Zoeken

Voortaan zou hij wij zijn.

Het viel niet in goede aarde, geef toe, er zijn grenzen. Hij wou niet langer als appelboom door het leven gaan en ging vanaf nu appelen en peren baren. De liefdesboom was in de verkeerde stam geboren, beweerde hij. Een opgesloten ziel. Hij werd wij. Te gek voor woorden. Er waren vooral Roomse bezwaren. Was Eva dan voortaan de peer? Een uitdrukking die de Hollandse linde niet meteen begreep ook al was hij zelf een hybriede. Fruit is fruit, opperde de gestutte notenboom, wat zoals steeds in dovemansoren viel. Nog een geluk dat hij geen bananen koos, grinnikte de zwarte bessenstruik, wat een apenland. De liefde is voortaan een wij, verbeterde de jonge laagstam, gedaan met dat hij en zij. Ondertussen kent iedereen een Adam met Adam. Iets wat de hazelaar maar matig apprecieerde. Hij, zei hij, sorry wij bedoel ik, wij dus, was al een zelfbevruchter en nu dit, nooit content. Laissez passer l’orage, oordeelde de reine-claude, wij fait de son cul ce qu’il veut. Wat de noordkrieken in een Franse colère deed schieten. Niet terzake skandeerden de bruine walnoten: eigen volk eerst, maar de andere fruitbomen konden dat gezwets al lang niet meer pruimen. Samen sterk, riep de moerbei. Waar de pereboom, de enige real one, theatraal en als een king aan toevoegde: vooruit! Gooi het op instagram en wij hebben hem liggen. Weg ermee! krijsten de stekelbessen en lapten er ook onterzake aan toe: linkse ratten! Wij nemen hem te grazen, slaan hem tot moes. Geen licht meer, geen lucht, geen leven. Stilte! De wind kon het niet meer aan en raasde doorheen de boomgaard. Takken werden afgerukt. Tot het over was. De tamme kastanje schudde zijn kruin. Hoog stak hij boven de andere uit. Er zijn niet altijd woorden nodig om de waarheid te zeggen.  

Dorlan Slefficsroth
29 1

The Gatekeeper

‘Ik ben hier om alles bij elkaar te houden.’ was het antwoord toen ik vroeg naar zijn hoedanigheid.‘Dus zonder jou zou alles ineen storten?’‘Je hebt geen idee.’ grijnsde hij. Hij torende boven mij uit terwijl ik weerloos op het tapijt lag. Een vinger in mijn richting. ‘Zie jezelf daar liggen. Je moest je schamen.’ Woorden als een geseling. Misschien had hij gelijk. Maar halverwege het geautomatiseerde neerhalen van mezelf hield ik halt. Nee! Ik wou mezelf niet langer beperken volgens zijn eisen. Ik zou me verzetten tot hij monddood gemaakt was. Zijn oordeel was gefundeerd op mijn duistere gedachten. Met zijn hard uitgesproken mening hield hij mijn zelfvertrouwen laag. Schor geschreeuwd van woede beet ik in zijn enkels. Hij gaf geen krimp, volledig stijf doordrongen van zijn verantwoordelijkheid. ‘Je hebt mij nodig.’ ‘Waarvoor?’‘Om jou te beschermen.’ Plots zag ik wat zijn moeder zou kunnen gezien hebben. Dwars doorheen zijn pantser. Hij deed zijn uiterste best. Zijn intentie was eigenlijk heel mooi, bijna aandoenlijk. Zich niet bewust zijnde van de schade die hij aanrichtte, bewaakte hij mijn mentale grondgebied. Voor die taak was hij in het leven geroepen. Mijn zelfbehoud was zijn zorg. Gekalmeerd door een vernieuwde kijk op zijn bestaan, kwam ik hem tegemoet. Ik zou luisteren en hem bevestigen. Zijn advies ter harte nemen. Zijn kwaliteiten appreciëren. We konden zelfs bondgenoten worden. Meewerken in plaats van vechten, dat ik daar niet eerder op gekomen was. Maar in stilte besloot ik ook om mezelf het laatste woord toe te schrijven. Hij versperde de doorgang en ik vroeg nederig of ik mocht passeren.‘Het is te laat. Misschien een andere keer.’En ik wist dat dat moment zou komen.

KarolienDeman
44 0