Zoeken

Elk zijn goestingske

Het was laat toen we gisteren thuiskwamen. Zo laat dat ge twijfelt of het nog de moeite is om de verwarming aan te zetten. Zo laat dat uw lichaam eigenlijk al beslist heeft dat het morgen is, maar uw hoofd koppig zegt: wacht, ik wil nog even een avond. We waren allebei moe. Niet gewoon moe, maar dat soort moe dat achter uw ogen zit. “Ik heb honger,” zei hij. Dat begreep ik. Natuurlijk begreep ik dat. Honger is helder. Honger is eerlijk. Honger dat ken ik. Terwijl hij eerder iemand is die vergeet te eten als de dag hem opslokt. Dat overkomt mij zelden. Maar dat is een ander verhaal. Dus ik zeg: “Schat, dan moet je iets eten.” Ik denk dan in dingen als een boterham met kaas. Als een restje van gisteren.Of, als het echt dringend wordt, iets in de airfryer. Menselijke oplossingen. Dingen met een begin, een midden en een einde. Maar hij zegt: “Ik heb zin in cassoulet. Uit blik. Met kaas.” En toen gebeurde er iets. Mijn hoofd klapt open als een slecht gesloten brooddoos in een boekentas. Cassoulet? Uit blik? Wie bént gij? Is dat iets wat ge bewust koopt? Staat ge in de winkel en denkt ge: ja, vandaag ga ik voor de Franse stoofpot in industriële variant, geef mij maar die nostalgische blikmetaalervaring? Hoe ziet dat eruit als ge dat opendoet? Is dat vloeibaar? Vast? Heeft dat een geluid? Een plop met gevolgen? Ruikt dat naar eten? Of naar oorlog? En die bonen? Zijn dat echte bonen of van die dingen die al drie generaties lang dezelfde textuur hebben? En vlees?.Zit daar überhaupt vlees in? Of iets dat ooit een ambitie had om vlees te worden? En dan.  Kaas.  Kaas?? Is dat een suggestie? Een topping? Een daad van rebellie? Is er ergens een Franse grootmoeder die op dit moment een kruis slaat en fluistert: non? Wie heeft u dat aangeleerd? Waar is dat begonnen? Was er een kamp? Een tent. Natte sokken. Een gamel op een wiebelend gasvuurtje. Iemand die zegt: “Het is dat of niks.” En dat dat dan… iets geworden is? Of een huttentocht? Op hoogte. Te weinig zuurstof. Te veel honger. Alles smaakt naar redding? Of was het bij uw oma? Een keuken waar de tijd bleef hangen. Waar dat blik open ging alsof het een ritueel was. Warm. Zwaar. Veilig. Want misschien is dit geen goesting. Maar herinnering die zich vermomd heeft als honger. Mijn hoofd ontploft maar ik zeg: “Natuurlijk. Goed idee. Doen.” Want liefde is soms zwijgen terwijl ge innerlijk een documentaire aan het maken zijt over de grenzen van het menselijk kunnen. En terwijl hij daar zit, met zijn blik en zijn lepel en zijn volstrekte overtuiging, denk ik: uiteindelijk blijven we toch allemaal een beetje vreemden voor elkaar. Maar misschien moet ge niet alles begrijpen. Dus ge blijft zitten. Kijken. Ruiken. Aanvaarden. Ik zit daar. Te kijken naar zijn cassoulet terwijl ik om elf uur ’s avonds mijn vierde raketijsje eet.

Katrien Daniels
24 2