Zoeken

Werkplek

Kwaad stormde ze mijn kantoor binnen dat mijn kantoor niet is. Mijn niet-mijn-kantoor is een ruimte die ingericht werd voor collega’s die in alle rust willen werken. Niet dat je er veel rust krijgt, mensen lopen binnen en buiten, de geluiden van de publieke ruimte ernaast stromen binnen bij vloed, trekken even weg bij eb en vervolgens, bij vloed, stormen mensen kwaad binnen met de melding, niet de vraag, de melding: ‘ik dacht dat er ging geholpen worden.’  Helpen wilde ik zeker, had de loper bij mij gelegd, klaar om telefoons te beantwoorden zodat mijn collega in alle stilte en rust in haar eigen kantoor zou kunnen werken, waar er effectief stilte en rust heerst en niemand binnen en buiten loopt, want de deur daar is nooit geopend. Echter bleek ik de verkeerde loper bij mij in mijn onrustig kantoor te hebben gelegd en kwam er geen enkele telefoon bij mij in mijn kantoor dat niet van mij is terecht. ‘Sorry,’ zei ik, ‘sorry’ en ging het juiste toestel halen. Mijn hart klopte onrustig en ik weet niet of dat kwam door de kwade melding of door het opgejaagd zoeken naar een toestel dat het mijne niet, maar wel mijn verantwoordelijkheid was op deze zonnige, maar koude namiddag. Vol schuldgevoel ging ik door met werken aan een tekst dat niets met mijn werk te maken heeft en alles met mijn werk te maken heeft. Een tekst over mijn werk en over al wat daar, dus hier, gebeurt. Alle gebeurtenissen zijn werkelijk een verhaal waardig. Nuja, waardig, wanneer zijn gebeurtenissen een verhaal waard? Uiteindelijk is niets en alles een verhaal waard, het hangt er steeds van af hoe je het al dan niet waardevolle verhaal verwoordt en het komt er uiteindelijk wellicht gewoon op neer om gebeurtenissen te verwoorden op een manier dat het verhaal, ook al zonder inhoud, een verhaal waardig wordt. Misschien zijn alle verhalen zonder inhoud, zijn alle verhalen met inhoud en is de inhoud en de toegekende waarde afhankelijk van de persoon die er een bepaalde waarde aan toekent, niet? Ik weet het niet, ik vraag de ‘niet’, niet om bevestiging te krijgen, maar om af te toetsen wat jij er van vindt. Wat vind jij er van? Ik vraag altijd wat jij er van vindt, maar wat vind ik er van? Dat weet ik niet en die vraag stelde ik niet aan jou, maar aan mij. Antwoorden heb ik niet, nooit, maar ik blijf zoeken, niet om te vinden, maar om te zoeken en in dat zoeken vind ik waar ik naar zoek.  Een tweetal jaar geleden kwam ik terecht op deze werkplek die een plek is waar wel degelijk gewerkt wordt, al denken mensen vaak dat dit geen werkplek is, maar een plek waar zaken kunnen opgeëist worden, waar werknemers geen mensen zijn, maar werknemers en de werknemers geen werknemers zijn maar robots die moeten kunnen blijven lachen om steeds dezelfde grappen die elke minuut verteld worden door steeds een andere klant. Een plek waar collega’s enkel collega’s zijn als zij de collega zijn en de collega een ondergeschikte en een  mens zijn voor zichzelf wanneer iemand eens iets meer vraagt en werknemer zijn wanneer het gevraagde valt onder het strikt afgebakende pakket aan taken waar niemand iets van afweet. Een plek waar collega’s kwaad binnenstormen in ruimtes die ingericht werden om in alle rust en stilte te kunnen werken om te melden dat er toch geholpen zou worden, dat was toch de afspraak? En geholpen wordt er zeker, eenzijdig, dat wel, maar geholpen wordt er zeker. Een tweetal jaar geleden kwam ik hier terecht en sindsdien heb ik mijn ogen uitgekeken naar hoe mensen omgaan met mensen en hoewel het hier vooral werken is met mensen ben ik steeds minder graag onder mensen omdat mensen, welja, mensen zijn. En ik ook, dat is het ergste. Ik heb kleine kantjes van mezelf gezien, opgemerkt, genegeerd, met het schaamrood op de wangen onder ogen gekomen en kleine kantjes van anderen gezien, opgemerkt, tegen ingegaan en met het schaamrood op de wangen beseft dat ik bij hen hoor, bij deze mensensoort waar elk lid er van een vreemde is en op de vlucht is voor zichzelf. Er zit geen lijn in het verhaal over deze werkplek en toch een duidelijke lijn. Alles verliep tot nu toe in één rechte lijn, zoals de tijd in één rechte lijn doorloopt en tegelijk kruisen gebeurtenissen elkaar, overlappen ze elkaar, gaan ze in elkaar over, kruisen ze elkaar opnieuw, kronkelen langs elkaar, is het één grote warboel en ontwar een warboel maar eens na twee jaar. Ach, wat is twee jaar. Het is eerder dat ik geen zin heb om te ontwarren, de warboel is de warboel en zou niet zijn wat het was mocht ik het ontwarren. Ik ben een ongelooflijk ongeduldig persoon en heb ook het geduld niet om een genuanceerd, duidelijk, rechtlijnig verhaal te vertellen. Dat ben ik niet, dat kan ik niet, misschien kan ik het wel, maar dat ben ik niet en hoe ongelooflijk moeilijk is het om te zijn wie je niet bent en toch ben ik zo vaak wie ik niet ben, maar wie mensen willen en verwachten dat ik ben. Nee, geen specifieke mensen, eerder dè mens. Nee, dat is ook geen waar, niet dè mens want dè mens is los van verwachtingen en maatschappelijke constructies. Dè mens zit enkel vast aan dè mens, niet aan wat dè mens en de mensen construeerden en schiepen. Ik maak een warboel van de warboel en knoop er nog wat meer touwen doorheen.  Wilde ik hier dan een verhaal van maken en verdwaal ik in een doolhof van woorden, zinnen, gedachten, dus laat ook maar. Later misschien. Misschien. 

Lorin Clercq
0 0

Van 'petty crime' naar radicalisering. Zaventem Maalbeek.

de link tussen het repressieve drugsbeleid, de sociale dynamiek in wijken als Molenbeek en de radicalisering die leidde tot de aanslagen Tien jaar na de aanslagen is er nog nooit een onderzoek gebeurt: waarom enkele bruine Brusselse ketten zich bekeerde tot de moordpartijen. Het is mijn overtuiging dat: had men tientallen jaren geleden cannabis gelegaliseerd die bruine ketten wel stoned, arbeidsloos, in de zetel haden gelegen maar zich niet tot die moordpartijen overgegaan waren. Ik heb het van ver gevolg. Toen de toenmalig P.S. burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek zeer tolerant was bij het gebruik en verkoop van cannabis was er geen haar op het hoofd van die ketten om moordenaars te worden.Maar hij werd opgevolgd door een zeer intolerantie opvolger die met de nodige terreur het gebruik van cannabis vernietigde. Het begon in Nederland waar men de cannabis kopers vanuit België vooral Brussel beu was. Na een tijdje was er opeens geen takje cannabis in Brussel meer te vinden. De bruine ketten werden nuchter en zeer kwaad. Toen legden ze hun oor te luisteren bij extreme personen die hen opdagen om hun agressie bot te vieren op een agressieve cultuur die vooral op alcohol dreef. Toen gingen ze naar Syrië en daar kregen ze verder onderricht in terreur.  Het is verschrikkelijk dat de toenmalige politiekers o.a. Louis Tobback jaren gejaagd heeft op vooral arme, bruin, en alternatievelingen die cannabis prefererde voor alcohol en nu sinds hij geen macht meer geeft cannabis wil legaliseren. Alcohol fabriek die miljoenen aan de Leuvense stadskist doneert.  P.S. Onderzoekers zoals de Franse socioloog Olivier Roy en de Belgische expert Rik Coolsaet hebben beschreven hoe een deel van de daders een verleden had in de kleine criminaliteit (waaronder drugshandel). Wanneer die vertrouwde sociale structuren en inkomstenbronnen onder druk kwamen te staan door repressie, ontstond er een vacuüm dat door extremistische ronselaars werd opgevuld. De overstap van een "zondig" leven (drugs/criminaliteit) naar een "zuiver" strijdersbestaan in Syrië bood hen een vorm van (valse) verlossing en een uitlaatklep voor hun frustratie tegenover de samenleving.  De veranderende visie van figuren als Louis Tobback weerspiegelt de bredere maatschappelijke verschuiving. Wat decennia geleden taboe was (cannabislegalisatie), wordt nu door voortschrijdend inzicht door steeds meer beleidsmakers gesteund, vaak om de zwarte markt uit handen van criminelen te halen.  De overgang van het tijdperk-Moureaux (vaak bekritiseerd om een gedoogbeleid) naar een strengere aanpak onder latere besturen is inderdaad een veelbesproken kantelpunt in de lokale geschiedenis van de gemeente.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
2 0