Zoeken

Eikesvandekiekskes

Ik had ze genoemd naar de vriendinnen van mijn moeder. Lucy. Rita. Monique. Goede Lieve. Vier olijke dames in mijn tuin. Altijd druk. Altijd commentaar. Altijd honger. Ik vond dat geestig. Een klein eerbetoon. Tot die vier echte dames eens langskwamen. Koffie. Cake. Ge kent dat. Zo’n namiddag waarop de tijd een beetje stilvalt en iedereen tegelijk praat en toch hetzelfde verhaal vertelt. En ik — fier, onnozel — zeg: “Ja, en mijn kippen heten dus ook Lucy, Rita, Monique en Goede Lieve.” Stilte. Lucy — de échte — kijkt mij aan. “Dat vind ik eigenlijk niet zo plezant,” zegt ze. Ik lach nog wat. Probeer te redden wat er te redden valt. “Maar allé Lucy, kippen zijn toch schoon beesten. Die geven terug. Dat is eigenlijk een compliment…” Maar ge voelt dat ge aan het zakken zijt. Sommige metaforen moet ge gewoon binnenhouden. Enfin. Ze liepen daar dus. Mijn vier. En ik had een systeem. Een geniaal systeem, vond ik zelf. Afvalverwerking èn eten. Ideaal! Maar kippen denken niet na over vraag en aanbod. Die hebben geen Excel. Geen grafiek. Geen besef van consumptie. Vier kippen is vier eieren per dag. Dat is achtentwintig per week. Dat is honderd twaalf per maand. Dat is… te veel ei voor een mens. Ge kunt uw best doen. Echt waar. Maar er zijn grenzen aan wat een lichaam aankan. Zelfs met pannenkoeken, cake en quarte quarts inbegrepen. En daar begint het. Daar is ze... De vraag: “Kundegij iets doen met eikes?” Want eieren blijven nooit liggen. Die moeten bewegen. Van mens naar mens. Van keuken naar keuken. Eieren. Dat is een project. En mijn ecologisch project draaide. Tot er op een dag… bezoek kwam. Laat ons zeggen dat de natuur ook haar eigen economie heeft. Zeven jaar later kan ik zeggen: de vriendinnen van mijn moeder zijn er nog altijd. Lucy, Rita, Monique en Goede Lieve. Ze drinken nog koffie. Ze eten nog cake. Ze kijken nog altijd een beetje streng als ge iets zegt dat ge beter niet zegt. Mijn kippenvriendinnen zijn er niet meer. Maar de eieren wel. Ze komen nu van iemand anders. Iemand met hetzelfde probleem. Te veel kip. Te veel ei. En de vraag : “Zeg, kundegij iets doen met eikes?” En voor ge het weet zit ge daar terug. Aan tafel. Koffie. Cake. Dezelfde stemmen, dezelfde verhalen die al duizend keer verteld zijn en toch blijven plakken. En ergens in die cake — zacht, boterig, een beetje te veel van alles — zit een ei. Want eikes zijn meer dan ne merci uit de poep van een kip. Het is een beweging. Van mens naar mens. Van cake naar cake. Van moment naar moment. En misschien is dat het wel. Dat die kleine, banale eikesvandekiekskes er telkens opnieuw voor zorgen dat we blijven zitten. Nog een tas koffie. Nog een verhaal dat we eigenlijk al kennen maar toch nog eens willen horen.

Katrien Daniels
18 0

Chatbot Marie

Ik was geabonneerd op Keukenprinses. Na enkele jaargangen stopte de papieren bedeling en verscheen het magazine enkel nog online. De lezersvragen werden niet langer beantwoord door de redactrice, maar kwamen in een forum terecht, waar andere lezers konden reageren. Na een halfjaar was er niemand meer om het forum te monitoren en maakten venijnige opmerkingen en zelfs scheldtirades hun ingang. Hierdoor besloot men het forum te sluiten. Een firma gespecialiseerd in AI-software kwam met chatbot Marie op de proppen. Zij zou vragen beantwoorden gaande van ‘Hoe te zoute soep nog redden?’ tot ‘Help, mijn man lust geen quinoa!’ In een vierkant rechtsonder op mijn scherm verschijnt een blonde deerne met geruite schort. ‘Hallo chef! Ik ben Marie, uw online assistente, zeg maar sous-chef. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’Ik vraag: ‘Hoe maak ik groentetaart?’Een lijst met een twintigtal taartsoorten verschijnt. ‘Ziehier een overzicht van onze recepten voor heerlijke taarten van alle slag! Klik op de link om door te gaan naar ingrediëntenlijst en bereidingswijze.’Ik overloop de lijst en antwoord: ‘Crumble is geen taart, maar een gebak.’Marie antwoordt: ‘Raadpleeg de tabel op tabblad 4 voor baktijd per recept en ovensoort.’Ik zie geen groentetaart. Ik typ: ‘Rodekool.’Marie vraagt: ‘Bedoel je rode bes?’‘Nee, rodekool.’‘Ik heb je niet goed begrepen, kun je je vraag anders formuleren?’‘Ui.’‘Bedoel je ei?’‘Look.’‘Bedoel je room?’Je bent een ezel, Marie.‘Ia ia ia,’ balk ik naar het scherm.Marie blijft stil.Ik typ: ‘Ia.’‘Bedoel je ei?’Ik typ: ‘Marie-Antoinette droeg haar mooi korset altijd heel koket.’‘Kun je dit anders formuleren?’‘Marie-Antoinette kreeg een omelet op haar mooi korset.’Lange stilte. Ik hoor in gedachten de AI-radertjes werken en in de database graven. Uiteindelijk zegt Marie: ‘Gebruik minder eieren als je zeker geen omeletsmaak wil.’Ik moet er toch om lachen.‘Marie, je bent een kei.’Het duurt weer even voor er antwoord komt, ik hoor de radertjes werken.‘Bedoel je ei?’

Marja Vandekeer
5 0

Haaropstand

In het koele licht van de kapperszaak vielen de donkere kringen om haar ogen hard op. De vermoeidheid had zich in en rond haar blik gevestigd en het leek erop dat deze daar nog even ging blijven. Haar net gewassen haar viel op haar schouders en de uiteinden zwiepten omhoog als gekrulde zwaluwstaartjes. De kapster had het naar achter gekamd, maar het haar gleed zonder aarzelen weer naar de het kapsel dat ze nu al jaren droeg: steil naar beneden, een deftige zijstreep aan de linkerkant, met enkele weerbarstige haartjes aan het begin van de scheidinglijn. Ze haatte die priegelige haartjes die zich op haar hoofd nestelden na haar zwangerschappen. Alsof vanaf dan alles klein en onbeduidend hoorde te zijn, inclusief zijzelf. ‘Vandaag kies ik eens iets anders’, hoorde ze zichzelf zeggen tegen de kapster. Ze viste haar smartphone vanonder de mantel, en toonde een foto van zichzelf, zo’n 7 jaar geleden. ‘Dit wil ik’, en met een knikje stemde de kapster in.  Ze was vergeten hoe ze hield van het krakende geluid van de schaar die zich in de haren vastbeet. Het regende stukjes zwaluwstaart en brokjes oude overtuiging. Stilaan werd het meer duidelijk waar ze naartoe wou. Een rechte frou. Scherp, aanwezig, speels en frivool dansend op haar voorhoofd. Een nieuwe grens aan haar wenkbrauwen. Er borrelde iets op in haar borst, iets wat al te lang onder haar huid had liggen fermenteren. Er nestelde zich een bittere smaak in haar mond. De zijstreep had haar jaren wijsgemaakt dat ze zich moest schikken. Aan de zijlijn blijven. Ze had te vaak geknikt, weggewuifd, opgekropt. Ze was de scheidsrechter binnen het gezin die telkens weer beslissingen moest nemen, en grenzen moest aangeven. Behalve bij zichzelf, daar bestonden geen grenzen. Ze was bezet gebied waar haar kinderen en haar man de plak zwaaiden. Maar de zijlijn was nu een rechte lijn geworden. Haar frou schreeuwde: ‘tot hier, maar niet verder’.  Ze zag het meteen aan zijn gezicht. Een bedenkelijke blik, gevolgd door een twijfelende glimlach. ‘Waarom heb je dat gedaan’, vroeg hij. Zijn ogen bleven hangen op haar voorhoofd. ‘Gewoon. Omdat ik het wou’, antwoordde ze. ‘Je weet dat ik een rechte frou niet mooi vindt. Het was toch goed zoals het was? En waarom vraag je zoiets niet eerst?’, zei hij. Hij probeerde het onschuldig te laten klinken, maar ze hoorde de afwijzing de boventoon voeren. ‘Ik wil gewoon terug mezelf zijn’, en met die woorden rechtte ze haar rug. Er kwam een golf van zuur opzetten. Wat al jaren had zitten gisten leek zich nu een weg uit haar lichaam te zoeken. Ze slikte om het zuur terug beneden te duwen maar de wrange smaak liet zich niet wegjagen. Niet nu, fluisterde het. Hij zuchtte. “Je hoeft niet meteen zo defensief te doen. Ik zeg gewoon mijn mening.”“Jouw mening, zoals altijd” zei ze, haar stem nu scherper. “En daarbij, wat kan jou die f*cking frou schelen? Het is toch gewoon maar wat haar?”Ze merkte hoe het stof in het zonlicht opdwarrelde, en dan langzaam naar beneden kwam. De stilte sijpelde de ruimte binnen. Ze was zich plots bewust van haar borst die op en neer ging. Ze zoog haar longen vol met lucht en stof. Hij wendde zijn blik af en wandelde de kamer uit. De stilte woog en haar hart raasde, maar ze bleef gewoon staan. Voor het eerst in lange tijd nam ze zichzelf opnieuw bij de hand en liep ze niet achter hem aan. De frou ruste genoegzaam op haar voorhoofd. Het verzet was ingezet. 

Jolien Van de Velde
59 0