Zoeken

Sokkels

We openen onze ogen, trillend en loom het lichaam verzwaard van de nacht. De pupil die te snel verkleind na wijdopen dromen. Het gewoel van de slaap loopt over in het gewoel van het leven, het gevoel van het leven, het gewoel van gevoel. Als een naaldenprik in ons zijn, is ons zijn. Prik, het licht in de ooglens. Prik, de eerste spier die samentrekt. Prik, de gedachte aan wat moet en wat mag. Prik, de volle blaas die smeekt. Prik, die eerste gedachte. Het is de vraag die sloom ligt te hunkeren op het achterste van onze tong, onze keel dichtknijpt en de lucht ontneemt of de mond openspert en inhaleert. We lachen onze tanden bloot om al wat we niet weten, een grimas en een schreeuw, want de grens is klein tussen plezier en pijn. Goedemorgen.  We duwen ons recht uit de warmte van de slaap en plaatsen ons voor de twee sokkels van iedere dag. Kiezen we voor het hoofd, of voor het hart. Hoofd, of hart. Niemand kan beslissen met zijn hoofd op de foute plek en het is snel grijpen naar dat wat klopt. Maar de bloederige pomp verdwijnt soms onder vingerafdrukken, uitgeput na al die jaren van ritme houden, ritme houden, ritme houden. Hoofd of hart. En ergens daartussenin zit het lichaam. Het wakende leven is vaak onbewuster dan het slapende, en zonder stil te staan grijpen we het eerste het beste. Als een stel sleutels dat op de kast ligt te wachten op vertrek, oeps, bijna vertrokken zonder. En wat ben je in het leven zonder sleutels, de mens heeft een akelige gewoonten van sloten. Zoals alles is het een kwestie van gewoonte, en na een tijd is het snel gekozen voor datgene dat niet onder het stof is verdwenen.    Hij grijpt het hoofd, plaatst het recht op de ruggengraat en vertrekt.    Zij twijfelt, voelt, en neemt voorzichtig het hart.    Hij doet wat moet, praktisch en volgens de regels van de logica. In deze maatschappij moet je je hoofd gebruiken. De grijze massa is ons besturingssysteem, met de radars van de logica afgestemd op de sensaties. Een consequente consistentie, een consistente consequentie - als het ongestoord doet wat hoort. Verstand komt voor op alles, zonder hersenen die de juiste prikkels geven zouden de spieren onze ruggengraat niet recht houden, zouden onze voeten geen stap vooruit zetten. En vooruit is de richting, beweging is de sleutel. Mensen hebben de akelige gewoonte overal sloten op te plaatsen, het is het verstand dat de sleutels aanreikt. Gezond verstand ordent de wereld - als het ongestoord doet wat hoort. What you see is what you get, eerst zien en dan geloven want de perceptie toont de waarheid en ons verstand is de sleutelbos. Weggegrist van de sokkel maar uiterst efficiënt. Dat laagje stof op het hart is niet relevant, het heeft geen nut maar schaadt ook niet. Hij functioneert. Logisch. Druk op start en ga rechtdoor. Registreer en analyseer volgens de logische redenatie van de probleemoplossende functies. Dorst: drinken. Volle blaas: plassen. Honger: eten. Interacties: reageer, consequent en volgens aangeleerde algoritmes - het doen en laten van de maatschappij. Ook wel zoiets als normen en waarden. Dat is het leven, dat is het zijn. Het zijne.  Zij legt het hart in haar ribbenkas. Hij is reeds gaan lopen met haar verstand, maar de kamers van haar hart bevatten leven en plaats voor beiden. Haar maag knort, maar is reeds gevuld met gedachten aan hem. Haar dorst is niet meer te stillen met water alleen. De gevulde blaas wordt niet geregistreerd. In plek daarvan kijkt ze naar haar vingertoppen, en herinnert hoe de zachtheid van zijn huid aanvoelt, de hardheid van de onderliggende spieren. Haar longen vullen zich met zuurstof en de geur van zijn lichaam vult het hare. Lucht, het houdt het hart licht. Het leeft en doet leven, vult ons en omarmt ons. Overal in, op, onder, door, tussen. Het druipt uit onze poriën en vult de aarde met onszelf. Ze grijpt naar het ongrijpbare, en lacht voor het onvatbare. Het is het gebaar dat telt. Met haar ogen gesloten legt ze het hand op het hart, voelt hoe de kamers zich vullen met bloed en gevoel. Een gedachte fluistert zacht vanuit het hoofd dat hij beheerst. „Je zou moeten…” „Nee’, breekt ze de gedachte,’ Ik voel, en dat is meer dan genoeg.” En ze blijft zitten met haar hand op haar hart, de blik gericht op de lege sokkels voor haar. Ik voel. Ik voel. Ik voel. De kamers blijven zich vullen. Zijn lach. Hoe haar lach voelt bij zijn lach. Zijn ogen. Hoe haar blik voelt bij zijn blik. Zijn huid. Wat haar huid voelt bij zijn huid. Zijn warmte. Hoe haar warmte leeft bij zijn warmte. Zijn lucht. Hoe haar lucht verdwijnt bij zijn vertrek.    De sokkels beginnen te daveren. De rest van de kamer, van haar kamers, vervallen in stilte. De sokkels daveren, steeds harder en harder. De ene sokkel kantelt naar de andere. In de nanoseconde dat ze elkaar raken, versplintert alles. Scherven zweven in de lucht, en beginnen aan een neerwaartse beweging. Ze voelt duizenden spelden vallen in de doodse stilte. Haar hart verzakt. Hij staat voor de deur, met een zwaar hoofd en de sleutel in zijn hand, en hoort het oorverdovende lawaai. De straat davert, de stad davert, de wereld lijkt te imploderen. Geluid, registreren, analyseren, reageren. Spieren, benen, links, rechts, links, rechts, links, rechts, ademhaling versnellen om de kracht te compenseren, deur, openen, hand op klink, spieren gebruiken, klink naar beneden, deur openduwen, haar zien zitten met haar hand op haar hart, de splinters als een laag stof over de vloer, het bed, haar haar, haar hart. Registreren. Analyseren. Reageren. Reageren. Reageer dan. Haar huid, haar blik, haar hart. „Reageer”, zucht ze fluisterend. Hij kijkt en analyseert. Keert zich op zijn hielen en verdwijnt uit de kamer. Na enkele tellen komt hij terug met een stoffer in de ene hand, een vuilzak in de andere. Stilzwijgend maar doelgericht veegt hij de splinters bij elkaar. Beginnende in de linkerhoek, naar de deur toe werkend. Hij veegt de splinters van de vloer, het bed, plukt alle splinters zorgvuldig uit haar haar, veegt ze voorzichtig van haar schouders, haar armen, haar benen. Veegt ze van haar neus, lippen en oogleden. Elke splinter wordt weggehaald van het oppervlak. Hij neemt de zak, doet nog een snelle controle, en verlaat de kamer. „Reageer”, zucht ze fluisterend, met haar hand op haar hart. De splinters zijn weg. Alles is weg. Probleemoplossend denken. Dorst. Drinken. Hij verzamelt hout, nagels, een hamer. Geconcentreerd en praktisch timmert hij twee gloednieuwe sokkels in elkaar. Glazend. Zonder stof. Hij plaatst ze opnieuw in de kamer, naast het bed waar zij op zit, met haar hand op het hart. Op de plek waar haar blik naar gericht is. Moe, slapen. De splinters zijn weg, de sokkels hersteld. Probleem, oplossing. Hij neemt het hoofd van de ruggengraat, plaatst het op de sokkel, loopt om het bed heen, slaat het laken open, legt zich neer op zijn rug, ontspant de spieren en slaapt. Zij zit, met het hand op het hart. „Reageer”, fluistert ze. Hij slaapt. Zij zucht. Lucht. Ze neemt het hart van tussen haar ribben, plaatst het op de nieuwe sokkel. Een splinter blinkt. Haar huid zoekt zijn huid. Haar warmte zoekt zijn warmte. Haar lucht zoekt zijn lucht.  Het is het gebaar dat telt.

SanneNadineF
0 0

Eén en ander - storm

"Er woedt een storm", zegt de één. De ander kijkt op, ziet de blauwe lucht en werpt een vragende blik. "Nee, niet daar," zegt de één. "Hier", en wijst naar hoofd en hart. De ander sluit de ogen en zoekt naar de storm in hoofd en hart, maar vindt enkel blauwe lucht en een vredige, witte wolk. En de één kijkt terug en opent zich. Uit de ogen komen tranen als regendruppels. Ze lopen langs het gezicht, langs het hart en stromen naar de grond waar de ander op staat. Handen en vingers trillen, de borstkas schokt op en neer. Uit de mond van de één klinkt de wind, met lange uithalen en diep gehuil, tot de trommelvliezen van de ander trillen.  Het water stroomt tot de lippen van de ander. Het gehuil trilt tot het hart van de ander. De vingers van de ander daveren. De handen beven. Het gehuil wordt oorverdovend en er klinkt een schreeuw. Uit de mond van de ander klinkt de wind. Uit de ogen van de ander vallen tranen als regendruppels. "Er woedt een storm," zegt de ander.   Een derde kijkt op, ziet de blauwe lucht en werpt een vragende blik.        Appendix   Een derde kijkt op, ziet de blauwe lucht en werpt een vragende blik. Eén en ander regenen. De derde haalt hout uit de grond en timmert een boot, laat zich varen met droge voeten. Eén en ander daveren. De derde voelt hoe het water de schokken dempt. Eén en ander joelen. De derde neuriet mee met de melodie. "Er woedt een storm", jammeren de een en de ander. "Er woedt een storm rondom", zingt de derde. 

SanneNadineF
3 0

Hoe lang was het geleden… de eeuwige stilte?

Hoe lang was het geleden? Het verhaal in het verleden voor de mensen van heden. Hoe lang was het geleden? Dat ze elkaar terug in de ogen konden kijken? Een zerk ertussen. Van de melkboer, die van zijn melk was toen zijn zaak van melk op de fles ging. Tetra Pak. Dat was de toekomst hadden twee Zweden bedacht. En het was afgelopen met melk en fruitsap in flessen. Zijn zaak en zijn hart begaven het. Nu ligt hij spelbreker te wezen tussen hen. Zij die daar in elkaars ogen keken en zagen dat het goed was. Die elkaars hart hoorden tikken. Tot ze alleen hun dikke hoorapparaat nog zagen als ze hun dikke bokaalglazen met de wind voelden tikken op hun dikke neuzen die in tegenovergestelde richting stonden. In melkwitte letters staan hun namen nu geschreven in dikke basalt. En tussen hen in met gouden grote dikke krullen die van een melkboer die zijn tijd had gehad. De koeien stonden werkloos in de wei. Sojabonen moest het nieuwe stadsvolk hebben. En tofu en glutenvrij brood. De molenaar verbleekte op een oude prentbriefkaart. De oude tijd zou verhuizen naar filmarchieven. Zelfs de bibliotheken deden hun beeldenstorm met letters en woorden. Digitalisering. Computerisering. Online. Lenen en ontlenen zonder stof of zorgen. De oude bank verdween. Versleten en niet vervangen. Alleen de Leie bleef meanderen zoals voorheen. Ze keek alleen in de bocht de andere kant op. Weer drie knipogen de oude rivier verder de stad in begeleiden. Een mist stak op. Het werd weer avond.   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
0 0

Hoe lang was het geleden?

Hoe lang was het geleden? Niemand zou het weten. Hoe lang had het geduurd voor ze elkaar zagen? Ze konden niet helder denken, alleen vragen. Was het een herfstdag, lente of in mei? Dat ze daar zaten, een bankje aan de Leie. Ze keken elkaar aan. Ze waren dezelfde en toch anders. Anders dan voorheen. De nieuwe oude kennismaking. Een gebaar, een streling, een gewaarwording. Veel te lang had het geduurd. Zoveel water door de Leie. De boten van voorheen waren reeds versleten. Van een ‘goede behouden vaart’ naar ‘uit de vaart’. Ze vluchtten niet langer in het verleden.   De nieuwe tijd sloot oude wonden en bracht leed en nieuwe wonden. Een andere tijd met een oude piano. Een piano die niet gestemd moest worden. Voor stemming was geen tijd. En hun oren waren reeds jaren versleten. Versleten, maar het bleven oren. Lang, uitgerokken, verweerd door tijd en jaren. Ze hoorden elkaars glimlach en ze zagen het schuren van eikenbladeren over de weg van het leven. Horen werd zien en zien werd horen. Dat schijnt zo te horen. Er waren niet langer beperkingen. Er waren niet langer aparte zintuigen. Ze waren één geworden met de houten bank. Verweerd door weer en wind.   De groene verf afgebladerd. Het hout gebarsten zoals een barstend hoofd na een avondje te veel gaan stappen. De oude zitbank had zichzelf verzopen in het grijze water van de Leie. Het riet verborg niet langer de vogels die voor schaamte waren weggedoken. Het riet gaf het op. De zwaarste storm had het doorstaan, maar de maandenlange regen verrotte de boel tot in de holte van de stengel. De houten bank was de schaduw van de dinsdag- en donderdagmiddagen en fleurde alleen op zondagochtend nog op. De week werd korter. Het oudere koppel bleef langer weg. Tot alleen hun namen waren te lezen op het kerkhof aan de andere kant van de Leie.   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
0 0

Leven onder zeeniveau

Verdriet is iets wat anderen overkomt. Anderen ver weg, en hopelijk ook de buurvrouw, want statistisch gezien mij dan niet meer. Mijn ongelukje ligt op de sofa, over te geven. Ik wens het de buurvrouw ook toe, maar toen ze vorig weekend de zandzakken in de voortuin aanvulde, roddelde ze nog over Ella-June van hierboven. De generatie met lelijke namen is groot geworden, en ongewenst zwanger. Niet genoeg punten, ge kent dat, zei de buurvrouw samenzweerderig, die nam elke week het vliegtuig, dan moogt ge niet meer he. Nee, dan moogt ge niet meer. De wereld is er enkel nog voor kinderen van ouders die een klimaarneutraal leven lijden - die braaf de zandzakken vernieuwen en weten waarom soja eten alweer erger is dan een kotelet.  Ik had er bijna voldoende bij elkaar gespaard, en toen dronk ik een fles wijn. Gerecylcleerd glas, maar het kind kon niet hergebruikt worden, dus mijn totale saldo werd toch nog negatief. En nu ligt het resultaat over te geven op de sofa, in lakens die al drie jaar stinken, want extra lakens aan de waslijn kunnen alleen maar voor argwaan zorgen.  Ik staar door ramen die net vuil genoeg zijn, maar wel de blauwe flikkerlichten nog reflecteren. Ze stoppen voor het flatgebouw. Ons flatgebouw.   Later, als het kind in de kast zit en ik de pillen al bijna doorgeslikt heb, wordt er niet bij ons aangeklopt, maar bij de buurvrouw. Ze huilt als ze naar de combi geleid wordt - dat ze van haar af moeten blijven, dat ze het recht niet hebben. Een politieman hoont. Alweer een lijf voor hergebruik. Ik haal het kind uit de kast, wieg het tegen me aan. Verdriet is iets wat de buurvrouw overkomt, die haar kind verkoopt aan Ella June maar zichzelf verraadt met een oogopslag tijdens het ophangen van de was. God verdrinkt daarbuiten, maar ik bedank hem toch. Wij zijn veilig.  

Anke Vandoolaeghe
26 0