Zoeken

Koelkastverhaal #3

Voldaan plaatste hij de toespijs terug in de koelkast. Elk potje en vlootje had daar zijn eigen “parkeerplaats” die netjes met plakband was afgebakend, en was voorzien van een relevant Dymo-label. Opeens meende hij het getokkel van een ukelele te horen, besefte dat het inbeelding moest zijn en staarde een tijdlang met opengesperde ogen voor zich uit, zonder één keer zijn ogen te sluiten. Tot op de dag van vandaag kan hij nog steeds niet zeggen waarom hij vervolgens deed wat hij deed. Hij trok het label ‘vegetarische spread, 150g’ van het bovenste schap, propte het in zijn linkerneusgat en ging op zoek naar zijn oude ukelele. In een vorig leven had hij die eens fluogroen geschilderd tijdens een bad trip op paddo’s. Hij rende als een bezetene de zoldertrap op, terwijl verdrongen herinneringen aan gouden jaren hem overspoelden als een tsunami die door geen enkel oceanisch instituut was voorspeld.     Na lang zoeken vond hij in een grote, oude doos met opschrift ‘I heART the 60s’ zijn zelfgemaakte abstracte schilderijen, de ukelele (niet fluogroen maar fluopurper, merkte hij op) en een dagboek van meer dan dertig jaar oud. In dat dagboek, herinnerde hij zich plots, stond alle waarheid van het universum. Het ontlokte hem een gelukzalige huilbui. Hij begon te bladeren. Orde en chaos werden gelijktijdig geboren, las hij en mijmerde over het exacte moment dat de poorten van zijn bewustzijn zich hadden geopend.     “Zouden de kip en het ei ook gelijktijdig geboren kunnen zijn?” vroeg hij plots luidop, geïnspireerd. Hij sloeg het boek dicht en verliet het huis. Hoog tijd om een nieuwe dealer te vinden.  

Jelle Spruyt
6 0

Bij Jeanke

Ik kocht een boek met daarin enkele wandelingen die een schrijver meer dan 100 jaar geleden in zijn stad maakte. We volgen zijn pad. Idolatrie ten voeten uit. Bij Jeanke staat er sierlijk met gebogen letters op het raam van een café waar hij wel eens kwam. Het pand is nog net herkenbaar op de foto in het boek. We zijn de enige klanten. De patron is een grote man met opvallend brede schouders. Het verkleinwoord is niet op hem van toepassing. Hij is een hele Jean. "Goedemorgen. Nieuwe klanten stellen zich altijd dezelfde vraag", zegt hij aan onze tafel, waarna hij naar een grote ingekaderde foto aan de muur wijst. "Dat is Jeanke", vervolgt hij. Op de foto zien we een kleinere man in een net pak. Hij rookt een dun sigaartje en zit aan hetzelfde tafeltje aan het raam waar wij nu zitten, maar er staat iets anders op het caféraam achter hem. Ik moet het in spiegelschrift ontcijferen. "Café Welkom", lees ik. “Zo heette het café 100 jaar geleden al, toen de schrijver hier nog kwam.” "Toen ik het café een vijftal jaren geleden overnam en met de verbouwingen bezig was, kwamen een aantal van de oude vaste klanten een kijkje nemen”, zegt de patron. “Al snel viel de naam Bij Jeanke. Wat bleek? Niemand zei Café Welkom, maar wel Bij Jeanke, omdat hij hier jarenlang dagelijks zat. Hij was jong weduwnaar geworden. De nieuwe naam voor het café was gevonden. Deze foto kreeg ik van zijn familie. Niet lang nadat de vorige eigenaar het café sloot is Jeanke gestorven.” Als hij even later terugkomt met onze bestelling, vraag ik hoe zijn naam is. “Een aantal klanten weten het, maar ik hou het geheim. Iedereen spreekt me toch aan met Jeanke. Het is al bij al een mooi verhaal.”

Rudi Lavreysen
18 1

Berrevoets

"Het huis staat er nog." Ik was vergeten dat vader het altijd zei als we met de auto - het moet die blauwe Renault 6 zijn geweest – bij onze oprit indraaiden. Alsof het huis gestolen kon zijn geweest. Of afgebroken, of erger. Wat straf zou zijn, want we waren nooit lang van huis. Het was wellicht zijn manier van zeggen dat het altijd goed thuiskomen was.  Vervolgens door de witte garagepoort naar binnen. Later werd die vervangen door een bruine kantelpoort, waarmee je toch voorzichtig moest zijn. Ze had een kleine terugslag.  Eenmaal binnen had iedereen zijn of haar ritueel. Bij mij was het de gewoonte om na mijn schoenen ook mijn sokken uit te trekken. Pantoffelfabrikanten hebben aan mij geen woekerwinsten gemaakt. "Onze Rudi loopt weer berrevoets", zei onze pa als hij het zag. "Trek toch sokken aan. Of sloffen." Ik doe het nog altijd. Is het om gezondheidsredenen? Nee, eigenlijk niet. De ene blotevoetenkenner zegt dat het gezond is om je voeten contact te laten maken met de ondergrond, terwijl de andere beweert dat het niet goed is voor je houding. Ze spreken elkaar net zo hard tegen als onze pa en een van onze kaartnonkels, waarbij de ene beweerde dat hij wel goede speelkaarten had en de andere het stellig ontkende met "Gij hadt zelfs geen vluchthand". Een zin die ik als kleine jongen betoverend vond, maar nog niet begreep. Och nee, gezond of niet, die blote voeten. Het is thuiskomen, net zoals vader indertijd zei dat het huis er nog stond. "We lopen weer berrevoets", zeg ik dan stilletjes terwijl ik over de vloer schuifel. "We?", vroeg mijn vrouw onlangs. “Ik niet.” Ik zei het blijkbaar luider dan ik dacht.  "Euh, jawel", zei ik. "Ik zeg 'we' zoals in het koninklijk meervoud. Het meervoud van tevredenheid."

Rudi Lavreysen
17 1

Ja, precies

We stappen door het fraaie stadje Haarlem en achter ons babbelen twee uit de Hollandse kluiten gewassen jongemannen er vrolijk op los. Ze hebben het over games. Een overgroot deel van wat ze zeggen begrijp ik niet. Gamerstaal. Wat ik wel versta is waarmee de ene bevestigt wat de andere zegt. "Ja, precies!" In de auto ernaartoe hadden we het er al over hoe vaak onze Nederlandse vrienden 'Ja, precies' zeggen. Telkens als we het horen, kijken we instemmend naar elkaar. In het hotel zegt de receptioniste het tweemaal. Bij het bezoek aan het prachtige Frans Hals Museum, een uitgeweken Antwerpenaar, horen we het niet. Een kleine honger dient zich aan. Ik heb al een paar zaken met een Franse naam gezien. Het zijn misschien Belgische invloeden? Van Frans en zijn volgelingen. Bij Monsieur Rouge is geen plaats. Wel bij het vlakbij gelegen Morris. Zoals de striptekenaar van Lucky Luke. Ook een Belg. Het is een hippe tent. De ober vraagt of we zijn formule al kennen. Kijk, een hippe tent tot daaraan toe, maar als ze met wiskunde beginnen, zijn ze me kwijt. Het blijkt iets te zijn met hapjes en kiezen en sharing. Het is me veel te ingewikkeld. Mijn vrouw vraagt of we ook gewoon à la carte, zonder de formules, kunnen eten. We krijgen een 'ja, precies'. Hij vraagt vriendelijk hoe mijn steak gebakken moet zijn. "Saignant graag", zeg ik. Hij kijkt me aan alsof ik plots in het Swahili begin. Ik heb me wat op de hals gehaald. "Ah, sorry", zeg ik. "Zo zeggen ze dat bij ons, vanuit het Frans. Eerst bleu, dat is amper in de pan, en dan saignant". "Ik begrijp het", antwoordt hij. "Hier is dat medium rare." Het is eruit voor ik er erg in heb. "Ja, precies", zeg ik.

Rudi Lavreysen
14 3

Zerp aas en paarse lippen

‘Een driehoek is een vierhoek met een handicap’   En de hoeken zelf. Die worden hierdoor scherper. Spits en snedig. Opgehangen is zo’n driehoek ideaal. Een schommel voor die rare vogel. Zerp aas in de bek. Paarse vlekken op de vleugels en de ooievaar lust ongeluk.   ‘Hij hangt in de lucht als een afgedreven klucht’   En wie heeft al dat lachgas geslikt. Dimitri. Weet jij misschien waarom. Die lippen kunnen amper nog bewegen. Lamgeprikkeld. Door een cactusje of twaalf. Een half dozijn in elke hoek. Een mond die niet meer eten wil.   ‘Tongverlies gebeurt wanneer gewed wordt op de stilte’   Er wordt best gezwegen. In lokalen en bokalen. Derde verdieping en richting zolder. Daar slapen vele foetusjes. Gestold in formol en ik zeg het je. Dimitri. Had je maar een ladder. Kon dit dakraam maar open. Eer die afgrond.   ‘De regenboog is het beste wapen tegen grauwe dagen’   Doch. De pijl is lang niet puntig genoeg en wie zal die moord plegen. Dimitri. Wil iemand een kop voor zijn krant met voetnoten. Voor een lijf met scheve poten. Leeft ergens dat wezen. Onbevangen. Dat zich met jouw angsten voeden wil.   ‘De pompbediende zegt dat elke druppel zijn weg vindt’   Na de plensbui volgen afgebroken gletsjerwanden en in het achterland wordt gevreesd. Voor overstroming van de vergeetputjes. Allicht ook het binnenplein. Dimitri. Jongen. Echt. Door die zee vol dode beesten wordt het moeilijk varen.   ‘Dit vaarbewijs is geldig vanaf het eerste vaarwel’   Pas wanneer er schot in komt. Die stoomboot bijgetankt heeft. Trek nog een paar strepen. Teken golven overal. Zet wat kruisjes in de atlas van de dood. Morgen. Rakker. Dan breng ik nog meer stiften voor je mee. Rood. Paars. Blauw en grijs. Nog meer felwit papier. Voor snijdende lijnen. Drie- en vierhoekjes. Niet al te groot en vergeet niet. Die grauwe lucht. Twee meeuwen in een V. Het zerpe aas en die bezopen fee. Met paarse lippen.       uit de reeks 'Duim voor Dimitri'

Bernd Vanderbilt
1 1