Zoeken

Schrijftaal ? spreektaal ? dialect ? ( ge meugt gerust zen )

Hedde tal gehoord? Verleden dinsdag zat ik bij Chantal int café. Ineens loept daar een grote rat de frituur van dikke Guy langs achter buiten recht het café binnen. Dat was daar een gekweek en gedoe. Een geroep en een getier. De Laenen zat er me nen borstel achteraan. Chantal die wier zot. Ze dacht da speelt dieje nooit kleer. Het succes was novenant. Aloïs begon al lelijk te doen. Die zijn keers was bijna uit. Tripel van Westmalle die kunnen daar niet tegen. Zuiver voor de commerce. In café ‘in de Volksvriend’ daar worden ze opgedaan. Da was geen aardigheid in diejen tijd.             Ge meugt gerust zijn. Lachen dat die dee. Da’s iet aarig ze, een rat. Goe zat allemaal. Dieje is er afgevallen. Da was t’een en t’ander. Just op tijd. Gustje was ze weer aant plagen. Da gezaag zal sebiet wel gedaan zen, zei ze. Toen wast vat af. Genne De Keuninck nie meer. Chantal belde naar Louis van café ‘ De Pelikaan’ Wulle met dat leeg vat naar den overkant. Rolt er nie mee of ge ga wa voorhebben zei Louis. Dieje loempe van de vakbond van z’n kloten maken Veul te zwaar. Dieje is dan ook geboren op 1 april. Alleman zat. Den dag van heden mag da allemaal. Op ne werkdag lopen ze al van t’een café naar tander, oep ne werkdag hè. Goe gelachen wel.             Iet anders. Ik heb ne nieve caravan. Als k het kraantje in da keukentje openzette begon toilet te lopen.. Da darmpke zal verkeerd. Iet later stond de schuif onder de poempbak, met bestek, ge weet wel, helemaal vol water. Vloeken jongen, vloeken. Na zat er een ander darmpke los. Veel gezever mee gehad. Dieje verkoper stamp ik onder zenne put da de ballen in’t rond vliegen. Da’s veel beter dan een Rapido plooicaravanneke. Na moet ik wel naar de keuring want de nieve is meer dan 700 kilogram. Chance da we in Hühnerscheid genne regen hemme gehad. Da’s Luxemburg nie ver van Bastogne. Kelly had voor niks greppeltjes gegraven. Hoe loemp kunde zen? Veurige keer hadde we regenweer. Niks dan modder. Klote weer en problemen met gasvuur. Een steekvlam van zeker drei meter. Da darmpke zat geplooid. Bekan heel de voortent weg. Da’s nylon, hè da zeil. Nog nooit zoveul sigaretten meegebracht. Die camions konden allemaal aan de kant. Met ne caravan konde gewoon door. Den Opel Vectra is wel aant verslijten. Di van ons zegt dat geld op is.             Ik hem gehoord dat de Léon bekan met visbak en al de vort ingeduikelt is. Voorover, recht erin, bekan. Die kan nie vissen met den haak. Neen, neen ne meerval. Genne snoek. Verkeerd aas. Hoe loemp kunde na zen. De miserie van een ander daar zijn we nie mee gediend. Da maakte mij nie wijs. Ja, ja, café Arizona was om drei uur nog open. Ge meugt gerust zijn.

Hubert Grimmelt
0 0

Zielig boekje

Zielig boekje Hier lig ik dan op de boekenbeurs: een magere paperback, vodje papier van niemendal, met kleine letters, beduimeld en gescheurd door een zeldzame malloot die gretig mijn eerste bladzijde monsterde, om me daarna onverschillig op de stapel broertjes te gooien. Liever had ik dwarsligger willen zijn. Zo’n ding van sigarettenpapier dat je op de trein vergeet terug in je zak te steken. Maar mijn schrijver is wars van populisme. Ik had hem ingefluisterd mij niet in eigen beheer uit te geven, maar nee, hij moest en hij zou. Het heeft hem nog veel geld gekost, met mijn uitdagende cover in kleurendruk. Mijn vrouwenbeen met afgezakte panty, zodat de huidkankervlekken goed tot hun recht komen, moest het doen. Maar helaas, het publiek kan zijn grapje niet smaken. Jaren heeft mijn geestelijke vader gezwoegd aan elk woord mijner zinnen, totdat niets zinnigs meer overbleef; toch een must om literair te wezen tegenwoordig. Branden van jaloezie doe ik, op die dikkerd van Lize Spit, waarvan nu 80.000 collega’s ergens op een Ikea-kast vertellen dat de eigenaar trendy is. Hoe ze het heeft klaargespeeld met een gestolen idee zoveel kitsch te verkopen, stoot mij tegen mijn ongebonden rug, maar ja, wie ben ik? Het product van een onbekende debutant. Zijn pen bleef onaangeroerd tijdens de signeersessie en hij heeft mij intussen verlaten om troost te zoeken in de drank. Zo heeft hij tenminste het gevoel iets gemeen te hebben met Jeroen Brouwers. Maar ik, kijk, daar word ik nu vreselijk onzeker van. Beter was ik iets steviger uitgevoerd: ingebonden met een harde kaft en een gouden biesje eromheen. En zo’n lintje eraan, zodat de lezer tenminste weet waar hij gebleven is. Dat doet het altijd. Maar nee, het moest chiclit-goedkoop. Ik word daar depressief van. Mijn roemloos lot is devaluatie, opgekocht worden voor 2 euro door de Markies, of erger nog de Slegte en hopen dat een gefrustreerde, slechtziende eenzaat mij koopt voor mijn pittige buitenkant. Tussen mijn letters voel ik de boekenhel al opdagen: een rommelmarkt of een derderangs antiquariaat, waar ik jaren zal liggen muffen tot mijn papier vergeeld en mijn schrijver vergeten is dat hij dankzij mij de onsterfelijkheid betrachtte. Volgende keer ga ik digitaal, zeker weten.

LUDO DELBON
36 0