Zoeken

Heel Brasschaat gaat kapot.

Ze steekt van wal: heel Brasschaat gaat kapot. Iedereen wordt daar weggehaald. Alle mensen moeten naar het buitenland.  Echt, vraag ik. Ik kijk verbaasd. Ik ga mee in haar verhaal, wil van verbazing omvallen maar de stoel onder mij laat dat niet toe. Ja, zegt ze. Mijn zus hebben ze meegenomen, hup, de auto in, en mee naar Holland. Daar stopte de auto aan een huis waar een man stond, op de eerste verdieping aan het raam, en daar moest mijn zus wonen. Dat is vreemd, zeg ik. Ik werd toen dikwijls misselijk. In de kerk begon ik over te geven, en ik viel flauw, gewoon op de grond lag ik, en dan droegen ze mij naar buiten, ze legden me op het gras, daar kon ik dan bijkomen van die misselijkheid. Zo ziek dat ik werd in een kerk. De dokter zei dat dat door de geur kwam. In de kerk hing een geur waar ik niet tegen kon. Wat raar, zeg ik. Ik kwam vroeger ook in kerken, nooit meegemaakt, zoiets als flauwvallen van een geur.  Brasschaat zal niet meer bestaan, vervolgt ze. Heel dat dorp zal leeglopen (als een bad, denk ik maar ze zegt het niet) terwijl dat toch een chique dorp was. Alles was daar. Veel winkels, een mooi park. Alle mensen hadden geld. Ik knik. Hij zal dan toch ook worden meegenomen? Wie, vraag ik. Juul. Ah, Julien! Mmmm, dat weet ik niet. Ik heb daar niets over vernomen. Volgens mij bestaat dat dorp toch nog. Ik ben er nog geweest.  Ja? Ja, ik was in Klina.  (stilte, zou ze nog weten dat Juul in het ziekenhuis lag?) Ik open mijn iphone en toon de bloemen. Ze kiest de mooiste. Ze wijst naar de details, het puntje van het penseel heeft daar een puntje verf gezet, dat zie ik terwijl ze wijst en geen moment laat liggen om het woord te nemen.  

Ingrid Strobbe
5 1

Barry White en de geur van vergeten

“I never take pain for granted, only a fool takes things for granted.” Zo begon het. Dat liedje van Barry White.Onze mannen hadden achter de rug van de andere collega’s om, zendtijd geregeld in een radioprogramma. “Topteam van cc Nova". Eric droeg het nummer op aan “zijn vrouwtje”. Zo noemde hij haar altijd, met die glimlach alsof hij zelf niet goed wist hoe hij zoveel chance had gehad. Nu, jaren later, kan ik dat nummer niet meer horen zonder aan hem te denken. Eric.De immervrolijke collega. De man van de kleine kwinkslag, de mop die altijd nog ergens in zijn jaszak zat, de handen vol goede bedoelingen. Ik weet zelfs niet meer exact welk jaar het was. Maar ik weet nog wel dat er plots een bom ontplofte in ons leven en dat ik een maatje kwijt was. En het absurde was: terwijl wij hem verloren, speelde er zich buiten een aflevering van Fata Morgana af. Dorpse gekte. Vlaggen. Ambiance. Mensen die pinten dronken op pleinen en bezig waren met spektakel terwijl ergens tussendoor een leven wegviel. Ik herinner ik het me daarom nog zo scherp. Omdat verdriet zich altijd afspeelt terwijl de wereld compleet ongepast gewoon verder feestviert. Zo voelt verlies achteraf ook vaak: alsof ge uit een scène stapt terwijl de rest van het decor gewoon doorspeelt. En toch verdwijnen mensen nooit helemaal. Dat is het vreemde aan herinneringen. Ge denkt dat ge verder zijt gegaan. Dat het stof erop ligt. Dat het leven er ondertussen andere lagen overheen heeft gelegd. Tot daar ineens een liedje is. Of een geur. Of een plek waar het licht toevallig hetzelfde valt als toen. En hop. Daar staat iemand weer voor u. Soms twintig jaar later. Een paar noten van Barry White en Eric staat terug tegen een toog geleund, monkelend alsof hij iets weet dat de rest nog moet ontdekken. Een vleugje parfum in de gang en ge zijt weer twintig. Een geur van koffie en iemand zit opnieuw tegenover u alsof die nooit is weggeweest. Zo dragen mensen elkaar mee zonder dat ze het beseffen. Niet in grote monumenten of indrukwekkende speeches, maar in kleine absurde dingen. In een nummer op de radio. In een scène uit Notting Hill. In Roxette op een verkeerd moment in de auto. In de geur van een septemberochtend. In koffie die net op tijd gekomen is. Misschien is dat wat liefde uiteindelijk doet. Ze verstopt mensen in details zodat ze nooit helemaal weg kunnen. En gisteren dacht ik daar opnieuw aan. Aan afscheid nemen. Aan hoe ge soms met twee volwassen mensen tegenover elkaar zit terwijl ge allebei weet dat ge elkaar moet lossen en geen van beiden daar eigenlijk talent voor heeft. Hoe ge probeert flink te klinken. Redelijk. Bijna modern in het loslaten. Terwijl er onder tafel nog duizend dingen naar elkaars hand grijpen. En ik vroeg me plots af: wat blijft er eigenlijk hangen van een breuk? Niet de grote gesprekken, denk ik. Niet wie gelijk had of wie te laat beseft heeft wat er op het spel stond. Misschien blijven mensen uiteindelijk plakken in de kleinste dingen. In een geur van koffie die net op tijd gekomen is. In een ochtend in september. In een nummer van Roxette dat onverwacht opduikt in een supermarkt. Of in die ene scène uit Notting Hill die ge nooit meer gewoon kunt bekijken. Misschien zit ge ooit jaren later ergens in de file en hoort ge toevallig een nummer dat ge al eeuwen niet meer gehoord hebt. Misschien ruikt iemand naar dezelfde regenjas, dezelfde shampoo, dezelfde ochtend. En misschien denkt ge dan heel even: daar zijt ge weer, ik wou dat ik u kon vastpakken. Nog één knuffel, nog één pintje, nog één mopje. Een één moment waarop ik kan zeggen hoe bijzonder ge zijt.  En dan hoor ik Barry White opnieuw zingen dat alleen dwazen dingen vanzelfsprekend vinden. Hij had gelijk.

Katrien Daniels
67 3