Zoeken

Bedenkingen na kambo

Voor we vertrekken, vertrouwen we de inhoud van zeven kleine emmertjes toe aan het groen. Solidair grijp ik er twee vast en giet de knalgele vloeistof tussen de struiken, er goed op lettend geen spatje op mij te krijgen. Mijn ogen staan dik en ik rammel van de honger. Ik ben blij dat het achter de rug is en ga ervan uit dat ik mezelf een plezier gedaan heb door dit te ondergaan. Iedereen was hier met dezelfde intentie, al werd deze op verschillende manieren verwoord. Allemaal streven we ernaar om zo weinig mogelijk gebukt te gaan onder onze eigen gedachten, gevoelens, acties en bijbehorende kwalen. Het is des mens om op zoek te gaan naar een levenswijze of -houding die een minimum aan weerstand en leed met zich meebrengt. En soms, zo heb ik zelf ondervonden, moet het eerst erger worden alvorens het kan beteren. Eens flink lijden kan wonderen doen. We hebben net een Kambo ceremonie achter de rug. Bij ieder van ons werden er kleine brandwondjes op de bovenarm gemaakt om er vervolgens het gif van de Phyllomedusa bicolor, een kikker uit Brazilië, in te laten smeren. Dit is een oeroud medicinaal ritueel. Een mix van nieuwsgierigheid, wanhoop en de eeuwige drang om mezelf te verbeteren, had mij hiertoe aangezet. De weken na zo’n behandeling heb je beduidend meer energie en focus. Zo heb ik het ook ervaren, want het is de vierde keer dat ik dit doe. De eerste drie keer volgden kort na elkaar op, met telkens een maand ertussen, dat schijnt het meest efficiënt te zijn. Nadien kun je eventueel jaarlijks een onderhoudsbehandeling doen. Kambo werkt in de meeste gevallen niet psychoactief en is voornamelijk een fysieke booster. Het is een ongemakkelijk reinigingsritueel dat nog lang blijft doorwerken. In het midden van het proces neem ik me voor dat dit werkelijk de allerlaatste keer is. Dat voornemen had ik elke keer al. Het is best heftig. Maar om de één of andere reden blijf ik terugkomen. Wanneer het gif mijn lichaam penetreert, schreeuwt het moord en brand. Dat ik mijn gal eruit kots deert mij niet zo. Maar de obligate glazen lauw water die mij herhaaldelijk worden aangereikt, lokken innerlijke vloeksalvo’s uit. “No way, het kan er echt niet meer bij!” jammert mijn brein vanuit haar donkere kamer. In de linker hemisfeer zet ik een knopje uit dat alles stil maakt en ervoor zorgt dat ik ondanks de immense weerstand elk nieuw glas met grote teugen ledig. Ik ben hierin getraind. Een kunstje dat nog stamt uit de tijd dat men mij gebood om liters van één of andere toxische vloeistof te drinken voorafgaand aan een inwendig onderzoek. Heeft die onzin toch iets opgeleverd. Bijgestaan door het cynisme dat me sinds enkele weken achtervolgt, bekijk ik het tafereel van bovenuit. Wat zijn we toch een bende meelijwekkende, eeuwig met zichzelf worstelende Westerlingen. Alsmaar zoekend naar manieren om de levenspijn te verzachten. En het bewustzijn te vergroten. Groeien met horten en stoten, om dan later onszelf op de borst te kloppen en achterom te kijken naar de sporen van al dat geploeter. Met de overtuiging die zegt dat alle donkere hoeken dienen belicht te worden. De poort naar een nieuw stadium opent zich op het moment dat het goed en wel doordringt dat de realiteit een intern proces is. Een aha-moment van jewelste, met vreugde en opluchting tot gevolg, want het impliceert dat niets extern ons kan raken. Dat er zelfs niets extern bestaat. Als zulke cruciale informatie zich aan ons openbaart, willen we deze delen. Want iedereen moet dit weten. Waarom is het geen parate kennis die we aan onze kinderen meegeven? En wederom rolt er een inspirerend succesverhaal van iemands tong. Rechtstreeks uit het hart, dat wel. Woorden als vrijblijvend aangeboden ankerpunten in de stroom van onzekerheid dat het woeste bestaan typeert. Coaches, healers, lichtwerkers en sjamanen schieten als paddenstoelen uit de grond. Nieuwetijdskinderen meten hun relevantie aan de hand van volgersaantallen en reduceren hun moeizaam verworven inzichten tot blinkende inspirerende quotes. Er wordt gepoogd om de waarheid hapklaar te maken. Maar ze bederft quasi onmiddellijk op het moment dat ze blootgesteld wordt aan zuurstof en daglicht. Haar habitat is het vacuüm van onze ziel. Het weerhoudt ons niet om te proberen. We willen helpen, net zoals we onszelf hebben geholpen. Simpelweg doen wat ik graag doe, is geen indicator om mijn authentieke pad te onderscheiden van alle mogelijkheden. Want alles wat ik doe, wil ik extreem goed doen. Een hardnekkige gewoonte waarmee ik de vreugde smoor. Altijd doe ik keihard mijn best, achterna gezeten door zelftwijfel en faalangst. Het is alles of niets, zeg ik altijd. Alles geven, tot ik mijn bodem raak. Uitgeput. En dan een tijdje weer niets, opladen in de cocon, zodat ik later weer kan uitvliegen. Zo zit ik daar ook nu weer, met kikkergif op mijn arm, mijn best te doen. Lijden voor mijn eigen bestwil. Mezelf wapenen tegen alles waarmee ik mezelf bestook. Klaar voor de volgende muur die voor mij zal opdeinen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/8/12/bedenkingen-na-kambo

KarolienDeman
365 0

Stilstand

Ze ligt op het immens lege strand, al meer dan 40 jaar haar woestijn. Het is warm, haar ademhaling gaat snel, haar hoofd voelt ijl en haar spieren verlamd. Na jaren verzoeken en smeekbedes is het stilstaan van de tijd eindelijk terug uit het verleden. Alles lijkt warm bevroren. Een opeenvolging van zomerse terrasavonden met teveel drank en te weinig slaap hebben de deur voor de stilstand opengezet. Wat heeft ze die gemist. Geluiden worden vervormd tot tijdloze achtergrond die niet doordringt, lawaai vermomd als stilte. Er is de wind, het gekrijs van een kind, de berisping van een vader, wat vrolijk gekwetter en af en toe gedonder uit de haven. Net zoals 30 jaar geleden toen ze daar lag op datzelfde strand, een tiener na haar eerste avondje uit, een immense nadorst en het vermogen die te stillen met een duik in de frisse zoute zee als de afstand tot de zee geen fata morgana in de woestijn had geleken. Boven het witte belle epoque gebouw met kopergroene koepels zwermen meeuwen kriskras door elkaar. Voor velen een onrustig, chaotisch, onheilspellend tafereel als in een Hitchcock-scène. Voor haar vandaag, vertraagd, zweverig en bedwelmend rustgevend. Haar hoofd is een verzamelplaats van scènes uit haar dromen, uit films, uit het dagdagelijkse leven: te absurd, te gruwelijk of te sprookjesachtig om geloofwaardig te zijn. Ze beleeft en herleeft ze steeds opnieuw en sommige periodes alles door elkaar, zoals de meeuwen, maar dan versneld. Dat zijn vele levens in één. Vandaar dat het stilstaan van de tijd soms net op tijd komt opdat die vele levens terug één zouden worden. Ze kijkt naar de lucht en ziet steeds minder. Haar ogen open, maar gesloten. Vijf minuten stilstand lijken een eeuwigheid. En zonder eeuwigheid geen tijd, geen leven, geen vele levens inéén.

Fien SB
37 1

Laat jouw licht niet doven

Wat mij rust geeft, in tijden wanneer duisternis lijkt te primeren, is observatie met een goddelijke blik. Het is een blik die niet oordeelt en vanuit de kern voelt dat alles goed is zoals het is. Dat alles mag zijn, alleen al omdat het kan zijn. Omdat het een mogelijkheid is. En God wil geen mogelijkheden uitsluiten. Het is des mens om te oordelen en alles onder te verdelen in categorieën. Om dingen te verwerpen en de wereld uit te willen. Dat oordeelsvermogen staat ten dienste van onze overleving, het helpt ons om keuzes te maken die heilzaam zijn. Maar het zorgt soms ook voor frustratie en angst. Als we ons ingesloten voelen door zoveel dat we als fout beschouwen, giftig zelfs, dan is het normaal dat we dat willen afweren. Uit zelfbescherming. Als het idee in de gedachten nestelt en constant fluistert dat ontsnappen onmogelijk is, dat anderen onze wegen versperren en ons leven moeilijk maken, dan is dat proces van zelfbehoud iets waaronder we gebukt gaan. Dan wordt het iets zelfdestructief. Het dimt het goddelijk licht in ons. Angst kan zowel een goede raadgever als een verstikkend juk zijn. Angst is altijd al het middel bij uitstek geweest om mensen in een bepaalde richting te sturen. Ook vandaag. Een grote groep mensen gaat mee in het verhaal dat er een virus is dat hen ontzettend ziek kan maken. Een andere groep staat dan weer angstig tegenover de beperkingen en maatregelen die worden opgelegd om dat virus in te dijken. En dan is er nog de frustratie. Frustratie omdat er mensen zijn die de maatregelen niet willen opvolgen. En langs de andere kant dan weer frustratie omdat zoveel mensen die maatregelen blindelings opvolgen. Wat je overtuiging ook is, angst en frustratie zijn de gemeenschappelijke factoren die we delen. Het gevoel is hetzelfde, enkel het verhaal erachter verschilt. Een goddelijk standpunt staat los van een verhaal. Ieder mens is een unieke verzameling van gedachten, gevoelens, overtuigingen, voorkeuren en ervaringen. Al deze elementen worden samengevat in een energetische vibratie en uitgezonden, als ware het radiogolven. Anderen kunnen deze oppikken en voelen.  Sensitieve mensen voelen de vibratie van iemand anders gemakkelijk aan. Mijn vibratie kan negatief beïnvloed worden door die van een ander, maar ik heb geleerd om dat tijdig op te merken en bewust bij mijn eigen energie te blijven. Dat lukt niet altijd even goed, ik word nog gemakkelijk uit mijn lood geslagen, maar ik kan me wel steeds sneller herstellen. Energie aanvoelen en (bij)sturen vraagt om oefening. En naarmate ik daar beter in word, groeit ook mijn zelfvertrouwen. Het leven wordt ook steeds lichter. De overdracht van energie kan natuurlijk ook iets moois en positief zijn, bijvoorbeeld wanneer mensen elkaar inspireren. Verschillende vibraties kunnen bewust gebundeld worden, al dan niet intentioneel gericht op één thema. Mensen hoeven zelfs niet fysiek op dezelfde plek te zijn om dit te doen, want energie is niet gebonden aan materiële wetten zoals tijd en ruimte. Wanneer veel mensen dezelfde soort vibratie hebben, dan manifesteert dit zich op collectieve schaal. Veel angstige mensen tezamen, resulteert in een krampachtige samenleving. Een wereld waarin mensen ziek worden en het contact met hun innerlijke bron van wijsheid en kracht verloren zijn. Daarom is het zo belangrijk, lieve lezer, dat je ondanks alle uitdagingen het licht in jezelf fel blijft houden. Dat je een vibratie aan het collectieve veld toevoegt die liefdevol en helend is. Wanneer ik bijvoorbeeld merk dat een gevoel van moedeloosheid me besluipt bij het zien van mondmaskers, dan herinner ik mezelf aan het goddelijke standpunt. Van daaruit gezien maken de mondmaskers deel uit van zoektocht die uiteindelijk, hoe dan ook, zal resulteren in het terugvinden van onze bron. Onze ware identiteit, die altijd doordrongen is van eigenliefde. Kijk naar de gekheid van het mensdom en besef dat wij de vrijheid hebben om alles te scheppen wat we waar willen. Ook destructieve dingen. Die absolute vrijheid, gecombineerd met onze wil, is in feite een mooi cadeau. Ik herinner mezelf ook aan het feit dat alles waar ik achter sta zijn tegengestelde moet hebben om te kunnen bestaan. Alles dat ik in dit leven niet wil zijn, moet er zijn. Want werkelijk alles bestaat; het is de oneindige goddelijke creatie waar wij een deeltje van uitmaken. Ik kan wel ergens vol afkeer naar kijken, maar tegelijk ben ik me er ook van bewust dat ik naar een deel van mezelf aan het kijken ben. Bepaalde delen van mezelf rusten in het onderbewustzijn en het heeft geen zin om me daar afkerig tegenover te voelen, laat staan om er tegen te strijden. Strijden tegen jezelf geeft ziekten. Individuele processen weerspiegelen zich in het collectieve ontwikkelingsproces. Als je goed weet wie je bent, dan ken je ook de wereld.   Met deze tekst herinner ik u aan uw innerlijke kracht. Een lichtje dat zich samenvoegt met andere lichtjes, magnetisch tot elkaar aangetrokken, om zich te bundelen tot een krachtig vuur. Laat uw lichtje niet dimmen of doven, ongeacht welke ervaring er op uw pad komt. Houd uw vibratie hoog, zowel voor uw eigen als voor het collectieve welzijn. Wees bewust van het belang van jouw positieve bijdrage aan de samenleving. Ik geef toe ook dikwijls bevangen te worden door frustratie of een gevoel van onmacht. Het is een sluier over mijn licht die ik, telkens opnieuw, ophef door te observeren vanuit het goddelijke perspectief.

KarolienDeman
79 0

Introspectie: een onontbeerlijk onderdeel in het ontwikkelingsproces

Wat als ik niet spoor? Misschien ben ik iemand die zichzelf van alles wijsmaakt? Stel dat ik verkeerd ben? Zulke introspectieve vragen vallen wel eens binnen. Ik vind het occasioneel in vraag stellen van mijn overtuigingen een gezonde reflex. Ik toets mezelf aan vertrouwenspersonen die mijn blinde vlekken blootleggen. Maar nog belangrijker is dat ik bij mezelf te rade kan gaan, als een observator die uit het personage treedt. Losgekoppeld van mezelf, van mijn  verhaal, ontstaat er ruimte voor nieuwe invalshoeken. Willen of niet, we komen allemaal in een verhaaltje terecht. Een sprookje over wie we zijn, waar we van houden en wat ons is overkomen. Er passeert veel waar we geen vat op hebben, maar het zelfbeeld is wel iets dat, desnoods met enkele zelfhulptruckjes, naar onze hand kan worden gezet. We kunnen onszelf kneden, vormgeven, bepalen. De afdrukken van onze opvoeding en trauma’s wegschuren. Het verhaal dat ik over en voor mezelf schep, kan om het even wat zijn. Ik kan alles zijn dat ik wil zijn. Ik verdien alles waar ik naar verlang. (zeg deze drie zinnen elke dag luidop tegen jezelf in de spiegel) Of mijn overtuigingen al dan niet onzin zijn, hangt af van hun authenticiteit. Van hun afkomst: gevoel of emotie? Intuïtie of ego? Brein of ziel? Gewoonte of keuze? Oprechte en vruchtbare introspectie is een moment van bezinning waarbij het verhaal vanop een afstand geobserveerd wordt. Met dezelfde zachte blik als die van een moeder die naar haar spelende kinderen kijkt. Anders dan bij zelfkritiek, wordt er geen oordeel geveld. Er is geen strengheid, noch schuld. Ik kan niets ‘fout’ doen met de intentie om ‘goed’ te doen. Ik ben zoekende en sta open voor inzichten en lessen. Ik heb vertrouwen in mezelf en mijn keuzes. (alstublieft, nog drie zelfhypnotiserende mantra’s) Introspectie is een onontbeerlijk onderdeel in het ontwikkelingsproces. Het kan op verschillende niveaus plaatvinden en is te trainen. De lagere school lijkt mij een ideaal moment om daar mee te beginnen. Met nieuwsgierigheid als prikkel en een sterk gevoel van eigenwaarde als prioriteit. Achter mij getuigen de kraters van al die keren dat ik diep ben gegaan. Mijn donkerste uithoeken werden beschenen, de pijnlijkste knopen ontward. Ik begrijp mezelf nu beter en maak daardoor gezondere keuzes. Hoewel zelfreflectie geen einde kent, is het ook niet de bedoeling om mijn overtuigingen eindeloos in vraag te stellen. Het zelfvertrouwen dat voortbouwt op persoonlijke conclusies en lessen blijft zich gelukkig simultaan ontvouwen. Aangezien er toch niet te ontsnappen valt aan het spelen van een personage in een verhaal, dan wil ik er wel een huzarenstukje van maken. Vurig en onbegrensd verzin ik een magisch sprookje waarin lichtwezens wonden helen en bomen kunnen spreken. Dat is dan mijn realiteit, mijn unieke aanvulling in de collectieve mozaïek van perspectieven op het leven. Ik wil mijn authenticiteit op geen enkele manier meer inbinden. Mijn ziel wil zich schaamteloos uitstrekken over de tijd die mij in deze hoedanigheid nog rest. Het persoonlijke verhaal even loslaten geeft sublieme rust. En ervan bewust zijn dat het scenario eigenhandig geschreven wordt, geeft kracht. Loslaten en bewust creëren: de hoekstenen van mijn bestaan.

KarolienDeman
42 0

Herkenning in het collectieve proces

Het gevoel van onmacht en frustratie dat mij het laatste jaar soms bekruipt, herken ik van in de tijd toen ik wanhopig door ziekenhuizen dwaalde. Zoekend naar antwoorden en verlossing liep ik verloren ten midden de absurditeiten, tunnelvisie en grootheidswaanzin van de medische wereld. Ik zei het al eerder en wil het nogmaals benadrukken: alle respect voor het medisch personeel dat zich uit de naad werkt om mensen te helpen. Want naast kafkaiaanse toestanden heb ik ook veel oprecht medeleven en hartverwarmende intenties ervaren. Maar het blijft een feit dat het medische systeem barst van de blinde vlekken en daardoor soms meer kwaad dan goed doet. Weet dat dit niet de frustratie is die spreekt, hier spreekt diepgaande, langdurige ervaring. Hier spreekt iemand die, van zolang ik mij kan herinneren, het leven probeert te begrijpen. Iemand die, volgens sommigen teveel, nadenkt, analyseert en actief verbanden legt. En al dat zoeken, zelfs naar existentiële antwoorden die als eeuwige mysteries worden beschouwd, heeft mij geen windeieren gelegd. In essentie gaat het niet om ontdekken, maar om herinneren. Want in het hart van onze ziel weten we alles al. Het idee, soms verpakt als advies, dat ik moest leren leven met een chronische ziekte heb ik telkens opnieuw naast mij neergelegd. Daarvoor heb ik teveel vuur in mij. Het willoos aanvaarden van een chronische aandoening is exact hetzelfde als het aanvaarden van emotionele blokkades, beperkende overtuigingen en een laag zelfbeeld. Het ene is dan ook rechtstreeks verbonden met het andere. Verander hoe je denkt en je lichaam zal volgen. Het klinkt simpel, maar ik heb er bijna twintig jaar over gedaan om het tij te keren. Ik ben er nog steeds mee bezig. Het is een understatement als ik zeg dat ingeprente overtuigingen en onbewuste zelfbeschermingsmechanismen hardnekkige dingen zijn. Het onderbewustzijn is dan ook erg gelaagd, met veel hoekjes en onverwachte bochten. Mensen die dicht bij mij stonden, waren er getuige van hoe ik vaak emotioneel verward en uitgeput thuiskwam van een ziekenhuisbezoek. Terwijl ik wanhopig elk noodzakelijk protocol en onderzoek onderging, schreeuwden mijn gevoel en verstand dat er van alles niet klopte. Met de operatie die ik in 2009 onderging als kers op de toxische taart. Het hele verhaal over een auto-immuunziekte was de duisternis die mij gevormd heeft tot wie ik vandaag ben. Het moeilijke pad dat mij leidde naar alle waardevolle antwoorden die ik reeds als klein meisje trachtte te herinneren. De angst omtrent de ziekte werd mij grotendeels aangepraat. Mensen die ik als deskundigen beschouwde, vertelden met regelmaat een verhaal waaruit bleek dat mijn opties beperkt waren. Ik ben jarenlang meegegaan in de mallemolen van onderzoeken, studies en therapieën. En toen kwam er een breekpunt, een pikzwart moment waarin ik niets meer te verliezen had. Dat schepte ruimte voor verandering. Ik herinnerde mij dat ik mezelf kon vertrouwen. Dat ik mezelf van binnenuit kon helen en niet langer op externe verlossing moest wachten. Dit is mijn persoonlijk verhaal. Ik zie nu hoe wij collectief een gelijkaardig verhaal aan het beleven zijn. Hoe wij alles inzetten op externe verlossing. Mensen laten zich massaal  injecteren met een onbekende substantie omdat ze vrij willen zijn. Net zoals ik destijds, leggen ze hun leven met blind vertrouwen in de handen van de wetenschap. Uiteraard had ik angsten en twijfels toen ik op de operatietafel werd gelegd. Maar ik keek er ook reikhalzend en enthousiast naar uit, ervan uitgaande dat ik daarna weer normaal zou kunnen leven. Met hetzelfde soort enthousiasme zie ik mensen nu in de wachtrij van het vaccinatiecentrum staan. Ik herken de medische starheid die oplossingen opdringt voor problemen die ze zelf maar half begrijpt. De resem specialisten die ik zag, bevestigden dat de precieze oorzaak van een auto-immuunziekte niet gekend was. Ze deden enkel aan symptoombestrijding. Dit gapende gat in de informatie waarnaar ze handelden, waar mensenlevens vanaf hingen, bleek geen motivator om zich te verdiepen in andere, meer holistische, visies omtrent gezondheid. Er heerste eerder de trend om zulke ideeën weg te lachen. Ik besef anderzijds ook wel dat het niet evident is om de heersende wetenschappelijke denkpatronen te verbreden of om te buigen. Het huidige systeem is zoals een op hol geslagen machine die enkel nog met een brute zelfdestructieve kracht tot stilstand kan komen. Het heeft veel tijd en werk gekost om mij te ontdoen van de ingeprente en aangeprate ideeën over mijn gezondheid. En ook collectief zullen wij tijd nodig hebben om het hele virusverhaal te boven te komen. Ik kijk elke dag met lede ogen toe hoe de angst voor virussen en besmetting naarstig levendig wordt gehouden. Net zoals vroeger in het ziekenhuis kan ik mijn bedenkingen en vaststellingen niet voor mezelf houden. Net zoals toen voel ik onmacht en frustratie bij het zien van de waanzin die zich rond mij afspeelt. Maar ik kan alles ook vanuit een goddelijk standpunt observeren; vanuit een perspectief dat niet oordeelt en elke ervaring, visie en handeling evenwaardig liefheeft. Ten bate van de collectieve vibratie en mijn eigen welzijn, probeer ik mijn licht fel te houden. Ik wil mezelf ankeren in mijn kracht, vol vertrouwen, en me niet laten beïnvloeden door de angstvibratie die de ronde doet. En ik verbind mij met anderen die hetzelfde licht verspreiden. Dat geeft steun, want mijn ervaring zegt dat het vaak eerst erger moet worden alvorens het kan beteren.

KarolienDeman
7 0

Brief van een twijfelende vaccinbeslisser

De voorbije weken lag ik nachten wakker van coronavirussen, vaccins, tegenstrijdige, soms ontmoedigende nieuwsberichten over nieuwe virusvarianten, onvoldoende werkende vaccins...de lijst is eerlijk gezegd te lang om op te noemen. Ik was er bijna door begonnen te slaapwandelen maar gelukkig loopt het niet zo’n vaart. Mijn geest en lichaam roepen om rust, vragen mij tijd te nemen om de zaken opnieuw met een zekere afstand te bekijken.   De huidige sanitaire crisis, een nooit geziene pandemie (in mijn levensperiode althans), is bijzonder complex. Daarom geloof ik ook dat het antwoord (en/of oplossing) op deze crisis ook complex is.  Als voorbeeld daarvan de vele pogingen op deze aardbol om met allerlei plannen, oplossingen en strategieën voor een mogelijke uitkomst te zorgen. Eenduidigdheid ontbreekt omdat die simpelweg niet waargemaakt kan worden. Een crisisexit zal misschien nog niet meteen volledig helder en duidelijk zijn de komende maanden. Het is stapsgewijs versoepelen, verkennen, informatie onderzoeken, verspreiden. Maatregelen voorstellen, terugdraaien, aanpassen, opnieuw lanceren.  Bijgevolg blijven we in deze pandemie overspoeld worden door berichten, informatie, feiten van experten, politici en zovele anderen die deze crisis ook door hun eigen bril zien en in hun eigen context. Dat heet perceptie en het leeft in alle lagen van de wereldbevolking. Waarschijnlijk niet altijd met de slechtste bedoelingen, willen verschillende woordvoerders de complexiteit van deze crisis uitleggen, ze begrijpelijk en behapbaar maken. In een poging om mij die informatie eigen te maken en die complexiteit te omarmen, zag ik bij mezelf de stress alleen maar toenemen. Want ook mijn naaste omgeving voelt zich net zoals ik zo gegrepen door die crisis, van dichtbij of vanop afstand, en zoekt antwoorden. Samen proberen we eruit te komen, voor onszelf te zorgen, steun te geven en te vinden. Dat heet dan weer solidariteit, wat ik geweldig vind. Zo is er het drukgevoerde vaccindebat, tussen vrienden en familie. Meer nog dan angst voor een prik of de gevolgen ervan, voelde ik me de voorbije weken ontzettend slecht door de druk die op mij afkwam. Telkens als ik een beslissing had genomen (wel of niet), deden andere argumenten mij weer twijfelen. Beslist geen cadeau voor mezelf, de eeuwige twijfelaar!  De mensen die mij goed kennen, weten dat ik hoogsensitief ben. Je weet wel, dat soort persoon bij wie informatie blijft hangen, prikkels tot in den treure hun werk kunnen doen, zodanig dat mijn hoofd soms tolt, dat ik het ene moment op een gelukzalige kermismolen zit en het andere in een deprimerende bui beland. Dat vraagt dan weer “balans zoeken”, en is niet de gemakkelijkste opgave wanneer je hoogsensitief bent. Er is vooruitgang, maar ook nog werk aan de winkel! Wat ik ook leer tijdens deze crisis, is dat er 1 stem telt: de stem die van jou is en jou het gevoel geeft beslissingen te nemen die voor jou juist aanvoelen. Ik leerde argumenteren, mijn bezorgdheden oplijsten en delen met anderen. Desnoods eens mijn hart luchten via een veilig Facebookforum. Ik leerde dat er meer dan ooit wederzijds begrip nodig is, tussen mensen met andere meningen of bezorgdheden. En dat deze crisis ons wel kan verdelen – provaccin, antivaccin, voor of tegen coronamaatregelen – maar dat wij onszelf wel weer aan elkaar kunnen lijmen, door binnen die diverse meningen, bezorgd te blijven voor elkaar. Ik kan helaas in deze brief ook geen oplossing geven of zelfs mijn beslissing melden – de eeuwige twijfelaar! – maar ik voel me plots een paar kilo’s lichter. Misschien steek ik mensen een hart onder de riem; mensen die, net zoals ik, begrip willen voor hun beslissing en situatie, zich blijvend gesteund willen voelen of net zoals ik twijfels hebben. Omdat er zoveel informatie op ons afkomt, omdat deze crisis al meer dan 1 keer onze percepties op hun kop heeft gezet. Stay safe !

Maïté L.
14 1

Eenzaamheid

Eenzaamheid, Een woord dat in deze tijd vaak gehoord is. Eveneens is het vaak gebruikt maar nog steeds is het een soort taboe om erover te spreken. Bij eenzaamheid denkt men vaak aan het oude mensje alleen in de leefruimte. De tv staat luid, er komt geen bezoek. Niet van de kinderen want die zijn aan het werk en niet van kleinkinderen. Je hoort er geen gesprekjes, geen luid gelach, enkel de stilte. Eenzaamheid is echter ook die jonge kersverse moeder die alweer een afspraak met haar vriendinnen heeft afgezegd omdat ze vermoeid is. Die zich alles ontzegt voor die schatten van kinderen. Graag zou ze wat bijpraten, of wilt ze een luisterend oor want die engeltjes worden ook wel eens duiveltjes. Vaak ziet men geen eenzaamheid in die kleine jongen. Hij die alleen zit op de speelplaats omdat anderen niet met hem willen spelen. Hij is een beetje ‘anders’ en daarom vreemd en beangstigend. Hoe die jongen het zelf aanvoelt, daar denkt men niet altijd aan. Dit zijn maar een paar voorbeelden van eenzaamheid. Vast en zeker kennen jullie nog andere. Het spijtige is dat het soms zo makkelijk opgelost kan worden door een klein beetje aandacht, een luisterend oor, een vrolijke ‘goede morgen’ en dat is echt zo. Zijn we niet allen eens een keer eenzaam geweest. Dat gevoel dat je snel wegmoffelt door een afspraak te maken met een vriend of vriendin. Niet iedereen kan dat echter en niet iedereen kan met zichzelf communiceren. Dat is geen handicap, dat kan je leren en mag je niet verstoppen.

Rosie DW
14 1

40 jaar aids.

            Veertig jaar geleden, op 5 juni 1981, maakte het Amerikaanse Center for Disease Control (CDC) in een onrustwekkend rapport melding van enkele gevallen van een zeer ernstige vorm van longontsteking bij een paar gezonde mannen. Allen waren homoseksueel en sommige mannen waren al gestorven aan deze onbekende en ongekende ziekte die we later als aids zouden kennen.             Vandaag weten we dat aids al voor 1981 bestond. Al snel werd aids gekoppeld aan homoseksuelen en hiermee was het eerste intellectuele obstakel gepland. Al snel volgden de andere h’s: hemofilie, Haïtianen en heroïnegebruikers. Groepen van mensen werden gestigmatiseerd. 40 jaar lang hebben activisten, “par le sang et par le sperme’, ongeziene veranderingen teweeggebracht op zowel maatschappelijk als economisch, medisch, psychologisch, juridisch, sociaal en seksueel vlak. We hebben oude systemen in ons gezondheidsbeleid blootgelegd. In die systemen was de macht van het medisch corps alom (“als de dokter het zegt, zal het wel zo zijn”). Het is ook de geboorte van de biopolitiek. De zieke, de patiënt als reformateur. Hervormingen die we vandaag nog in gezondheid en welzijn kennen, dateren van die woelige periode waarin door machtsstructuren met de moraalvinger gewezen werd en groepen mensen gestigmatiseerd werden omwille van wie of wat we waren. Er waren goede seropositieven en slechte seropositieven. Maar we werden mondiger en we vergaarden kennis. Act Up New York en later Act Up Paris stonden onvermoeid op de barricaden, aan de labo’s en aan de deuren van de beleidsmakers. Ook in ziekenhuizen stonden duizenden vrijwilligers om muren te doorbreken. Helaas stonden we ook in het mortuarium. Wekelijkse kost. Knowledgde is a weapon, was onze slogan, want alleen met knowledge kon je aids bestrijden. Aids was niet alleen het laatste stadium van een resem aandoeningen maar ook een politiek debat en een maatschappelijk debat. Een positieve hiv-test betekende immers de aankondiging van een sociale dood. Veertig jaar later kent iemand die vandaag hiv-positief is, een even normale levensduur als iemand die seronegatief is. Maar het parcours blijft hobbelig. We mogen de psychologische, lichamelijke en maatschappelijke neveneffecten niet onderschatten. We denken vandaag veelal dat een pilletje wel helpt en voor jongeren en millenials is aids een ziekte voor oude mensen. Niets is minder waar. Vandaar dat een beetje geschiedenis, een beetje het geheugen opfrissen en weten waar vandaag onze rechten als patiënt vandaan komen, in het licht van deze 40ste verjaardag, belangrijk is om te begrijpen, om kritisch te blijven, om universeel te blijven en om niet toe te geven aan identiteitspolitiek, fake nieuws en populisme. In de nasleep van 1968 zijn we begin jaren ‘80 van de vorige eeuw ons gaan engageren tegen machtsstructuren in de maatschappij, in de medische wereld, in het onderwijs, in de psychologie, in de sociologie, in de literatuur, in de volksgezondheid, in het algemeen recht; wij hebben het landschap van activisme hertekend en de medische wereld speelde stilaan de alleenheerschappij over onze gezondheid kwijt. De ondergrond van onze maatschappij werd blootgelegd en politiek werd gedwongen krachtdadig te zijn voor een hele bevolking. Seksualiteit was niet langer weggelegd voor procreatie en heteroseksuelen. De wereld ontdekte gay seks. Blanke vrouwen en vrouwen van kleur lieten hun stem horen. Druggebruikers en prostitués, zowel mannelijke als vrouwelijke, kregen ook een stem. Trans vrouwen en trans mannen waren nog transgenders en verenigden zich in een gezamenlijke strijd tegen aids. Ook travestieten deden mee. Migranten en mensen van niet Europese origine hadden recht op volwaardige universele gezondheidszorg. Daar streden we voor. Het was vechten. Elke dag. Elke avond. Vergaderen, studeren, schrijven, het medisch jargon begrijpen, informeren en zich informeren, van de ene conferentie naar de andere conferentie gaan, roepen, met de vuisten op de tafel slaan, manifesteren, slogans die decennia later nog nablijven bedenken. Het was ook feesten. Gelukkig maar. Met drugs af en toe. Op house en disco. Het was ook zeggen dat we aan het sterven waren. Het was zorgen voor iedereen, niet enkel en alleen voor de eigen gemeenschap. Nooit vermoeid en altijd moe. En toch weer opstaan. Naar een meeting of naar alweer een begrafenis. Nooit opgeven, sterk blijven. We bleven ons verenigen. We bleven onze seksualiteit beleven. We eisten het recht op schone spuiten. We eisten het recht op medische zorg voor mensen zonder papieren. We eisten het recht op onze lichamen, we eisten veiligheid voor onze lichamen. Daarvoor hebben we gevochten. Het was vechten tegen de labo’s, niet als vijand, maar als bondgenoot. De coronamoeheid waarvan vandaag de media bol van staat, is een luxelachertje. Wat het afgelopen coronajaar in onze ziekenhuizen mogelijk heeft gemaakt, is aan mijn generatie te danken. De stilzwijgende generatie van vandaag. We hebben het te danken aan alle anonieme vrijwilligers. Aan een onvoorwaardelijke strijd tegen een virus. Aan onze gestorven kameraden.             Aids heeft zwakke schakels in de maatschappij blootgelegd maar aids heeft ook de macht die de farmaceutische bedrijven hadden – en vandaag nog altijd hebben – laten kennen. Als activist konden we onze rug niet keren of een knieval doen tegenover hun macht. We hadden hen nodig maar niet tegen eender welke prijs. Onze strategie bestond erin de labo’s die onze directe vijanden waren tot onze bondgenoten te maken. Mensen stierven. Wij hadden de dood in zicht. Labo’s treuzelden om aidsremmers op de markt te brengen en medicatie werd aan woekerprijzen op de markt gebracht waardoor hele bevolkingen geen toegang tot aidsremmers hadden. Het heeft ons slapeloze nachten gekost om generische middelen te verkrijgen en patenten vrij te geven. Het heeft levens gekost. Iedere epidemie heeft een directe invloed op de politiek, omdat een ongekende en stigmatiserende epidemie een bedreiging vormt en de hele sociale orde in vraag stelt. Dat geldt zeker voor aids, dat geldt vandaag ook voor corona. We moeten durven te kijken naar hoe aids niet alleen onze maatschappij veranderd heeft maar ook welke invloed aids had op ons gezondheidssysteem, hoe universeel en toegankelijk ons gezondheidssysteem vandaag geworden is maar evenzeer moeten we onder ogen zien welke maatschappelijke obstakels er in onze Westerse maatschappij nog leven. Dat dwingt ons ook onze relatie Noord-Zuid te herstellen. Dat kunnen we niet door identiteitspolitiek waar iedereen voor eigen parochie preekt. Onze ervaring moet niet voor onszelf maar een algemeen belang dienen. We moeten ons verenigen in consistente nooit opgevende sterke onafhankelijke structuren. Dag en nacht. Door wind en regen. Met kennis als wapen. Niet met gekneut of met identiteitspolitiek.             Aids heeft ons geleerd te weten welke eigenschappen een maatschappij geeft aan een ziekte: wie veroorzaakt de ziekte, wie bepaalt wat de ziekte is, op welke brutale manier verspreidt de ziekte zich en welke ravages richt ze aan, welke groepen in de maatschappij zijn meer vatbaar en kwetsbaar voor een besmetting dan anderen, hoe snel verspreidt een virus zich en in welke mate. Aids heeft ons ook doen afvragen waar in onze maatschappij de ziekte het felst toeslaat: in welke sociale, economische, religieuze, psychologische, politieke en medische context manifesteert de ziekte zich. Wie doet er iets aan en wie verdraait eerder de feiten. In de kantlijnen van deze eigenschappen moesten we ook weten waar de oorzaken van de verspreiding van de ziekte lagen, welke factoren meespeelden en op welke manier het virus zijn weg vond. Op die manier kon de maatschappij zich organiseren om adequaat op te treden om het virus bij het nekvel te grijpen en te beheersen. Helaas heeft diezelfde maatschappij al snel een zondebok willen zoeken en een sociaal bloedbad laten plaatsvinden.             Veertig jaar later staan we voor andere uitdagingen en geeft mijn generatie de fakkel door, áls de volgende generatie die fakkel wil overnemen. De strijd tegen aids is een universele strijd die de macht van de dokter en de politiek heeft weten te doorbreken. 2030 is nog steeds de ambitieuze streefdatum om aids de wereld uit te krijgen. Daarom is het belangrijk dat de generaties van vandaag de tricks en de tools aangereikt krijgen die als waakhonden letten op de gevaren van stilte of extremen in de politiek. We moeten blijven een solidariteit handhaven. We moeten ons universeel blijven scharen achter gelijkheid, ook al blijft dit een utopie. We moeten samen geloven in elke sociale strijd: tegen aids, tegen corona, tegen racisme, tegen homofobie, tegen transfobie. Wat wij zonder internet en zonder Smartphone bereikt hebben, moeten we vandaag meer dan ooit op een slimme manier ook kunnen gebruiken. Aids 2.0 en verder.             Het is geen gelukkige verjaardag maar als we blijven getuigen, als we weten wat we veertig jaar geleden gedaan hebben, dan komen we er. We moeten niet roepen tot opvoeden, we moeten onze kennis delen. Knowledge is a weapon. Knowledge is our weapon.

Erwin Abbeloos
5 0

Hoe het gesteld is met mijn gezondheid

Ik geef toe, soms slaagt de twijfel nog eens toe. Maar echt aarden kan hij niet. Het is doorgedrongen dat ik mijn ervaringen en gevoelens niet circulair in vraag kan blijven stellen. Hoe afwijkend mijn conclusies ook mogen zijn ten opzichte van wat algemeen aangenomen wordt, op een gegeven moment moet ik er gewoon op voortbouwen en er consequent naar handelen. En zo bouw ik bijvoorbeeld voort op de stelling die zegt dat de oorsprong van de auto-immuunziekte die me negentien jaar geleden werd toegeschreven enkel en alleen psychisch van aard is. Daarmee bedoel ik dus dat er in wezen fysiek niets mis is met mij. Dat mijn fysieke klachten niets anders dan een uiting van mijn denkwereld, zelfbeeld en andere diep ingeprente overtuigingen zijn. De vele jaren van empirisch onderzoek en wijdvertakte ervaring omtrent dit onderwerp kan ik niet verloochenen. Dit is mijn realiteit, mijn waarheid. Ik schrijf mezelf alle verantwoordelijkheid toe. De hulp komt van binnenuit, er bestaat geen externe bron die mij zal genezen en die zal er ook nooit komen. Ik werd in het verleden wel meermaals opgelapt en ondersteund door medicijnen en behandelingen, maar echte verlossing ligt in mijn handen. Deze woorden vatten ongeveer de inhoud van mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ samen. We zijn nu twee jaar verder sinds dat boek uitkwam. Wat is er veranderd? Ik ben verhuisd, heb al mijn bruggen opgeblazen en ben nooit gestopt met het gadeslaan en bewust programmeren van mijn innerlijke wereld. Ik heb mezelf nog beter leren kennen, valkuilen blootgelegd. De fysieke symptomen zijn er nog steeds, doch minder prominent, minder uitgesmeerd over mijn dagen. Terwijl ik voorheen vooral aan het overleven was, kan ik nu echt leven.   Er zijn echter van die momenten dat de ellende zich lijkt te herhalen. Angstvallig doemscenario’s werend vervloek ik dan mezelf. Ik wist op voorhand dat heling geen lineair proces is, maar het is verdomd frustrerend om bijna 2 decennia lang op dezelfde pijnpunten te botsen. Natuurlijk weet ik ook dat kwaad worden alleen maar meer zelfsabotage betekent. Want dat is wat deze ziekte werkelijk is: zelfsabotage. En dan moet ik mezelf weer tot de orde roepen en eraan herinneren dat zulke uitspraken te hard zijn. Ik zou zachter kunnen zijn naar mezelf toe, want eigenliefde is het ultieme medicijn. Dat weet ik nu wel zeker. Sinds kort ga ik weer bij een psychotherapeut, voor die hardheid jegens mezelf. Ik geef dat deel van mezelf daar een gestalte en ga ermee in dialoog. Ik heb het gevoel over een moeizaam vergaarde handleiding te beschikken en wil therapie aanwenden om deze constructief naar de praktijk te vertalen. Ik weet bijvoorbeeld dat een gevoel van tekortschieten aan de basis van de ziekte ligt. Het is complexer dan het klinkt. Ik voel mij vaak niet goed genoeg waardoor ik mezelf dwing om meer en beter te presteren. Het leek vanzelfsprekend om te zoeken naar de oorsprong van deze overtuiging, maar ik heb vastgesteld dat dit er eigenlijk niet toe doet. Weten waarom ik ziek geworden ben, staat niet gelijk aan weten hoe ik mezelf kan genezen. Het antwoord ligt eerder in zelfobservatie zonder oordeel en het maken van bewuste keuzes. Bij elke keuze die ik maak, vraag ik me af of deze wel liefdevol is naar mezelf toe. Of ik mezelf niet onder druk zet en handel naar wat mijn gevoel ingeeft. Want de diep verankerde ideeën over het personage dat ik neerzet, vormen de voedingsbodem van mijn gezondheid. In de conventionele behandelingen die de medische wereld aanbiedt, ben ik mijn vertrouwen verloren. Alle trucs die ze uit hun mouw konden schudden, heb ik vruchteloos tot mij genomen. Ik vond het ziekenhuis sowieso al een ellendige plek, maar met de hele pandemie hetze is het alleen maar erger geworden. Het voelt soms beangstigend om te beseffen dat ik nergens naartoe kan, dat alle noodlijnen uitgeput zijn.  Maar ik sta er niet alleen voor. Ik ben omringd door mensen die in mij geloven. De relaties die ik aanga dienen mijn zelfrespect en eigenliefde te weerspiegelen, iets waar ik steeds scherper op toezie.

KarolienDeman
54 1