schelpjes zoeken
er zijn schuilplaatsen te over in het land van ooit,
denk aan paraplu’s en portieken, tunneltjes en
torenkamers, bierhallen, bomen, trapkasten,
w.c. ’s zonder bovenraampje, je kunt er schuilen
voor veel dingen: de regen, de wind, de
werkelijkheid, een pak slaag, familiebezoek,
of misschien een slechtere versie van jezelf.
er wordt nogal wat afgeschuild in kerken en
achterkamertjes, maar ook in leugentjes om
bestwil, drogredenen en kledinglagen, en vergeet
niet de gezichten, elk stukje blote huid zoekt
dekking achter een camouflagenet, er schuilt een
grimeur achter elke grimas, er valt zoveel te
verbergen, voor naakt gaan we wel naar het
museum.
schuilen voor de dagelijkse verveling kun je
bijvoorbeeld in kranten, fanatiek poetsen,
sporttoernooien kijken, overwerken, of door
je ogen vingervlug aan een bewegend scherm
vast te hechten, de kleefkracht anno nu is
optimaal, even een moment weg van jezelf,
de data lekken zonder limiet je hoofd in, het
voelt prettig, als een gewenste intimiteit.
schuilkelders vermijd je liever, want wie daar
schuilt weet dat er dakloosheid boven zijn hoofd
hangt omdat er bommenregen is voorspeld, een
zware inslag in plaats van lichte neerslag, de
hemel houdt haar water in, je denkt aan die keer
dat het confetti regende en je niet bang was.
je kent je vrienden aan hun schuilplekken, soms
moet je je verdiepen in de regels van hun hide-
and-seekspel om teveel blootstelling te
voorkomen, elk mens heeft er recht op om
soms niet gevonden te worden.
bij vreemden ga je nog behoedzamer te werk,
je weet niet wat er schuilgaat achter een verlegen
oogopslag, een afgemeten glimlach, een
vragend handgebaar, soms verbergt een ja een
nee, of andersom, ieder spreekt een eigen
schuiltaal, daar is geen vertaalapp voor.
een klein meisje loopt op het strand, ze draait
en trekt cirkels in het zand, ze fantaseert
over verdwijnplekjes, schulpjes om in te kruipen,
als je je klein genoeg maakt, kun je misschien
schuilen achter een pol helmgras, een
struikelsteentje, of je kunt je heel stilletjes
opbergen in een schelp, hopend dat iets
daarbinnen ‘sesam sluit u’ zegt,
en dat de schelp dan op een dag opgepakt wordt
door een warme hand, en jij dubbelwandig
beschermd, verwarmd, gekoesterd,
meegenomen wordt naar een plek op een
bureau, een plank vol herinneringen, of een
vitrinekastje, waar je blijven mag, laag in laag in
laag, ongezien aanwezig, in stilte gekend.