Zoeken

Begin

Ge hebt net een paar weken geleden iemand leren kennen, en het is iemand die op alle juiste momenten op alle juiste knoppen duwt. Ze lacht met uw niet zo goede mopjes. Hij kijkt op een schuinse manier naar uw lippen wanneer je een verhaal vertelt. Ze legt 's avonds wanneer jullie in haar zetel liggen net de juiste plaat op. Hij die nooit lacht, glimt zijn tanden bloot met dat ene verhaal van je werk waarvan je weet dat het eigenlijk niet zo'n goed verhaal is. En dan is het moment daar. Ge zit samen aan tafel bij een of andere veel te hippe Italiaan die denkt dat spaghetti Bolognese tegenwoordig een combinatie van smaakvolle spheres en rookwerk moet zijn. En ge kijkt elkaar aan en ge beseft dat ge daar alletwee zo snel mogelijk weg wilt om gewoon samen alleen te zijn.   En ge vertrekt.En ge gaat samen wandelen langs de meest romantische plekken die uw stad u te bieden heeft. En die plekken doen er niet toe. Ge doet uw best om romantisch langs de noorderkaaien en de scheldebocht te waggelen, maar ge zou evengoed aan het containerpark van het kiel kunnen gaan zitten. Wat maakt het uit? Ge hebt elkaar!   En uiteindelijk belandt ge samen in bed. Alles klopt, heel dat nieuwe lichaam dat ge bij u hebt moet ge harder verkennen dan een pasgeborene op zoek naar de borst van zn moeder. Ge wilt gewoon elke hoek, elke bocht, elk haartje, elke bult, elk vlekje, alle zachte plekken, alle harde plekken, de krul van de mondhoek, de binnenkant van de dij, de grote teen, de oorlel, de wenkbrauw, de onderste rib, de welving van de kuit, de borsten (oh god, herejezus, de borsten) de lippen, de tong, het verdrinken in de kus, het verdrinken in de ogen, het gevoel van haar handen op uw borstkast, haar onwelriekende ochtendadem, haar alles. Zijn alles. Het is nieuw, het is spannend, het is alles wat ge op die moment wilt. Maar het mooiste moment is wanneer je op die wolk de dag erna wakker wordt en beseft dat je nog altijd op die wolk zit.Je wordt wakker op een ontieglijk vroeg uur, op een uur waar volwassen mensen zonder kinderen niet horen wakker te zijn. En het wordt zowat roos buiten en de zomer loopt z'n eigen ten einde. Maar daar ligt ze.Perfect te wezen in haar eigen wezen.Met haar mond halfopenTe kwijlen op uw kussenEn het is het mooiste dat ge ooit hebt gezien.Zij! Zij ligt in uw bed!En ze prevelt wat in haar slaap en ge vraagt u af wat, terwijl ge naar buiten kijkt en beseft dat het veel te licht is om straks nog met een fris gemoed naar uw werk te trekken, maar wat maakt het uit? Want zij ligt naast u?!?En zij ligt daarTe kwijlen op uw kussen.En ze draait zich om.En half haar gezicht staat vol met strepen van uw kopkussen   Slaapstrepen   Je hebt je plezier kris in mijn huid gekrastEn nu hou je slapend mijn blikken vastHoe je daar zoet zacht ligt In het eerste verlegen lichtJe lippen maken een puntkomma met je mondAls een gefluisterde zin waar nog een vervolg op komtVerken ik snoezend de kreuken in uw dijMijn vinger raakt nauwelijks de streep van je hals tot je zij   En ik bewonder   De hand-tekening van mijn kussenSpiraaltjes, strepen, lussenEen geometrische dansVan toevallige kans

Gilles Renard
11 0

Lotte

Lotte was liefde.Lotte was de eerste vrouw die ik heel mijn hart heb durven toevertrouwen.Lotte was de perfecte belichaming van mijn perfecte lichaam. Ik vond (en hoelang het ook geleden is, vind nog altijd) alles aan Lotte volmaakt. Van haar lichte flapoor dat je nooit zou zien als ze je er zelf niet op attent maakte naar haar perfecte zijdezachte benen naar haar waanzinnig verleidelijk deugdig ondeugende bruine reeënogen. Die ogen, man, die ogen, zo vol onschuld en tegelijkertijd vol schuldige belofte.Ik ben Lotte een paar jaar nadat het gedaan was per ongeluk tegen het perfecte lijf gelopen in een broodjeszaak. Letterlijk tegen het lijf. Ik liep de tent binnen, verzopen als een natte hond, het weinige haar dat ik nog op mn hoofd heb staan plakte als een zeemvel tegen mn schedel en ik wou gewoon een broodje kipcurry.   Bots.   Stond ik oog in oog met Lotte.Niets zo vreselijks als een ex tegen het lijf lopen wanneer je er bij loopt als een halfverdronken schipbreukeling op zoek naar zn volgende maaltijd.En ze was een en al charmeEn als ik al een schipbreukeling was, dan was ik gewoon in haar ogen aan het verdrinken.Het ging over koetjes en kalfjes en ik loeide vrolijk mee.Maar binnenin raasde er vanalles door mijn lijf.Gewoon.Die ogen terug van dichtbij zien.Die ogen waar ik bijna drie jaar lang in heb gekeken als ik mijn diepste zielenroerselen prijs gaf.Die ogen die ik moest vasthouden in mijn blik als wij samen in bed naar het hoogtepunt van ons wezen toe aan het werken waren.Die ogen die mij nakeken op weg naar een feestje en haar noopten tot de commentaar naar mijn vrienden toe: "eigenlijk heeft dieje gilles toch echt een poepeke om in te bijten."Die ogen die naar mij keken en mij waardeerden omdat en ondanks alles wat ik was en ben.Lotte, die reeënbruine ogen waarin ik verdronk, waarin ik kon staren als een hert in koplampen.Die ogen keken mij opeens aan in een broodjeszaak waar ik veel te veel heb betaald voor een ondermaats broodje kipcurry.Maar dit is praat na de vaak. Ik heb met Lotte de mooiste, meest waardevolle momenten van mijn leven gehad Lotte is de enige vrouw geweest waar ik comfortabel ruzie mee kon maken en zelfs dat nog onder voorbehoud.Ik kan geen ruzie maken met mijn lieven, dat komt door mijn ouders.Die zijn al bijna 40 jaar samen en hebben in heel hun relatie 1 keer ruzie gehad en ze weten al lang niet meer waarover.En dat is dus het voorbeeld waar ik op teer.En ge hoort langs alle kanten: ruzie maken is gezond, da's goed voor uw relatie en ik, ik kan dat niet.Ik heb altijd schrik dat als ik mij boos maak, ik haar kwijt ben.Dat ik haar wegjaag met het gif dat allemaal in mijn hoofd zit opgehoopt.Ik wil zoiets als mijn ouders. Twee neuzen die exact in dezelfde richting staan.Mijn neus staat ironisch genoeg schots en scheef tussen mijn twee oren geplamuurd. Ik heb dan ook geen enkel idee welke richting ik uit wil.Lottes neusje stond evenwel kaarsrecht. Zij wist wat ze wou, wanneer ze het wou, hoe ze het wou en had dat ook al minstens een maand op voorhand gepland.Ik weet als ik opsta niet in welk bed dat ik ga slapen, ik ben een sloddervossig warhoofd dat zich in zn eigen huis nog van deur durft te vergissen op zoek naar zn toilet.

Gilles Renard
36 0

En dan is het gedaan

Maar op een gegeven moment is het gedaan. Alles waar ge voor gevochten hebt, alles wat ge hebt proberen redden, ge hebt er alles voor gegeven, ge hebt er alles voor opgegeven, ge probeert, ge faalt, ge probeert opnieuw en het mag niet helpen.Maar wat wilt ge? Wat moet ik doen? Wat kan ik doen? Ik geef u ruimte maar ge wilt die niet overbruggen. Ik pak u dicht bij mij en dan wilt ge weg. Ik zie u graag, echt waar, vanuit de grond van mijn hart, van de zolen van mijn voeten tot het puntje van mijn kruin. Ik doe alles voor u, zeg mij gewoon wat!En het is niet genoeg, het is niet genoeg. De klik in haar hoofd staat op slot en met de beste wil ter wereld is daar niets aan te veranderen. Ge wilt haar de wereld geven, maar uw wereld wilt ze niet. Dan houdt het op. Dan is het gedaan.   En dat is vreselijk. Want daar moet "over gepraat worden"Laat ons wel wezen, ge voelt al weken hoe laat het is, en de gsm waar ge berichten mee stuurt voelt als een kapotte zandloper waarvan het zand u door de vingers glipt en het kapotte glas nog wat verse littekens in uw handpalmen kerft.   Maar ge wilt dat niet zien. Ge probeert wanhopig om die zandloper heel te houden, om dat zand in die gebroken scherven te duwen en de tijd te doen stilstaan in dat enig moment waarin ge elkaar nog graag ziet. Maar "daar moet over gepraat worden""Het gaat niet meer Gilles"   Het is elke keer weer zielleegdrenkend hartsverscheurend. Elke belofte die ge elkaar met uw verliefde kop hebt gedaan is opeens niets meer waard. Elke reis die ge nog samen zou doen, elk familielid dat ge nog zou ontmoeten, elke streling over haar been is plots niets meer waard, lege gebaren voor oningeloste wensen, centjes weggegooid in een atheistische fontein.En dan zit ge tegenover elkaar op neutraal terrein (want er zou maar eens iemand een scene moeten maken) een scene maken?Een scene maken?Ik wil godverdomme een podium bij de navo om mijn ongeluk uit te schreeuwen, ik wil dat polen wordt platgebombardeerd zodat er een platform is om mijn pijn te delen.   Ik ben net mijne wereld kwijt, doe niet onnozel, minimaliseer dit niet, zij was mijn enige kans op geluk en ze dacht dat toch bij iemand anders te vinden.En das vreselijkDas kut.En daar staat ge danEn ze spoelt heel die uitleg over u.Het ligt niet aan u, het ligt aan mij.Ja godverdomme het ligt aan u! Ik wou u ne rode loper geven die ik had gekleurd met mn eigen polsen! Ik wil niet dat ge ongelukkig zijt.Ge wilt niet dat ik ongelukkig ben?   Mens, ge hebt net gezegd dat ge met mij niet verder wilt, ik had onze kinderen al namen gegeven. Gij waart mijn reden om smorgens uit mijn bed te kruipen, gij waart mijn reden om mij door mijn werkdag te glimlachen omdat ik wist dat de eindmeet uw bed was. Gij waart mijn exclusief weekend aan het eind van een mediocre week.Natuurlijk ben ik ongelukkig, sorry, maar deze gemoedsrust kan ik u niet gunnen, ge wilt hier een propere breuk, ge wilt met propere handen aan een volgende tafel gaan zitten, maar ik ga godverdomme kakken op het tafelkleed.   Gun mij in godsnaam mijn ongeluk, gij waart mijn alles en nu zijt ge niets.

Gilles Renard
10 0

Zwerm

(Eventueel vertelt met een soundscape)   Ik heb al je spullen bewaard. Foto’s, kleren, een duikbril. En je cassettes. Vooral je cassettes. Als je ons huis verliet sprak je boodschappen in. Die kon ik afspelen terwijl ik wachtte.               ‘Ik ben even gaan zwemmen. Ik ben zo terug!           Ik heb havermout voor je gemaakt.           Het staat in de koelkast!’     Je houdt ervan om in het midden van een meer te wonen. Ik ook. Je houdt vooral van de voorbijdrijvende spullen. Verloren spullen van de mensen uit de stad. Je verzamelt ze. Samen verzinnen we er verhalen bij. Op de vensterbank staat je laatste vangst. Een popje met een wit kleed. Een eenzame bruid.   We woonden hier met twee. Of eigenlijk met 887, als je alle verlaten voorwerpen meetelt. Ze staan uitgestald in ons huis. Onze tentoonstelling van wat wij denken dat de stad is.               ‘Ik heb net een zwerm vogels gezien.           Het leek wel of de lucht explodeerde.           Ik ga erachter met de boot.           Ik weet niet hoe lang ik wegblijf.           Misschien zie jij ze ook in de verte.           Goed kijken. Dan zien we hetzelfde.           Daag!’     Het is tien jaar geleden ondertussen. Je bent nog steeds niet terug. Ik wacht op je.   Één keer per jaar zie ik ook de lucht exploderen. Net als jij tien jaar geleden. Dan vliegt de zwerm vogels boven ons huis. Over het meer. Ze blijven dan even hangen en dansen.   Vandaag is het weer zover. Ik wacht. Ik wacht op de vogels. Ze komen vandaag. Ik denk aan jou. Het regent. Het regent steeds harder. Maar dat houdt de vogels niet tegen. Er komt water onder de deur. Mijn sokken zijn nat maar ik wil niet dweilen. Ik moet eerst naar de vogels kijken. Ik moet ze zien en weten dat jij hetzelfde ziet. Je bent gewoon op een andere plek. Maar we gaan vandaag hetzelfde zien. Er komt nu veel water onder de deur.   Mijn voeten zijn nu helemaal nat. Een golf duwt de deur open. Het water stroomt binnen. De stoelen en de tafel dobberen langzaam naar buiten. De verloren spullen drijven een voor een het huis uit. Richting het meer. Ik moet de vogels zien. Ook al regent het, en is alles nat. Ik neem je duikbril. Ik zet hem op en ga naar buiten.   In het midden van het meer drijf ik tussen de verloren spullen. Er komt water in mijn duikbril. De regen tikt zoals tegen een dakraam op het glas.   En dan zie ik ze. De zwerm vogels. Boven ons huis. Ze dansen. Voor mij. Ik kijk. Jij kijkt ook. Vanuit je bootje. Dat weet ik. Wij zien hetzelfde. De vogels dansen. Synchroon. Het regent. Mijn gezicht is nat. Mijn duikbril vol water.               ‘Ik heb net een zwerm vogels gezien.           Het leek wel of de lucht explodeerde.           Ik ga erachter met de boot.           Ik weet niet hoe lang ik wegblijf.           Misschien zie jij ze ook in de verte.           Goed kijken. Dan zien we hetzelfde.           Daag!’

Anke Van Meer
0 0

Het is al goed

“Ken je dat gevoel dat je halfnaakt op een springplank staat? Je blik strak op het water gericht. Je staat te hoog. Je mond is kurkdroog. Je weet dat het water ijskoud is, maar toch wil je erin, omdat je dan weet dat je voor even zweeft en voelt dat je leeft. Je sluit je ogen, je lichaam rilt. Dit is wat je echt wilt. In gedachten tel je tot drie. Een, twee, nee. Drie, twee, nee. En dan doe je het. Als een ingeving, alsof je geen andere keuze hebt. Je voelt hoe het water je omarmt. Je wordt volledig bedolven onder de zachte golven van het water. Je spartelt, zwemt, drijft en beweegt. Je leeft! Dat. Dat gevoel. Zo hoort het ook in de liefde. En dat wil ik voor eeuwig.”   Je bent opgetogen over mijn antwoord en wilt mij meteen ontmoeten. Je ogen glinsteren, ik bloos en we besluiten argeloos om samen de avond door te brengen. We drinken, proeven en lachen tot onze handen en monden ervan plakken en kleven. Ik ben aan het zweven. Deze keer niet aan de oppervlakte van het water. “Dus jij wilt mijn verhaal horen?” Je knikt. Ik slik. Het is niet mooi. “Ik had alles wat iedereen wilt: een job, vrienden, een lief, een rijk gevuld leven. Het was alsof de beste kunstenaar mijn wereld had vormgegeven. Alleen vond ik het kunstwerk lelijk. Het was niet mijn droom.   Die dag zochten we in de KwadrO de ideale ramen uit voor ons huis en ik voelde hoe al mijn lichaamsvochten leken op te drogen in mijn uitzichtloze, broze bestaan. Ik wist dat ik hem moest laten gaan. Mijn luchtpijp sloot zich af. ‘Ik krijg geen lucht’, zei ik eerst zacht waarna ik met alle macht naar zuurstof zocht en vocht om mijn longen mee te vullen. Ik riep, huilde, krijste en brulde en toen schoot ik in de lach. Maar alleen ik begreep de mop. Hoe kon het dat ik in een realiteit van ramen, deuren en iedere mogelijkheid niet kon ademen? Ik was hem kwijt. Ik had immers uitgesproken wat onmogelijk was en dat betekende ons einde. Een diepe kras op een smetteloze plaat. Het was onze doodlopende straat.”   Aan tafel valt een stilte. Maar jouw stilte is zoveel milder dan alle gedestilleerde, kille zinnen die hij niet langer aan mij wilde verspillen. Je knijpt in mijn hand en kijkt diep in mijn ogen. Jij staat aan mijn kant. Mijn lippen worden naar je toegezogen en jouw kus brengt mij rust. En voor het eerst vind ik alles goed. Ik moet niet meer. Zijn zwijgen en verwijten doen mij niet langer zeer. Ik heb niets meer te verliezen. Prima toch om een andere weg te kiezen. De wereld ligt aan mijn voeten. Het leven, een dessertenbuffet waarvan iedereen wilt proeven. En soms heb je nu eenmaal schimmels tussen je tenen of ben je allergisch voor zoetigheden. Je kunt niet altijd dansen op de maat van het leven. En dat is goed, want deze keer heb ik jou, en dat is genoeg.   Alleszins als ik je effectief had ontmoet. Als jij precies had gedaan zoals ik het in mijn hoofd had. Onze toekomst in het klad. Maar jij hebt ons klein geluk in de kiem gesmoord. Ik snap niet waarom jij niet antwoordt! Jij was mijn oplossing, mijn rots, mijn anker, mijn achterpoort.   Ik weet dat dit niet hoort, maar ik bekijk opnieuw je Tinderprofiel.   Cyriel. 25 jaar. Een foto van een jongen met een brede lach en warrig haar die mij met gelukzalige ogen aanstaart met daaronder zijn vraag:   Ben jij klaar voor de liefde?

Cécile De Somer
41 0

Vergif zoals het Westen dat maken kan

    Westen, ik klaag u aan gij hebt mij berekend betwetenduitgetekend gesmeten gemetengij wilt mij doen vergeten wij eten wij weten op de kap van wat het niet-blanke produceerde Blank, Jonk, Rijk en Vrouw de doorgewinterde dievegge misdadig, dom, schuldig, onderdanig dubbelspion bij uitstek onwetend weet ge gij blanke bange mens met uw fragiele ego gij moogtzoveel aanklagen als gij verachten kunt met uw neutrale logica uw heldere rationaliteit de juiste nationaliteit de onderdrukte kan zich niet permitteren heeft niet in haar bezit de luxe om de wisselwerking tussen inhoud en vorm de bron niet in vraag te stellen voelt ge voelt ge het verschil is macht man kracht de buur vriend voorbijganger collega moderator vader klant werkgever hulpverlener passagier dokter nonkel flik zij menen het goed de humanitair hij meent het goed schijnt de democratie nog is de liefdadigheid oprecht kan de schenker krijgen de ontvanger geven en weigeren steigeren gevangenissen verborgen want de solden schoolpoorten gesloten centra iedereen zot asielzoeker verstikt verloren stemmen smoren psychiatrie wie verblind de lotto het kind geschminkt slavernij aanwezig vluchteling vernederd mens zonder papieren ge-weren ontnomen want geschiedenis haalt ons in imperialisme ontkend kolonisatie pertinent verstedelijking slachthuizen van glas lachende koeien op uw verpakkingen schoon gras kunst vermarkt wolven schaapsverarmd zij blaten menswaardige rusthuizen diervriendelijk vlees de bijwerkingen van drugs die van de farma-industrie kanker zieker dan pesticiden malafide voort zullen we gaan nooit voldaan ballonnen, kermis, aspartaam kassa’s niet gevuld verslavingen gestild met het mes op de keel vogels mijdend schrijnend verpakkingen kosten meer dan de inhoud reclames, groener dan het product het planten van de eenzame schijnboom ter compensatie uw geweten zal het geweten hebben want schijnen doen we goed naar het schijnt iedereen hypocriet de ene al wat opmerkzamer dan de andere op een opportune manier met ethiek omgaan of van het opportunisme uw nieuwste principe maken absoluut, die waarheid de solipsist, postmodernist en nihilist zaten samen op café komt er een pragmaticus binnen van Syrië het kapitalisme zij doet goed ziet ge die verlichte illusies niet de straatversiering optisch optimistisch flikkeren licht voor de occasionele zwerver ziet u negeren zult ge rationeel zult ge genieten van overdaad schaad-t niet baat het niet de een zijn dood is de ander zijn voort zullen ze gaan het paternalisme zij is nodig want hiërarchie en dominantie loont alternatieven zijn er om tot complottheorieën gereduceerd te worden vertrappeldkrachtsverhoudingen zijn er om omvergeworpen te worden wacht maar idealen zijn er om verkracht te worden doe maarheb ik van horen zeggenonafgewerkt losse eindjes ontevredenheid is dat wat de toekomst voedt lang heb ik nagedacht over de toon van deze brief tergend heb ik overleefd geweerd gesleurd uitgeput gespeeld met dat wat er van mijn persoon verwacht werd bespeeld werd ik bewerkt het ultieme product conform aan de geïnstrumentaliseerde verandering die gij koos die uw belangen dient moordend laatst zag ik iemand lachen ik dacht bij mezelf yolo

Pseudoniem
0 0

bolsters

we zijn nog niet zo lang geleden geboren, dacht ze toen we naar de avond keken. het gras acupunctuurde in onze ruggen.  ze zei dat ze bang was dat er een bolster op haar hoofd viel. ik zei dat ik dat begreep.   ik zei dat ik niet wist dat het bolsters waren en dat ik dat eigenlijk veel leuker vond.  ze hingen mysterieus aan een boom, groene knobbels  die we met half dichtgeknepen ogen konden wegblazen. ik zei dat bang zijn misschien ook zo werkt.    soms weet ik niet eens wat voelen is. ze zeggen dat het op regenen lijkt en dat stormen de dingen zuiveren  en ik vraag me af wat er dan eerst was.   soms wil ik de aarde in mijn huid laten branden.    ik was naar buiten gelopen en ik had haar niet gezien omdat ze zoals het leven achter een muur was gaan staan. mijn hart sprong zo hoog dat de oudste stenen scheurden.  we aten maïswafels in stukken om over fragmenten te praten. er was geen tijd geweest tussen reizen en werken.    ik had die dag drie stenen gekocht.  we luisterden naar wat de stilte te vertellen had en speelden dat we in de knoop lagen. er klonk het geluid van gelukkig zijn.  onze armen grepen elkaar als strohalmen. ik was de eerste die ontknoopt werd toen ik nog verward wilde zijn.   we herschreven de regels van badminton zodat we allemaal raketten werden.  we sloegen onze verhalen over het net tot ze gewichtloos in pluimen veranderden.  er gleed een vliegtuig door de regen.    later rolden we over het grasveld. onze hoofden wankelden en ze fluisterde waarom ik gevallen was. ik verpakte mijn antwoorden in de wolken om ze zachter te maken.  we keken naar de lucht en hoe die tussen ons en de kosmos hing. haar handen tekenden druppels van een onweer in de bergen; ik had inderdaad nog nooit zoiets moois gehoord.    ik denk dat ik weet hoe liefde voelt.   het werd voorzichtig schemeravond; de zon schilderde haar eigen ondergang.  misschien zijn we allemaal wel groene knobbels  en worden we alleen maar bolsters als we vruchten dragen. ik wilde voor altijd blijven liggen.     

Kristien Spooren
25 1