Altijd onderweg zijnvormt een kunst op zich
de donkerste nacht is er een die je van ver ziet aankomen en allang gevuld hebt met je eigen ogendoor jarenlang in steeds ververst zwart te kijken ze is hier nu voor jou in deze felste der stiltes verzameld hangt boven je is een dreigend vergaan en een omringd vergeten tegelijkertijd wees dus niet bang om heel even je ogen te sluitenwat daar op je wachtheeft jou allang opgemerkt
Dit jaarwas me wel watslechts ééndepressie gehad
Het licht is gevangen in jouw ogen. En ik, ik ben getroffen door de warmte in dat paar kijkers. Mochten de maan en zon tijdig samen schijnen, dan was deze wereld in plaats van 'moeten' enkel 'mogen'. Nu bloedt het, door incapabele kunsten worden gaten uitvergroot met immense spijkers. Toch weet ik dat hopen en dromen nog steeds een zekere kracht bevatten. En hoe charmant ook het falende kapitalisme ons lijkt te bezweren. Het valt niet stilletjes 'ja' knikkend goed te keuren hoe deze dooddrukkende wanpraktijken de helft van de continenten afmatten. Nooit of te nimmer zal ik deze materiële eisen eren. Ik, ik kan enkel nog naar een wereld met meer warmte verlangen want in jouw ogen is licht gevangen.
Frisse zon schijnt weer De verwarmingsketel bromt Warm door de factuur
Iedereen wil een veilig gevoelals men de slip laat zakkenop ons gemak zijn is ons doelwij willen rustig kunnen…lezen, telefoneren, sms’en en dromen van perfecte openbare toiletten! © Vera Steenput
Ik volg jesedert de eerste dans;verzon me in de ruimte tussen je passenJe zag mebeeldig over het hoofdNu sta jein mijn agenda tussen haakjesals handen op je wangen
een kort vers, het kan, het mag, ik kijk uit naar een film, de camera zwenkt, het kan, het mag, beiden hebben een naam om te zijn
Vandaag zag ik een vogel in de lucht Zich bedenken Zwenken Terug.
En als er dan toiletten zijn geïnstalleerdmoet men er ook nog goed voor zorgen.Een lekkere geur, een propere pot, dat is wat u begeert.Er dient gepoetst van de avond tot de morgen.
In de verte hoor ik je nog giechelen om mijn flauwe grappen zie ik je duiven spotten op de tippen van jouw tenen Tussen de maïskolven racet een witte duif me rakelings voorbij adem ik de lucht in die jij uitademde in en uit - uit en in met mondjesmaat Vanop afstand relativeer je mijn woede tegen die verdomde bloedcellen subtiel, zoals alleen jij dat kon Tot jouw gemis smelt in onze momenten samen probeer ik het schouwspel te omhelzen
De toegang is vaak een probleemgeval:de trap te hoog, de deur te smal.Dus als je in een rolstoel zitvergeet dan maar die langeafstandsrit. © Vera Steenput
Koop toch spatborden Voor u rug - en mijn gezicht Water spat omhoog
Kan jij typen, vroeg de gozer.Waaraan, fluisterde ik hemhees in het oor. Nee waaròp,corrigeerde hij.Waarna ik instant op de rem:Ik laat mij niets dicteren,kerel. Mijn type bent u steevast niet.Met graagte zal ik u negerenen mist u zich van klemtoon niet.* door gelegenheidsdichter Claudine Dumont
Je spreekt mijn taalAl versta ik je nog nietJe bent van de wereld Je toekomst is als de horizonJe bent een vliegerIk ben een dwarrelende veer De muren sluiten zich rond meIn de blauwe luchtZie ik jou Ik blaas heel hardJe vloelt het nietIk roep; "Vliegen!" Je bent niet meer van mijDan van de wereldJe spreekt haar taal Je stijgt opJe bent mijn wereldJe vliegt weg
Waarom die hokken van plastic met superkrappe deuren degoutante geurhet paradijs van elke viezerik © Vera Steenput
Ze ademt gelaten de zilte lucht in staart voor zich uit, haar ogen gefocust op verruiming Op het zeilschip kent de horizon geen grenzen De golven kotsen en klotsen tegen de rotswand tijd zat om te kapseizen op het ritme van het liefdesspel tussen het schuim en de bubbels De noorderwind rust op haar schipperstrui
Toen hij uit augustus vertrok fladderden stof en zweet nog aan zijn lijf een fata morgana in postkaartformaat Geen draperieën waren nodig om te bedekken vezels van wat hij dacht een fusie te zijn zijn furie verkoos de vrije val De kloof tussen HIJ plus ZIJ is de oplossing van hun complex vraagstuk met eindeloze komma’s maar zonder ZIJ Zijn hele hebben en houden in een notendop in de tuin drie eeuwenoude kerselaars en een zilverspar Het parket had nog veel geheimen te vertellen het galmde tot een gat in de morgen Hij ruilde de zomer voor een wit nest met art-decovenster boven de tuindeur hij had er een zilverspar, die verroestte met hem mee
Een volzin triptiek Spanning in het middenveld Uitdeinend einde
Toiletverdriet 3 Ze leggen hem steeds verder, die grens,en lanceren ontelbare rakettenmaar kiezen niet voor publieke toilettennochtans een basisrecht voor ieder mens. © Vera Steenput