Zoeken

Ik zou graag dictator willen zijn

“Papa? Mag ik nog even TV kijken?”... “Natuurlijk lieve schat, naar wat wil je nog kijken voor we naar mama gaan?”   Ik zag haar denken, maar niet zoals ik andere mensen zie denken... Het was de puurste onschuld zelve die aan het denken sloeg. “Zet maar Gert Late Night op papa, heb je dat niet opgenomen? Ik had graag nog eens gelachen met die mislukte talkshow van Gert Verhulst en zijn nicht James Cooke.”   “Wel dat heb ik niet opgenomen lieve schat, ook mijn humor kent zijn grenzen. Hoe komt het eigenlijk dat je geen interesse meer toont in het kijken van Paw Patrol, Bubble Guppies, Dora,....?”   “Papa! Seg! Doe is niet zo raar? Ik ben al wel 4jaar hoor, je zal zelf toch best weten dat wij vrouwen zoveel meer en sneller volwassen zijn als mannen? Ik ben al een grote meid, ik moet niet meer kijken naar van die kinderpromma’s. De tijd dat je mij kon sussen met een Dora die via de verdomse hyperactieve kaart een schatkist probeert te vinden is al even passé als de belofte van Gertje die de bel eens ging maken.”   Vrouwen.   “En trouwens papa, als ik zo eens naar K3 kijk? Dan krijg ik de indruk dat die pubers drugs nemen om zo kindvriendelijk over te komen? Ik denk als je Klaasje tegenkomt in de winkel, dat zij zo een omhoog gevallen trut is. Ken je dat liedje niet van The Clement Peerens Explosition? Foorwijf? Op een gegeven moment zingt onze Clement, en ik citeer - Gij se lelijk foorwijf, trezebees. A verstand zit in a bjuutikees - ... Wel papa? Ik ben er dus zeker van dat er effectief in een bjuutikees meer verstand zit dan in Klaasje zelf. Dat terzijde, wnr gaan we eens naar K3?”     Ze heeft gelijk ook! Pracht van een kind, enkel maar liefde voor jou mijn kleine grote meid. Als ik zo eens regelmatig polste naar wat ze later wou worden klonk het antwoord steevast... “Prinses!” Ik repliceerde nog dat ze dat al is en altijd zal zijn, maar het mocht niet baten. Natuurlijk als meisjes evolueren naar volwassen vrouwen in een tijdspanne van 4jaar? Dan veranderen dus ook logischer wijze de antwoorden op bepaalde vragen. Zo hadden we het vorige keer nog over de uit de hand gelopen betoging in Hamburg tijdens de G20-top... Tussen de spaghetti door polste ik zo nog eens of ze nog steeds een prinses wou worden als ze nog groter gaat worden.   “Ik zou graag dictator willen zijn papa. Ik ben er namelijk zeker van dat mijn opvattingen over het dirigeren van een betere wereld voor iedereen een goede zaak zou zijn. Begrijp me niet verkeerd hoor papa, want ik merk dat je nogal verschiet? Ik zou het beter doen als Pol Pot, Stalin, Koning Leopold II, Hitler, Saddam Hussein, Mao en Steve Stevaert tesamen. Ik laat geen volkeren vermoorden omdat ze mij niet aanstaan. Ik zou een dictatorschap van liefde overbrengen! Samen spelen is samen delen zou de leuze zijn waar ik met ten strijde trek. Geef toe? Als ik nu al een glimlach op iedere passant zijn gezicht kan toveren? Dan is het een roeping om me als zelfstandige vrouw te verdiepen in het grootste probleem dat onze aarde ontsiert. Oorlog. Mag ik later zo een dictator zijn papa? Plz?”   “Zeer graag zelfs lieve meid!”       “Kom, doe uw schoenen al maar aan... Vergeet uw jas niet. We gaan vertrekken naar mama... Ooh wacht, uw toverstok nog lieve schat! Ben er zeker van dat deze nog van pas gaat komen tijdens uw politieke tocht naar het verspreiden van essentiële liefde.”   “Love you papa!” ...   “Love you too lieve schat!” ...

Bart Van de Peer
13 0

Marcel en de roep van de uil

Het gebeurde in het zwart van de nacht. De sterren waren uit de hemel geplukt en ook de maan zat in de plooien van de donkerte verscholen. Marcel lag naar de roepende uil te luisteren. Een krassend, onheilspellend geluid. Hij vroeg zich af wat het te betekenen had. Vreemd genoeg voelde hij zich niet ongerust. Sinds Marie gestorven was, dekte de slaap hem altijd toe met een onbestemde angst – daarom bleef hij in de zetel liggen – maar deze keer bracht de onvoorspelbaarheid van de nacht hem niet van de wijs.   Hij had vanavond de sofa naar het raam gedraaid en vroeg zich af of het daarmee iets te maken kon hebben. Nooit eerder had hij de meubelen verplaatst. En voor het eerst in zijn alleen-zijn had hij ook de televisie uit laten staan, had hij het gedichtenboek dat Marie zo dierbaar was willekeurig opengeslagen en zijn ogen over de letters laten glijden. Tot hij de ongekende duisternis en de roep van de uil opgemerkt had.   Telkens Marcels oogleden dicht zakten, wurmde zijn geest zich terug uit de slaperigheid. Hij wilde niet slapen. Niet nu. Hij wilde het verhaal van de uil kennen, want hij was voorbode van uitzonderlijke gebeurtenissen, als hij Marie’s woorden wilde geloven. Zijn echtgenote mocht dan al vier maanden overleden zijn, hij voelde nu en dan toch haar aanwezigheid. Daarom ook zou hij nooit dit huis verlaten. De herinneringen aan hun leven samen kleefden aan de gebloemde muren, leefden in stoffige kieren en gaten, slopen zijn hoofd binnen langs de vlammen van de houtkachel. Neen, nooit zou Leia, zijn dochter, hem hier kunnen weghalen. Dat wist hij zeker.   Een harde klap tegen het raam deed Marcel opschrikken. Hij hief zijn hoofd op, gooide de deken van zich af en ging rechtop zitten. Er was niks te zien. Niks te horen. Zelfs de uil was gestopt met roepen. Hoewel de schrik er nu toch een beetje in zat, stond hij op en strompelde door de kamer. Hij opende het raam. De nachtelijke wind woei langs zijn wangen. De zwarte uitgestrektheid slorpte hem onmiddellijk op. Ergens vanuit een spelonk klonk een zachte stem. “Marcel…Marcel… waar blijf je? Kom dan!” Hij spande zich in om de stem beter te horen. Was het soms zijn Marie die hem riep? Zag hij daar iemand in de tuin? Die verdomde donkerte! Waarom was deze nacht alle licht uit de hemel geperst?   Hij trok zijn jas over zijn pyjama en liep op de tast langs de gevel van het huis. Hij vroeg zich af of hij iets onder het raam zou vinden.   “Marcel… kom… haast je maar…”   Weer hoorde hij de zachte stem, maar nu dichterbij. Het was duidelijk: zijn Marie riep hem. Hij moest zich haasten. Zo kende hij haar: altijd haast en spoed, terwijl hij liever langzaamaan deed. Toch versnelde hij zijn pas… en struikelde over de losliggende tegel waarover ze zo geklaagd had. Marcel voelde zijn knieën kraken en zeeg neer op de grond. Stilletjes vloekte hij. “Marcel, ben je daar? Ben je daar?” “Ja, hier ben ik!” antwoordde hij boos. “Zou jij je nu eens niet laten zien? We zijn geen kinderen meer, Marie! Je hoeft met mij geen verstoppertje te spelen!” Voor hem verscheen een witte gloed.  Marcels adem stokte. Ze was er echt. “Marie?  Wat loop jij hier in je slaapkleed te doen?” Een antwoord kwam er niet. Wel dichtbij de roep van de uil. Een steek in zijn hoofd. Daarna dekte de nacht hem met een sterrenmantel.   Een hand hield zijn hand vast. “Marie?” fluisterde hij. “Papa…” “Marie, kom eens dichterbij.” “Papa, ik ben het, Leia. Je bent gevallen vannacht. ” “Marie, wat zie ik je graag. Ik ben zo blij dat je er bent, dat ik je weer ontmoet heb…” “Papa toch! Ik ben Leia! Mama is dood!” “Dood? Ik heb haar verdomme gezien. Zij leeft meer dan ik, hoor je me?!”   “Het spijt me papa, maar zo kan het niet verder… Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt, we moeten een regeling treffen.” De hand gleed uit zijn hand. Marcel opende zijn ogen. “Marie, zeg zoiets niet. We slaan er ons wel door… Waarom huil je nou? Er kan ons toch niks beter overkomen dan elkaar terug te zien?” De tranen liepen over haar wangen. “Mijn lieve Marie toch…” De vrouw liep naar de deur. Ze snotterde in haar zakdoek. Ze keek niet meer om.   De nacht was zwart. De sterren waren uit de hemel geplukt en ook de maan zat in de plooien van de donkerte verscholen… Ergens heel ver riep een uil. Luider, alsmaar luider. Vanuit een spelonk klonk een zachte stem. Marcel woelde. Marie. Hij moest naar haar toe. “Ik kom, Marie, ik kom…” Marcel wilde opstaan maar de hekkens aan dit vreemde bed belemmerden zijn benen. Zijn ogen vulden zich met tranen… hij zou te laat zijn om Marie te ontmoeten. Tranen drupten de hele zwarte nacht op het witte laken dat niet eens van hem was…

R Ryckoort
36 1

Zuipen, poepen en den Beerschot... Maar de Lierse gaat voor!

Op reis gaan, ik heb het zo eens geprobeerd. Het moet september zijn geweest zo een 2jaar geleden. Samen met mijn broer Norib en diens wederhelft... Ik heb mij laten wijsmaken dat ik eens moet gaan opletten op vlak van namen in mijn teksten te voegen. Turkije zou de bestemming zijn waar je helemaal “Zen” van wordt. Het was zo een idee om te zeggen van “Ja, dat zal u goed doen Bartje.” Ik raad de mensen aan om het nooit te doen. Ik was een last voor mijn broer, een zak patatten is leuker om u te laten vergezellen op reis. Lam en vet onder de medicatie sliep ik heel de dag, ik was moe, constant. Mss kan ik het ooit nog wel eens proberen nu het allemaal wat beter gaat.   Alsof het tegenwoordig een verplichting is om u te gedragen als een alcoholieker met een ongelimiteerd budget om te reizen. Ik maak me er druk in, al dat “#wanderlust” gezeik. Er is zelfs een tijd geweest dat ik nog eens niet wist wat het woord betekende. Een verslaving om op reis te gaan, het ontdekken van andere culturen. De gelukzakken die nog thuis wonen en jaren hebben kunnen sparen door op feestjes met 20euro toe te komen kunnen zich bekronen met een trip naar thailand en nog van dat Oosters gedoe waar je als Westerling op handen gedragen wordt. De anderen voldoen zich met een tripje naar Budapest ofzo. Ik krijg er pijn van in mijn ballen als ik het allemaal zo mag aanschouwen. Die lelijke foto’s met zonnebrillen waar je over 5jaar nog van gaat zeggen dat het nog al een zicht was. Maar laten we ook maar tegelijk ons als een bende egoïstische, sociaal en milieubewuste hippie’s gedragen als we een statement hard willen maken dat het hoog tijd wordt dat de aarde maar eens moet afkoelen. Ook al willen we er zelfs niets aandoen. Terecht trouwens, ik lig er ook al niet meer wakker van. Ik erger mij nog liever aan jongens zoals Michiel die zich met zijn enkelbroek van Jack and Jones en zijn superstars wil laten meeslepen met tal van die andere op één of ander festival met een matige line up. Dat is leuker. In plaats van de wereldproblemen op die mensen te schuiven. Het is al erg genoeg zo.   In ieder geval, Turkije. Waar nu aanslagen als piekmomenten beleefd kunnen worden was het die week dat, de essentiële Bart van Vlaanderen zich nestelde in één van de vele hotels die het land rijk heeft vooral “tegenslag” dat de plak zwaaide. Het contrast van de rijke gierige Westerling die zich vol show probeert te kijk te stellen door op zowat alle vlakken de grote Jan liggen uit te hangen daar... Kleinere Jan heeft hij thuis gelaten om daar tot inzicht te komen dat we het eigenlijk allemaal niet slecht hebben. Het overbodig genuanceer van de werkende man, zoals ik. Daar ligt de toeristische sector niet wakker van. Ze hebben liever dat je gewoon slaapt in één van de vele hotels daar.   Maar toegegeven, zo af en toe er eens tussenuit kan geen kwaad. Zoals het bij nonkel Blatter deugd deed om het WK voetbal naar Qatar te halen, zo heb ik het enorm naar mijn zin als ik eens een voetbaltripje kan doen. Winnen of verliezen speelt mij geen rol meer. De tijden dat ik mij druk maakte in een resultaat waar er 20 ego’s tegen een bal aan het trappen zijn, en die andere 2 moeite hadden om alle ballen uit hun goal te houden... Dat is al even voorbij. Ik trek er op uit, om plezier te maken, mij niet te veel bezig houden met het feit dat mijn ploeg Lierse er eigenlijk al jaren niks meer van bakt. De glorietijden die ik bewust heb meegemaakt vanaf ik bier begon te zuipen als een grote Jan zal zijn geweest toen ze eens kampioen zijn gespeeld in 2de klasse... Voor de rest sloeg het resultaat nog harder tegen zoals Vanessa Chinitor die nog maar droomde om eigen juwelen op de markt te brengen.   Ik ben overlaatst naar Beerschot – Lierse gaan kijken. Met de bus van Pulle naar het Kiel. Dat is toch een beetje cultuur opsnuiven daar? Ik was niet alleen die er zo over dacht. Sommige denken dat er cultuur valt te snuiven op het WC van de bus of in het stadion. Maar ik geniet met een stel pinten in mijn handen onderweg van het beeld dat de wegen mij geven. Miljaar seg, gecombineerd met halfgaar gebakken moppen en zat gezever kijk ik zo eens rond als de mensen daar ons zien voorbijrijden. De cultuurshock voor de bus van Pulle is het grootste natuurlijk. Als je de pech hebt gehad om in Pulle geboren te worden dan moet je nog minder verwachten van de wereld als ik.   Schaamteloos en nostalgisch zoals ego’s het horen te doen verloor mijn Lierse met 4-0, waarvan ik mss 1goal heb kunnen zien. Zoveel plezier had ik. Nu zo op reis gaan naar het Kiel kost geld. 21euro voor een ticketje, 5euro voor de bus, en dan nog de pinten die betaald moeten worden. Er wordt geprofiteerd als Bart zich eens naar buiten begeeft. 2,5euro voor een jupiler blue. De prijs was al even schandelijk als het spel dat Lierse liet zien. Maar kom, als ik dan zo eens buitenkom boeit het mij allemaal niet. Wat ook een eigenschap is van een verslaafde, geld opdoen als het goed gaat. Evenveel geld opdoen als het minder gaat. Gewoon altijd geld opdoen.   Turkije mag samen met het gat van de wereld ontploffen, geef mij maar een stel pinten onderweg naar een voetbalmatch en mijn broodje is ook gebakken. Net als dat van u, meneer Calpe, mevrouw Izmir, puber Lloret, wijf Chersonissos.   Als er van die primitieve cliché’s als waarheid mochten gelden... “Geld maakt niet gelukkig, je kan het beter opdoen als je het wel of niet bent.” Dan aanvaard ik het zeker.   Roeselare – Lierse? Check!

Bart Van de Peer
257 0

Donker in de westhoek

We zitten in de wagen op weg naar de kust. Op de radio klinkt: "Paulo aime les moules frites, sans frites et sans mayo." Ik lach. "Dat is juist", zeg ik tegen de kinderen. Paulo hield zoveel van frieten dat hij eraan dood gegaan is,  zo dik was hij. De kinderen op de achterbank kennen het verhaal al en zingen uitbundig verder.  Ik kijk weemoedig door het raam en ga in gedachten 20 jaar terug in de tijd. Ik zit als achtjarige samen met mijn zus en marraine in de auto. We naderen Wormhout, een klein dorpje in de Franse westhoek. Of zoals Olga het in het Frans-Vlaams zegt "wormhoed". Olga is de nicht van marraine, mijn grootmoeder, en de schoonzus van Paulo. Mijn zus en ik gaan er samen met marraine het verlengd weekend doorbrengen. Zoals elk jaar voel ik me misselijk als ik de woning binnen kom. Het is er donker en ik hou niet van donker. Ik loop zo snel mogelijk door naar de keuken, daar ruikt het gezellig naar koekjes en Franse koffie en komt er licht door het raam dat uitgeeft op het atelier achter het huis. Olga zit op een stoel en biedt ons koekjes aan. Ze doet haar best om Frans-Vlaams te spreken. Haar haren zijn opgestoken in een knot en boven haar grauwe kleren draagt ze een keukenschort. Met haar grijsblauwe ogen en zachte stem heeft ze iets kwetsbaar. Haar huid voelt aan als het fijnste zijde. Naast de sterke vrouw die marraine is lijkt ze wel onzichtbaar. Olga is getrouwd met Lou. Een kleine pezige man met zwart haar, glanzend van de brillantine. Zijn ogen zijn hard blauw en aan zijn linkeroog hangt een steelwrat in de vorm van een bes. Lou maakt vaak grapjes, maar toch zijn we bang van hem. Achter die grapjes schuilt een zeer explosieve man. Dat weten we. Dat weet Olga ook. Daarom zegt Olga niet veel en zit ze meestal in de keuken. Als wij hier zijn zitten we meestal in de tuin of in het atelier. Het is een lange rommelige tuin. De weg door de wildernis is voor ons een heel avontuur. Helemaal achteraan in de tuin staat een klein groen hutje aan een beek. De beek met de ratten is voor ons verboden terrein. Lou zit heel vaak op een bistrostoeltje aan die beek naar de radio te luisteren. Als hij daar zit weten we dat we hem niet mogen storen. Op zijn voorhoofd staan dan twee diepe rimpels en hij trekt zenuwachtig aan zijn sigaret. Af en toe briest hij er iets uit waar we niets van begrijpen. Na afloop van de uitzending zijn er twee mogelijkheden: ofwel keert hij vrolijk en grappend terug ofwel staat hij op ontploffen. In het laatste geval krijg je van de spanning amper je middagmaal door je keelgat. We hopen dan stilletjes dat Olga niets fout zal doen of zeggen en dat we snel terug in het atelier kunnen gaan spelen. Het atelier heeft een dak uit plastic golfplaten en is daarom de enige ruimte waar rechtstreeks zonlicht binnen komt. De linkergevel staat vol oude vergeelde boeken en tijdschriften met daarvoor een lange werkbank. Rechts staat een oude wasmachine en een groen melkkrukje. Mijn zus en ik spelen altijd „boerderijtje” in dit atelier. De wasmachine is de koe die we zittend op het groene krukje melken. Uit de tuin halen we rode bessen die we tussen de werkbank pletten tot bessensap. Of we pletten de bessen tussen de vergeelde bladeren van de kranten en tijdschriften. Vol verwondering kijken we dan naar de schilderijtjes die de geplette bessen hebben gevormd. Maar vandaag loopt ons spel helemaal fout. We hebben op de knop van de wasmachine gedrukt en het water is beginnen stromen. We proberen het nog zelf op te lossen, maar voor we het beseffen staat de hele atelier onder water. We staan doodsangsten uit bij de gedachte dat we Lou moeten verwittigen. Lou ontploft zoals we hadden verwacht. Hij trekt zijn riem uit en stuurt mijn zus naar boven. Ik moet van Olga en marraine in de donkere living blijven. Ik ben doodsbang en bekijk de bezorgde gezichten van de twee oude dames bij mij in de living. Ik begrijp hen niet. Ze vinden Lou zo plezant dat ze zijn woede-uitbarstingen er zwijgend bijnemen. Wat later kruip ik bij mijn zus in het hoge bed in de donkere kamer. Ik verlang naar huis, naar licht. Ik wil weg van die muffe geur, van die akelige sfeer, weg uit die westhoek waar het donker verleden lijkt voort te bestaan. Lou zijn grapjes zullen me nooit meer aan het lachen brengen en Olga zal eeuwig zwijgend op het wit keukenstoeltje voor zich uitstaren, de koekjesdoos in haar hand als zoete troost. Ik neem voor altijd afscheid.

Fien SB
50 1
Tip

Gurkje leert koken

Gurkje leert koken                     ‘Koos’, zei mam, ‘ik ga een baantje zoeken.’ Het was bij het avondeten, we stopten met kauwen en keken schuw naar pap. Hij liep rood aan, we doken een beetje in elkaar. ‘De jongens worden groot, ze hebben me niet de hele dag meer nodig.’ ‘Ik verdien toch genoeg,’ zei pap. Zijn stem gromde, als een hond aan de ketting. We wisten niet of de ketting goed vastzat. ‘Daar gaat het niet om,’ zei mam, ‘jij hebt je werk, de kinderen zijn naar school. Wat moet ik dan de hele dag doen? Of wil je soms dat ik ga tennissen en sherry drinken?’ Pap ging zonder iets te zeggen van tafel, de grom was in zijn bewegingen gezakt. Hij pakte de krant. Mam begon te bidden, haar bord was nog niet leeg. ‘Meiden,’ zei mam, ‘afruimen en de vaat doen. En doe de keukendeur dicht.’ Harm en Sjaak verdwenen naar boven. We stonden op en pakten pannen, stapelden borden, voorzichtig, beducht om geluid te maken. ‘Doe niet zo ouderwets,’ zei mams stem aan de andere kant van de deur. Paps bromstem was niet te verstaan. We deden de vaat in de aangeleerde volgorde, eerst de kopjes en de glazen, dan de borden en het bestek, de pannen het laatst. De bromstem ging omhoog en omlaag, mams stem klonk steeds sussender. Het water in het teiltje werd viezer. De stemmen uit de kamer daalden tot een gezoem, als van boze hommels. ‘Al goed, doe jij verdomme je zin maar,’ schreeuwde pap, ‘en je ziet maar hoe je het allemaal regelt.’ Een deur sloeg dicht, er werd gevloekt en gestommeld op de trap. We keken elkaar even vragend aan, keerden het teiltje om, namen het aanrecht af, sloten de keukenkastjes. Twee maanden later had mam werk als receptioniste, voor drie dagen in de week. Ze zag er jong uit toen ze het ons vertelde, blij, stralend, een beetje hip.   Het was de derde dag dat mam gewerkt had. ’s Avonds was het stil aan tafel, we aten laat, half zeven. We luisterden naar de tiktak van de klok en prakten onze aardappelen, gebogen over onze borden. Alleen pap en mam zaten rechtop, tegenover elkaar, en zwegen. Ze zwegen hoorbaar, totdat hun zwijgen de klok overstemde. Na het bidden mompelden Sjaak en Harm iets over huiswerk en verdwenen. Wij ruimden af, deden de vaat en gingen boven ons huiswerk maken. Om tien over acht schoot de schelle stem van mam uit. Pap stikte bijna in zijn woorden. Ze hadden het over stofzuigen, boodschappen. Om half negen klapten we de schoolboeken dicht, poetsten onze tanden, trokken onze ponnen aan. Om negen uur sloegen we de dekens van ons af en gingen met ons oor tegen de vloer liggen. Mam gilde ‘Je gunt me ook niks.’ We waren bang dat mam weer weg zou lopen maar er klonken geen deuren, alleen gillende, tierende stemmen. De klok sloeg tien, we hadden maar kort gehuild. Koud geworden, waren we terug in bed gekropen. Pap schreeuwde ‘Ik kan het toch niet gaan doen, wat zullen m’n broers zeggen.’ ‘Ach, jij en die rottige broers van je.’ Er volgde een onbekend geluid, het leek op huilen. Daarna de stem van mam, sussend, die van pap klonk bibberig. In de stiltes daartussen het tikken van de klok.   Bij het ontbijt deelde mam mee dat wij voortaan het huishouden moesten doen, zij kwam daar niet meer aan toe. Ze somde de taken op, dat duurde even. ‘En Harm en Sjaak,’ vroegen wij, ‘wat moeten die doen?’ ‘Die hebben huiswerk,’ zei mam. ‘Dat hebben wij ook.’ Toen zagen we de pollepel naast mams bord en hielden onze mond. We keken op. Harm en Sjaak kwamen binnen, slaperig. ‘Meiden,’ zei mam, ‘je weet het brood en de broodplank te vinden, aan de slag. Sjaak krijgt acht boterhammen mee en Harm zeven.’ We bewogen niet. Pap kwam beneden. ‘Wat kijken jullie verdomme chagrijnig,’ zei hij tegen ons. We keken van pap naar mam naar de pollepel en kwamen in beweging.   Na een week of vier begonnen we een soort van routine te krijgen. ’s Morgens gaf mam aanwijzingen en opdrachten, voor school maakten we de bedden op en smeerden brood voor Harm, Sjaak en onszelf. ’s Middags haastten we ons uit school om boodschappen te doen, het huis aan kant te krijgen, te koken. ’s Avonds na de afwas zetten we koffie voor pap en mam en maakten boven ons huiswerk. Op zaterdag streken we en op zondag gingen we naar de kerk. Het meeste deden we zoals mam het bedoelde, dachten we, hoopten we. Het koken ging niet altijd zoals pap het bedoelde, de aardappelen brandden aan, het eten was te laat klaar, we waren het zout vergeten. Smoesjes, smeekbeden en excuses hielpen dan niet. De volgende dag deden we nog beter ons best, met een steen in de buik.   De kerstrapporten kwamen. Wij hadden zevens en achten, net als Sjaak. Harm had een vier, voor gym. Pap gebood hem te bukken, Harm zei nee. Pap haalde uit, Harm weerde diens hand af en sloeg hem vol op de bek. Wij sloegen een kruis en vreesden Gods oordeel. De bliksem bleef uit, de aarde scheurde niet open, pap vloekte, sloeg met de deur en ging een eind fietsen. Harm grijnsde. Met Kerstmis was alles weer normaal, het stalletje stond, de kaarsen brandden en we aten witlofsnot en ander feesteten. Mam had gekookt. Begin februari hadden we te weinig suiker in de appelmoes gedaan. Pap gooide een lepel naar ons, miste. Er brak iets bij ons, van binnen, een dam ofzo. We dachten aan de kerstrapporten en stonden op. Ik mat Corrie met mijn ogen en zij mij met de hare. We waren kleiner dan pap. Harm en Sjaak stonden op. Pap zag ze rijzen en stond bewegingloos. Toen stortte bij mij de vloed naar buiten. ‘Doe het voortaan zelf, klootzak, als je het beter kunt. We zijn verdomme je dochters en we doen ons best maar Jezus Christus, het is nooit goed genoeg. Er kan toch godver wel eens een complimentje vanaf, of een bedankje.’ Ik stampvoette en gooide mijn bord op de grond, het brak voor zijn voeten in stukken. Harm zei ‘Gurkje’ en maakte een gebaar van tegenhouden. Er zat een tafel tussen en trouwens, ik was nog maar net begonnen. Ik schold pap uit voor huistiran. De ader bij zijn slaap klopte vervaarlijk, het deerde me niet, ik smeet er woorden uit als oudbakken fascist en rechtse zak en stampvoette weer. Corrie was stokstijf blijven staan, nu zeeg ze terug op haar stoel en begon te huilen. De aanblik van mijn bibberende, jankende zusje werd me te veel, ik viel stil, verward, trillend, niet wetend of ik de scherven zou opruimen. Corrie snikte met een snorkende uithaal en ineens wou ik haar troosten, beschermen. Onvast legde ik een hand op haar schouder. Harm haalde de suiker uit de keuken en deed er een schep van in de appelmoes, grijnzend. ‘Ziezo.’ Sjaak ruimde de scherven op. Iedereen ging weer zitten. We aten Saroma als toetje. Bananensmaak.  

Marijke Roza-Scholten
7 2

Ze horen er niet bij

Ze horen er niet bij, die Puerto Ricanen. Alsof een aardbeving iets zou veranderen aan het feit dat het gewoon gaat om een gepest kleutertje dat in de hoek van de klas staat waar de klappen vallen. Heel de wereld moet ook niet wakker schieten dat onzen Donald te laat in gang schoot. Als ik zelf al vragen had of Puerto Rico wel degelijk tot Amerikaans grondgebied behoort? Dan valt het te begrijpen dat het als fake news beschouwd kan worden wat zijn adviseurs hem in het oor fluisterden.   Als het een troost mag zijn voor mijn vriendjes in Puerto Rico... Ik hoorde vroeger ook niet bij “De Dauwtrippers”, een vereniging die wandelzoektochten organiseert ten voordele van de liefdadigheidsinstelling “Aids tegengaan door ontkenning.” En kijk nu? Ik hoor er nog steeds niet bij.   Maar ik begrijp hen wel hoor, die Puerto Ricanen toch. “De Dauwtrippers” is een ander verhaal. Ik heb wel ander dingen te doen op een mooie, koude zondagmorgend om 07h. Niets dus. Maar ergens bijhoren en u niet aanvaard voelen is voor niemand leuk. En al zeker niet als het gaat om het dak van plastic afval dat op uw hoofd is terecht gekomen, en er niemand komt helpen. We hebben hen toch al geholpen met eerst afval de zee in te dumpen zodat ze tenminste al eerst een dak boven hun hoofd hebben voor het geval er ooit eens een aardbeving mocht komen.   “Hoe voelt het eigenlijk Bartje? Als je zo teksten schrijft? Er niet echt bijhoort op dat vlak bij andere mensen? Blijkbaar is uw vunzige praat waar je ons met terroriseert in uw teksten net hetzelfde als je daadwerkelijk praat met ons, die mensen dus?” Ja dat is waar, op het arrogante af, als ik daar al niet ben over geweest. De bevestiging die ik mezelf eens geef door aan alles het schijt te hebben... euhm... Ik nodig zeker niet uit voor een leuk gesprek als ik zo in die bui zit. Hoewel ik me vroeger zelf wel genoeg heb uitgenodigd voor er bij te horen. Naar van die verhalen proberen te luisteren van de stoerste jongens op het school bijvoorbeeld, zeg maar the outlaws op bromfietsen. Al een geluk heb ik me ondertussen kunnen onderscheiden.   Ik hoor er niet echt bij zie ik jullie denken, maar die rol vind ik niet erg. Het is een beetje het omgekeerde als van die muziekgroepjes waar alles rond één iemand draait. Destiny’s Child, wat deden Michelle en Kelly eigenlijk in dat popgroepje? Blij zijn met warme lucht te mogen blazen in de microfoon? Om dan een gooi te doen naar een mislukte solocarrière met een klein zomerhitje hier en daar? Dan ben ik liever Beyoncé van in het begin, zonder een groepje aandachtszangeressen op de achtergrond.   Natuurlijk in Puerto Rico zit het anders, daar heb je een eiland vol met van die achtergrondzangers. Beweren dat ze bij Amerika horen, dat is de theorie alvast. In de praktijk ligt er in Amerika niemand echt wakker van dat daar plasic daken de lucht zijn ingevlogen.   Je kan maar beter Beyoncé zijn vanaf het begin, en niet via een underdogpositie u naar boven proberen te werken vol twijfels en systematisch beklag waar niemand een oor naar heeft. Zelfs niet als je zou fluisteren.   Ik ben Beyoncé. Al van het begin.

Bart Van de Peer
0 0

Bart zegt nee!

Inspiratie vinden is niet altijd zo evident als je pakweg Stacey zou heten. Al een geluk ben ik dus niet Stacey maar Bart Van de Peer. En heb ik dus altijd wel ergens een zwart gat dat gevuld kan worden met inspiratie. Het is verdorie een zware last hoor, liggen rondlopen en denken van “Over wat kan mijn volgend verhaal gaan?”   Het gaat in ieder geval deze keer niet over luchtige zaken als zelfmoord of Chinesen die een hold-up plegen op onze Belgische frituren, Jimmy Frey die onder invloed van speed Chokri omverblies op Pukkelpop, Geertrui van Greenpeace die mij de overbevissing aankaartte aan de Lidl in Zandhoven, ik die nostalgisch 2000 jaar oud ben en de toren van Pisa nog recht heb weten staan,...   “Omai Bartje? Over wat gaat uw tekst dan wel deze keer? Want van de titel -Bart zegt nee! - krijgen we geen hoogte.” Het draait om filosofie, de kunst van het verlangen omzetten in kennis en wijsheid. Althans zal dit zwaar en nog heter hangijzer veel vragen doen oproepen, en het gwn bij vragen laten want er zijn geen zinvolle antwoorden.     Ik liet mijn gedachten eerst struikelen om dan te vallen op iets wat een collega van mij zei “De kracht van de baarmoeder! De kracht van de baarmoeder zeg ik u!”... Helemaal over zijn toeren vroeg ik hem “Rustig Svennie, wat is hier allemaal aan de hand?” Ik ben het allemaal een beetje gewoon aan het worden dat een aanraking met het orakel, ik dus, voor rust en vrede kan zorgen. Zachtjes streelde Svennie mijn voorhuid euhm voorhoofd. De druppels zweet waar ze vroeger slaapmiddelen van produceerden doen nu meer hun werking als zijnde openbaring, en de kunst om uw problemen of zorgen aan te kaarten in de vorm van woorden ipv opgekropte frustratie die tot niets leiden... Of is het lijden?   Ik nam mijn nat washandje uit mijn schoofzak voor hem, samen met een banaan en een blikje cola. “Kom Svennie, zet u eens op de schoot van Bart de kuiper die mss nooit kuiper had moeten zijn. Waarom verkondig je die woorden waar de mensen op een koopzondag in Antwerpen massaal van gaan lopen, als ze zo iemand tegenkomen op de Meir?”   Svennie begon over het feit dat er hier in België, en wss nog in andere Westerse landen, moeders met een drugproblematiek kunnen opgevangen worden samen met hun kind in de psychiaterie. Moeder en kind krijgen onderdak en aangepaste hulp aangeboden. Nu idd, daar is niets mis met. Terecht dat deze mensen geholpen moeten worden. Maar ik stel mij een vraag waarom we het normaal vinden als moeders van die faciliteiten kunnen genieten en vaders met dezelfde problematiek dan weer niet? Niet dat een moeder aan “den bruine” een sociaal aanvaardbaar iemand is natuurlijk, maar dat is een vader aan “den bruine” nog minder. De publieke opinie die steeds gerecycleerd wordt leert mij dat er zich alleen maar vragen bij gesteld kunnen worden waar er simpelweg geen antwoorden voor zijn. Kan er mij iemand een vader aanduiden die samen met zijn zoon of dochter in de psychiaterie heeft gezeten toen hij een junkie pur sang was? Lijkt mij onbestaande. Het is normaal dat we denken... “Moeders hebben een intensere band met hun kind, ze dragen het al een ganse zwangerschap”... “Moeders en de baarmoeder? Dat is de natuur.” Of nog van dat gezaag dat alleen maar als geruis mijn oren bereikt.   Ik zal jullie is iets zeggen. En ik zeg nee! Nee, dat is niet normaal dat we zo denken. Het is niet zozeer een gegeven van de kracht van de baarmoeder die een rol speelt, maar wel die van gewoonte. Een vader met eenzelfde probleem wordt verstoten door een maatschappij waarin de grap uitdraait op “the war on drugs.” Gewoonte. Wij, de mensen die gelijkheid als een naïve weerspiegeling van onszelf willen doen uitschijnen om het verdomse zo hard te pamperen dat uw geweten er rein van wordt. Je kan beter uw tong zijn werk laten doen met mijn voorhoofd ipv die sussende woorden uzelf wijs te maken. Niemand is gelijk.   Moeders en vaders zijn niet gelijk. Het zou hetzelfde zijn als we de vraag zouden stellen wrm juist nu net negers slaven zijn geworden vroeger. Omdat ze zwart zien? Omdat het de natuur is? Of is een rassenkwestie waarin er ook geen gelijkheid is niet hetzelfde als de stelling dat moeders en vaders niet als gelijkwaardig bestempeld worden. Rascisten zien ook alleen maar wit zeker? En mensen die rechts haten zijn zelf geen haatdragende mensen zoals diegene waar ze niets van moeten weten.   “Gelijkheid!” roepen we alleen maar als het ons uitkomt. Het is de mop van lesbo’s die zich eigenlijk altijd maar bewust als man willen kleden met de stretch in hun oor van 6mm, skinny jeans, nike sloefkes, een t-shirt van Star Wars, en wax in hun haar. The devil in disguise, die vuile lesbo’s.   Het is een verdomd excuus geworden dat “gelijkheidgezever”... Van die allochtonen moskeekoorknapen die met hun tienen een BMW hebben gekocht, coke verdelen onder de rascistische witte man, alle soorten vlees naar binnen rammen, pinten zuipen, feesten in de la rocca, nog nooit van de Ramadan gehoord hebben,... Zullen zich ook alleen maar als gelijke willen doen uitroepen als ze zich zelf in de rol van geviseerde minderheid profileren. Een klucht.   Over het filosofisch kantje van deze tekst is het dus dat er zich geen zinvolle antwoorden kunnen plaatsvinden in de vraag waarom moeders anders behandeld worden als vaders wnr ze dezelfde problematiek ervaren. Mss ook even een leuk intermezzo, ik zag vandaag op het nieuws dat vrouwen van Saoedi-Arabië eindelijk kunnen beginnen met het behalen van een rijbewijs... Ik ben vooral nieuwsgierig naar waar ze uiteindelijk gaan rijden met den auto? Zou het iets veranderen aan het feit dat vrouwen daar geen kloten... haha vrouwen en kloten... hebben te zeggen? Blij worden ze daar met een pleister op een houten been. Komaan Ann Christy! Laat de boxen maar eens krijsen ginder achter! “Dat heet dan gelukkig zijn! Een autodeur die plots opengaat! Dat heet dan gelukkig zijn! Waardoor je weer hopen gaat! Dat maakt je blij, maakt je blij, maakt je blij!!!!”   Omdat ik, en dus niemand een zinvol antwoord klaar heeft. Wou ik alles betrekken in een heus absurd complot waarom die moeders dus van een zekere voorkeursbehandeling genieten. In één van de geheime afleveringen van FC De Kampioenen bleek dat Oscar en Pico tevens de vaders waren van Marckske, die op dat moment nog geen radio maakte trouwens... Details. Hij is nog steeds verslaafd aan heroïne, wat veel verklaard van de Willy Wartaal die deze nozem al jaren ligt te verkondigen. Oscar sloeg en misbruikte de moeder van Marckske niet alleen, Pico Coppens was er ook bij. Hopeloos na het jaren mishandelen van de moeder zonder naam werd ze zwanger. Tijdens een wilde nacht met deze 2legendes, werd er raak geschoten net toen Boston door de radio knalde met de hit “More than a feeling.” Een toevlucht in heroïne is de moeder fataal geworden, en met Marckske is het nooit goedgekomen. De producenten hebben destijds zo zwaar lobbywerk ineengestoken om er voor te zorgen dat het met de moeders zonder naam nooit meer zover zou komen. Het is toch verdacht dat Oscar van het toneel verdween? En dat Pico Coppens zich na zijn carrière bleef vol proppen met het extract van de papaver in een caravan? Verdacht toch dat deze vaders van Marckske geen passende hulp hebben gekregen? Zo absurd is mijn complot nog niet.   Het is allemaal de schuld van FC De Kampioenen!

Bart Van de Peer
2 0

Een rage

De definitie van een rage is... "Iets dat tijdelijk populair is." Helaas zijn tattoos niet tijdelijk. Tenzij je uw lichaam wil bekladden met van dat Hennagepuber. Zelf heb ik geen tattoos, allé voorlopig toch nog niet. Ik wil niets hebben dat tijdelijk populair is. “Seg Bartje? En de naam van uw dochter? Is dat niet origineel?”... Ik heb geen tattoos nodig om te weten waar mijn kind thuishoort. Ik heb geen tattoos nodig om anderen te laten weten dat ik mijn beste vriend Pieter mis. Ik heb geen gedachten nodig die in een vorm van inkt op mijn kurkdroog lichaam anderen moeten zien op te vallen. Ik hoor simpelweg niet thuis in het rijtje van mensen met tattoos. De eeuwige ham met kaasvraag is natuurlijk of je er later geen spijt van zult krijgen...Ik zou iets anders willen hebben wat nooit tijdelijk is... Humor bijvoorbeeld. De olympische ringen op mijn schouderblad was en is een leuke fantasie... Kunnen opscheppen dat ik als 12jarige bengel nog heb gezwommen in Sydney 2000...  Maar de stap effectief zetten naar een man met een vaste hand die zelf volhangt met tattoos en een berg rondellen in zijn oren, lippen, neusgaten heeft ... Eerlijk gezegd? Ik schrik daar een beetje vanaf. Niet van het fysieke, maar eerder het stereotype. Iedereen heeft dezer dagen tattoos. Van bloemen tot namen, Romeinse cijfercombinaties, Latijnse quotes, sterren, spinnenwebben, rozen, duiven, konijnen, ezels, egels, zwanen, kippen, geiten, walvissen, stenen, balen stro, tractors, boten, poorten, pelikanen, granaatappels, rode bieten, knolselder, schatkisten, strikjes, hondenpootjes...   In wat kan ik mij dan nog onderscheiden als verdorie iedereen al een tattoo heeft laten zetten? “Ja maar Bartje, je schrijft toch al leuke teksten? Daar onderscheid je u toch al in?”... Zeker weten! Maar ik moet verdorie nog meer hebben. Ben meer en meer wetenschapper aan het worden in de ongeletterde letterkunde van wat de mensen hun verhaal is. En als een tattoo een heel verhaal vertelt van u? Dan ben ik zeer benieuwd. Ik ben één en al oor voor jullie hoor mensen. Oprecht.   Het verlies van een familielid, vertel mij er meer over. Zelf heb ik mijn beste vriend verloren door zelfmoord. Het was een andere legende uit Oelegem, zelfs toen hij nog leefde. Hij was Pieter, beste vrienden kan je pas zeggen als de vriendschap abrupt tot een einde is gekomen. Natuurlijk is de dood wel een zeer brut gegeven om het zo te symboliseren. Maar dan besefte ik pas eens te meer dat hij echt wel mijn beste vriend was en altijd zal zijn. Ondanks dat hij verdomse enkele keren mijn tenen serieus heeft platgetrapt, stoten heeft aangevangen die desastreus waren voor het verloop van zijn leven, maar ook dat het tot onrechtstreekse gevolgen heeft geleid dat het leven van anderen tot een dieptepunt zijn gezonken...   Zelfmoord is geen rage, is geen tijdsgebonden tafereel dat zich alleen maar plaats vindt als er vraag naar is. Het is niet zoals die Japanner die Pokémon Go uitriep tot hype van het jaar 2016. Zelfmoord is brut, is een antwoord formuleren op iets waar er nooit een gepaste vraag op aangeboden is geweest. Het is ook niets laf, ik wil het niet verheerlijken, zeker niet... Het is een kreet die wordt uitgeslagen naar dove mensen die later liegen dat ze hebben het gehoord. Als er elders het geluk zich kan bevinden in het geven van een balpen aan een kleine hongerige neger in allé allé Zimbabwe... Dan is het woord geluk eens te meer een complex vraagstuk waar iedereen koortsachtig naar een antwoord opzoek is hier, in het “rijke Westen”. Tevredenheid is het antwoord dat (tussen haakjes) diep verstopt, in een codetaal zit waar zelfs de Engima het loodje zou leggen als het er nog maar een poging aan zou ondernemen om het te vertalen naar een taal die u zich het beste uitkomt.   Mensen die zelfmoord plegen, of pogingen hebben ondernomen... Die hebben zich vol overgave bezig gehouden met het kraken van de code “geluk” zonder een electronisch codeermachine zoals “de Enigma”... Er bestaat geen toestel die ons kan vervangen of helpen naar het zoeken van “the pot of gold”... Verwacht dat aub ook niet. Je zal het moeten doen met wat je hebt. Ik heb altijd gedacht dat ik het wel beter wist dan wat ik tegelijk altijd heb proberen te ontkennen.   Soit, tattoos staan garant voor iets tijdelijk, het moment “nu” dat je ze laat zetten en dat gaat verheerlijken om vervolgens te beloven dat je het altijd even leuk zal vinden. Maar een rage blijft een rage. En stiekem wil ik er zeker aan meedoen, maar het zullen ogen op mijn gat worden, of die olympische ringen van de tijd dat Fredje Raketje al op retour was in de bloemenzaak van zijn moeder. Het zal iets worden dat nooit een rage zal zijn, maar een standaard gegeven. Humor dus.   En dat mijn opvattingen over bepaalde zaken bedenkingen kunnen oproepen bij diezelfde bepaalde mensen? Ja jij daar gepensioneerde zagevent die alleen maar aan den band des levens heeft gestaan int fabriek in den tijd... De rij van mensen die staan aan te schuiven voor men kloten te kussen is lang, maar u laat ik met plezier voor steken om men gladschoren zak eens te bewonderen. Uw oor er tegen houden zal de zee niet dichter bij brengen, maar je zou eens moeten rieken. Zijn het trouwens niet mensen als jij waar de apen in de dierentuin nootjes naar gooien?   Of wacht jij daar, Hollebolle Gijs met de booster onder zijn fake Armani schoenen. Ik ben er zeker van dat je niet alleen papier hebt gegeten in de Efteling. Vertel mij liever eens de mop van de opvoeding die je hebt gekregen van uw soortgelijke kansarme moeder?   Hebben wel gelachen hoor. Allé ik toch, jij niet Hollebolle Gijs.

Bart Van de Peer
38 0

Rijbewijs

Het werd hoog tijd. Volgende maand, wnr de nationale feestdag weer samenvalt met mijn verjaardag... 11oktober dus, krijg ik de eer om welgeteld 29kaarsjes uit te blazen van de taart die mijn moeder niet klaar heeft staan als ik het ouderlijk huis bezoek. Zo een groot feest hoeft het trouwens ook weer niet te zijn. Ik zal het nog wel een paar keer in mijn leven deftig uithangen, maar een 29ste verjaardag is nu ook weer niet zo speciaal. Ik plan om het varken uit te hangen als ik de kaap bereik van 30jaar, dat is zo een ongeschreven regel in het leven dat je met uw 18de en 30ste verjaardag een heus feest gaat geven. En bij voorkeur zijn het dikwijls vrienden die er een heus verrassingsfeest op nahouden om u met een list ergens te kunnen droppen waar er een heel feestje voorzien wordt voor u dus, de jarige.   In elk geval, zal deze 29ste verjaardag er mij wel aan herrineren dat ik mij al 10jaar in het trotse bezit mag beschouwen van een rijbewijs type B. En dat moet zeker gevierd worden. Ik ben slecht in verrassingen geheim te houden en pas te overhandigen wnr de tijd er rijp voor is. Ik doe mezelf alle eer aan door het jubilieum te vieren met een tekst. Als dat geen shitty cadeau is?   Is 10jaar trouwens ook al geen relevante tijdspanne dat ik er nog even nostalgisch mag overdoen dat het in 2007 nog niet zo moeilijk was om een rijbewijs te halen? Ik was maar 2x gebuisd voor zowel het theoretisch als het praktisch examen. Dezer dagen is het nog moeilijker geworden, en al zeker als je mijn verstand en onzekerheid van toen zou kunnen overhandigen aan een jonge knaap van 19jaar anno 2017.   Mijn eerste wagen, was een Renault Clio. Nu een wagen kopen, dat gaat meestal gepaard met een stel goede voornemens. Deze voornemens gaan al even snel voorbij zoals de prijs die zakt van uw wagen als je er nog maar met naar buiten rijdt van de garage. Ik ging bijvoorbeeld niet roken in mijn auto, hem netjes houden, er niet onder invloed met rond rijden. Voornemens zijn naïef, ze zijn niet alleen kinderlijk en fantasierijk. Ze willen ons laten geloven dat oude gewoontes slechts oud zullen blijven. Met dat in mijn achterhoofd begon ik maar gewoon te roken in mijn autotje, kuiste hem hoogstens één keer op een jaar, werd verschrikkelijk lui door alle afstanden meer dan 25meter af te leggen met mijn Clio. Pinten pakken deed ik ook met mijn partner in crime. Belachelijke naam trouwens “Clio”.   Vanaf het grote avontuur kan beginnen dat je over al onze wegen kan gaan bollen hier in België en omstreken zijn er wel enkele zaken die je niet in de hand hebt. Het zijn zaken die teleurstellingen tot een gevolg dragen, namelijk de andere generatie die ook in het bezit zijn van een rijbewijs type B. Linksrijders, de bejaardenbond, moeders, vrouwen, homo’s... Er zijn naast files dus nog veel meer frustratie’s te bespeuren op de baan. Ik probeer mij de laatste tijd niet meer zo druk te maken in zaken waar ik geen controle over heb, maar als ik mezelf onder stress zet kan ik het niet laten om iedereen onderweg eens goed uit te schijten. Ik bereid mij mentaal al voor wnr ik eens moet uitstappen aan de volgende verkeerslichten, de action pants van Chuck Norris uit mijn koffer haal, de bandana van Rambo gecontroleerd over mijn hoofd vastmaak... En vervolgens enkele rake klappen uitdeel.   Het kan natuurlijk nog altijd erger, want toen de wegcode werd geschreven was er van Bart Van de Peer nog geen sprake. Ik had het veel beter gedaan... Voorrang van rechts kon mijn kloten kussen, ritsen deed je maar beter op tijd, camions reden enkel maar ’s nachts, voor mij werd het nooit rood licht, geen flitsmarathons om de staatskas te spijzen,...   Maar het ergste moet nog komen, voetgangers op kop van het leger des heils der zwakke weggebruikers. Het is blijkbaar een even groot zwak om voor de minderheid, de klagers, een gans wetboek speciaal aan hen te besteden. Ik snap niet dat er nog geen zebrapaden op de autostrade worden voorzien. Ik sta tegenwoordig op de lokale wegen mee aan te schuiven tussen letterlijk 100auto’s om mss een glimp te mogen opvangen van een bejaarde kwijler, en een moeder die met haar kroost oversteekt. Tegenwoordig brandt een rood licht ongeveer 13minuten. In vergelijking met het geluk dat je mag hebben als je toch eens zo een klager kan zien oversteken is dat verdomd een zeer klein gegeven. De kans dat ik morgen Euromillions win is groter dan dat ik van het andere gegeven eens getuige mag zijn.     Maar natuurlijk, een democratie is gebouwd op de fundamenten van een bende klagers over fijn stof, rokers op café, files, de overkapping van de ring in Antwerpen, de sinksenfoor op het zuid, het klimaat, ... Zwakke weggebruikers zijn klagers. En klagers krijgen altijd gelijk.   De wet van de sterkste of die van Murphy is voor rascisten. Als ik ooit zo eens een voetganger tegenkom zal ik er eens mijn gepeperde mening aan vertellen. Den afgekapte boom in vuilen aap! Over apen gesproken, ik zag vandaag op het nieuws dat minister van migratie Theo Francken bakken kritiek kreeg omdat hij Soedanese illegalen wil laten identificeren door een compartiment van diezelfde regering. Nu luistert goed, Soedan daar is het warm. Maar nu ook weer niet zo plezant warm als in Bodrum tijdens september. Er is daar een luguber figuur aan de macht, met name Omar al-Bashir... Basshie voor de vrienden. Deze man hebben ze in Den Haag al eens willen vervolgen voor de genocide in Darfur. Ik kan snappen dat mensen, apen, vogels, en nog van die dieren die alleen maar in Afrika voorkomen naar hier willen komen ondanks de regen.   Maar hoeveel stof er daar ook mag zijn, ze hadden vast niet verwacht hoeveel stof hun komst hier zou doen opwaaien. Er zouden 60 van die Soedanesen hier in België zitten, waarvan er 1 op de 2 een asielprocedure met onderscheiding kan afwerken. Dus als je dacht dat het examen voor een rijbewijs moeilijk is moet je maar eens polsen bij die bende negers hoe moeilijk het is om hier in fort Europa te willen komen wonen... Niet zo supermoeilijk me dunkt.   In ieder geval, de regering is niet tevreden over de communicatie waar onze Theo zich onderscheid van zijn andere collega’s. Over zijn manier van aanpakken werd echter niet gemoved, het waren klagers zoals de hooligans van écolo die van zich lieten horen. Theo werd met een nazi vergeleken.   Heel het land op zijn kop omdat er uiteindelijk 30 illegalen van Soedan in Brussel wat verlopen liggen te lopen. 30man... Een bus vol... Daar klagen ze hier over. En iedereen springt mee de bus om hun mening zeker eens te laten horen. Geen nood, iedereen komt aan de beurt. Als je een klager bent tenminste.   Maar is er hier iemand die voor mijn belangen eigenlijk opkomt?   Ahja wacht, dat ben ikzelf.

Bart Van de Peer
0 0

Uw maatschappij? Daar zit ik ook in

“Zeg mij eens Bartje, heb je nog over andere zaken een mening die je maar al te graag wilt delen op het wereldwijde web?” vroeg ze zeer oprecht. Het leek toch zo. Dus ik probeerde een gepast antwoord te geven. “Ja hoor, ik heb een mening over mensen met witte sokken in hun sandalen zoals jij, de parochiefeesten van Oelegem, de pannekoekenbak van de scouts, het schuldgevoel dat ik heb als ik weer maar eens iets bestel bij Zalando... Maar doe mij maar eerst een halve kilo van jullie gehakt die ik zo meteen in de spaghettisaus ga draaien” Ze leek een beetje verrast door het vlotte antwoord waar ik haar met bediende toen ze nogal nerveus haar lepel in het gehakt stak, om een poging te ondernemen om in 2keer perfect af te kiepen op 500gram...   “Wendy is uw naam toch? Ik weet dat uw man de naam Koen draagt, er zijn nog al een hoop verhalen die de ronde gaan als ik hier wat verderop een pint ga scheppen in de kroeg... Naar het schijnt heeft hij eens gekust met een gehandicapt meisje van 20jaar met carnaval, ze was niet verkleed en dat was het ergste. Maar allé van horen zeggen, hoorde veel natuurlijk é Wendy?”   “Mijn naam is idd Wendy, mijn man en ik zijn uit elkaar, maar we runnen nog wel deze slagerij samen... Je zal zelf weten hoe het gaat in een dorp als Oelegem é Bartje? Het zal u wss niets verbazen dat ik uw naam ken? Moet je nog iets hebben Bart? Het is vandaag hamburgerdag, 3kopen is 1gratis.”   “Nee bedankt, ik kom eigenlijk hier maar gehakt kopen omdat ik er een autistisch trekje op nahoud dat ik voorverpakt gehakt niet leuk vind. Ik ben ooit eens toen ik klein was ziek geweest van het eten van een curryworst. Sindsdien, eet ik geen curryworsten meer. Verleiding is er eigenlijk ook niet meer geweest hoor Wendy als dat als een geruststelling mag tellen voor u. Dat jullie slagerij afrip 1ste klasse is neem ik er maar bij”   “Dat is dan €3,88 aub...”   “Ik vraag u de rekening Wendy, ik vraag u niet hoeveel het kost om deze tent over te nemen!” Al een geluk kom ik er nog vanaf met een mopje... In plaats van een kans te benutten om een vraag te stellen waarom ik een schuldgevoel heb telkens ik iets bestel bij Zalando, verstopte Wendy zich maar achter de rol van de vrolijke slagersvrouw die bedrogen werd door een man die een zwak had om onschuldige wannabe adolescente vrouwen te kussen op carnaval.   Ik voel me schuldig als ik iets bestel op Zalando omdat ik weet dat de werkomstandigheden daar allesbehalve zijn, mensen die daar werken zijn niet gelukkig. En diegene die dat wel beweren te zijn? Die zijn nog minder gelukkig dan de rest die daar hun tegen hun zin de shiften tot een eind brengen om dan thuis te komen en vrouwlief met een Tefalpan de kop in te slaan.   Ik ben met momenten nogal gewend aan het dragen van verschillende merkkledij. Nu dat kost geld, ik heb hier zo een polo liggen van Hackett. Het koste mij €90 om het ten huize Van de Peer te krijgen. Dat is veel geld voor iets dat me even gelukkig kan maken. Ik voel me één op dat moment met deze geplaagde maatschappij waarin “kopen” en “graag gezien” worden de nummer 1 delen. Het is een totale verrassing als mensen als ik er dan nog eens over gaan schrijven ook. Bart zou Bart niet zijn mocht hij daar zijn hoofd niet over breken. Ik stel mezelf constant in vraag. Waarom doe ik dat eigenlijk? Niet het in vraag stellen van mezelf maar waarom hecht ik er belang aan om verzorgd voor de dag te komen... Het feit dat ik mijn geweten probeer te sussen dat mijn aandeel niets bijdraagt, laat staan mijn standpunten halfhard probeer te maken waarom het een vergiftigd geschenk is dat ik kledij bestel op Zalando.   Zinloos.   Soms moet ik mezelf maar eens wat meer proberen bij te brengen dat sommige vragen waar ik met zit even zinloos zijn als ik ze nog maar effectief zou stellen. Niemand is er dezer dagen met gedient om een vraag te krijgen van... “Zouden er echt vrouwen wakker worden die met een tas koffie staan te dansen in lingerie en erbij vermelden dat ze een bad hair day hebben?”   Die zaken zijn een gewoonte geworden, het is normaal om ons allemaal beter voor te doen dan we eigenlijk echt zijn. Begrijp mij niet verkeerd, ik wil ook niet altijd even “eerlijk” overkomen, natuurlijk moet ik zelf ook eerst een uur liggen piekeren wnr ik een foto op facebook post, of een selfie trek om mijn instagram vol te proppen. In een maatschappij die we zelf hebben gevormd, daar moeten de stemmen van de mensen die er beklag op hebben maar gezellig meedraaien ook niet te hard uitgesproken worden.   Er zijn geen morele regels die gehanteerd moeten worden voor we onze facebook als een bende voyeurs gaan checken op zoek naar verschillende nutteloze zaken. Ik krijg het bijvoorbeeld benauwd van als mensen iets zeggen van “allé dat zet je nu toch niet op Facebook...” Het zijn net die zaken dat verdomse een referentie zijn, iets waar we onze vingers van aflikken als we dagelijks Facebook opendoen. Waarom zou ik er dan vragen over stellen? Omdat het een verslavend, geluk gevend middel is geworden dat ons allen bereikt. De dag dat je geen like meer krijgt voor een foto van uw geliefd kind, een leuk liedje, een mooie foto,... Dan stel ik niet alleen meer de vragen, maar dan is het aan jullie om de gemakkelijkste weg te kiezen en de schuld te leggen bij de wereld, de maatschappij waarin we verkeren, en met een middelvinger te wijzen vol teleurstelling dat we niet meer zo innovatief zijn als het aankomt om ons dieet, gymlessen, sportclubs te delen op sociale media.   Facebook is fake news, net zoals het echte sociale leven vanaf ik mij nog maar buiten begeef.   Maar zo fout hoeft fake niet te zijn.   Zijn er trouwens geen leuke quotes die ik kan vinden om het dragelijker te maken?   "# It cuts like a knife when I tell you to get a life." Fluisterde ik tegen mezelf toen ik genoot van het buitensporig gedrag van Koen den beenhouwer.

Bart Van de Peer
0 0

FANTOOMPIJN

‘Vilayanur Ramachandran,’ zegt hij. Ik weet zeker dat hij het uitspreken van die naam talloze malen heeft geoefend, net zolang totdat hij terloops uit zijn mond kwam. ‘Hij heeft de spiegeltherapie…’ ‘Ik weet wie hij is,’ lieg ik. Hij knikt beschaamd. ‘Natuurlijk.’ Maar ik ken Andriesse goed genoeg om te weten dat hij me dolgraag uitleg wil geven. In het personeelsrestaurant heeft hij me meer dan eens verveeld met zijn gebazel over ‘mirror visual feedback’. Ik heb hem er toen fijntjes op gewezen dat het bewijs dat de therapie wérkt niet overtuigend is. Het voelt als een straf dat ik hier nu ben. Ik volg zijn blik naar de tafel. ‘Toe, ga zitten…’ Alsof hij me uitnodigt voor een goed glas wijn bij de open haard. Ik schuif de stoel naar achteren en neem plaats achter een spiegel die haaks op de rand van het tafelblad staat. Ik leg mijn linkerhand links ervan en mijn stomp rechts. ‘Heel goed,’ zegt hij. Doet hij tegen al zijn patiënten zo? Misschien vinden die dat prettig, maar ik erger me kapot aan die zalvende stem. ‘Ik wil dat je je concentreert. Neem je tijd. Begin met kijken, gewoon in de spiegel kijken. Geen bewegingen.’ Hij draait de spiegel een paar centimeter opzij, zodat ik de reflectie van mijn linkerhand goed kan zien. Daarna schuift hij een horizontaal schermpje over mijn hand, ter grootte van een A3-tje, waardoor deze aan mijn directe zicht wordt onttrokken. ‘In de spiegel kijken,’ zegt hij opnieuw. Ik kijk en zie mijn linkerhand onder het afdakje liggen, als een slapende marmot. Ik weet dat ik die gedachte moet loslaten. Mijn brein moet denken dat ik naar mijn rechterhand zit te kijken, die zich achter de spiegel bevindt. Nou ja, zou moeten bevinden. Maar mijn brein doorziet het bedrog. Ik voel de stomp verkrampen. Loser, smalen de pezen, klootzak, gillen de zenuwen. Ik bal mijn vuist. ‘Toe, alleen kijken,’ zegt Andriesse. ‘Ik besef dat het moeilijk is, maar je moet…’ Ik open mijn hand en zie hoe de vingers zich met tegenzin spreiden. De stomp steekt venijnig. Andriesse loopt achter me langs naar het raam dat met smalle jaloezieën is verduisterd om mij niet af te leiden. Zijn vingers tikken tegen de metalen lamellen, drijven ze uiteen, zoals ik de labia van mijn patiënten placht te openen. Hij kijkt naar zijn auto, weet ik. Een flesgroene stationwagen met karamelkleurige bekleding en een hek achterin. Hij heeft een hond waarmee hij elke zondag gaat hardlopen in het bos. Hij blijft daar maar staan, terwijl ik naar mijn gespiegelde hand kijk. Ik vergeet met mijn ogen te knipperen en ze lopen vol tranen. Als Andriesse omkijkt, knikt hij begripvol: ‘Ja, het is heftig, hè?’ Hij gaat achter zijn bureau zitten, tikt iets in op zijn computer. ‘Zullen we morgen meteen weer een sessie doen, zelfde tijd? Dat is wel het beste: elke dag tien minuten.’ Was dit maar tien minuten? Het voelde als een eeuwigheid. Ik knik, trek mijn colbert aan. De mouw is lang genoeg om de stomp te verbergen, maar het beeld dat er iets mis is wordt er niet minder door. Ik geef Andriesse een hand met mijn gedraaide linker en sta weer buiten.   Achter het ziekenhuis ligt een parkje waar mensen na afloop van het bezoekuur met hun roodomrande ogen terecht kunnen, en waar artsen en verpleegkundigen tijdens lunchtijd de weeë lucht uit hun neus proberen te verjagen. Ik neem plaats op een bankje en klem mijn schrijnende stomp tussen mijn dijen. Op dit tijdstip is het hier verlaten, anders zou ik er liever niet komen. De kans is namelijk aanzienlijk dat ik er een van mijn cliënten tegen het lijf loop, met het product van mijn interventie krijsend in een wandelwagen. Die vrouwen beschouwen me soms letterlijk als de vader, terwijl ik slechts de bevruchte eicel heb ingebracht. Maar feitelijk hebben ze gelijk. En hun mannen, die ik in mijn hoofd ‘de incapabelen’ noem, die weten dat ook. Ik zag het in hun ogen als ze voor de uitslag kwamen. Jij hebt mijn vrouw bevrucht, zag ik ze dan denken, gepenetreerd met die verrekte hand waarmee je me zojuist feliciteerde. En ook al zullen ze me nu bij een toevallige ontmoeting meewarig aankijken, de gedachte dat die hand inmiddels in een plastic ton naar een verbrandingsoven is afgevoerd, zal hun beslist voldoening schenken. Ik moet naar huis. Morfine. Ook al helpt dat niet tegen deze pijn, het verdooft in ieder geval het beschamend besef dat ik nu een van hen ben.

Grand Foulard
9 0

Verwachtingen zijn er ook

’t Is gebeurd. Jahweh! Wat eigenlijk “jawel” wil zeggen in de bijbel die ik heb geschreven toen ik zo eens niets anders te doen had. Deze handgeschreven roman is uniek, en ligt op een duister geheim plekje bewaart. Dikke zever dus als ik weet dat hij hier op het aanrecht van de keuken wat ligt te verkleuren als de zon er ’s middags op ligt te branden.   Ik schreef maar wat. Het voelde aan als een verplichting om het proces in gang te houden van “Bart de verbeteraar”, de man die het licht had gezien, en klaar was om met een bureaulamp in iedereen zijn ogen te schijnen tot het moment dat ze zelf ook het befaamde licht zouden zien. Tevergeefs.   Ik moet me hier niet gedragen als één of andere God, alhoewel? Ik doe niets anders. Het werd een missie, waarvan ik later alleen maar te weten zou komen dat het onmogelijk was om er de gewenste resultaten van te zien.   Ik had iets meegemaakt, dus ik zou andere ook wel kunnen helpen met wat mij heeft geholpen... En als net dat, onmogelijk bereikbaar publiek, niet zou lukken om interesse op te wekken? Dan zou ik hen verdomse nog meer debiel beschouwen dan ze al waren. Ik probeerde maar, ik wou mensen bereiken die niet bereikbaar waren, blinden laten zien, zo hard roepen tegen doofstomme personen dat ze mij zeker hadden gehoord en er nog een gepast antwoord op zouden geven ook.   Het mathematisch gezever dat 20pillen xanax geen ideale combinatie is als je plannen hebt om het gaspedaal van uw trouwe vierpedaler plat te trappen, wil ik jullie besparen. Het gaat hem meer over de inhoud, zeg maar de bijsluiter die je best ook niet in het Kroatisch probeert te lezen. Laat staan als je dat verfrommeld papiertje ondersteboven probeert te begrijpen. Alle excuses waren welkom om mij als een verslaafde idioot te gedragen. Niet dat ik verslaafd was aan xanax. Ik was verslaafd aan andere zaken waar ik alleen maar ben achtergekomen toen ik eens een oneliner opnam van een vriend van mij.     “Aah Bartje?! Wat dan? Was jij een verslaafde? Dat wisten wij niet... Was het mss drank? Gokken? Coke? Of nog van die voor de hand liggende voorbeelden die wij, de mensen, alleen maar kennen van op TV?”   Ik was verslaafd aan verwachtingen, en nog altijd een beetje. Denk niet dat je er ooit helemaal van afgeraakt. Het klinkt zeer brut en kort door de bocht... Maar als je er verder, ironischer over nadenkt hebben we allemaal toch een leven vol verwachtingen? Ik had zo een pakket verwachtingen van alle mensen rondom mij... Bijvoorbeeld als ik op het werk omringd werd door collega’s die me totaal niet snapten, ik verwachte dat wat ik hen vertelde voor waarheid aanvaard zou worden. Ik verwachte dat iemand anders zijn gedrag zou veranderen omdat het mij serieus stoorde. Ik verwachte dat mensen verdomse anders zouden denken. Ik verwachte een krant die me eens iets anders wist te vertellen dan het stereotype beklag waar ik niets van wil weten. Ik verwachte dat mensen mij tof zouden vinden. Ik verwachte een trapgewijs leven waar alles vanzelf zou komen, goed of slecht, alles bepaald zijnde een vorm van tijd die mij het best zou passen. Ik verwachte ouders die alles wisten van mij naar wat ik op zoek was. Ik verwachte geen fille als ik de baan op ging, ik verwachte dat die klootzak voor mij aan de kassa wat rapper vooruit ging. Ik verwachte een zomer van 2maanden stralende zon, 30graden overdag, 12graden ’s nachts, en geen muggen in mijn kamer. Ik verwachte dat de verwachtingen van iedereen zich zouden aanpassen aan die van mij. De lijst was en is eindeloos. Om nog maar te zwijgen over de verwachtigen die ik voor mezelf had... Een goede papa, een goede buurman en een nog betere vriend, een knapperd geliefd en gevreesd door iedereen die mijn pad zou kruisen.   De bepaalde oneliner van een vriend van mij, die zich verdomse nog meer idioter heeft kunnen gedragen als mezelf, gaat als volgt. “Verwachtingen kunnen alleen maar leiden tot teleurstellingen.”     Wat kan ik van andere mensen verwachten? Dat ze zich minder dom en kortzichtiger zouden gedragen om enkel mij te plezieren? Dat is een teleurstelling want dat zal nooit gebeuren. Dat geldt ook voor de verwachtingen van anderen naar mij toe, kan alleen maar een teleurstelling zijn als je te horen krijgt dat mijn zoveelste tekst nog steeds geen kader heeft gekregen om opgehangen te worden in het museum voor schone kunsten in Brussel.   Maar zoals ik al zei, zal ik altijd een beetje verslaafd blijven aan verwachtingen. Nog niet zo lang geleden moest ik een nieuw voetbalbroekje weten te strikken. Vanzelfsprekend ging ik dus op zoek in een sportwinkel. United Brands zal me zeker niet teleurstellen, dat dacht ik. Het plan om niet meer dan 10-15euro te besteden aan een kort broekje viel al snel in het water toen bleek dat de zwarte broekjes van Nike er niet meer waren in mijn maat... XXXXL was er nog wel. Ik had bedenkingen of er zulke mensen wel op een voetbalveld zouden geraken, of ze dat broekje alleen zouden kunnen aandoen in de kleedkamer, en nog van die vragen die me welgeteld 2minuten bezig hielden.   Ik vroeg hulp aan een medewerkster van deze winkel... Wetende dat mensen die in een kledingwinkel werken eigenlijk niet echt hard moeten werken maar eerder bezig zijn met klagen, zagen en kledij opvouwen. Pfft, ik waagde mijn kans en botste op een negerin die er dus “werkte”. Het zal wel de zus zijn geweest van die gewezen atlete, Elodie Ouedraogo. Althans kon ik alleen maar de achternaam raden, het “naambordje” dat zorvuldig werd vastgepint op haar T-shirt wist mij enkel te zeggen dat haar voornaam Malika was.   “Goeiemiddag Malika, zijn er nog van die zwarte voetbalbroekjes van Nike in andere pasvormen? Ik heb namelijk een large, en deze zie ik er niet meer tussen staan.” Luide mijn vraag...   “Euhm, dat weet ik niet” klonk het niet bevredigende antwoord van Malika. “Wij hebben geen stock, alles wat je hier in de winkel tegenkomt is er dus alleen maar.” Ging ze verder toen ze mij toch maar uit beleefdheid volgde naar de bewuste zwarte voetbalbroekjes van Nike. Ik was teleurgesteld, niet alleen had ik al meer dan 15minuten verscheten in die kutwinkel nu bleek ook nog eens dat er geen zwarte broekjes in mijn maat waren. Het moest er trouwens één van Nike zijn, een ander broekje zou niet echt matchen met de rest van mijn wedstrijdoutfit die ik komende zaterdag zou aandoen wanneer ik het veld zou betreden.   Ik werd serieus op de proef gesteld, Malika wist trouwens niets van mijn wederopstanding die ik aan het ondergaan was sinds ik uit de psychiaterische afdeling in Lier werd ontslagen. Ze stelde mij een vraag waarvan ik had verwacht dat ze die nooit zou vragen. “Ooh was dat uw vraag?” vroeg ze dus...   “Natuurlijk was dat mijn vraag Malika! Ik vraag u toch geen persoonlijke mening over hemden met korte mouwen die je dezer dagen nog durft tegenkomen op straat? Ik vraag u toch ook niets of je er net als ik bedenkingen bij hebt wat het nut is van gepersonaliseerde nummerplaten?” Malika werd zowaar het gezicht van plaats vervangende schaamte. Ik kon het al wel voelen aan mijn ballen dat dit meisje een zoveelste interimmer was die United Brands met het nodige lof op haar CV kon plaatsen.   “Malika, in plaats van hier wat den toerist te liggen uithangen in uw eigen jeugdigheid, zoude beter uw job is gewoon doen. Ik stel geen moeilijke vragen, en al zeker niet aan mensen zoals u. Ik vraag u niet of je mij een overzicht kan geven van alle tektonische platen van onze aarde. Ik stel u doelgericht (lees. Voetbal) vragen of je mij kan verder helpen met het vinden van een zwart voetbalbroekje van Nike.”   “Ja maar mijnheer, ik ben hier nog maar 2weken bezig... Net voor u mijn onbekwame hulp kwam vragen, riep David mij door de walkie talkie. David is de shiftverantwoordelijke en hij had mijn hulp ook dringend nodig, om zijn ballen te poetsen weliswaar. Hij was namelijk net bezig met het polijsten van de nieuwe levering bowlingballen. U kan toch ook niet verwachten van mij dat ik hier alles weet over het reilen en zeilen van United Brands?”   “Nee idd Malika, ik mag dan ook geen verwachtingen hebben. Zelfs niet van mensen zoals jij, die hier hun zakken wat komen vullen door eigenlijk niets te doen. Hou jij het maar bij David en zijn opgeblinkte ballen. Dan hou ik het wel gewoon... bij geen verwachtingen hebben.”

Bart Van de Peer
0 0

De ochtenderectie

Je dacht dat ik wakker was. Je wou dat ik wakker werd. Je wreef met je geparfumeerde handen door mijn haar, fluisterde mijn naam in mijn rechteroor.   Voedsel voor mijn ochtenderectie: mijn gefluisterde naam.   Je wreef met je geparfumeerde handen over mijn beginnende pens. 'Misschien moet je wat minder alcohol drinken', zei je. 'Misschien moet jij wat meer bij mij zijn', mompelde ik. Je antwoordde niet en liet me met je borsten spelen.   Je peuterde met je geparfumeerde vinger in mijn navel, haalde er een pluisje uit. Je fluisterde opnieuw mijn naam. Ik vroeg of je stem geparfumeerd was. Je zweeg. Je geparfumeerde handen daarentegen leken een monoloog te houden: ze doken mijn rood-wit gestreepte boxershort in en deden zich tegoed aan mijn ochtenderectie.   Alsof je gulzige handen nog niet genoeg waren, fluisterde je geparfumeerde stem opnieuw mijn naam, gevolgd met: 'Wakker worden...' Je scheurde mijn boxershort aan flarden.   'Nog eventjes. Nog eventjes alsjeblieft', smeekte ik.   Jij: ongenaakbaar, onvermurwbaar. Ik: naakt en murw geslagen.   Ik werd wakker. Je was er niet meer. Wat moest ik doen? Mijn ochtenderectie klopte als een nazi op de deur van een huis vol joden.   Ik sleepte me naar het toilet, probeerde te plassen maar daar dacht mijn ochtenderectie anders over. Ik riep jouw naam, gevolgd met: 'Help me! Help me!'   Geen antwoord. Alsof ik het niet wist.   Ik stopte met mezelf aan te stellen en ging koffie zetten. Hij smaakte geparfumeerd.

Michaël Verest
39 0

bolsters

we zijn nog niet zo lang geleden geboren, dacht ze toen we naar de avond keken. het gras acupunctuurde in onze ruggen.  ze zei dat ze bang was dat er een bolster op haar hoofd viel. ik zei dat ik dat begreep.   ik zei dat ik niet wist dat het bolsters waren en dat ik dat eigenlijk veel leuker vond.  ze hingen mysterieus aan een boom, groene knobbels  die we met half dichtgeknepen ogen konden wegblazen. ik zei dat bang zijn misschien ook zo werkt.    soms weet ik niet eens wat voelen is. ze zeggen dat het op regenen lijkt en dat stormen de dingen zuiveren  en ik vraag me af wat er dan eerst was.   soms wil ik de aarde in mijn huid laten branden.    ik was naar buiten gelopen en ik had haar niet gezien omdat ze zoals het leven achter een muur was gaan staan. mijn hart sprong zo hoog dat de oudste stenen scheurden.  we aten maïswafels in stukken om over fragmenten te praten. er was geen tijd geweest tussen reizen en werken.    ik had die dag drie stenen gekocht.  we luisterden naar wat de stilte te vertellen had en speelden dat we in de knoop lagen. er klonk het geluid van gelukkig zijn.  onze armen grepen elkaar als strohalmen. ik was de eerste die ontknoopt werd toen ik nog verward wilde zijn.   we herschreven de regels van badminton zodat we allemaal raketten werden.  we sloegen onze verhalen over het net tot ze gewichtloos in pluimen veranderden.  er gleed een vliegtuig door de regen.    later rolden we over het grasveld. onze hoofden wankelden en ze fluisterde waarom ik gevallen was. ik verpakte mijn antwoorden in de wolken om ze zachter te maken.  we keken naar de lucht en hoe die tussen ons en de kosmos hing. haar handen tekenden druppels van een onweer in de bergen; ik had inderdaad nog nooit zoiets moois gehoord.    ik denk dat ik weet hoe liefde voelt.   het werd voorzichtig schemeravond; de zon schilderde haar eigen ondergang.  misschien zijn we allemaal wel groene knobbels  en worden we alleen maar bolsters als we vruchten dragen. ik wilde voor altijd blijven liggen.     

Kristien Spooren
25 1