Zoeken

van binnen naar buiten

Jij kan niets veranderen aan jou. Tenminste, dat zou zo moeten zijn. Voor dit stukje tekst - dat in een soort van oprechtheid zich ingewikkeld heeft - had ik muziek nodig. Voor jou draait het erom jezelf voorop te plaatsen, en ik die jou meemaak: eindelijk maak ik iets mee dat volstrekt normaal is. 'The soundtrack to my life' horen.  Je bent pas zinvol omwille van een ellendige ervaring zoals verlies, maar wat verlies je?; zoals pijn, maar wie is degene die nog pijn heeft? De wereld is op een vreemde manier gestopt met op iets te lijken en laat een verveelde indruk na. Ik kan nog zo mijn best doen, maar niets schijnt maakbaar te zijn dus verdwijnt het momentum altijd wel ergens.  Ik zweer af dat liefde draait om delen, en laat het me vervolgens op gebruiken. Ik doe alles altijd bewust, ook al weet ik dat dat nefast is. Autisme doet je nadenken, zonder dat je iets weet.Je ogen staren me aan maar later zou nog duidelijk worden dat dat mijn eigen blik was die terugstaart naar wat er nu nog van mij overblijft. Ik doe wat moet of eindelijk kan, niet na (gelukkig zijn); ik doe het omgekeerde maar dan op een overtuigende manier (oncontroleerbaar zijn). Ik doe het niet graag, maar maak het wel telkens mee. Ik heb een totaal volmaakt verlangen naar het exterieur van Dries. En dit verdomd stukje tekst dat op een gedicht wil lijken. Een geparafraseerd gedicht is geen gedicht maar een analyse.  Laten we ophouden bij genoeg.  Zorgeloosheid tot iets logisch maken, het zal nooit lukken zonder waanzin.  Vind me terug, zodat ik het niet zelf hoef te doen.

Dries Verhaegen
90 0

Een lyrische omschrijving van het ongemak dat ik tracht te ontleden en af te schudden

In het witte maanlicht gaan de dennen door hun knieën. Rolluiken rammelen, vette druppels kletteren. De woeligheid achter het dunne glas is van dezelfde aard als die onder mijn huid. Welke houding ik ook aanneem, ik blijf twintig centimeter boven het bed zweven. Het landen en zinken lukt niet. Ik reken op een kuip warm zout water als anker. De obstructie in mijn keel roert zich even en haakt dan weer in. De rechthoek in mijn maag zit gebeiteld. Geknield herzie ik de koers. Een afgebakend verlangen naar rust richt ik tot symbolen van grootsheid waarin ik mezelf even niet zie. Reeds als kind wist ik dat ik mijn woorden kon planten. De scheppingen van vandaag zijn mijn smeekbedes van gisteren. Ik huis in de inzichten die ik wilskrachtig bijeen heb geschraapt. Een fort bewaakt door een schare engelen. Ware verandering, de soort die verzacht, ontvouwt zich na begrip. En zo loop ik continu, om niets te missen, wagenwijd open. Met als gevolg dat er veel onrust binnen dwarrelt. Ik struikel ook steeds vaker over de langgerekte kreun die tussen de façades hangt. Sommigen proberen deze te overstemmen door luid te zingen. Maar dat gaat ongewild snel over in geschreeuw. Ik graai naar de voorbij glijdende stilstand en tracht de schemering te bottelen. Het einde van alle dingen zit in mijn ooghoeken. Alles wordt verpakt met limieten, cadeautjes aan mezelf. De sorry’s veeg ik van mijn lippen terwijl ik mezelf toesta om verkrampt mens te zijn.   https://www.karoliendeman.com/blog/2021/11/7/onrust‘Wired Up’ - zelfportret met acrylverf - 122 x 92 cm

KarolienDeman
11 0

Waardevolle scherven

Daar lag ik dan. Op mijn rug te midden van de velden, met mijn roze BMX bovenop me in een vreemd dorp waarvan ik ben vergeten hoe mijn klasgenoten heetten. De ooit witte turnpantoffel gekneld tussen spaak en vork, ver weg van het huis met de zwarte kolenkachel en de plastieken badkuip waarin niet ik - maar hij - verzoop, kneep de huid van mijn wreef ruw en nat tot een drukkende voet de fantoompijnen uit mijn hoofd rukte. Het was hem gelukt, dacht hij. Althans voor even, leefde hij in een wereld met enkel vaste lijnen die eenvoudig konden doorgeknipt en de ongeopende brieven op de tafel naast de kerstcadeautjes uit het klooster waar ik mijn geloof verloor. Te vroeg wellicht, hoewel ik de weken voordien nog op dinsdag- en donderdagochtenden voor schooltijd als misdienaar achter de priester zelf het belletje rinkelde.Het kwam pas later binnen. Of toen mijn zus en ik op kousenvoeten langs de stoep wegliepen tot we gegrepen werden door een overmoedige voorbijganger die ongetwijfeld het beste met ons voorhad. We wisten heel goed waarom we daar waren, maar vergaten het te zeggen want dat kon niet. Het verlies van de ontsnapping zou te veel pijn doen. Net zoals de verdwenen speelse taferelen die ik pas op latere leeftijd terugvond met mijn eigen kinderen, nadat ik de woede weer onder ogen zag en niet zo nodig de wereld moest repareren vanuit een onverteerde honger naar schouderklopjes tegen vijandbeelden.Het stopt ergens. De bergen blijven overeind zonder sneeuw en met water in de kelder. En als de platgespoten velden weer de broeken worden waarin we met onze botten sprongen, leren we dat dit slechts een voetnoot was. Dat vergeten we te vaak als we er in klem zitten. Laten we er een boek van schrijven voor elke dag en de hoofdstukken die ons niet meer raken schrappen. Of beter nog: klasseren. Zodat we vertederd kunnen terugblikken en opnieuw de vlucht vooruit er af schrapen. De zaterdagen op het dak in gedachten aan de overkant zijn al lang voorbij,net als jij,ook al leef je nog verder in de scherpe trekken van mijn weerspiegelingik laat je losin waardevolle scherven          

Hernam
0 0