Zoeken

De kat van de hertogin

We hebben een logee. De huiskat van onze jongste blijft slapen. Terwijl wij voor de buis zitten, speelt hij verstoppertje. Het liefst doet hij dat in of onder kasten, want er valt hier veel te ontdekken. Ook aan de boekenkast kan hij niet weerstaan. Het is een allerbest dier.  Bij de jeugdboeken ziet hij een gaatje. Even trippelen, springen en daar zit hij. Net naast het exemplaar van Alice in Wonderland. "Ben je op zoek naar Dina?", zeg ik tegen de kat. "Of naar de kat van de hertogin?" Mijn vrouw kijkt me aan alsof ik net tien kilo boeken op mijn hoofd heb gekregen.  "Gaat het?", vraagt ze. "In Alice in Wonderland wemelt het van de maffe dieren", zeg ik. "Ook een paar katten. Dina is de kat van Alice, maar er is ook de kat van de hertogin. Op een gegeven ontstaat er een wonderlijk gesprek tussen die kat en Alice. Bijna filosofisch. Zal ik het voorlezen?" Geen antwoord. De kat snuffelt aan het boek. Het fragment is snel gevonden. Ik zal het maar voorlezen.  "Zou je me alsjeblieft kunnen vertellen welke kant ik nu op moet?""Dat hangt er voor een groot deel vanaf waar je naartoe wilt", zei de kat."Het kan me niet zoveel schelen", zei Alice.“Dan doet het er niet toe welke kant je opgaat", zei de kat."Als ik maar ergens uitkom", voegde Alice er ter verduidelijking aan toe."O, je komt beslist ergens uit", zei de kat, "als je maar lang genoeg doorloopt." Ik sluit het boek. "Geweldig toch", zeg ik. "Als je maar lang genoeg doorloopt of werkt, kom je vanzelf op het pad dat voor jou is bestemd." De kat kijkt me aan en springt uit de boekenkast. "Waar ga je naartoe?", zeg ik. "Niet te ver weg hè."

Rudi Lavreysen
14 1

De latteman

“Dadelijk is zijn glas kapot”, zeg ik. “Sommige mensen kunnen toch roeren.” De latteman is druk aan de praat met zijn echtgenote of vriendin die naast hem zat. Hij stopt niet met roeren. Het lepeltje tikt telkens tegen het glas. Tik tik tik tik. “Hoor jij dat ook?”, zeg ik tegen mijn vrouw. “Hij blijft schuim maken. Dadelijk loop zijn latte over.” “Ik hoor dat, maar het stoort me niet”, zegt mijn vrouw. “Misschien is er iets mis met mijn oren?” “Ze zijn alleszins groot genoeg”, lacht ze. Maar het klopt wat ik zeg. Sommige geluiden verdraag ik slecht. In normale omstandigheden hoort een mens zoiets niet, of men stoort er zich niet aan. Maar kijk, een mens heeft zichzelf niet gemaakt. Het is trouwens een officiële aandoening. De term is ‘hyperacusis’ of overgevoeligheid voor externe geluiden. Pas op, het is iets anders dan ‘fonofobie’. Dat is angst voor geluiden. En ook niet hetzelfde als ‘misofonie’. Dat is haat voor sommige geluiden. Bijvoorbeeld voor het eten van chips in een bioscoop. Daarvan ben ik ook geen fan. Zo vertelde ik ooit tegen een vriend die op donderdag voor het eerst meeging naar een arthousefilm, dat er bij die vertoningen geen chips gegeten mag worden, omwille van de gevoeligheden in dergelijke films. Een leugentje om bestwil. Het toeval wou nu dat er die avond twee dames voor ons plaatsnamen met een berg nacho's en dipsaus. De berg was zo groot dat we bijna niets meer van het bioscoopscherm zagen. "Ho ho, wat is dat?" "Gaan die dat opeten?" De trouwe donderdagavondfilmbezoekers lieten van zich horen. Van mijn vriend kreeg ik een por tegen mijn arm. “Hoezo geen chips op donderdag”, zei hij. “En die twee dan?” Ik heb me er niet uit kunnen praten. Maar goed dat de film net begon.

Rudi Lavreysen
8 0

Haast is niet handig

Ik weet het, als je haast hebt, loopt het meestal net even anders. Maar soms zit het ook gewoon zo maar even tegen. Of loopt een planning weer in de soep. Zo ook op een woensdag, even geleden. Het begon gewoon, wekker, opstaan, koffie, ontbijt, spullen. Hup, Stef in de auto en op pad. Oh ja, nog even langs de supermarkt, dan hoeft dat straks niet meer. Dat kon nog best. Stef bleef even op de achterbank en ik pakte snel wat ik moest hebben. Het was al best druk maar er waren twee kassa’s open dus ik zag zo geen probleem. Ik legde mijn spullen op de band en besefte al na een minuut dat ik weer eens in het verkeerde rijtje stond. Uiteraard, zou ik bijna zeggen. De oudere man die vooraan in de rij stond, probeerde te betalen met een kortingsbon. De QR-code op het verfrommelde kaartje gaf meedogenloos aan dat het originele tegoed al lang gebruikt was. De oude man naam daar geen genoegen mee, helaas. De kassière werd langzaam wanhopig. Maar de man bleef volhouden, net zo lang tot uiteindelijk de supermarktmanager ten tonele verscheen. Ik hupte van mijn ene voet op mijn andere en overwoog of ik niet naar de andere kassa zou verhuizen. Alleen, mijn spullen lagen al op de band en die van mijn achterbuurvrouw ook. De oude man koos na lang soebatten eindelijk eieren voor zijn geld en we schoven op. De man voor me had maar één artikel dus dat zou snel gaan. Tot hij ook een slof sigaretten moest hebben. “Die moet ik even uit het magazijn halen.” De kassière liep weg. En daar stonden we weer. Te huppen van de ene voet op de andere. Ik keek maar eens op mijn horloge. Toen ik eindelijk aan de beurt was, kon ik alleen maar zuchten van opluchting. Ik scande mijn app. En natuurlijk sloeg toen het noodlot weer toe en het systeem op tilt. “Misschien moet u de app even resetten.” Natuurlijk, maar toch echt niet daar ter plekke. Dan maar geen koopzegels. Ik griste mijn spullen bij elkaar en rende bijna naar de auto. Nog minus vijf minuten om op mijn werk te komen. Zag ik het nou goed? Of verbeeldde ik me dat Stef meewarig zat te grijnzen op de achterbank?    

Machteld
3 0

Saterdag

Vanmiddag teruggeworpen geweest in de tijd. Dat overkomt me wel vaker, en bijna altijd door muziek. Deze keer: wijlen Kevin Ayers. Een perfect uitgevoerde heupworp. Tijdens het atelierwerk besloot ik nog eens te luisteren naar een van mijn favoriete albums aller tijden: The Confessions of Dr Dream and other stories, datumstempel 1974. Stel je daarbij een bizar mengelmoesje voor van (heel) vroege Genesis, de begindagen van Pink Floyd, Tubular Bells van Mike Oldfield — die trouwens heerlijk meespeelt op deze plaat — en vooral veel Kevin Ayers zelf.Ik was al vier nummers ver in de plaat toen het plots gebeurde, bij de begintonen van het samenhorig drieluikje It Begins with a Blessing / Once I Awakened / But it Ends with a Curse. Ik ben een jaar of veertien vijftien, schat ik, mijn oudere broer Edi baat achter de hoek een folkie bruin hippiecafé uit: De Sater. Die morgen gaat ons moeder kuisen en ik ga mee, het is allicht weekend of vakantie. Het zal wel zijn dat ik meega, want ik hou van die plek en de sfeer die je daar letterlijk kunt opsnuiven, ook al ben ik nog veel te jong om er ’s avonds te mogen rondhangen tussen het volkje dat mijn gretige hersens doet vonken. Iets van de magie werkt de volgende ochtend na, als de tempel leeg is en de achtergebleven sigarettenpeuken en verschaalde kletsen bier nog als enige getuigen van het mysterie dat zich hier, weer eens zonder mij, moet hebben afgespeeld. Telkens ik het heiligdom mag betreden, tokkel ik eerbiedig maar onkundig op de ontstemde buffetpiano, haar galmende klank blaast leven in dit verlaten decor van spiegels, affiches van gemiste muziekoptredens en vooral veel elpees, die alle geuren en fascinerende gebeurtenissen diep in hun hoezen en groeven hebben opgeslagen. Die ene ochtend legde ik dus Kevin Ayers op de draaitafel — ik had al snel uitgevist hoe de muziekinstallatie werkte, ook al had ze veel meer toeters en bellen dan mijn eigen goedkope platenspelertje uit de catalogus van een postorderbedrijf, ik meen dat het de Unigro was. En dáár, op die plek in Einsteins gekromde ruimtetijd, daar ben ik dus daarstraks nog eens geweest. Het was een fijn weerzien.

Marc Terreur
87 0

Het verkeerde gesnaaid

Stef is een meester in het laten van stiekeme scheten. Dan ligt hij heerlijk bij je, of onder je bureau, en dan ineens, poeh. Het snijdt werkelijk de adem af. Dat vindt Stef zelf ook, hij zoekt dan snel een ander plekje op. De viespeuk. Hij maakt er echt helemaal geen geluid bij. Het viel me dus op dat hij ineens hoorbare scheten liet. De lucht was hetzelfde maar er was nu geluid bij. Dat was raar. En hij ging steeds naar buiten terwijl hij ’s nachts normaal gesproken niet van het bed te schoppen is. Ook dat was bijzonder.  Toen ik de dag erna buiten kwam, snapte ik het. Ah, dat was niet normaal. Verder leek er niks aan de hand. De brokjes gingen vlot naar binnen en Stef dronk ook gewoon. Maar naarmate de dag vorderde, werd hij steeds slomer. Niet dat hij nog vaak naar buiten moest, ik hoefde nog maar een enkele keer een emmer water te gebruiken. Het arme beest keek me ook heel treurig aan. Hij kwam zelfs niet meer met goed fatsoen op de bank geklommen. Door zijn onhandigheid ging hij ook nog eens mank lopen. Omdat het toch mijn Stefke is, heb ik de dierenarts maar gebeld en konden we snel komen. Ik weet het, maar ik ga liever een keer voor niks. Deze dierenarts was heel resoluut. Stef ging op streng regiem. Ieder uur een beetje eten, geen snoepjes, geen extra’s, helemaal niks. En dan maar opbouwen. En als hij niet hoefde, het uur er na niets extra. Een heel klein muizenhapje. Want ik moest er wel rekening mee houden dat Stef al wat ouder is. En dat mank lopen, dat moest ik ook goed in de gaten houden. In verband met zijn leeftijd. Poeh, ik voelde me toch behoorlijk aangesproken. Want ik weet het wel, hij is niet meer piep, maar ik doe toch altijd maar net of hij nog een jonge hond is. Trouwens, dat doet hij zelf ook. De dag er na ging het al wat beter met het mannetje. Hij stond alweer naar zijn snoepjes te kijken en vond het heel oneerlijk dat hij niks kreeg. Ook het lopen ging weer normaal. Wel gingen alle plaids en kussenslopen waar hij op gelegen had in de was. Dat was beter. Tja, die leverworst was denk ik toch niet helemaal goed gevallen. Volgende keer beter uitkijken als hij iets bietst.    

Machteld
3 0

Koninklijke woorden

In aanloop naar het wereldkampioenschap voetbal (in sportteksten lijkt het alsof de woorden meebewegen, voor een strafschop neem je ook een aanloop) heeft een naar nostalgie hunkerende reportagemaker WK-beelden uit de oude voetbaldoos gehaald. Hij bekijkt ze met enkele duivels op rust. In een aftandse autobus rijdt hij door het land om oud-spelers op te halen. Ze wachten samen met de cameraman - gespeeld spontaan - op de passerende bus. Onze oudste heeft de oude fragmenten nog nooit gezien. Ik vertel erover alsof ik zelf in het stadion aanwezig was. De met twee voornamen gezegende Philippe Albert ziet een door hem uitgevoerde tackle van lang geleden terug. "Mag ik die nog eens zien?", vraagt hij. "Oh la la", zegt hij verontschuldigend. "Recht op de man. Dat is niet goed." In een wedstrijd tegen Duitsland moesten ze hem na het laatste fluitsignaal tegenhouden, of hij had de scheidsrechter een oplawaai verkocht. Hij lijkt nog altijd boos wegens het veroorzaakte onrecht. Terecht verontwaardigd. Ik voel het samen met hem opnieuw opkomen. Naast twee voornamen had hij ook twee bijnamen. In Engeland, waar hij zijn topjaren beleefde, was het Prince Albert. In ons land kreeg hij de oneervolle titel van 'Houthakker van Bouillon’. Dat laatste vertel ik niet. Voetbaltaal is af en toe lelijk, als het uit de mond van sommige aan de zijlijn staande voetbalkenners komt. In een leeg voetbalstadion vertelt hij dat zijn ma niet blij was met die bijnaam. "De journalist heeft dat wellicht niet zo bedoeld", had hij indertijd tegen zijn ma gezegd. De waarheid terecht wat geweld aangedaan. "Vertel je er vaak over? Over je carrière?", vraagt de reportagemaker tot slot. "Nooit", antwoordt de prins met de gouden schoen. "Maar het voelt nu wel goed." Dat zijn pas koninklijke woorden. Ze komen als een duivel uit een doosje.

Rudi Lavreysen
2 0

Lichtjes in het donker

Ik had een leesprobleem. Meer bepaald met lezen in het donker. Nu zal u zeggen, dan doet u toch gewoon een lichtje aan. Nee, zo eenvoudig is het niet, want als de andere persoon wil slapen moet het licht uit. Dan heb je dus een leesprobleem. Op de radio vertelde acteur Wim dat hij in bed altijd een hoofdlamp draagt om te lezen. U weet wel, een elastiek met een lampje aan, dat men gebruikt om in het donker te wandelen. “Het werkt fantastisch”, zei acteur Wim. “Het is alsof je ogen licht maken. Je stoort er niemand mee.” Het leek me een goed idee. “Je moet er alleen niet mee in slaap vallen”, zei Wim nog.  “Want dan zie je er ’s morgens uit zoals een overjaarse punker. Met die elastiek gaat je haar nogal omhoog steken.” Acteur Wim ken ik als een man van zijn woord, daarom begaf ik naar de sportwinkel waar ze hoofdlampjes verkopen. Ze lagen vlakbij de ingang. Misschien hadden ze die daar gezet omdat meer mensen het radioprogramma met acteur Wim hadden gehoord. Eén lampje zat niet in een doosje. Een testlamp wellicht. Ik plaatste het ding op mijn hoofd en drukte op het knopje. Er gebeurde niets. Tenminste, ik zag niets gebeuren, want het was volop licht in de winkel. Ik durfde ook niet vragen of ze een donkere kamer hadden, dat leek me wat ongepast. Gelukkig had ik een ruime jas aan. Ik trok mijn jas over mijn hoofd en haalde mijn arm uit de mouw om op het knopje te kunnen drukken. Het werkte fantastisch. Ik was meteen verkocht. Toen ik mijn hoofd uit mijn jas haalde, passeerde er net een verkoper. “Gaat het meneer?”, vroeg hij. Hij zei er verder niet veel van, maar ik was toch wat gegeneerd. Lichtjes.

Rudi Lavreysen
6 0

Dag 1, 2 en 3 van Novembervers (2 voorbije dagen ziek geweest, vandaar inhaalmanoeuvre)

1 November: Slijm in mijn keel keel hebben is overweldigend op een sensorisch niveau wanneer ik een micro voor mijn neus zet. 2 November:  "-Hey man, gelukkige verjaardag hé. - Merci, gij ook ne gelukkige!" Conversatie tussen juist 23 jarige ik en juist 12-16 jarige jongen, die door puur toeval in hetzelfde restaurant zijn verjaardag kwam vieren als ik met wie ik samen ervoor gezorgd heb dat het hele restaurant niet 1 maar 2 keer heeft kunnen genieten van hetzelfde 3-delig verjaardagsdeuntje op 1 avond, toen zowel hij als ik tegelijk vertrokken. Comotapas us trouwens echt een aanrader 3 November : Soms heb ik van die momenten waarop ik besef/beredeneer dat sommige zaken in en taal wel/niet/potentieel bestaan, vooral tussen 2 talen (voornamelijk Engels en Nederlands). En dan kan ik gemakkelijk een half uur spenderen aan het uitdokteren hoe dit toch zou werken in beide talen.  2 voorbeelden die ik me vanochtend op de fiets bedacht: - De Engelse taal heeft geen woord dat voormiddag scheidt van ochtend (+ het uitdenken voor welke uren ochtend, vm, nm en av toepasselijk zijn in zowel Engels als Nederlands). Technisch gezien wel eigenlijk (before noon) ma dat is ni 1 woord zoals afternoon en wordt naar mijn weten zelden tot niet gebruikt. - Gekmakend is het Engels is "maddening". Bij gevolg bestaad ook iets met een gekmakkend gehalte (een zekere gekmakendheid) in "maddeningly". Da is al spicy and tickles me in my literary place. Maar wacht, het beste komt nog: gekmakend is het de bijvoegelijk naamwoord geworden vorm van gek maken, wat betekend dat in het engels ook "enmadden" mogelijk moet zijn. EN "enmaddening". EN ZELFS F'ING "ENMADDENINGLY".... en dan vragen mensen zich af waarom ik van taal hou.

Tijs
6 1

In de machine

Ik ben vandaag radioactief. Een vriendelijke verpleegster spoot het goedje vanochtend in mijn rechterarm. “Veel water drinken, en veel plassen, en we zien mekaar straks om 15 uur”. Ik waarschuw haar dat ik metaal in mijn lijf heb. “Dat is geen probleem bij een botscan,” en ze besluit met een lachje, ”dus we laten dat metaal mooi zitten”. Liefst wel, ja. In de namiddag moet ik de machine in. De verpleegster stelt me gerust: “De plaat zal heel dicht bij je gezicht komen, dat is normaal”. Ze legt uit dat het hele gedoe in het totaal een half uur zal duren. Ze maakt het mij zo comfortabel mogelijk, het is immers de bedoeling dat ik zo min mogelijk beweeg. Ik krijg: twee kussens onder het hoofd, een kussen onder de knieën, een band rond de enkels waarin mijn voeten ontspannen mogen hangen, een band van arm tot arm, net onder de ellenbogen, waarin mijn armen ontspannen mogen hangen. Ik ga hier gewoon een dutje doen, niks aan de hand. De verpleegster trekt zich terug in de aanpalende ruimte, van waaruit ze de knoppen van mijn machine zal bedienen. Ik weet dat ze mij in het oog houdt door het raam dat de radioactiviteit bij mij, en van haar weg houdt.De zacht zoemende Discovery schuift boven mij, over mij. Het voorste gedeelte begint te zakken, en lijkt te blijven zakken, op deze manier gaat het mij pletten, komt het nóg dichterbij? Ik doe maar beter mijn ogen dicht. Mijn ademhaling versnelt, ik zou stil moeten liggen, niet zo druk ademen, doe nu rústig.Ik denk aan John, de Happy Socks-man, die belachelijk vaak in een machine moest. Er buiten adem geraakte, want het masker knelde zo. Die telkens hoopte dat alles goed zou komen. Voor wie het niet goed kwam.Als John zulke dingen kon, met slecht nieuws op slecht nieuws op slecht nieuws, dan moet ik dit zeker kunnen. Dit is een routineonderzoek. Twee tellen inademen, vier tellen uitademen. Ik hoef niets op zijn plaats te houden. Dit is geen keurslijf, dit is een cocon. Mijn hele lijf mag doorhangen; de simpele constructie met kussens en banden blijkt een ingenieuze. Als je ontvoerd bent door aliens, word je waarschijnlijk in zo’n positie gehouden, tijdens hun nieuwsgierige onderzoeken naar de menselijke anatomie. De vingers van mijn rechterhand raken de onderliggende tafel. Die begint zachtjes te verschuiven: ik vermoed dat ik in het wastrommelgedeelte van de machine word geschoven. Ik voel het schuiven met mijn rechterpink. Het lijkt wel strelen. Een pink strelende machine, zo doen die aliens dat dus. Ik glimlach. Dit komt goed. Nog zo’n twintig minuten gok ik, misschien maar een kwartier, of – de verpleegster onderbreekt mijn gedachtegang, “Zo, dat was het”. Ik antwoord met een lach, “Ik heb écht geslapen”. Mindfulness, zou John het noemen.

birgit mellebeek
231 6