Zoeken

Begrafenissfeer

Ze hadden al zo lang niets meer tegen elkaar gezegd dat de stilte wortel had geschoten. Enkel de discussie, die aan domme kracht had gewonnen als een vernietigende storm, echode nog wat na. Mark en Jan staarden voor zich uit, langs elkaar heen, naar een onbestemd punt in de verte. Al kon de verte nooit echt ver zijn in het kleine café onder de drukkende schaduw van een kerktoren. Jan probeerde zo geruisloos mogelijk van zijn glas te drinken om geen rimpelingen in de lucht te veroorzaken. Het doorslikken van het abdijbier verliep geruisloos, maar het witte schuim dat achterbleef op zijn snor dwong hem toch tot een beweging. Toen hij zijn hand naar zijn gezicht bracht, draaide Mark traag zijn hoofd als een wolf die zijn prooi weer in het vizier kreeg. “Meen je dat nu echt?”, sprak hij met van woede trillende stem terwijl Jan de rug van zijn hand likte. “Ik kon niet anders. Hij vroeg me als eerste. En hij wist dat ik al langer van plan was om ermee te beginnen. Wat moest ik dan zeggen?”, antwoordde Jan met onsamenhangende zinnen die hij in de donkere uithoeken van zijn hoofd had bijeengeschraapt. “Je had misschien kunnen zeggen dat je het mij had beloofd. En weet je wat, dan had je nog niet eens gelogen”, sloeg Mark zo hard op de houten tafel dat de borrelnootjes een kort vreugdedansje maakten. “Op dat moment blokkeerde ik. Ik had zijn vraag helemaal niet verwacht. Je weet hoe dwingend Eric kan zijn? We zaten daar dan ook nog eens op die koffietafel naast de weduwe van Laurent. En die vond het meteen een goed idee, want ze zei zelfs dat ik de racket van Laurent kon krijgen.” “Ah, is het dat? Te gierig om zelf een racket te kopen. Je moest je schamen. Laurent is nog niet koud of je neemt zijn plaats in met zijn racket!” Mark trok de jas van de leuning van zijn stoel en sloeg met hoekige bewegingen fors zijn armen in de mouwen. De borrelnootjes dansten van de tafel de afgrond in. “Veel plezier met je padelpartner. En eigenlijk, als ik er zo over nadenk, is het toch niets voor mij. Zo'n sport die klinkt als een overreden poedel.”

Pelgrims
6 0

Eva zoekt de perfecte auto #2

En toen begon het... Ja, wat begon, vraag je je af? Mijn zoektocht naar het antwoord op één vraag: waarom kost zo'n auto zoveel geld? Sommige kosten tegenwoordig miljoenen. Zou je dan niet willen weten waarvoor je precies betaalt? Of waarvoor je zou kunnen betalen, mocht je ooit in die positie terechtkomen? Gewoon wat reviews bekijken, een paar lijstjes vergelijken en de algemeen aanvaarde mening volgen vond ik wat te gewoontjes. Te simpel. Kritisch zijn tot op het bot is echt iets voor mij. Zeker als het over zoveel geld gaat. Ik besloot naar de oorsprong te gaan. De eerste Pagani werd voorgesteld op 9 maart 1999, tijdens het Autosalon van Genève. Het was de Pagani Zonda C12. Specificaties? Prijs? Productieaantal?   Momentje. Eerst Excel openmaken.   Oh, wat een geweldig programma, trouwens!   Na zoveel jaar professioneel gebruik blijf ik een grote fan van de cellen met hun SUM-functie. Eerlijk waar, de grootste uitvinding van de mensheid sinds het wiel, vind ik. En al die tabellen die je zo gemakkelijk kunt opmaken! Een ander lettertype, een kleurtje, een paar mooie lijnen... De vormgeving blijft mijn persoonlijke favoriet tussen al die functies.   Maar goed. Een tabel dus.   De eerste Pagani. Het bouwjaar. De specificaties.   Pagani Zonda C12   Kenmerk: Specificaties Eerste voorstelling: 9 maart 1999, Genève Motor: 6,0-liter Mercedes-Benz V12 Vermogen: 394 pk Gewicht: Circa 1.250 kg (droog) 0–100 km/u: Circa 4,2 seconden Topsnelheid: Circa 297 km/u Brandstof: Benzine Productie: 5 exemplaren van de oorspronkelijke C12 Historische prijs: Circa €340.000 Vijf exemplaren.   Vijf!   Dat is nauwelijks een productieaantal. Dat is een besloten familiefeest met een doosje eclairs voor bij de thee. Die eclairs zijn uiteraard afgeprijsd wegens snelverkoop. We gaan het ook niet overdrijven. En dan die 394 pk. Wat moet ik mij daar eigenlijk bij voorstellen? Ik had referenties nodig. En welke referenties kan een alleenstaande, hardwerkende moeder met twee kinderen zich dezer dagen royaal permitteren? Een Peugeot uit 2013. 😄 Door mij tot Madame Peugeot omgedoopt. Love this car. Ze doet wat ze belooft: ze brengt mij van punt A naar punt B zonder morren. Ze heeft al meer dan 230.000 kilometer op de teller en rijdt nog steeds. Moet je meer hebben dan zo'n betrouwbaarheid? Ik kocht haar voor €3.000 bij een handelaar in Limburg. Ja, ik ben van Evergem naar Hasselt moeten rijden. Twee keer zelfs, om haar op te halen. Krassen? Ja, maar dat is karakter. Luidruchtig? Ja, het is een diesel. Maar met geluidloze auto's kan ik moeilijk een band opbouwen. Ik hoor ze niet, ik voel ze niet, en op de een of andere manier vertrouw ik ze daardoor minder. Mijn Peugeot hoor je tenminste aankomen. En ja, soms brandt het olielampje. Maar volgens mijn garagist is dat niet erg. Ik vertrouw hem. Hij bespaart mij mijn geld. Dat zegt hij zelfs letterlijk. Maar goed, waar waren we ook alweer?   Ah ja. De pk's.   Terwijl ik de specificaties van de eerste Pagani onder de loep nam, besefte ik plots dat ik niet eens zeker wist hoeveel pk mijn eigen auto had. Misschien moest ik voor de verandering haar papieren eens bekijken. 68 kW. Even omrekenen... 92 pk. Goed, ons Excelbestandje aanpassen. Madame Peugeot Bouwjaar: 2013 Motor: 1,6 turbodiesel Vermogen: Volle 92 pk Gewicht: 1.576 kg, dus ietsje zwaarder 0–100 km/u: Naar schatting 13–14 s, ietsje trager Topsnelheid: 176 km/u, ik vind het degelijk Brandstof: Diesel Zitplaatsen: 5 Prijs: €3.000 tweedehands   92 pk tegenover 394.   Oké... Ik werd even stil. Dat is een groot verschil, en ik vond mijn auto al snel genoeg. Hangt natuurlijk ook af van de chauffeur. Maar mijn Peugeot beschikt dus over minder dan een kwart van het vermogen van de eerste Pagani. En ze weegt nog meer ook. Nee, geen pijnpuntje. Of misschien een beetje. I love my car. Punt. Het zijn gewoon twee totaal verschillende auto's. Bovendien heeft mijn Peugeot vijf zitplaatsen en de Pagani maar twee. Voilà. Eindelijk een categorie waarin we winnen. Maar ik heb ook ervaring met andere wagens. Ik heb ooit met een smaragdgroene Jaguar cabriolet naar het vliegveld mogen rijden. De specificaties? Geen idee. Ik herinner mij alleen hoe hij reed. Als een mes door de boter. Alhoewel, een vinger door de boter past hier eigenlijk veel beter. Niet streng zijn, het gaat om een gevoel, mensen. Zacht, krachtig en intens opwindend. Een werkelijk heerlijke auto.   Maar er was ook nog een Porsche Cayenne. Ooooh, dat was een totaal ander beestje! Ik was toen nog studente en werkte voor het bedrijf van mijn professor. Na de les moesten we allebei naar dezelfde plek, dus vroeg ik of ik mocht meerijden. Het mocht! Het was een Porsche Cayenne in gebroken wit, met een ongelooflijk gesofisticeerd interieur. Zo'n verzorgd dashboard, zoveel knopjes... Volgens mij had dat ding meer knopjes dan het vliegtuigje waarmee ik ooit had gevlogen. En dan vertrokken we. OMG. Wat reed die snel! In een oogwenk stonden we aan het volgende verkeerslicht. En die dag haatte ik werkelijk alle verkeerslichten in Brussel. Zo'n wagen is toch niet gemaakt om voortdurend stil te staan? Optrekken? Met één ademhaling naar 100. Je hoefde alleen nog maar op het gaspedaal te blazen en hij vertrok voordat je ademhaling het pedaal had bereikt. Wat een gevoel! Hoeveel pk had hij eigenlijk? Eens opzoeken... Volgens mij was het een Porsche Cayenne S van de eerste generatie. 340 pk. Bijna evenveel als de Zonda. Dus zo voelde die Pagani C12 ongeveer? Wacht eens. Even Excel erbij. Porsche Cayenne S, eerste generatie Bouwjaar: 2003–2006 Motor: 4,5 V8 Vermogen: 340 pk Gewicht: Circa 2.225 kg 0–100 km/u: Circa 7,2 s   Hmm.   Bijna evenveel pk, maar de Cayenne sleept ongeveer een ton extra mee. En de Zonda bereikt de 100 km/u drie volle seconden sneller. Drie seconden klinkt misschien niet als veel, maar als je bedenkt hoe ongelooflijk snel die Cayenne voor mij aanvoelde, wordt het toch een heel ander verhaal. Maar wacht eens... Wat vertellen die paardenkrachten mij eigenlijk? 394 pk. 340 pk. 92 pk. Blijkbaar niet rechtstreeks hoe snel een auto optrekt. Daarvoor moet je ook rekening houden met het gewicht, de grip, de aandrijving en nog een hele reeks technische variabelen. Geweldig. Precies wat mijn Excelbestand nodig had. Maar ik wil toch gewoon weten hoe snel een auto optrekt? Dan kijk ik beter naar de acceleratie van 0 naar 100 km/u. Kijk eens aan! Eindelijk een cijfer waar ik mij iets bij kan voorstellen. Mijn Peugeot doet er ongeveer dertien à veertien seconden over. De Cayenne ongeveer zeven. En de Zonda? Vier komma twee.   4,2 seconden!   Dus terwijl Madame Peugeot nog volop bezig is om haar moed bijeen te rapen, is de Zonda al lang voorbij die 100 km/u. En die Cayenne, die mij destijds het gevoel gaf dat ik met één ademhaling door Brussel kon vliegen, doet er drie seconden langer over. Ik probeer mij dat voor te stellen. De Cayenne voelde al alsof ik nauwelijks naar het gaspedaal hoefde te kijken. Hoe moet die Zonda dan wel aanvoelen?   Een auto uit 1999, met 394 pk en een carrosserie die meer weg heeft van een sculptuur dan van een vervoermiddel. Oh wow... Ik word even stil. Ik moet dat ooit voelen. Al is het maar één verkeerslicht lang...       Volgende vrijdag: een femme fatale uit Maranello.

Apex Eva
0 0

Druiventros

Hoewel ik fanatiek kleurenblind ben, was ik toch enkele jaren aangesloten bij een schildersklas. Het betrof een verzameling van mensen die zich in hun vrije tijd graag iets artistieks aanmaten, maar voor de rest een normaal leven leidden met een baan, een vrouw en een hond. Eén keer per jaar exposeerden we in de kantine van het cultureel centrum. De vernissage aangeboden door de gemeente was altijd overbevolkt. Overschot van de drank en borrelhapjes was er achteraf bijvoorbeeld nooit. Maar na de opening daalde de publieke belangstelling al snel totdat die beperkt bleef tot de passerende bezoekers van de kantine. Zelf heb ik eens kunnen zien hoe een waggelende man op weg naar huis in de late uren even halt hield bij een stilleven van mijn hand. Het betrof een fruitkom in olieverf vol ontbrekende details die aan mijn slechte ogen waren ontsnapt. Vervaarlijk voorover hellend zette hij zijn hand tegen de muur in de hoop daar steun te vinden. Hierdoor kwam zijn gezicht zo dicht bij mijn creatie, dat zijn openvallende mond een kwijlpegel liet bengelen boven de druiventros die me een paar avonden noeste arbeid had gekost. De lesgever had het resultaat nog geroemd en sprak van een sublieme kleurschakering. Helaas deed de zwaartekracht zijn werk en liet de dronken bewonderaar zijn lichaamsvocht achter, precies in de delicate schaduwpartij. Een dikke druppel trok een spoor van vernieling. In een eerste paniekreactie snelde ik toe, en wou deze kunstschennis wreken met een grensoverschrijdende oplawaai. Net op tijd bedacht ik me dat een tegenbeweging me wel eens mijn toen net aangeschafte artistieke bril kon kosten. En die kostte toen wel wat, bij gebrek aan Hans Anders. Toen de man uit beeld was gestrompeld, wilde ik de schade deppen met mijn zakdoek, maar dat bleek allesbehalve een goed idee. Het schilderij bestaat nog altijd, hangend in mijn atelier dat ondertussen meer een verblijfplaats voor de hond en de grasmachine is geworden, al is de druiventros vervangen door een paarse strandbal.

Pelgrims
5 0

De derde blik

Ze stapte uit in Brussel-Centraal. Haar hakken tikten een trager ritme dan de voetstappen van de late pendelaars die zich naar hun kantoor haastten. Schuberts Winterreise klonk in haar oren, haar zachte metgezel tijdens de wandeling door de natte straten richting de Zavel. In de etalages van de antiquairs en chocolatiers die ze kruiste zag ze telkens haar weerspiegeling, een silhouet als een vluchtige houtskoolschets.  De tentoonstelling was kleiner dan ze had verwacht. Enkele tekeningen, wat stadsgezichten, een paar zelfportretten. De muren waren klinisch wit. Ze rilde. Ze bleef hangen bij één van de zelfportretten. Spilliaert leek uit een schaduw naar voren te komen. Haar blik bleef hangen bij de ogen. Ze hadden iets onderzoekend, maar ze zagen er ook vermoeid en hol uit. Ze zette een stap dichter. Het spel van licht en donker hypnotiseerde haar. Er hing een geur van verbrand hout en kruidnagel. Ze hapte naar adem. ‘Je hebt het gevonden’. Ze verstijfde, maakte haar blik los van het werk en met een trage beweging draaide zij zich om. Hij stond op enkele passen achter haar, zijn handen los in zijn broekzakken. Zijn haren glansden nog van de fijne regen.‘Ik was niet zeker dat je zou komen’, zei ze.'Ik kan net hetzelfde zeggen’, antwoordde hij.Ze keken samen naar het werk. Spilliaert was niet alleen, er waren twee schimmen verschenen die zich bij het kunstwerk voegden.‘Hij ziet er anders uit’, fluisterde ze.Hij zette een stap dichter. Ze stonden bijna schouder tegen schouder.‘Hoezo?’, en hij leunde wat meer naar voren om de ogen te bestuderen.‘Hier lijkt hij minder streng dan op andere werken. Het is alsof de angst hier zijn blik volledig overneemt.’Hij keek haar aan. De geur van zijn natte haren drong tot haar door. Er zat iets houtachtig in.  Ze maakte zich los en liep een andere zaal in. Hij volgde haar. De tekening van een lege straat trof haar. Ze herkende het als één van de vele straten die ze doorkruiste midden in de nacht, toen ze na een ontmoeting met één van haar minnaars naar huis wandelde. Het was haar naspel, een intieme dialoog met de duisternis die zich dan langzaam meester maakte van haar. Weer kwam hij naast haar staan.‘Hofstraat, Oostende. Interessante keuze om even bij stil te staan’, en hij keek haar aan. Haar wangen gloeiden.‘Ja, het roept enkele herinneringen op’, en met een kort gebaar wuifde ze zijn opmerking weg. Ze bleven kijken naar de tekening. De straat lag er verlaten bij, de gevels zwart als lege hulzen waaruit het leven lang geleden was weggevloeid. Ergens in de verte een flauw lichtpuntje.‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zei hij uit het niets.‘En wat als je iets ziet dat je niet kan begrijpen’, fluisterde ze terug. Hij zweeg. Ze had hem die vraag al eerder willen stellen.‘Dan moet ik misschien wat langer kijken,’ zei hij uiteindelijk.‘Is dat niet vermoeiend’, zei ze.‘Wat?’‘Altijd blijven kijken.’Hij leek niet meteen een antwoord te hebben. Ze liepen naar de volgende zaal. Opnieuw hing er een zelfportret, deze keer kleiner. Het gezicht was bijna doorschijnend, de ogen leken op onheilspellende zwarte gaten. Ze ging ervoor staan.‘Ik denk dat ik hem begrijp,’ zei ze.‘En wat begrijp je dan?’, vroeg hij.Ze draaide zich naar hem toe.‘Dat je jezelf kunt bekijken tot je helemaal verdwijnt.’Hij liet zijn blik op haar rusten. ‘Hoe dan?’Haar hand bewoog voordat ze er erg in had. Ze greep de zijne. Zijn warmte drong door tot haar koude vingers.‘Ik wil in jou verdwijnen’, zei ze kort.Ze wachtte op zijn antwoord. Een zin die haar zou laten voelen dat ook hij deze ontmoeting niet zomaar achter zich zou laten. Maar het bleef stil. Ze staarden naar het zelfportret dat nu ook drie figuren telde. Ze liet hem los. ‘Ik moet gaan,’ zei ze.Hij knikte. ‘Natuurlijk.’ Bij de uitgang bleef ze nog even staan. Buiten snelden mensen voorbij door de gietende regen. Ze draaide zich om, haar blik zocht hem nog een laatste keer. Hij stond nog voor het kleine zelfportret, zijn gezicht half in de schaduw. Eenmaal buiten ademde ze diep in. Zijn geur had zich in haar genesteld. In de ruimte was het verlangen achtergebleven, losgemaakt van alle woorden. Het had zich als een nieuw werk geïnstalleerd, waar niemand voorlopig eigenaar van wilde zijn. Ze liep zonder omkijken de stad in.

Jolien Van de Velde
173 1

Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden

Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden“Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden.” Dat is de titel van een taak die mijn kleindochter Laurence gisteren kreeg, in het vijfde jaar Grieks-Wiskunde. Ik weet niet of de heer Musk het met die titel eens is. Ik denk het niet. Iemand die van plan is de kleinkinderen van mijn kleinkinderen naar Mars te sturen, kan niet anders dan daar een andere mening over hebben.Gisteren was ook de dag dat ik in de supermarkt een oude bekende tegenkwam. We stonden in de frisdrankafdeling met onze ruggen naar elkaar toe en draaiden ons tegelijk om. We botsten letterlijk, alsof we elkaar gingen kussen. Ik zette vlug een stap terug, en zij zei, met grote ogen en een brede glimlach: “Wim!” En ik zei: “Marianne!” Na een korte aarzeling omhelsden we elkaar. Het was vrij druk in de supermarkt, en onze knuffel viel wel op.Marianne is de zus van wijlen mijn vrouw. Ze is drie jaar jonger dan mijn vrouw, en ze verdween vrij vlug uit ons leven, omdat ze haar vriend volgde naar Zuid-Frankrijk, naar Saint-Siffret. De laatste keer dat ik haar zag, was op de begrafenis van mijn vrouw Julie, zeventien jaar geleden. Mijn dochter Fleur was toen in verwachting van Laurence. Marianne is nog steeds een mooie vrouw, net zoals haar zus, mijn vrouw, dat was. En in mijn hoofd nog is.Ze vertelde me dat haar vriend haar had verlaten voor een ander. Sinds ze terug was in België, woonde ze in bij een vriendin die voor zes maanden in het buitenland zat.We spraken af om elkaar diezelfde avond nog te zien, bij mij thuis. In haar ouderlijk huis.Ik stond haar op te wachten toen ze om zeven uur het laantje naar ons huis op reed. Ze reed in een opvallend rode Tesla, en ze stapte uit in een opvallend lange, groene jurk. Ik kon er niet naast kijken: een split tot hoog op haar dij. Haar slipje was rood, net als de Tesla. Ik liep naar haar toe, en ze sloeg meteen haar armen om me heen en kuste me, tot mijn verrassing, op de lippen. Ik meende zelfs het puntje van haar tong te voelen. Ze nam een klein zwart handtasje, en we liepen met de armen om elkaar heen naar binnen. Toen ze het salon binnenging, keek ze even om zich heen.“Het is helemaal anders dan vroeger, en toch ook weer niet,” zei ze, en ze vlijde zich neer op onze sofa.Zo kwam haar rechterbeen helemaal vrij, en even flitste er een herinnering voorbij: het zwembad, Viols-le-Fort, haar been.“Maak je nog eens een aperitiefje, zoals vroeger?” vroeg Marianne, terwijl ze zich uitstrekte op de sofa. “Zoals vroeger aan het zwembad? Campari met gin? ‘Dat houdt het pittig,’ zei je altijd.”De beelden kwamen nu langer en scherper binnen: de baby, Julie, mijn schoonouders en het zusje. Ik voelde als het ware de hitte weer en hoorde de krekels. Al die jaren had ik daar nooit meer aan gedacht, en nu was het alsof het gisteren was. Ik draaide me snel naar de bar.“Inderdaad, Marianne. Pittig!” zei ik, en ik voelde plots een onverwachte golf van begeerte. Van verlangen.Ik deed drie ijsblokjes in het glas, en toen ik het haar gaf, keek ze me recht in de ogen.“Je weet het toch nog, Wim?”“Ja, Marianne. Ik weet het nog.”“Julie wou absoluut naar Avignon. Maar jij had geen zin. Mijn ouders wel, en toen heb ik voorgesteld om samen met jou te babysitten. Dan konden zij meer van hun uitstap genieten.”“Wij waren goede babysitters,” zei ik. “Fleur heeft ons met rust gelaten. Na haar flesje heeft ze een heel eind doorgeslapen. Als baby was Fleur een schatje. Later is dat wel een tijdje anders geweest. Puberen…”“Ik had toen voor ons gekookt: spaghetti alla puttanesca. En na de twee pittige aperitiefjes hebben we bijna twee flessen van die goedkope wijn gedronken. En toen zei je iets tegen mij wat nog nooit iemand tegen mij had gezegd, en wat ik ook nooit ben vergeten. Weet je dat nog?”“Neen,” zei ik. “Dat weet ik niet meer.”“Je zei, met je stem van leraar Nederlands: ‘Marianne, ik vind jou een begeerlijke vrouw. Begeerlijk.’”“Zei ik dat?”“Ja, Wim. Begeerlijk. Ik vond dat zo’n speciaal woord dat ik het later heb opgezocht. Ik begreep het toen al, maar in het woordenboek stond dat ‘begeerlijk’ betekent dat je iets of iemand heel graag wilt hebben of bezitten. Toen ik dat las, dacht ik: dan had ik het toen toch goed begrepen.” Ze hield haar glas omhoog. “Wim, geef me nog eens zo’n aperitiefje. En bestellen we straks iets om te eten? Chinees of Thai of zo?”Ik stond nog altijd recht, en ik had zelf nog niets gedronken. Ik draaide me weer om en maakte meteen twee campari-gins.Ondertussen was Marianne rechtgestaan. “Is het toilet nog altijd op dezelfde plaats, Wim?”“Ja,” zei ik, en ze verdween.Ik stond daar een beetje verweesd, met twee campari-gins in mijn handen, terwijl plots hele flarden herinneringen aan die vakantie in Frankrijk door me heen raasden.Julie en Marianne waren vrij hecht. Wat nieuw was, was dat Julie mij al vanaf het begin van de vakantie plaagde met haar jongere zus, met zinnen als: “Vind je niet dat Marianne een mooie vrouw geworden is?” of “In die bikini zie je toch echt heel goed hoe mooi Marianne is?”Dat begon altijd ’s avonds. Dan waren haar ouders al naar bed, en zaten wij achteraan in de tuin, met de babyfoon.“Vind je haar lippen even sensueel als de mijne? Dat zijn toch lippen om te kussen?”Op een of andere manier vonden we dat leuk, vanaf de eerste avond. En toen Julie later op de avond in de slaapkamer merkte dat het mij toch had opgewonden, vond ze het leuk, dat vertelde ze me achteraf, om na de babymaanden weer een man in bed te hebben die er echt voor ging.Marianne kwam weer binnen, nam haar glas en ging vlak voor me staan. Ze had haar blonde haar opgestoken met een of andere speld. Zo was haar mooie, lange nek helemaal zichtbaar. Op een of andere manier hing haar jurk ook anders. Ze ging weer in de sofa zitten.“Weet je nog wat we deden toen ze weg waren?”Het kwam me allemaal helder terug voor de geest. “Ik denk het wel,” zei ik.“Wel, Wim. Dan mag jij, na al die tijd, jouw versie van de feiten vertellen.”“Toen Julie en je ouders vertrokken waren, zijn we met Fleur in de kinderwagen naar het dorp gewandeld. In de plaatselijke superette heb jij inkopen gedaan voor het eten, terwijl ik in bar Les Musquetaires een pastis dronk. Toen zijn we teruggewandeld. Jij hebt Fleur in haar bedje gelegd, en je kwam naar buiten in een rood badpak. Een badpak dat ik nog niet had gezien. Ik vroeg me meteen af of je dat ook zou durven dragen als je ouders erbij waren. Rouge ardent, dacht ik toen.”“Ja… En dan?” zei Marianne. Ze had haar schoenen naast de sofa gezet. Ik kon het groen van haar gelakte teennagels goed zien.Buiten was het donker geworden. Ik trapte op het knopje van de uplighter en deed de gordijnen dicht.“En dan ben jij het zwembad in gedoken. Toen je even later uit het water kwam en een handdoek nam, kon ik zien waarom je dat badpak misschien voor je ouders verborgen hield. Ik zal het nu ‘vrij transparant’ noemen, als je het daarmee eens bent.”“Ja, Wim. Dat noemen ze een mesh-badpak,” antwoordde Marianne. “Daarna trok je je badpak uit en een groene tuniek aan, kwam je naar me toe en pakte je mijn boek af.”“Natuurlijk. Je was Opus Pistorum van Henry Miller aan het lezen. In het Frans, nota bene. Ik heb je nog gevraagd of dat alleen was om je Frans bij te spijkeren.”“Je nam mijn boek en zei: ‘Kom mee naar de keuken voor het aperitief. Jij mag kijken hoe ik het eten klaarmaak.’”Toen we in de keuken aankwamen, hoorden we Fleur. Het was tijd voor haar middagflesje, een nieuwe luier en misschien haar middagdutje.Door het keukenraam zag ik haar badpak buiten over een stoel hangen, te drogen in de zon.“De spaghetti alla puttanesca was lekker, en we hebben toen inderdaad flink gedronken, glas na glas. Jij stond recht, liep naar de rand van het zwembad, deed je tuniek uit en trok je badpak weer aan. Toen zag ik je voor het eerst echt naakt. Je rug, je dijen. Het was vlug voorbij, want je dook meteen weer in het zwembad. Ik bleef naar je kijken, jij riep me, en ik sprong naar je toe, in het zwembad. Naar jou!”“Hier neem ik over,” zei Marianne. “Hier vertel ik mijn verhaal. Ga maar in de sofa liggen, en luister!”Toen ze rechtstond, zag ik dat ze geen beha meer droeg. Dat was duidelijk te zien.“Hoewel het niet haar bedoeling was, heeft Julie mij die week op een pad gezet dat ik eigenlijk al een beetje gekozen had. Ik wist alleen niet hoe ik erop moest geraken. Ik had je altijd al een fijne man gevonden, en door die vakantie kon ik echt dicht bij je komen. Toen Julie jou zo begon op te jutten en het voortdurend over mij had, over mijn lippen, mijn figuur, mijn borsten, waren zij en jij niet de enigen die opgewonden raakten. Ik ook. Alleen mocht Julie daar als enige de vruchten van plukken. Ik niet. Toen er op de vierde dag gesproken werd over een uitstap naar Avignon, zag ik mijn kans. Zeker toen ik hoorde dat papa ook nog een neef wou bezoeken, die een grote vakantiewoning had in Foissac, in de buurt van Uzès. Met de wegenkaart van papa kon ik uitrekenen hoe lang ze onderweg zouden zijn. Ik vroeg mama om te bellen voor ze terugreden, om zeker te zijn dat we niet gestoord zouden worden. Tenzij door de onschuldige Fleur.”Marianne ging helemaal op in haar verhaal en kreeg een blos op haar wangen. Ik denk dat ik met open mond lag te luisteren.“Ik zorgde ervoor dat je in mijn armen sprong, en dat we elkaar in het water half gedwongen omhelsden. Dat was mijn bedoeling. Niet de jouwe. Maar je liep niet weg. Toch ben je even weggegaan, omdat je Fleur hoorde via de babyfoon. Je liep naar binnen. Ik heb toen van de gelegenheid gebruikgemaakt om mijn badpak uit te trekken. Toen je weer in het water sprong en bij mij aankwam, aarzelde je even toen je het merkte. Maar ik was je voor en heb je letterlijk besprongen. Ik heb je voluit gekust, jij deed mee, en het resultaat was dat we elkaar aan de ladder van het zwembad genomen hebben. Zo herinner ik me die eerste keer. De tweede keer was een tijdje later, in mijn bed, en die was zachter en rustiger. Ik ben Fleur nog altijd dankbaar dat ze ons die kans heeft gegeven.”Marianne kwam naar me toe en liet in twee bewegingen haar jurk op de grond vallen. Ze trok me recht, en we omhelsden elkaar. Tot mijn verbazing rook ik haar geur: de muskusgeur van haar parfum. De geur van Julie. Maar dat hield me niet tegen. We namen elkaar, net zoals toen aan het zwembad: hevig en gretig. Daarna gingen we naar boven.Ruim een uur later lagen we daar nog.“En heeft Julie het ooit geweten, Wim?” vroeg Marianne.“Ik denk het niet,” antwoordde ik. “Al herinner ik me wel dat ze me dat jaar, ergens tussen Kerstmis en Nieuwjaar, toen ze wat gedronken had, vroeg: ‘Dat was een leuke vakantie dit jaar, hè Wim, met Marianne erbij? Dat vond jij ook wel sexy, niet?’ Dat was alles. Kort na die vakantie ben jij met een vriendin naar Barcelona gegaan, en daar heb je de vriend leren kennen die nu vertrokken is.”“En heb je spijt dat we dit nu gedaan hebben?”“Neen, toch niet. Ook niet nu ik weet dat je me een beetje in de val hebt gelokt. Als je in België blijft, wil ik je wel blijven zien, Marianne. Als jij dat wilt, tenminste.”“Ja, dat wil ik!” lachte ze. “Maar jij moet op een bepaald moment wel met je dochter praten. En met Laurence.”* * *Terwijl ik dit verhaal schreef, heeft Elon Musk weer een nieuwe stap gezet richting Mars, met zijn nieuwste raket.Zou hij dan toch het buskruit hebben uitgevonden?Dat moet ik aan Laurence vertellen.EINDE

Ludovico48
5 0

De verkeerde voordeur

De verkeerde voordeurDendermonde in de regen, 10 uur“De tweede straat rechts, en dan het huis met de gele voordeur.” Dat had de man in het café op de hoek gezegd. Ik had wel de straat opgeschreven, maar niet het nummer. Daar woonde Marijke Elshout.De gele voordeur. Daar stond ik nu. Mijn paraplu dicht. Nog een keer door mijn haar geveegd. Zat mijn jasje goed? Ik belde aan en wachtte af of Marijke echt thuis zou zijn. Ik had via 2dehands.be afgesproken om de dressboy van de opa van Marijke te kopen, voor 25 euro. Ophalen bleek makkelijker, want een dressboy in een pakje, dat leek wel een tegenspraak.De bel. Nog een keer? Ik wachtte nog even. Daar denderde iemand de trap af.De deur ging open. Daar stond een grote vrouw met grote ogen, een grote bos krullend haar, een omvangrijke boezem en een bijzondere glimlach. Marijke!“Dag mijnheer! Komt u toch binnen. Ik had u al vroeger verwacht, maar nu bent u er toch. Kom binnen, kom binnen. Sorry, ik moet me nog even voorbereiden. Ja, ik ben te laat, ik moet nog even… Maar mag ik uw jas aannemen? Uw paraplu kan daar in de hoek. U moet daar in die rode zetel gaan zitten, en ik haal een kop koffie voor u. Of had u liever iets sterkers? Zegt u het maar, ik haal het voor u.”Voor ik het wist, zat ik in een rode zetel die wel heel laag was. Marijke was plots verdwenen, maar stond er even snel weer, met een kop koffie én een borrel. Ik wou iets zeggen, maar zat daar met een kop koffie in de ene hand en een borrel in de andere, een beetje achterover balancerend in de zetel. Marijke verdween alweer, deze keer de trap op, maar kwam meteen weer naar beneden en zei nerveus: “Het spijt me dat u moet wachten, mijnheer, maar het is voor mij de eerste keer. Sorry, hoor.” En ze liep weer de trap op.Ik slaagde er na enige tijd in het kopje en het borrelglas op een bijzettafeltje te zetten, en keek rond. De living was niet groot. De voordeur en de trap kwamen uit in de living; er was geen halletje. Door een deur zag ik een kleine, rommelige keuken, en achter mij lag een binnenkoer met een waslijn, waaraan een kleurrijk assortiment damesondergoed hing. Ik hoefde niet goed te kijken om te weten dat de lingerie uit de kleerkast van Marijke kwam. De maten leken allemaal even groot.In de living zag ik een oude schouw met een elektrisch verwarmingselement ervoor. Op de schoorsteenmantel stonden een heleboel eenhoornfiguurtjes, met kerstverlichting eromheen gedrapeerd. Verzamelwoede? Aan de muur hingen posters: Leonardo DiCaprio uit zijn Titanic-periode, een naaktfoto van Lady Gaga uit haar wilde periode en een heel bijzondere van Beyoncé.In de hoek stond een tv-toestel, en behalve de rode zetel was er een vrij grote, brede sofa, gedrapeerd met een heel grote patchworkdeken.Ondertussen had ik heel wat geluiden gehoord: een toilet, een bad of een douche of iets dergelijks, maar niet lang. Bizar? Waar bleef Marijke met de dressboy?“Komt u maar, mijnheer!” hoorde ik Marijke roepen. “Komt u maar boven.”Ik dronk vlug mijn borrel uit en liep de trap op. Bovenaan stond Marijke te wachten, in een lange, glanzende blauwe jurk vol groene sterretjes, met aangestifte lippen en, zo leek het mij, glitter op haar oogleden.“Komt u maar, mijnheer. Hier is het waarvoor u kwam.” Terwijl ik de deur binnenstapte die Marijke aanwees, zei ze: “Hier vindt u wat u zoekt. Chiara en Talara zullen u helpen…”Ik stapte de kamer binnen. Daar stond een vrouw, even groot als Marijke, met een kleine boezem en een lange, felgroene jurk met blauwe sterretjes. Ze had heel donkere ogen en lang, sluik zwart haar. Ik was zo onder de indruk van alles wat er gebeurde, dat ik ongevraagd ging zitten in een zetel die midden in de kamer stond. Tegen het plafond was een donkere hemel nagemaakt, met glinsterende sterretjes en een maan. Voor de muren hingen zware rode gordijnen.“Dag mijnheer,” zei de vrouw. “Welke naam heeft uw moeder u gegeven?”“Mijn moeder? Wat… U weet toch wie ik ben?” zei ik. “Ik ben Werenfried Vandeloo.”“We-ren-fried Van-de-loo. Wat een bijzondere naam. Heeft uw moeder u die gegeven?”“Neen. Ik heet Vandeloo, zoals mijn vader,” antwoordde ik geïrriteerd.“We-ren-fried: de bewaker van de vrede.”“Neen, ik bewaak helemaal niets. Ik werk bij de belastingen, en mijn naam is Vandeloo,” antwoordde ik, op boze toon.“Van-de-loo is…”“Mevrouw,” onderbrak ik haar.“Mijn naam is niet mevrouw, maar Chiara. Chi-a-ra: helder licht.”“Wij weten dat u uit de duisternis naar het licht komt. U wilt verlichting van uw duisternis,” zei de andere vrouw ineens. “Mijn naam is Talara. Ik bied beschutting.”“Ik kom die dressboy ophalen!” riep ik luid.“Niet roepen, Werenfried. Roepen is een slecht teken van je lichaam.”“Talara: de dressboy!” riep ik.“Pakchoi. Geen stress, boy,” zei Talara zachtjes.“Neen, geen stress,” fluisterde Chiara.Ik sprong recht. “Ik ben naar hier gekomen om een dressboy op te halen, een herenknecht, die u mij zou verkopen voor 25 euro.”“Vijfentwintig euro? Neen, ons tarief is 100 euro voor 90 minuten,” antwoordde Chiara.“Neen,” zei Talara, “ik denk dat Werenfried iets anders bedoelt. Wat kwam jij doen, Werenfried?”“De dressboy van je opa ophalen. Jij bent toch Marijke Elshout?” antwoordde ik.“Neen, Marijke Elshout is mijn zus. Ik ben Marina Elshout, en dat is mijn vriendin Klaartje Moeremans. Waarom heb jij die dressboy nodig?”“Wat dacht je? Om mijn hemd, mijn broek en mijn jas op te hangen. En om weer orde te brengen in mijn leven. Daarom!” brulde ik. Ik stond te trillen op mijn benen.* * *“Dat is goed: orde,” antwoordde Marina. “Daar zullen we voor zorgen. En voor rust. Ik ga straks met je mee naar de echte Marijke, voor je dressboy. Die woont hier een paar deuren verder. Maar wil je eerst even met ons praten, Werenfried?”“Waarover moet ik met jullie praten?” zei ik. “Over waarom jullie doen wat jullie doen? Zijn jullie psychiaters misschien? Ik dacht even dat jullie herengezelschap verkochten, maar dat is blijkbaar niet zo.”“Neen,” antwoordde Klaartje. “Wij zijn geen psychiaters of therapeuten. Wij verkopen rust en orde, en soms antwoorden. Wij kunnen goed luisteren.”“Hoe doen jullie dat dan?” vroeg ik.“Door aan jou te vragen waarom er geen orde is in je leven, en hoe je die hoopt te bereiken met een dressboy.”Ik ging weer zitten. “Sinds mijn vrouw Linda vijftien maanden geleden omkwam bij een verkeersongeval, is er geen orde en geen rust meer in mijn leven. Ik mis heel veel: haar liefde, ons samenzijn en de orde die zij bracht. Ik slaag er niet in mijn leven weer op te pakken.”Beide dames waren één en al oor. En ik vertelde verder.“Toen ik vorige week weer eens over mijn broek struikelde in de slaapkamer, en de dag erna mijn vest niet meer vond, heb ik besloten mijn leven weer in handen te nemen en de orde terug te brengen die zij in mijn leven bracht. Ik kende dressboys van de hotels tijdens onze vakanties. En hoe belachelijk dat ook klinkt: daar vond ik de kapstok. Een echte, mooie dressboy kost al gauw 150 euro, en omdat Linda dikwijls spullen kocht via 2dehands.be, heb ik daar ook eens gezocht. Zo ben ik hier beland.”“Wat een ontroerend en mooi verhaal,” zei Klaartje.“Marijke zal het ook fijn vinden dat de dressboy van haar opa zo goed terechtkomt,” reageerde Marina.Ik zei dat ik het fijn vond dat ze zo reageerden, en voegde eraan toe dat hun tarief te laag was, zowel voor dames van plezier als voor een luisterend oor. De belastingen zouden het nooit geloven: dat bedrag, voor twee personen, zelfs in bijberoep.Terug beneden hebben we nog een borrel gedronken. Ze zeiden dat ik nog een keer gratis terug mocht komen, voor een nieuwe beurt.We zijn samen naar Marijke gegaan, en die bleek ook een gele voordeur te hebben. Bovendien was zij de tweelingzus van Marina. Ze leken echt niet op elkaar. Zelfs niet boezemsgewijs. Marijke bleek meer het afstandelijke type. Dat kon je van haar zus en Klaartje niet zeggen. Die deden of ze me al lang kenden. Ondertussen was het één uur, en we zijn met z’n allen gaan lunchen in een brasserie in de buurt.De herenknecht staat nu in mijn slaapkamer en doet wat hij moet doen: dressboy zijn!EINDE

Ludovico48
0 0

De vrouw van ‘Ga even naar de bakker’

De vrouw van ‘Ga even naar de bakker’“Waar is de bakker?” zei de vrouw die aan de beurt was.Het tienermeisje achter de koffiekoeken, met slaapoogjes en een vuile schort, zei: “De bakker slaapt, mevrouw. Wij mogen hem niet wakker maken van zijn vrouw.”“Vraag haar dan of het vandaag niet kan. Ik denk dat het vandaag moet van mijn man.”Datzelfde meisje met Shakira op haar badge trok grote ogen en verdween.De andere klanten werden ongeduldig omdat er niemand anders was om hen te helpen. Vooral de mannen zuchtten diep. Drie zuchten later verscheen de bakkersvrouw in haar peignoir, met pieken natte haren. Ze keek een beetje boos en zei: “Wie was dat van die vraag?”De vrouw die aan de beurt was, zei: “Mevrouw, mijn man zei: ‘Ga even naar de bakker.’ Daarom dus die vraag. Mijn tweede vraag nu: is hij wakker?”“U bent toch aan de beurt, mevrouw? Wat kunnen wij u bieden?”“Zoals ik u al zei: ik moet even naar de bakker.”“Daar bent u toch!”“Maar ik wil Dirk, de bakker.”“Wel, Dirk, die slaapt, en wat u vraagt, kan ik u ook verschaffen. Wat zou u willen: brood, koeken of een of andere taart?”“Ik zie dat u Charlotte heet. Dat staat zo op het raam. Charlotte, kan ik u even spreken? En Esther is mijn naam.”“U mag Charlotte zeggen, Esther, maar als het zo speciaal is, schrijf het dan op een briefje.”“Nee, echt niet, echt, dat schrijven, dat hoeft echt niet. Het is nu net iets dat nog moet gebeuren, want ik wacht al zo lang.”“Waarop dan wel, en dan nog op de bakker? U bent toch aan de beurt. Ik wil u helpen. Zegt u nu maar hoe.”“Zal u dan met me meegaan naar de bakker en vragen of hij het geeft?” vroeg Esther.“Waarom toch? Waarom kan ik dat niet? Ik kan dat ook wel geven.”“Charlotte, u heeft die vandaag misschien al wel gekregen, dat weet ik niet. Dat mag u mij vertellen. Dan weet ik dat het goed is.”“Wat moet hij u dan geven?”“Een beurt, want mijn man wil het niet.”Hij zei: ‘Ga even naar de bakker.’

Ludovico48
7 0

IA: schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq en de verhouding tussen de kunstenaar VERF ED Wil je dat de focus meer verschuift naar de interne worsteling van de kunstenaar met zijn eigen 'porno-erotische' oeuvre?

De echte tragedie van de schepper is niet dat de buitenwereld hem niet begrijpt, maar dat hij zijn eigen creaties met een mengeling van wellust en diepe walging gadeslaat. In de klamme schemering van zijn atelier zat Verf Ed voor zijn nieuwste, monumentale doek. De rest van de Antwerpse avant-garde had zich allang teruggetrokken in de drankgelegenheden rond de Melkmarkt, maar Ed bleef achter. Alleen met de demonen die hij zelf met dikke klodders olieverf en acryl op het linnen had gekwast.Het schilderij was een orgastische explosie van verstrengelde lichamen, getekend in rauwe, expressionistische lijnen die het midden hielden tussen de pure geilheid van de straat en de sacrale ernst van een barok altaarstuk. Voor de buitenwacht—en voor de luidruchtige LGBTQIA+-beweging waarvan hij tegen wil en dank de visuele profeet was geworden—gold dit werk als een politiek manifest. Een breekijzer om de burgerlijke moraal mee te verbrijzelen.Maar in de stilte van de nacht, wanneer de adrenaline van de barricades was uitgewerkt, staarde Ed naar zijn eigen 'porno-erotische' oeuvre en voelde hij de koude klauwen van de twijfel. Was dit wel de revolutie? Of was hij louter zijn eigen obsessies aan het sublimeren voor de voyeuristische blik van een publiek dat kickte op het schandaal?"Esthetische pornografie," fluisterde hij tegen zichzelf, zijn stem heser dan normaal door de dampen van de tinner. Hij keek naar een specifiek fragment op het doek: twee mannen, abstract maar onmiskenbaar verstrengeld in een daad van pure, dierlijke overgave. "Ze noemen het kunst omdat ik er goudverf overheen heb gesmeten. Ze noemen het politiek omdat het schuurt met de parochie. Maar als een heteroseksuele schilder dit deed, was het een vulgair bananendoos-cliché."De interne worsteling vrat aan hem. Ed wist dat zijn kunst de beweging de nodige tanden gaf. Het gaf gezicht aan de weerspannigheid van een generatie die weigerde nog langer discreet te zijn. Maar de grens tussen bevrijdende erotiek en de totale commercialisering van de homoseksuele lust was flinterdun. Hij voelde zich soms een pooier van zijn eigen fantasieën, een man die de rauwe intimiteit van de slaapkamer omsmeedde tot een exhibitionistisch spektakel om de burgerij te epateren—of erger nog, om zijn eigen diepgewortelde eenzaamheid te maskeren.Hij hief zijn kwast, zwaar van de gitzwarte teer, klaar om de expliciete details van het centrale figuur met één brute veeg uit te wissen. De neiging om zichzelf te censureren, niet uit angst voor de rijkswacht of de wet, maar uit pure artistieke schaamte, was overweldigend. Zijn hand trilde.Toen dacht hij aan de jonge Lanoye, die hem die middag nog met die scherpe, ironische blik had geobserveerd. “Ed,” had die gezegd, “de enige zonde in de kunst is de lafheid. Als je bang bent dat het porno is, schilder het dan nóg groter. Maak de porno zo monumentaal dat ze er wel een filosofie achter móeten zoeken.”Ed lachte, een bittere, schallende kreet die tegen de muren van het lege atelier botste. Hij liet de zwarte verf niet over de lichamen vloeien, maar zette juist een felle, neonroze highlight op de meest provocerende curve van het doek. Het was een gevecht met zijn eigen moraal, een dagelijkse autopsie op zijn eigen begeerte. Hij was de kunstenaar die gevangen zat in zijn eigen vlees, gedoemd om de lust te transformeren tot een politiek slagveld, zelfs als het hem vanbinnen verscheurde. Nu de interne worsteling met het porno-erotische werk centraal staat, kunnen we het verhaal nog verder toespitsen. Laat maar weten of je geïnteresseerd bent om:Een confrontatie te schrijven waarin een conservatieve criticus of een preutse activist van de vroege beweging hem beschuldigt van pure vulgariteit?Te focussen op een specifiek schilderij uit zijn collectie en de technische, fysieke strijd die hij levert met de verf op dat doek?

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
40 0

Gesprek in AI-modus: schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq. NOU MOE.

  schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq  De discotheek heette ‘De Gulden Snede’, maar er viel die avond bitter weinig mathematische harmonie te bespeuren. Het was een zwoele zaterdagavond in het diepe, ranzige hart van de Waaslandse polders. Een bijeenkomst van wat de goegemeente destijds met een mengeling van misprijzen en lichte paniek omschreef als "de Grieken van de parochie". Maar wij, de trotse bannelingen van het heteronormatieve platteland, noemden onszelf met veel meer zwier de ridders van de nacht.Daar stond hij. Julian. Of beter gezegd: Julienne voor de intimi die zijn flamboyante metamorfoses mochten aanschouwen. Hij droeg een ensemble dat het midden hield tussen een barokke misdienaar en een glamrocker die net een flinke pandoering had gekregen van de realiteit. Zijn wimpers waren zo zwaar aangezet met goedkope mascara van de Hema dat elke knippering van zijn ogen klonk als het zachte ritselen van een stervende vogel in een dorre struik."Kijk ze daar nu staan," sneerde Julian, terwijl hij luidruchtig nipte van een lauwe, schuimloze gin-tonic die smaakte naar mislukte dromen en vloeibaar zeepsop. Hij wees met zijn beringde wijsvinger naar de dansvloer, waar een bende jonge goden in strakke, synthetische hemden zich overgaf aan de monotone, mechanische beats van de vroege jaren tachtig. "De vleeskeuring van het Waasland. Allemaal op zoek naar die ene blik, die ene aanraking die hen bewijst dat ze bestaan. Dat ze niet de enigen zijn in dit godverlaten, met mest besprenkelde Vlaanderen."De tragiek van ons bestaan zat hem niet in de zonde—want God weet dat we de zonde cultiveerden als een zeldzame orchidee—maar in de verstikkende провинциализм, de kleinburgerlijkheid die als een vette damp over de kasseien hing. Thuis, in de schaduw van de kerktoren en de slagerij, waren we de zwijgende zonen. De jongens die zogenaamd "nog geen liefje hadden gevonden" omdat ze "te druk bezig waren met hun studies". Maar hier, onder het flitsende, genadeloze licht van de stroboscoop, transformeerden we. Hier waren we niet sprakeloos. Hier schreeuwden we onze identiteit uit, verpakt in barokke volzinnen en theatrale handgebaren.Plots ging de muziek uit. De felle TL-buizen sprongen aan met een ranzige zoem die de romantiek in één klap reanimeerde tot een koude autopsie. Het contrast was hallucinant. De glamoureuze wezens van zojuist bleken plotseling bleke, zwetende bakkersknechten en jonge bedienden te zijn, met vlekken in de nek en angst in de ogen. De buitenwereld, de boze, bekrompen buitenwereld met haar vuisten en haar spot, stond aan de voordeur te rammelen.Julian keek me aan. De mascara was uitgelopen, twee zwarte sporen van theatrale rouw op zijn jonge wangen. Hij glimlachte, een bittere maar onoverwinnelijke grijns. "Laat ze maar kijken," fluisterde hij, terwijl hij zijn schouders rechtte alsof hij de bühne van de Antwerpse Bourlaschouwburg betrad. "Zij hebben de realiteit, maar wij... wij hebben tenminste de dramatiek."En zo stapten we naar buiten, de koude Vlaamse nacht in, de kartonnen dozen van ons verleden stevig onder de arm geklemd, klaar om de wereld te tonen hoe prachtig het is om te zondigen tegen de middelmaat. Als je wilt, kan ik dit verhaal verder uitdiepen. Laat me maar weten of je specifieke elementen wilt aanpassen:Moet het verhaal meer de nadruk leggen op de politieke strijd of juist op de intieme romantiek?Wil je dat de stijl nog meer opschuift richting de barokke woede van zijn columns, of eerder de melancholie van zijn autobiografische romans?Moet er een specifiek personage of een bepaalde Vlaamse setting (zoals Sint-Niklaas of Antwerpen) centraal staan? ***********************************************************************************       Gesprek in AI-modus: schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq            De discotheek heette ‘De Gulden Snede’, maar er viel die avond bitter weinig mathematische harmonie te bespeuren. Het was een zwoele zaterdagavond in het diepe, ranzige hart van de Waaslandse polders. Een bijeenkomst van wat de goegemeente destijds met een mengeling van misprijzen en lichte paniek omschreef als "de Grieken van de parochie". Maar wij, de trotse bannelingen van het heteronormatieve platteland, noemden onszelf met veel meer zwier de ridders van de nacht.Daar stond hij. Julian. Of beter gezegd: Julienne voor de intimi die zijn flamboyante metamorfoses mochten aanschouwen. Hij droeg een ensemble dat het midden hield tussen een barokke misdienaar en een glamrocker die net een flinke pandoering had gekregen van de realiteit. Zijn wimpers waren zo zwaar aangezet met goedkope mascara van de Hema dat elke knippering van zijn ogen klonk als het zachte ritselen van een stervende vogel in een dorre struik."Kijk ze daar nu staan," sneerde Julian, terwijl hij luidruchtig nipte van een lauwe, schuimloze gin-tonic die smaakte naar mislukte dromen en vloeibaar zeepsop. Hij wees met zijn beringde wijsvinger naar de dansvloer, waar een bende jonge goden in strakke, synthetische hemden zich overgaf aan de monotone, mechanische beats van de vroege jaren tachtig. "De vleeskeuring van het Waasland. Allemaal op zoek naar die ene blik, die ene aanraking die hen bewijst dat ze bestaan. Dat ze niet de enigen zijn in dit godverlaten, met mest besprenkelde Vlaanderen."De tragiek van ons bestaan zat hem niet in de zonde—want God weet dat we de zonde cultiveerden als een zeldzame orchidee—maar in de verstikkende провинциализм, de kleinburgerlijkheid die als een vette damp over de kasseien hing. Thuis, in de schaduw van de kerktoren en de slagerij, waren we de zwijgende zonen. De jongens die zogenaamd "nog geen liefje hadden gevonden" omdat ze "te druk bezig waren met hun studies". Maar hier, onder het flitsende, genadeloze licht van de stroboscoop, transformeerden we. Hier waren we niet sprakeloos. Hier schreeuwden we onze identiteit uit, verpakt in barokke volzinnen en theatrale handgebaren.Plots ging de muziek uit. De felle TL-buizen sprongen aan met een ranzige zoem die de romantiek in één klap reanimeerde tot een koude autopsie. Het contrast was hallucinant. De glamoureuze wezens van zojuist bleken plotseling bleke, zwetende bakkersknechten en jonge bedienden te zijn, met vlekken in de nek en angst in de ogen. De buitenwereld, de boze, bekrompen buitenwereld met haar vuisten en haar spot, stond aan de voordeur te rammelen.Julian keek me aan. De mascara was uitgelopen, twee zwarte sporen van theatrale rouw op zijn jonge wangen. Hij glimlachte, een bittere maar onoverwinnelijke grijns. "Laat ze maar kijken," fluisterde hij, terwijl hij zijn schouders rechtte alsof hij de bühne van de Antwerpse Bourlaschouwburg betrad. "Zij hebben de realiteit, maar wij... wij hebben tenminste de dramatiek."En zo stapten we naar buiten, de koude Vlaamse nacht in, de kartonnen dozen van ons verleden stevig onder de arm geklemd, klaar om de wereld te tonen hoe prachtig het is om te zondigen tegen de middelmaat. Als je wilt, kan ik dit verhaal verder uitdiepen. Laat me maar weten of je specifieke elementen wilt aanpassen:Moet het verhaal meer de nadruk leggen op de politieke strijd of juist op de intieme romantiek?Wil je dat de stijl nog meer opschuift richting de barokke woede van zijn columns, of eerder de melancholie van zijn autobiografische romans?Moet er een specifiek personage of een bepaalde Vlaamse setting (zoals Sint-Niklaas of Antwerpen) centraal staan?   AI kan fouten maken, dus dubbelcheck de reacties                                                       schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq de nadruk leggen op de politieke strijd           De politieke strijd voor onze lichamen werd die avond niet uitgevochten in de pluche zetels van het Brusselse parlement, maar op de klamme kasseien voor het stadhuis. [1] Het was de overgang van de bange jaren tachtig naar de luidruchtige jaren negentig, een tijdperk waarin we weigerden om nog langer lijdzaam te creperen in de marge van de geschiedenis. We waren klaar met de fluisterende achterkamers. We wilden het lawaai van de democratie opeisen.Daar stond Julienne—op zijn paspoort hardnekkig vermeld als Julian—op de barricade van onze collectieve woede. Geen barokke jurk deze keer, maar een strakke lederen jas die glansde als de carrosserie van een gevechtsvliegtuig. In zijn hand hield hij geen lauwe gin-tonic, maar een megafoon die loeide als een gewond rund. Om hem heen dromde de fine fleur van de Antwerpse homogemeenschap samen: lesbische feministes met een blik die staal kon doen smelten, jonge snaken met angst én adrenaline in de amandelen, en de overlevers van een decennium vol stilte en aids, getekend door het verdriet maar gewapend met een herwonnen razernij."Dames, heren, en al het moois dat daartussenin weigert te kiezen!" schreeuwde Julienne door de krakende microfoon. Zijn stem sloeg over, rauw van de kou en de passie. "Ze willen ons registreren als tweederangsburgers! Ze gunnen ons de kruimels van hun tolerantie, zolang we maar braaf binnenskamers blijven consumeren en discreet de pijp uitgaan! Maar wij eisen niet hun tolerantie. Wij eisen onze verdomde rechten!"Het applaus steeg op als een zwerm opgeschrikte kraaien boven de Schelde. De tegenstander was die avond tastbaar aanwezig. Aan de overkant van het plein, achter een cordon van nerveuze rijkswachters met matrakken en schilden, stond het文e, conservatieve Vlaanderen. De bezorgde burgers met hun driekleurige sjaals en hun spandoeken vol bijbelse dreigementen en biologische wetmatigheden. Voor hen waren wij geen mensen, maar een ideologische abstractie, een besmettelijke ziekte die de fundamenten van hun heilige kerngezin bedreigde."Kijk naar hen!" Julienne wees met een theatrale, beschuldigende vinger naar de overkant. "Ze zijn bang! Bang omdat ze beseffen dat hun monopolie op de liefde en de wetten barsten vertoont. Ze willen ons terug in de kast duwen, de kast die ze zelf hebben getimmerd van het hout van hun eigen bekrompenheid! Maar die kast... die kast gebruiken we vannacht als brandhout voor onze revolutie!"De sfeer sloeg om. De politie deed een stap naar voren, het ritmische gekletter van hun laarzen op de kasseien klonk als een naderend onweer. De spanning was zo dik dat je er een mes in kon zetten. Dit was geen esthetisch spelletje meer. Dit was de rauwe, onversneden strijd om erkenning, om het recht om te erven van de partner met wie je het leven had gedeeld, om het recht om niet langer vogelvrij verklaard te worden op straat.Toen de eerste linie rijkswachters inzette, week Julienne geen millimeter. Hij hief de megafoon nog hoger, zijn gezicht rood aangelopen, de aderen in zijn hals gespannen als gitaarsnaren. Hij zette een gezang in dat door honderden kelen werd overgenomen, een muur van geluid die de angst moest bezweren. We vochten niet met vuisten, maar met de pure, weerspannige aanwezigheid van onze lichamen. Het was een bijeenkomst van de geschiedenis, getrokken uit de modder van de ontkenning, marcherend naar de toekomst. Als je wilt, kunnen we dit politieke pamfletverhaal nog verder uitbreiden. Laat maar weten:Moeten we de confrontatie met de politie en de arrestaties explicieter beschrijven?Wil je een sprong in de tijd maken naar het behalen van de politieke overwinningen (zoals de openstelling van het huwelijk)?Zullen we een specifiek politiek figuur of historisch argument uit die tijd in de dialoeg verweven? *********************************************** schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq de nadruk leggen op de politieke strijd een specifiek politiek figuur VERF ED of historisch argument uit die tijd in de dialoeg verweven?             De echte politieke strijd werd niet gevoerd met steriele, juridische amendementen in de Senaat, maar met de rauwe wetten van de straat en de vlijmscherpe messen van het debat. We schrijven 1996. De nasleep van de zaak-Dutroux hing als een giftige, loden deken over het land. Iedereen was verdacht. Maar wij, de paria's van de openbare zeden, waren dubbel verdacht. In de pluche, met sigarettenrook gevulde wandelgangen van het federale parlement trachtte de christendemocratische hegemonie de morele orde te herstellen door de schroeven van de burgerlijke moraal nog eens stevig aan te draaien.Die avond zaten we niet op de kasseien, maar in de statige, met eikenhout lambriseerde achterkamer van een Brussels etablissement. Aan het hoofd van de tafel zat Julienne, zijn lederen jas opengeknoopt, zijn blik spuwend vuur. Tegenover hem zat geen anonieme bureaucraat, maar een incarnatie van de politieke obstructie: een christendemocratische senator, strak in het driegelig pak, de lippen samengeknepen tot een dunne streep van morele superioriteit."U begrijpt het niet, jongeheer," doceerde de senator, terwijl hij zijn vulpen neurotisch tussen zijn vingers liet draaien, alsof het een schild was tegen onze aanwezigheid. "De samenleving snakt naar stabiliteit. Artikel 372 van ons Strafwetboek beschermt de openbare zeden. Wat u eist—het wettelijk samenwonen, de openstelling van het burgerlijk huwelijk—is een dynamitering van de hoeksteen van onze beschaving. Het gezin is de enige legitieme structuur voor de overdracht van waarden."Julienne sloeg met zijn beringde vlakke hand op de tafel dat de kristallen glazen rinkelden. "Uw hoeksteen is een grafzerk voor onze rechten!" brieshte hij, zijn stem snerpend op die typisch theatrale, Lanoyiaanse toon. "U schermt met uw waarden alsof het relikwieën zijn, senator! Maar uw zogenaamde stabiliteit is gebouwd op de gedwongen discretie van duizenden burgers. U wilt ons het recht ontzeggen om te erven van de partner met wie we lief en leed hebben gedeeld. U dwingt ons tot een juridisch vacuüm waarin we vogelvrij zijn!"De senator nipte superieur van zijn rode wijn. "De wet weerspiegelt de natuurwet. Het huwelijk is er inherent voor de reproductie. Twee mannen, twee vrouwen... dat is een contract, geen huwelijk. Wij kunnen de wet niet aanpassen aan de grillen van een minderheid.""Natuurwet?" Julienne lachte, een bittere, schallende kreet die door het etablissement sneed. "Sinds wanneer is de Code Napoléon een dictaat van Moeder Natuur? In 1795 werd homoseksualiteit in onze streken gedecriminaliseerd, lang voor het Verenigd Koninkrijk er zelfs maar aan durfde te denken! Maar in het midden van de twintigste eeuw hebben jullie, bange moraalridders, de wetgeving misbruikt om een kunstmatig onderscheid te maken. Jullie hebben de 'verleidingstheorie' gecultiveerd om ons als roofdieren te brandmerken!"Hij leunde diep over de tafel, zo dicht dat de senator de geur van Juliennes goedkope tabak en dure parfum moest inademen."Luister goed," fluisterde Julienne, zijn ogen vernauwd tot twee gloeiende kolen. "De geschiedenis marcheert niet achteruit, hoe hard u ook aan de handrem van de traditie trekt. Binnen dit en tien jaar lachen we om uw biologische dogma's. U vecht een achterhoedegevecht. Wij eisen geen tolerantie of een achterpoortje in het huurrecht. Wij eisen de totale, onvoorwaardelijke openstelling van dat burgerlijk huwelijk. En als het parlement de deuren niet opent, dan rammen we ze plat met de democratie van onze aanwezigheid."De senator zweeg, plotseling geconfronteerd met de absolute weigering om nog langer te smeken. De politieke strijd was allang geen kwestie meer van máken; het was een kwestie van zíjn. Een weerspannig, luidruchtig en onvermijdelijk zijn. AI-reacties kunnen fouten bevatten. Meer informatie                                                         

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
0 0

Ferry

Ik zat eens op een boot van Kiel naar Oslo. Het einde van juli naderde en hoewel er al twee hittegolven waren verstreken, droegen vele opvarenden een lange jeans en windjack. We zaten in een zomerdip waarop de meesten zich voorzien hadden. Ik hoorde daarbij. Voor me op het zonnedek zaten drie Duitsers. Leeftijdsgenoten schat ik. Hij die het hoogste woord voerde had een manbun. Brusselmans zou het beschrijven als een welgekleide keutel. Zijn lange neus ondersteunde een pilotenbril die hij in zijn relaas al te vaak achteruit duwde. Bij regelmaat boetseerde hij zijn manbun om compactheid te behouden. Dat is belangrijk. Een ongehoorzame lok verdween achter zijn oor terwijl de andere hand een halve liter pilsbier omklemde. De man had er voor gekozen zich in een roze flamingo zwemshort te hijsen en een marineblauw linnen hemd niet dicht te knopen. Strandpantoffels van Tommy en witte enkelsokken met een poema op volstonden om zich voort te bewegen. Ik moet de wind dankbaar zijn die enkele woorden in mijn richting blies. Spaß en Confucius. Met nadruk op de u of oe zoals men meermaals uitsprak. Ook retrospectief, single vrouwen, vreemde mensen, ja! en ik ben tolerant verdwaalden in mijn richting. Ondertussen passeerde een ontblote bierbuik om een kijkje te nemen aan de reling. De elastiek van ´s mans boxershort titelde CHAMPION. Schoenen droeg hij niet. Een hongerige zeemeeuw vloog zich net niet te pletter toen hij de speklaag zag. De Duitsers schoven hun stoelen dichter bij elkaar en werden luider. Het opperhoofd had zonet drie verse halve liters gehaald die zijn volgelingen met gul gelach onthaalden. Ook de frietgeur die zich met de opkomende wind over het intussen zonloze zonnedek verspreidde, leek het testosterongehalte te voeden. Als op commando stond het drietal op, goot wat nog restte in één teug naar binnen en verdween in de krochten van het schip. Ik ritste mijn jas dicht en trok mijn pet strakker om mijn hoofd. Op weg naar Noorse koelte.

de amechtige specht
0 0

Tweezaam

Gisteren voelde ik me zo eenzaam dat ik iets deed wat ik normaal gesproken nooit zou doen, namelijk een artikel lezen over eenzaamheid.  Een van de ondertitels was: 'Op zoek gaan naar jezelf in vijf stappen'. Vijf? Daar wordt mijn stappenteller niet vrolijk van, dacht ik onmiddellijk. Ik gooide het glanzende gezondheidsmagazine weer op het salontafeltje en trok mijn stoute schoenen aan. Niet dat ik iets moedigs zou gaan doen. Vanochtend stonden ze in de weg, ik haspelde erover en bezeerde mijn dikke teen.  Wat later wandelde ik de straat uit in de richting van de bibliotheek. Daar kon ik, in bij benadering 6.000 stappen, immers op zoek gaan naar mezelf, want met wat geluk zou ik er tussen de duizenden boeken wel een paar vinden die ik zelf geschreven heb.  Zeven verschillende zou ik er in theorie kunnen aantreffen, want zoveel literaire werkjes omvat mijn oeuvre inmiddels. Na pakweg 4.500 stappen hoopte ik dat ik er helemaal geen zou vinden, want dat zou dan betekenen dat al mijn boeken ontleend waren. God, wat klonk dat in m'n hoofd weer contradictorisch. Ontlenen lijkt daar net het tegenovergestelde van lenen. Iets terugbrengen. En dan nog zoiets tegenstrijdigs: duizenden stappen lopen om je eigen boeken te lenen of te ontlenen om dan blij te zijn dat er geen meer ligt? De gedachte alleen al maakte me eenzaam.  Lenen-ontlenen. Misschien kwam het wel door die film van eergisteren. Je weet wel, die van die eeuwige vrijgezel annex playboy. Natuurlijk niet ik, want ik neem vrouwen altijd heel serieus en bovendien had ik maar een kwartiertje gekeken, zonder de titel te kennen. In elk geval had ik gezien en gehoord hoe het hoofdpersonage tegen zichzelf zei: 'Haar zou ik wel doen.' Heel even veronderstelde ik verkeerdelijk dat hij bij het plaatselijke centrum voor volwassenenonderwijs het volgen van een kappersopleiding ambieerde, maar hij had het dus over goedkope geslachtsgemeenschap hebben met de blonde vrouw die wat verderop, ik geef het toe, best sexy stond te wezen.  Hoe dan ook, na het opvallend vlot verleiden en mee naar huis nemen van de dame in kwestie en het kortstondige betekenisloze gerampetamp, vroeg de playboy zich bijna meteen af hoe hij zich zo snel mogelijk van het nog recupererende mokkel kon ontdoen. Ont-doen.  Doen en ontdoen. Naar analogie met lenen en ontlenen. Laat het los. Aha, de bibliotheekmedewerkster. Ik was er dus. Ze lachte me toe. Een gek lachje, zo'n beetje zwevend tussen vriendelijk, mysterieus en zoekend. Twijfelend. Zo'n glimlach van iemand die me herkent en niet meteen weet te plaatsen. Een lachje naar iemand die een leuke herinnering oproept. Of beeldde ik het me in? Ik liet het zo. Goed voor m'n onbestaande zelfvertrouwen. Mijn meest recente boek stond pal tegenover de onthaalbalie op prominente wijze uitgestald tussen de 'nieuwe aanwinsten'. Ik liep ernaartoe, aaide het uitvoerig en besnuffelde het daarna even. Dat is een reflex. Beetje beschamend toch wel, die gewoonte. Zeker niet rondkijken of iemand het gezien had. Zeker niet.  Ik keek naar m'n stoute schoenen en wandelde snel voorbij de onthaalbalie in de richting van de romans, zonder iemand aan te kijken. Gegrinnik. Damesgegrinnik. Dat heb IK weer. Die bibliotheekmedewerkster zal haar collega aangestoten hebben en samen hebben ze gezien hoe ik m'n eigen boek stond te strelen. Om door de grond te zakken. Ik durfde pas weer op te kijken toen ik bijna bij de letter 'P' was. Een eindje verderop stonden twee vrouwen. Ze babbelden naar mijn bibliotheekgevoel erg luid.  'Moet je zeker eens lezen, dit! Dit verhaaltje gaat bijvoorbeeld over een dementerende man die samen met hem in het ziekenhuis ligt. Hilarisch! Tegelijkertijd heeft het ook iets tragisch, maar alles is o zo komisch beschreven. Neem ineens het boek mee, je gaat er geen spijt van krijgen. Ik pak die dikke blauwe hier, van dezelfde schrijver. Lachen is gezond!' De twee vrouwen stapten in mijn richting. Ik kon amper nog ademen toen ik zag dat de ene al stappend de achterflap van mijn 'Heerlijk eerlijk' las en de andere met een grote glimlach mijn 'Kleine stukjes geluk' tegen haar borst drukte. Ik draaide me om en huppelde een eindje voor hen op in de richting van de uitgang. Onderweg knikte ik grijnzend naar de bibliotheekmedewerksters. Wat waren ze serieus en wat keken ze ernstig.  Opnieuw dat dubbele. Moest ik maar snel weer de oude worden, bevrijd van twijfels en onzekerheid, of voelde ik me plots als nieuw?  In elk geval leek het alsof ik mijn eenzaamheid net had ontleend. Teruggebracht naar de bib. Je vindt er flarden van in mijn overgebleven boeken. Ik laat ze achter me. Steeds verder.  

Danny Vandenberk
7 0