Zoeken

Ja, precies

We stappen door het fraaie stadje Haarlem en achter ons babbelen twee uit de Hollandse kluiten gewassen jongemannen er vrolijk op los. Ze hebben het over games. Een overgroot deel van wat ze zeggen begrijp ik niet. Gamerstaal. Wat ik wel versta is waarmee de ene bevestigt wat de andere zegt. "Ja, precies!" In de auto ernaartoe hadden we het er al over hoe vaak onze Nederlandse vrienden 'Ja, precies' zeggen. Telkens als we het horen, kijken we instemmend naar elkaar. In het hotel zegt de receptioniste het tweemaal. Bij het bezoek aan het prachtige Frans Hals Museum, een uitgeweken Antwerpenaar, horen we het niet. Een kleine honger dient zich aan. Ik heb al een paar zaken met een Franse naam gezien. Het zijn misschien Belgische invloeden? Van Frans en zijn volgelingen. Bij Monsieur Rouge is geen plaats. Wel bij het vlakbij gelegen Morris. Zoals de striptekenaar van Lucky Luke. Ook een Belg. Het is een hippe tent. De ober vraagt of we zijn formule al kennen. Kijk, een hippe tent tot daaraan toe, maar als ze met wiskunde beginnen, zijn ze me kwijt. Het blijkt iets te zijn met hapjes en kiezen en sharing. Het is me veel te ingewikkeld. Mijn vrouw vraagt of we ook gewoon à la carte, zonder de formules, kunnen eten. We krijgen een 'ja, precies'. Hij vraagt vriendelijk hoe mijn steak gebakken moet zijn. "Saignant graag", zeg ik. Hij kijkt me aan alsof ik plots in het Swahili begin. Ik heb me wat op de hals gehaald. "Ah, sorry", zeg ik. "Zo zeggen ze dat bij ons, vanuit het Frans. Eerst bleu, dat is amper in de pan, en dan saignant". "Ik begrijp het", antwoordt hij. "Hier is dat medium rare." Het is eruit voor ik er erg in heb. "Ja, precies", zeg ik.

Rudi Lavreysen
14 3

Zerp aas en paarse lippen

‘Een driehoek is een vierhoek met een handicap’   En de hoeken zelf. Die worden hierdoor scherper. Spits en snedig. Opgehangen is zo’n driehoek ideaal. Een schommel voor die rare vogel. Zerp aas in de bek. Paarse vlekken op de vleugels en de ooievaar lust ongeluk.   ‘Hij hangt in de lucht als een afgedreven klucht’   En wie heeft al dat lachgas geslikt. Dimitri. Weet jij misschien waarom. Die lippen kunnen amper nog bewegen. Lamgeprikkeld. Door een cactusje of twaalf. Een half dozijn in elke hoek. Een mond die niet meer eten wil.   ‘Tongverlies gebeurt wanneer gewed wordt op de stilte’   Er wordt best gezwegen. In lokalen en bokalen. Derde verdieping en richting zolder. Daar slapen vele foetusjes. Gestold in formol en ik zeg het je. Dimitri. Had je maar een ladder. Kon dit dakraam maar open. Eer die afgrond.   ‘De regenboog is het beste wapen tegen grauwe dagen’   Doch. De pijl is lang niet puntig genoeg en wie zal die moord plegen. Dimitri. Wil iemand een kop voor zijn krant met voetnoten. Voor een lijf met scheve poten. Leeft ergens dat wezen. Onbevangen. Dat zich met jouw angsten voeden wil.   ‘De pompbediende zegt dat elke druppel zijn weg vindt’   Na de plensbui volgen afgebroken gletsjerwanden en in het achterland wordt gevreesd. Voor overstroming van de vergeetputjes. Allicht ook het binnenplein. Dimitri. Jongen. Echt. Door die zee vol dode beesten wordt het moeilijk varen.   ‘Dit vaarbewijs is geldig vanaf het eerste vaarwel’   Pas wanneer er schot in komt. Die stoomboot bijgetankt heeft. Trek nog een paar strepen. Teken golven overal. Zet wat kruisjes in de atlas van de dood. Morgen. Rakker. Dan breng ik nog meer stiften voor je mee. Rood. Paars. Blauw en grijs. Nog meer felwit papier. Voor snijdende lijnen. Drie- en vierhoekjes. Niet al te groot en vergeet niet. Die grauwe lucht. Twee meeuwen in een V. Het zerpe aas en die bezopen fee. Met paarse lippen.       uit de reeks 'Duim voor Dimitri'

Bernd Vanderbilt
1 1

Salvatore is een beenhouwer

  Ik pas zelfs achterin. In die holte. Die ruimte. Voor dat reservewiel. Ik kan mezelf krullen. Oprollen. Als een turnslak. Als een egel die zijn stekels sterk bemint.   Ik pas nooit iets in een hokje. Sta liefst gewoon naakt in een winkel. Bloot. Ik meen dat echt. Het liefst nog bij een beenhouwer. Omdat mijn merg geliefd is bij de gieren.   Hij kweekt dat. Al wat vliegt. In die kooien van zijn vrije tijd. Vogels die hij dood in poeder voedert. Onversneden gal en blaas. Ja. Iets met hobby’s. Tijdverderf en eigen aas.   Diezelfde zak. Hij heeft mijn jas eens uitgekamd. Op zoek naar iets. Hij wil voorzeker alle schilfers ook mijn vel vergaren. Om een pop te maken voor zijn veld.   Ik pas daar allicht in. In dat kostuum voor lege koppen. Ja ik wil. Gewoon die wind en amper voelen. Niet eens weten wat er beter hoort. Of waar het midden ligt. Dat mes. De evenaar.   Het is de zon die opkwam tegen wil en dank. Maar niet met mij. Zo sprak ik tegen hem. Die marchand in vlees, macaber wild in stukken. Hij moet geboren zijn toen Chaos door de leegte sneed.   Hij schudt altijd zijn kop als ik hem domweg vraag. Wanneer zijn vinken blind geworden zijn. Dat hart zo kil. Daarna ga ik gewoon weer voort. Ik lift zo graag.   Er wordt altijd gestopt als ik op asfalt zit. Een buiging maak. Ik groet de beesten van de straat en mag dan zomaar mee. Omdat het gewoon past. Ik zit graag in die holte.   In plaats van een reservewiel zou ik nog liever zinloos zijn. Geen autospiegel. Neen. Of zien wat er nog leeft. Wat niet. Gelukkig nog dat ik mezelf zo krullen kan.   Dat ik die egel wonen weet. Het kwijl van slakken eten durf. Echt eten is dat niet. Mijn merg wordt daar niet beter van. Er is geen zenuw die daar ooit naar heeft gekraaid.   Sapperloot. Die kloot hij heeft gewoon wat ik niet wil. Een auto. Winkel. Hobby. Vogeltralies en een veld. En toch. Hij blijft op zoek naar iets. Naar toeverlaat.   Ik heb hem ooit één vinger afgesneden. Zodat hij niet kan wijzen. Niet naar mij. Noch naar zijn eigen zieke boel. De zot. En op zijn deur hangt nu een blad.   Iets met een rally zonder tijd. Door platgereden land en leven. Is men op zoek naar Salvatore. Of een route weg van hier. Die imbeciel. Hij komt altijd terug.   Omdat hij denkt dat vogels naar hem fluiten. Hem om graan en ingewanden vragen. Omdat hij zelf graag in zijn kooien toeft.   Geloof me. Mens. En vanaf morgen. Slaapt hij denk ik. In zijn eigen diepvries. Languit. Voorgoed. Als het aan die vinken lag.       uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
5 0

Hij is dood

‘Ik dacht dat jij in Spanje zat?’‘Alleen zeker?!’‘Hoezo?’‘M’n vriend is toch dood’‘Oei dat wist ik niet’ Ik zag hoe de vrouw op haar lip beet en in stilte verder ging met haar boodschappen op de band te leggen. De facelift die ze ooit had gehad zag er uitgezakt uit. Het verdriet had alles naar beneden gesleurd. Ze zag eruit of ze weggelopen was uit een theaterstuk met een dramatisch einde. Het theater van het leven. Wellicht was ze jaren geleden, na de scheiding van haar eerste man, dol-verliefd geworden. De man van haar leven. Een avontuurlijke sterke jonge vent, tien jaar jonger dan zij. Het leven lachte haar toe. Zij zag er toen jong en fris uit voor haar leeftijd. Hij had haar meegenomen op zijn avonturen in het buitenland.  Zijn werk noopte hem tot veel reizen. En zij mocht altijd mee. Ze gaf haar job en carrière met plezier op. Hij verdiende toch genoeg voor twee. Na jaren uit een koffer geleefd te hebben , vestigden ze zich uiteindelijk in Spanje. Het klimaat, de gezonde lucht, het lekkere eten, vrienden.. het waren allemaal doorslaggevende factoren die hen tot deze beslissing brachten. Op aandringen van haar vriend had ze alle schepen in haar thuisland achter zich verbrand. Hij kocht een beest van een villa, met zwembad en zicht op zee. Ze waren gelukkig. Maar het noodlot sloeg onverbiddelijk toe. Covid overspoelde de wereld en eiste zijn tol. Toch was niet Covid de grote schuldige. Nee, na drie vaccin’s en een vierde booster zakte haar sterke jonge vent als een pudding in elkaar. Dood. Oorzaak: een Tia. Aangezien er op praktisch vlak nog niets geregeld was voor haar, ging de villa automatisch over naar zijn oudste zoon. Zij was verplicht terug naar België te keren, zonder geld, zonder huis. Zijn kinderen hadden géén ruimte voor de vrouw die hun vader gestolen had van hun mama. Ze weigerden om het anders te zien. De vork zat echter anders in de steel. Hun papa was hun mama al jaren moe geweest en wilde al lang weg van haar. Toen hij de knoop doorhakte, werd de vrouw waar hij verliefd op werd, uiteraard de zondebok. Zij woont nu bij haar dochter en zoekt naarstig naar werk. Zonder resultaat. Overal vinden ze haar te oud. Over twee jaar mag ze met pensioen…

Heidi Schoefs
27 0

De hoeren van vroeger

De hoeren van vroeger bestaan niet meer. Ik heb me dit laten vertellen door een ervaringsdeskundige. Hij vertelt: ‘Vroeger, toen internet nog niet bestond en wij nog tiener waren, gingen we af toe met ons fietskes naar de Chaussée d’amour. Vensters kijken. Meiskes kijken. Dat was een spektakel. Ze waren niet alleen héél sexy, maar ze deden moeite, om gapende en geile voorbijgangers op te draaien. Konten schudden, borsten zwieren en oogjes pinken. Er werd gewerkt voor de kost.Dat was pas plezant. Zeker voor onervaren mennekes zoals wij. Op een keer probeerde mijn beste maat naar binnen te gaan. Eer hij goed en wel de kans kreeg om te vragen wat een rondje kostte, lag hij al met zijn klikken en klakken terug op straat. Als hazewinden fietsten we weg. In de verte hoorden we een zware stem ons nog naschreeuwen. Dat we onze koppen nooit meer mochten laten zien of hij zou de politie bellen. Die zouden onze ouders inlichten.Met kloppend hart, totaal buiten adem fietsten we door de velden terug naar de bekende straten van ons dorp. We zijn daarna nooit meer terug durven gaan. Als ik met m’n ouders wel eens langsreed, bleef altijd die prangende vraag: wat gebeurde daar allemaal? Wie waren die meisjes? Waarom deden ze dit werk? Zou het duur zijn…?Het waren de dromen van een jongen van dertien. Mijn vragen zijn nooit helemaal beantwoord. Voornamelijk omdat ik er later achter kwam dat hoeren niet echt mijn ding zijn. Het past niet bij wie ik ben.Toen ik een tijdje geleden toevallig nog eens voorbij de Chaussée d’amour reed, viel me op dat de hoeren van toen niet meer dezelfde waren. Niet dat ze er niet pikant uitzagen. Nee, dat was het niet. Het had meer met hun houding te maken. Ze stonden niet meer te draaien en te zwaaien. Ze stonden stuk voor stuk, venster na venster heel ordinair op hun smartphones te staren. Volgens mij stonden ze te swipen. Erg he…’

Heidi Schoefs
20 1

Draagbaarder

“We gaan te voet, toch?”, vraag ik in de week tussen kerst en nieuw aan mijn vrouw. Ik stel de vraag semi-bevestigend om aan te geven dat het draagbaar is, hetgeen we van de supermarkt nodig hebben. Het is niet veel. Het papiertje is maar aan één zijde beschreven. Wat zou het zijn? Een A6-formaat ofzo. Maximaal 10 producten. Enkel het hoogstnodige. Maar dat is buiten de supermarkt en de winkelrekken gerekend. Tijdens de eindejaarsfeesten zijn ze met meer dan ooit, de koopjes en de hapjes waar je niet aan kan weerstaan. Het lijkt wel alsof ze zich ter plaatse vermenigvuldigen. Ze zijn zoals de sterren aan de hemel. Als je er eentje hebt gespot, zie je ze plots allemaal. “Hier, die wijn is ideaal voor oudejaarsavond. Twee voor de prijs van één.” En zo gaat het verder. “Deze toastjes zijn hartelijk als aperitief.” En dit. En dat. Het is vermoeiend en achteraf vervloek je jezelf. Met minder had ook gekund. Bij het afrekenen heb ik het al in de smiezen. Het gaat amper in onze tas. We hebben nota bene onze grote winkeltas bij. Alsof we het ergens aanvoelden. We moeten net geen extra tasje kopen. Het moet niet luidop worden gezegd, maar we voelen ons zoals een ezel die het spreekwoord met de steen niet goed heeft begrepen. Het is zeker niet voor het eerst dat we dit meemaken. Als we naar huis wandelen moeten we telkens afwisselen. De tas is best zwaar. Tot we een ander koppel tegenkomen. Ze dragen elk een hengel en lopen gezwind door de winkelstraat. Ze zijn duidelijk ervaringsdeskundig in deze winkelmaterie. ”Kijk, zo kan het ook”, zegt mijn vrouw. We proberen het. Ik loop rechts, want links ben ik sterker. Denk ik. Het is inderdaad draagbaarder zo. Maar het loopt voor geen meter.

Rudi Lavreysen
10 0

De Krant lezen en bellen tijdens de werkuren.

Mijn zesenzeventigjarige moeder belt me op zaterdag ochtend met de mededeling dat, voor de derde maal dit jaar, er een onvolledige krant in haar brievenbus zat. Vervelend. Ik moet dit weekend werken, dus ik vloek en vervloek de zogenaamde kwaliteitskrant en hun onnozele service. De wereld binnen handbereik? Vergeet het maar! Ik geef mijn moeder de goede raad naar de klantendienst te bellen en dit voorval te melden. “Maak u maar druk, maar blijf beleefd.” Plots besef ik dat ik dus geen Krant zal hebben om te lezen in het Stadsmuseum. Ik heb de gewoonte tijdens de werkuren -uiteraard- die dwaze gazet, of een deel ervan, te lezen. “Ik zal ook wel een boos mailtje sturen,” beloof ik haar.             ’s Namiddags zit ik in het museum. Er dagen geen bezoekers op. Dik tegen mijn zin -ik heb de voorkeur voor de papieren versie- lees ik op mijn Macbook pro de idiote recensies van mijnheer Depets. Het is zeer vermakelijk om zoveel onzin in één artikel te ontdekken. Om me toch nuttig bezig te houden, schrijf ik het beloofde mailtje. Mijn licht ontvlambare fantasie zorgt ervoor dat ik me geleidelijk opwind.  In. Uit. Rustig blijven Felix! Calm down. In. Uit. Voor de lol doe ik een kort maar krachtig Headspace meditatie oefeningetje. Daarna typ ik op mijn laptop de volgende e-mail:                           Geachte mevrouw, mijnheer,                         Beste Klantendienst,                  Dit weekend is het weer zover. Mijn achtenzeventigjarige moeder kreeg slechts een onvolledige krant bezorgd! (het weekblad, het magazine en alle andere bijlagen ontbreken!) Vervelend! Het is de vijfde keer dit jaar! Jullie ontvangen de euro’s en steken de schuld op een ander, de bezorger of Bpost. Dat is gemakkelijk én kinderachtig! Is hier niet een eenvoudig handelsprincipe van kracht? Ik bedoel het volgende: We spreken af welke goederen U zult leveren en wat dat mag kosten. U levert slecht een deel van de afgesproken goederen! Ik ondervind schade. Wat is de schadeloosstelling? Mijn moeder (al vijftig jaar klant!) en ik zijn dus de pineut. Graag Uw advies.                                                  Hartelijke groeten                                                  Felix Dekeizer   p.s. 1. Wij zijn allang geen Katholieke mensen meer en geloven ook niet in Toeval. p.s. 2. Het abonnement staat op naam van Tineke van Heul. Het adres is Ernest Claeslei 47 bus 2 in 9160 Lokeren.                 Een week later zit ik opnieuw in het Stadsmuseum en speel wat met m’n Huawei P20, want ook vandaag geen bezoekers. Ik stel vast dat de klantendienst van de Krant een voicemail heeft ingesproken met het verzoek terug te bellen. Ik weet niet waarom, maar eensklaps moet ik aan het sympathieke bevel ‘Hou u in stilte en zinvol bezig!’ uit de middelbare school denken. Ik bel dus tijdens de werkuren naar de klantendienst op het nummer 02/790 21 10.               “ Welkom bij De Krant. Heeft U een vraag over de digitale krant: druk 1. Om uw vakantieaanvraag door te geven: druk 2. Om uw abonnement op te zeggen: druk 3.” Onthoud dat Felix, optie drie!  “Heeft U andere vragen: druk 4. Om onze dienstverlening te verbeteren,” Welke dienstverlening? “wordt dit gesprek opgenomen.”  … tuut … tuut  … Onze medewerkers zijn allemaal in gesprek … Plots speelt er muziek. “I can see it in your eyes … and you know just what to do … Potverdikke, wie zingt dat ook alweer? Leuk nummer.  Out of the blue hoor ik een vrouwenstem.   “Goedemiddag, klantendienst van De Krant. U spreekt met Nathalie de Clercq” (gehaast én op automatische piloot) “Goedemiddag. U spreekt met Felix Dekeizer. Jullie spelen leuke nummers. Lionel Richie. Mooi zo!  Tof! De klantendienst van De Krant heeft me daarstraks gebeld.” (enthousiast) “Op welk nummer?” (nog steeds gehaast) “Dit.” (duidelijk) “Even kijken.” Het blijft een poosje stil en ik hoor getokkel op een toetsenbord. Na nog een poosje vervolgt Nathalie met “Waarom heeft men u gecontacteerd?” (vertwijfeld)  “Ik zal het even uitleggen Nathalie. Mijn negenenzeventigjarige moeder ontvangt regelmatig een onvolledige krant.” (vriendelijk) “Dus het abonnement staat op naam van uw moeder?” (verbaasd en geïrriteerd)   “Ja.” (kort en krachtig) “Even kijken.” Het blijft een poosje stil en ik hoor getokkel op een toetsenbord. “En wat is het adres?” (zenuwachtig) “Ernest Claeslei 47 bus 2 in 9160 Lokeren.” (helder) “We gaan is gaan kijken. Ja! Ik zie het hier. We gaan is gaan overlopen.” (opgelucht, gehaast en in slecht Nederlands) “Zeker.” (kordaat) “Op maandag dertien september heeft u een e-mail gestuurd naar de klantendienst.” (ongeïnteresseerd) “Neen Nathalie, op zaterdag elf september heb ik een e-mail gestuurd.” (corrigerend)   Maar jullie werken in het weekend niet, Ik wel. denk ik bij mezelf.  “Uw moeder heeft dat weekend een onvolledige krant ontvangen.” (verveeld) “Inderdaad.” (hulpvaardig) “U moet ons daarvan telkens op de hoogte brengen.” (zelfingenomen)   “Ik moet niks Nathalie.” (vriendelijk en kordaat) “Ik ga even de vakantieregeling nakijken.” (onverschillig) “Wat heeft die er mee te maken?” (geïnteresseerd) “In de periode van zesentwintig juni tot vier september was er geen bijlage.” (betweterig en onverstoorbaar)   “Weet ik. Het gaat over het weekend van elf en twaalf september.” (informatief en vriendelijk) “We zullen de bedeling opvolgen. Als u ons op de hoogte brengt dat de krant onvolledig is, zal De Krant contact nemen met de bedeler. Kent u ons gratis nummer?” (op automatische piloot) “Gratis? Dat hoor ik graag Nathalie. Mijn moeder ontvangt liever een volledige krant.” (laconiek) “0800/500 91” (onvriendelijk) “0800/500 91” (minzaam) “We verlengen het abonnement met één week indien u ons meldt dat de krant onvolledig was.” (als een kleuterjuffrouw)   “Mooi zo!” (super vriendelijk én dankbaar) “Heeft u nog vragen?” (routineus) “Ja.” (nadenkend) Er valt een korte stilte. “Zeg maar mijnheer.” (ongeduldig) “Mijn moeder vindt het vervelend dat ze al weken op voorhand e-mails aankrijgt met de vraag haar abonnement te vernieuwen.” (informatief) “Ik snap het.” (dom) “Dat doet zelfs Telenet niet.” (onverstoorbaar) “Dat is marketing.” (nog dommer) “Ik snap het. Irritante marketing, Nathalie. Dat werkt op haar gemoed.” (nog steeds informatief)   “We kunnen haar e-mail verwijderen uit de mailinglist. Laat het ons gewoon weten.” (professioneel) “Maar dan betaalt ze misschien te laat en is er helemaal niks. Helemaal geen krant.” (bezorgd) “Ik snap het.” (onbekommerd) Terwijl ik zit te bellen arriveert de locatieverantwoordelijke van het Stadsmuseum. Kortom, mijn leidinggevende voor vandaag. Hij kijkt een beetje sip, maar knikt vriendelijk. Ik knik terug. “Laat het ons gewoon weten als we haar e-mailadres moeten verwijderen.” (herhalend) “Zeker en vast.” (doortastend) “Heeft u nog verdere vragen?” (chagrijnig) “Neen, maar mag ik u een korte anekdote vertellen?” (verwachtingsvol) “Tuurlijk mijnheer.” (schijnheilig) “Zoals reeds gemeld zijn wij al meer dan vijftig jaar klant. Het eerste wat mijn vader ’s ochtends deed, na het inschenken van een tripel in une boule, was de krant lezen. Hij had dan altijd een kort potloodje en een dikke sigaar bij de hand. Hij verbeterde de taalfouten en maakte aantekeningen in de marge. Sommige delen van de tekst werden onderstreept, andere delen werden omcirkeld. Mocht ik als eerste de krant lezen? Neen, dat was het voorrecht van mijn vader. Hij is zes jaar geleden overleden aan de gevolgen van keelkanker. Zat er geen krant in de brievenbus, dan was het kot te klein, om het zachtjes uit te drukken.” (ontroerd) Lange stilte. “Ik snap het” (idioot) “Dat wilde ik u nog graag even meegeven Nathalie.” (even kinderachtig als Nathalie zelf) “Nog vragen?” (brutaal)  “Ja. Ik heb onlangs reclame gezien in de krant voor een cruise naar de Baltische Staten, Rusland en Scandinavië. Die boottocht was best pittig van prijs. Vanaf  tweeduizenddriehonderdnegenennegentig. Er stond ook bij ‘inclusief ‘Easy’ drankenpakket.’ Wat heeft dat te betekenen? of beter;  Wat moet ik me daar bij voorstellen? ‘Easy’?” (nieuwsgierig) Het blijft een poosje stil en ik hoor geen getokkel op een toetsenbord. “Euhm … euhm … met de publiciteit hebben wij niks te maken. Ik wens u …” (vertwijfeld) Ik onderbreek Nathalie. “Nog één ding Nathalie. Het allerlaatste. Echt. De wereld binnen handbereik? Vergeet het maar! Tot kijk Nathalie. Merci. Hartelijk dank.” (voor het eerst onvriendelijk) “Nog een fijne …” (de wanhoop nabij)   Beste lezer, Tot slot nog enkele krantenkoppen van de afgelopen dagen:   -     ‘Edelhert Hubertus wordt geserveerd in restaurant Hoge Veluwe.’ -     ‘Rwanda mag WK wielrennen in 2025 organiseren.’ -     ‘Johnson tijdens VN-speech: ‘Kermit de kikker was fout, het is wél makkelijk groen te zijn.’ -     ‘Antwerp-trainer Brian Priske verschijnt halfnaakt op de persconferentie na kwalificatie.’ -     ‘Abonnee zoo krijgt contactverbod met chimpansee.’ -     ‘Verbod op pet, hoofddoek of keppeltje in rechtbank verdwijnt.’ -     ‘Minder broeikasgas? Leer koeien naar het toilet gaan.’ -     ‘Twee wijnkastelen uit Saint-Emilion hoeven hun Grand Cru-classificatie niet meer.’   Wie wordt daar nu wijzer van?   Geef uw mening en maak kans op een e-bike!

Hubert Grimmelt
27 0

Stilstaan leidt tot beweging

Ik wou mijn groot verdriet woorden geven, maar geraakte er niet toe. Het stripte alles van me af: adjectieven, neologismen, gedeelde hobby's, zoals houtskooltekenen of joggen 's avonds laat. Ik stond zelfs op het punt om te schrijven: mijn persoonlijkheid. Maar, neen, die bleef op de valreep overeind. Gelukkig maar. Zo kwam ik een meisje tegen, ze leek te zwieren maar het was over-niet-zo-duidelijk dat ook zij een stilstand had. Eentje die ik met haar deelde en voor altijd bewaren wou. Een stilstand waarvan ik dacht dat jij hem beheerste, maar die je nu bent kwijtgespeeld. Nu moet je met baby pinguïnstapjes leren hoe je jezelf moet verzorgen. Hoewel jullie me zo veel erover hebben geleerd, willen jullie nog steeds ervan weglopen.  Jullie stilstand is wankel, de mijne kent stevigheid. Want, mijn lieveling: ze deed me inzien dat de stilstand in ons allen onmogelijk tot niet-bewegen leidt. De stilstand werkt motiverend. Onjuist- hoewel juist voor mij: inertie zorgt voor menselijke wervelwind.  En dus begon ik me te verplaatsen, te schiften, glippen, kruipen, dansen en draaien. Ik leerde mezelf te leggen in andermans omarming. Zo met je hoofd scheef op iemands schouder. Een beetje ongemakkelijk, maar dankbaar. Dat vooral. Mede dankzij haar - maar in feite dankzij al mijn lievelingen - leerde ik liefde opmerken, van alle kanten, tot in het kleinste detail. Alsof ik niet meer als natuurliefhebber, maar als bioloog een donkergroen bos afdroop. Alsof ik nu voor eeuwig kan schuimen in vriendschap, vol plezier in de bruine kroeg tot 's avonds laat. Alsof ik mijn eenzaamheid nu niet meer weg moet boenen met bruine zeep, omdat ze vanzelf aftakelt en vergaat. Als anti-muze, doe jij me mezelf verdommen en verdekken dat ik enkel schrijven kan als ik schenk. Als een glas dat troebel overloopt naar alle kanten, de tafel af en over mijn schoot. Hoe dan ook: zoals met alle anti-anti-muzen, schrijf ik vooral voor en door haar en al mijn lievelingen, voor mezelf en de wereld tegelijk. Ook nog steeds voor jou.  Zij doet me bewegen en heeft de stilstand vastgezet. Hij trilt al een tijd niet meer en dat is goed zo. Nu jullie nog. Niet weglopen, maar schroeven, verbouwen en ademen. Laten we samen vasthouden door te houden van en niet meer.

Ynys Convents
2 1