Ongehoord
Als ik huil dan doe ik datin stilte, gesloten achter deuren waar nooit iets gebeurde.
Waar alles in de schaduw,verdoken poppenspelmet veel te jonge meisjes,hun fijne stemmenongehoord.
Jaren spreken tegendovemansoren, gelovendoe ik niet langer,evenmin als belovenom te zwijgen.
Jij hebt geen idee,geen woorden voorverleden, geen pijn geleden en opeensverdwenen in de nacht.
Nog altijd wacht ikop spijt, een nieuw begin,een schone lei.
En tevergeefs dat jijje stempel nooit op mijhebt kunnen drukken.