Zoeken

De Hummus Verwarring bij Zouzou

Het was een warme, zonnige middag in Dubai toen we besloten te lunchen bij Zouzou, een populair Libanees-Turks restaurant in de Dubai Mall. De geur van versgebakken brood en kruidige gerechten vulde de lucht en we wisten meteen dat dit de perfecte plek was om even aan de hitte van de stad te ontsnappen. Het interieur van Zouzou had een uitnodigende sfeer met kleurrijke tegels en flikkerende lantaarns, een ideaal decor voor een ontspannen lunch. Patrick, mijn altijd vrolijke vriend, zat tegenover me met een brede glimlach op zijn gezicht. Hij was iemand die altijd in was voor een culinaire ervaring, vooral op vakantie. “Dit gaat fantastisch worden,” zei hij enthousiast terwijl hij door het menu bladerde. Zijn ogen dwaalden over de verschillende gerechten, duidelijk onder de indruk van de vele opties. De serveerder, een vriendelijke man met een professionele uitstraling, kwam naar onze tafel om de bestelling op te nemen. Patrick koos voor een uitgebreide mezze-schotel, een bord vol kleine gerechtjes om te delen. Ik ging voor eenvoud en bestelde hummus als hoofdgerecht, vergezeld van vers gebakken brood. De serveerder noteerde onze keuzes snel en verdween richting de keuken. We hervatten ons gesprek over de vele avonturen die we al hadden beleefd in Dubai. Terwijl de stad vol zat met moderne wonderen, kwamen de oude souks en de Arabische sfeer telkens terug in onze verhalen. En natuurlijk hadden we het over eten. Patrick begon enthousiast te vertellen over de hummus die hij eerder op onze reis had geprobeerd. Zijn passie voor eten werkte aanstekelijk en mijn trek naar mijn hummus nam alleen maar toe. Al snel kwam de serveerder terug met Patrick’s mezze-schotel. Verschillende gerechten werden op tafel gezet, waaronder een prachtig opgemaakt bord hummus. Zonder aarzeling pakte Patrick een stuk brood en doopte het in de hummus. “Dit is geweldig!” riep hij uit met een grote glimlach, terwijl hij opnieuw een stuk brood afscheurde en verder at. Patrick genoot zichtbaar van het eten en zijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Ik, aan de andere kant, zat nog steeds te wachten op mijn hummus. Terwijl de minuten voorbijgingen, begon ik me af te vragen waar mijn hoofdgerecht bleef. De serveerder leek druk bezig met andere tafels, en hoewel Patrick vrolijk doorat, begon er iets te knagen. Het duurde niet lang voordat ik me realiseerde wat er gebeurd was. Met een lach die ik nauwelijks kon onderdrukken, keek ik naar Patrick. “Zeg, Patrick,” begon ik voorzichtig, “weet je zeker dat je hummus had besteld?” Hij stopte abrupt met eten en keek me verbaasd aan. "Eh, ik dacht van niet..." mompelde hij, terwijl hij naar het bijna lege bord voor zich keek. Zijn frons werd dieper toen hij zich leek te realiseren wat er aan de hand was. “Patrick,” zei ik lachend, “dat is mijn hummus die je aan het eten bent!” Patrick’s ogen werden groot van schrik. “Oh nee!” riep hij uit, duidelijk geschrokken door de ontdekking. “Dit is jouw gerecht?!” De rest van de tafel begon stilletjes te gniffelen, en al snel barstte iedereen in lachen uit. Patrick zat daar, met een half opgegeten stuk brood in zijn hand, terwijl de realiteit langzaam tot hem doordrong. "Het spijt me zo," zei hij met een verontschuldigende glimlach. "Maar het was zo lekker! Geen wonder dat het zo goed smaakte... het was niet eens van mij!" Ondanks de hilariteit van de situatie bleef ik op mijn honger zitten. De serveerder, die onze tafel passeerde en hoorde wat er gebeurd was, glimlachte vriendelijk maar bood geen vervanging aan voor mijn hoofdgerecht. Terwijl iedereen aan tafel lachte om de “gestolen” hummus, zat ik zonder eten. De serveerder leek in de war of wellicht dacht hij dat alles al opgelost was door de sfeer aan tafel, maar het resultaat was dat ik uiteindelijk nooit mijn hummus kreeg. De lunch ging verder met nog meer grappen en plagerijen richting Patrick. Elke keer als de serveerder iets kwam brengen, zei iemand wel iets als: "Zeker weten dat dit van jou is, Patrick?" De humor aan tafel bleef, maar mijn maag bleef ook knorren. Patrick, die normaal nooit iets zou "stelen," had per ongeluk mijn hoofdgerecht opgegeten zonder het door te hebben, en hoewel het een grappig verhaal werd, was ik teleurgesteld dat mijn bestelling nooit werd vervangen. Zelfs maanden later halen we die herinnering nog steeds op tijdens etentjes. Bij elk hummusgerecht dat we bestellen, kunnen we het niet laten om Patrick eraan te herinneren hoe hij mijn hummus bij Zouzou opat. “Weet je nog die keer dat je mijn hummus stal?” zeg ik dan, waarop iedereen opnieuw in lachen uitbarst. Ondanks de humor blijft het een beetje wrang dat ik die dag hongerig de lunch beëindigde. De hummus bij Zouzou is nu legendarisch binnen onze vriendengroep, maar niet om de redenen die ik oorspronkelijk in gedachten had. Het is het verhaal van een culinaire vergissing die we nooit zullen vergeten, een maaltijd vol gelach — en voor mij, helaas, een lege maag.

Guy Van Damme
15 0

Afscheid van een Oude Vriend: Het Verhaal van mijn Cameratas

Ik had het moment lang uitgesteld, het afscheid dat ik wist dat ooit zou komen. Mijn oude, trouwe cameratas stond op de grond, zoals hij dat altijd had gedaan, klaar voor een volgend avontuur. Maar deze keer was er iets anders. Er zou geen avontuur meer komen. Niet met hem. Deze tas had me door de jaren heen overal gevolgd. Van de levendige straten van metropolen als New York en Buenos Aires tot de wilde, ongetemde natuur van Patagonië en de glinsterende woestijn van Dubai. Hij was er altijd, als een onmisbare bondgenoot, stil maar betrouwbaar. Zijn ruige uiterlijk vertelde het verhaal van die reizen, elk krasje en scheurtje een herinnering aan een bepaald moment of een bijzondere plek. Ik stond in mijn kleine studio, die vol lag met reisuitrusting en herinneringen aan een leven vol avontuur. Mijn blik gleed over de tas en ik voelde een steek van weemoed. Zijn once-strakke vorm was verzakt, zijn gespen roestten langzaam, en zijn ritsen, eens zo soepel als een vers geslepen mes, hadden de tand des tijds gevoeld. Hoe vaak had ik mijn camera’s en lenzen erin geschoven, wetende dat ze veilig waren in zijn bescherming? Ik draaide me om naar mijn bureau, waar een glanzende, nieuwe cameratas lag. Hij was perfect; moderne materialen, lichte constructie, meer ruimte en vakken dan ik ooit nodig zou hebben. Maar hij voelde koud aan, afstandelijk. Er was geen geschiedenis, geen verhaal dat met hem verbonden was. Hij was een tool, niets meer. De oude tas daarentegen... Ik kon me mijn eerste avontuur met hem nog goed herinneren. Het was jaren geleden, toen ik net begon met het vastleggen van de wereld door de lens van mijn camera. Mijn allereerste grote reis was naar Amerika. Het avontuur begon in New York, de stad die nooit slaapt. Ik herinner me nog goed hoe overweldigend het was; de reusachtige wolkenkrabbers, de mensenmassa’s die altijd in beweging waren. Mijn tas, toen nog fris en nieuw, had ik stevig op mijn rug terwijl ik door Central Park slenterde, de drukte van Times Square vastlegde en in stilte de zonsondergang bewonderde vanaf de Brooklyn Bridge. Hij hield mijn camera veilig tijdens de metrotochten en wandelingen door de stad. Daarna volgde Buenos Aires, een stad vol passie en leven. Ik herinner me hoe ik door de kleurrijke straten van La Boca liep, mijn camera in de aanslag om de dansende mensen vast te leggen, en mijn tas hobbelde mee met elke beweging. De avonden aan de waterkant, de geur van de grillende asado in de lucht, en mijn cameratas die daar zat, trouw en stil, wachtend tot ik weer zou inpakken. Van daaruit begon mijn echte ontdekkingsreis door Amerika. Door de woeste landschappen van de Grand Canyon, langs de stomende rivieren van de Amazone, was hij mijn trouwe metgezel. In de vochtige hitte van de jungle, waar de lucht zo zwaar was dat elke ademhaling moeite kostte, bleef hij stabiel, zonder een klacht. Mijn tas was meer dan een gebruiksvoorwerp; hij was een deel van mijn reizen, een deel van mezelf. We dwaalden door de bruisende straten van Bangkok, waar de geur van street food de lucht vulde en de kleurrijke markten een explosie van leven vormden. Mijn tas werd volgeladen met extra batterijen, geheugenkaarten, filters en lenzen, die ik keer op keer verwisselde om het perfecte shot te krijgen. En hij klaagde nooit, hield alles keurig op zijn plek, ondanks het voortdurende geklots van de mensenmassa om ons heen. Het was op een warme zomeravond in Kaapstad dat hij voor het eerst een deuk opliep. We hadden de hele dag door de stad gezworven, de kleurrijke huizen van Bo-Kaap vastgelegd, de uitzichten vanaf Tafelberg bewonderd, en toen ik naar de kust ging voor een opname van de zonsondergang boven de Atlantische Oceaan, gebeurde het. Mijn tas schuurde langs een ruwe rots aan het strand. De eerste kras. Ik herinner me dat ik me omdraaide en even naar hem keek, alsof ik me afvroeg of hij pijn had. Maar hij ging gewoon door, alsof het niets was. Die kras werd later de eerste van vele, elk een symbool van een reis, een avontuur, een moment dat ons bond. Mijn cameratas en ik overleefden zelfs een bijna-ramp op zee. Tijdens een boottocht in Vietnam, terwijl ik de schitterende kalkstenen karstbergen van Halong Bay probeerde vast te leggen, sloeg een plotselinge golf over de boeg. Alles was nat, inclusief mijn tas. Terwijl ik haastig mijn camera’s probeerde te redden, hield hij alles droog. Het was alsof hij me wilde zeggen: “Maak je geen zorgen, ik heb dit.” En dat had hij, keer op keer. Door woestijnen, regenwouden, en stedelijke jungles was hij altijd aan mijn zijde. Soms op mijn rug, soms aan mijn schouder, maar altijd dichtbij. En nu, na zoveel jaren, stond hij daar, vermoeid maar vol verhalen. De scheuren in het leer vertelden hun eigen geschiedenis, net als de afgesleten naden en gescheurde voering. Elk vlekje en elke beschadiging was een herinnering aan een moment dat we samen hadden gedeeld. Maar niets duurde eeuwig. De laatste reis die we samen maakten, was naar Patagonië. De ruige landschappen daar, met de koude wind die over de bergen scheerde, had zijn tol geëist. De ritsen begonnen vast te lopen, de schouderriem brak bijna onder het gewicht van mijn apparatuur, en ik wist diep vanbinnen dat het einde naderde. Het voelde alsof de tas zelf me zachtjes liet weten dat hij zijn werk had gedaan, dat hij zijn rust had verdiend. Toen we daarna in Dubai waren, werd het duidelijk dat mijn tas het niet langer kon volhouden. De zandduinen waren prachtig, en ik probeerde de uitgestrekte woestijn vast te leggen terwijl de zon op de horizon zakte. Maar de tas, die me ooit door zulke situaties had geholpen, voelde zwaarder dan ooit. De hitte had zijn ritsen nog stroever gemaakt, en de slijtplekken aan de onderkant waren erger geworden. Toch hield hij nog stand, zoals hij altijd had gedaan. Dus hier stond ik nu, klaar om afscheid te nemen van deze trouwe metgezel. Terwijl ik naar hem keek, voelde ik een mengeling van dankbaarheid en verdriet. Hoe kon een object zoveel betekenis krijgen? Het was meer dan een tas; het was een symbool van mijn reizen, van de momenten die ik had vastgelegd, de plaatsen die ik had gezien en de mensen die ik had ontmoet. Met een zucht boog ik me voorover en tilde hem voorzichtig op. Hij voelde lichter dan ooit, alsof hij al wist dat zijn tijd voorbij was. Ik opende de versleten rits voor de laatste keer, en zelfs dat eenvoudige gebaar bracht een golf van nostalgie met zich mee. Binnenin vond ik een paar oude geheugenkaarten, een lenskap die ik allang kwijt dacht te zijn, en een kleine notitieboekje waarin ik tijdens een lange vlucht mijn gedachten had gekrabbeld. Het was alsof de tas zelf afscheid van mij nam door deze kleine herinneringen aan het oppervlak te brengen. Ik legde de tas voorzichtig neer en liep naar de kast waar ik zijn opvolger had klaargezet. Het voelde als verraad, alsof ik een oude vriend inruilde voor een jongere, sterkere versie. Maar zo was het leven. Alles heeft zijn tijd. Met de nieuwe tas in mijn handen keek ik nog één keer naar mijn oude bondgenoot. Het was tijd om verder te gaan. Maar terwijl ik de nieuwe tas op mijn schouder hing en me voorbereidde op mijn volgende avontuur, wist ik dat ik de oude nooit echt zou vergeten. Hij had me gevormd, me begeleid door enkele van de mooiste momenten van mijn leven. En met dat besef wist ik dat dit afscheid niet het einde was. Het was slechts een nieuw hoofdstuk. De oude tas zou zijn rust krijgen, en ik zou doorgaan, met nieuwe verhalen om te vertellen, maar altijd met de herinnering aan degene die me door zoveel avonturen had geleid. Vaarwel, mijn trouwe cameratas. Je hebt je werk meer dan gedaan.  

Guy Van Damme
23 0

ARM.

Een paar jaar geleden was er een radio nieuws uitzending waar een socialistische hoogwaardigheids bekleder uit Brugge zei: in Deurne staat een propvol vliegtuig met zaken mensen die naar het eiland MAN vliegt. Op het eiland MAN is er niks te zien aleen VEEL, HEEL VEEL BANKEN.  Een andere socialistische hoogwaardiger uit leuven zorgde er voor dat iedere politie ambtenaar zocht naar iedereen, die een joint prefererder, in de plaats van de godendrank alcohol.  Die toevalig in zijn universiteits dorp werd gebrouwen.  Waar het dorp zeer veel geld bij opstrijkt. Het radio gesprek van de sosialist uit Brugge werd des avonds niet meer herhaald. Censuur.  De witte boord criminelen kusten hun poletjes. De resultaten van de sosialist uit leuven was dat de gevangenissen vol zitten met armen, bruin, en alternatievelingen.  Die een joint liever haden dan alcohol. Het bloed van Christus en het pensioen van de socialistische hoogwaardige uit leuven.  ************************************************************************* Een deel van de marxisten van de jaren 60tig werd mede aandeelhouder van papa's firma, een ander deel werd zeer goed betaald hogere ambtenaar.  In beide gevallen kon armoede hen geen bal meer schelen. Religieuze organisaties lijken weer meer en meer  in de voorhoede te staan bij de aandacht en het bestrijden van armoede. De anti kapitalisten slagen erin om in China een kapitalistische dictatuur te vestigen. Wie gelooft die gasten nog? *************************************************************************** Ik ben arm. ik ben altijd arm geweest. Mijn ouders waren arm mijn grootouders waren arm. Mijn omgeving was arm. Het enige verschil met andere armen ik schrijf er over, ik heb mijzelf nooit arm gevoeld. Nu weet ik dat ik in mijn jeugd enorm veel geluk heb gehad. Ik ben opgegroeid op de grens tussen twee dorpen. Iedereen was even arm. Al de buren haden samen de tweede wereldoorlog door geploegd. Er was een gemeenschappelijk gevoel. De deuren gingen nooit op slot. Het was de tijd voor de sosiale media zelfs voor de televisie, niemant wist hoe het er uit zag binnen de muren van  andere huizen. Tegenwoordig is dat niet meer waar. Mijn marokaanse vrienden in marroko denken dat in Europa iedereen in een chique huis woont want dat zien ze op de sosiale media. RECLAMEFOLDER EUROPA. Tijdens mijn jeugd In de jaren 50tig, 60tig kenden we alleen ons eigen huis. Tussen de grenzen van twee dorpen was ieder huis, wat we nu armoedig zouden noemen. Maar dat wisten we niet.  Een rij arbeidershuizen omringd door boeren. In de zomer werkten we bij de boer, erwten plukken was onze vakantie. Anders dan de kinderen die in het centrum van dat dorp woonden, die gingen op reis naar de zee.  Als kind speelden we op straat, bij de boeren stiekem in het hooi. We bouwden bij de boer op de hooizolder kamers zodanig dat de boer die de kamers ontdekte dat hij toch niet zoveel hooi had als hij wel dacht. Zijn ergernis werd onder het hooi bedolven.  De voertuigen in de straat waren meestal de boer die door de straat schokte met zijn paard en kar. De enige die een zeldzame auto hadden waren sommige landbouwers en de dokter.  Toen ik de wijde wereld introk was dat met een gevoel van vertrouwen in de mens. Dat vertrouwen heb ik nog altijd. Dat is naïef, ik weet het en velen heben die naïviteit misbruikt in hun voordeel. Ik heb ervaren hoe vlaams nationalistische ouders met steun van de kerk hun kinderen vlot hogere studies konden laten doen. Ik heb gezien hoe die vlaams nationalisten gesubsidieerd, met beurzen van ons belasting geld, de eeuwige student uithangen. Tussendoor een bruin jongen vermoorden. Onder leiding van, en bescherming van de vlaams-nationalistische minister-president.  Toen ze dan na jaren belasting steun, toch aan het werk gingen,trokken ze met hun winsten naar het buitenland. Vroeger zaten ze met hun zwart geld in luxemburg daarna op het eiland MAN tegenwoordig zitten de zoontje van corrupte slagers in Zuid-Afrika. Iedereen weet het maar niemand doet er iets aan. Al die belastingen gaan toch naar de ongelovige walen zeggen ze. Die gepamperden beschuldigen arme mensen dat ze gepampeerd worden. Ge moet het maar doen.  45% stemt er voor.  De triomf van  reclame. Toen ik dat op facebook postte vloog ik er uit, haatteksten was de reden. Hi hi. Ik heb ervaren hoe een ambtenaar zijn broer zodanig ophitste dat hij mij in café  PALLIETER probeerde in elkaar te slaan. Werkend als ambtenaar.Met een pluchen hond rijk en beroemd worden alles  betaald met onze belastingen. Ik heb nooit een pluchen hond gekregen maar ik heb wel die pluchen hond mee  betaald. Ik heb gezien hoe Vlaams-nationalisten zonder schroom de Belgische staatskas plunderen. Zonder veel problemen lijkt mij. Met medewerking van velen. De gewone mens die betaald.  Enigszins verbijsterend masochistisch. De gewone mens stemt voor diegene die hem plunderen. Zorgen voor de laagste pensioenen, dure ziekenhuisrekeningen, en lage uitkeringen. En een leven van werken, van de geboorte tot de dood. Zoals in ARBEIT MACHT FREI. Het  protestants  ideaal. In het zweet uwer aanschijn zult ge, voor uw meesters, uw brood verdienen. Vlaams-nationalisten zijn ondertussen eerste klasse Huisjesmelkers geworden. Sosiaal woningen in Vlaanderen 4% Nederland 20%.  Alhoewel dat alles ben ik nog steeds de eeuwige optimist. Ik heb mij soms afgevraagd waar komt dat optimisme vandaan. Wel mischien is het wel een vorm van zelf verdediging geweest tegen al de diefstallen die op mij gepleed zijn. Er is, meen ik, nog een reden. Ik lees veel ik kon al lezen voordat ik als kind moet leren lezen op school. Mijn grootvader zet mij op zijn knieën en toond mijn met zijn vinger de tekstbalon van een stripverhaal.  HET KAPOENTJE, ZONDER HANDEN,  ZONDER TANDEN. Ik vond dat zo boeiend dat ik alles probeerde te lezen wat ik in mijn handen kreeg. Het drama was ik mocht niet lezen kinderen van arbeiders hoorden niet te lezen. Nadat ik de vrije wereld was ingetrokken heb ik mij leesdrift ingehaald. Een van de redenen van mijn optimisme, denk ik, in de meeste boeken die ik lees komt het altijd goed. Ieder boek is een andere wereld, een ander leven, en het komt meestal goed. Dat doet iets men een mens. Als het eens over armageddon gaat. Wel het is maar een boek. Niettegenstaande mijn armoede heb ik  een boeiend leven gehad / heb.  DANK U.   Er wordt ook veel ingezet op sporten. Want van sporten wordt men    'gezond'. Gezonde mensen kunnen veel werken. Die brengen veel op voor de aandeelhouders. Een ploeg artsen verwittigen voor een epidemie van artrose, artritis, reuma.  Bij de leuze gezonde geest in een gezond lichaam wordt meestal het lichaam gezond gehouden een gezonde geest brengt alleen problemen mee. Zeker niet te veel nadenken want dat leid af van het denken over god. Het is al zover: een knieoperatie wordt al niet meer uitgevoerd wanneer men boven de 65 jaar is, er zijn er te veel. De vele langdurige gehandicapten fysiek en geestelijk door sporten   het lijkt wel  collateral damage ter eer en glorie van de aandeelhouders De manier waarop de groene op een sociaal-darwinistische wijze de arme  misbruiken om hun doelstellingen te behalen is ronduit schandalige. De L.E.Z. wordt misbruikt om de arme mens een onbetaalbaar nieuw vervoerstoestel aan te praten. De aandeelhouders met hun 4x4 diegene die iedere jaar een city trip doen en een maand door Europa reizen met de elektrische auto worden niks in de weg gelegd. Diegene die het meest vervuilen wordt in de watte gelegd. Want iedereen moet aan de elektriek. De schandalige manier waar zeldzame metalen worden gedolven kan hun niks schelen. Het lijkt wel terug het meest schandalige koloniaal avontuur. Het is een ver van hun bed  show. Wanneer na de bloeddiamanten de bloedbaterij? Het geromantiseerd van de plukboerderijen waar massaal stedelingen gemotoriseerd een zakje patatten halen met wat tomaatjes wordt ecologische voorgesteld, naar het schijnt smaken die patatjes en tomaatjes beter. Volgens mij zit dat tussen de oren. Het meest schandalige de supermarkt om de hoek wordt net geen vergif genoemd. Spijtig voor die arme die daar zijn inkopen moet doen. De geestelijke gezondheidszorg bij armen trekt op niets. Aandeelhouders hebben hun eigen privé geestelijke gezondheidszorg, aftrekbaar bij de belastingen. Ouders die de ellende van hun kinderen zien, openen hun medicijnkastje  voor hun kinderen. Ter glorie van de aandeelhouders in de farma-industrie. Het is toch ongelofelijk dat nu in deze tijd waarbij voornamelijk onze hersenen schade oplopen. De geestelijke gezondheidszorg zo primitief is. In de industriële cultuur wordt onze fysieke problemen zo goed als mogelijk genezen.  Het is een absolute schande, voor de politieke verantwoordelijken, dat velen met geestelijke problemen op straat te vinden zijn. Het is een absolute schande dat er geen vooruitzien is. Het was makelijk te voorspellen.  Maar waneer enige tijd geleden een sosialist, een krokodil van de industriële cultuur, het volgende zei: internet zal voorbij gaan en ik weet niet wat email betekent. De man wordt nog altijd toegejuicht. Zou het kunnen dat veel maatschappelijke onrust wordt veroorzaakt door een falende geestelijke gezondheidszorg. Dat de slachtoffers en hun omgeving geen enkele begrip meer heben voor de falende overheid.  Die niet in de plaats is gekomen van diegenen die in het verleden de opvang deden.  Armen die klein behuisd zijn, die hun joint op straat oproken, worden lachend door aandeelhouders, met hun joint, door het venster van hun villa bekeken wanneer ze richting vergeetputten worden gestuurd.. In Oostende rijden, zeer welkom, 4x4 stinkende aandeelhouders monsters ongehinderd door de straten maar o wee wanneer een onverlaat een sigarettenpeuk op de grond gooit: 350 gas boete. De natte droom van de Vlaams-nationalisten is een Monaco aan de Noordzee, we hebben geen prinsen op overschot maar wel veel politiekers en ambtenaren. Volgens een studie gepubliceerd in de morgen en de tijd werken 18% van de Belgen rechtstreeks of onrechtstreeks voor de overheid.   Ik las in een tijdschrift, die niet bekend staat om zijn onwaarheden, het bijna onwaarschijnlijke verhaal dat er families zijn op deze aardkloot die zoveel kapitaal en waardes heben dat moest ze hun kapitaal schenken aan de mensheid iedere mens op deze aardkloot een paar miljoen zou ontvangen. Dat betekent dat dit kapitaal niet beschikbaar is voor de mens. Dat dit kapitaal vernietigd is. Dat alles ter verdediging van de protestantse ARBEIT MACHT FREI levenswijze. Die als een monsterlijke vreet en graafmachine onze gehele planeet aan het vernietigen is.   P.S. Let wel, ik heb niks tegen rijke mensen, ze kopen mijn werk. Maar ik ben tegen mensen in armoede laten. De laagste pensioenen, in Nederland 1000 euro, Frankrijk 400 euro, Duitsland 300 euro meer dan in In het rijke maar o zo corrupte vlonderen.  De gevolgen van het  mattheuseffect verminderen, wordt in de vuilbak gegooid. Het mattheuseffect is de sociologische vakterm voor het rijker worden van de rijken en het armer worden van de armen. Hij is gebaseerd op een vers in de parabel van de talenten in het evangelie volgens Matteüs, 25:29.[1] ********************************************************************** Tekeningen die ik maakte na 1 maand verblijf in het  Penitentiair complex van Brugge. De reden vindt u in het verhaal JEF. Veel leesgenot. https://www.2dehands.be/seller/view/m2091030173

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST
128 0

Fêtes de Wallonie

En hop, we zijn weer terug van de Walen. Deze keer waren de Fêtes de Wallonie aan de beurt, in hoofdstad Namur. Naast een bevestiging van Namen als mijn favoriete Zuid-Belgische stad en een hernieuwde sympathie voor onze Waalse compatrioten, heb ik als enige souvenir dit mee: een lege, 2 kg verpakking van Fastgas. Naar het schijnt krijg je daar sinds kort statiegeld voor, al weet ik niet hoeveel. Ik zag de fles liggen toen ik doelloos de tijd verdreef aan Bruxelles Midi. Het was die zaterdag maar een lange overstap tussen mijn trein uit Gent en de vervolgtrein naar Namen. Eten kon ik niet doen, want dat had ik thuis nog maar net overdadig gefikst. Jammer eigenlijk, want aan de achterkant van het Zuidstation zitten een paar aantrekkelijke en zeer betaalbare eetgelegenheden. Het meest geïnteresseerd was ik in een keetje waar ze een Breakfast Buffet aanboden, elke dag tot twee uur ’s middags. Dat ontbijt kon evengoed als lunch dienen en viel nog net binnen het tijdsbestek, maar zoals gezegd, ik had niet genoeg honger om me aan een all-you-can-eat formule te wagen. In de plaats daarvan ging ik maar een straat verder en dronk wat pintjes in een Portugees café. Er waren best wat groezelige bars van verschillende nationaliteiten te vinden in het straatje en op de hoeken aan het kruispunt. Eén daarvan was heel inventief ‘Bar Corner’ genaamd. Andere vertegenwoordigers heetten ‘Real Madrid’, maar de poging om de glorie van de voetlbalploeg te doen afstralen op het inspiratieloze gokhol waren mislukt, ‘Café Douro’ en ‘Le Nkam’. Ik ging echter bij de grootste Portugees omdat de serveersters daar decolletés hadden die het dragen van kledij welhaast overbodig maakten en waar in bepaalde landen gevangenisstraf op staat. Het verklaarde alvast waarom het daar redelijk vol zat. Ik had drie kwartier te doden, maar teveel pinten ging ik nu ook niet hijsen, aangezien er nog vele zouden volgen op 't Waalse stadsfeest. Bij het buitengaan viel mijn oog opnieuw op de gasfles, zo een residu van het lachgas dat jongeren in deze barre tijden nodig hebben om ietwat tevreden te zijn met hun bestaan. Ik overwoog om ze mee te nemen voor het statiegeld, er was plek genoeg in mijn rugzak. Maar ja, dat onding drie dagen lang meesleuren op de Naamse Feesten, zoveel kon de compensatie niet waard zijn. Dat de Brusselaars maar zelf hun stad proper hielden! Ik trok opnieuw naar het station en bereikte na een enorme omweg via Leuven mijn hotel in Namen. Daar was het ultiem geestig, met als uitschieters zeker de absurde gezelligheid in Café du Centre en het zeer acceptabele La Colonne d’Or.   Op maandag keerde ik terug naar Brussel, deze keer zonder omleiding. Ik had me voorgenomen om de ontbijtformule nu wel een kans te geven en had speciaal een moordende honger meegebracht. Het zaakje, Time Off, was open maar blijkbaar verdomd populair. Het zat er stampvol, ’t was net zeven over twaalf en alleman die in de buurt werkte, kwam daar blijkbaar lunchen. Nou moest ik weer tijd doden, tot er een tafeltje vrij was. Ergens anders gaan eten was ook een optie, maar een beetje lullig als je speciaal voor die ene zaak bent gekomen. Ik sloeg opnieuw de straat in richting Portugees, en wat ligt er daar op mij te wachten? Jawel, drie dagen later en nog steeds had niemand die capsule lachgas opgeruimd. Het was overduidelijk een teken, weliswaar voor twee interpretaties vatbaar. Ofwel: neem mee, ’t is gratis geld en heeft hier heel het weekend op u liggen wachten, ofwel: niet aanraken, de reden dat niemand anders dit opruimt is omdat er meermaals op is gepist. Met twijfelen is nog nooit iets gewonnen, dus ik zette mijn rugzak neer, maakte hem open, sloeg de fles wat af tegen een boom en stak ‘m erin. Het ding bleek immens zwaar, duidelijk veel meer dan twee kilo. En toen ik wat verder wandelde kreeg ik bevestiging van optie twee. Mijn handen roken duidelijk naar urine, niet van een hond maar van minstens één mens. Wat had ik eigenlijk verwacht, in een straatje vol marginale cafés? Ik wandelde de eerste de beste koffiebar binnen en stak direct door naar het toilet in de kelder, waar ik mijn handen waste. Daarna een koffietje gedronken en dan terug naar de Time Off, waar een tafel vooraan bij het raam was vrijgekomen. Ik at niet teveel, maar had toch mijn plezier in het buffet. Mission accomplie! Omdat mijn trein er zat aan te komen, ging ik maar niet meer langs het toilet en repte me naar Station Zuid. In feite had ik beter in die koffiebar eens geplast, als ik dan toch helemaal de trap naar beneden had genomen om mijn handen te wassen. Het werd ietwat nijpend en toen bleek nog dat die trein vertraging had ook. Zou er in het station een vlot toegankelijk toilet zijn? Dat kon haast niet anders, met al die daklozen die er volgens het onheilsnieuws binnen en buiten rondhingen, waar zouden die hun gevoeg doen? Maar ik vond het niet en ging dan maar naar het perron. ’t Was gewoon een kwestie van niet stil te blijven staan. Daarom kuierde ik wat rond en viel mijn oog op een paar van die ouderwetse wachthokjes waarin reizigers konden schuilen tegen de wind. Ik liep er even binnen om de sfeer op te snuiven. ’t Was echter meer dan sfeer wat ik opsnoof en meteen had ik het antwoord op mijn vraag over de daklozen. De WC in die koffiebar rook minder naar urine dan dit treinhokje. Snel weg daar!  Ik nam de trein. Ik nam de tram. Ik zette de gasfles voorzichtig en met twee vingers in een hoek in mijn garage.   Tijd om dit ietwat ontspoorde verhaal terug op de juiste rails te zetten. Waalse Feesten heel tof! Voor al wie ooit overweegt erheen te gaan, niet twijfelen maar doen.

Pvw
5 1

De wereld is een dorp.

De wereld is een dorp.  Zegt men weleens. MAAR WAT? Als die wereld opeens in een dorp verschijnt. DAN IS HET  KOT TE KLEIN. ************************************************************************************ FOTO GALLERY verf ed  https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ *********************************************************************************************** Foto:  Vanaf de veertiende eeuw liepen dames in Nederlanden geregeld rond in een zogeheten huik, een lange klokvormige en soms geplooide mouwloze mantel van wollen stof. Anders dan gewone mantels, werd deze huik op het hoofd gedragen. Ook de uitdrukking “de huik naar den wind hangen” is tegenwoordig niet meer in gebruik. Deze zegswijze werd gebruikt als iemand van partij of standpunt wisselde naar aanleiding van de (veranderde) omstandigheden. Vergelijkbaar is de uitdrukking “met alle winden meewaaien”. ****************************************************************************************   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST
0 0

Routeplanner

Mijn vrouw heeft de koffers gepakt en ik mag ze in de auto dumpen. Vandaag staat de vakantie voor de deur naar Engeland. We kijken veel naar de televisieserie ‘Escape to the country’. Mijn Engels is niet zo goed en ik spreek het gebrekkig. Yes en no is niet zo moeilijk en bonjour en au revoir kan ik ook nog wel verstaan. Alle papieren moeten in orde zijn en dat vraagt veel van mijn Engelse woordenschat. De ferry zorgt voor wat schommelingen door de harde wind. We zijn bijna aan de overkant en zien Dover al voor ons. De krijtrotsen is een teken van de aankomst in het mooie Engelse landschap. Engeland staat bekend om zijn prachtige tuinen, kastelen en natuurlijk English breakfast. We krijgen het sein van de ferry om naar de auto te gaan en wachten op het teken dat we van boord mogen met de auto. We rijden het licht tegemoet en het welkom is prachtig, beelden die voor zich spreken. De zon schijnt en de lucht is blauw met prachtige wolkenpartijen, een warm welkom. Mijn vrouw is lekker ouderwets en kijkt graag op de opengevouwen landkaart die veel ruimte in beslag neemt. Het links rijden gaat mij aardig af. Voor mij rijdt een auto met op de achterruit een sticker met wat letters. ‘Ik ga deze auto volgen want volgens mij brengt hij ons naar de plaats van bestemming’ , zeg ik tegen mijn vrouw. Woest gooit ze de landkaart door de auto. Mijn blik is gericht op de blauwe Nissan. We rijden langs hoge struiken en prachtig landschap. De Nissan is soms onnavolgbaar en ben de coureur geregeld kwijt. Wonder boven wonder sluit ik elke keer achter hem aan. De man van de Nissan zal wel een vreemd voorgevoel krijgen, achtervolgd worden door een auto met een Nederlands kenteken. Soms maakt hij manoeuvres die zelfs Mr. Bean niet kan volgen. Ik hou het gas erop en wijkt niet van zijn nummerbord. Het blijft moeilijk om de Nissan te volgen maar ik geef niet op. Na een uur achtervolging komt er toch geen schot in. Ik zeg tegen mijn vrouw ‘Wat betekent eigenlijk die nietszeggende sticker met twee zinnen op zijn achterruit. Volgens mij rijden we helemaal verkeerd. Lieve vrouw, wil jij deze zinnen even vertalen op google translate.’ Veel vrouwen kunnen een paar dingen tegelijk, mijn vrouw is weer eens een uitzondering. Ze pakt gepikeerd haar telefoon en typt in wat ik zeg. Mijn vrouw zet google translate aan. ‘De 1e letter is een hoofdletter D-o-n-komma in de lucht- t-spatie-f-o-l-l-o-w- spatie-m-e- en een punt. De volgende zin luidt hoofdletter I-komma in de lucht-m-spatie-hoofletter l-ooooooh’. Mijn vrouw roept ‘hoeveel ooo’s.’ Ik in mijn beste humeur, ‘nee joh ik moet ineens met de bocht mee, weer zo’n dwaze actie van Nissan. Het is maar 1 o-s-t- en een punt.’ De uitkomst is niet in ons voordeel en ze begint te schaterlachen, ‘Jij altijd met je goede ideeën.’ Mijn vrouw vertaalt de nietszeggende sticker van Nissan ‘Volg mij niet. Ik ben verdwaald.’ De Nissan ‘Don’t follow me. I’m lost.’ slaat rechtsaf en wij rijden rechtdoor op zoek naar ons verblijf voor de komende twee weken. We zoeken een nieuw aanknopingspunt om ons hotel te bereiken.

Jan Sluimer
29 0

mémoire du maroc

PARAVAN  Marokko het mooiste land ter wereld met de vriendelijkste mensen.   ************************************************************************************ FOTO GALLERY verf ed  https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ *********************************************************************************************** Foto: on the road again 2006  https://www.2dehands.be/seller/view/m2074762985 ****************************************************************************************   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST
6 0

ONS HIERNAMAALS. 2

Terwijl  Vuur en water  Onze omgeving  WordtOnze lichamen  Geplastificeerd A.L.  Onze geesten overneemt   leidt de mens   Lijdt de    MENS   in stilte.    ********************************************************************************************** foto GALLERY  https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ **************************************************************************** FOTO: CLOSED DOOR https://www.2dehands.be/seller/view/m2145663690 ****************************************************************************** Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST
0 0