Zoeken

Taak: Schrijf een opstel met elf moeilijke woorden

Taak: Schrijf een opstel met elf moeilijke woorden     Chelsie was kallipygisch en bovendien de barbie van mijn zus. Ik kuste haar zouterik op een woensdag, de dag na oma’s verjaardagsfeestje in het tuinhuis van de buurman. Het rubber van haar rugje, haar vingertjes, haar borstjes en haar voetjes, alles kleefde aan mijn tong. Ik weet nog dat ik gulzig het overvloedige kwijl inslikte en vol ongeloof naar mijn piemel staarde, die een witte kleverige brij op mijn spijkerbroek en sneakers achterliet. Ik kon niet anders dan de harem knuffeldieren die ik al die jaren bij elkaar had verzameld in een plastic zak te stoppen en op de stoep te zetten, samen bij het restafval. Het afkarnen elke dag na school, samen met Chelsie, maakte de jongen in mij een beetje meer man. En toch voelde ik mij een glimpieper. Nee, een amour fou overvalt mij niet wanneer ik het poppenbordeel binnenwandel. De acht exemplaren zien er stuk voor stuk netjes uit dat wel; realistischer dan hun foto’s in de seksboekjes. Ik weet niet wat er mij te wachten staat, maar ik heb de afgelopen weken geoefend op een paspop die ik voor een prikje uit een etalage met trouwjurken heb kunnen redden. Plompzakken is me niet gelukt, maar volgens de eigenaar van het bordeel zou dat bij een echte sekspop wel mogelijk zijn. Anja heeft de grootste boezem. Ik kies haar en betaal vijftig euro voor een half uur. De kamer, het bed, het behang, de geur van etherische oliën, de benwaballen op het tafeltje naast de relaxzetel die dienst doet om mijn kleren op te leggen: alles ziet er levensecht uit. Een valleiorgasme zal ik haar niet kunnen geven, maar een doppie maken moet lukken. Ik ben er klaar voor. Voorzichtig ga ik tussen haar benen zitten, buig voorover en bijt in een tepel. Er gebeurt niets. Ik probeer het nog eens, harder nu. Weer niets. In de hals. Achter het oor. Op de buik, tussen tenen, vingers, haar oorlelletje. Ik word er niet geiler van. Het geitenoog dat strak rond mijn eikel zit doet ook niet veel. Mijn priaap blijft uit. Anja is een pop gemaakt uit ThermoPlastisch Elastomeer. Gesmolten rubber zoals bij barbies. Maar deze levensgrote smaakt niet zoals de kleintjes wanneer ze stiekem in een tuinhuis uit hun doosjes worden gehaald, eerder naar siliconen dildo’s en andere seksspeeltjes. Ik kijk met een blik vol ongeloof naar Anja, verwacht niet dat ze antwoordt. ‘Vandaag is het donderdag, zeg ik, ‘eergisteren is mijn oma vijfenzestig geworden.’   Sascha Gemeentelijke Basisschool Klas 6 A    

Sascha Beernaert
35 0

Meisje van zestien

  Het appartement op de negende verdieping had iets van een stilleven. De late najaarszon zorgde voor een vreemd contrast. Als een gerichte spot die de helft van de living goudkleurig verlichtte en de rest onder een grauw zeil verstikte. Zij splitste het bestaan in wit en zwart. Hanne zat aan de verkeerde kant. Suf keek pa naar de ronde wandklok in de keuken. Vanop de salonbank zag hij er door de openstaande deur, recht op uit. Nog zo vroeg en bijna avond? De zondagen waren hun naam niet meer waardig. Hij trok zich recht en legde zijn haar in de plooi. Wat hij altijd deed sinds Esther hem verboden had de verveling van zijn lijf te krabben als hun dochter in de buurt was. Zich beheersen was voor hem geen lachertje. Opgroeien voor Hanne ook niet. “Zo zie ik het nieuws eens van bij het begin.” grapte hij in haar richting. “Bevertje, zap de teevee eens aan. Hopelijk zijn er niet teveel doden.” “Koop een smartphone, zoals iedereen.” beet zij terug. “Dan hoef je niet op het nieuws te wachten. Teevee is kut. En stop met dat bevertje.” Sinds Hanne een pedagogische instelling-zonder-examens bezocht, hanteerde zij een heftig taalgebruik. Alsof zij niets meer te verliezen had. Nors wierp zij haar mobieltje naast zich neer, scharrelde naar de afstandsbediening en gehoorzaamde. Zoals steeds. Voor hoelang nog? De witte straal die aanfloepte, wiebelde op de kadans van de kommentaarstem. Op de achtergrond loeiden politiesirenes en knalden revolverschoten. Onverstoord ging de stem verder. Op een vlakke toon, alsof zij een keukenrecept voorlas. “Het was juist rustig.” jammerde ma van achter het fornuis. De ene keuken was de andere niet. Haar weeklacht klonk van nog verder. Hanne zuchtte. Het werd tijd dat zij naar haar kamer ging om wat stilte met haar followers te delen. Voor de Instagram-familie was het nooit te laat of te luid. Haar internetverwanten hadden altijd een blij gezicht, een vrolijk hart. Snel hengelde zij terug naar haar gsm. Misschien had zij in de verloren minuten, belangrijke berichten gemist. Zij maakte het snel goed en dropte wat emoji’s. “Nepnieuws.” zeurde pa. “Het enige waar jouw smartphone toe in staat is.” Hij deed het woord “smart” tussen aanhalingstekens klinken, alsof er niet veel vernuft bij te pas kwam. “En vermist echt nieuws jou niet interesseert, kan je misschien de tijd nemen om het raam dicht te schuiven. Want zeg eens, wat gebeurt er vanavond? Zo snel donker en nog koud ook.” Onverstoord tokkelde Hanne verder. “Bevertje!” beval hij. “Schuif het raam dicht!” Geïrriteerd veerde zij recht, haastte zich naar het terras en liet de zware glaswand langs de buitenkant dicht glijden. Alsof zij zich buiten sloot en nieuwe opmerkingen wou afgrendelen. De kille avond plakte meteen tegen haar wang. Het deed haar goed. Zij verafschuwde de bevelen van haar pa, zijn opgefokt woordgebruik. Zij baalde van zijn taal, maar had vooral een hekel aan zijn troetelnaampjes. Wat dacht hij wel? Zij was geen kind meer, bijna een vrouw. Eigenlijk haatte zij hem. Had een afschuw aan het appartement. Behalve aan het uitzicht. Dat was cool. Even vergat zij haar wereldwijde webvrienden om in de verte te turen. Naar de stad, aan de andere oever van de stroom, van hun woonblok gescheiden door uitgestrekt groen en kunstmeertjes. Waterplassen waarop overdag piepkleine zeilboten dobberden. Heel chic. Op dit late uur, zorgden alleen de stemmen van spelende tieners voor wat leven. Over de reling keek zij in de diepte, naar het sportterreintje, voorbehouden aan de flatbewoners. Vandaag om te frisbeeën. Een rode schotel flitste van de ene hand naar de andere en ontlokte gedempte waw’s en yeah’s. Zij herkende meteen de jongen van verdieping vijf. Zijn stem was even irritant als zijn gezicht vol puisten. Als zij hem in de lift kruiste, durfde zij hem zelfs niet onrechtstreeks via de wandspiegels aan te kijken, uit angst te moeten overgeven. Wat een zielenpoot. Een opschepper zoals iedereen in dit gebouw. Hier huisden alleen mensen die aanzien wilden afdwingen. Toen haar vader een jaar geleden een fikse promotie bij de bank had gekregen, waren de muurhoge ramen, de namaak openhaard en het dure parket bedoeld als trapje hogerop. Of beter, als trap hogerop. Tot verdieping negen. Het nummer van de elite, zoals hij dat omschreef als er visite was. Bullshit. Gelukkig was er het uitzicht. De puistenjongen scoorde met veel kabaal. Zij hoorde hoe de anderen hem omhelsden en kneep vol walging haar ogen dicht. “Boe!” grapte pa achter haar rug. Het deed pijn in haar oor, alsof hij er een stop  in propte. Hij deed haar altijd pijn. Zij verstijfde, had hem niet horen aankomen. “Aan tafel!” beval hij. “Of heeft Bevertje geen honger?” Verkrampt zocht haar buik steun tegen de borstwering.  Op een dag zou zij de vaderaffectie niet meer aankunnen. Genoeg hebben van zijn grappen. Hij, de beul. Zij, het vaderskindje, de liefde van zijn leven, zoals hij dat bij diezelfde visites gevat omschreef. Gevolgd door een houterige aai over haar sluikhaar, alsof zij een puppy was. Zij was een meisje van zestien dat niet aanvaardde hoe hij van haar hield. Het moest anders, maar hoe?  Zij wou weg. De rode schijf beneden zoefde nog steeds van hand tot hand. Bij elke worp, elke opvang, deden de jongens uitbundiger. Brutaler. De frisbee werd een rode stip die kinetisch in alle richtingen danste. Een lichtpunt dat haar hypnotiseerde. Haar naar beneden lokte. Zij verzette zich niet. Dit was het moment. Zij was een vogel die zijn vleugels niet meer kon uitslaan. De zwaartekracht zou haar werk doen. Haar feilloos laten zweven. Tot op het zachte asfalt van het sportterreintje. Hanne zou het laten gebeuren. Ogen wijd open. Zo moest het. Eindelijk stilte. Op het ogenblik dat zij zich niet meer verweerde, sloeg pa zijn arm rond haar schouders en drukte zijn hoofd tegen dat van haar. “Het is al goed. ” suste hij. “Ik heb het begrepen, wij gaan het anders aanpakken, weg dat bevertje.” Eén enkele zin en de spookgedachte in haar hoofd plofte de dieperik in. Niet zij. Gaf hij dan toch om haar? Zou hij ooit een echte daddy worden? Goed dat zij niet sprong en hem een nieuwe kans gunde. Een meisje van zestien flitst snel van zwart naar wit. Soms op het nippertje.

Dorlan Slefficsroth
28 0

Stroom

Bij het aanbreken van de dag sta ik klaar op het perron. Vol verwachting (komt hij op tijd vandaag?) wacht ik tot de slagbomen onder muzikale begeleiding de overweg afsluiten. De trein komt het station binnengerold. Ik zoek mijn plekje, zo ver mogelijk achteraan, maar nooit in de laatste wagon, daar wijk ik niet van af. Ik dommel nooit meer in zoals vroeger, toen eindeloos lange nachten versmolten met langgerekte dagen. Ik laat de muziek door mijn oortjes stromen, werp een vluchtige blik op het nieuws van de dag, geniet van een licht ontbijt. Dan is het tijd om te verdwalen in mijn boek. Vroeger dansten de letters ongrijpbaar voor mijn ogen, nu vinden ze gemakkelijk de weg naar mijn bewustzijn. Ik slik de zinnen gulzig in terwijl de trein zich een weg door het landschap slingert. Sidderend en bevend rijden de minuten voorbij. Soms kijk ik even op, verwonder me over een zonsopgang, over een nieuwe dag die ontwaakt. Ik wil de tijd rekken, verder opgaan in de woordenstroom, maar daar komt de laatste halte al in zicht. Op het werk, in het veel te fel verlichte kantoor, glijdt de tijd voorbij, altijd veel te traag, of veel te snel. Als de dag de avond kust, kan ik terug naar mijn trein. Dan maak ik tijd voor gesprekken, haak ik mijn wagonnetje vast, aan bekenden en volslagen wildvreemden. Bij gebrek aan gezelschap, kruip ik terug in mijn boek, soms doe ik even mijn ogen dicht, dan laat ik de dag rustig wegzinken. Nog voor ik het spoor bijster raak, rolt de trein mijn eindstation binnen.

Ine Moreels
13 0
Tip

No pussy blues

Wat unbidan we nu? Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu? Wat unbidan we nu? Alle vogels hebben nestenbehalve jij en ik, mijn lief alle madeliefjes liggen dag en nacht in hun nest te vogelen behalve jij en ik, my dear ’s ochtends sleep ik mij uit bed jij volgt me als mijn schaduw we zeggen niks ik wacht af Oral B en Braun jij gaat op de wc zitten jij wacht af ik kijk naar je in de spiegel weergeef wat je bent ik heb de no pussy blues mijn gezicht is oneindig en jouw lichaam verdwijnt Ik blijf staan aan de wasbak met de elektrische borstel in mijn mond hoor ik nu applaus? applaus van jou? applaus voor al wat jong en schoon is?juli:Het is de eerste keer dat ik dit doe zonder coke en met kleren aan. Het gevoel is net hetzelfde. Het publiek kijkt me met wijd opengesperde ogen aan. En ik heb het idee dat ik het allemaal aankan. Die coke heb ik dus niet echt meer nodig. Ik heb niks nodig. Geen koffie, geen sigaretten, geen alcohol, geen drugs, geen pijnstillers, geen voorbehoedsmiddelen, geen krant vol met ellendige berichtgeving en spelfouten. Enkel genegenheid, liefde en seks. Dat geeft mij een overwinnaarsgevoel. Complete, uitstekende en onvoorwaardelijke seks. Topsport met andere woorden. Tenminste toch als je de juiste techniek hanteert. En die heb ik. De juiste techniek. Ik ben een expert ter zake. Ik ben bovendien ook mountainbiker. En zonder goede techniek maak je bij het mountainbiken flinke smakken en valpartijen. Dat geeft mij nu eens een kick. In 2001 en in 2010 brak ik mijn linkerelleboog, in 2012 mijn rechterenkel en in 2014 brak ik nog maar eens mijn rechterelleboog en was mijn fietsketting van het kamwiel gesukkeld. Maar binnen de 10 seconden lag die ketting er weer op. Wat een techniek. oktober: Het liefst wil ik een Mexicaanse schoonheid met zachte zwarte donshaartjes op haar onderrug en een Che Guevara tattoe op haar schouderblad, die mij met een beetje amandelolie in haar ene hand aftrekt en met haar andere hand mijn scrotum, mijn testikels, mijn anus en mijn perineum stimuleert en op het einde met enkel wat juiste strelingen van haar duim over mijn eikel me laat klaarkomen dat het snot uit mijn neus vliegt en ik even voor tien, twintig seconden doof word en die mij dan ook Caribische lekkernijen voorschotelt, vettige tamales met cheladas en een heerlijke horchada zodat ik in negen en een halve week van negenenzestig naar zesennegentig kilo ga. Of misschien zoek ik wel een slanke Filipijnse met een bril en parelwitte tanden die ik dan met een stevig blauw hennepkoord van 10mm vakkundig vastbindt om haar vervolgens traag uit te kleden en anaal te penetreren, eerst uiterst voorzichtig maar dan toch hard en stevig tot ze huilt van de pijn en dan troost ik haar met zachte strelingen en eten we samen een lekkere hete misosoep waar ik mijn tong aan verbrand en vaak droom ik ook van een Italiaanse schone. Haar naam is Maria. Ze heeft weelderig golvend lang donkerbruin haar en tussen haar warme borsten bengelt een gouden kruisje en ze geurt altijd naar verse oregano en elke middag neuk ik haar te pletter op de grote houten keukentafel tussen de groene selder en de preistengels terwijl ze het wees gegroet Maria vol van genade prevelt en kreunt. In ieder geval zoek ik een vrouw waar een vrolijke hoek van af is en die ook met mij gewoon gezellig wil knuffelen of samen in een groot zalig warm bad wil gaan en die vooral van het leven wil genieten zonder schaamte, zonder schande en zonder schroom. december: Ik betrap haar. Niet op masturberen in de douche of in bed met een andere minnaar. Nee, ik betrap haar met haar laptop. Ze zit op de website van Versace. Gianni Versace SPA, Italia. Als een jachthond zit ze gehurkt en naakt in de witlederen zetel in het salon en bestelt ze spullen op de webshop. ‘Ik wil me aankleden,’ lacht ze.'Met van die dure kleren?’‘Ja, voor mijn Nieuwjaar. Krijg ik ze van jou?’Ik kijk naar haar gebruinde lijf. Haar buikje een beetje opgeplooid door haar houding met gekrulde rug over de laptop en haar ruggengraat als door Gaudi ontworpen. Wat is ze mooi.‘Ik wil geen kleren voor je kopen. Ik wil dat je bloot bent. Heel de tijd.’ Ze reageert er niet op en tokkelt driftig op de witte knopjes van het toetsenbord. Wanneer ik naar de keuken loop, hoor ik dat ze haar laptop dichtklapt.‘Is de bestelling geplaatst?’ roep ik.‘Nee. Ik vind niks naar mijn goesting.’ Ze laat haar laptop in de zetel achter en komt naar mij. Geruisloos. Ze gaat achter me staan terwijl ik oud brood op schimmel controleer. Ineens grijpt ze mijn penis en hijgt: ‘Dat is wel mijn goesting.’ Ik draai me om en omhels haar. Ik heb een snee hard oud brood in mijn hand en kras er zacht mee over haar rug. Ik voel nog maar eens hoe klein en fijn ze is. Niet eens vijfenveertig kilogram. Ik pak haar op en zet haar neer op de grote keukentafel. Ze gaat op haar rug liggen en schuift met de buitenkant van haar handen een karton melk en enkele glazen aan de kant. Ik zie dat mooie, jonge lijf dat naar mijn strelingen verlangt als een kattin naar zonlicht in de tuin. Mijn hand gaat tussen haar dijen.‘Er is nog wat boter in de koelkast,’ sist ze.‘Straks.’‘Nee. Ik bedoel. Spelen we nog eens Tango in Paris?’‘Je bent zot.’‘Please?’‘Schat, daar hebben we geen tijd voor nu.’ Ik heb het haar allemaal geleerd. De beroemdste seksscenes uit de wereld van de cinema. We hebben ze allemaal nagespeeld. Marlon Brando met de boter in de kont van Maria Schneider in Last tango, de melk over het geile lijf van Emmanuelle Seigner in Bitter Moon en natuurlijk ook alles uit Ai no corrida, Trente-sept virgule deux degrés le matin, Turks fruit, Emanuelle. Maar boven alles moet ik van mezelf houden.ik zie een meisje in het publiek.ik loop naar haar en roep en vraag of ze met me wil uitgaan vanavondmaar ze zegt dat ze dat niet wil.Ik ga niet graag naar buiten. Met een uitroepteken erachter. Text ze me nog na. Ze leest Eliott.Ze leest Yeats.Ik lees Hemingway. En ze zegt nee, nee, nee. maart: Ik blijf zo lang mogelijk wakker en wacht tot ze beweegt.Het is koud in bed. Ze begint mijn buik te strelen. Het is allemaal nu een beetje onverwacht. Misschien komt het door al die suggesties die ik de laatste tijd heb laten vallen. Ik had een idee voor een nieuwe app waarmee de gebruiker het percentage kon checken in welke mate hij of zij kans had op seks met zijn of haar partner. Een beetje zoals een weerapp die vertelt hoeveel percent kans er is op neerslag of vorst of zonneschijn. En dan fluisterde ik regelmatig een licht stijgend percentage in haar oor na een kus of een streling. Ze peutert in mijn navel. Haar vingertoppen trippelen tergend traag verder naar beneden. Ze plaagt me en streelt met haar linkerhand over mijn pyamabroek. Over mijn penis die al hard is en over mijn ballen. Ze masseert en kneedt. Ik trek vlug mijn broek uit en nestel me in haar schoot. Ze begint me af te trekken met haar linkerhand. Traag en een beetje stug. Onhandig. Ze knijpt afwisselend in mijn ballen en trekt mij af. Allemaal met haar linkerhand. Dat is toch haar mindere hand. Waar is die rechterhand? Die licht vast onder haar hoofd als een nestje waarin haar wang rust. Ze heeft zeker heel de tijd haar ogen gesloten. En fantaseert dan over Leonardo DiCaprio. Voor mijn part Leonardo da Vinci. Van het continue balkneden, krijg ik pijn in mijn onderbuik. Ik heb haar al zo vaak verteld dat ik dat niet lekker vind. Ik verleg me een beetje. Ze trekt me steviger af tot ik plots voel dat ik ga klaarkomen. Mijn ademhaling wordt hoorbaar. Ik kreun steeds luider. Ze snokt nog harder. En dan kom ik klaar. Mijn zaad kleeft tegen de lakens. Ik zou haar misschien ook nog moeten laten genieten. Ze zegt dat ze dat niet wil. Ik geef haar een kusje maar ze lijkt al te slapen met haar Leonardo. mei: Ik koop haar duizend duiven en doe duizend jaar haar afwas drie keer per dag.Ik noem haar honing, ik noem haar liefde, ik noem haar trut, ik noem haar schattig wasbeertje, pikachu, Maya de bij, lynx, pistachenootje, Angela Merckel. Ik noem haar mijn vettig poepenolleke.maar ze zegt dat ze dat niet wil.Dammit! Ik stuur haar elk type bloem die ik maar vind in alle bloemenwinkels in de stad en speel mondharmonica voor haar uur na uur na uur aan haar balkon. Ik ga zelfs wandelen met die stinkende rothond van haar en ik raap zijn dampende kak op van de straat met de blote vingers. Laisse moi devenir l’ombre de ton ombre, l’ombre de ta main, l’ombre de ton chien, zing ik dan.Maar ze zegt dat ze dat niet wil. Ik schrijf een gedicht met honderd regels die stralen en glijden als watervallende regenbogen. Ik wandel met haar op blote voeten over het zachtste mos tussen de donkerrode sequoia’s van het reigersbos.Maar ze zegt dat ze dat niet wil. Ze kiest voor een ander spoor.Ze drinkt een liter Cognac.Ik drink tien liter Dragonwell Xi Hu Long Jing thee en moet daarna zo heel lang en traag gaan pissen dat de wc bijna overloopt.En dan lacht ze me uit en zegt: ‘Hehe, Ik wil het toch niet.’Allez, kom aan! Ik voel me zoals Marcel Marceau of het mannetje van La Linea zich zou voelen wanneer ze zegt dat ze het toch nooit wil. Ik heb de no pussy blues I got the no pussy blues I got the no pussy blues I got the no pussy blues Damn! I GOT THE NO PUSSY BLUES

peter mmm Verreth
179 1

6 X Godverdoemme

6 X Godverdoemme Toen Patje vertrok op de Zündapp die nog van Moe was geweest, regende het nog niet. Er hing geen wolkje aan de lucht. Het was volkomen helder en de zon scheen lichtjes, maar bij het binnenrijden van Sint-Lenaarts werd hij totaal verrast door een gigantisch onweer. Daar had hij niet op gerekend. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘wat een kutweer. Als ik dat had geweten.’ Hij ging, zoals zo vaak op donderdag, op de markt twee kiekenbillen kopen en misschien een blokske kaas. De eerste kiekenbil zou hij ’s middags, met een boterham, opeten. De tweede ’s avonds, koud met wat mayonaise erbij. Op de terugweg haalde de brommer makkelijk zevenenzestig kilometer per uur, want hij had wind in de rug en het waaide wel stevig. Bovendien was de brommer van Moe opgevoerd. Toen hij zeiknat thuiskwam, haalde hij zijn kiekenbillen uit zijn tas. Hij trok zijn natte kleren uit, plofte in zijn onderbroek in de eikenhouten fauteuil en schakelde de TV en video in om een pornofilm te bekijken. Na welgeteld drie minuten, tijdens een oninteressante scène, liep de film met een groot gekraak vast. De VHS band zat gekneld. Er was in alle geval iets mis. Zenuwachtig duwde Patje op alle knopjes. Vooruit, achteruit, … nog een keertje proberen: vooruit, achteruit, … Niks hielp. Hij deed een poging hem eruit te halen- eject- maar ook die mislukte. Tot slot gaf hij op het oude, versleten toestel een geweldige klap, maar de film bleef geblokkeerd zitten. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘ik maak er korte metten mee.’ Patje, gekleed in zijn onderbroek en sloefen, flikkerde uiteindelijk zijn videorecorder- inclusief de vastgelopen Duitse pornofilm- in de grijze container. Gelukkig kieperde hij er een gewone vuilzak bovenop om te verdoezelen dat er elektrisch materiaal in zat dat je afzonderlijk zou moeten aanbieden op het containerpark. Hij nam zich voor minder vaak te masturberen en als hij dan zin had, zou hij het doen op fantasie en onvergetelijke dierbare herinneringen aan enkele levendige plaatjes uit pornoblaadjes. Op dit moment was zijn libido trouwens door zijn kledij, de koude buitentemperatuur en de ergerlijke technische mankementen aanzienlijk verschrompeld. Door de zoveelste wolkbreuk en de slechte staat van het dak van de achterbouw sijpelde er water bovenop de tafel. Hij zette een kookpot onder het enerverende lek, schoot snel een jeans en een versleten hemd aan, en ging naar de voorkamer. Daar heeft hij zijn modelbouwatelier. Gisteren was hij begonnen aan de Junkers Ju 87B- Stukka op schaal één tweeënzeventigste. Hij bekeek het plannetje nog eens zeer aandachtig. Patje had veel ervaring en was vaak bezig in de herfst en de winter met modelbouw, maar tot zijn grote ongeloof ontbrak er een stukje in de modelbouwdoos. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘hoe kan dat nu in godsnaam.’ Nog enigszins hoopvol en zonder te bidden voor de heilige Antonius zocht hij heel de kamer af. Prompt gaf hij het op, bakte wat spek, at er een boterham bij en dronk lusteloos wat lauwe koffie. Hij keek nog wat zappend TV maar zoals zo vaak boeide bitter weinig hem. Plots dacht hij aan een deel van zijn collectie singletjes die hij nog van zolder moest halen. Op zijn dooie gemakje slenterde hij de trap op. Hij opende het luik naar de zolder, de uittrekbare ladder kwam met een kort gekletter tevoorschijn - normaal gesproken kon die zijn gewicht dragen- en kroop er tegenop. Met zijn buik als twee zakken cement kwam hij vast te zitten in de opening. Hij probeerde zich los te wringen richting zoldering, maar dat liep fout. Daarna slaagde hij erin los te komen en nog net zijn evenwicht te bewaren op de dunne zoldertrap. Het kostte hem vijfendertig minuten. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘het zit niet mee vandaag.’ Rond twintig over acht lag hij al lekker warm in zijn stinkende bed met twee dekens. Die nacht had Patje een fabuleuze droom. Hij had een ernstig en zeldzaam gesprek met zijn engelbewaarder. Nog merkwaardiger was dat hij het zich ’s ochtends compleet kon herinneren.   Engelbewaarder: ‘Waarom drink jij toch zo veel?’ Patje: ‘Geen idee. Het is plezant zo.’ Engelbewaarder: ‘Dat loopt nog eens fout af. Ik heb mijn handen wel vol.’ Patje: ‘Tja, het zij zo.’ Engelbewaarder: ‘Wil je niet oud worden?’ Patje: ‘Neen, niet per sé of kost wat kost.’ Engelbewaarder: ‘Denk je niet dat je soms wat overdrijft?’ Patje: ‘Ik weet niet beter. Ik vind het wel leuk zo.’ Engelbewaarder: ‘Vaak heb ik je kunnen helpen.’ Patje: ‘Weet ik. Merci.’ Engelbewaarder: ‘Ik had beter moeten weten.’ Patje: ‘Maakt niet uit.   Na zijn ontbijt, bestaande uit drie koppen koffie, vier Bastos en twee boterhammen met paardenvlees-niet uit de Lidl maar van de beenhouwer in het dorp- ging hij “zuiver op karakter” naar zijn werk als slordig boekbinder in de beschutte werkplaats. Buiten was het ijskoud. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘ik was beter met de bus gegaan.’ Na die vermoeiende vrijdag was de vervelende werkweek voorbij. Patje kwam verkleumd aan in zijn huis in een rustige, doodlopende straat net buiten de bebouwde kom. Het was ondertussen zachtjes beginnen sneeuwen. Hij trok een proper hemd aan en dronk alvast vijf pintjes aan de keukentafel dicht bij de gaskachel. Hij had vorige week in het café bij Chantal een koper gevonden voor zijn verzameling pornofilms. Het was bijtend koud en er woei een snijdende noordenwind. Hij zette de blauwwitte bananendoos vol met video’s op de achterste slijklap en bond ze vast met een caoutchouc snelbinder. Het was een opvallende collectie. Het brommerke pruttelde even en startte dan met hevig gebrom en gekwetter. Patje vertrok. In het dorpscentrum ter hoogte van de Voorzorg, glinsterde een akelige ijsplek. Hij slipte spectaculair op deze venijnige ijzel en ging met zijn kloten tegen de grond. Hij greep meteen naar zijn gekneusde heup. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘ik wist dat er vodden van gingen komen.’ Door de val scheurde de doos en schoven zijn video’s dwars over de weg tot juist voor café ‘den Boemel’. Chantal, de bazin, en boer Mertens, haar enige klant, schoten wakker en dachten alle twee: ‘Wat is dat allemaal?’ Het vroor en het kraakte. ‘Kom jij mij zo je collectie overhandigen,’ zei boer Mertens lachend ‘Da’s sympathiek.’ ‘Doe niet onnozel,’ reageerde Patje kwaad. Hij trok pijnlijke grimassen en wreef over zijn gekwetste linkerflank, zo ongeveer van de knie tot in zijn zij. Het Flandriake was ongeschonden. Chantal, boer Mertens en Patje verzamelde de VHS banden en staken ze terug in de gehavende doos. ‘Wat moet gij drinken?’ vroeg de cafébazin professioneel. ‘Doe mij maar een trappist van Westmalle,’ antwoordde Patje, ‘dan kan ik een beetje bekomen.’ Hoe hij die avond thuis was geraakt, herinnerde hij zich niet meer. Zijn bromfiets stond nog voor het café. Het vroor nog steeds.   Maandag drie februari gaf Patje zijn Sanseveria’s water. Dat was negen weken geleden. Tegelijk tuurde hij wat door het raam en zag een politiecombi traag voorbijrijden en stoppen voor het huis van Sjarel. Eigenaardig genoeg stapten er geen twee geüniformeerde politieagenten uit, maar een bloedmooie, jonge vrouw en één lange politieagent. Was die vrouw ook een politieagente? En wat kwamen ze hier doen?                                                                                                                                       

Hubert Grimmelt
0 0