The proof of the pudding...
Grijze tegels zij aan zij,geometrische banen tussen betonnen palen,flikkerend neonlicht tussen verwarde gedachten.
Duizenden levens kriskrassen doorheensmalle gangen, stijgen op naar het perron,wachten op de trein naar huis.
Naar haar, naar morgen of net gemistedromen. Het gebulder op de sporen,de stilte na de storm van woorden.
Weer een dag voorbij, een kansgegrepen of verkeken. Bleke gezichtenonder donkere kappen, druipnatte regenjassen.
Zomerzon op fel oranje sproeten,onbekenden die elkaar stilzwijgend groeten.Een subtiele schok als de wagon vertrekt,opengevouwen kranten, blauw dooraderde handen.
Een baby huilt, ik voel me getroostdoor het sussen van zijn moeder.Haar getuite lippen, de wijze waarop zeeen hartvormige afdruk op zijn voorhoofd stift.
Het voert me terug, langsheen de razende velden, naar een tijd waar alles langzaam was.Zelfs het tikken van seconden, de melk die borrelendvan het vuur werd gehaald, de geur van vanille.
Thuisschuiven de deuren open.Stap ik uit.