Zoeken

Heeft u dat ook? '4'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?      Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.    In de zomer van 1965 heeft Jewel Akens een grote hit te pakken met zijn liedje ‘The Birds and the Bees’. Ik heb, sullig en dertien zijnde, geen flauwe notie waar de tekst over handelt. In oktober verdwijnt het nummer uit de topcharts maar het wordt nog steeds gespeeld op de grote kermis die jaarlijks in deze maand plaatsgrijpt. Je hoort het prikkelende refrein vooral weergalmen uit de grote luidsprekers die op elke hoek van het gladmetalen botsauto-platform opgesteld staan. In mei van het volgende jaar, als de kleine kermis doorgaat, zijn de vogeltjes en de bijtjes vervangen door een meisjesnaam. De Beach Boys zingen over hun ‘Barbara Ann’ en ook dit is zo’n typisch aanstekelijk nummer. Bij de volgende grote kermis van oktober 1966 is Barbara alweer ingeruild voor ‘Lana’, het lief van Roy Orbison. Twee jaar eerder komt zijn grootste hit ‘Pretty Woman’ net te laat om op de platendraaiers van de autoscooters en rupsen gelegd te worden. Maar de bekende openingsrif is nog steeds één van de kermishits in mei daaropvolgend. Mijn allervroegste herinnering aan de kermismuziek gaat terug naar mei 1960. Sinds het begin van dat jaar heeft Neil Sedaka een monsterhit met ‘Oh Carol’ waarmee hij wat omfloerst zijn liefde verklaart voor de naderhand beroemde zangeres/liedjesschrijfster Carole King. Met dit nummer stoot hij Rocco Granata’s ‘Marina’ van de troon.   Maar dit is een lange aanloop naar wat ik eigenlijk wil vertellen. Je weet wel: terug gesmeten worden in de tijd en daar een fractie van een seconde vertoeven. Wel dat heb ik met ‘Meisje van zestien’ van Boudewijn de Groot.   ‘Meisje van zestien’http://youtu.be/zV3KyGG64-Q   Vanavond zal ik ‘The Birds and the Bees’ horen op de kermis, maar voorlopig zit ik nog even gekluisterd aan mijn bureautje om mijn huiswerk te maken. Het is een taak Engels, waar ik geen moeite mee heb want het is mijn lievelingsvak gegeven door mijn lievelingsleraar Mr. Schippers, bijgenaamd ‘de Schipper’. De radio is afgestemd op een Nederlandse zender en ik hoor de eerste hit van Boudewijn de Groot. Daarna zal hij beroemd worden met zijn eigen composities waar hij de hulp krijgt van tekstschrijver Lennaert Nijgh. Deze zorgt ook voor de vertaling van ‘Meisje van zestien’, een oorspronkelijk nummer van Charles Aznavour ‘Une enfant’.   ‘Une enfant’http://youtu.be/hZOLT2-wGVo   De interpretatie van de Groot is totaal anders dan die van Aznavour, omdat ze geïnspireerd is op (maar, volgens mij, veel mooier uitgevoerd dan) de versie van Noel Harrison die over ‘A young girl’ zingt.   ‘A young girl’http://youtu.be/YK2wfs33trk   Waarom dit liedje en niet een ander, dat mij vijftig jaren terugbrengt? Ik weet het niet, het is niet te verklaren. Het is een gevoel van een nog onschuldig leven en iets wat niet specifiek te benoemen valt, maar wat samenhangt met mijn jeugd, die zich afspeelt in mijn ouderlijk huis dat langzaamaan ontvolkt wordt door oudere broers en zussen die hun weg naar een eigen, nieuw leven inslaan.   Ik zie me zitten op een taboeret met zwart gestreept simili-leder en glimmende inox-poten aan het pas geïnstalleerde bureau. De constructie is ingenieus bedacht door mijn oudste schoonbroer die, benevens een hart van goud, ook handen van hetzelfde edele metaal heeft. Zoals je kan zien op de bijgevoegde snapshot van onze bijna voltallige familie (onze oudste broer maakte immers de foto) hadden we een overdekt terras. Omdat naderhand bleek dat dit bouwsel weinig praktisch nut had, werd besloten om het toe te voegen aan de te kleine ruimte, die onze keuken was. Door de renovatiewerken werd onze kook- en eetruimte dubbel zo groot en kreeg de buitendeur die toegang verschafte tot het terras, een andere rol toebedeeld. Schoonbroer en handige Harry, die in feite François heette, schoot toen aan de gang en transformeerde het deurgat in een handige inbouwkast, met bovenaan twee boekenplanken, dan een plank met de onafscheidelijke radio, daaronder een kleine barkast met een klapdeur die je kon neerlaten en daardoor het schrijfblad vormde van het met groenvilt overtrokken bureau. In de onderste kast vonden mijn schoolboeken onderdak.   Boudewijn de Groot zong over een meisje van zestien. François was zes jaar eerder met mijn oudste zus getrouwd. Zij was toen negentien, maar ik durf te wedden dat hij haar al kende toen ze nog zestien was, ‘zestien lentes zo pril …’

Marc M. Aerts
1 0

Realistische dromer 'Carpe Diem'

Mijn droom ‘Les Colombiers ‘ werd realiteit Een dag als deze, met schrijnende nood voor opvang van personen met een psychische beperking, deed me ontwaken uit mijn droom en werd realiteit. Op de verkeerde plaats, verkeerd behandeld, verkeerd begrepen, verkeerd bekeken… Ik zou, wou en moest deze groep van, als kwaad afgeschilderde personen, onder mijn vleugels nemen. Met een doel: Hulp en steun aan mensen met een psychische of andere beperkingen, aan te bieden. Opdat ze zich opnieuw beter voelen, in begeleid wonen, aanvaard, bemind, gerespecteerd… Begrip voor sociaal 'zwakkere' mensen, aan hen die niet in staat zijn om zelf de kost te verdienen, een gebrekkige gezondheid hebben, zich in financieel zwaar weer bevinden en weinig of geen steun ondervinden van familie. Nu 25 jaar later, tussen en met deze personen, in mijn project te hebben doorgebracht, Droom ik van een groot eiland, om al de vriendschap die ik van hen krijg, samen daar te planten, weg van onbegrip, van benadeling… Het lukte mij ooit, om hen in een juiste omgeving te plaatsen , met de juiste mensen. Waar hun nieuwe geluk en hun terug gevonden zelfvertrouwen, weerspiegelen kan, zoals in een immense zee. Een eiland zonder tralies, uitzicht op vrijheid , begeleid door zonnestralen… Helaas zijn er nog steeds enorm veel onbegrepen mensen met een psychische beperking , die men letterlijk en figuurlijk in hokjes plaatst. Mijn levenswerk, gegoten in boekvorm, zou er iets prachtiger bestaan? NEE! Tijd en geld te kort, om mijn boek te realiseren .. Niks kan me weerhouden, in woorden uit te drukken, wat de “zonder beperking levende’ maatschappij NIET wil zien, lezen, horen….   Bronnen: carpediem.bredene@gmail.com https://sites.google.com/site/carpediembredene www.facebook/pages/carpe-Diemvzw

Carpe Diem
44 0

Heeft u dat ook? '3'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook? Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes. In januari 1952 heeft de wereld een reden méér om überhaupt te bestaan, want ik word geboren. Dit gebeurt bij mijn ouders thuis en niet in een of andere kraamkliniek. Nummer 8 ben ik en naderhand zal blijken dat ik het kakenestje zal blijven want er volgen geen nakomelingen meer. Het kakenestje, een mooi woord trouwens dat mij vroeger niet bekend was. Mijn vader gebruikte het woord ook niet, want hij stelde mij altijd voor aan zijn vrienden, kennissen en collega’s als: ‘Dit is onze benjamin’. Waarop ik dan riposteerde ‘nee pa, ik heet Marc en niet Benjamin’. In die eerste maand van dat gezegende jaar is de wereld zoals altijd in beweging. De Koreaanse oorlog woedt al anderhalf jaar en het zal nog even lang duren eer hij afgelopen is. Het is een onderdeel van de Koude Oorlog. Het komt tot een wapenstilstand, maar nooit wordt een vredesverdrag gesloten. De Koude Oorlog is een rode draad doorheen de geschiedenis van de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. Gelukkig is er de muziek om ons wat vrolijker te stemmen. Eén van die merkwaardige stemmen is deze van Louis Prima. Mogelijk ken je deze zanger/trompettist/acteur en liedjesschrijver als het keelgeluid van ‘King Louie of the Apes’ uit Disney’s Jungle Book. http://youtu.be/CEEPaYD5KZE Deze animatiefilm dateert van ’67 maar ik ken Louis al van negen jaren eerder. Hij had toen een wereldhit met het liedje ‘Buona sera’. Vijf weken lang stond dit nummer aan de top van de Vlaamse hitparade en ik was helemaal weg van dat melodietje. Hier volgt mijn verhaaltje met muzikale inslag: Op de dag van O.H. Hemelvaart, een mooie meidag in 1958, doe ik mijn eerste communie. Na het feestmaal ga ik, zoals alle brave kindjes, buiten spelen. Mijn gekke tante Nènè roept even later: ‘Kom Marcske, uw liedje wordt op de radio gespeeld.’ Ik loop zo vlug ik kan naar binnen. Blijkbaar doet mijn imitatie van Louis hem grote eer aan, want er wordt flink in de handen geklapt door de aanwezige familieleden. Optreden afgelopen, dan maar weer in de tuin dollen. Er gaan geen drie minuten voorbij of mijn tante is er weer: ‘Nu moet ge eens horen, uw liedje wordt weer gespeeld’. Ik vlieg als een bliksemschicht weer het huis in en doe weer mijn best om Louis na te bootsen. Applaus weerom. Dan maar voor de derde keer het erf op. Drie minuten later: je gelooft het niet. Nènè is er weer en Louis ook. ’Buona sera signorina, buona sera. It is time to say goodnight to Napoli. Well it’s hard …’ … en plots stopt de muziek. http://youtu.be/wZZeTACFb5Y Is de radioverbinding uitgevallen? Of heeft een zekering het begeven na zo’n intens optreden? Er is toch geen snoodaard die de stekker uit het stopcontact heeft getrokken? Iedereen begint te lachen. De zotte tante toont mij de papieren hoes van een 45-toerenplaatje, met daarop de glimlachende tronie van Louis. Mijn familie neemt mij flink beet die donderdag. Ook op een donderdag, 24 augustus 1978, sterft Louis op achtenzestigjarige leeftijd. Als er een hemel voor entertainers bestaat, dan heeft hij die wel verdiend. Ik hoor Louis al zingen ‘Oh, when the Saints go marching in…’

Marc M. Aerts
4 0

Ochtendritueel

Ik droom over mooie woorden die mijn hart veroveren, die mij nieuwe hoop schenken in een wereld van onrust en verderf, van moord en zelfmoord, een wereld van alleen maar zwarte haat. Mijn houding is steeds die van een soldaat, zichzelf beschermend tegen een onverwachte aanval van de vijand. Hoge muren heb ik opgetrokken rondom mezelf opdat ik veilig zou zijn, veilig maar alleen. Het alleen zijn biedt me rust en geborgenheid, maar het stilzwijgen van mijn verstijfde lippen kwelt mijn ziel. Het is alsof ik niet meer spreken kan. Jaren geleden, toen ik nog een kind was en mezelf stevig vast hield aan mijn moeders rokken vermeed ik al elk contact met ieder ander mens, nergens was het veilig. Zelfs niet aan die stevige rok van mijn moeder, want op een dag was mijn moeder weg, als ware ze opgelost in het niets. Ik was amper vier, een klein angstig meisje, zoals ik me nu nog steeds voel, en heb haar sindsdien nooit meer gezien. Ze liet een leeg, gapend gat achter in mij, dat ik nooit, ondanks al mijn pogingen, opgevuld kreeg. Al jaren zwerf ik alleen rond, op zoek naar iets anders dan eenzaamheid en stilte, op zoek naar iets anders dan alleen mijn eigen gedachten, íemand anders. Maar makkelijk is het niet, om die veilige burcht te verlaten en de wijde wereld in te trekken. De zon schijnt zachtjes tussen de spleten van het gordijn. Ik knipper met mijn nog steeds vermoeide ogen en kijk op het klokje dat op het houten kastje naast mijn bed staat, half zeven. Met een korte draai leg ik mezelf op m’n  rug en luister naar het fluiten van de vogels die hun nest bouwden in de boom die langs het huis staat. Een oude sterke eik met prachtig krachtige takken en blinkend groene bladeren, zijn wortels diep gevestigd in de grond zodat hij vele jaren en vele stormen kan doorstaan. God weet hoe oud die boom al is. De plek naast me is leeg en koud, er ligt enkel een boek. Het boek maakt mijn leven iets verdraagzamer, niet zo eenzaam. Het geeft me de kans voor een tijdje te verdwijnen in iemand anders´ verhaal, iemand anders´ liefde, geluk of verdriet. Het is als een vluchtroute, weg van deze harde en gure realiteit. Het is een poort naar dromen over de mooie dingen in het leven, de liefde waar ik zo vurig naar opzoek ben, maar ook de pijn die beschreven wordt waardoor ik besef dat ik niet alleen ben met mijn verdriet, dat ik niet alleen ben met een ziel die dwaalt en af en toe verloren loopt. Ik schop het deken helemaal tot aan het voeteneinde, ga rechtop zitten en sleur mezelf uit mijn warme bed, de wereld tegemoet.  Mijn lange blonde haren liggen verward en lusteloos op mijn schouders. Met een soepele beweging neem ik mijn haren vast en stop ze vakkundig met een rekkertje in een warrig dotje vanboven op mijn hoofd, zo draag ik mijn haren het liefst. Mijn bleke handen wrijven de overgebleven slaap uit mijn ogen en strijken de overblijfselen van mijn nachtmerries weer mooi glad. Ik zucht en trek de gordijnen die voor het raam boven mijn bureau hangen open. De felle zon brandt in mijn ogen en met een lelijk vervormd gezicht draai ik mijn hoofd weg uit de stralen. Na enkele seconden ben ik gewend aan het prikkende licht en zet mijn ochtendritueel langzaam verder. Ondertussen is de Kolonel statig op mijn bed komen zitten en kijkt me met hongerige ogen aan, af en toe een miauw uitbrengend. Ik loop naar hem toe en geef hem een aai op zijn zwarte kop. Voor ik naar de keuken loop om de Kolonel een maaltijd voor te schotelen trek ik nog even het raam open waarna een zachte bries mijn huid doet tintelen. Niet alles in dit leven is lelijk en slecht, bedenk ik mezelf. Ik blijf even staan en geniet van de zachte streling, het zachte fluisteren van de wind langs mijn oren, sluit mijn ogen en word even helemaal stil en leeg. Ik hou op met denken en piekeren. Ik sta daar maar wat te staan, zonder meer.

Cienn
33 0

Heeft u dat ook? ' 2'

Je hoort iets, je ziet iets, je ruikt iets en, patsboem, daar is - heel even maar - dat beeld uit je jeugd of kindertijd? Je wordt in de teletijdmachine van professor Barabas gegooid maar ook dadelijk weer terug naar het heden gekatapulteerd. Heeft u dat ook?    Ik alleszins en ik heb dat vooral met liedjes.   Ik zit alweer op de canapé in de voorplaats. Deze keer ben ik niet alleen. We zijn aanbeland halverwege de jaren zestig. Ik behoor samen met mijn jongste zus, die ouder is dan ik (snap je me?), tot de laatste van acht kinderen die nog bij ons vader en moeder inwonen. Mijn jongste broer, die ook ouder is dan ik (snap je me nu?) is voor de eerste keer op kot in Leuven gaan wonen. Voorlopig ben ik nog veertien. Binnen enkele maanden zal ik vijftien jaren op mijn levenspalmares verzameld hebben en daar kijk ik reikhalzend naar uit, want elk jaar telt, elk jaar kom je zo een beetje dichter bij volwassenheid en dichter bij ‘min of meer je eigen zin doen’.   Deze keer word ik op de zetel geflankeerd door mijn ouders die voor de eerste keer het eerste echte lief van mijn zus mogen inspecteren. Het zal nog een jaar duren eer de ‘liever-lief’-beweging definitief vanuit Amerika naar onze Lage Landen zal overwaaien, dus verwachten we ook dat het geen exemplaar van het langharig tuig zal zijn dat de deurbel zal doen rinkelen.En dat schijnt ook zo te kloppen. Mijn zusterslief is zeven jaar ouder dan zij en lid van een eveneens kroostrijk Nederlands gezin. Omdat ze een hardwerkend ouderpaar zijn die hun eigen confectiebedrijf runnen met verschillende vestigingen aan weerszijden van de grens, hebben zijn ouders besloten hun kinderen naar de kostschool te sturen. Het is daar dat het nieuwe lief kennis maakt met de piano.   Na de gebruikelijke koetjes en kalfjes, vraagt ons vader, terwijl hij naar de buffetpiano in de hoek van de kamer wijst, of dochterliefs lief geïnteresseerd is in zijn muzikale capaciteiten. Vermits muziek de zeden verzacht is er geen protest. Onze pa tovert zijn mooiste trucs uit de zwarte klankkast. Hij wisselt operettemelodieën af met zijn bewerkingen van hedendaagse liedjes. Het nieuwe lief is onder de indruk. Op de vraag van ons vader of hij misschien ook muzikaal is, zegt het lief bedeesd ‘Ik zou ook wat kunnen spelen op uw piano. Mag ik?’. ‘Maar natuurlijk’ is het antwoord.   Het nieuwe lief rookt Rothmans sigaretten, verpakt in een rood karton met witte letters. Hij steekt zijn pas opgestoken sigaret tussen de lippen, neemt de kristallen, rechthoekige asbak mee, zet deze naast het klavier en legt er zijn sigaret in. Hij zet de ronde draaikruk wat lager en trekt nog eenmaal aan zijn sigaret zonder filter. De rook kringelt naar omhoog en dat doen ook de noten die weerklinken als hij de toetsen zachtjes beroert.    ‘Last date’http://youtu.be/3fRkoa9Ek5c   Wij zijn verbluft als we die heerlijke melodie van Nashville’s piano-legende Floyd Cramer horen. Hij heeft vroeger samengewerkt met grote namen zoals Elvis Presley en Jim Reeves. De wijze waarop Floyd, en dus ook het nieuwe lief, de toetsen van de piano hanteert is zonder meer weergaloos.Mijn zus en haar lief trouwen enige tijd later. Maar zoals dat nog al eens gebeurt, besluiten zij menige pianopartituren later om te scheiden. Spijtig dat het verhaal op een valse noot moest eindigen.   N.B.: voor de geïnteresseerde en getalenteerde pianisten onder jullie. Hieronder vind je een instructievideo waar je wordt aangeleerd op welke manier je Floyds pianospel het best kunt evenaren.   ‘How to play Last date’http://youtu.be/wnNoQ8F5oXw

Marc M. Aerts
0 0

Ritselend riet

Het landschap waar hij naar teruggekeerd is, lijkt in geen enkel opzicht op de plaats waar hij opgegroeid is. Waar ooit talloze hutten, waaruit mensen vrolijk heen en weer liepen, tegen elkaar geplakt stonden, terwijl geluiden en heerlijke geuren zich mengden tot een gezellige drukte, is het nu onnatuurlijk stil. Zelfs het riviertje dat vroeger levendig kabbelde, stroomt traag en moeizaam.Abdul bukt zich en neemt een handvol aarde. Het voelt droog en onvruchtbaar aan. Het verwondert hem niet dat niemand zich hier opnieuw gevestigd heeft. Zij die net als hij teruggekeerd zijn, moeten zich hetzelfde gerealiseerd hebben: het land, ooit zo vol van leven, heeft het nu voorgoed opgegeven. De oorlog is er nooit in geslaagd de mensen de mond te snoeren, maar heeft het land haar stem ontnomen.De plukken riet die her en der aan het riviertje staan, zijn het enige teken van leven. Het stemt Abdul triest dat het zijn geboortedorp zo vergaan is. Hoe vaak hij als vluchteling ook verjaagd, uitgescholden of slecht behandeld is, steeds konden de herinneringen aan deze plaats hem overtuigen vol te houden. Hij wist dat hij op een dag terug zou keren. Dat had hij zichzelf beloofd toen hij het land ontvluchtte. Maar in tijden van hongersnood en onzekerheid worden beloftes vaak naar de achtergrond verdreven. Hoewel Hava toen hij met haar trouwde had aangegeven dat ze ook verlangde terug te keren naar het dorp waar hij geboren was, hadden ze het plan uitgesteld tot ze voldoende geld bijeengespaard hadden. Wellicht zouden ze wel verhuisd zijn, als zij niet al snel zwanger was geworden. Toen Fevzi geboren was, beloofden Abdul en Hava elkaar dat ze ooit wel zouden verhuizen, maar na de geboorte van de meisjes, wisten beiden dat ze niet meer zouden vertrekken.Abduls belofte aan zichzelf om terug te keren, was toen al vervaagd naar het verlangen om met zijn gezin op bezoek te gaan naar zijn geboortedorp. En ah, na de ziekte van Hava en de kosten aan het dak, werd ook dat op de lange baan geschoven. Maar het verlangen bleef. Altijd. Dat er niets zou zijn om naar terug te keren, had hij niet voorzien. Hij had zich nooit gerealiseerd dat dat ook een mogelijkheid was. Misschien is het beter, spreekt hij zichzelf toe, dat hij het nooit geweten heeft.Abdul laat zijn blik een laatste keer over het droeve landschap glijden. Al die jeugdherinneringen die hij zijn hele leven gekoesterd heeft, dringen zich aan hem op. De plaats waar zijn moeder manden maakte, het dorpsplein, de kruidenwinkeltje waarin zijn vader gewerkt had,... weg, alles is weg.Overstelpt door verdriet en heimwee naar een plek die niet meer is, sluit hij zijn ogen. Zijn mond opent zich en zijn lippen vormen de woorden van het lied dat zijn moeder voor hem zong toen hij klein was. Steeds luider zingt hij het lied. Hoewel hij nog zelden zijn moedertaal spreekt, herinnert hij zich elk woord feilloos. Het doet hem pijn hoe nergens vogels opvliegen of kinderen nieuwsgierig komen kijken, hoe niets in het landschap teken van leven geeft bij het horen van het steeds luider klinkende lied. Toch zingt hij trots verder. Het landschap werd de mond gesnoerd, maar hij zal nimmer zwijgen.Pas wanneer het donker is, keert Abdul terug. Voor de tweede keer verlaat hij zijn geboortegrond. Voorgoed deze keer, weet hij. Nooit zal hij hier weerkeren. Met het afscheid van de plaats waar hij geboren is en zijn kindertijd heeft doorgebracht, neemt hij ook afscheid van een stuk van zichzelf. Hij voelt zich verweesd, meer nog dan toen zijn ouders stierven. Langzaam slentert hij weg van de grond waarop zijn voorvaderen generaties lang geleefd hebben. Morgen rond deze tijd zal hij alweer thuis zijn, weet hij.  Zijn geboorteland draagt hij voorgoed in zijn hart, maar zijn plaats is bij zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen.Bij zonsopkomst, wanneer Abduls vliegtuig opstijgt, waait de wind door het riet nabij het riviertje. Speels ritstelt het, steeds luider en luider, tot het lijkt alsof het riet neuriet. Eerst overstemd door de wind, maar nadien duidelijk hoorbaar klinkt een bekend Arabisch slaapliedje voor kinderen over het verlaten land.

Fuaran
0 0

Sophia

Natuurlijk waren we dol op het huis, maar ik denk dat de echte reden dat we het kochten, de vlaggenmast was. Die stond aan de linkerzijde van het huis en Sophia was er meteen dol op. Het was vreemd hoe snel de vlaggenmast een plaats in ons leven kreeg. We maakten er een sport van om zo veel mogelijk vlaggen te verzamelen. En hoewel ik mijn uiterste best deed, was het Jonas die elke vlag leek te kunnen bemachtigen. Ik heb nooit geweten waar hij ze vandaan bleef halen. Of het nu om Hawaï of om Oezbekistan ging, alle vlaggen kon hij vinden. We vierden de nationale feestdagen van talloze landen waarvan wij niet eens wisten waar zij zich bevonden, door hun vlag te hijsen. En Sophia genoot met volle teugen. Als de zon scheen, zat zij soms uren in haar rolstoel onder de vlaggenmast. Trots als een pauw keek ze vanaf haar plaats onder de vlag naar de voorbijrijdende auto’s, als was ze een langvergeten erfgenaam van de troon van het land in kwestie.De periodes die zij noodgedwongen in het ziekenhuis doorbracht, vroeg zij ons elke dag welke vlag er aan de vlaggenmast hing. Wij vertelden haar dan welk land zijn nationale feestdag vierde en beschreven haar de kleuren van diens vlag. Jonas probeerde zelfs haar elke dag iets over het land te vertellen. Hij vertelde haar over het klimaat, over de mensen en waar zij in geloofden, over de plaatselijke gebruiken en over de dieren die er leefden. Van tijd tot tijd verraste hij haar door enkele woorden in de taal van het land in kwestie tegen haar te spreken. Hij telde tot vijf in het Swahili en stelde zich aan haar voor in het Russisch. Of dat deed hij ons toch geloven, want natuurlijk zouden wij het niet geweten hebben mocht hij een fout maken. Maar Sophia genoot, dus waren wij tevreden. En Jonas misschien wel het meeste.De dagen dat er geen nationale feestdag werd gevierd, of we de vlag van het vierende land niet bezaten, logen we, want niemand wilde haar het plezier van de vlaggen ontzeggen.Ik herinner me nog heel goed hoe Jonas op de dag dat ze voorgoed haar ogen sloot, een witte lap stof nam en er een wereldbol op tekende. Onder de wereldbol schreef hij in grote drukletters haar naam. En wanneer ik nu, jaren later, op zonnige dagen voorbij het ouderlijke huis rijd, zit hij daar, in een tuinstoel onder zijn vlag. Fier als een pauw, alsof de wereld van hem is. En dan weet ik dat Sophia tevreden toekijkt.

Fuaran
3 0
Tip

Nog niet te laat

"Ze zeggen dat de tijd alle wonden heelt, maar zo ervaar ik het niet. Het lijkt alsof de dagen zout in de wonden strooien en het verleden elke dag wat pijnlijker aanvoelt. Ik weet wat je denkt... je vindt natuurlijk dat ik laat ben. Misschien wel te laat..."Terwijl Hendrik nadacht over het gegeven dat hij misschien inderdaad te laat was om de schade te herstellen, hield hij zijn hand voor zich uit, alsof hij zijn vader wilde beletten in te gaan op wat hij net gezegd had."...maar daar ben ik het niet mee eens, vader. Ik ben jouw bloed en ik wil alles doen om het bij te leggen. Het is niet te laat, dat weet ik wel zeker."Even wachtte Hendrik tot vader iets zeggen zou, maar vader was zoals hij altijd al geweest was: zwijgzaam. Hij staarde uitdrukkingsloos voor zich uit. Hendrik kon niet afleiden uit de mans gelaatsuitdrukking of wat hij gezegd had hem iets deed."Het zal je misschien verbazen, maar toen ik tegen je zei dat ik je nooit meer wilde zien... ik heb mijn woord niet gehouden. Ik zag je elke dag, vader. Elke keer wanneer ik in de spiegel keek, zag ik jou. Elke keer wanneer ik sprak, herkende ik jouw stem in de mijne. Jij bent bij me gebleven in mijn voorkeuren en gebruiken. In de manier waarop ik mijn krant lees, eerst het lokale nieuws en dan pas de hoofdpunten. In mijn voorkeur voor zwarte koffie met één blokje chocolade. In mijn hoofd dat op net dezelfde plaatsen begint te kalen als het jouwe. Je hebt me nooit verlaten, vader."Hendrik gaf zijn vader de tijd om het nieuws te laten doordringen. Hoewel de gelaatsuitdrukking van de man niet veranderd was, wist Hendrik dat zijn thuiskomst na al die jaren hem moest overdonderen. Vader was nooit een man van veel woorden geweest. Vroeger was het moeder geweest die in zijn naam gesproken zou hebben, maar moeder was er nu niet. Toen hij haar eerder die dag het nieuws verteld had dat hij weer in de buurt zou komen wonen en het contact wilde hernieuwen, was zij in tranen uitgebarsten en had zij gedurende het gehele gesprek gesnikt. Zij was slechts een vage schim van de sterke vrouw die zij vroeger was geweest. Het was op het moment dat Hendrik zich dat gerealiseerd had, dat hij besloten had het gesprek met vader alleen te voeren. In tegenstelling tot de transformatie die moeder ondergaan had, was vader geen haar veranderd. Hij was nog steeds de stuurse, zwijgzame man die hij zich herinnerde."We kunnen het inhalen. Al die verloren jaren. Ik heb een huis gekocht in de buurt. In een zijstraat van de Molenstraat, waar je vroeger werkte. Je weet wel, de Akkerstraat, daar waar tante Julia nog gewoond heeft... uhm... het witte huis, het derde aan de linkerkant denk ik. Nu kunnen we elkaar elke dag zien. Ik zal je voorstellen aan Marie en aan de kinderen. Ik weet dat je twijfelt, maar het lukt ons vast om het bij te leggen. Voor je het weet, is het weer net als vroeger."Hendrik knikte overtuigd om zijn woorden kracht bij te zetten."Morgen kom ik terug, vader. Dan vertel ik je alles."Voor Hendrik zich omdraaide, bestudeerde hij zijn vader nog eens, die nog steeds onbewogen voor zich uitstaarde. Hij liet zijn blik nog één keer over de figuur die hij verafgood en gehaat had glijden. Zijn held. Zijn evenbeeld.De sierlijke letters boven hem waarin'Jacob MichielsenLiefdevolle echtgenooten vader1925 - 2008' was geschreven, trokken even zijn aandacht, maar lieten deze al snel weer los. De kiezelsteentjes knerpten onder zijn voeten wanneer hij in gedachten verzonken naar huis terugkeerde. Het was nog niet te laat. Hij wist het zeker.  

Fuaran
0 0