Zoeken

Jij

De zolder staat op de gelijksgrond en de eerste verdieping bevindt zich op de derde. Wanneer je de lift naar de gevel neemt sla dan rechts af naar mijn kamer. Mijn kamer bevindt zich op een hele hoge straat. Waar iedereen die ooit bestaan heeft langskomt. Vanop mijn bed kan ik ze zien. Allemaal. En dan zie ik jou. Bel mij. Bel mij. Bel mij op. De zolder had drie kamers, elke vreemder dan de vorige. Maar dat hing natuurlijk af van de volgorde waarin jij ze betrad. De eerste kamer werd omvergegooid tot een soepbar. In de soep die ze serveren zitten de haren van meisjes waar jij ooit verliefd op was. Het is iedereen die ooit bestaan heeft die komt proeven of de haren nog dezelfde parfum dragen. En dan proef je mij. Proef mij. Proef mij. Proef mij. Jij. De rijen van planken die als kasten uit de muren steken hebben voor iedereen die ooit bestaan heeft een claustrofobisch doel. De tweede kamer is een bib waar de miniatuur beeldjes staan van meisjes waar jij ooit iets voor hebt gevoeld. De categorieën zijn terug te vinden in de runes gegraveerd in de randen van de kast. En dan zeg je. Zeg mij. Zeg mij. Zeg mij. Jij. Welke categorie ik daarvan was. Iedereen van heel de wereld staat plots versteld wanneer de laatste kamer voor hun ogen wegsmelt. Een derde kamer aan de gevel van een hele hoge straat, daar draai jij als enige naar rechts. De laatste kamer op de gelijksgrond. De laatste kamer hangt vol bedrukte lakens als gordijnen aan het plafond. En bedrukt op de lakens, daar sta jij. Zo ben je dicht. Dicht bij. Dicht bij mij.

Tess Declercq
7 0

Oranje-lettertjes-tekst

Er is zeker potentieel. Nancy voert iets in haar schild. Muisstil een stukje frangipane gegeten. Geen idee of dronken schrijven zinvol is. De kenners beweren van niet. Ik geloof hen. Ik zet de dampkap aan. Vader kon het geen kloten schelen. Ze heeft filosofie gestudeerd, maar het is een geit. Hij vergist zich wel vaker. Ik moet nog pipi doen. Ça va? Huilen hoeft niet. Er staan cactussen op het servet. De goudvis van Kurt is dood. So it goes. Dank u voor de talloze suggesties ter verbetering. Dat lukt aardig. Ed zit nog steeds in Thailand. Die verveelt zich precies. Er is zeker potentieel. Slechte timing. Ik ga morgen die biefstukken niet zelf bakken. Tja, soms schiet ik tekort. Dat staat de therapie in de weg. Ik ben daar blij mee. Er staat een stevige wind. Het is misschien onnozel. Ik doe maar wat. Het heeft vijftien dollar gekost. Stom van me. Vrolijk word je daar niet van. “Pak jij chips?” “Neen” Dat liep ei zo na mis. Ik kijk in de papiertjes: kabeljauw in de diepvries, ‘muse de son dernier livre’, een vreugdevolle opgang naar Kerstmis in een envelop uit Torshavn (Faroe Islands), briefje van mezelf uit 2016, vader schreef ‘sjaloom’, iets van Morgenstern (‘Alles was man mit Liebe betrachtet, ist schön.’), een folder van de abdij Maria Toevlucht in Zundert, een folder ‘samen onderweg na ontrouw’ (voor koppels!), het programma van Femma, foto’s, een doodsprentje (‘er is geen waarom’, Ferdinand Cuvelier), enzovoort enzoverder … Ik roer met het Swissair lepeltje. Het ziet er wel mooi uit, al die oranje lettertjes. Ze snoept een sigaret af. De toekomst is formidabel. Ze dronk een cola i.p.v. witte wijn. Dat scheelt. Ik moet het mezelf moeilijk maken. Iedereen slaapt behalve ik. Morgen komt de zon weer op. Het komt nog goed. Daar moet ik vanuit gaan. Ik kauw op tuttefrut. Heeft er ooit een dichter beter gedaan dan Pink Floyd? Het is tijd om vaarwel te zeggen. De cafébaas kijkt lelijk. Er ligt nog kaas en chocolade in de ijskast. Ik maak met plezier ezelsoren in deze bundels. “Hersluitbaar”  belooft de verpakking. Er is niks van aan. Ze verklaren me gek. Ik hoop dat het hoe dan ook min of meer ritmisch is. De hoge verwachtingen werden niet allemaal ingelost. A no choice suckerpunch. Xavier leest Lex; over ananas. Een ansichtkaart van de Adriatische zee, een akkefietje en een niemendalletje, wat zal het effect zijn? Het gedicht is getiteld: ‘Wanneer ik droevig ben’. Rust, ruimte, helderheid enzo.  Gerrit Komrij draait zich om in zijn graf. Hopen op goddelijke interventie. Wat absurde flarden. “Ben je nu weer aan het roken?” vraagt ze. Die zit nu bij de coiffeur en wil straks naar de Colruyt. Mijn tanden gepoetst. Biefsteak gegeten. Alles oké. Ik moet me ne keer verdiepen in het fenomeen Six Word Story. Mijn zus is depressief. Een acuut tekort aan witte wijn. Ik vul het Lottoformulier ondersteboven in met mijn MontBlanc. Morgen ga ik een leuke Instagram foto posten. Ik heb een idee. Ik moet wat meer mijn fantasie gebruiken. De ochtendstond heeft goud in de mond. Behalve morgen. De Roemeense onderbuurvrouw piept. Er is zeker potentieel. Er is een verschil tussen aanstellerij en dichtkunst. Ze ziet bleek. Ik wil er gewoon mee zeggen dat het leven voorbij dobbert. Ik kreeg kwade blikken van die diehard hooligans. Het kan nog verkeerd gaan. Hij moet lachen om de bewering dat hij een knappe man zou zijn. Nadien een hotdog gegeten. Heeft ze al chocolade paaseitjes in huis? Ik zoek in de antieke kast. Da’s diezelfde man. Die had vroeger een bril en een hond. Ik droom: “How the poor boy lost his head.” Het is belangrijk dat je weet dat God niet bestaat en Jezus even onnozel is als Sinterklaas, de Kerstman en de Paashaas. Het verbaast me. Ik weet niet goed wat ik nu juist bedoel met ‘het’. Een normaal kortverhaal schrijven lukt me niet. Flauwekul daarentegen, onzin en af en toe een vondst gaan vrij vlot. Ik steek de diepvriespizza dan maar zelf in de oven. Ik ben dus aan het koken. Geen bewonderenswaardige poëzie geschreven. Nu is het stil. Ik moet van gedacht veranderen. Ik heb al veel tijd verspild. Je moet ze een kans geven. Er grip op krijgen. Mijn tekortkomingen bedekken. Hij heeft zich vrolijk vergist. Mijn moeder, de psychiater en de man van de videogedichten laten niks van zich horen. Spijtig. Geduld is een deugd. Zou de duivel me geld lenen? Er is zeker potentieel. Ik kan vals spelen als ik wil. Ik ben niet de enige. Er staat op ‘London Dry Gin’ én ‘gebotteld in Frankrijk voor CMI/Carrefour’. Ik moet mijn verkeersbelasting nog betalen: 37 euro 82 cent. Ik moet het volgende in de gaten houden: beeldspraak, enjambementen, witruimte, leestekens, hoofdletters, metaforen, … Er ook zinnen van maken i.p.v. louter opsomming. Wees niet beschaamd om over je mentale gezondheid te praten. Me ontspannen en nota nemen van de onzin. Het komt later misschien nog van pas. In de zak gezet door een oplichter. “Toen gebeurde er wel wat!” antwoordde hij. ‘Gaat hij bij zijn ex-vrouw op café?’ ‘Die tapt daar.’ Els zei: ‘Als het gemakkelijk gaat, is er iets mis.’ Ik hou de balpen bij de hand. Je weet maar nooit. Ik hoop dat mijn hoogstpersoonlijke, humoristische cryptogrammen aanspreken door hun frisheid, originaliteit en beknoptheid. Ze had haar slaappilletjes al genomen. Dan komen de ideeën, vermoed ik. Ge hebt het met de verkeerde aan de stok. Ik hoop dat hij zijn gevoel voor humor met de jaren niet is kwijt gespeeld. ‘Geen fuckbuddies zoals indertijd?’ schrijf ik. Zijn gezondheid en zijn reputatie zijn goed. Liesbeth is een moeilijk geval. Ik moet volhouden. Doe alsof er niemand thuis is. Ik ben voorbereid op het ergste. De gordijnen van mijn tante blijven boeiend. Ze heeft me die nagelaten zonder het zelf te weten. Eigenlijk zijn deze free-writing oefeningetjes niet echt ongelofelijk zinvol. Ofwel moet ik het gewoon in mijn dagboek schrijven. Ofwel moet ik proberen een kortverhaal te schrijven. De vergeet-me-nietjes van Emma weigeren te ontkiemen. Ik heb het gevoel dat ik momenteel beter dingen te doen heb dan dit. Hoe komt dat? Er is zeker potentieel.

Casper Hoogenboezem
3 0

Je me souviens les 2 van Maarten Inghels in het Letterenhuis

Uiteraard heb ik de sympathieke juffrouw van vorige week niet gezien. Die is nog steeds op zoek naar de Wolstraat. Gelukkig was Rezi er met koffie. Hoe gaat het met jullie? We gaan niet naar buiten. Oef! Het leven begint. ‘Waarom voetbal belangrijk is.’ voorgelezen. Ik speel vals, want uit de oude doos. Taalplezier met vakjargon en een zakje kruidenmix. De ademhaling van de printer geeft vanzelf pooweeeezie. Emiel tekent. Votka in café Retro met een bitsige Facebookpost en een DJ-set. Pas op! Die is heel assertief, hé! Cholera, stinkende pest, een paradijsvogel en tot slot Hulp en bijstand in nood. Ik weet van geen leeslijst. Vorm? Genre? Een essayistische dichtbundel met proza verkocht als boek. Als een rot ei in je mond en wrange Softenon grappen. We doen iets. Volgevreten papzak van Zadelhoff vindt dat ik niet mee mag doen. De mompelende mevrouw die een ongeval heeft gehad schrijft een rauwe tekst. Jan ziet gekleurde tractorbanden. Kelsley denkt dat de rechte lijn de horizon is. Christine nummer 6 knuffelde vier konijnen in een te klein hok. Sandra eet een pistolet met echte boter die ruikt naar scheerzeep en shampoo. Er speelt een Funk plaat. Christine nummer 2 kent een badmeester van een ongezellig zwembad. Hij heeft: 1. Een bierbuik, 2. Een snor, 3. Een strakke zwembroek, 4. Een stok. Droevige les die niks op gang brengt, vindt de leerkracht zelf.  Hij ziet een goed boek in de staccatostijl van de visfabriek.  Mag het? Is het ethisch?  Vast en zeker. Annemarie Estor is een stomme foef. Die hadden ze niet zien aankomen. Schrijvers uit T. staan altijd te midden de mensen. Sommige hebben een ritmische baan. Huiswerk hoef ik niet te maken. Ik moet het gewoon terugvinden. Stijn snijdt met het mes het water open. Dat is beter dan met het mes op een nagel kloppen. Edouard Levé’s ‘Zelfportret’ is helaas uitgeleend.   Voor de rest: God snurkt

Casper Hoogenboezem
13 0