Zoeken

ad astra

Sterren hebben ook hun onstabiele periodes, zei de wetenschapper. Net zoals de mens puberteit kent. Net zoals wij vastlopen in existentiële vragen, worstelen met het waarom van het bestaan. Voor een ster is vijf miljard jaar even eindig als een mensenleven van gemiddeld tachtig jaar. Al die miljarden jaren en nog geen enkele ster die na diep piekeren het antwoord kon vinden. Wat wij mensen kunnen leren, is onverschillig blijven in het bestaan. Stoïcijns volgen wij de baan van het leven. Sterren zingen, zei de wetenschapper. Sommigen op het ritme van een hartslag. Pulsarsterren. Ze roteren op één seconde tijd om hun as en vormen daarbij het onverstoorbare ritme van een mensenhart. Tik. Tik. Tik. Het ritme toont geen slaap, geen rouw, geen verdriet. Ook geen rust, geen verwondering, geen liefde. Anderen trillen. Loom, met het timbre van een fagot. Opgewonden, met de opgewekte toon van een piccolo. De meeste mensen brommen op een lage toon, het geluid van een rode reus, een ster die op instorten staat. Wij zijn niet anders dan de miljarden hemellichamen. Wij zijn een lichaam dat af en toe hemelse tonen aanneemt. Wij zijn een lichaam dat uiteindelijk uit elkaar valt in basiselementen van het universum. Een handjevol pulsarster weegt evenveel als een bergketen, zei de wetenschapper. Ik vouwde mijn handen en probeerde de ontembare massa rots te balanceren. Een dagelijkse oefening. Er zijn sterren die aan het einde van hun leven diamant worden, zei de wetenschapper. Daar hield het op. Ik kon niks meer verzinnen. Eindelijk een eigenschap die de mens nooit bezitten zal. 

Jolien Van de Velde
42 4

Vlindervingers

Aan de rechterkant van mijn hoofd, zo’n 10 centimeter erboven, hoor ik mijn souffleuse. Als het gevloeide even stokt, rond zich tast, geeft ze mij woorden in. Soms ben ik dicht of lui en dan verpakt ze de inspiratie van het moment. Voor later. Hoeveel van die pakjes er zo al verloren zijn gegaan. Het is een proces dat soms voelt als het verplaatsen van een dood paard, log en moeizaam. Weliswaar ritmisch verlicht door opstoten van treffende woordstromen. Plots ingevallen en al zeulend gevonden, staan naadloos en precieus geschikt naast elkaar. Het puzzelen en polijsten occupeert, doet mij verzinken in het behaaglijke creatorsvacuüm. De essentie bestaat uit het vormgeven en naar mensenmaat reduceren van de abstractie en onoverzichtelijke weligheid van het innerlijk wezen. Een vertaling van het onuitspreekbare. Woordkeuze staat op gelijke voet met inhoud en enig gevoel voor esthetiek is, wat mij betreft, onontbeerlijk. Bladvulling kan wel verzadigen, het is echter de verrassende complexiteit van de smaak die de doorslag geeft. En alle leegtes liggen overwogen gezaaid, in omarmende cirkels. Het zijn zij die met verdeling alles bij elkaar houden. Urenlang naar binnen staren, dwalen en draaien in een vergeten lichaam. Het schrijven is een scheppende schijndood die niet gepland wil worden en zich opdringt, persistent aandringt. Het noodzakelijke spreken dat geen woord waardig genoeg acht. Omgezette peinzingen die bleke vlaktes ontwijden. Gekiemd in zelfklevende reflecties en met bloeitijden die mij hele winters gewichtloos doen uitzitten. Mijn woorden dwarrelen voorbij andermans forten, uitgezonden om herkenning en afgebakende verbinding te vinden. Het zijn passanten die kleine briefjes tussen poreuze stenen moffelen. Dragers van dubbelzijdige spreuken en oneven gedachten. Vlindervingers geven de richting aan, dansend in een klare missie, steeds opnieuw de bestaansdiepte in.

KarolienDeman
54 1