Zoeken

Content burnout

Op 14 september lanceert de Belgische streaming service Streamz. Op 15 september komt de online dienst van de hartverwarmende kinderentertainmentracist Walt Disney in België beschikbaar. En op 16 september moet ik naar de tandarts, maar dat is hier misschien naast de kwestie. Feit is dat er weer heel wat nieuwe content staat te wachten om door onze bingewatch-hongerige oogjes verorberd te worden. En ook dat ik met mijn muil vol weggebeitelde tandplak ga liggen bloeden in een stoel, maar wederom, naast de kwestie. Voor we van die verse content kunnen smullen, moeten we eerst het zachte prijsje van 11,95 euro per maand (Streamz) en 69,99 euro per jaar (Disney+) betalen natuurlijk. Geen geld, ware het niet dat we ondertussen maandelijks al heel wat 'geen geld' uitgeven aan soortgelijke services. De tijd dat we uitsluitend een kleine 10 euro per maand voor Netflix betaalden, ligt al even achter ons. Wie vandaag niet oppast, telt makkelijk 40 euro per maand neer, bovenop dat kabelabonnement, internetabonnement, de huur van de digicorder en nog wat onduidelijke kosten die ervoor moeten zorgen dat John Porter van Telenet 's middags z'n boterhammen met truffelsla kan blijven opsmikkelen. En aangezien je betaalt voor al dat entertainment, kan je het 's avonds maar beter een paar uur laten renderen. Een tijd terug betrapte ik mezelf erop dromerig uit het raam te staren in plaats van m'n tijd waardevol te besteden met mijn ogen op een scherm. Als straf heb ik dan maar het eerste seizoen van The Crown gebinged tot in de vroege uren. Niet dat het me interesseerde, maar het was me nu eenmaal al te veel aangeraden door anderen. Laten we even ons oog werpen op Streamz. Eerst en vooral wil ik het creatieve team dat deze naam heeft bedacht een welgemeende congratz overbrengen. Eenvoud siert. So what dat niemand iets durfde te zeggen wanneer die manager, high van z'n eigen marketingscheten, luidop dacht: 'en als we die s nu eens in een z veranderen?' So what dat de kidz van 10 jaar terug al een acute oogrolaanval kregen van dat z-gebruik? Al hadden ze de dienst Yeet Yeet Streambruh genoemd, dan nog moet het komen van de content. En die content spreekt boekdelen. Zo is er de serie Black-Out, waarin Geert Van Rampelberg verdwaasd wakker wordt in een industriële afvalcontainer en hij zich moet zien te herinneren waarom hij in godsnaam verkleed is als zwarte piet. Oh ja, er is nergens stroom en de batterij van zijn gsm is plat. Ik mag er niet aan denken! Nu heb ik van horen zeggen dat Van Rampelberg al wel eens vaker tussen lege flessen wakker wordt met een blackout, dus ik ben zeer benieuwd hoe deze schat aan levenservaring zijn acteerprestaties naar een nog hoger niveau zal tillen. Verder is er De Bende van Jan De Lichte, waarin Matteo Simoni de baas van een transportbedrijf speelt die als eerste in Vlaanderen een transgender achter het stuur van een vrachtwagen zet. Een geweldig idee als je 't mij vraagt, want het wordt eens tijd dat het camioneursmilieu mee evolueert met de maatschappij en wat minderheden tewerkstelt in plaats van die meerderheidsgroep van witte hetero mannen met een rijbewijs C die zich elke nacht naast de E40 de ziel uit hun lijf laten zuigen door hun mannelijke concullega's. Disney+ belooft dan weer om bij de lancering drie nieuwe films voor de kijkers te serveren. De eerste, Zwarte piet gaat naar de RVA, belicht de kant van een zwarte, alleenstaande man die drie kinderen moet onderhouden en uit noodzaak overal zwarte piet gaat spelen, maar plots geen werk meer krijgt door de komst van de roetpieten. Een moreel vraagstuk, dat zowel de conservatieve Vlaming als de woke-community heel wat stof tot nadenken zal geven. Disney vertelt er trots bij dat we Johnny Depp, die de rol van de alleenstaande vader vertolkt, zullen zien zoals we hem nog nooit zagen. De tweede film, die eveneens bewijst dat Disney de moeilijkere hedendaagse topics niet uit de weg gaat, is een vervolg op De Kleine Zeemeermin II en toont hoe de aan lager wal geraakte Ariël tegenwoordig orderpicker is in een magazijn van Amazon om haar crackverslaving te financieren. Een derde film vertelt het verhaal van een Syrisch vluchtelingetje dat aanspoelt op het strand, z'n familie niet meer terugvindt, maar geadopteerd wordt door een wit gezin en verder nooit nog achterom kijkt omdat het eigenlijk toch allemaal wat ver van z'n bed is. Van een geslaagde Westerse integratie gesproken! Ikzelf zit echter al een paar maanden met een heuse content burnout. Wekelijks moet ik een dozijn podcasts zien te beluisteren, mijn YouTube-idolen en hun vlogs volgen, minstens een Humo en een ander boek lezen, de nieuwste albums beluisteren op Apple Music en dan nog het maximum zien te halen uit Netflix en Apple TV+. Series kijken staat tegenwoordig bij in het rijtje van verplichte huistaken zoals stofzuigen, onkruid wieden en het gras afrijden. Ga ik dan geen abonnement op Streamz of Disney+ nemen? Natuurlijk wel. Waarover moet ik anders praten met m'n tandarts woensdag? De FOMO in mij zou trouwens niet willen dat ik niet meer coolz ben. Sksksk! Tot volgende week, boomers.

Hans Verhaegen
12 0

Het familiaal wetenschappelijk kapitaal

Net op tijd val ik binnen in het auditorium. De zaal zit afgeladen vol met universiteitsstudenten. Ik ben er één van. De prof die vooraan staat, kijkt de zaal rond en begint zijn betoog: ‘goeiemorgen dames en … heer.’ Iedereen kijkt rond en jawel, er zit één mannelijke student in de zaal. We kennen hem allemaal. Normaal zouden er nog twee andere mannelijke studenten in de zaal moeten zitten, maar die hebben na onze uitgaansavond van gisteren blijkbaar minder karakter dan ik. Drie mannen versus meer dan honderd vrouwen, dat is de realiteit in een opleiding Pedagogische Wetenschappen. Waarom kozen al die vrouwen en die drie mannen pedagogische wetenschappen en geen STEM richting, hoor ik u denken? De laatste jaren blijkt het criterium ‘wetenschappelijk kapitaal’ steeds crucialer in de studiekeuze voor een STEM richting. Sociologe Louise Archer onderzocht het wetenschappelijk kapitaal en kwam tot de bevinding dat vooral mensen uit de onmiddellijke omgeving interesse in STEM wekken. Ze noemt dit family science capital: wie opgroeit in een gezin waarin één of beide ouders beroepsactief zijn als wetenschapper of als ingenieur hoort thuis aan de keukentafel specifieke gesprekken. Deze gesprekken kunnen de belangstelling voor een STEM richting wekken. In haar onderzoek bij 1700 Britse jongeren vond ze dat de 92 meisjes die bijzondere interesse hadden in wetenschappen, er meer dan 60% opgroeiden in een gezin met een hoog family science capital. Waarom er dus zoveel dames kiezen voor humane wetenschappen, zoals bijvoorbeeld pedagogische wetenschappen en niet voor een STEM richting? Reken en tel. Het family science capital hier in huis is laag. Na een korte check van de familiestamboom kan ik meedelen dat er slechts één grootouder positief bijdraagt aan het family science capital van mijn dochters. Sinds het lezen van dit onderzoek probeer ik me aan de keukentafel te distantiëren van reacties als: ‘Oh fysica, dat snap ik geen jota van!’. In het secundair onderwijs stonden fysica en chemie bovenaan mijn lijstje ‘minst favoriete vakken’. Daar zitten mijn leerkrachten van destijds zeker voor iets tussen, maar dat is een ander verhaal. Ik wil mijn dochters onbevooroordeeld laten beslissen of ze al dan niet fan zijn van deze materie. De schoonheid van fysica en chemie wordt mij wel duidelijk als ik samen met mijn dochters naar Superbrein kijk op Ketnet. Voor wie het programma niet kent: Lieven Scheire ontvangt drie teams die tegen elkaar strijden om de titel van superbrein. In het programma mogen de kandidaten onder andere spectaculaire proeven uitvoeren en nadenken over mogelijke experimenten. Dat zat niet in het lessenpakket in mijn schooltijd. Wat dan wel? Formules moeten overschrijven van het bord (Waarom schrijf je niet? Omdat de formules in mijn boek staan. Je moet de formules overschrijven. Doe ik niet. Ok, dan ga je nu naar de directeur. Goed, dan moet ik tenminste de formules niet overschrijven.) en erlenmeyers molesteren (Wat? Hebben jullie weeral een erlenmeyer gebroken?). Weet je wat het toppunt is van family science capital? De familie Curie. Voor de goede orde: dit is geen grap. Vier Nobelprijzen op hun schouw. Marie Curie won er twee. Ze won de Nobelprijs voor de Natuurkunde met haar man. Acht jaar later won ze er nog één, deze keer de Nobelprijs voor de Scheikunde. Ik vraag me af of er ook zoiets bestaat als family human science capital? Zoniet, dan moeten we dat misschien in het leven roepen. Ik wil hier gerust aan bijdragen vanaf mijn keukentafel. Er is ook nog plaats op mijn schouw, mocht dat ooit nodig zijn. Moeder: Als je sneller wil met je rolschaatsen, kan je best een hellend vlak zoeken. Dochter: Ok. Ik begin met de opdaling, want de afdaling vind ik nu nog te eng.

Lore Dewulf
35 1

2dehands

Er bestaat geen betere manier om een idee te krijgen van hoeveel idioten dit landje bevolken, dan door iets te koop te zetten op 2dehands.be. Voor hen die het zich kunnen permitteren om hun ongebruikte rommel ergens in een put te smijten of te laten verrotten op zolder: prijs jullie gelukkig. Zolang Humo, De Standaard, De Morgen of – for god’s sake, als het echt moet – HLN mijn columns consistent blijven niet-kopen, heb ik echter niet de middelen om mijn aftandse shizzle met 100% verlies te dumpen. Ik probeer dus geregeld iets aan de man te brengen op de digitale rommelmarkt en ik daag hen die aan de stelling in m’n eerste zin twijfelen uit om een keer hetzelfde te doen en gewoon te wachten. Afhankelijk van wat je verkoopt – op het moment van schrijven zijn zetels met de gezellige kontafdruk van de vorige eigenaar trending, doe ermee wat je wil – zal je al snel doorkrijgen dat er op de site maar een beperkt aantal types rondhangen. Met wat geluk komt de eerste reactie van de beleefdste van hen allen, namelijk de uitzonderlijke soort die nog werkt met ouderwetse taalconventies zoals de aanspreking en het gebruik van werkwoorden. Na een vriendelijke 'hallo' of 'beste' volgt dan steevast de eerste van de enige twee openingszinnen die gebruikers van de site tot hun communicatieve toolbox rekenen: ‘Staat het nog steeds te koop?’ Het is verleidelijk, maar in het belang van je nieuwe business antwoord je best niet met: ‘Betrapt! Wat gaf het weg? Het feit dat het online staat op een zoekertjessite?’ Nu begrijp ik maar al te goed dat de Mohammeds en Yusefs onder ons de hierboven genoemde tactiek hanteren. Deze brave knullen hebben namelijk keer op keer voor dat ze contact zoeken en het aangeboden goed magischerwijs nét verkocht is. Maar waarom Tom Peeters uit Keerbergen opent met diezelfde zin is mij een raadsel. Hoe dan ook bespaar je jezelf best de moeite, want als je de fout maakt om pas te antwoorden wanneer het jou uitkomt, ben je te laat. Gefeliciteerd, je hebt zonet kennis gemaakt met de ik-heb-de-aandachtsspanne-van-een-goudvis-en-de-nood-aan-onmiddellijke-behoeftebevrediging-van-een-baby. Hopelijk heb je een zetel te koop gezet, want die zijn hot. De volgende reactie zal in dat geval niet lang op zich laten wachten. Was het uitroepteken in m'n antwoord te agressief? De smiley te sletterig? Terwijl er onzekerheden bovenkomen die je niet meer gevoeld hebt sinds je ergens begin 2000 sms'te naar een nummer dat je op een fuif had losgepeuterd, loopt de volgende melding al binnen. Deze keer met de andere openingszin waarmee de chatservers van 2dehands gevuld zijn: ‘Wat is je minimumprijs?’ Hier heb je wat ik het niemand-heeft-me-ooit-uitgelegd-hoe-bieden-werkt-type noem. Waarom zou je ook dat tijdsintensieve spelletje spelen en bod na bod over en weer kaatsen als je op de man af kan vragen hoe wanhopig de verkoper is. De ergste gevallen van deze soort hebben zelfs het lef om, nadat je de minimumprijs hebt gegeven, tóch nog af te bieden. Ga hier alsjeblief niet in mee, tenzij jíj graag aan de mensen van Van Dale uitlegt waarom ze hun boeken opnieuw kunnen drukken omdat je de definitie van het woord 'minimum' waardeloos hebt gemaakt. Maar vrees niet, de meeste van deze idioten geven het op als je hen voldoende hard verwart. Een simpele ‘Zazawie!’ antwoorden op alles wat deze persoon je verder vraagt zou in dit geval dan ook moeten volstaan. En kijk, voor je het weet, krijg je een bericht van de laatste en vermoeiendste variant. De magisch denker, de dromer, de een-nee-heb-je-en-een-ja-kan-je-krijgen. Oftewel de 2dehandsworst die denkt dat de hele wereld even idioot is als hij en 10 percent van je vraagprijs biedt omdat er misschien, je weet maar nooit, zou het niet, wie niet waagt, niet wint... Dit is het type dat op een iPhone-zoekertje van 500 euro reageert met: 'VOOR 50€€ VANDAAG OPGEHAALT!' Mijn reacties op dit specimen zijn dan ook qua niveau vergelijkbaar met de bieder en gaan van ‘Ik denk dat je mijn zoekertje door elkaar haalt met je moeder! ;) Vriendelijke groeten.’ tot ‘Ik bezorg het je vandaag nog helemaal gratis als jij me een geldig bewijs van sterilisatie stuurt.’ Wanneer ook dat niet genoeg is om iemand af te schrikken en ik het antwoord ‘Wat is je minimumprijs dan???’ krijg, ben ik meestal al volop naar immo-sites aan het mailen. Voorlopig heeft nog niemand gereageerd op mijn bod van 100.000 euro voor die villa in Keerbergen met een enorme zolder, maar hey, wie niet waagt...

Hans Verhaegen
64 0

over André Hazes, Hallelujah en tatoeages

‘Leef, alsof het je laatste dag is’. André Hazes wil ons doen geloven dat het een goed idee is, maar mij lijkt het toch niet het beste advies. Ik ga niet overstag, want geef toe: wie wil er leven alsof het zijn laatste dag is? Er zijn een aantal voordelen, dat klopt. Je hoeft niet meer spaarzaam om te springen met geld. Koop die sofa met tijgerprint, laat een zwembad graven in je tuin, koop die veel te dure oranje broek. Je kan luidkeels meezingen met André Hazes zonder je zorgen te maken over je reputatie. Je kan – in navolging van André – een nieuwe vlam onder je vleugels nemen. Je kan zelfs een tattoo laten zetten met de naam van die nieuwe vlam. Onder andere omstandigheden zou ik dit ten stelligste afraden, maar op je laatste dag? Gewoon doen. En niet op je onderarm of op je schouder. Doe eens zot! Zet hem op je gezicht (als traantjes!) of op je vingerkootjes.   Er zijn ook enkele nadelen verbonden aan dit levensmotto. Die zitten naar mijn gevoel vervat in de zin: ‘pak alles wat je kan’. Daar zou ik toch, ook op je laatste dag, voorzichtiger mee omspringen. Je wil immers je laatste dag niet in een cel doorbrengen. Eens je in de gevangenis zit, krijgt deze uitspraak een heel andere betekenis.   Ik heb een zwak voor songteksten. Als student spaarde ik mijn geld om cd’s te kopen in de Bilbo. Terug op mijn kot haalde ik het cd-boekje uit de cd-doos om de songteksten te lezen. Als je niet beschikt over een ontwikkelde oog-hand handcoördinatie, is het moeilijk om het cd-boekje onbeschadigd uit dat doosje te halen. Ik kan u vertellen: ik beschadigde menig cd-boekje bij het scheider der boek en doos. Muziek luisteren met een beschadigd tekstboekje in mijn hand werd een op zich staande activiteit waar ik mezelf uren in kon verliezen.   Ik zie bij mijn jongste dochter hetzelfde gebeuren. Ze kan volledig opgaan in muziek. Daar horen schattige taferelen bij, zeker als ze een koptelefoon opzet en luidop meezingt. Ik hoorde nog nooit iemand zo schattig ‘Hallelujah’ zingen. De opgetelde pijn van Leonard Cohen én Jeff Buckley verdwijnen in het niets als je een schattig kinderstemmetje enthousiast ‘Hajelujah’ hoort zingen.   De betekenis van Engelstalige songteksten ontgaan haar grotendeels, maar bij Nederlandstalige nummers luistert ze soms aandachtig naar de teksten. Ik zag haar gisteren scrollen in mijn Vlaamse lijst (buiten de spotify omgeving klinkt dit veel fouter dan ik het bedoel). Ze koos Het Zesde Metaal. Ik kan alleen maar hopen dat ze zich niet te veel laat inspireren door songteksten.   Dochter (neuriënd): Lala… hmm hmm. Moeder: Welk liedje zing je? Dochter: Naar de Wuppe van Het Zesde Metaal. Moeder: Hoe gaat dat ook alweer? Dochter: ‘Er wordt nog altijd meer gedronken, dan dat er wordt gekotst. ’T Is nog al nie na de wuppe. Doe moa voort.’

Lore Dewulf
32 0

over halfvolle glazen, vrije uitloop en Trump

Het is zondag en ik drink in stilte mijn ochtendlijke koffie. Mijn oudste dochter dendert de trap af en voor ik ‘ik-drink-mijn-allereerste-koffie-van-de-dag-in-stilte’ kan zeggen, vraagt ze: ‘Wat betekent economie?’. De tijd dat ik haar vragen uit de losse pols kon beantwoorden en ik als een soort alwetende moeder werd aanzien, ligt al ver achter mij. Om dit in perspectief te plaatsen: mijn oudste dochter is 10 jaar. Ik weet niet of ik hier krediet mee win of eerder verlies. ‘Economie… dat is alles wat met handel en geld te maken heeft’. Ik weiger meteen google in te schakelen. Na vijf bijvragen moet ik toch verstek geven. Ik vraag me af of ze effectief zoveel bijvragen heeft of dat ze vragen blijft verzinnen tot ik door de mand val. Wat maakt het uit, het zijn de mooiste nederlagen. In plaats van de informatie voor je kinderen op te zoeken, kunnen ze zelf op zoek naar antwoorden. Zo kwam een aantal jaren geleden – toen mijn dochter net vlot kon lezen en ze elk woord op elke verpakking las – de vraag ‘wat is vrije uitloop?’. Ik gaf haar mijn telefoon en klopte mezelf op de schouder omdat ik zelfstandigheid stimuleerde. Na wat zoeken, kwam ze triomfantelijk terug: ‘vrije uitloop betekent dat de dooier stuk gaat bij het breken van het ei; het eigeel loopt uit’. Dank, internet. Onschuldige onwaarheden op internet kunnen grappig zijn, minder onschuldige onwaarheden zijn dat niet. Het impeachment verhaal van Trump is daar een goed voorbeeld van. In een video van The Daily Show interviewt Jordan Klepper Trump-aanhangers Hij vraagt aan een man met een MAGA pet: ‘So, easy advice, read the transcript. Did you read the transcript?’. De man: ‘I don’t have to. Everyone else has, so… I can read it if I need to’. Jordan knikt: ‘But it’s important that everybody reads the transcript’. De man: ‘It is! It’s very important. Pay attention and think for yourself’. Jordan: ‘But to be clear, you have not read the transcript’. Zo gaat het gesprek nog even over en weer. De MAGA supporter blijft herhalen dat je geen kuddedier moet zijn en blijft bij zijn mantra ‘think for yourself’. Klepper blijft herhalen: ‘But you didn’t read the transcript’. Als Klepper vraagt op welke bronnen hij zich baseert, krijgt hij ‘mostly facebook and twitter’ als antwoord. Wat meer boerenverstand, hoor ik u denken. Misschien. Maar dan wel geen Texaans boerenverstand als het op de impeachment kwestie aankomt. Internet bevat een schat aan informatie, maar er staat ook meer onzin op te lezen dan in alle boeken samen. Terug naar de oorspronkelijke tactiek: moeder stelt haar kennis ten dienste van de volgende generatie. Geen dank, internet.   Moeder: (…) Dus daarom zeggen de mensen dat je glas halfvol of halfleeg kan zijn. Wat zou je zeggen over jouw glas? Dochter: Het is halfvol. Moeder: Oh, dat is leuk! Maar als je dus zou omdraaien, is het halfleeg. Dochter (draait met haar ogen):  Mama, als ik het omdraai, is het helemaal leeg. 

Lore Dewulf
23 0

Papa

Nu het vaderschap nadert met rasse schreden, voel ik me elke dag weer een beetje meer lid van de club worden. Inderdaad, lieve vrienden zonder kinderen, tijd om uit de kast te komen. Deze activist voor het luierloze leven is van kamp geswitcht. Maar even serieus, wélke vrienden zonder kinderen? De mijne waren al eventjes op, hoor. Dus toen in maart het plusteken onherroepelijk blauw kleurde, pakten mijn vrouw en ik mekaar vast, blij dat het ons ook eindelijk gelukt was. Blij dat we verlost waren van die maandelijkse teleurstelling en het geheimhouden ervan. Blij dat de wereld daarbuiten dan misschien wel leek te vergaan, maar dat er voor ons weldra een nieuwe zou openen. En vooral, blij dat we ons het eerstvolgende decennium bij al die jonge ouders niet meer zouden moeten excuseren om jaarlijks drie weken heerlijk kinderloos te gaan roadtrippen aan de andere kant van de wereld. Laten we even heel duidelijk zijn vooraleer sommigen te enthousiast worden: mijn nakende naamsverandering naar 'papa' verandert niets aan andere kinderen. Het merendeel van hen zijn nog altijd irrationele, over-energieke, stembanden mishandelende, ongeduldige, met-goede-humor-ongezegende, brutale, egocentrische, suikerverslaafde, gespreksverstorende, kleinzerige en meer wel dan niet lelijke miniatuurtirannetjes waarbij ik me in sneltempo ongemakkelijk en uitgeput voel. Maar de clichés kloppen. Of om het met de volkswijsheid van mijn moeder te zeggen: mijn kind, schoon kind. Sinds dat minivrouwtje in de buik van mijn wederhelft groeit, ben ik me pas werkelijk bewust geworden van het wonderlijke ervan. Ja, mijn ogen glinsterden toen de gynaecologe onaangekondigd de hartslag van ons kleine menswormpje liet horen. Ja, ik mis al eens een halve Casa de Papel door tegen een bolle buik te praten en op een stampje te wachten. De snelheid waarmee dat kind groeit is rechtevenredig aan de snelheid waartegen ik in een stereotype verval en het ding is nog niet eens geboren. Vraag me dus gerust om voorgoed te stoppen met schrijven wanneer ik hier in rijmvorm een 500-woorden-lange lofzang neerpen over de magische kleurschakeringen in de pamperinhoud van dochterlief. Laten we vooral allemaal binnenskamers houden dat wat ons eigen kind doet of produceert altijd net iets exclusiever, gek ruikender of indrukwekkender is dan wat de rest doet. Dat geldt voor elke sprong in de ontwikkeling, alle op je eigen oordeel gebaseerde IQ-testen en zowat alles waarvan je denkt dat de jouwe die sukkelende hoopjes nietskunde in de crèche of op school overklast. Soms laat de door je eigen bloedband gekleurde subjectiviteit je al wel eens denken dat die drie willekeurige strepen op papier het bewijs zijn dat de nieuwe Van Gogh op een Tripp Trapp in je keuken zit. Vergeet in dat geval ook niet te kijken naar de dertien strepen op de eettafel zelf. Maar terug naar míjn kind. Het zal niemand verbazen dat ik met de komst van dit kleintje al heel wat heb bijgeleerd de laatste maanden. Bijvoorbeeld dat je best iets eet voor je de winkel waar je je geboortelijst gaat opstellen even ‘binnenspringt’. En met eten bedoel ik: vul een trekrugzak alsof je een hike van 20 kilometer door de bergen plant. Zo'n trektocht duurt in vele gevallen minder lang en de kans dat je het pad kwijtraakt is kleiner tussen de bergtoppen dan in de gemiddelde babywinkel. Hydrateren is key, snelle suikers en proteïnesnacks zijn een must. Extra punten als je een luchtmatras voorziet voor je zwangere vrouw zodat ze liggend – kussen onder de beentjes – kan kiezen uit de 317 verschillende verzorgingstassen die het meest verkochte merk aanbiedt. Oh en, maak geen grapjes. Vraag dus niet of Angelcare ook goed is tegen wespensteken en of je er voor die prijs de Brusselse popzangeres bij krijgt. Na zes uur door winkelgangen en brochures hollen is de verkoopster even afgemat als jullie. Ze heeft er dan ook niets aan wanneer je schertst: ‘Een draagzak? Die zit al in m'n broek, hè. Hebt ge ‘m?’ (Ze had ‘m, wijzen was echt niet nodig.) Verder zijn ook alle kwinkslagen over borstzalf, tepelhoedjes en afkolftoestellen off limit. Hoewel het, na wat aanvoelt als een intercontinentale vliegreis zonder eten, lijkt als een gevatte woordspeling waarrond je een hele comedyshow zou kunnen bouwen, is het dat voor de verkoopster en je vrouw niet. Of om het in jouw komisch jargon te zeggen: de mop zuigt, ja. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dat zal voor een volgende keer zijn. Niemand houdt ervan om alleen maar over kinderen te praten behalve de persoon die aan het woord is, toch? Ik moest trouwens al gestopt zijn met werken, want ik heb nog een heleboel andere dingen te doen vandaag. Wachten op stampjes en tegen mijn vrouw zeggen dat ik zeker weet dat ons dochtertje het snelst en hardst kan buiktrappen van alle ongeboren kinderen, bijvoorbeeld.

Hans Verhaegen
14 0

Over schaamte, schuld en spijt: gewaarwordingen die het welzijn kunnen ondermijnen

Dat ik mij zou moeten schamen, had hij als reactie getypt. Onder de link die ik deelde, stapelen de tekstballonnetjes zich op. Hier en daar een verontwaardigde emoticon. De bloeddruk van sommige mensen stijgt als ze een overtuiging spotten die niet strookt met de hunne. Alsof het gaat om een persoonlijke aanval. De opgelegde maatregelen werken sterk polariserend. Een kamp met mensen die zeggen dat we gewoon even flink moeten zijn en niet zeuren, want alleen zo gaan we van die pandemie verlost raken. Haaks daartegenover staat de veronderstelling dat dit nieuwe virus zich niet zomaar laat uitroeien en dat de maatregelen onze vrijheid beknotten. Ik kan me eerder in dit laatste vinden, al besef ik dat ik eigenlijk niets weet. We gokken. Er was ook iemand die zei dat de ene mening meer waarde heeft dan de andere. Dat we moeten luisteren naar de experts en wetenschap. Ik weet uit eigen ondervinding dat de experts het soms ook niet weten, maar dat niet gemakkelijk zullen erkennen. En dat de wetenschap al vaak bepaalde ideeën heeft moeten herzien. Ondanks dat er wel naar gestreefd wordt, is absolute objectiviteit in de wetenschap een illusie. Het zou van nederigheid getuigen om te midden van al dat zogezegde ‘weten’ te benadrukken dat nog lang niet alle mysteries van het leven ontrafeld zijn. Zeker als het gaat over de werking van het menselijk lichaam. Mij ergens voor schamen, is wel het laatste dat ik ga doen. Het gevoel van schaamte is het omgekeerde van eigenliefde. Ontzettend veel mensen kampen met een chronisch tekort aan eigenliefde. Ze willen of durven niet te zeggen dat ze zichzelf graag zien. Alsof een beetje zelfhaat sympathieker overkomt. Wat mij betreft moeten we af van de stilgezwegen veronderstelling dat eigenliefde pretentieus is. Mensen die mijn achtergrond kennen, weten dat ik sterk overtuigd ben van de body-mind connectie. Dit onderwerp besprak ik reeds uitgebreid in mijn boek, op mijn blog en tijdens mijn workshops. De aard van iemands gedachten, vooral datgene dat diep en onbewust ingeprent zit, heeft een rechtstreekse invloed op het fysieke welzijn. In de klassieke geneeskunde wordt dat fenomeen als het placebo-effect omschreven. Het is dus gekend, maar de draagwijdte wordt (nog) niet volledig begrepen. Schaamte impliceert dat je jezelf niet volledig wil of kunt aanvaarden. Je stoot als het ware een deel van jezelf af. Leven met het drukkende gevoel van schaamte is schadelijk voor de gezondheid. Schuldgevoel is nog zo’n andere gewaarwording die, zeker op lange termijn, de volledige potentie en het welzijn van een persoon ondermijnt. Schuldgevoelens kunnen ook op manipulatieve wijze ingezet worden om mensen in een bepaalde richting te manoeuvreren. Handelen uit schuldgevoel is niet authentiek handelen. En wie zijn authenticiteit verloochent brengt zichzelf eveneens schade toe. Met regelmaat benadrukt de media onze verantwoordelijkheid ten opzichte van klimaatverandering. Het zou onze eigen ‘schuld’ zijn dat we vandaag met hittegolven te kampen hebben. Aangepraat schuldgevoel verschijnt in diverse gedaantes en werkt vaak heimelijk op de achtergrond, in het onderbewustzijn. Zo zouden we ons bijvoorbeeld schuldig moeten voelen over onze ecologische voetafdruk en het normaal vinden dat we daar op één of andere manier voor moeten boeten. Dit idee wordt ook gehanteerd in het hele vleermuisverhaal, waar het Coronavirus van afkomstig zou zijn. Weliswaar ietwat kort door de bocht postte ik onlangs op Facebook dat het voelen van schaamte en schuld geheel nutteloos is. Bij deze wil ik die uitspraak nuanceren door eraan toe te voegen dat alles in dit leven bestaansrecht heeft en dus een zeker nut heeft. Ik ben er wel van overtuigd dat deze gewaarwordingen op lange termijn zelfdestructief zijn. Schaamte en schuld kunnen ons iets leren over onszelf, maar dienen ook weer tijdig losgelaten te worden. Spijt kan in dezelfde categorie geplaatst worden. Een langdurig knagend spijtgevoel tast het zelfbeeld aan en kan bijdragen tot gevoelens van minderwaardigheid. Wat vervolgens ook weer kan leiden tot lichamelijke kwalen. Ik ben niet alleen overtuigd van het bestaan van de body-mind connectie, maar ik ben mij evenzeer bewust van iets dat ik hier ter plekke de reality-mind connectie ga noemen. Een lange en moeizame zoektocht heeft mij gebracht tot de vaststelling dat ikzelf geheel verantwoordelijk ben voor de perceptie van mijn realiteit. Nu ik het zo formuleer, klinkt dit als de evidentie zelve. Toch gedraagt het merendeel onder ons zich alsof ze geheel machteloos staan tegenover de grillen van de zogenaamd externe realiteit. Ik zei het al vaker; de realiteit die ieder van ons ervaart is in feite een zelfgeschapen interpretatie. En die interpretatie, vormgegeven door (al dan niet bewuste) gedachten, bepaalt de kwaliteit van ieders leven. Als de gedachten veranderen, verandert de realiteit met je mee. Ja, natuurlijk zijn er dingen die we niet kunnen veranderen. Maar we hebben wel het volledige zeggenschap over de interpretatie van die dingen. Het ontwikkelen en bewust vormgeven van de interne wereld heeft een onmiddellijke weerslag op de kwaliteit van de waargenomen externe realiteit. Daarom is zelfontwikkeling voor mij de hoogste kunstvorm die er bestaat. De hele Coronakwestie en de onrust die het opwekt, is een uiterst interessante uitdaging voor de geest. Angst en andere vormen van weerstand kunnen nu extra gemakkelijk binnensijpelen. Maar er is geen betere manier om je hiertegen te wapenen dan door jezelf mentaal te trainen in het behouden van (zelf)vertrouwen en interne rust. Dit is een erg woelige overgangsperiode. Het is belangrijk om te beseffen dat het potentiële gevaar eerder een interne dan een externe kwestie is. Dit is een oproep om meester te worden/blijven over de eigen gedachten, ongeacht wat iemand anders zegt of doet. Ook wil ik onderstrepen dat het als mens toegestaan is om fouten te maken. En dat het zeer heilzaam is om vergevingsgezind te zijn tegenover anderen. En vooral tegenover jezelf. Vergeving is immers het antigif bij uitstek voor schrapende gewaarwordingen zoals schaamte, schuld en spijt.

KarolienDeman
62 1

De wederkerende neiging om het onbegrensde te proberen vatten

Het verleden en de toekomst zijn slechts concepten, enkel het huidig moment bestaat in zijn tastbare vorm. Littekens en andere sporen kunnen enkel aan het bestaan van een verleden gelinkt worden als er een idee op geprojecteerd wordt. Alle dingen bestaan op zichzelf, zonder idee, weerstand of oordeel. Rustend in het ‘nu’. Alleen een mens projecteert een verhaal dat men verleden noemt. Ik ben er lang vanuit gegaan dat het ‘nu’ iets is dat steeds in beweging in, als immer voorbij glijdend. Maar die veronderstelling kwam voort uit het aangeleerde idee dat tijd iets lineair is. De illustratie van tijd bestaat eerder uit een punt in plaats van een lijn. Een punt dat symbool staat voor het hier en nu dat ervaren wordt vanuit oneindig veel perspectieven. Deze spelen zich allemaal simultaan af, zonder ruimte in te nemen. Omdat tijd iets abstract is, een illusie zelfs, valt het niet samen te vatten in een vorm zoals een punt of een lijn. Het projecteren van ideeën is een manier van creëren. Aan alle menselijke scheppingen zijn gedachten vooraf gegaan. Gedachten zijn in combinatie met wilskracht efficiënte tools die we als mens bezitten. Net als de verschillende perspectieven van waaruit het leven kan ervaren worden, zijn ook de scheppingsmogelijkheden oneindig. Het leven is onbegrensd. Mijn bestaan, ik als unieke creatie, is één van de oneindige mogelijkheden. Het had ook anders gekund. Maar ik ben nu volledig gefocust op en doordrongen van deze mogelijkheid. Wetende dat alle andere mogelijkheden zich eveneens aan het afspelen zijn. Als parallelle universa. Er is geen mogelijkheid die de voorkeur geniet of beter zou zijn dan een andere. Voorkeuren en oordelen zijn geprojecteerde ideeën. Er worden geen mogelijkheden overgeslagen, werkelijk alles wordt uitgeprobeerd. Alles dat we mooi zou kunnen noemen. En evenzeer alles dat we verwerpelijk zouden kunnen vinden. Geconditioneerd als we zijn, is het niet evident om zonder oordeel ergens naar te kijken. Onze opvoeding, cultuur  en medemens heeft ons geleerd wat van waarde is en wat afgekeurd moet worden. Het is een kunst om buiten dat kader te kijken. Ik oefen mezelf daarin. Maar vraag me tegelijk af of het überhaupt mogelijk is. Als de perceptie van mijn omgeving mijn eigen creatie is en ik tevens een product ben van mijn omgeving, dan kan ik nooit loskomen van mijn individueel kader. Maar wie zegt trouwens dat ik begrensd ben? Zulk idee is een creatie van eigen hand. Net zoals al de ‘rest’.

KarolienDeman
8 0

over palindromen, zelfvernedering en Hannah Gadsby

Nanette, de veelbesproken show van Hannah Gadsby, stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Nu ik als late adapter ook de weg naar Netflix gevonden heb, was ik klaar voor een avondje comedy. Ze begint haar show gemoedelijk: ‘My name is Hannah, and that is a palindrome. Everyone in my family has a palindromic name, it’s a bit of a tradition. There’s Mum, Dad, Nan, Bob and my brother Kayak’. Er zijn makkelijke grappen, waarmee het publiek hartelijk lacht. Gaandeweg creëert ze tijdens haar show een andere sfeer. Ze vertelt openlijk over haar jeugd. Die was allesbehalve idyllisch. Als lesbisch meisje groeide ze op in Tasmanië, tijdens een periode waarin homoseksualiteit nog strafbaar was. Toen ze ouder was, onderging ze een aantal heel akelige #metoo ervaringen. Ze heeft zeker haar deel ellende gekend in haar leven. En daar maakt ze grappen over. Dat is haar job. Dat heet zelfvernedering. Zelfvernedering op een comedy podium is geen nieuw fenomeen. Hoe ze ermee omgaat wel: ze benoemt namelijk het mechanisme van de zelfvernedering. Ze legt het bloot. Ze legt uit dat moppen uit twee delen bestaan: ‘Jokes have two parts, a question and an answer, a set-up and a punchline. The set-up builds tension, the punchline releases it. That’s my job.’ Bij verhalen ligt het anders: ‘Stories have three parts, a beginning, a middle and an end. To make a joke from a story, you have to leave out some parts of it.’ Om haar betoog te illustreren haalt ze er enkele grappen uit het eerste deel van de show terug bij. Ze vertelt het verhaal achter de grap. De verhalen zijn schrijnend. Zo vertelt ze dat ze op een avond in elkaar geslagen werd bij een bushalte. De grap was grappig, tot het een verhaal werd. Dat grappen uitleggen niet grappig was, wist ik al (‘dus: Wablieft en Wablaf zijn de namen van de twee personen die in die boot zaten!’). Maar ik wist niet dat de verhalen achter de grappen ook nefast konden zijn voor de feestvreugde. Ze werpen een ander licht op haar grappen. Als je terugblikt op het eerste deel van de show merk je dat zelfvernedering de grootste gemene deler is. Door haar verhalen of het meegeven van de volledige context  krijgt het publiek een spiegel van de kwetsbare en vernederde vrouw op het podium. Ik bewonder haar lef om het zelfvernederingsmechanisme bloot te leggen. Ze creëert een intieme sfeer tijdens de show en bevrijdt openlijk haar bestreden demonen. Comedy kan zelfspot verdragen, maar zelfvernedering gaat een brug te ver. Zelfspot werkt prima om te kunnen relativeren, om zaalshows mee op te bouwen. Maar waar eindigt zelfspot en begint zelfvernedering? En wat doet die zelfvernedering met de persoon op het podium? Verwordt het podium dan tot een zelfontworpen schandpaal? Eentje voor eigen gebruik?   Terug naar de palindromen: ik leerde proefondervindelijk dat grappen over palindromen niet altijd lichtvoetig zijn. Dochter: Mama, ik heb een raadsel. Wat is het omgekeerde van dood? Moeder (enthousiast): levend! Dochter (droog): fout! Het juiste antwoord is dood.

Lore Dewulf
39 2

Beestenhuis is boos

Ik ben omringd door dode insecten. Het zou de titel kunnen zijn van een Fleddy Melculy-nummer dat de albumselectie niet haalde, maar het is mijn dagelijkse realiteit. Terwijl ik dit schrijf is het vals plafond boven en de vloer onder mij het enige wat mij afscheidt van de vele wespenkerkhoven die dit huis herbergt. Bendes mieren marcheren uit kieren die ons huis een week geleden nog niet leek te hebben. Ze slepen de lijkjes weg uit het spoor der vernieling dat ondergetekende elke ochtend vloekend achterlaat. Ik krab aan een van mijn zeven muggenbeten, waarvan de dader nog voortvluchtig is, terwijl een vlieg casual voorbijzoeft en beslist dat mijn voorhoofd de meest geschikte plek van de hele kamer is om te landen. Toen ik gisterochtend in de woonkamer ook nog eens werd begroet door een duizendpoot – beleefd was hij wel – besefte ik dat het tijd wordt om de huurkosten te beginnen delen met al deze geleedpotige profiteurs die ons huis tot een kraakpand hebben herleid. Het begon twee jaar geleden met een koningin en een baksteen in de maag. De koningin had een gat gevonden. 'Wat een mooi gat,' dacht de koningin. 'Hier zie ik mezelf wel een kolonie van gevleugelde soldaten in geel-zwart uniform klaarstomen. World domination, bitcheeees!’ Een ijzingwekkende wespenlach echode door het gat. Wat de koningin zich niet afvroeg is of de mensen in het huis rondom het gat het niet creepy as fuck zouden vinden om van 's ochtends tot 's avonds te horen hoe tientallen wezentjes het vals plafond boven de gang afknabbelen om het koninklijk paleis uit te breiden. Wat wederzijds respect mag wel, toch? En dat is de reden waarom het op een zweterige zomeravond plots gif regende bovende de ingang van het paleis. Velen lieten het leven, maar sommigen hielden vol en leefden nog lang genoeg om enkele weken later, bij de tweede gifbui, hun vermoeden bevestigd te zien: God is geen dj, maar een onverbiddelijke brandweerman in een zotte overall. En ze stierven met een glimlach op het gezicht, want ik hoorde al aan menig koffietafel dat er niets zo mooi is als te mogen sterven in je eigen huis. Twee jaar later vonden twee koninginnen met een baksteen in hun maag twee gaten. 'Wat een mooie gaten,' dachten de koninginnen. De mieren pakken het minder subtiel aan. Met een assertiviteit die je eerder van een stadsmus verwacht, lopen ze van de ene dag op de andere door de kamer alsof ze het pand al jaren ownen. En de kleine fuckertjes komen letterlijk van overal. Maandag zaten ze in de gang. Dinsdag claimden ze de badkamer. En tegen het einde van de week renden ze al door de living. Ik zou zweren dat er gisteren een pintje minder in de koelkast lag en ik iemand nog net de tv hoorde uitzetten toen ik binnenkwam. De beestjes hebben een uitbreidingsdrang waar zelfs Starbucks niet tegenop kan. En alsof dat nog niet erg genoeg is, zijn ze constant met iets aan het rondzeulen of onvermoeibaar aan het travakken waardoor ik me nog schuldiger voel dat ik een boek zit te lezen in plaats van er een te schrijven. Dus heb ik hen de oorlog verklaard. In elke ruimte vallen er nu op willekeurige momenten maat drieënveertigen uit de lucht. Bergen wit poeder liggen verspreid in en rond het huis alsof Tony Montana z'n villa heeft omgeruild voor een klein arbeiderswoninkje in het centrum van Heist-op-den-Berg. Mierenlokdoosjes zover het oog reikt. Alles kapot. Ondertussen strijkt de vlieg neer op m'n oorschelp. Ik sla los op m'n oor, want mijn fijnmotorische skills gaan niet verder dan het correct bedienen van een toetsenbord. Ze maakt zich uit de voeten en parkeert zich op het hoekje van het bureau. En dan doet ze wat elke vlieg doet en goed is om iemand met een levenslange angststoornis op te zadelen. Ze begint in haar voorste pootjes te wrijven. Alsof ze op wraak zint. Alsof ze een gruwelijk plan beraamt om mij terug te pakken voor elke keer ik met een hand of vliegenmepper naar haar en de haren heb uitgehaald. Alsof ze denkt: 'Wacht maar af, jongen. Mijn maten komen er zo aan met een stuk of vijftig en jij gaat hier de komende jaren vliegenkak van de muren moeten krabben tot je er kierewiet van wordt.' Daarna vliegt ze recht op m'n gezicht af, geeft me een kopstoot tegen m'n voorhoofd en verdwijnt uit het zicht. Van de dader die de nacht van haar leven beleefde door zeven shotjes bloed uit m'n lijf te slurpen, is nog steeds geen spoor. Maar ik maak me geen illusies, ze is er nog. Ze wacht geduldig de uren af tot vanavond. En op het exacte moment waarop ik in slaap lijk te vallen, laat ze terug van zich horen. Om dan weer een uur of twee te verdwijnen en dat hele ritueeltje nog een paar keer te herhalen. Ik veeg een mier van m'n hand, zucht en kijk moedeloos uit het raam. Buiten zwaait de beleefde duizendpoot naar me met meer handjes dan de gemiddelde kleuterklas.

Hans Verhaegen
7 0

over podcasts, grootmoeders en klasfoto's

‘Wiens klasfoto is dit?’. Mijn jongste dochter wijst naar een zwart-wit foto in het huis van mijn grootmoeder. Mijn 89-jarige grootmoeder volgt de vinger van mijn dochter. Ze lacht: ‘dat is een foto van mijn gezin, met mijn mama, papa, broers en zussen’. Mijn oudste dochter komt er ook bij. ‘Die foto is genomen in 1942. Toen werden nog niet veel foto’s genomen. Een gezinsfoto was uitzonderlijk in die tijd. Kan je mij herkennen op de foto?’. Beide dochters wijzen de meisjes op de foto aan, op goed geluk. ‘Ik ben het jongste meisje’. Mijn grootmoeder is de voorlaatste in een rij van elf kinderen.   ‘Er leven nog twee mensen van op die foto, één van mijn zussen en ik’. Mijn grootmoeder heeft vochtige ogen en weemoed in haar stem. ‘Hoe heet je zus?, vraagt mijn oudste dochter. ‘Thérèse? Oh, hoe grappig. Die heet een getal in het Frans’.   Vorige week luisterde ik in mijn hangmat naar Bob, de podcast van Siona Houthuys, Nele Eeckhout en Mirke Kist. Deze podcast dateert van 2017 en is ondertussen al meer dan anderhalf miljoen keer gedownload. Het stond al lang op mijn verlanglijstje en de hittegolf leek het ideale moment om eraan te beginnen. Een waarschuwing vooraf: eens u begint, is er geen stoppen meer aan. De drie vrouwen vertellen in zes afleveringen het verhaal van de 85-jarige Elisa. Deze demente, oude dame woont in een rusthuis en praat over haar jeugdliefde Bob. De kinderen van Elisa kennen geen Bob en hebben nog nooit over deze man gehoord. Stukje bij beetje krijgen we deeltjes van de puzzel aangereikt, deeltjes die deel uitmaken van het ongehoorde leven van Elisa.   Ze slagen erin een intiem portret te schetsen, zonder oordeel en zonder sensatiezucht (een omgekeerde Dag Allemaal, zeg maar). Je voelt hun oprechte interesse en betrokkenheid. Ze stellen vragen zonder de integriteit van de betrokkenen te schaden en vertellen over hun inzichten zonder voorbarige conclusies te trekken. Het verhaal van Elisa ontroert me, omdat het diepmenselijk is. Elisa ontroert me, omdat ze ontwapenend is. Als ze in haar verleden duikt en over Bob praat, lacht ze schalks, als een verliefde jonge vrouw.   Het verhaal van Elisa voert me terug naar mijn grootmoeder. Wat zou zij vertellen mocht ze dementeren. Welk onderdeel van haar leven zou een eigen leven gaan leiden? Welke woorden zouden uit haar mond rollen als ze niet meer gevangen zouden zitten in haar eigen hoofd? Hoe meer ik erover nadenk, hoe fascinerender ik het vind om haar geschiedenis te kennen. Niet om de feiten te kennen, maar om te weten hoe zij was als jonge verliefde vrouw.     Moeder (wijzend naar een foto): dat is zijn jullie bedovergrootouders. Dochter: heb je ook een foto van hun ouders? Moeder: nee. Wat is de naam trouwens van die generatie? Dochter: dat zijn onze oudouders. Verwarrend toch, want jij bent ook al een oude ouder.  

Lore Dewulf
5 1

Weerpraatje

Heet, heter, heetst. Neen, ik heb het niet over de dochters van Jan Leyers. We weten allebei dat de tweede stem van Soulsister niet drie, maar vier vrouwen wist te verwekken en dat de houdbaarheidsdatum van de dametjes vaak al overschreden is nog voor ze goed en wel op smaak zijn gekomen. Dat moment waarop de ruwe Leyerskenmerken zich zo beginnen te manifesteren op dat voordien zo koddige snoetje, dat je, mocht je met een van hen zonder kleren in een zweterige Tetriscombinatie beland zijn, niet anders kan dan op een bepaald moment beseffen dat je in principe gewoon Jan Leyers met een pruik ligt te heupbonken. En dan is 't meestal game over. Mij maakt zoiets echter geen flieter uit en ik geef de symbolische high five aan eenieder die een Leyersdochter op zijn curriculum vitae heeft staan of nog plant te zetten. Maar ik wou het over het weer hebben. Want op het moment dat je dit leest, zitten we pal in een hittegolf. Tenzij je dit enkele weken na publicatie leest, wat mij zeer onwaarschijnlijk lijkt, doch, we mogen niets uitsluiten. In dat geval hebben mijn gekwetste ego en jij dringend een hartig woordje te spreken. Zijn het de opdringerige Instagramposts? Dat licht dictatoriale stemmetje dat elke week opnieuw LINK IN BIO naar je krijst? En dan daaronder nog 37 hashtags in volzinnen, alsof iemand ooit zou zoeken op #waarvindjenogspaghettisauszondersuiker, #tekenaarsmeteenvastehandhebbenkleinepiemeltjes of #kijkmamaikhebdemuisvanmartinetanghegetekend. Goh, ik wist niet dat je er zo over dacht, lieve lezer. Nee nee, maak je geen zorgen. Eerlijke kritiek krijgen is mijn favoriet, mijn lens prikte gewoon even in m'n oog. Ja, m'n beide lenzen, ja. Mag het?! Waar waren we? Juist, het weer... Toch eerst nog vertellen dat een vriend van mij beweerde, lang voor we met de hele wereld de vleermuizenvalling kregen, dat hij in een Antwerps café een Leyersmeisje had ontmoet en er nadien z’n nieuwe Mercedes Vito mee had "ingereden". Haar naam had hij niet gevraagd, maar hij was ervan overtuigd dat het een Leyers was, zeker toen de jongedame blozend had toegegeven dat ze inderdaad bekend was van tv. En dus vertelde m’n kameraad maandenlang aan iedereen die het wou – en niet wou – horen dat hij het met een Leyerske had gedaan en dat die kinky bitch het uitsluitend in haar sterretje wou. Toen we een half jaar later met wat vrienden hetzelfde café binnenstrompelden om te schuilen voor een wolkbreuk, riep hij: 'Daar, daar! Mijn Leyerske!' Bleek dat zijn verovering allerminst een Soulsister was, maar een Antwerpse travestiet die zich Gigi Moustache laat noemen en ooit in twee afleveringen van Blokken had gezeten. Iets anders: moest je geïnteresseerd zijn in een tweedehands Vito, ik weet er eentje te koop staan met weinig kilometers en minimale gebruikssporen. Het weer dus... Hoewel ja, oud nieuws als je het toch pas een paar weken later gaat lezen. Zijn het misschien die gebrekkige tekeningen bij m'n posts die je zo tegen de borst stoten? Die vreselijke grijstinten die alle plezier uit je Instagramfeed zuigen? Ik deel te weinig foto's van m'n kinderen, ik weet het. En het is alweer veel te lang geleden dat ik nog eens aandacht zocht door m'n haar te kleuren en plaatjes te posten van bestemmingen waarvan elke staycationer op slag een jealousy boner kreeg. Dat waren nog eens tijden. Ik moest drie powerbanks meezeulen om jullie likes te kunnen blijven ontvangen. Amper iets van de omgeving gezien daar, maar dat maakte me niet uit, want geen enkel Noord-Amerikaans natuurpark kan op tegen het hartverwarmende gevoel dat jullie mij waarderen. Sorry, m'n lenzen weer. Maar laten we beginnen met de column, en die gaat vandaag over het weer: de druppels sissen in menig bilnaad. De kindertjes dragen de plakkerige restanten van te snel gesmolten raketten op hun armen en de Leyersdochters zweten zich een ongeluk uit hun tepelhoven (trekje van vaderskant). Een tsunami van zonnevuur overspoelt onze contreien en dat is uitstekend nieuws, want zoals de wetenschappers ons maanden geleden beloofden, is het coronavirus niet opgewassen tegen de warmte. Na deze week zijn we er dus allemaal eindelijk van af en kunnen we ons gelijk weer zorgeloos amuseren met de vrolijkere dingen des levens, zoals exotische reisfoto's op Instagram zwieren, Leyersmokkels in bed lokken en hansverhaegen.com refreshen tot er een nieuwe column online komt. Eind goed, al goed!

Hans Verhaegen
29 0

over bibliotheken, terminals en wildplassen

Ze staat te trappelen. Van opwinding, neem ik verkeerdelijk aan. Of omdat ze niet kan kiezen. Tot ze zegt: ‘mama, ik moet heel dringend…plas-…’. Bij het laatste woord voegt ze de daad bij het woord. Daar sta je dan, zwetend, met een hele stapel bibliotheekboeken in de ene hand, twee kinderfietshelmen in de andere. Eén kleuter die je op milde fluistertoon meedeelt dat haar zus zojuist in de kinderafdeling van de bibliotheek geplast heeft en een andere kleuter die je wijdbeens en beteuterd aankijkt. Ik keer in gedachten terug in de tijd. Waar ik in godsnaam het idee haalde om met die twee kleine kinderen naar de bibliotheek te fietsen. Ik moet niet ver zoeken: ik hou van bibliotheken, omdat ze een belofte in zich dragen. Een bibliotheek oefent een aantrekkingskracht op me uit, net zoals de schermen in de terminals van luchthavens. Ook zij hebben het vermogen om tot mijn verbeelding te spreken. Ze tonen het gemak waarmee onze schijnbaar verankerde levens zouden kunnen veranderen als we op een vliegtuig stappen. Dat vliegtuig kan ons in enkele uren naar een plaats brengen waar niemand onze naam kent. Een nieuwe wereld. Ook in een bibliotheek liggen andere werelden binnen handbereik. Boeken lezen is de puurste en minst destructieve vorm van escapisme. De romantiek, het idyllische plaatje vergeet ik even wanneer ik stapels boeken op een bijzettafel leg, me naar een medewerker van de bibliotheek begeef en haar al fluisterend en wijzend uitleg dat het kinderhoekje, welja, ondergelopen is. Zij is behulpzaam en geeft me materiaal om schoon te maken. Tussen een sip kijkende kleuter (ik wil naar hui-uis, ik wil andere kleren aandoen) en een instructies gevende kleuter (dáár ben je nog een beetje vergeten, mama) probeer ik het kinderhoekje weer kindvriendelijk te maken. Bij thuiskomst worden de boeken gerangschikt volgens kleur. De rode worden het eerst gelezen. Uit het blauwe boek lees ik net voor bedtijd voor. Als ik in bed lig, begin ik zelf aan een nieuw boek. Ik lees de achterflap en denk terug aan ons bibliotheekbezoek. Toen we eindelijk klaar waren met kiezen en kuisen, gingen we met onze boeken naar de balie. De bibliotheekmedewerkster knipoogde naar mij en zei tegen de kinderen: ‘Jullie hebben wel geluk met zo’n lieve mama’. Dat moet de beste ontdekking van de dag geweest zijn, de ontdekking van de wereld ín de bibliotheek.   Moeder: We moeten vandaag naar de bibliotheek. Dochter: Waarom? Moeder: Omdat mijn boeken anders weer te laat terug zijn. Dochter: Zo boeken, zo baasje.

Lore Dewulf
19 0

Van Mars

Vaak komen voor de hand liggende feiten plots aan het licht na jaren van onwetendheid. Geen mens die dan snapt dat ze zo lang over het hoofd gezien werden. Neem nu dat van M&M’s en Mars. M&M’s komen van Mars. Dat staat letterlijk op de verpakking, zwart op geel. Het zijn eenvoudigweg marsmannetjes, de naam zegt het zelf: M&M, marsmannetje. Spielberg weet dit al j.a.r.e.n. Ken je de scène uit zijn film E.T. waarin Elliott het buitenaardse wezen lokt met Reese’s Pieces? De bekende sf-regisseur wilde oorspronkelijk M&M’s gebruiken maar Mars weigerde de samenwerking, wilde wellicht vermijden dat de ware aard van het populaire snoepgoed zou worden onthuld. Een buitenaards wezen dat zich aangetrokken voelt tot een marsmannetje (M&M dus), menige nuchtere kijker zou de link kunnen leggen tussen de dubbele m en de echte betekenis ervan. Ik begrijp niet waarom de snoepgigant dit geheim wil houden. Het is best een geruststellende gedachte dat M&M’s marsmannetjes zijn. We hoeven immers geen bloeddorstige monsters te vrezen bij een invasie van Mars op aarde. Het komt er dan op aan de indringers op te eten. Bij hopen. En net daar heb ik ervaring mee. Net zoals zovelen eet ik me af en toe “ziek” aan (peanut) M&M’s. Nu, een zak M&M’s leegeten is één ding, je wordt er waarschijnlijk misselijk van en moet in het slechtste geval even neerliggen. Een leger van de gekleurde chocoladebolletjes naar binnen werken, dat is andere koek en zou m’n dood wel eens kunnen worden. Ach, er zijn ergere manieren om te sterven dan aan een overdosis M&M’s. Toch? (c) Belle Pen

Belle Pen
34 0

Gesjareld op de Parking

Dat van alle Belgische steden de meest fiere, fantastische en, naar wat sommigen beweren, zelfingenomenste als eerste voor de bijl ging, was ook voor mij een verrassing. Dat wij, de spreekwoordelijke parking, als verre provinciegenoten ook zouden worden meegesleurd in de natte droom van burgemeester De Wever met avondklokken en meer, was voor deze Heist-op-den-Berger een nog veel grotere verrassing. Tot zover onze provinciegrenzen overschrijdende samenhorigheid, lieve lezer. Tot zover die gevonden verbondenheid in ons gevecht tegen een gezamenlijke tegenstander, vele malen intenser dan wat een EK of Olympische Spelen ooit hadden kunnen teweegbrengen. Vanaf nu is het ieder voor zich. Moge de sterkste winnen. Of beter, moge de meest sociaal angstige, columns tikkende schrijvers, die zich al hun hele leven gepassioneerd hebben toegelegd op de buitenwereld buiten houden – en masturberen op Goedele Wachters, maar da's niet relevant hier – winnen. Helaas is de strijd al grotendeels gestreden, zelfs in voor wat moest doorgaan als één, aan hetzelfde zeel trekkende provincie. Ik lijst even op welke extra maatregelen volgens de media sinds deze week van kracht zijn in de provincie Antwerpen: 'U zult te allen tijde in de publieke ruimte een mondmasker dragen. U zult in uw woonst blijven tussen 23.30 uur en 6 uur tenzij u essentiële verplaatsingen moet doen, zoals naar het werk rijden of naar het ziekenhuis omdat u bv. uit een mengeling van verveling en frustratie beslist hebt om een nagel in de muur te kloppen met uw voorhoofd. Betreffende de arbeidsdaad bent u verplicht tot thuiswerk, dus als de politie u om 23.31 uur met uw voertuig een halt toeroept, kan het maar beter zijn omdat u op weg bent naar het hospitaal terwijl het bloed uit uw voorhoofd gutst.' Waarom ik deze jou ongetwijfeld reeds gekende regels herhaal, lieve welgeïnformeerde lezer? Omdat het verhaal van de media in de verste verte niet overeenkomt met hoe het er echt aan toegaat in onze provincie. Om te beginnen de mondmaskers. Wat je favoriete nieuwslezer – de mijne is Goedele Wachters – vergeet te vertellen, is dat iedereen die niet uit de stad Antwerpen zelf is, dat met een aanduiding op het mondmasker moet tonen. Ter verdediging: de op te naaien gele sterren met daarin het parking-icoontje zaten al heel snel in de brievenbus, alsof de stad hier al enkele jaren op voorbereid was. Verder mag intensieve sport zonder mondmasker, maar wat de rest van België niet weet is dat buiten 't Stad hardlopen verplicht vervangen werd door huppelen. Een rit op de koersfiets is enkel nog toegestaan wanneer er speelkaarten met wasknijpers aan je voorvork bevestigd zijn en je om de tien meter 'broem, broem' roept. Zwemmen mag, mits het huren van een Speedo en mondmasker in het zwembad. Ook daarbij een kleine voetnoot: omwille van waterbestendigheidsredenen krijg je geen echt mondmasker, maar een tweede zwembroek, die je over mond en neus dient te bevestigen. Nu weet ik niet of dit de vaste procedure is, maar mijn Speedo-mondmasker was nog nat, harig en rook naar iets tussen een te lang geopende pot augurken en een te kort gebakken cervela. Mijn Speedo-zwembroek was proper en droog. Al deze maatregelen in acht genomen, snap je dat vandaag iets als over het perron huppelen om je trein te halen er nog beschamender uitziet dan het al was toen je nog kon lopen. En probeer na je vaste zondagsrit maar eens met een uitgestreken gezicht een Duvel te bestellen als je twee minuten ervoor nog als iemand uit een Dieter Coppens-programma – eender welk – met ratelende wielen arriveerde. Maar laten we vooral de groep niet vergeten die werkelijk alle respect en geloofwaardigheid is kwijtgeraakt: de triatleten. Tot slot nog een paar andere voorbeelden van hoe de diamantstad de rest van de provincie bij de kroonjuwelen heeft: barbecueën buiten 'A' mag met 30 personen, maar uitsluitend met veganistische vleesvervangers (niemand barbecuet hier nog). Alcohol kopen na 22 uur mag, zolang het Radler, Strongbow en Wittekerke is (niemand drinkt hier nog). En seks buiten het huwelijk is nu écht niet meer toegestaan (niemand sekst hier nog). Masturberen op een op pauze gezet beeld van het journaal met Goedele Wachters kan gelukkig nog ongestraft plaatsvinden. Laat het duidelijk zijn: er is hier veel meer aan de gang dan wat het nieuws je vertelt. Daarom raad ik je ten zeerste aan om niet alles te geloven wat je leest of hoort. Blijf sceptisch, check je bronnen en laat je niet in de maling nemen. Maar vooral, hoed je voor de grote overname van 't Stad. In onze provincie is ze alvast ingezet. De rest mag dan wel parking zijn, maar zoals iedereen met zelfrespect, en dus een auto die geen Nissan Micra is, weet: van parking is er nooit genoeg.

Hans Verhaegen
6 0

over turnen, Turkmenistan en machtsmisbruik

Om aan de top te komen is doorzettingsvermogen nodig. Daar is consensus over. Hoe doorzetten gestimuleerd wordt, is niet eenduidig. Gerrit Beltman werkte, samen met andere trainers, volgens de ‘domme koe’- methode. Die methode bestond uit het kleineren, vernederen, bodyshamen, onverantwoord omgaan met blessures (over de omschrijving van blessures kunnen we het later nog hebben, maar ik geef nu al mee dat ‘kruisbanden scheuren’ niet in de lijst staat), slaan, in het gezicht spuwen en ga zo maar door. Mentale en fysieke mishandeling van gymnasten zit ingebakken in de turnwereld. En niet alleen op het hoogste niveau. Jonge meisjes die topprestaties neerzetten zijn bijzonder kwetsbaar. Een ondersteunende omgeving is cruciaal. U hoeft geen motivatiepyscholoog te zijn om dit te begrijpen. Er bestaan verschillende manieren om te motiveren: door factoren buiten de persoon (‘ik ben gemotiveerd omdat ik afgestraft word als ik niet win’) of door factoren binnen de persoon (‘ik ben gemotiveerd om te winnen omdat ik dat zelf wil’). Dat laatste heet autonome motivatie. Uit de schrijnende getuigenissen van vele turnsters is duidelijk dat er geen sprake was van autonome motivatie. De trainer ziet winnen als zijn doel en reduceert gymnasten tot het middel om tot dat winnen te komen. De hele turnwereld stond erbij en keek ernaar. De mea culpa mantra van trainers is nobel, maar ontoereikend om dit probleem systematisch aan te pakken. Veel turnsters hadden na hun carrière traumatherapie nodig. Dit is misselijkmakend. Nu wordt er gegoocheld met ethische commissies en gedragscodes om tot een gezond topsportklimaat te komen. Maar een omwenteling van de heersende cultuur zal meer nodig hebben, zoals een gedegen opleiding voor trainers, waarbij ze kennis maken met de ware toedracht van autonome motivatie en motiverend coachen. Ik maakte laatst kennis met de president van Turkmenistan (niet persoonlijk, maar online, zoals het moderne mensen betaamt). Meneer Berdimuhamedov (moeilijke naam om te onthouden, gelukkig mag ik hem met zijn voornaam aanspreken: Gurbanguly) is niet alleen de autocratische leider van een politiestaat, hij heeft ook een obsessie met winnen. Hij heeft heel wat titels van het Guinness Book of Records op zijn naam staan. Dat gaat van de stad met het grootste aantal gebouwen bedekt met wit marmer, over het grootste indoor reuzenrad, tot het ‘achter elkaar rijden’ van 3246 fietsers. Hij gaf miljarden uit om deze records te behalen, terwijl de mensenrechten in het land ontelbare keren geschonden worden. Rest alleen nog de vraag: wie haalde de mosterd bij wie? De ethische standaarden tussen Turkmenistan en de gymnastenwereld zijn te gelijklopend om toeval te zijn. Bovendien zouden beide partijen geen genoegen nemen met een gedeelde eerste plaats. Daarom een nieuwe wedstrijd: om ter snelst een ethische standaard bereiken die hoger is dan het grootste indoor reuzenrad en die meer turnsters omhelst dan die schamele 3246. Wat er te winnen valt? Een stukje respect en als u geluk hebt ook een fractie van de veerkracht en het doorzettingsvermogen van alle turnsters die deze wandaden moe(s)ten doorstaan.   Dochter (wijzend naar de tv): Waaw, heb je gezien wat die turnster op de balk deed? Moeder: Ja, echt fenomenaal. Dochter: Waarom wrijft die trainer in zijn ogen? Moeder: Hij probeert die balk uit zijn ogen te krijgen.

Lore Dewulf
23 0