl ze wegwandelde bedacht hij zich hoe zeer ze leek op Eline, dezelfde manier van wandelen. Hij bracht het glas naar zijn lippen en kapte een geut bier op zijn trui. Zijn maten bulderden van het lachen. Dat gebeurde wel vaker omwille van hem. Soms kwam hij wat onhandig uit de hoek. Maar dat was geen probleem want meisjes hielden van grappige jongens. Tijdens zijn studententijd had hij eens de proef op de som genomen en de meisjes in zijn klas gevraagd naar hun top drie van aantrekkelijke eigenschappen bij mannen. Humor zat gegarandeerd in de top drie. Dat zijn mini-onderzoek was uitgemond in enkele memorabele avonden, nam hij er met plezier bij. Nachtelijke herinneringen hadden hij en Eline nog niet. Maar dat kon niet lang meer duren. Zijn maten stoorden hem in zijn mijmeringen. Ze porden hem aan en maakten op weinig subtiele wijze obscène gebaren in de richting van een blonde stoot. De dame in kwestie was zich van geen kwaad bewust. Ze was te druk bezig met haar lege glas waaruit ze een ijsblokje probeerde te vissen. De overgave waarmee ze het deed was geweldig. En ja hoor, dat waarop zijn maten en hij hoopten gebeurde daadwerkelijk. In een flits glipte het ijsblokje uit het glas, recht in haar decolleté. Zijn maten barstten uit in een oerkreet. Lichtjes verstoord keek ze onze kant uit. Matthijs gaf haar de vettigste knipoog ooit. Gegeneerd deed ze alsof ze iets zocht in haar handtas. De vrouw in al haar verschijningsvormen was één van de favoriete gespreksonderwerpen van Thomas en zijn maten. Vooral wanneer de avond nog jong was en hun kansen bij het andere geslacht eindeloos leken. Later schakelden ze graag over op voetbalanalyse en in de nachtelijke uren durfden ze weleens de filosofische toer op gaan. Vaak kwamen ze op die manier terug uit waar ze begonnen waren: bij de vrouw. Thomas hield van meisjes en hij werd makkelijk verliefd. Zijn gevoelens waren altijd oprecht maar helaas nooit van lange duur. Hij was een hopeloze romanticus. Zijn maten lachten hem er soms mee uit maar hij kon er toch ook niet aan doen. Hij bedacht zich dat het met Eline anders zou zijn. Het voelde alleszins anders. Zou zij misschien de ware zijn? Als een soort letterlijk antwoord op zijn vraag, wandelde ze plots De Gouden Vis binnen. Daar stond Eline. Ze keek enigszins schichtig rond, wat hij niet van haar gewend was. Hij haalde zijn breedste glimlach uit de kast maar hij kreeg geen blik van herkenning. Tegen het aangedampte raam en in het gedimde licht van het café zag ze er ongelooflijk mysterieus uit. Ze intrigeerde hem en terwijl hij naar haar staarde, besefte hij dat het niet Eline was.

Natascha K.
0 0

Heeft u dat ook? '6'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?  Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.  Juli 1966. De zomervakantie is net begonnen. De eerste 3 jaren humaniora bij de Broeders van Liefde in Leopoldsburg zitten erop. Naar gewoonte vertoef ik veel bij mijn oudste zus die een zoontje van 4 heeft. Marty is een aardig ventje en ik vind oppassertje spelen helemaal geen opgave, temeer omdat mijn zus, in tegenstelling tot mijn moeder, op een moderne manier kookt. Dat uit zich in de voorgeschotelde overheerlijke roomtomatensoep uit blik en de bergen frieten die uit de frituurpan dwarrelen. Na klimatologisch onderzoek blijkt dat die bepaalde zomer één der natste is van de voorbije honderd jaar. Dat kan ik mij echt niet herinneren. Wat ik wel weet is dat ik ongelooflijk verknocht ben aan het portatiefje dat er in huis staat. Overal waar mijn neefje aan het spelen gaat, zeul ik het radiootje mee. Zo ook die 4de juli, de eerste maandag van mijn zomerverlof. Als je veertien bent, word je enorm beïnvloed door de muziek die op je af komt. Dat zal wel zo zijn bij iedereen, vermoed ik. Ik luister wel eens naar Franstalige liedjes en soms ook naar een Duitse schlager, maar de Angelsaksische muziek is voor mij toch de top. Ik zit die namiddag met mijn neefje op het kleine graspleintje voor het huis en uit de radio weerklinkt ‘Monday, Monday’, een leuke song van de Californische The Mamas and the Papas. http://youtu.be/h81Ojd3d2rY Groepslid en componist is John Phillips. Hij is samen met de overige leden een boegbeeld van de hippiecultuur in de Verenigde Staten. Hun verschijning, hun muziek en de waarden waar zij voor staan spreken een puber van veertien wel aan. De Vietnamoorlog woedt in alle hevigheid en de flowerpower-beweging staat in schril contrast ermee. Vandaag is het ‘the fourth of July’, in de Verenigde Staten beter bekend als ‘Independence Day’. Als straks aan de andere kant van de Oceaan de Amerikaanse burgers zullen wakker worden kunnen zij hun feestdag beginnen vieren, maar protest tegen alle oorlogen en deze in Vietnam in het bijzonder zal zeker ook weerklinken. De liever lief bloemenkinderen zijn ondertussen zo goed als van de aardbol verdwenen, maar de oorlogen woeden nog steeds voort, elke dag van de week, ook op maandag, ‘monday, monday’.

Marc M. Aerts
3 1

Heeft u dat ook? '5'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?  Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.  Maar eerst wil ik dit kwijt:Gedurende je lagere schooltijd leef je onbezorgd en gaat het leven zijn gangetje. Maar wat daarna? Daarna ben je geen ‘echt’ kind meer, maar ook nog geen man en er is nog zo veel dat gebeuren kan …Ik zat daar wel mee geplaagd, ja. Helemaal onbezorgd was mijn kinderleventje dan ook weer niet, want op 12 oktober 1960 - ik was toen acht jaar en driekwart - zag ik de woeste Sovjetpremier Nikita Chroesjtsjov met zijn schoen in de hand op de tafels slaan tijdens de zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Ik wist niet goed wat ik daarvan moest denken, maar dit boezemde mij zeker geen vertrouwen in. Een half jaar later wist ik wel zeker dat er iets niet pluis was in de grote mensenwereld. Veel begreep ik niet van het nieuws dat deze wereld werd in gestuurd maar naderhand bleek dat we aan de rand van een kernoorlog hadden gestaan omwille van hetgeen zich afspeelde in de Varkensbaai in Cuba. Nog eens een jaar later zag ik de verpersoonlijking van de duivel (tot dan toe dacht ik dat het de reeds aangehaalde Chroesjtsjov was geweest) op het kleine Tv-scherm van mijn bompa als men de beelden toonde van de ter dood veroordeelde oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann. Nachtenlang werd ik wakker gehouden omdat ik de tronie van deze mensenbeul maar niet weg kon vegen van mijn netvlies. Ondertussen was ik tien geworden. Kwam je al niet wat tussen de grote mensen te staan als je leeftijd met twee cijfers werd geschreven? Vanaf september 1963 ging ik naar de middelbare school. Het was de bedoeling dat men je daar zou opvoeden tot een volwassen man. Een versnelling bij dat beetje bij beetje volwassen worden deed zich reeds twee maanden later voor: Op een avond keken we met de hele familie naar een toneelstuk op televisie. Het was ongeveer een jaar geleden dat onze ouders het toestel aangekocht hadden en we vonden het gezellig met zijn allen aan de beeldbuis gekluisterd te zitten. Het was 22 november en het was al zo koud buiten dat we beslist hadden de televisie halverwege de living te plaatsen zodat we vanuit de keuken naast de warme kachel het verhaal in zwartwit konden volgen. Het stuk betrof het leven van kunstschilder Rembrandt, dat is mij bijgebleven, mijn hele leven lang. Zopas heb ik het kunnen opzoeken op het internet en ik vergiste mij niet, want de voorstelling heette ‘Hendrickje Stoffels’, de naam van Rembrandts vrouw en tevens zijn schildersmodel. Rembrandt werd gespeeld door Senne Rouffaer, die ik al kende van zijn rol als Tijl Uilenspiegel in de gelijknamige jeugdserie. Daarna zou hij nog veel beroemder worden als kapitein Zeppos.Na een halfuur werd de uitzending onderbroken en vertelde de duidelijk aangeslagen nieuwslezer Jacques Vandersichel dat John Kennedy (in mijn kinderlijke ogen de verpersoonlijking van het goede) in Dallas was doodgeschoten. Twee maanden later zou ik twaalf worden, maar ik heb op die bewuste avond enkele rasse schreden vooruit gezet richting volwassenheid. Waren het deze omstandigheden die er voor zorgden dat ik sindsdien regelmatig geplaagd werd door een steeds weerkerende nachtmerrie, die ik in een vorige azertyfactor-bijdrage al eens geformuleerd heb? Die grote mensenwereld, wilde ik daar wel toe behoren? Ik vond het moeilijk, volwassen worden. Een goeie zes jaar later, op maandag 12 januari 1970 behoorde ik officieel tot het legioen der volwassen mensen. Die dag deed de Boeing 747 zijn eerste vlucht, zijn ‘maiden voyage’. Diezelfde avond kwam een schoolkameraad uit Mol - hij werd enkele jaren later luchtverkeersleider op Zaventem (is dat geen toeval) - mij thuis ophalen om mijn verjaardag en de daarmee gepaard gaande toetreding tot het selecte clubje van verstandige mensen te celebreren in een plaatselijk café waar jongedames van licht allooi hadden postgevat. We dronken enkele pintjes, maar zagen nog overduidelijk groen achter onze oren. Het was toch moeilijk, volwassen worden. En wat de muziek betreft waarover ik het had in het begin van mijn verhaal: in januari 1970 zong Jimmy Cliff ‘Wonderful world, beautiful people’ en heel even waande ik mij weer in dat wat louche café van 45 jaar geleden. ‘Wonderful world, beautiful people’http://youtu.be/kKRAgcQAEkw ‘Wonderful world’, daarmee ben ik volledig akkoord. Wat is de wereld wonderlijk, wat is de wereld mooi, maar,‘beautiful people’, daar zijn we nog niet aan toe. We handelen nog als kinderen en niet als volwassenen. Want het is moeilijk, volwassen worden.

Marc M. Aerts
14 1

Heeft u dat ook? '4'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?      Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.    In de zomer van 1965 heeft Jewel Akens een grote hit te pakken met zijn liedje ‘The Birds and the Bees’. Ik heb, sullig en dertien zijnde, geen flauwe notie waar de tekst over handelt. In oktober verdwijnt het nummer uit de topcharts maar het wordt nog steeds gespeeld op de grote kermis die jaarlijks in deze maand plaatsgrijpt. Je hoort het prikkelende refrein vooral weergalmen uit de grote luidsprekers die op elke hoek van het gladmetalen botsauto-platform opgesteld staan. In mei van het volgende jaar, als de kleine kermis doorgaat, zijn de vogeltjes en de bijtjes vervangen door een meisjesnaam. De Beach Boys zingen over hun ‘Barbara Ann’ en ook dit is zo’n typisch aanstekelijk nummer. Bij de volgende grote kermis van oktober 1966 is Barbara alweer ingeruild voor ‘Lana’, het lief van Roy Orbison. Twee jaar eerder komt zijn grootste hit ‘Pretty Woman’ net te laat om op de platendraaiers van de autoscooters en rupsen gelegd te worden. Maar de bekende openingsrif is nog steeds één van de kermishits in mei daaropvolgend. Mijn allervroegste herinnering aan de kermismuziek gaat terug naar mei 1960. Sinds het begin van dat jaar heeft Neil Sedaka een monsterhit met ‘Oh Carol’ waarmee hij wat omfloerst zijn liefde verklaart voor de naderhand beroemde zangeres/liedjesschrijfster Carole King. Met dit nummer stoot hij Rocco Granata’s ‘Marina’ van de troon.   Maar dit is een lange aanloop naar wat ik eigenlijk wil vertellen. Je weet wel: terug gesmeten worden in de tijd en daar een fractie van een seconde vertoeven. Wel dat heb ik met ‘Meisje van zestien’ van Boudewijn de Groot.   ‘Meisje van zestien’http://youtu.be/zV3KyGG64-Q   Vanavond zal ik ‘The Birds and the Bees’ horen op de kermis, maar voorlopig zit ik nog even gekluisterd aan mijn bureautje om mijn huiswerk te maken. Het is een taak Engels, waar ik geen moeite mee heb want het is mijn lievelingsvak gegeven door mijn lievelingsleraar Mr. Schippers, bijgenaamd ‘de Schipper’. De radio is afgestemd op een Nederlandse zender en ik hoor de eerste hit van Boudewijn de Groot. Daarna zal hij beroemd worden met zijn eigen composities waar hij de hulp krijgt van tekstschrijver Lennaert Nijgh. Deze zorgt ook voor de vertaling van ‘Meisje van zestien’, een oorspronkelijk nummer van Charles Aznavour ‘Une enfant’.   ‘Une enfant’http://youtu.be/hZOLT2-wGVo   De interpretatie van de Groot is totaal anders dan die van Aznavour, omdat ze geïnspireerd is op (maar, volgens mij, veel mooier uitgevoerd dan) de versie van Noel Harrison die over ‘A young girl’ zingt.   ‘A young girl’http://youtu.be/YK2wfs33trk   Waarom dit liedje en niet een ander, dat mij vijftig jaren terugbrengt? Ik weet het niet, het is niet te verklaren. Het is een gevoel van een nog onschuldig leven en iets wat niet specifiek te benoemen valt, maar wat samenhangt met mijn jeugd, die zich afspeelt in mijn ouderlijk huis dat langzaamaan ontvolkt wordt door oudere broers en zussen die hun weg naar een eigen, nieuw leven inslaan.   Ik zie me zitten op een taboeret met zwart gestreept simili-leder en glimmende inox-poten aan het pas geïnstalleerde bureau. De constructie is ingenieus bedacht door mijn oudste schoonbroer die, benevens een hart van goud, ook handen van hetzelfde edele metaal heeft. Zoals je kan zien op de bijgevoegde snapshot van onze bijna voltallige familie (onze oudste broer maakte immers de foto) hadden we een overdekt terras. Omdat naderhand bleek dat dit bouwsel weinig praktisch nut had, werd besloten om het toe te voegen aan de te kleine ruimte, die onze keuken was. Door de renovatiewerken werd onze kook- en eetruimte dubbel zo groot en kreeg de buitendeur die toegang verschafte tot het terras, een andere rol toebedeeld. Schoonbroer en handige Harry, die in feite François heette, schoot toen aan de gang en transformeerde het deurgat in een handige inbouwkast, met bovenaan twee boekenplanken, dan een plank met de onafscheidelijke radio, daaronder een kleine barkast met een klapdeur die je kon neerlaten en daardoor het schrijfblad vormde van het met groenvilt overtrokken bureau. In de onderste kast vonden mijn schoolboeken onderdak.   Boudewijn de Groot zong over een meisje van zestien. François was zes jaar eerder met mijn oudste zus getrouwd. Zij was toen negentien, maar ik durf te wedden dat hij haar al kende toen ze nog zestien was, ‘zestien lentes zo pril …’

Marc M. Aerts
1 0

Realistische dromer 'Carpe Diem'

Mijn droom ‘Les Colombiers ‘ werd realiteit Een dag als deze, met schrijnende nood voor opvang van personen met een psychische beperking, deed me ontwaken uit mijn droom en werd realiteit. Op de verkeerde plaats, verkeerd behandeld, verkeerd begrepen, verkeerd bekeken… Ik zou, wou en moest deze groep van, als kwaad afgeschilderde personen, onder mijn vleugels nemen. Met een doel: Hulp en steun aan mensen met een psychische of andere beperkingen, aan te bieden. Opdat ze zich opnieuw beter voelen, in begeleid wonen, aanvaard, bemind, gerespecteerd… Begrip voor sociaal 'zwakkere' mensen, aan hen die niet in staat zijn om zelf de kost te verdienen, een gebrekkige gezondheid hebben, zich in financieel zwaar weer bevinden en weinig of geen steun ondervinden van familie. Nu 25 jaar later, tussen en met deze personen, in mijn project te hebben doorgebracht, Droom ik van een groot eiland, om al de vriendschap die ik van hen krijg, samen daar te planten, weg van onbegrip, van benadeling… Het lukte mij ooit, om hen in een juiste omgeving te plaatsen , met de juiste mensen. Waar hun nieuwe geluk en hun terug gevonden zelfvertrouwen, weerspiegelen kan, zoals in een immense zee. Een eiland zonder tralies, uitzicht op vrijheid , begeleid door zonnestralen… Helaas zijn er nog steeds enorm veel onbegrepen mensen met een psychische beperking , die men letterlijk en figuurlijk in hokjes plaatst. Mijn levenswerk, gegoten in boekvorm, zou er iets prachtiger bestaan? NEE! Tijd en geld te kort, om mijn boek te realiseren .. Niks kan me weerhouden, in woorden uit te drukken, wat de “zonder beperking levende’ maatschappij NIET wil zien, lezen, horen….   Bronnen: carpediem.bredene@gmail.com https://sites.google.com/site/carpediembredene www.facebook/pages/carpe-Diemvzw

Carpe Diem
44 0

Heeft u dat ook? '3'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook? Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes. In januari 1952 heeft de wereld een reden méér om überhaupt te bestaan, want ik word geboren. Dit gebeurt bij mijn ouders thuis en niet in een of andere kraamkliniek. Nummer 8 ben ik en naderhand zal blijken dat ik het kakenestje zal blijven want er volgen geen nakomelingen meer. Het kakenestje, een mooi woord trouwens dat mij vroeger niet bekend was. Mijn vader gebruikte het woord ook niet, want hij stelde mij altijd voor aan zijn vrienden, kennissen en collega’s als: ‘Dit is onze benjamin’. Waarop ik dan riposteerde ‘nee pa, ik heet Marc en niet Benjamin’. In die eerste maand van dat gezegende jaar is de wereld zoals altijd in beweging. De Koreaanse oorlog woedt al anderhalf jaar en het zal nog even lang duren eer hij afgelopen is. Het is een onderdeel van de Koude Oorlog. Het komt tot een wapenstilstand, maar nooit wordt een vredesverdrag gesloten. De Koude Oorlog is een rode draad doorheen de geschiedenis van de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. Gelukkig is er de muziek om ons wat vrolijker te stemmen. Eén van die merkwaardige stemmen is deze van Louis Prima. Mogelijk ken je deze zanger/trompettist/acteur en liedjesschrijver als het keelgeluid van ‘King Louie of the Apes’ uit Disney’s Jungle Book. http://youtu.be/CEEPaYD5KZE Deze animatiefilm dateert van ’67 maar ik ken Louis al van negen jaren eerder. Hij had toen een wereldhit met het liedje ‘Buona sera’. Vijf weken lang stond dit nummer aan de top van de Vlaamse hitparade en ik was helemaal weg van dat melodietje. Hier volgt mijn verhaaltje met muzikale inslag: Op de dag van O.H. Hemelvaart, een mooie meidag in 1958, doe ik mijn eerste communie. Na het feestmaal ga ik, zoals alle brave kindjes, buiten spelen. Mijn gekke tante Nènè roept even later: ‘Kom Marcske, uw liedje wordt op de radio gespeeld.’ Ik loop zo vlug ik kan naar binnen. Blijkbaar doet mijn imitatie van Louis hem grote eer aan, want er wordt flink in de handen geklapt door de aanwezige familieleden. Optreden afgelopen, dan maar weer in de tuin dollen. Er gaan geen drie minuten voorbij of mijn tante is er weer: ‘Nu moet ge eens horen, uw liedje wordt weer gespeeld’. Ik vlieg als een bliksemschicht weer het huis in en doe weer mijn best om Louis na te bootsen. Applaus weerom. Dan maar voor de derde keer het erf op. Drie minuten later: je gelooft het niet. Nènè is er weer en Louis ook. ’Buona sera signorina, buona sera. It is time to say goodnight to Napoli. Well it’s hard …’ … en plots stopt de muziek. http://youtu.be/wZZeTACFb5Y Is de radioverbinding uitgevallen? Of heeft een zekering het begeven na zo’n intens optreden? Er is toch geen snoodaard die de stekker uit het stopcontact heeft getrokken? Iedereen begint te lachen. De zotte tante toont mij de papieren hoes van een 45-toerenplaatje, met daarop de glimlachende tronie van Louis. Mijn familie neemt mij flink beet die donderdag. Ook op een donderdag, 24 augustus 1978, sterft Louis op achtenzestigjarige leeftijd. Als er een hemel voor entertainers bestaat, dan heeft hij die wel verdiend. Ik hoor Louis al zingen ‘Oh, when the Saints go marching in…’

Marc M. Aerts
4 0

Ochtendritueel

Ik droom over mooie woorden die mijn hart veroveren, die mij nieuwe hoop schenken in een wereld van onrust en verderf, van moord en zelfmoord, een wereld van alleen maar zwarte haat. Mijn houding is steeds die van een soldaat, zichzelf beschermend tegen een onverwachte aanval van de vijand. Hoge muren heb ik opgetrokken rondom mezelf opdat ik veilig zou zijn, veilig maar alleen. Het alleen zijn biedt me rust en geborgenheid, maar het stilzwijgen van mijn verstijfde lippen kwelt mijn ziel. Het is alsof ik niet meer spreken kan. Jaren geleden, toen ik nog een kind was en mezelf stevig vast hield aan mijn moeders rokken vermeed ik al elk contact met ieder ander mens, nergens was het veilig. Zelfs niet aan die stevige rok van mijn moeder, want op een dag was mijn moeder weg, als ware ze opgelost in het niets. Ik was amper vier, een klein angstig meisje, zoals ik me nu nog steeds voel, en heb haar sindsdien nooit meer gezien. Ze liet een leeg, gapend gat achter in mij, dat ik nooit, ondanks al mijn pogingen, opgevuld kreeg. Al jaren zwerf ik alleen rond, op zoek naar iets anders dan eenzaamheid en stilte, op zoek naar iets anders dan alleen mijn eigen gedachten, íemand anders. Maar makkelijk is het niet, om die veilige burcht te verlaten en de wijde wereld in te trekken. De zon schijnt zachtjes tussen de spleten van het gordijn. Ik knipper met mijn nog steeds vermoeide ogen en kijk op het klokje dat op het houten kastje naast mijn bed staat, half zeven. Met een korte draai leg ik mezelf op m’n  rug en luister naar het fluiten van de vogels die hun nest bouwden in de boom die langs het huis staat. Een oude sterke eik met prachtig krachtige takken en blinkend groene bladeren, zijn wortels diep gevestigd in de grond zodat hij vele jaren en vele stormen kan doorstaan. God weet hoe oud die boom al is. De plek naast me is leeg en koud, er ligt enkel een boek. Het boek maakt mijn leven iets verdraagzamer, niet zo eenzaam. Het geeft me de kans voor een tijdje te verdwijnen in iemand anders´ verhaal, iemand anders´ liefde, geluk of verdriet. Het is als een vluchtroute, weg van deze harde en gure realiteit. Het is een poort naar dromen over de mooie dingen in het leven, de liefde waar ik zo vurig naar opzoek ben, maar ook de pijn die beschreven wordt waardoor ik besef dat ik niet alleen ben met mijn verdriet, dat ik niet alleen ben met een ziel die dwaalt en af en toe verloren loopt. Ik schop het deken helemaal tot aan het voeteneinde, ga rechtop zitten en sleur mezelf uit mijn warme bed, de wereld tegemoet.  Mijn lange blonde haren liggen verward en lusteloos op mijn schouders. Met een soepele beweging neem ik mijn haren vast en stop ze vakkundig met een rekkertje in een warrig dotje vanboven op mijn hoofd, zo draag ik mijn haren het liefst. Mijn bleke handen wrijven de overgebleven slaap uit mijn ogen en strijken de overblijfselen van mijn nachtmerries weer mooi glad. Ik zucht en trek de gordijnen die voor het raam boven mijn bureau hangen open. De felle zon brandt in mijn ogen en met een lelijk vervormd gezicht draai ik mijn hoofd weg uit de stralen. Na enkele seconden ben ik gewend aan het prikkende licht en zet mijn ochtendritueel langzaam verder. Ondertussen is de Kolonel statig op mijn bed komen zitten en kijkt me met hongerige ogen aan, af en toe een miauw uitbrengend. Ik loop naar hem toe en geef hem een aai op zijn zwarte kop. Voor ik naar de keuken loop om de Kolonel een maaltijd voor te schotelen trek ik nog even het raam open waarna een zachte bries mijn huid doet tintelen. Niet alles in dit leven is lelijk en slecht, bedenk ik mezelf. Ik blijf even staan en geniet van de zachte streling, het zachte fluisteren van de wind langs mijn oren, sluit mijn ogen en word even helemaal stil en leeg. Ik hou op met denken en piekeren. Ik sta daar maar wat te staan, zonder meer.

Cienn
33 0