Zoeken

Modderig vertrouwen

Het weer is grauw en grijs.De kou bijt in mijn neus.Ik sta bovenaan onze straat en kijk uit over de Erpse velden.Het is mijn eerste wandeling alleen.Mijn man weet dat ik op pad ben, kent de route en kan me komen ophalen als ik ergens mijn evenwicht kwijt raak.Ik stap helemaal langs de kant van de weg want zelfs met hoorapparaten kan ik fietsers niet horen aankomen.De wind waait stevig en lijkt te fluiten in mijn apparaatjes.Daar helemaal bovenaan haal ik adem, met mijn voeten in de modder.Ik trek mijn hoorapparaten even uit.En alles wordt stil.Ik hoor nog geluiden maar dof.Alsof er een stolp over me heen is gezet. Ik adem in en kijk achteruit.Ik zie mijn voetstappen in de modder en denk aan het gesprek dat ik daarnet thuis had.Over toekomstperspectieven, verwachtingen, doktersadviezen, financiële keuzes, eigen verlangens en wensen.De weg die we tot nu toe hebben afgelegd was op zijn minst gezegd soms hobbelig.Ook al heb ik enorm veel om dankbaar voor te zijn.Maar ik wil de laatste tijd niet meer achterom kijken.Ik voel namelijk dat het kleine vlammetje, dat me altijd doet hopen, het soms moeilijk krijgt.Dat er soms wat duisternis komt.En dat wil ik niet. Maar wanneer ik vooruit wil kijken, zie ik een kruispunt.Ik heb geen idee welke weg ik moet inslaan.Verder kijken dan dat kruispunt lukt niet.Elke mogelijke route die ik uitstippel brengt verdriet mee, verlies of een opoffering voor mijn gezin of mezelf.Dus sta ik hier even stil.In de gure wind in de Erpse modder. Ik kijk niet meer vooruit of achteruit maar naar mijn schoenen die in een grote poel modder staan.Soms wou ik dat ik niet alleen mijn schoenen kon zien.Maar ook de voetafdrukken van iemand naast mij.Een soort gevoel van  vertrouwen terugvinden dat alles goed komt.Want ook al weet ik dat er veel mensen naast me staan, soms voelt ziek zijn heel eenzaam.Ik doe mijn hoorapparaten opnieuw in.De stolp wordt opnieuw weggenomen. Het ruisen van de wind komt me al opnieuw tegemoet.Vertrouwen Alice, vooruit. En straks mijn schoenen poetsen.      

Alice Bremt
6 1

Eerste Hulp Bij Liefdesongevallen

Mijn innerlijke ekster trekt me steeds naar diezelfde etalage in een volksbuurt in Gent. Een paar glinsterende oorringen ligt er al maanden naar mij te roepen. Ik beeld me in hoe mijn zwart-wit gekleurde innerlijke vogel een deuntje zingt terwijl ik in het avondlicht richting de kleinnoden waggel. Zo gaat het al maanden. De overdag weinig interessante etalages veranderen ‘s avonds in dromerige sprookjestaferelen. Alsof het avondlicht en het verlaten karakter van de straat de inhoud van achter glas gereserveerde zaken tot leven brengt. De onbereikbaarheid van de spullen doen me de zaken idealiseren. Onbereikbaarheid creëert verlangen en al zeker in het avondlicht. “Je zou die oorringen moeten kopen. Je mag jezelf gerust eens iets cadeau doen” “Waarom?” “Is er een waarom nodig? Je vindt ze mooi en je mag jezelf iets gunnen” De innerlijke ekster vliegt verschrikt op als we op de trapjes vlak voor de winkeldeur een huilende jonge vrouw vinden. Ik heb nooit mijn hoofd kunnen afwenden van ongeluk. Op de achtergrond bewegen een paar schaduwen. Ze lijken op te gaan in de muren van de historische panden, schuiven voorbij, gaan op in de klinkers van de straat. Ze huilt alsof ze alleen in een ruimte zit. Haar fiets staat als een soort dranghekken voor haar geparkeerd. Haar fietslichtjes vergat ze uit te doen, haar gsm houdt ze trillend in haar koude handen. Terwijl ik me nog afvraag of ik niet liever een schaduw zou willen zijn, blijft hij resoluut staan. Hij lijkt de start van onze interactie te markeren. Ik bedenk me dat het gek is, hoe ongemakkelijk ik me voel bij publiekelijke uitingen van gevoelens. Hoe je onopvallende bestaan in de openbare ruimte precies bij de nek gegrepen wordt als je geconfronteerd wordt met uitingen van emoties van de andere. Zeker als het over verdriet gaat. Hoe ik in eerste instantie verstijf en m’n ogen wil dichtknijpen. Freeze or flight? Alvast één vraag waar ik het antwoord op weet. Ik ontdooi en vraag haar aarzelend of alles ok is, wetende dat dat het niet is. Een mens moet ergens beginnen. Ik ben nu betrokken in deze interactie, dus nu moet ik er helemaal voor gaan. Ondertussen zit mijn metgezel met het grootste gemak in boeddhahouding. Alsof de straat zijn kussen is. Ik zucht en ga bij hem zitten, want het maakt van mij een nogal raar figuur om naast mijn zittende vriend rechtop te staan. Bovendien heeft hij de juiste inschatting gemaakt om zich op de hoogte van onze gesprekspartner te bevinden. Terwijl mijn achterwerk de koude straatstenen raakt, herinner ik me mijn Slovaakse vriendin die me in Denemarken waarschuwde. “Darling, you should not sit on this cold bench. You might not get babies. Just saying”. In nog geen minuut zijn we verwikkeld in een diep emotioneel gesprek over de liefde. Voor ons een slachtoffer dat bittere tranen huilt die ze zonder veel omhalen met haar mouw wegveegt. We luisteren en knikken. Geen mens die niet weet hoe het voelt wanneer je emotionele tuin met zorgvuldig gekweekte bloemen door een bulldozer wordt platgereden. Dat die bloemen wel terug zullen groeien, dat is een ijdele troost. Hij zwijgt en laat mij haar af en toe in stiltemomenten vragen stellen. Ze lacht, zegt dat ze zelf haar vriendinnen op die manier zou bijstaan. Maar dat het eventjes erg eenzaam is in de lockdownsituatie. “Zie mij hier zitten, mijn ganse liefdeshistorie uitleggen aan vreemden”. Soms is de vreemde het best geplaatst om eens te luisteren. Ik bedenk me dat we in de lockdown de vreemde in de straat wat missen en dat deze een belangrijke rol opneemt. Dat de grens tussen vreemd en vertrouwd dunner is dan we denken. Flinterdun. De vreemde waar je je even kort intens mee bindt en dan weer loslaat. Het is een beetje zoals dat ene instrument in het orkest. Het is een onopvallend klein ding dat maar af en toe een hoge toon in het stuk brengt. En toch is het een belangrijk aspect van het hele muziekstuk. We spreken haar nog een paar laatste bemoedigende woorden in en nemen afscheid. Ze bedankt ons, staat een beetje wankel op haar benen. Letterlijk en figuurlijk. We kijken haar nog even na tot het rode lampje van haar fiets wordt opgeslokt door de nacht en zetten onze wandeling verder. “Eerste hulp bij liefdesongevallen en andere drama’s. Het gaat ons goed af”, grapt hij. Ik besluit de oorringen te kopen.

svm
27 1

Kleur van huid heeft niet het monopolie op falen.

Er circuleert – alweer – een open brief gericht aan de Vlaamse radio- en televisieomroep in het vuilste café van het internet. De Open Brief aan de VRT van _mainlyfelicia is de zoveelste in de rij die serieus genomen wil worden maar die het doel voorbijschiet. Het zoveelste zelfde profiel: de hoogopgeleide stedelijke en gecultiveerde elite van kleur die de brandende actuele problemen in de maatschappij (racisme, discriminatie, ongelijkheid, dekolonisatie...) alleen maar kan aanschouwen door het prisme van de eigen identiteit. Wie ík ben, wat ík zie en wat ik vooral niet zie, is belangrijker dan voor het maatschappelijk welzijn van mijn medeburgers (van alle kleuren) te ijveren. Meestal komen deze profielen ook met een gebruiksaanwijzing, en dan niet enkel en alleen om hun verengelst Nederlands te begrijpen. De brief stelt dat de VRT op de werkvloer van de omroep niet divers genoeg zou zijn en er wordt met weblinks naar cijfers en rapporten gegooid dat het een lieve lust is maar die helaas de kern van het betoog totaal torpederen. Eigenlijk is het maar een stormpje in een glas water, het is vrij schools ook, een beetje als een timide spreekbeurt voor een klas van gelijkgezinden; maar het trekt wel de aandacht. Enfin, het doet de wenkbrauwen fronsen. “Wij hebben racisme niet uitgevonden, wij moeten het dan ook niet oplossen.” Het is één van de vele holle slogans die afgevuurd worden wanneer je in discussie wil gaan.  Maar in discussie gaan is te vermoeiend. Ook in deze Open Brief staan de barrières zo hoog als een kathedraal en vraag je je af: wil je eigenlijk nog wel in discussie gaan met zoveel voorspelbaarheid? Net zoals haar generatiegenoten is het gezeur van de auteur slechts onderbouwd door beeldvorming en beeldcultuur – wat ze ziet en wat ze niet ziet, namelijk zichzelf - en lijkt zij in de onmogelijkheid verder te kijken dan de huidskleur van iemand en van zichzelf of verder te kijken in de wereld buiten het scherm van de televisie tout court, of het nu gaat over de VRT, VTM of het Woestijnvis en Verhulst Imperium of de geschreven media. Want de realiteit is écht anders. Het feit dat zij of andere mensen van kleur studies in de media niet afmaken of er zelfs niet aan beginnen, is volgens de auteur het gevolg van zichzelf niet te zien op het scherm. De vooringenomenheid werkt hier echter contraproductief en is gevaarlijk voor mensen die zij in safe spaces gaan sturen. Het ontneemt kansen aan mensen die wél getalenteerd en competitief zijn maar die door het conformisme van de social justice warriors gesommeerd worden in de rol van slachtoffer te blijven. Je moet al verdomd sterk in je schoenen staan om tegen zoveel politieke correctheid in te gaan. Maar ik geloof in mensen, ik geloof in de sterkte van mensen, ongeacht hun huidskleur. Haar betoog is een regelrechte belediging naar mensen van kleur die wél te zien zijn in de media, op de voorgrond, in de coulissen maar ook buiten de media en die succesverhalen schrijven zonder dat hun huidskleur een quota, het resultaat van een diversiteitsonderzoek, een klaagzang op Instagram of een akkefietje in een IG-post is. Zou het niet interessanter zijn als mevrouw _mainlyfelicia zich eerder kwaad zou maken over het aantal Vlaams Belangers in onze parlementen? Dat zou iets collectiefs én constructiefs zijn! Kunnen zijn, want je moet het ook willen. Of een collectief statement maken voor burgerrechteractiviste Zhang Zhan die in China 4 jaar naar de gevangenis moet omdat ze feiten over Covid-19 in Wuhan met de wereld deelde. Of voor Ahmadreza Djaldi? Ik ben benieuwd of de VRT gaat reageren. Ik hoop van niet omdat het hier opnieuw over een persoonlijk verhaal gaat. Een kip zonder kop. Een verhaal sans queue ni tête. Het gaat hier helemaal niet over racisme of discriminatie bestrijden maar het is een persoonlijk verhaal (“Als ik vroeger als kind wat meer mezelf had gezien op tv had ik misschien wat meer in mezelf geloofd.”, schrijft de auteur op haar IG). Ik kan haar evenwel geen ongelijk geven in het zichzelf herkennen op televisie of in de media. Als homo die behoort tot de stilzwijgende generatie X – de generatie tussen de boomers en de millenials – heb ik mezelf ook nooit gezien op televisie. In Mister Humphries in “Are you being served”, Steven Carrington in “Dynasty”, Jos Brink in “Wedden dat” heb ik mezelf als homo niet herkend. Paul Codde was niet mijn type en Luc Appermont was de ideale heteroseksuele schoonzoon. Ik keek in 1978 wel op naar Martine Tanghe die als eerste vrouw de hele BRT-redactie platwalste tot haar onlangs gerechtvaardigd pensioen. Martine deed dat alleen, zonder zeuren en kneuten. Daar keek ik naar op, naar de kracht van die vrouw. Naar kracht tout court. En al waren de homo’s op het scherm niet de homo die ik ben, toch heb ik van mijn leven een succesverhaal kunnen maken, met de mannen die ik uit eigen sterkte zelf heb gekozen. Huidskleur, net als homo zijn, heeft niet het monopolie op falen. Ik heb deuren tegen mijn smoel gekregen en ik heb evenzeer zwarte mensen als even competente collega’s aan mijn zij gehad, als gelijke collega, als overste en zelfs als docent. Maar ik heb nooit opgegeven of zelfs maar willen toegeven aan ingebeelde of vermeende boze blikken en goedbedoelde mopjes om en over mijn geaardheid. Ik ben er als mens en deal with it. Welke negatieve boodschap geeft de auteur wel niet aan een generatie mensen: omdat je jezelf niet ziet, heb je geen kansen? Representatie van een identiteit is geen garantie tot slagen. Ik denk dat hiermee de mythe van de woke-cultuur doorstoken is en dat we eindelijk, eindelijk redacties, het onderwijs en de media wakker kunnen maken om zoveel bullshit. Sorry voor het woord. Soms kan ook gewoon een boek lezen muren doorbreken en levens positief beïnvloeden. De auteur wil alles raciseren en zij gelooft niet in de sterkte van een minderheid. Of ze ziet het niet. Dat kan ook. Voor de auteur – en voor alle identiteitsdenkers – is zwart of persoon van kleur zijn gelijk aan minderwaardig, iemand die uit de boot valt, iemand die geen kansen maakt door zijn/haar/hun huidskleur, iemand die niet gezien wordt. Wat een vooringenomenheid. En wat een afrekening voor mensen die het maken als mens. Ik ben zwart, ik zie me niet op tv dus ik besta niet. De slachtofferrol van deze mensen die enkel als referentie sociale media, televisie, Wikipedia en Google hebben, is te belachelijk voor woorden, en toch krijgt het rasiseringsproces telkens weer een platform. Daarom hoop ik dat de VRT hier niet op in gaat. En dat ook de mainstream media hun karren vanaf nu draaien. Een poging om identiteitspolitiek bij de VRT te brengen is ook aan de gang op de VUB. Wat ooit een liberale, vrije en vrijzinnige plek was waar alle ideeën mogen gezegd worden, start ook daar binnenkort de dictatuur van de identiteitspolitiek in de vorm van enkele vooringenomen lezingen. Progressief links kaapt de hele discussie, als dat maar goed komt! Niet te verwonderen dat links in een impasse zit. Ik situeer mezelf in de linkse hoek van de politiek maar zonder deze waanzin van stampvoetende hoogopgeleide zogenaamde feministen die het debat alleen maar verzuren, verdraaien en in de kiem smoren. En met referenties naar Wikipedia verwijzen. Ik dacht dat de VUB beter kon. Het gelijkheidsplan van de VUB daarentegen getuigt in theorie van veel ambitie maar kijkt veel te weinig naar de competenties en laat maar één stem horen: die van de cancel dictatuur en de polarisatie cultuur. Ik hoor daar nog steeds studenten zeggen dat mensen aangenomen moeten worden op basis van hun identiteit, niet op basis van hun competenties. Het wij/zij denken heeft daar ook lelijk huis gemaakt. Bij wie ligt de fout? De fout ligt bij zogenaamde activisten, influencers en opiniemakers zoals _ mainlyfelicia en haar vriendinnetjes en die als lege dozen de kranten vullen en de sociale media domineren zonder ook maar, onder andere, racisme te bestrijden. De fout ligt evenzeer bij de politiek die mensen van kleur in de etalage zetten om hun propaganda te staven. Politiek faalt. Partijen gebruiken de tricks van de reclamewereld door logo’s te veranderen, slogans te herschrijven en in tv-programma’s met hoge kijkcijfers op te treden en waar om ter luidst wordt gelachen. Van politieke daadkracht gesproken. Politiek heeft geen ambitie meer. Politica schrijven boeken over ideale werelden die ze nooit kunnen verwezenlijken omdat de partij vroeg of laat tegenwerkt maar die boeken kunnen wel tellen als stemmen bij volgende verkiezingen. Gelukkig zijn er nog politiekers van kleur die wél daadkracht hebben voor de hele maatschappij, niet in ademnood geraken omwille van hun huidskleur en zijn er ook blanke politiekers die niet aan boetedoening doen en zich scharen met alle collega’s rond een gezamenlijk politiek project. Dat zijn de politiekers die een land nodig heeft. Ook bij de media ligt de fout. Een hele generatie woke millenials beheerst vandaag de grootste kranten in Vlaanderen. Gelukkig zijn er buitenlandse kranten waar échte diversiteit en niet enkel de pseudo-diversiteit van openbriefschrijvers die over zichzelf komen klagen aan bod komen. De journalistiek, zeg maar, is er genuanceerder en meer in balans. Vlaamse media – vooral geschreven media – hebben een tegenwoord nodig want we vallen een beetje in slaap en we kijken meer en meer naar de grotere broers en zussen in het buitenland. Zelfs over de taalgrens heen. De fout ligt ook bij scholen en universiteiten zoals de VUB die niet in staat zijn af te zien van identiteitspolitiek en zo van onze toekomstige studenten brave conformistische vrouwen en mannen maken die nooit geleerd zullen hebben kritisch te denken en misschien ooit scripties met emoji’s zullen afleveren. We klappen in de handjes voor de sterrenstatus van gastsprekers, niet voor een kritische en onderbouwde kijk op racisme, diversiteit, gelijkheid, dekolonisatie. Het extremisme in de maatschappij heeft nog mooie dagen in het vooruitzicht. Onderwijs heeft geschiedenis nodig om de cancel cultuur tegen te gaan bijvoorbeeld maar evenzeer is er nood aan filosofie om het kritisch denken aan te moedigen. Een rondvraag in enkele Franse scholen geeft aan dat leerlingen de dader van de moord op Samuel Paty wel begrijpen. En het zijn niet alleen maar moslims die zo denken. Is dat niet onrustwekkend? Willen we dat, brave conformistische burgers maken die vrije meningsuiting niet kunnen vatten? Passieve Instagram-volgers die klaphandjes, kusjes en hartjes plaatsen in plaats van eens een serieuze vraag op te werpen? Ah ja, woke-mensen gaan met niemand in discussie (emoji met hand op het hoofd). Kunnen dan de mensen die open brieven of open boeken schrijven en open lezingen geven onze ministers van Onderwijs bijvoorbeeld aanmoedigen om op de eerste schooldag iets uit te leggen over wat vrije meningsuiting is, wat een rechtsstaat is, wat een vrije maatschappij is en waar een leerkracht voor staat in plaats van ongelijkheid te schreeuwen in de conformistische mainstream media over oorbellen en jurken voor jongens? Want dat kan je zonder fifteen minutes of fame meteen afdwingen in het begin van een schooljaar. En zeker via de leerlingen en/of studentenraad. We moeten nú de dingen, het debat of hoe je het ook wil noemen terug in elke context plaatsen en het gejank van de gekwetste generatie achterwege laten. We hebben nood aan sterke en kritische mensen die vuisten op de tafel slaan, muren slopen en barrières breken, met woorden en met daden. We hebben geen nood aan jankende millenials die van de tafel wegblijven, muren optrekken en zich isoleren in safe spaces. Het progressieve links is helemaal doorgeslagen en maakt op comfortabele manier de weg vrij voor rechts-extremisme. Marine Le Pen heeft van haar winkel een voor velen aannemelijke en aanvaardbare versie van extreemrechts gemaakt en als eindpunt van haar oeuvre half links weggekaapt dankzij de politiek van de woke-generatie; bij ons begint deze versie ook vormen aan te nemen. In onze parlementen, op onze universiteiten en in onze media. Links is vandaag in een impasse, geblokkeerd door de kneuterige kleutertjes van de woke-politiek en we zien mensen de linkse boot verlaten. Links heeft haar eigen volk verloochend en geruild voor de nachtmerrie van identiteitspolitiek. In de Verenigde Staten zijn Biden en Harris niet de oplossing. Zij vertegenwoordigen wél een overgangspolitiek en kunnen alleen maar de gemoederen bedaren en het fatsoen in de politiek terugbrengen. En dan hopen dat in 2024 Harris president wordt. De Black Lives Matter in België van wie we sinds juni niets meer hebben gehoord, zullen nooit gehoord kunnen worden als zij stuurloos en verloren in identiteitspolitiek blijven hangen. Wie een beetje de geschiedenis van activisme kent – en ik ken die -, dan zien we zo de valkuilen van deze bewegingen. We hoorden meer van BLM tijdens Trump dan onder Obama en binnenkort onder Biden. Trust me, I’ve been there. We moeten nú de dingen doen. Echt, wie zal het doen? Want ’t is nogal dringend.

Erwin Abbeloos
6 1

Een tienermoeder die houdt van spaghetti verkeerd

Mijn oudste dochter werd tien jaar in 2020. Ik kreeg een kaartje van een vriendin ‘proficiat, je bent nu een tienermoeder’. Van de leeftijd met één cijfer naar de leeftijd met twee cijfers is spannend voor de 10-jarige, maar geen uitzondering. De overgang van twee naar drie cijfers is uitzonderlijker, maar brengt noodgedwongen minder opwinding met zich mee (je niet opwinden Mariette, dat is niet goed voor je hart). Volgens mijn kaartjesvriendin heb ik sinds maart dit jaar een tiener in huis. Tiener ben je immers vanaf je tiende tot je negentiende. Een andere vriendin zag het kaartje: ‘Je bent toch pas een tiener als je der-tien bent? Tot je negen-tien. Vandaar het achtervoegsel.  Oh, en sorry dat ik geen kaartje stuurde, je weet dat ik niet goed ben met verjaardagen.’ Voor mij is ze tien, maar dat maakt haar geen tiener. De leeftijd tussen tien en twintig is geen eenduidige periode, maar één van meerdere overgangen: van kind naar volwassene (juridisch en naar eigen zeggen), van onwetend naar alwetend (maar iedereen gaat naar die fuif), van alwetend naar onwetend (ik heb geen idee van wie die sigaretten zijn). Als tienjarigen geen tieners zijn, wat zijn ze dan wel? Soms worden ze omschreven als prepubers. Ik vind geen fan van het woord puber, laat staan pre-puber. Een foetus is toch ook geen pre-baby en een lid van okra geen pre-bejaarde? Er bestaat niet zoiets als hét tienerdecennium. Iemand vragen diens tienerjaren samen te vatten in drie termen is hetzelfde als een historicus vragen om in drie termen de middeleeuwen samen te vatten. De tienerjaren zijn vaak een samensmelting van meerdere periodes: het einde van de lagere school, het middelbaar en het begin van de studententijd. Mijn studententijd in drie termen? Blokpauze, Bilbo bezoek en spaghetti verkeerd. De eerste twee waren vaak een duo: tijdens mijn studeerpauzes ging ik doorgaans snuisteren in de Bilbo, een cd-winkel (kunnen we situeren net nà de middeleeuwen) in Gent. En die spaghetti verkeerd? Moeders spaghetti gaat in een potje mee naar je kot. Daar gaat de spaghetti omgekeerd – liefst met één vlotte armbeweging – in een bord en in de microgolfoven.   Moeder: Weet je, ik was vijfentwintig jaar oud toen ik jou kreeg. Een jonge mama. Dochter: Vijfentwintig? Dan was je toch al een kwarteeuwer.

Lore Dewulf
65 1

31 onverwacht fantastische meevallers van de quaranteindejaarsfeesten

Er zijn mensen die Kerstmis braafjes alleen zullen vieren dit jaar. Er zijn mensen die zoveel nood hebben aan samenzijn dat ze achterpoortjes in hun geweten zoeken om de feestdagen toch met vrienden en familie te kunnen doorbrengen. En er zijn mensen die nog geen seconde hebben overwogen om de feesten dit jaar níét te laten doorgaan zoals anders. Die laatste groep zou ik kunnen zeggen dat dat nogal kortzichtig is, je eigen feestdrang boven het welzijn van een heel land en een barstende zorgsector stellen. Dat dat vergelijkbaar is met je overwerkte bakker op straat een safflet op zijn bakkes geven omdat je vandaag toch geen brood van hem moet hebben. Maar dat doe ik niet, want als je op dit moment zo’n beslissing niet eens in vraag stelt, ben je waarschijnlijk niet vatbaar voor de bovenstaande argumenten. Die tweede groep is echter wel nog te overtuigen. Dus speciaal voor hen serveer ik hier, vers uit de oven op een bedje van bladerdeeg, de 31 onverwachte voordelen van een coronakerst en een nieuwjaar zonder volk. 1. niet moeten ontdekken dat je vorig jaar nog wel in dat hemdje kon 2. geen vijf bladzijden tellend pleidooi moeten uitschrijven om je partner ervan te overtuigen dat jij geen bob moet zijn 3. eindelijk feesten in die joggingbroek met de meest vergevingsgezinde rek ooit 4. je niet schamen omdat jij de enige bent die een vierde glas champagne wilt 5. niet moeten vechten om het lekkerste ovenhapje van Mora (je weet welk) 6. geen drie dagen een verbrande tong omdat je het risico niet wou nemen dat iemand het lekkerste ovenhapje van Mora uit je handen zou rukken 7. geen hele avond moeten aanhoren hoe Michael Bublé de ene kerstklassieker na de andere zijdezacht in de kont naait 8. het ‘ja maar, all lives matter’-argument niet uit een volle oester-en-champagnemond moeten horen komen 9. jezelf niet moeten horen zeggen: ‘goh, als je die fles alleen voor mij zou open doen, drink ik wel iets anders’ en terwijl toch je glas uitsteken 10. geen half uur twijfelen of je wel of niet gaat zeggen dat er nog een half bos peterselie tussen tante Cathy haar tanden zit 11. geen steken krijgen van de bomma over je kapsel (hoewel je dit jaar echt een heel goed excuus had...) 12. geen keuzestress over welke van de drie hoofdgerechten je wil (om dan tegen beter weten in gewoon alle drie te nemen) 13. geen steken krijgen van de bomma over je outfit, die je maar liefst drie keer aan en uit hebt gedaan voor de spiegel (te klein hemdje niet meegerekend) 14. je niet schuldig moeten voelen dat er ergens ter wereld kinderen sterven van honger terwijl jij overweegt je vinger in je keel te steken omdat die 13de kroket net die ene teveel was 15. geen steken krijgen van de bomma over je gewicht (terwijl ze er zelf elk jaar meer en meer uitziet als een langzaam voortschuifelende berg) 16. geen keuzestress over welke van de vijf dessertjes je wil (om dan tegen beter weten in gewoon alle vijf te nemen) 17. niet rechtstreeks moeten zien hoe je neefjes en nichtjes geen ruk geven om hun cadeaus van 50 euro waar je weken achter gezocht hebt 18. geen half uur moeten wachten omdat de jongste van het gezelschap te flauw is om haar nieuwjaarsbrief voor te lezen voor zoveel volk 19. niet moeten merken dat de jongste van het gezelschap, na een suikerinname die qua effect vergelijkbaar is met 3 lijnen coke snuiven, wel niet te verlegen is om op tafel te kruipen en het laatste album van K3 te krijsen 20. niet moeten luisteren naar hoe dat achternichtje een ongezien talent heeft in het niet kunnen bespelen van de dwarsfluit 21. je niet schamen omdat jij de enige bent die ‘Duvel’ antwoordt op de vraag of iemand nog koffie of thee wilt 22. niet moeten acteren dat je dat ene cadeautje dat niet op je lijstje stond écht geweldig vindt (dood aan zakdoeken van de Zeeman!) 23. je niet verslikken in je Duvel wanneer je bompa vrolijk het N-woord in het midden van de tafel legt tijdens Rummikub 24. niet moeten luisteren naar de twee uur durende monoloog van de nicht die naar eigen zeggen leeft om te werken maar geen enkel positief woord over haar job weet te vertellen 25. niet moeten luisteren naar het non-argument ‘maar dat is traditie!’ wanneer je uitlegt dat het concept van zwarte piet effectief uit een racistisch idee voortkomt 26. je tante geen 17 keer verbeteren elke keer ze ‘zij’ zegt wanneer het over Sam Bettens gaat 27. niet moeten doorstaan hoe de neef klinkt als een levend geworden Flair: ‘bubbels … kids … DIY … bubbels … hygge … intermittent fasting … bubbels …’ 28. geen afwas moeten doen om 2 uur ’s nachts omdat de vaatwasser nog vol zit met alles van 5 verschillende hoofdgerechten 29. niet met 15 man uit beleefdheid doen alsof de bomma niet net de langste scheet ever in de kamer heeft gedeponeerd 30. geen half jaar lang moeten kokhalzen van het woord ‘tiramisu’ omdat je het Pavlovgewijs hebt verbonden aan een volgespauwd toilet 31. en vooral: geen half land rondrijden met een gruwelijke kater omdat iedereen verwacht dat je hen op 1 januari persoonlijk een goed jaar komt wensen (we hebben gezien hoe dat is uitgedraaid dit jaar…)

Hans Verhaegen
43 0

Wie schaakt Beth Harmon?

Midden in de voorlaatste aflevering kan ik mezelf niet langer bedwingen, ik moet weten of het verhaal van schaakwonder Elisabeth Harmon waargebeurd was. Mijn ontgoocheling is groot wanneer ik ontdek dat het een fictief verhaal is, gebaseerd op een novelle van Walt Tevis. Elisabeth groeit op als een Roald Dahliaans personage in een weeshuis en leert daar haar schaaktalent ontwikkelen onder het toeziend oog van Mr. Shaibel. Waar hij initieel zijn norsheid inzet om haar af te schrikken (‘girls do not play chess’), ontwikkelt hij zich gaandeweg tot haar afstandelijke, maar liefdevolle mentor. Hij verliest zich niet in pushen of dwepen. Hij neemt haar onder zijn vleugels en zegt met een mengeling van verwondering en bewondering: ‘you have so much anger in you’. In het weeshuis ontwikkelt Beth een pillenverslaving. Mijn verontwaardiging was groot, omdat ik toen nog overtuigd was dat het verhaal waargebeurd was. Op volwassen leeftijd komt daar nog een alcoholverslaving bij. Ze slaat aan het comazuipen toen de term nog niet bestond. Het destructieve karakter van genieën wordt meestal opgevoerd als een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van hun genialiteit. Hier zien we Beth echter keer op keer schaakkampioen worden ondanks, en niet dankzij haar verslavingen. Genieën moeten demonen bedwingen en zoeken hiervoor hun toevlucht in verdoving of hallucinaties. Hun heldenstatus wordt onterecht geënt op de foute assumptie dat hun verslaving wonderlijke bijwerkingen heeft. Genieën zijn einzelgängers, zo laten veel verhalen en biografieën van genieën zich lezen. Dit versterkt hun heldenstatus, maar gaat voorbij aan de realiteit. De meest succesvolle genieën spenderen veel tijd alleen, maar ze laten zich ook omringen door motiverende en inspirerende gelijkgestemden. Beth heeft het geluk zich te kunnen omringen met een aantal ambitieuze, niet-jaloerse, Amerikaanse mannen die haar de titel van winnaar keer op keer gunnen. In de jaren ’60 en ’70 bestonden er blijkbaar geen glazen plafonds of plakkerige vloeren. Ze krijgt de kans om te blijven groeien en wordt geen strobreed in de weg gelegd, tenzij van zichzelf. Het ultieme schaakspel van de reeks, tegen de wereldkampioen Vasily Borgov, gaat door in de voormalige Sovjet-Unie. Beth gaat alleen naar Moskou, maar krijgt al snel telefonisch advies van haar Amerikaanse schaakvrienden. Beth Harmon is een vernieuwend vrouwelijk personage. Ze combineert haar vrouw-zijn feilloos met haar status als genie. Ze is een vrouw in een mannenwereld, maar verliest haar eigenheid niet. Ze laat zich niet intimideren door zelfingenomen tegenstanders: ‘I would say that it’s much easier to play chess without the burden of an Adam’s apple’. Het zou gratuit zijn om haar op te voeren als een emotioneel, hoogmoedig en destructief genie dat ten prooi valt aan roem, foute mannen en haar jeugdtrauma’s. In plaats daarvan schrijdt ze na elk gewonnen spel met een extra portie zelfzekerheid, maar ook met een uitgebalanceerde sereniteit naar het volgende schaakbord. Dat doet the Queen’s Gambit: het laat zien dat vrouwelijkheid en genialiteit op stijlvolle wijze kunnen samengaan. Het Wes Anderson interieur krijgt u er gratis bij. Geen wonder dat deze serie de meest bekeken Netflix serie ooit is. Ik keek ernaar en dacht: in die wereld wil ik ook leven. En ik kan niet eens schaken. Dochter: De queen is echt indrukwekkend. Moeder: Oh, kijk je naar The Crown? Dochter: Nee, The Queen’s Gambit.

Lore Dewulf
42 1

The Gatekeeper

‘Ik ben hier om alles bij elkaar te houden.’ was het antwoord toen ik vroeg naar zijn hoedanigheid.‘Dus zonder jou zou alles ineen storten?’‘Je hebt geen idee.’ grijnsde hij. Hij torende boven mij uit terwijl ik weerloos op het tapijt lag. Een vinger in mijn richting. ‘Zie jezelf daar liggen. Je moest je schamen.’ Woorden als een geseling. Misschien had hij gelijk. Maar halverwege het geautomatiseerde neerhalen van mezelf hield ik halt. Nee! Ik wou mezelf niet langer beperken volgens zijn eisen. Ik zou me verzetten tot hij monddood gemaakt was. Zijn oordeel was gefundeerd op mijn duistere gedachten. Met zijn hard uitgesproken mening hield hij mijn zelfvertrouwen laag. Schor geschreeuwd van woede beet ik in zijn enkels. Hij gaf geen krimp, volledig stijf doordrongen van zijn verantwoordelijkheid. ‘Je hebt mij nodig.’ ‘Waarvoor?’‘Om jou te beschermen.’ Plots zag ik wat zijn moeder zou kunnen gezien hebben. Dwars doorheen zijn pantser. Hij deed zijn uiterste best. Zijn intentie was eigenlijk heel mooi, bijna aandoenlijk. Zich niet bewust zijnde van de schade die hij aanrichtte, bewaakte hij mijn mentale grondgebied. Voor die taak was hij in het leven geroepen. Mijn zelfbehoud was zijn zorg. Gekalmeerd door een vernieuwde kijk op zijn bestaan, kwam ik hem tegemoet. Ik zou luisteren en hem bevestigen. Zijn advies ter harte nemen. Zijn kwaliteiten appreciëren. We konden zelfs bondgenoten worden. Meewerken in plaats van vechten, dat ik daar niet eerder op gekomen was. Maar in stilte besloot ik ook om mezelf het laatste woord toe te schrijven. Hij versperde de doorgang en ik vroeg nederig of ik mocht passeren.‘Het is te laat. Misschien een andere keer.’En ik wist dat dat moment zou komen.

KarolienDeman
44 0

Grote borsten kunnen gevaarlijk zijn

‘Ik werd hartstikke ziek van die borstimplantaten’. Lize Korpershoek vertelt openlijk over haar borstvergroting, van A tot Z (nee, dit gaat niet over haar cupmaat). Haar beweegredenen: ‘ik voelde me minder vrouw, omdat ik kleine borsten had. Ik voelde me onaf.’ Het voormalig fotomodel voelde zich onzeker in haar lijf. Puntjes voor het patriarchaat. De ingreep was ‘fokking pijnlijk’, het herstel ook. Alhoewel, herstel is een groot woord. De pijn verdween niet meer. Na een dure operatie, waarbij dokters sneden in haar borstweefsel om de siliconen in te brengen, was pijn een gratis extraatje. De kers op de taart, de tepel op de nepborst. Lize had, samen het haar grotere borsten, ook last van andere symptomen, gaande van heel erg vermoeid, tot hevige pijn in rug en schouders. De lijst met klachten werd alsmaar langer. Ze ging naar verschillende dokters en specialisten, op zoek naar iemand die haar kon vertellen wat de oorzaak was van haar afgepeigerde en pijnlijke lijf. Nee hoor, de implantaten zaten er voor niets tussen. Voor niets? Welja, ze hadden natuurlijk een handjevol geld gekost, maar de oorzaak van haar gezondheidsklachten kon ze best elders zoeken. Na lang zoeken kwam Lize via via bij Breast Implant Illness terecht. Ze leerde dat haar lichaam de borstimplantaten als iets lichaamsvreemd zag. Maar omdat de implantaten te groot zijn (in tegenstelling tot bijvoorbeeld een splinter), kan het lichaam ze niet afstoten. Tijd voor plan B: het lichaam kiest ervoor het implantaat in te kapselen in bindweefsel, wat bij veel vrouwen resulteert in pijnlijke borsten. En dit is nog niet alles: siliconen zijn giftig. Het is een aanslag op het immuunsysteem, het kan organen en klieren besmetten en het kan vele functies van het lichaam schaden. Lize deelt haar verhaal om meisjes en vrouwen te informeren, omdat ze zelf niet voldoende geïnformeerd werd. Ze voegt hier aan toe: ‘ik moet toegeven dat ik waarschijnlijk niet geluisterd had naar informatie over de risico’s verbonden aan de ingreep en aan het implantaat, omdat ik zo overtuigd was van mijn grote borsten-beslissing’. Vrouwen die hun borsten laten vergroten en implantaten laten zetten, krijgen standaard te weinig informatie. Ook al zijn artsen wettelijk verplicht om hun patiënten in te lichten, toch gebeurt het onvoldoende. De gevaren van borstimplantaten zijn onvoldoende bekend en daar zit de sterke lobby van de farma industrie voor iets tussen. Johnson & Johnson (niet te verwarren met het komisch duo uit de Kuifje Strips, Jansen en Jansen) speelt een vuil spel met de regelgevende instanties. Een Amerikaans gezondheidstoezichthouder vroeg in 2006 een tienjarige studie naar borstimplantaten, met 40 000 vrouwen. Op die manier zouden ze data verzamelen over de impact op de gezondheid en het lichaam. Drie jaar later had méér dan de helft van de vrouwen afgehaakt. Toeval of slechte wil? Dat laat ik in het midden. Het echte slechte nieuws: de gezondheidstoezichthouder liet het daar gewoon bij. Waar is Erin Brokovich als je haar nodig hebt? In 2010 was er in Frankrijk een schandaal met PIP (niet te verwarren met één van de twee hondjes uit Woezel en Pip): de borstprotheses waren gemaakt van slechte, irriterende gel en met een omhulsel dat kon scheuren. De Franse fabrikant Poly Implant Prothese (PIP) had de toezichthouder jarenlang misleid, waardoor de fraude onder de radar bleef. Het slechte nieuws: 150.000 slachtoffers moesten borstimplantaten laten verwijderen. Het slechtere nieuws: veel dokters konden niet vertellen welke van hun patiënten effectief PIP implantaten hadden. Die info ontbrak. Of vrouwen al dan niet een borstvergroting willen, is een persoonlijke beslissing. Maar ze moeten wel correct geïnformeerd worden over de gezondheidsrisico’s. Ook moeten ze serieus genomen worden wanneer ze met gezondheidsklachten bij de dokter komen. Nee, ze zijn niet hysterisch of paranoïde. Naast patiënten, moeten ook dokters geïnformeerd zijn over de risico’s en de klachten, zodat ze die sneller kunnen herkennen.Vergeet the X-files en hun onoplosbare dossiers. Tijd om u in te lezen in The Implant Files.   Moeder: Ik hoorde vandaag een mop op de radio. Het plekje tussen de borsten van Pamela Anderson heet Silicon Valley. Dochter: Wist je dat er in Silicon Valley heel veel giftige stoffen in de bodem zitten? Moeder: Oh, de mop is bijtender dan ik dacht.

Lore Dewulf
186 2

Manchego

Mijn vrouw heeft een geit geadopteerd - een mank weesgeitje, met drie poten en een aangenaaide sik, hoor ik u denken. Neen. De geit in kwestie is perfect gelukkig en gezond. Mijn vrouw liet zich overhalen tot het adopteren van de geit, door er in ruil drie kilogram Manchegokaas van te krijgen. Of beter gezegd: kaas gemaakt van de melk van de geadopteerde geit. Ik denk niet dat die geit – in hoogst eigen persoon - drie kilogram Manchego aan mijn echtgenote komt overhandigen. Nu, men weet maar nooit. Ik denk dat mijn vrouw een fout begaat. Over enkele maanden zal ze zich, bij elke hap Manchego, afvragen of de kaas wel echt van haar geit komt en niet uit een of andere Spaanse supermarkt, slordig omwikkeld in artisanaal bruin papier. Of erger, dat ze niet de kaas van haar geit aan het verorberen is, maar de kaas van een geit geadopteerd door een bejaard koppel uit Okselaar, terwijl haar kaas ergens in een koelkast in Beieren onaangeroerd blijft, omdat ze daar naar cheddar van een Engels geadopteerd rund zaten uit te kijken. Ook vrees ik de dag waarop we mensen met een adoptiekind ontmoeten, en dat ik het dan niet kan laten om te melden dat mijn vrouw een geit geadopteerd heeft, voor de Manchego, en dat die lieve mensen dan stiekem jaloers zijn, omdat een goed geweten wel lekker is, maar niet zo smaakt bij een plak chorizoworst. Toen onze dochter het nieuws over de geadopteerde geit vernam, wilde ze weten wat adopteren betekende. Ik zei dat het een omslachtige manier was om een hoop kaas te kopen. Onze dochter nam vrede met die uitleg en mijn vrouw gaf geen krimp. Wel wist ze nog te melden dat ze ook een bijenkorf geadopteerd had. Hiervoor wordt ze beloond met vijf kilogram honing. Waar eindigt dit, lieve mensen? Met de adoptie van een verwilderde hond en de belofte er rabiës van te krijgen? Ik houd u maar niet op de hoogte.

Levi Heusdens
23 0

Wat ik mis in de lockdown

Tijd voor een bekentenis. Ik was gisteren op zoek naar die mooie bloempot, toen ik mijn knalrode vaas terugvond. Die nam ik ooit als een soort trofee mee na een avondje stappen. De vaas is spuuglelijk, maar dat was op het moment van het ontvreemden wel het laatste van mijn gedachten. De vaas behoorde toe aan het interieur van een gloednieuw hotel. Het hotel opende net zijn deuren en dat moest natuurlijk feestelijk gevierd worden met mannen in maatpakken en vrouwen in avondjurken. Mijn lief en ik waren op wandel, op zoek naar een café in de stad dat ontdekt moest worden. Het was donker op straat, het tafereel binnen baadde in het licht. We zagen groepjes mensen in geanimeerde gesprekken, er waren bubbels (de goeie soort), er waren verfijnde hapjes op een lopende band en bovenal, er was niemand die zich bezighield met wie het hotel binnen of buiten ging. Mijn lief en ik wisselde een blik, grijnsden naar elkaar en glipten binnen. We dronken te veel en we aten om dat te compenseren. Ik bleef maar kirren hoe fantastisch ik het systeem van de lopende band vond, onderwijl het ene na het andere hapje van de band pakkend. We voerden gesprekken met wildvreemden ('hebben jullie de lopende band met hapjes al gezien?'). Sommigen fluisterden ons toe dat ze wel wisten dat wij niet uitgenodigd waren, anderen vroegen geïnteresseerd wat onze functie was (‘hij iets met sales, ik iets met HR’). Ik staakte mijn zoektocht naar mijn mooie bloempot en haalde de vaas van de plank. Ik kocht bloemen en zette ze op de tafel in de woonkamer. De vaas werd het symbool van al wat ik mis in deze tijden. Ik mis de spontane en onberekende plotwendingen van elke dag. Ik zou zowaar la casa de papel beginnen bingewatchen om toch maar verrassende, ja zelfs vergezochte plotwendingen mee te maken. Ik mis het aan de praat raken met iemand van buiten je cirkel. Onvoorspelbaarheid kan in de juiste dosis inspireren, scherp houden en energie geven. Ik zit gevangen in een keurslijf van voorspelbaarheid. Er is geen opening voor een toevallig gesprek en geen gesprek tijdens een toevallige opening. Tijdens het schikken van de bloemen in mijn rode vaas wist ik plots wat het is dat ik mis in deze lockdown: serendipiteit. En mocht u aan één bekentenis niet genoeg hebben, hier is er nog één. Ik voel me nog altijd schuldig over het ontvreemden van die vaas. Ik heb al een plan als deze lockdown voorbij is: ik breng de vaas terug naar het hotel en informeer intussen of die lopende band met hapjes nog in gebruik is.   Dochter: Ik las net in de krant dat een hotel in de stad failliet is. Check die foto. Hebben wij niet net zo’n vaas als in die lobby? Moeder: Ahja, inderdaad. Wat een toeval.

Lore Dewulf
34 1

Immostreken

Is het je de laatste tijd al opgevallen hoe immokantoren altijd maar arroganter uit de hoek komen? Meer en meer blijven te-koopborden van verkochte woningen weken staan, om misbruikt te worden voor de zelfophemeling van het kantoor in kwestie. Stickers in schreeuwerige kleuren verkondigen de recordtijd waarin het onroerend goed verkocht werd, alsof ze willen zeggen: 'Kijk eens wat onze Guillaume hier heeft klaargespeeld. Verdient dat geen applausje?' Zo heeft Immo Vermortel een charmante, instapklare eengezinswoning 'verkocht binnen de maand'. Vastgoedkantoor Van der Steen, zo vertelt de sticker me, deed het beter en wist een rustieke villa in volle natuur 'IN MINDER DAN EEN WEEK!!!' van de hand te doen. Mij doet het allemaal wat te hard denken aan de politiekers die, weken na de verkiezing, met een bek vol scheve tanden en een bedanktsticker naast hun voorhoofd nog altijd zielloos in de leegte hangen te grijnzen. Voor we verdergaan, moeten we het eerst even hebben over het begrip immotaal. Als copywriter heb ik best wat ervaring met het verbloemen van bepaalde producteigenschappen. Geloof me, ik heb mijn portie marketing bullshit al gezien en geschreven. Maar de met roze leesbril gepende poëzie waarmee de vastgoedverkopers hun zoekertjes vullen, is zo van de pot gerukt eufemistisch, dat zelfs mijn mond er elke keer opnieuw van openklettert. Want wie een rondleiding kreeg in die charmante, instapklare eengezinswoning van Immo Vermortel, weet ondertussen dat het een groot uitgevallen tuinhuis betreft, op een stuk grond dat te klein is om in are uit te drukken. Die rustieke villa in volle natuur? Boerderijruïne in overstromingsgebied. Nog enkele klassiekers die ik graag voor jullie vertaal van het Vastgoedvlaams naar het Nuchterlands: karaktervol (ouderwets), tijdloos (al lelijk toen het gebouwd werd), potentieel (8 jaar verbouwen met 90% kans op scheiding), te renoveren (kraakpand). Gaat er geen adjectief aan het woord woning vooraf, sluit dan onmiddellijk je browser want het pand huisvest hoogstwaarschijnlijk zoveel schimmel en asbest dat de advertentie bekijken alleen al je 10 jaar van je leven kan kosten. Goed, terug naar ons hoofdverhaal dan. Het beoogde effect van die stoefstickers is natuurlijk tweeledig. Langs de ene kant moet het huizenjagers aanzetten tot een gevoel van schaarste en tijdsdruk: 'Als zo'n krot al zo snel verkocht is, moet ik maken dat ik een hoog genoeg bod doe op die statige fermette (opgeknapte stal die tot het einde der dagen naar zeug ruikt) die dit kantoor ook aanbiedt.' Langs de andere kant vertelt het woningverkopers: 'Als wij zo'n bouwval kunnen verkopen binnen de week, dan weet je dat we jouw huis ook met gemak naar een nieuwe eigenaar versjacheren.' Tegendraads als ik ben, heeft die opgekleefde zelfverheerlijking op mij het omgekeerde effect. Ik heb hier geen reservehuis liggen om te verkopen, maar moest het zo zijn, zou ik met opzet kiezen voor de bescheiden kleine zelfstandige, in plaats van duizenden euro's te sponsoren aan Ignace Van Goedenhuyze of Jean-Philippe Debardeurmans zodat ze ook de onbetaalbare zetelverwarmingsoptie kunnen pakken op hun tweede lease-Porsche. In kostuumbroek op de leren zetels van je Porsche moeten gaan zitten in putje winter is nu ook wel geen pretje natuurlijk. Maar karma lijkt de zichzelf op de borst kloppende vastgoedsector te grijpen, want huisbezoeken zijn in deze tweede lockdown officieel niet meer toegestaan. De verkopers die het dus niet stiekem doen, zitten zich nu stierlijk te vervelen in hun luxueuze herenhuizen (geen immotaal). Vastgoedborden staan stickerloos langs de kant van de weg. En ook in de verkocht-binnen-de-maand-stickerfabriek vielen er al heel wat ontslagen. Nu zou ik kunnen zeggen 'hoogmoed komt voor de val', maar ik leef behoorlijk met hen mee. Niemand verdient het om te leven in de onzekerheid of hij de lease van z'n Porsche nog kan betalen binnen enkele maanden.

Hans Verhaegen
41 0

Herfstchrysanten en angstschreeuwen

Daar lig ik, op de behandeltafel van de dokter, in mijn ondergoed, met de buitendeur open. De verpleegster heeft corona al de schuld gegeven (een open deur, als u het mij vraagt) en gaat de dokter halen, met de woorden ‘ze komt er zo aan, mevrouw’. Twintig minuten wachten op een laattijdige dokter in je BH en slip valt niet onder de categorie ‘tien activiteiten die je moet doen nu het herfst is’. Bij het binnenkomen trekt de dokter, weinig verrassend, ook de coronakaart. Ik wil haar erop attenderen dat corona aan veel zaken schuldig is, maar niet aan het feit dat zij haar niet aan de afgesproken uurregeling houdt. Na vijf minuten onderzoek neemt ze afscheid op gepaste wijze: ‘dat is dan 75 eurootjes, mevrouw’. Verkleinwoorden, het is een kunst te weten in welke context ze te gebruiken. In de herfst, het seizoen met een disproportioneel aantal medeklinkers, is het tijd om weer muren op te trekken tussen de binnen- en de buitenwereld. In de zomermaanden vervaagt het onderscheid tussen binnen en buiten. Of om het met de woorden van mijn jeugdvriendin te zeggen: ‘het verschil tussen een gesloten en een open glazen deur merk je pas als je er met je gezicht tegen loopt’. Welke les ik daaruit leerde? Poets nooit glazen deuren in de zomer. Ik voegde er nog aan toe: of ramen. U weet maar nooit. In de herfstmaanden is er een duidelijke scheidingslijn tussen binnen en buiten. De buitenwereld is een wereld op zich, één met een eigen dresscode (een passe montagne of apenmuts, iemand?) en specifieke activiteiten (paddenstoelen fotograferen met stip op één). Bepaalde buitenactiviteiten kunt u toekennen aan een specifiek seizoen (gooien met waterballonnen of sneeuwmannen maken), maar wandelen kan werkelijk in elk seizoen. Enkel de randactiviteiten zijn seizoensgebonden. Gezellige picknick op het gras versus op dat ene droge plekje op dat bankje gaan zitten voor wat snelle suikers en merken dat dat plekje toch niet zo droog was. Of u beslist om buiten te komen ondanks of dankzij de herfst, laat ik aan u over. Maar zoals David Lynch zegt: ‘Just slow down and it becomes more beautiful’. Ik zou maar snel mijn apenmuts en wandelschoenen aantrekken. Dus geen angstschreeuwen de komende tijd, wel het tellen van herfstchrysanten. Mocht u het spelletje ‘woorden met de meest opeenvolgende medeklinkers’ spelen op één van uw wandelingen, dan heb ik net de twee topantwoorden uit mijn wollen mouw geschud. Geen dank.   Moeder: Ga je mee naar buiten? Dochter: Wacht even, ik ben bezig. Moeder: Wat ben je aan het doen? Dochter: Ik poets jouw bril, zodat je niet nog eens tegen de glazen deur loopt.

Lore Dewulf
34 2

Er is thee tussen hemel en aarde

Ik voel me een winnaar. Niet om de resultaten die ik de voorbije 20 jaren behaalde in de vele en uiteenlopende dingen die ik ondernam, maar een winnaar in het vinden en delen van plezier en geluk. Mijn geldingsdrang en competitiviteit zijn vooral daarop gericht. Een spel moet plezant zijn en voor mij is dat het pas wanneer ik me vol overgave kan smijten, kan uitleven, kan zot doen zonder te moeten streven naar een overwinning. Mijn kinderen vinden dit geweldig. Vooral mijn dochter, die de winnersobsessie van haar vader heeft geërfd en met mij aan de speltafel dus al één tegenstander minder heeft, maar ook mijn zoon die op die manier toch wat plezier beleeft wanneer zijn vader en zus als freaks hun doel willen bereiken. Ik hoef niet de meeste straten of het meeste geld bij Monopoly, ik wil vooral dat het een fair en leuk spel is voor alle deelnemers, ik wil kunnen lachen om mijn eigen succes of miserie. Die euforie voelen om niets te hebben en toch telkens nog net te overleven, de spanning wanneer ik het zoveelste risico neem en alles dreig kwijt te geraken en dan de totale ontlading wanneer het eindelijk zover is, dat is waarom ik speel. Een bezoek aan een casino of spelen op de loterij zou voor mij pas plezant zijn als ik mijn hele hebben en houden op het spel mag zetten en laten we aannemen dat ik daarvoor voorlopig net niet krankzinnig genoeg ben. Ook wedstrijden op sociale media laat ik meestal liggen. Een bericht sharen en dan wachten tot ik verkozen word om dat droominterieur te winnen bezorgt me weinig plezier. Helemaal anders wordt het wanneer ik door een bericht te delen een ander in de prijzen kan zetten. Dat heb ik gisteren dan ook gedaan. “Er is thee tussen hemel en aarde” prijkt in zwart kalligrafisch geschrift op een crèmekleurige theepot. Een kunstwerkje van mijn vriendin die oproept om dit te delen en vriendinnen te taggen die de theepot dan kunnen winnen. Ik bedacht onmiddellijk voor welke van mijn theedrinkende vriend(inn)en dit een passend geschenkje zou zijn en deelde het. Nu is het wél spannend afwachten wie de winnaar wordt, maar het wordt zeker een vrouw. In mijn zoektocht naar een passende match voor het theepotje probeerde ik een genderevenwicht te voorzien om het stereotype van theedrinkende breiende vrouwen te doorbreken, maar tot mijn verbazing vond ik geen uitgesproken theedrinkende mannen onder mijn dichtste vrienden. Heeft thee dan toch iets gay? Als je de serviezen bekijkt zou je zeggen van wel, met uitzondering dan van de neutrale theepot die mijn vriendin wegschenkt. Een espresso in een flinterdun gebloemd kopje met bijhorend schoteltje heb ik nog niet ontdekt. En koffie wordt volgens mij ook in reclamespotjes nog steeds met mannelijkheid geassocieerd. Ik vraag me af of daar al een studie over bestaat? De genderkwestie bleef in mijn hoofd zitten ik geraakte niet in slaap. Ik bedacht dat ik in het verleden wel theedrinkende vrienden had. Allen waren ze lang en slank met lange haren of een woeste baard, een zachte stem en eeuwige glimlach, vegetarisch avant la lettre, vredevol, tolerant en aanhangers van de vrije liefde. Tot ik ze beter leerde kennen en ontdekte dat de vrije liefde slechts in één richting geldig was of gepaard ging met een zeer christelijke opvatting en voortplantingsdrang waarbij voorbehoedsmiddelen uit den boze waren. De glimlach werd al gauw een ijzig wapen om steeds hun zin te krijgen en de tolerantie en vredelievendheid waren uiterlijke schijn waarachter egocentrisch gedrag zegevierde. De herinneringen alleen al deden me huiveren. Misschien voelden vele vrouwen ten tijde van Jane Austen diezelfde rilling na een theekransje of stel ik me het leven eind 18de eeuw te kil voor? Net voor ik in slaap viel besloot ik dat de enige theedrinkende mannen die ik vertrouw gay zijn of verkouden. Wanneer mannen kiezen voor een hete thee met honing omdat de rum die ze de dagen voordien achterover geslagen hebben (in de hoop de microben tegen te houden) niet het gewenste resultaat bereikte, en ze snotterend en hees op de bank liggen alsof het einde nabij is, dan vertonen ze genoeg mannelijkheid om hen te vertrouwen. Dan ben ik overtuigd dat ze me niet sluw gaan onderdrukken onder een ijskoude zachtheid zoals achttiende eeuwse theedrinkende mannen dit deden. Met veel liefde vervoer ik de snotterende mannen tussen hemel en aarde waar ze met thee kunnen aansterken om dan verder te doen alsof ze het sterke geslacht zijn. Spontaan denk ik aan een oud Canadees scheppingsverhaal, waarbij een godin naar een eiland werd gestuurd en daar zo eenzaam was dat ze al het snot die ze uitgehuild had opving in een paardenmosseldeel die ze dan zo goed verzorgde dat er uiteindelijk een man uit ontstond. Misschien moet mijn vriendin de volgende theepot van een kalligrafisch opschrift voorzien “de man ontsproot uit de liefdevolle zorg van de vrouw voor haar eigen snot”? Wanneer dan opnieuw een wedstrijd wordt gedeeld zal ik uit mijn vriendenkring drie stoere mannen taggen die dan bij de volgende novemberdagen ziek op de bank misschien (nog) meer respect voor hun zorgende vrouw tonen. Laat ik er vandaag maar van uitgaan dat ik pech had en er in de toekomst betere theemannen mijn pad kruisen. Voorlopig prijs ik me gelukkig met mijn koffieverslaafden en geheelonthouders die enkel naar thee grijpen als het einde nabij is en schenk ik de overwinning aan één van mijn sterke zorgende vriendinnen.

Fien SB
80 0