Zoeken

Rondom ons

  Het is enkel nog wachten op de Grote Concentrische Versnelling.. Ignace verrast ons steeds, hij slaat soms met de waarheid, schenkt de wanhoop zijn berusting. Iemand heeft deze nacht de maan volgegoten met een witte schijn en romantische clichés. U bent gewaarschuwd. Doe niet mee aan dat gelul. U maakt zich compleet belachelijk, zult nooit kunnen toetreden tot Ons Gezelschap, ook al komt U hier elke dan aan frikandellen zuigen. Wij zullen niet lachen, niet omkijken, niet juichen en waag het niet om op dat ene vrije stoeltje te komen zitten. Dit is geen tafeltje voor ellendige gedachten die nooit uit hun doos geraken. Rot op als U slechts driedimensioneel bent, of misschien erger nog, een platvloerse tweedimensionele ploert die land, de aarde, zand noch klei kan overstijgen. Raymond Kinnemans uit dat Groene Woud mag het ook vergeten. We zullen hem niet uit zijn klei komen trekken. Zakt men weg, dan is het eigen schuld dikke bult. Intussen is hij daarmee bezig in zijn schulp. Ignace is de Schepper van de Andere Concentrische Ruimte. Onze drie dimensies bestaan immers binnen een andere vierdimensionele ruimte. Die vierde dimensie is een Concentrische Kracht. Wie het tegendeel niet bewijzen kan, moet dit als een mogelijkheid aanvaarden! Trouwens, om deze wereldse klotenboel te stoppen, is dit de Grote Uitweg en zij die geloven in de komst van redders, toen nu en nooit... wel, die zijn eraan voor de moeite! Wij van Ons Gezelschap walgen van dergelijke dogmatische prietpraat. Het is slechts stijfheid in te starre geesten en ach... Ignace beseft dat wel, die gedachte aan een Concentrische Circulaire Ruimte is slechts een natte droom voor wie meer dan genoeg heeft van deze mensheid met al zijn wreed- en kleingeestigheden. Toch, zegt Ignace, ik kan het voelen. Die andere vierdimensionele ruimte rond de ons stelsel begint te krimpen. De kern van ons Ding, dat molledomme mensen Aarde noemen, begint het te voelen in haar Grote Middellandse Scheur. Vulkanen die al eeuwen sliepen staan op springen. De concentrische druk neemt. De Napolitanen en Santorinezen zouden beter vluchten. Zij komt straks, de Grote Versnelling van de Concentrische Kracht en de boel spat eindelijk uiteen om dan te verdwijnen in het Oog van de Naald. Applaus aan ons tafeltje en we zeiden het eergisteren nog. Voor ellende, rottigheid en schijnvooruitgang is er een oplossing. Men moet slechts durven ervan te dromen. In de tussentijd aanschouwen wij dat mank gedoe en scheve heisa. Wij zuipen Mort Subite. Wij kruipen nooit. Dat is voor degenen die zich laten kwellen, nederslaan door angst en dwang, die Zieke Mensheid in zich draagt.     uit de reeks 'Ignace Somers'

Bernd Vanderbilt
0 0
Tip

Eiland

Buiten is het min tien graden maar ik besluit toch een korte avondwandeling te maken, mijn lichaam is moe maar mijn geest snakt ernaar. Om de kou te trotseren giet ik de laatste slokken thee door mijn slokdarm, die hopelijk als een schoorsteen in een herenhuis de warmte vasthoudt. Mijn voetstappen echoën in de hal bij het afdalen van de wenteltrap. Ik druk de code in en duw de zware deur open. Er ligt ondertussen een dikke laag sneeuw, de straatlampen doen het witte kleed glinsteren. Met mijn handen in mijn zakken knisper ik voorzichtig naar het ijzeren poortje, dat het landhuis afscheidt van een parkweg. Via een oude stenen brug kom ik op een kleiner eiland, dat alleen bestaat uit een park. Je kan er enkel komen via deze brug. De oppervlakte van het eiland bedraagt amper een kilometer. Door het late tijdstip en de vriestemperaturen zou het best kunnen dat ik vanavond helemaal alleen ben. De mensen die hier wonen noemen het eilandje soms een ‘enorme privétuin’. Van deze gedachte wil ik even genieten. Ik plant mijn schoenen met de hiel eerst en dan geleidelijk tot de tip in de sneeuw, heel traag, genietend van elke krakende stap, alsof nooit iemand hier eerder is geweest. Kleine vissersboten staan in hun metalen stallen langs de kade. Ze houden hun winterslaap onder plastic zeilen die ze beschermen tegen regen en vorst. Hier en daar brandt een fel werklicht, maar afgezien van een enkele kraai is er geen beweging. Aan de overkant van het meer, dat helemaal bevroren is en waaruit telkens met een meter of twee ertussen meerpalen omhoogsteken aan beide oevers, die me doen denken aan dat Vikingspel waar je ringen rond de palen moet gooien, zie ik rijen huizen met in de gevels allerlei verlichte vierhoekjes. Hoewel er een heldere hemel hangt, tel ik maar een ster of drie. De meest schitterende staat in het zenit boven de kerk. De weg loopt steil naar boven en aan weerskanten staan lantaarnpalen, maar ze werpen al hun licht op het midden van het pad, alsof ze elders niet willen schijnen. Af en toe hoor ik gekraak net voor of na mijn voetstappen in de sneeuw, maar als ik achterom kijk, ben ik alleen. Uit het niets schiet er een kleine zwarte hond rakelings voorbij en volgt de weg die naar links afdraait. Over mijn schouder speur ik het sneeuwlandschap af naar een man of vrouw met een lijn in de hand, maar er is niemand. Er heerst een oorverdovende stilte, alsof de sneeuw ook een laken over al het geluid heeft gelegd. Ik schuifel opzettelijk wat harder in de sneeuw om er zeker van te zijn dat ik niet plots mijn gehoor ben verloren. Dan hoor ik de hond in de verte, het schelle geblaf kaatst tussen de kale bomen. Wanneer het blaffen is uitgestorven hoor ik heel zacht mijn naam. Zonder aarzelen versnel ik mijn pas en volg het pad. Het is alsof mijn lichaam reageert op het horen van mijn naam, zonder dat mijn geest al een besluit had genomen. De stem klinkt steeds duidelijker en dichterbij naarmate ik het pad volg, maar de scène blijft berusten op dezelfde elementen: een sneeuwtapijt, links en rechts een bomenrij, sporadisch onderbroken door een besneeuwde smeedijzeren bank of een lantaarnpaal. De weg begint af te hellen en ik ondervind steeds meer moeite om niet uit te glijden. Uiteindelijk gebeurt toch het onvermijdelijke: ik struikel over een steen en glij naar beneden. Gelukkig kan ik mijn val breken met mijn handen. Wanneer ik weer opsta, is het stil. Geen stem meer, geen geblaf. Ik sta nu op het breedste stuk van het eiland. Aan de rechterkant staan drie schommels. Er schijnt een witgele spot op, waarmee het bedoelde effect, namelijk dat kinderen op dit late uur nog kunnen zien wat ze doen, drastisch wordt omgekeerd, alsof de bedoeling erin bestaat om de kinderen vanuit de duisternis te begluren. Het doet me huiveren. Links staat een amfitheater. De sneeuw geeft de stenen zitjes een bepaald cachet, zoals de rode gestoffeerde stoelen in een Victoriaans theater. Op de op één na hoogste rij, pal in het midden, ontwaar ik een figuur, een man. Hij wenkt me. Wanneer ik dichterbij kom, valt het me op dat hij geen jas, sjaal, muts of handschoenen draagt. Hij is volledig kaal en gladgeschoren. Hij gaat gekleed in een maatpak, met parelmoeren manchetknopen en een kobaltblauwe vlinderdas. Hij zegt niets, hij kijkt me alleen aan en glimlacht. Ik merk op dat er geen sneeuw ligt op zijn pak. ‘Hebt u het niet koud?’ Hij schudt zijn hoofd. Aan zijn voeten ligt een hond, de hond die me eerder voorbijliep. ‘Is die hond van u? Ze zijn in dit park bijzonder streng op loslopende honden, wist u dat?’ De man geeft geen antwoord, zijn mond blijft in een gelukzalige glimlach staan, bijna zelfvoldaan. Sneeuwvlokken dwarrelen langs hem heen, hij lijkt wel een soort warmte te verspreiden. Pas wanneer ik hem wil verlaten met deze kleinburgerlijke opmerking, die ik anders niet zou maken maar die de man aan me had onttrokken door zijn zwijgzaamheid, spreekt hij. ‘Hij was niet van mij.’‘Excuseer, wat bedoelt u?’‘De hond. U vroeg of de hond van mij was. Hij was niet van mij, maar hij is naar me toegekomen, en wat naar me toekomt, komt me toe. Nu is hij dus van mij.’ Ik knik en maak aanstalten om te vertrekken, wanneer hij mijn arm kort aanraakt, met een zacht gebaar. Zijn hand is spierwit maar voelt warm, zelfs door mijn jas heen.‘Bent ook u niet naar mij toegekomen?’ Zijn ogen zijn diepblauw, dezelfde kleur als zijn vlinderdas.‘Ja, omdat u me wenkte…’ aarzel ik. ‘Maar ik moet dringend naar huis.’‘Niemand komt zomaar’, sprak de man onverstoord verder. ‘U bent schrijver, is het niet?’Na de vele wanhoopspogingen tot poëziebundels en een aantal mislukte romans die ik zelfs niet durf opsturen naar een uitgeverij, verval ik bij deze vraag haast automatisch in relativerende lichaamstaal: ik haal mijn schouders op, tuit mijn lippen, blaas ostentatief lucht uit mijn bolle wangen. Maar dan vraag ik me plots af hoe deze man aan die informatie komt. Net wanneer ik hem met stelligheid wil vragen of hij me soms achtervolgt, valt hij me in de rede, alsof hij mijn interne redenering heeft gehoord.‘Ik kan u helpen. Alles wat u hoeft te doen, is mij volgen naar de brug.’ Zonder mijn antwoord af te wachten, staat hij op van de tribune en loopt hij voor me uit. De hond volgt hem en opnieuw maakt mijn lichaam dezelfde beslissing. Na een tijd komen we aan een brug, en hoewel het ontegensprekelijk dezelfde brug is, zijn we de andere kant uitgelopen. Tussen de relingen hangt een gele gloed. Ik wil hem vragen of er misschien een tweede brug is die niet op de kaart staat, maar hij wenst me enkel succes. Daarna keert hij zich om en wandelt weer in de tegenovergestelde richting. Zijn voetstappen laten geen sporen na in de sneeuw. Nu wacht mijn lichaam wel tot mijn geest besluit om over de brug te gaan. Aan de andere kant vind ik niets bijzonders, alleen de plotse zin om te schrijven.

Lennart Vanstaen
127 7

Van Berlo Tessy - Verraad op de boerderij

Op een warme junidag in 2010 vindt de 67-jarige Lea het lichaam van haar buurman Louis Peerds bewusteloos op zijn erf. Louis is gepensioneerd boer en woont om de hoek van Lea en haar jongere zus Valerie, die een fruitboerderij runnen. Lea verwittigt de hulpdiensten en de ambulancier laat zich ontglippen dat het lichaam van Louis vreemde wonden vertoont voor een ‘gewone val’ en ook op een vreemde plaats ligt. Alsof hij zichzelf heeft verplaatst om in de schaduw te liggen.  Aangezien Louis geen naaste familieleden heeft, zorgen Lea en Valerie voor de groentetuin, de hond en de post. Maar al snel merken ze vreemde voorvallen. Water onder het kraantje in de schuur, verse groenteschillen, uitgetrokken onkruid, enz.  Een paar dagen later ontdekken ze een 16-jarige jongen die blijkbaar weggelopen is van huis en al een tijdje bij Louis verblijft in ruil voor klusjes. Lea is ontzet over wat Louis gedaan heeft maar luistert toch naar de jongen. Louis is niet zomaar gevallen. Er was een struikeldraad gespannen aan zijn achterdeur en nadat Louis was gevallen, waarbij hij zijn heup brak, kwam een man om met een steen op zijn hoofd te slaan tot het bloedde. Het was de jongen die Louis heeft verplaatst opdat hij niet in de zon zou blijven liggen. Maar om zichzelf niet te verraden heeft hij geen hulp ingeroepen. Lea, een gepensioneerde geschiedenislerares en een bazig type, vindt dat ze de jongen en het voorval onmiddellijk moeten aangeven. Valerie, de zwijgzame en onderdanige van de twee, pleit ervoor de jongen nog even op te vangen en te wachten tot Louis terug is uit het ziekenhuis. Voor één keer geeft Lea toe. Er is ook iets vreemds aan de hand met haar zuster. Wanneer de ambulance Louis kwam ophalen was Valerie opvallend geëmotioneerd voor zomaar een buurvrouw te zijn. En bij het openen van Louis’ telefoonrekening constateert ze ook dat er veel telefoontjes naar hun boerderij zijn gepleegd. Telefoontjes waar Lea geen weet van heeft. Wanneer Louis uit coma is en de zussen hem gaan bezoeken is Valerie opnieuw opvallend emotioneel. Ze is uitgelaten opgelucht dat hij het wel zal redden en beiden zitten voortdurend blikken uit te wisselen. Lea begint haar zus ervan te verdenken op zijn minst een boon te hebben voor de oude buurman.  Louis reageert defensief wanneer Lea hem confronteert met de ontdekking van de 16-jarige Quinten die hij al maanden in huis verstopt houdt. De jongen hoort ofwel bij zijn ouders ofwel in een opvangtehuis. Volgens Louis was hem onderdak geven meer menselijk dan hem terugsturen naar zijn agressieve stiefvader. En voor hem was het een zegen om een helpende hand te hebben voor de zwaardere klussen.  Wanneer Lea hem vertelt van de struikeldraad en de aanval met de steen, wordt Louis stil. Hij keert zich in zichzelf en wil de politie er niet bij hebben want dan verraden ze de jongen.  De dagen gaan voorbij en Lea gaat naar seniorenyoga, het schoolfeest van haar vroegere school en werkt op de boerderij. Wanneer Valerie er weer op aandringt om Louis te gaan bezoeken gaat Lea de confrontatie aan. Is Valerie verliefd op Louis? Tijdens het gesprek komt naar boven dat Louis en Valerie in het geheim een relatie hebben. Aangezien Lea, eeuwige vrijgezel, een aversie heeft voor mannen, durfde Valerie niets te zeggen. Lea zou het zowieso afkeuren. En dat doet ze ook!  Terug in het ziekenhuis bij Louis is deze wat spraakzamer betreffende de aanval op zijn persoon. De weken ervoor was al duidelijk dat er iets aan de hand was. Iemand had in krijt “verrader” op de muur van de schuur geschreven; en hij had een dreigbrief gekregen waarin stond dat zijn zuster een slet was. Wanneer Lea doorvraagt blijkt dat er zich tijdens de  oorlog iets heeft afgespeeld op de boerderij van de Peerdsen. Louis was toenertijd pas 7 jaar en weet niet wat er precies is gebeurd maar de Duisters zijn langsgekomen en nog hetzelfde jaar is zijn oudere zus het klooster ingegaan. Lea dringt er nu echt op aan de politie erbij te halen. Aangezien niet alleen Louis maar ook haar zuster Valerie wel eens slachtoffer kunnen worden van een volgende aanval. De politie wordt erbij gehaald en Louis doet vanuit zijn ziekenhuisbed relaas over de dreigingen. Over de jongen Quinten zwijgen ze nog. De politie gaat een kijkje nemen maar kan niet veel doen. Ze hebben geen idee naar wie ze moeten zoeken aangezien het voorval van zolang geleden is. Louis’ zuster is vorig jaar in het klooster gestorven, dus die informatiebron is ook weg.   Na een week of twee mag Louis terug naar huis, met de benodigde hulp en steun ter revalidatie. Tot het eind van de zomer loopt alles normaal. Quinten onderhoudt de boerderij van Louis, samen met Valerie, die nu openlijk naar haar geliefde kan gaan. Maar dan, op een middag, wordt Louis door een man bedreigd met een pistool. Quinten kijkt toe vanuit zijn schuilplaats in de schuur. De man verwijt Louis dat zijn grootmoeder door Louis’ familie verraden is en daardoor gestorven in handen van de Duitsers. Hij wil wraak! Op het moment dat hij gaat schieten, stormt Quinten naar voren en werpt zich voor Louis. De jongen vangt de kogel op met zijn schouder. De man met het pistool schrikt hevig. Dit was niet de bedoeling! Niet nog meer onschuldige slachtoffers.    De ambulance en de politie komen ter plaatse. Quinten wordt afgevoerd en de man wordt verhoord. Hij heeft het over zijn grootouders die bij het verzet waren. Zijn grootmoeder die gewond raakte en onderdak vroeg op de boerderij van de Peerdsen. Daar werd ze door Louis’ zuster verraden aan de Duitsers. Zijn grootvader leeft nog maar is terminaal. Die kan het verhaal in detail vertellen. Hij woont in een woonzorgcentrum in het Antwerpse.  Enige tijd later, nadat de politie ook de grootvader heeft verhoord, gaan Lea, Louis en Valerie op bezoek bij meneer xxx (naam) in het rusthuis.  Verhaal van de oude man over de oorlog: Hij Paul, en zijn vrouw Lily, woonden tijdens de oorlog in een appartement in het centrum van de stad Antwerpen. Ze hadden een zoontje van 1 jaar. Ondanks het gevaar maakten ze deel uit van het verzet. Paul vervalste papieren en zijn vrouw was koerier om ze bij de juiste mensen te bezorgen. Op een dag zit Lily op de trein van Antwerpen naar Kruibeke met een koffer vol kleding en in de voering vervalste papieren. Een onguur type zit bij haar in de wagon en houdt haar in het oog. Wanneer de trein stopt, staat hij recht en pakt Lily’s koffer. Omdat er vervalste papieren inzitten durft Lily niet te reageren en de politie erbij te roepen. De man vermoedde al dat er iets mis was met de koffer en probeerde er misbruik van te maken. Op het station spreekt hij Lily aan dat ze de koffer terugkrijgt in ruil voor geld. Lily doet alsof haar neus bloedt en speelt het spel niet mee. De man chanteert haar. Ofwel betaalt ze ofwel roept hij de Duisters erbij. Wanneer ze nogmaals weigert roept hij de dichtstbijzijnde Duitse patrouille dat hier een vrouw is met een verdachte koffer. Lily spurt weg tussen de menigte maar een Duitser schiet en schampt haar schouder. Ze verdwijnt in de massa en loopt naar het dichtstbijzijnde huis, de begunstigden van de vervalste papieren. Daar wordt ze opgevangen en deze mensen verwittigen Paul. Paul pakt was spullen en komt met de baby naar Zwijndrecht. Paul en Lily vluchten maar de baby blijft voorlopig in Zwijndrecht. Te voet trekken ze verder naar de Beverse polders, weg van steden. Als het geld/de rantsoenbonnen op zijn moeten ze stelen. Ondertussen wordt Lily steeds zwakker. Ze verstoppen zich uiteindelijk in de buurt van de boerderij van de Peerdsen. Paul steelt kleding van de wasdraad, groenten en eieren. Maar wanneer zijn vrouw koortsen krijgt, heeft hij hulp nodig. Op een dag hangt de boerin haar wasgoed op en spreekt Paul haar aan. Hij smeekt haar om hulp. Zij gaat akkoord en overtuigt ook haar man. Het koppel kan zich verstoppen in de schuur. Renilde, hun 17-jarige dochter wordt erbij betrokken, de 7-jarige Louis niet. Lily heeft medische hulp nodig en ze besluiten een beroep te doen op Reinaud, de jongste zoon van de notaris die geneeskunde studeert aan de RUGent en daar in het verzet zit. De jongen heeft een beetje medisch materiaal en lapt Lily wat op. Ondertussen is Renilde verliefd geworden op Paul. Wanneer ze haar zin niet krijgt met de man verraadt ze hen aan de Duitsers. Lily is te zwak om te ontsnappen maar Reinaud helpt Paul om te vluchten. Hij krijgt onderdak bij verzetslieden in de buurt van het Gentse. Lily wordt door de Duisters ter plekke neergeschoten en Paul kan de oorlog uitzitten in het geheim. Na de oorlog gaat hij terug naar Antwerpen, ontmoet een nieuwe vrouw, en samen met het zoontje verhuizen ze naar Kalmthout waar ze een rustig gezinsleven hebben gehad.    Nu Paul terminaal is wilde hij zijn familie zijn levensverhaal vertellen. Jammer genoeg ging zijn kleinzoon door het lint bij het horen van het verhaal en wilde hij wraak. Louis begrijpt nu waarom zijn zuster zo plots naar het nonnenklooster moest en biedt in haar naam zijn verontschuldigingen aan.   Bij het verlaten van de kamer van Paul stuiten ze op een man die door Lea duidelijk wordt herkend. Ze noemt hem Mark en hun ontmoeting emotioneert haar enorm. Hij blijkt de man te zijn die al die jaren geleden haar hart heeft gebroken waardoor ze zich van de mannen heeft afgekeerd en vrijgezel is gebleven. Hij is in het rusthuis op bezoek bij zijn vrouw die dementie heeft.  In de auto vertelt Lea haar trieste liefdesverhaal en Louis en Valerie begrijpen nu waarom Lea al die jaren neerkeek op mannen.    Blijft er nog over, de jongen Quinten. Nu hij gewond is geraakt weten de autoriteiten wie hij is en wat er gebeurd is. Lea, Valerie en Louis bezoeken de jonge held in het ziekenhuis. Daar treffen ze de moeder.  Deze voelt zich ontzettend schuldig over het gedrag van haar man, Quintens stiefvader. Quinten is resoluut. Hij wil niet terug. Ze komen tot een akkoord dat Quinten bij Louis mag blijven wonen om te helpen op de boerderij maar hij moet ook in Beveren naar school. En in de weekends komt hij naar huis om zijn moeder te bezoeken.    Alle geheimen zijn aan het licht gekomen, regelingen zijn getroffen en het dagelijkse leven kan terug zijn gang gaan. Iedereen is tevreden...maar is dat ook zo? In Lea’s gedachten blijft Mark rondspoken en de vraag of hij ooit de ware voor haar was.        

Tessy
16 0

Alternatief

“Zij kiest voor een alternatieve levensstijl.” Het woord ‘alternatief’ wordt wel eens gebruikt om een non-conformistische of non-conventionele ideologie aan te duiden. Soms uitgesproken met een bijklank, alsof het gaat om een zijspoor dat wordt gedoogd, maar niet gebruikelijk of algemeen aanvaard is. Maar is dat 'alternatieve' in feite niet het oorspronkelijke, het natuurlijke of authentieke leven? Is het geen kromme redenering om onze ware aard, in verbinding met dieren en planten, als ‘alternatief’ te klasseren? Eerst was er de natuur en toen kwam het artificiële. Het artificiële is een alternatief voor de natuur. De van de natuur vervreemde tijdsgeest van vandaag, is dus een alternatieve tijdsgeest. Het is een alternatief voor een onafhankelijk en vrij bewustzijn. Het is een alternatief voor voeling met de (eigen) natuur. Het is een alternatief voor een holistische visie die de blauwdruk van ons wezen vormt. Het merendeel van de mensen lijkt voor dit alternatief te kiezen. Ze verwarren het met hun authentieke aard. Het meest gangbare, de norm, wordt door de massa gedwee belichaamd en beleefd. Het artificiële en onaardse wordt als 'normaal' beschouwd. Het natuurlijke wordt een vage herinnering, niet gewichtiger dan een mythe of bijgeloof. Ieder wezen die zijn ware natuur onderdrukt, voelt het stille schreeuwen vanbinnen. Er wil iets uitbarsten en zijn plaats terug opeisen. Het ontwaken van de ware aard kan pijn doen. De weg naar huis gaat niet altijd over rozen. En dus kiezen veel mensen het hazenpad. Om uiteindelijk te verdwalen en verstijven in een onnatuurlijk keurslijf. Misprijzend kijken ze naar de minderheid die schijnbaar voor een 'alternatieve levensstijl' kiest. Ervan overtuigd dat de natuur haar tekorten heeft en voor haar eigen goed gescheiden dient te leven van haar kinderen. In een wereld waar alles op zijn kop staat, waar het natuurlijke als een minderwaardig alternatief gezien wordt, is het een moedige zaak om voor het gezonde te kiezen. In deze samenleving vereist het handhaven van de geestelijke en fysieke gezondheid heel wat zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Wie zijn eigen leider wil zijn, moet om kunnen met de verantwoordelijkheid. Kiezen voor het eigen goed, uit zelfliefde, kan het maken van onpopulaire keuzes inhouden. Het is een uitdaging die bij deze incarnatie hoort. Moedig zachtaardig mens, zoekend in een wereld van beton, deze woorden willen jou eraan herinneren dat jij, net zoals zoveel anderen, de kracht van het licht en onlicht in jou draagt. Die kracht zal jou helpen bij het inslaan van de minst voor de hand liggende weg. Als anderen jouw keuzes afkeuren, zal jij doorzetten en blijven geloven in jouw intuïtie en goddelijk wezen. Wat jij hier ervaart, is een transformerende reis waarvan jij ter plaatse de route verzint. Laat jouw fantasie de vrije loop en werk zo mee aan de terugkeer naar een natuurlijke samenleving.

KarolienDeman
16 1

Dansend de nieuwe wereld in

Hier staand aan de vooravond van de ommekeer, een keerpunt dat al enige jaren onder onze harten ligt te beven, proberen we comfort te vinden tussen muren die barsten vertonen. Komt er nu een grote doorbraak of zal het zich eerder schrapend op de achtergrond ontvouwen? Zal er iets plotsklaps dicht gedraaid worden of zullen we ons nog kunnen laven aan druppelsgewijze verandering? De traagheid van de onzichtbare verschuiving lijkt ons stilaan in te halen. Steeds meer mensen verliezen hun blinddoek en proeven een nieuwe waarheid. Het stond zo te gebeuren, we hebben ervoor getekend. We mogen trots zijn op onszelf, elke ploeterslag van ons pure wezen maakt hier een verschil. Nu de sluier van vergetelheid steeds transparanter wordt, kunnen we weer harmonie in de chaos onderscheiden. En ook vertrouwen opbrengen in het verloop van alle kronkels die ons meevoeren. Dit kan echter niet voorkomen dat we het soms uitschreeuwen of ineenkrimpen van machteloosheid. Dat alle herrie ons penetreert en leeg achterlaat. We laden onszelf telkens weer op, onder een grijze hemel die niet meegeeft. En aarden onze wortels in daverende grond. We ontmoeten elkaar in het midden van een op knappen staande spanningsboog. Een brug die ons een andere wereld in kan katapulteren. We komen samen om herinneringen te beleven en de essentie in alle veiligheid te ontbloten. We zijn een zinderende minderheid, samengebald tot schitterend bewustzijn, fel genoeg om grootsheid te openbaren. Het delen van onze hartstocht, is wat het pad begaanbaar maakt. We krijgen hoe dan ook te maken met struikelblokken en slangenkuilen. Maar er is altijd wel ergens een hand die naar ons reikt. Ogen die ons echt zien. Gelijkgestemde blikken die met herkenning troosten. Ze kunnen de lasten die we voelen niet overnemen, maar ze wel erkennen. Elke schijnbare leegte vormt de perfecte mal van het ware weten. Elke woelige massa heeft een stille bodem. We zullen zwemmen, drijven en in overgave stromen. Maar er is ook het verdrinken. Wat nu beangstigend lijkt, ligt klaar om een bevrijding te worden. Net zoals onze vleugels klaar zijn om zich uit te strekken. En dan komt er een test: vallen of vliegen we? Het antwoord ligt ergens in het midden: we maken er een passionele dans van.

KarolienDeman
6 1