Zoeken

Het is weer kapot

Moeder had een heilige schrik van techniek. Vooral op knopjes was ze niet gesteld. Huishoudelijke apparaten zoals het fornuis, de stofzuiger of het koffiezetapparaat waren geen probleem, maar de liftknop was iets anders. Of de videofoon aan haar appartement. Je moest meteen tegen de deur duwen als de zoemer ging, want ze drukte nooit lang genoeg. "Het is weer kapot", zei ze telkens. Wat ook schattig was. Ze zijn immers van een generatie waarbij je zelf alles in de hand had. Het was vaak een kwestie van duwen of draaien om iets in beweging te zetten. Zoals de raamslinger in de auto. Tegenwoordig zijn dat knopjes en de techniek doet de rest.  Zo reden we onlangs een parkeergarage binnen. Ik stopte aan het ticketapparaat. Trouwens, bij het buitenrijden moet je het ticket niet meer in de automaat steken, want de slagboom gaat automatisch omhoog. Nummerplaatherkenning. “Ze vinden toch wat uit”, zou ons ma zeggen. Maar die slagboom gaat nooit onmiddellijk omhoog, waardoor ik begin te twijfelen en dan wil ik het kaartje toch in de gleuf steken. Afijn, toestanden. Maar terug naar het ticketapparaat. Ik drukte blindelings op het knopje om het raam te openen en daarna wilde ik mijn hand naar buiten steken. Maar blindelings is nooit goed. Ik drukte per abuis op het knopje van het autoraam achter me, hoorde een raam opengaan, maar had niet door dat het een ander was. Met als gevolg dat mijn wijsvinger dolkomisch tegen het gesloten raam stootte. Het leek wel een scene uit een Laurel en Hardy film. Mijn vrouw naast me probeerde nog, maar ze kon haar lach niet onderdrukken. Onze oudste op de achterbank had zijn hoofd al gierend door het geopende achterraam gestoken. De chauffeur achter me wist niet wat er gaande was. “Het is weer kapot”, zei ik.

Rudi Lavreysen
8 0

Atlas, of hoe wanneer hij vertelde wat er gebeurd was mensen letterlijk uit de lucht vielen

Ik peins dat het immers beleefd is uit de lucht te vallen wanneer iemand iets verschrikkelijks met u deelt. Wat zou het anders betekenen als iemand dit niet zou doen? “U had het zien aankomen?”, “U had het kunnen raden?”. Waaraan had u het gezien? Had u oog voor mijn blauwe plekken of spotte u eerder een mentaal kapitaal dat niet behoort in de publieke ruimte? U had ook niets kunnen zeggen. Of kunnen fluisteren: “Oh, wat erg.” Om vervolgens gedurende je kleinkindbezoek, je nageslacht stevig vast te pakken, een aantal seconden langer te omhelzen en hen in de ogen te kijken, zoekend. Maar nooit had ik kunnen bedenken hoe mensen letterlijk uit de lucht zouden vallen. Het startte aan de koffietafel, 6u15. Twee sneden geroosterd brood later, waar ik voor het eerste een verklaring gaf voor een uitgelopen ruzie diezelfde nacht. Mijn partner liet zijn verbrande brood vallen en waar kruimels tot nu toe verspreid lagen overheen het keukenblad vormden ze één front. Onze ogen kruisten, een duur tekort om op te maken hoe mijn partner werkelijk dacht. In minder dan een aantal seconden verdween zijn lichaam en vervolgens trof zijn vlees en bot de koude ondergrond van mijn achtertuin. Ik heb vernomen dat deze ongelukkigheid enkel mezelf treft en dat het niet uitmaakt of ik de mensen waarmee ik het deel al dan niet ken. Waar ik me oorspronkelijk schuldig voelde om de dood van naasten, weerhoud ik mezelf nu in oordeel. Mijn therapeut benadrukt dat de dood niet mijn verantwoordelijkheid is om te dragen, maar dat ik waakzaam moet blijven. Sommige dingen deel je beter niet. Ook mijn therapeut heb ik bedolven onder omgespitte aarde. Ondertussen heeft het gemeentebestuur me gedwongen te verhuizen. “Het aantal doden per vierkante meter overstijgt beter het aantal inwoners van een stad niet.” Ik neem het hen niet kwalijk, vertel ik terwijl ik langzaam knik. En nu? Ik vraag me af waar de uitspraak ‘uit de lucht vallen’ vandaan komt en of ik het al dan niet meer gepast vindt met de voeten op de grond te blijven wanneer iemand iets vertelt wat te zwaar is om alleen te dragen. Ik denk dat ik dat maar ga uitzoeken. Ik spreek u later nog.          

Flynn_ensor
22 0

Dialoog: Typiek

Tram 14 staat stil in een metrotunnel om een nog onbekende reden. Er heerst een gespannen, geïrriteerde sfeer. Het is namelijk het einde van de werkdag.Mensen zitten op elkaar gepakt en een man probeert nog wat brood te verdienen door ongevraagd zijn accordeon te spelen. Telkens weer hetzelfde liedje. Seppe kijkt van zijn telefoon, fronst de wenkbrauwen en kijkt om zich heen.'Staat de tram hier nu weer stil?' zegt hij tegen iedereen en niemand in het bijzonder. 'Dat is toch niet meer normaal, altijd hetzelfde hier.'Hij kijkt of iemand hem gehoord heeft en maakt oogcontact met Loe, die te laat zijn ogen weer laat neerdalen richting de vloer. Zijn rechterbeen trilt en hij voelt de blik van Seppe op zich. 'Het...het lijkt er op ja...' antwoordt hij.De opening is gemaakt. Seppe negeert de lichaamstaal van Loe, werpt zijn handen in de lucht en gaat verder met zijn betoog: 'Typisch het openbaar vervoer, je kan er nooit op rekenen.' Loe blijft zijn handen bestuderen,  zegt mompelend doch beleefd: 'Moet je dan zo dringend ergens zijn?' Er verschijnt een grimas om zijn lippen.'Nee, niet per se, maar ja, dit kan toch ook niet. Hier zitten we nu weer!', zegt hij opnieuw.'Stoort je dat dan niet?'Loe kijkt Seppe voor het eerst in de ogen: 'Ik ben blij om hier te zijn, heb niet echt ergens anders om naar toe te gaan dus, euh, neen.'Seppe kijkt op zijn horloge - 10 na 5 -, kruist de armen en leunt achterover tegen de stoel terwijl hij zijn linkerbeen over het rechter slaat. Zijn voet begint te trillen. 'Allez zeg, op deze manier gaan we ook niet voortgeraken.''En waar moet je dan zo dringend naartoe? Sorry, dat heb ik misschien al gevraagd.' Seppe slaat zijn handen in de lucht, buigt dan naar voren en legt de armen over zijn knieën. Wrijft daarna met zijn vingers in zijn ogen. 'Nee, ik moet nergens zijn.' zegt hij geïritteerd, 'maar als mensen zich met niks meer bezighouden, er niks meer mee inzitten, zie ons hier nu allemaal staan lummelen, de wereld gaat toch niet vanzelf!'Loe voelt zweet opkomen in zijn nek en over zijn rug. Zijn haren staan recht, terwijl Seppe helemaal opgaat in zijn betoog. Hij ziet andere mensen meeluisteren, begint luider te praten, waant zich op zijn podium. Ik moet hem proberen intomen, denkt Loe. Hij raapt zijn moed bij elkaar, maar die verdwijnt weer evensnel in de schoenen. Hij fronst en stottert: 'Misschien, misschien moet je ook even de wereld laten voor wat ze is? En tot tot tot rust komen? Toch? Hij zucht diep, probeert zijn hartslag weer onder controle te krijgen. Seppe kijkt hem aan met een blik die niet veel goeds doet uitschijnen. Op dat moment komt er een mededeling.

Wout
0 0

Dialoog: Stap 1

- Maar jongen toch.Een termos troost, twee tassen en enkele koffiekoeken van de bakker om de hoek op het doorzichtige, doorleefde tafellaken. Ze heeft haar keukenschort nog aan, de aardappelen zijn reeds geschild, de boontjes gedopt. Ze brengt haar hand naar haar hals en staart hem aan. De tranen staan in haar ogen. - Het is niet anders, antwoordt hij. Hij kijkt naar zijn voeten, zijn armen gevouwen voor zijn borst. Nooit goed geweest in dit soort gesprek, denkt hij bij zichzelf, maar het moet nu maar. De bezorgdheid wordt zichtbaar op haar voorhoofd. Twee verticale lijnen verschijnen tussen haar wenkbrauwen. Een frons. De vragende blik. Ze neemt haar stoffen zakdoek uit haar mouw, snuit haar neus en zegt: - Ik dacht dat dit achter de rug was.- Niet dus. Niet voor mij. Het gaat hier om mijn leven, mijn verleden.Zijn handen liggen nu op zijn schoot, gebald in een vuist, zijn rechterbeen trilt. Even doorbijten nu, dan heb ik mijn plicht gedaan.- Heb je al met Va gesproken? Ze reikt haar hand uit naar de zijne. en vervolgt: Je zal hem hier pijn mee  doen.- Ja, weet ik. Zijn kaken klemmen even op elkaar.   Ik wilde het eerst aan jou zeggen.Hij kijkt haar aan nu. Snot druipt uit haar neus. Wat zijn mensen lelijk als ze wenen, maar wat hou ik van haar. Hij kijkt weer weg, de vlek op het tafellaken, een souvenir van afgelopen Kerstmis, is een welgekomen afleiding. - Heb je hier goed over nagedacht?Voor het eerst zoekt hij oogcontact. - Ja, zegt hij vastberaden. Een diepe zucht, de last valt af.- Dan moet het maar.  Berustend leunt ze achterover in haar stoel. Het is voorbij. Al begint het pas.

Wout
5 0

Koude douche

Het regent volop in november en het regent al dagen achter elkaar, het is guur weer. De regen heeft een spoor van water achtergelaten. Ik kijk naar buiten en zie de regendruppels aan het raam blijven plakken. De dagen worden korter en korter. Soms met wat miezel of regen. De bladeren van de bomen gaan langzaam verkleuren in de kleuren van de herfst. Veel bladeren hebben de takken verlaten door de wind, regen en kou. De eerste natte sneeuw zorgt voor nog meer moeilijkheden voor het verkeer. Alle straten liggen bezaaid met regenplassen groot of klein, ook op het voetpad. Vandaag met de bus naar het werk. Sommige plassen zijn voorzien van afgevallen bladeren van de bomen die het voetpad sieren. Ik ontwijk de plassen en spring als een springpaard over de plassen. Met veel concentratie loop ik naar de bushalte en ontwijk zoveel mogelijk de regenplassen op het voetpad. Groepen kinderen gaan naar school met hun regenpak aan voor er weer eens een bui het op hen heeft gemunt. Ook de rugzak op de bagagedrager is voorzien van een vuilniszak tegen de regen. Voor de bushalte ligt een grote plas met water. De meeste automobilisten willen je een nat pak bezorgen door in de plas te rijden, vinden ze leuk. Het is dringen geblazen in de bushalte omdat veel scholieren en mensen die naar het werk gaan de bus pakken. Ik word gebeld en neem mijn mobiel op en loop langs de stoep. De bus zie ik in de verte onze bushalte naderen, nog even geduld. Een auto haalt in de verte de bus in en nadert de bushalte met rasse schreden. Ik wil twee stappen terug doen, te laat. Voor ik het wist was de auto sneller dan ik. Dit is weer een momentje van onoplettendheid die mij duur komt te staan. Ik krijg een vloedgolf aan water over me heen en ben kletsnat. De automobilist heeft zijn zijraam open staan met de radio keihard aan. Uit de speakers schalt ‘Wet Wet Wet’ met de klassieker ‘Love is all around’ .

Jan Sluimer
22 0

De dans van de hamburgereter

Met een stevige wandelpas in de benen botste ik op twee personen die me prompt deden stilstaan. Het koppel was druk doende een hamburger te verorberen. Elk op zich, niet samen één hamburger. Er waren twee redenen om mijn pas in te houden. Om te beginnen was ik redelijk ontsteld over het feit waar ze die hamburger vandaan hadden gehaald. Er moest een of ander evenement gaande zijn. Maar bovenal was het een plezier om de twee hamburgereters te aanschouwen. Het lijkt wel een dans. De dans van de hamburgereter. Ze zouden het als toelatingsproef bij de toneel- of dansschool kunnen geven. Als de eter zijn mond in de hamburger zet, gaat het hoofd steevast ietwat schuin naar beneden. Als ze wandelend eten, wordt er gestopt, want de twee gaan moeilijk samen. Na de beet doet de tong het nodige werk, want een hamburger eten zonder etens- of sausresten achter te laten rond de mond is onmogelijk. Soms blijft het daarbij niet en valt er saus naar beneden. In het slechtste geval op de jas of de schoenen, waarna er een nieuwe danspas volgt. Geloof me, het is een waar spektakel.  Plots zag ik de hamburgerwagen staan. Het was een geel en mooi vintage model. Het leek wel of hij uit de straten van New York was geplukt. De wagen stond er als een ster aan de hemel die me de weg wees. Maar ook al passeerde ik nog een paar hotdog- en hamburgereters, en nestelde de heerlijke geur van gebakken ajuin, zuurkool en vlees zich in mijn neus, toch kon ik er aan weerstaan.  En daar was ik best trots op. Maar ondertussen, iets later op de dag, heb ik er dik spijt van. Dju toch, wat zou een hamburger hebben gesmaakt. Zou die gele wagen er nog staan?  

Rudi Lavreysen
9 0

Massagepaleis

Wij waren teruggegaan. Naar onze bars, massagesalons en paleizen. Onderweg hadden wij het gezien. Alle kinderen, zij waren bleek of rood en elke jood kreeg al een messteek in de keel. Eindelijk. En u moogt echt zelf kiezen waar de woorden gelegd worden, wat waaraan wordt gekleefd. Het bloed aan de muur. De stroop aan de baard en in het begin was er slechts sprake van gesprekken bij een open haard. Lekker warm zijn de vijf sterren van het chique hotel, een schoon chateau. Doch. De zon slaagt er niet in. Om zonlicht te laten schijnen op ons welzijn. Intussen blijft het maar draaien. Dat zwijn aan het spit. Opa zit daar alvast. De tanden van zijn vals gebit te slijpen. Hij denkt dat er gebeten zal worden. Door de tijd. Door een meid tijdens het pijpen. Door een mug in de zijarm van een stroom. Wij zullen nooit meer verder geraken. Hier moeten blijven. Dat is ons lot. Tot er een ster valt, er nog vier ogen naar mij staren.  Één werd ooit getekend in een driehoek. Een ander is van een naald die niets meer hechten kan. De overige twee. Die zijn van hetzelfde Palestijnse kind maar liggen ver uiteen. Het kwam door een bom of dat noodlot. Dat moet nog worden uitgemaakt door een dronken deurwaarder. Hij hangt ginds. Aan de toog van het massagepaleis. Is er nog drank die sterk genoeg is om de pijn te dragen. De waarheid echter. Zij wil niet meer geboetseerd worden. De workshop in de kelder werd intussen afgelast. En de kelner. Hij zal goed mogen poetsen. Schuren. Want zelfs de scharnieren van het luikje naar morgen stinken naar dat mensenvet. Of komt het van dat zwijn dat bijna helemaal gesmolten is. Schat, niets valt nog te smullen. Wij moeten echt terugkeren. Naar het begin. Toen er nog geen bars, geen massagepaleizen waren. Geen joden noch Palestijnen. Naar die ijstijd, mijn liefste, toen wij nog lekker likken mochten. Schuldigweg. Ja echte liefde durfden te betasten. In het donker. Zonder sterren, zonder tekens op een frak of naar elkaar. Nergens was een plas met Palestijnenbloed. De maan stond goed. Het mes lag in de schuif en bompa zat daar. Onverschillig. In een hoek. Dood. Op zijn gemak.     uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
7 0