Zoeken

Kerstmis

Kerstmis Kerstmisis de damp boven plastic bekers,zoet en muf stinkend,kruidnagelschaamlapvoor wat rot is geworden. De zon is al lang geen argument meer,het licht een marketingclaim,hoop een seizoensartikeldat na Driekoningen in de uitverkoop gaat. We eten, vreten,alsof schuld beter verteert met saus,we drinken cognacom het knappen van morele bottenniet te hoeven horen.Buiten vriest iemand doodtegen een raam dat van binnenuitfeestelijk beslagen is. Naastenliefdeis afgeschaft wegens inefficiëntie.Empathie past niet in de balans,solidariteit rendeert slechtop de lange termijn van het eigen gelijk.Wij zijn start-ups met een hartslag,ondernemers van onze eigen consumptie,breekbare, kitcherige kerstballenfailliet verklaard bij de eerste traan. Er hangt nog een klein iets in de lucht,naast die weeë walm van warme glühwein,iets ouds, iets dat weigert te sterven.De eisdat het gezellig moet zijn.Dat ruzies worden ingepaktin cadeaupapier met rendieren.Dat familie een morele plicht isen vrede een avondvullend programma. Dit is geen feest,het is een hinderlaag. Terug naar symbolen ?Terug naar hoop ? De zon keert terug, ja,maar de zee stijgt sneller.De lente komt,maar niet voor iedereen.Wie nu nog jubelt om het lichtheeft niets begrepenof te veel gedronken. Er was zogezegd ooit een kind,geboren in kou en angst,vluchteling nog voor het kon spreken.We noemen dat een verhaal van liefdeen herhalen hetterwijl we de grenzen sluiten. In Brussel twisten ze intussenover de kerststal:te modern, te inclusief,te weinig ezel, te veel menste veel ezel, te weinig mens,Autoritaire neoliberaleneisen traditiezoals ze eigendom opeisen. Ze bewaken de kribbealsof het een grenspost is,en noemen dat waarden,terwijl ze met dezelfde handhet kind terug de kou in duwen. Laat ons Kerstmis niet vieren.Laat ons het laten verdampenzoals glühwein die te lang warm bleef:stinkend, plakkerig, beschamend,onmiskenbaar aanwezig. Maak er een stille dag van.Van kaarsen uit het noodpakket.Van lege handen.Van denken, eindelijk denken,over wat we verbruiken,wie we vergeten,en waarom warmtealtijd van binnen moet komen. Manfred - 30 december 2025 Kerstmisis de damp boven plastic bekers,zoet en muf stinkend,kruidnagelschaamlapvoor wat rot is geworden. De zon is al lang geen argument meer,het licht een marketingclaim,hoop een seizoensartikeldat na Driekoningen in de uitverkoop gaat. We eten, vreten,alsof schuld beter verteert met saus,we drinken vodka en cognacom het knakken van morele bottenniet te moeten horen.Buiten vriest iemand doodtegen een raam dat van binnenuitfeestelijk beslagen is. Naastenliefdeis afgeschaft wegens inefficiëntie.Empathie past niet in de balans,solidariteit rendeert slechtop de lange termijn van het eigen gelijk.Wij zijn start-ups met een hartslag,ondernemers van onze eigen consumptie,breekbare, kitcherige kerstballenfailliet verklaard bij de eerste traan. Er hangt nog een klein iets in de lucht,naast die weeë walm van warme glühwein,iets ouds, iets dat weigert te sterven.De eisdat het gezellig moet zijn.Dat ruzies worden ingepaktin cadeaupapier met rendieren.Dat familie een morele plicht isen vrede een avondvullend programma. Dit is geen feest,het is een hinderlaag. Terug naar symbolen ?Terug naar hoop ? De zon keert terug, ja,maar de zee stijgt sneller.De lente komt,maar niet voor iedereen.Wie nu nog jubelt om het lichtheeft het niet begrepenof te veel gedronken. Er was zogezegd ooit een kind,geboren in kou en angst,vluchteling nog voor het kon spreken.We noemen dat een verhaal van liefdeen herhalen hetterwijl we de grenzen sluiten. In Brussel twisten ze intussenover de kerststal:te modern, te inclusief,te weinig ezel, te veel menste veel ezel, te weinig mens,Autoritaire neoliberaleneisen traditiezoals ze eigendom opeisen. Ze bewaken de kribbemet een Coca-Cola truck,alsof het een grenspost is,en noemen dat waarden,terwijl ze met dezelfde handhet kind terug de kou in duwen. Laat ons Kerstmis niet vieren.Laat ons het laten verdampenzoals glühwein die te lang warm bleef:stinkend, plakkerig, beschamend,onmiskenbaar aanwezig. Tekst : Manfred - 30 december 2025(met dank aan het interview met Ilja Leonard Pfeijffer, voor de inspiratie)

Manfred
0 1

Amerika, Supermodel op Retour

“Amerika, Supermodel op Retour” — elegie voor een verdwijnende democratie   Ooit stond ze op elke cover,
 de ogen van de wereld
 glommen in haar glimlach.
 Amerika, benen tot aan de maan,
 make-up van vrijheid, parfum van hoop.   Ze wandelde over democratie
 alsof het zijde was,
 licht en onwrikbaar tegelijk.
 Een lichaam gevormd door idealen,
 borsten van gelijkheid,
 heupen die mensenrechten wiegden.   Aan haar voeten lagen
 LA als een sieraad,
 Hollywood als een kroon van licht,
 een droomfabriek die
 haar naam in sterren schreef.
 Zij was het verhaal.
 Zij was de belofte.   Maar de camera flitst nog zelden,
 haar huid getekend door tweets en twijfels,
 haar stem kraakt in het ochtendnieuws.
 Ze leeft in de schaduw van zichzelf,
 botox van propaganda
 kan de vermoeidheid niet verbergen.   En daar is hij weer —
 de man met oranje handen,
 ogen als spiegelglazen liften:
 glad, kil, steigerend zonder eindbestemming.
 Hij noemt haar nog mooi,
 maar kleedt haar uit voor de show,
 vervormt haar stem tot echo’s van angst.   Vandaag spartelt ze in chaos en verval —
  Studio’s sluiten,
 de straten barsten open in woede,
 de skyline kleurt oranje van rook
 en misleiding.   Ze zei nee,
 in 2020.
 Maar hij,
 met zijn marmeren ego
 en een natie die vergat wat ‘consent’ betekent,
 dwingt haar opnieuw naar de stembus.
 Een verkrachting van vertrouwen
 in flonkerend daglicht.   Ze loopt nog,
 maar wankelt op te hoge hakken
 brekende instituties.
 De spotlights zwak,
 de fans verdeeld.   In haar spiegel fluistert de Grondwet:
 "Hoeveel schoonheid valt er nog te redden,
 voordat ze ons écht verlaat?"   Tekst : Manfred – 12 juni 2025 

Manfred
3 1

De drie grijstinten van Nolde

De drie grijstinten van Nolde   "De Grijze Getijden" (deel I van "De drie grijstinten van Nolde")   Er is geen kleur meer in de kust.
 Alle pigment is teruggetrokken in het zand,
 als bloed dat zich schaamt
 en terugkeert naar het hart.   De zee ligt daar nog,
 ademend,
 maar zonder smaak.   Golf na golf
 rolt over het doek
 in tonen van grafiet en stilte.
 Zwart is niet de afwezigheid van licht,
 het is het gewicht van alles
 wat niet meer gezegd wordt.   Een vogel zweeft
 als een vraagteken boven het water,
 zonder schaduw,
zonder doel.
 Misschien is het geen vogel.
 Misschien is het iets dat ooit dacht te kunnen vliegen.   Nolde droomt nu in zwartwit.
 Zijn penseel krast nu
 in lijnen die niets meer willen zijn.
 Geen vorm, geen verhaal.
 Alleen een horizon
 die steeds verder weg beweegt
 wanneer je hem nadert In minstens 40 tinten grijs.   En in de verte
 klinkt het geruis van een zee
 die blijft fluisteren.     De Spiegel van het Getij (deel II van "De drie grijstinten van Nolde")   De zee heeft ogen.
 Ze liggen net onder het oppervlak,
 knipperend in zilte patronen,
 niet knipperend uit verbazing,
 maar uit herinnering.   Ze herkent ons.
 Niet bij naam,
 maar aan de manier waarop we verdwijnen.   Elke voetstap op het strand
 is een vraag die nooit gesteld werd.
 Elke ademhaling
 een echo van een kleur
 die er niet meer is.   De horizon is een spiegel,
 barstend van rimpels en oude beloften.
 Nolde’s borst klopt nog in de branding,
 maar zijn hart klopt achteruit.

 Zijn penseel,
 een pendel tussen eb en vloed,
 tekent cirkels in het schuim
 die zichzelf uitwissen nog voor ze bestaan.   Een storm begint zonder geluid.
 De lucht breekt open. De zee ziet alles.
 Zonder te oordelen.
 Maar ze vergeet niets.     Het Stilste Grijs (deel III van “De drie grijstinten van Nolde”)   Het is niet het donker dat het laatste woord heeft,
 maar de stilte
 die zich nestelt in alles
 waar geen beweging meer in zit.   Geen zee meer,
 alleen het natte geheugen van een oceaan,
 gladgetrokken door wind
 die zichzelf niet meer hoort.   Nolde is hier niet.
 Zijn handen liggen opgevouwen
 in een penseeldoos vol stof.
 Zijn kleuren zijn gestorven
 aan teveel wit en zwart.   Wat rest is het stilste grijs —
 een toon die niet zingt,
 maar wacht.
Niet koud, niet warm,
 maar iets daartussen,
 als een gezicht dat je denkt te herkennen
 in de mist.   De lucht is een platgetrapt doek
 zonder begin of eind.
 Geen storm, geen zon,
 alleen adem
 die in geen enkele richting blaast.   Kijkend door glas waarin niemand meer weerspiegeld wordt,
 herken je plots iets.
 Niet de zee, niet Nolde,
 maar jezelf als vlek,
 als vingerafdruk
op een vergeeld paneel.   Tekst :  Manfred 24 april 2025 Afbeelding : Emile Nolde - "Sea with light violet cloud"  

Manfred
2 1