Zoeken

Pijlen

Zo’n twee weken geleden zag ik vlak voor mijn neus een gruwelijke botsing gebeuren in een van de drukste eenrichtingsstraten van het anders immer vredige Heist-op-den-Berg. Dodelijke slachtoffers waren er op het eerste zicht niet, maar het asfalt vol levenloos kalfsgehakt, gebroken Mama Mia’s en uiteengereten stukken knolselder zorgde voor een enorm wansmakelijk tafereel. De bestuurder in fout, een oud besje van een jaar of tweeënzeventig, had een meisje van in de twintig zonder uitkijken frontaal geramd, terwijl die laatste nietsvermoedend (en tevergeefs) spaghettisaus zonder suiker aan het zoeken was. Het was verschrikkelijk. Toen ik zeker wist dat ik geen derde keer ging flauwvallen, richtte ik me tot de oude vrouw, die, na een halve pallet Weense worstjes op haar hoofd te krijgen, wat verdwaasd om zich heen keek. ‘Dat komt ervan als je de pijlen niet volgt hè, ouwe taart.’ De pijlen, ja. Ik ben er zeker van dat niet mijn leeftijd, maar de tegen-het-verkeer-in-rijdende Colruytbezoekers elke donderdagavond de grootste reden zijn van mijn opkomende grijze haren. Als ik nog één keer iemand hoor zeggen dat die pijlen ‘vrijblijvend’ zijn, sla ik hem – of haar, want ik haat seksisme – vrijblijvend in een ziekenwagen. Pijlen schilderen voor het geval iemand ze zou willen volgen, is hetzelfde als verkleed als frietzak naar je werk gaan voor het geval er onderweg nog iemand zin heeft om carnaval te vieren. Ofwel doen we het allemaal, ofwel niemand. Maar ze staan er, dus je muil houden en de pijlen volgen is de boodschap. Anders gebeuren er ongelukken, zoals nu dus. ‘Maak je geen zorgen,’ zei ik terwijl ik het twintigjarige slachtoffer te hulp schoot, ‘ik weet wat ik doe. Ik heb de eerste les van m’n basiscursus EHBO net achter de rug.’ Ze probeerde iets te zeggen, maar kwam niet verder dan wat gebrabbel, dus ik stelde haar nogmaals gerust en zei dat alles goed kwam. Toen ze eindelijk alle stukjes ongekookte tagliatelle uit haar mond had gevist, zei ze me dat een hartmassage écht niet nodig was en vroeg ze – naar mijn gevoel wat onbeleefder dan je je levensredder toespreekt – of ik misschien haar borsten wou loslaten. Hetgeen ik onmiddellijk deed, want ik ben geen viespeuk. Ik excuseerde me en vroeg haar gsm-nummer, zodat we later de terugbetaling konden regelen van haar trui, T-shirt en beha die ik had opengeknipt voor het geval ze geopereerd moest worden. Terwijl ik dat zei, zag ik vanuit m’n ooghoek de oude heks op ons af kruipen. Het zijn niet de pijlen alleen, trouwens. Wekelijks zie je ze met meer komen, de families die oprecht geloven dat de Colruyt een walking dinner is. Met het hele, zevenkoppige gezin vreten en zuipen ze zich een indigestie aan gratis wijn, koffie, toastjes met pitasla, chips, kauwgom, M&M’s, stukken appelsien en blokjes abdijkaas. En elke week worden die Bourgondiërs assertiever. Ik zweer het je dat ik onlangs iemand een fles wijn uit het rek zag pakken, zag weggaan, zag terugkomen met een kurkentrekker die nog in de verpakking zat, en daarna de fles zag openen om ze glaasje na glaasje soldaat te maken. Nochtans was de Châteauneuf-du-Pape niet de proever van de week. Toen we wat later op een zaterdag de Colruyt binnenkwamen en in de eerste gang al overduidelijk met onze kar los door iemands babyborrel reden, zei ik tegen m’n vrouw ‘Nu is het genoeg. Vraag maar opslag op je werk. Vanaf volgende week gaan we naar de Delhaize.’ 'Mijn hart, mijn hart,’ schraapte de oude kraai, die zich ondertussen met één arm tot bij het meisje en mij had gesleept. Geen twee keer, dacht ik. Ik ben geen viespeuk. Dat mens wil duidelijk gewoon dat ik aan haar borsten zit, iets wat wel vaker gebeurt wanneer vrouwen mij voor de eerste keer zien. Dus ik stapte over haar, wees nog één keer duidelijk naar de pijl op de grond, en zette m’n winkeltocht in de juiste richting verder. Vlak voor de kassa maakte ik bijna een achterwaartse salto omdat de Gran Barón van dat mens tot aan de diepvriezers was gelopen. ‘Al wat die achterlijke rimpeldoos moest doen was de pijlen volgen,’ hoorde ik mezelf tussen m’n tanden door zeggen. Meer heb ik er nadien niet meer van gehoord. Een week later, toen ik door de gang met pasta reed, zag ik dat er iets voorbij de pijl een of ander silhouet op de grond was getekend. ‘Nog schoner,’ dacht ik. ‘Als de kinderen hier nu na het eten ook al gaan beginnen spelen met stoepkrijt, hebben we het allemaal gezien!’ Opslag of niet, volgende week ga ik écht naar de Delhaize. Al blijf ik toch enorm sceptisch of dat wel kan werken, zo’n winkel zonder pijlen.

Hans Verhaegen
8 0

Kamp Waes

‘Putain ket, hebt ge ’t gezien gisteren? Die laatste proef met dat zwembad vol weessokken, hitsige hyena’s en poepgelei?! Onwaarschijnlijk!’ Toen zelfs het dakloze vrouwtje naast het Zuidstation het belangrijker vond om me aan te spreken over de laatste aflevering van Kamp Waes, dan om geld te vragen, begon het me te dagen. Ook de week ervoor was zowat iedereen erover begonnen, van de uroloog die m’n penisverkleining zal uitvoeren tot de vrouw in Café De Kopstoot in Wezemaal, die achter me mee het genderneutrale (lees: enige) toilet binnenglipte en me gretig begon te bepotelen, terwijl ik echt heel dringend moest urineren. Maar het was op die woensdagochtend in de Brusselse Fonsnylaan dat het helemaal tot me doordrong: ik ben de laatste Belg die nog niet naar Kamp Waes kijkt. Laat me even de opzet van Tom Waes z’n laatste creatie schetsen, zodat ook m’n honderdduizenden Nederlandse lezers mee zijn. In Kamp Waes geven enkele hypersportieve Vlamingen zich vrijwillig op om vernederd te worden terwijl ze onmogelijke opdrachten moeten uitvoeren, zoals een nieuwe pot Nutella openen zonder dat het papiertje aan de rand blijft hangen, of een das knopen binnen het half uur zonder een deur in te stampen. Dat gebeurt allemaal onder toezicht van onze Special Forces Group, een ultragetraind, multigeskilled superteam dat snel inzetbaar is wanneer er in ons land dringend potten Nutella geopend of dassen geknoopt moeten worden. Tom z’n rol beperkt zich tot toeschouwer en voice-over van het ding. Hij doet dat aan de zijde van een man die zich ‘de Fly’ noemt en eruitziet alsof hij elke ochtend de melk van z’n ontbijtgranen in zijn baard morst. Meester Fly schreeuwt de kandidaten dingen toe als: ‘zielige watjes, als jullie nog één keer de dooier van mijn spiegeleieren laten uitlopen, bijt ik jullie piemel eraf en kots ik hem terug uit in jullie bakkes! Het kan me niet schelen dat je een vrouw bent!’ En ‘Degene die er niet in slaagt het volledige debuutalbum van Twarres te beluisteren zonder dat het bloed uit z’n oren spuit, draai ik een tong tot z’n amandelen paars zien! Het kan me niet schelen dat je een vrouw bent!’ Maar terug naar de sympathieke Tom, want laat er geen twijfel over bestaan, net als elke fatsoenlijke Vlaming ben ik fan van het fenomeen Waes. De man veroverde m’n hart als de broer van Bart in Het Geslacht De Pauw, in de tijd dat we nog over Bart De Pauw spraken en alleen zijn familie bedoelden als we het over z’n geslacht hadden. Enkele jaren later volgde Tomtesterom, waarin Koning Waes met z’n legendarische prestaties record na record brak, te beginnen met dat van meest vergezochte woordspeling voor een tv-reeks. En zo arriveerden we bij Reizen Waes, een programma waarin reisleider Tom ons meenam naar enkele obscure hoekjes van de wereld die het ontdekken waard waren. Opnieuw een schot in de roos, al had ik het persoonlijk wat moeilijk met de aflevering waarin hij in Groenland met z’n gastheer zeehondjes ging doodknuppelen, omdat de kinderen er verzot zijn op zeehondjesbloed en het goedje letterlijk met emmers naar binnen gieten. De uitzending waarin hij door een magnifieke speerworp de jacht op een 10-jarig albinoweesje in Tanzania won, behoorde dan weer tot een van de mooiste tv-momenten van het laatste decennium. Tegen de tijd dat Wauters vs. Waes op het scherm kwam, hadden we al lang geen programma meer nodig om te weten dat onze God het zangertje van Clouseau zou vermorzelen in zowat elke uitdaging mogelijk. Met succes een koe insemineren? Waes. (Koen leerde pas na de proef dat de procedure geen seksueel contact vereist.) Een man met een verstandelijke beperking opleiden tot je vaste klankman? Waes. Enkel de test waarbij de heren al skydivend de vijfde van Beethoven moesten naspelen op de neusfluit, leverde Koen een overwinning op. Hoe multigetalenteerd ook, tegen de neus van Koen Wauters is niemand opgewassen. Met dat ding kan je dan ook een hele provincie in de schaduw leggen. En nu is er Kamp Waes dus. In de aflevering die ik zag, werd er iemand uitgeflyerd omdat hij zijn wapen was vergeten. Maar zeg nu zelf, zouden we die deelnemer niet beter belonen? Want wat is er Belgischer dan Special Forces die zo amateuristisch zijn dat ze hun wapen vergeten? Geloof mij, van de vier militairen die dagelijks door het station van Brussel-Zuid flaneren, loopt er altijd minstens één bij die z’n machinegeweer op de keukentafel liet liggen en luchtgitaargewijs doet alsof hij wel degelijk een mitraillette in z’n handen heeft. Geen haan die er naar kraait. En misschien is dat wel de belangrijkste skill om bij de SF, het Belgisch leger of welke andere Chiro-afgeleide te horen: oplossingsgericht denken. Tot de Fly en co daar rekening mee houden, blijf ik de enige Belg die niet voor de buis zit wanneer de heer Waes, uit pure bescheidenheid, presenteert in plaats van proeven doet. Want we weten allebei dat Tom moeiteloos het papiertje van een pot Nutella knipoogt, terwijl hij vlotjes een das knoopt, van elke weessok terug een paar maakt, rustig elke hitsige hyena tot bedaren brengt en zich terecht afvraagt waarom er in godsnaam zo veel poepgelei in dat zwembad ligt.

Hans Verhaegen
167 0

Leve de democratie ! Aan de slag: verplichte regeringsvorming.

Aan Zijne Koninklijke Hoogheid Monseigneur Prins Laurent van België Monseigneur Daar U als broer van Zijne Majesteit de Koning zich voorzeker de durf en moed aan de dag wil leggen om hem mijn advies te overhandigen in zijn moeilijke taak als organisator van de regeringsvorming. In het verleden heeft U, Monseigneur, reeds getoond dat U het lef heeft om de platgetreden koninklijke paden te verlaten. Misschien moet U in deze monarchale crisis Uw grote broer toch maar terzijde staan; steunen en stutten. Op hoop van zegen; de wanhoop voorbij met dit, mijn, ons mooie landje. Hop met de monarchie ! Hup, hup met de democratie ! Mijn plan is klaar en eenvoudig uit te voeren. Het is een preventief plan om na de volgende verkiezingen gelijkaardige werkonwilligheid te voorkomen. . Monseigneur, hopelijk kan u Zijn Majesteit de Koning, uw grote broer, er toe aanzetten om mijn voorstel ter harte te nemen. Ik wens hem hierbij goede moed om zijn / onze politici hiermee écht aan het werk te krijgen. Voorzeker kan humor hierbij behulpzaam zijn om uw broer te overtuigen :) . ( ZAZA-cartoon dd 16.01.2020 ) Van harte, uw onderdaan Theo Loog De Stille TheoLoog.DeStille@gmail.com Bijlagen: Essay – Probeersel – Advies tot Verplichte Regeringsvorming. In conclaaf ! NU ! AANVULLING – OVERZICHT procedure Bijlage: 1.       Essay – Probeersel – Advies tot Verplichte Regeringsvorming Essay – Probeersel – Advies tot Verplichte Regeringsvorming van door ons verplicht - democratisch verkozen – parlementariërs; die zich al (bijna) negen maand lang werkonwillig opstellen. Laat ons het effenaf een werkstaking of lock-out van de democratische werking van ons land noemen. Deze moedwillige werkweigering, dit bewust ontlopen van hun verantwoordelijkheid, die ze zelf wensten op te nemen door zich verkiesbaar te stellen, moet dringend gestopt worden. De verkozenen zetelend in het parlement dienen verplicht te worden om onmiddellijk hun werk te hervatten. Deze zelfde politici of hun partijgenoten voorgangers hebben nog niet zo lang geleden een wet gestemd om een staking van werknemers te kunnen breken door een minimum dienstverlening te voorzien. Zo dwingen ze de werknemers om vooraf een verplichte keuze te maken: staken of werken? Voor het breken van andere stakingen hebben ze de werkgevers de mogelijkheid geboden om werknemers op te eisen, om stakingspiketten gerechtelijk te laten verwijderen, om werknemers te verplichten, ongeacht de omstandigheden, hoe moeilijk, hoe onmogelijk, hoe stressvol ook toch hun werk op te nemen en uit te voeren. En zo nodig moeten ze berecht worden en met fikse bedragen beboet worden. Maar zoals zo vaak zorgen ze er voor dat deze werkwetten niet gelden voor hénzelf. Zij mogen alle onzinnige excuses blijven herhalen en rond echoën: “Het water is te diep. Er moet nog verder gepraat worden. We willen eerst nog rond de tafel gaan zitten.” Welke ondernemer zal ooit dit geduld opbrengen om zijn werknemers volle pot te betalen – (bijna) negen maanden lang om zonder resultaat te blijven bazelen met elkaar, zonder ook maar één meter te vorderen, terwijl het werk zich blijft opstapelen, de problemen blijven aangroeien. Voor parlementsleden kan dit wel, kan dit steeds weer. Herinner u ook de pensioenhervorming van de vorige pas geïnstalleerde Vlaamse regering. Het stond in geen enkel regeerprogramma tijdens de verkiezingsrush. Maar zodra de regering gevormd was werd er onmiddellijk ‘werk’ van gemaakt: alle werknemers – zonder onderscheid van leeftijd of werktijd - zouden langer moeten blijven werken, minder pensioen gaan ontvangen – maar niet zo voor de reeds aan de macht zijnde meute politici. Zij zouden hun pensioengeld, hun jonge pensioengerechtigde leeftijd wél behouden. Rechtgeaarde politici moeten het voorbeeld geven, nu, altijd ! Dus heren, dames, niet-werkende maar toch zeer goed betaalde politici, ga NU aan de slag: vorm een regering – welke ook, hoe dan ook.   Zo niet zal ik u via de rechtbank hiertoe moeten opeisen, alle 150 ! Majesteit, sta mij toe u te smeken de verkozenen des volks, politici, te verzoeken mijn advies ten zeerste ter harte te nemen. Mocht u er niet in slagen de politici tot rede te brengen, dan zie ik me genoodzaakt mijn advies aan alle burgers van dit land en aan het gehele middenveld over te maken. Hopelijk moet de bevolking van dit land niet overgaan tot een gedwongen werkopvordering van zijn verkozenen om tot regeerwerk over te gaan. Want dan moeten we hen misschien wel als kardinalen in conclaaf samenroepen en opsluiten in volledige afzondering. Dit betekent: zonder gsm of enig ander communicatiemiddel. Zonder mogelijkheid te overleggen met wie ook, tenzij onderling met de 150 verkozenen. Zonder contact met familie, kennissen, vrienden, partner(s) of sexgenoot(e) hoe ook – tot dat de witte rook opstijgt en u onder elkaar een regering gevormd heeft; een regering mét een plan, een regeerakkoord (akkoord of niet) wel te verstaan. Om een snelle regeringsvorming na verkiezingen in de toekomst afdwingbaar te maken wil ik volgende preventieve maatregel voorstellen ter voorkoming van werkwegering door politici.  Best wordt deze maatregel zelfs in de grondwet opgenomen. Deze maatregel zou door gewone meerderheid misschien al in de Senaat geagendeerd en in bespreking kunnen genomen worden en ingediend als gewoon wetsvoorstel in het parlement. Financiële maatregel werkonwillige parlementariërs – niet aanstelling van een ministerraad die de gestemde wetten ook uitvoert. Wat is de zin van een parlement als de gestemde wetten niet kunnen (willen) uitgevoerd worden door de onwil van deze parlementairen om onderling ministers aan te stellen? Zolang er na een verkiezing door de verkozenen géén regering is gevormd zal het loon van de parlementariërs elke maand met 10% verminderd worden, zodat na 10 maand de teller op nul euro loon staat. En vanaf de tweede maand kan er geen enkele onkostenvergoeding (waarvoor zou men onkosten gemaakt hebben als men niet wenst te werken?) ingediend worden. Ook nadien niet met terugwerkende kracht ! Alle poorten dicht a.u.b. . “Teken samen met ons de TWEEDE burgerwet: politici: aan het werk NU: Regeer !” Ondertussen onderneem ik de nodige stappen om Zijne Majesteit de Koning bij te staan door mijn oproep ook kenbaar te maken aan alle Belgen met alle mogelijke middelen. En bovendien lanceer ik een oproep aan alle Belgen om de politici met een burgerwet te dwingen om een regering te vormen; net zoals zij werkgevers de macht gaven via wetten om werknemers te kunnen dwingen tot werken bij staking van werk. Net zo zullen wij, de ‘werkgevers’ van de politici, onze werknemers in politiek, dwingen tot werken. Een oproep naar het voorbeeld van PvdA : “ TEKEN SAMEN MET ONS DE EERSTE BURGERWET 1.500 euro minimum-pensioen”, aan alle burgers om onze politici te dwingen om voor alle burgers een degelijk pensioen te voorzien en niet alleen voor zichzelf; inspireert mij om ook 150.00 handtekeningen te verzamelen: Van harte, uw onderdaan Theo Loog De Stille TheoLoog.DeStille@gmail.com   Bijlage: 2.                                                                      In conclaaf ! NU ! Setting. De verkozenen des volks, politici, worden als kardinalen in conclaaf samengeroepen en opgesloten in volledige afzondering. Dit betekent: zonder gsm of enig ander communicatiemiddel. Zonder mogelijkheid te overleggen met wie ook, tenzij onderling met de 150 verkozenen. Zonder contact met familie, kennissen, vrienden, partner(s) of sexgenoot(e) hoe ook – tot dat de witte rook opstijgt en u onder elkaar een regering gevormd heeft; een regering mét een plan, een regeerakkoord (akkoord of niet) wel te verstaan. Doel. Rechtstreekse gedwongen verkiezing door het parlement van 150 van: ten hoogste 15 ministers. De eerste minister eventueel uitgezonderd, is de federale regering samengesteld uit evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen. Daar kunnen ook nog staatssecretarissen aan toegevoegd worden. Elk van de HUIDIG verkozen parlementsleden kan zijn/haar kandidatuur indienen tot minister mét één ,twee, max drie voorkeuren van ministerposten (zie huidige verdeling posten). Na de stemming kan er onderling nog met unanimiteit van de hele regering en na bevestiging van het parlement met eenvoudige meerderheid nog van bevoegdheden geheel of gedeeltelijk geruild worden. De stemming kan in één of twee ronden georganiseerd worden. Indien alle 15 ministers elk 10 stemmen hebben in er maar één stemming nodig. Maar waarschijnlijk is een tweede (of mogelijk derde of … ) ronde nodig om tot een volledige regeringsaanduiding van ministers te kunnen komen. Eerste ronde. In de eerste ronde worden alle kandidaten die zich aandienden verkiesbaar opgenomen in alfabetische volgorde. Bij de eerste ronde worden de kandidaten reeds uitgeselecteerd die over minimaal 10 stemmen beschikken. De overige kandidaten worden overgeheveld naar de volgende ronde. Tweede ronde (en volgende) In elke volgende kiesronde worden slechts een beperkt aantal kandidaten opgenomen ten belope van het nog resterende aantal benodigde ministers. Zo bv indien in de eerste ronde reeds 5 ministers werden verkozen (min. 10 stemmen) dan kunnen in de tweede ronde slechts de eerste 7 kandidaten met de meeste stemmen toegelaten worden. In geval van exequos op de 7de plaats worden deze samen toegelaten. Zo worden er eventueel extra rondes georganiseerd totdat alle 15 ministers zijn geselecteerd. Eerste minister. Deze pas verkozen ministerraad zal voltallig met eenvoudige meerderheid een eerste minister uitkiezen als ook maximaal 3 vice-eerste-ministers. Deze eerste minister zal de eerste ministerraad voorzitten, nog tijdens het conclaaf achter gesloten deuren. Tijdens deze ministerraad worden de bevoegdheden onderling definitief toegewezen. Hierna zal deze eerste minister de pers te woord staan en de ministers en ministerbevoegdheden bekend maken. Dan pas wordt het conclaaf beëindigd en mogen de ministers en de 135 andere parlementsleden de afgeslotenheid van het conclaaf doorbreken. Veel succes ! En een spoedig herstel van de democratie gewenst ! Van harte, uw onderdaan Theo Loog De Stille TheoLoog.DeStille@gmail.com P.S. Elke partij met minder dan 10 zetels zal zich benadeeld voelen. Maar ook zij kunnen hun stem in het conclaaf laten gelden. Men spele het slim? 9 sp.as    8 GROEN   5 CDH   2 DéFI- samen met de reststemmen boven 10 of boven 20 (NVA) om ook deze stemmen te gelde te kunnen maken. AANVULLING – OVERZICHT PROCEDURE stap 1 Door interne selectie verkiezing van 15 ministers (inclusief éérste minister) stap 2 Na de interne selectie door verkiezing van 15 ministers is de volgende stap om de bevoegdheden vast te leggen voor elk van de 15 ministerdepartementen. stap 3 Definitieve toewijzing van de 15 geselecteerde ministers aan één van de 15 departementen. stap 4 Bekendmaking aan de koning van de resultaten. Eedaflegging bij de koning + voorstelling aan de pers.   Leve de democratie !  

Theo De Haes
1 1

Wat als

Zoveel kruispunten in één leven.  Zoveel keuzes.  Zoveel te kiezen, zoveel gekozen.De eerste kus, de eerste fiets, de eerste kop koffie, de eerste vakantie, het eerste kind, het eerste huwelijk… Af en toe denk ik, wat als… Wat als ik op dat ene kleine moment iets anders had gekozen. Hoe zou m’n leven er dan uitzien. Neem mijn eerste kus.  Ik was helemaal niet verliefd, wél gefascineerd.  Op mijn zestiende kreeg ik mijn eerste kus.  Hij was helemaal weg van mij, ik enkel nieuwsgierig.  Eer ik begreep wat er gaande was, voelde ik een lange stijve tong in mijn mond draaien, zoekend naar iets wat ik niet begreep.  Hij smaakte vies.  De jongen in kwestie wilde nog kussen.  Ik niet.  Ik wist genoeg.  Dit hoefde niet voor mij. Stel je voor dat ik wél ingestemd had met die tweede kus, en een derde en een vierde. Stel dat ik mezelf helemaal in de liefde gesmeten had en wél verliefd was geworden. Pas véél later ontdekte ik dat tongkussen te vergelijken is met je eerste koffie. Het vraagt een beetje doorzetting eer je de smaak te pakken hebt.  Misschien was ik dan wél gegaan voor het huisje, boompje en tuintje.  Trouwen, bouwen, kindjes en de carrière. Dan had ik misschien geen 75 jobs gehad en 35 keer verhuisd.  Klinkt ongeloofwaardig, maar geloof me, dit zijn keiharde feiten.  Misschien had ik dan nu een zoon van 30 die het huis niet uitwilde en die de hele dag spelletjes lag te spelen.  Wie weet, had ik dan al twee burnout’s en een kanker overwonnen omdat het leven zo stresserend was.  Of misschien had ik dan een vechtscheiding achter de rug, waarbij ik een huis gewonnen- en vrede verloren had.Of misschien ging alles zijn gangetje en was ik tevreden. De ‘wat alsen’ zijn eindeloos.  Zoveel kruispunten passeren.  Je kan er veel nutteloze tijd aan verdoen. Mijn leven is gegaan zoals het is gegaan.  Goed of slecht.  Geen oordeel.  Voor mij is het goed.  Had het anders gekund?  Jazeker. Beter?  Welke weg je ook kiest.  Het is jouw weg.  De beste weg.  De enige weg. DIT DELEN:

Heidi Schoefs
31 0

AlleenGelukkig zijn

De schrijver vroeg zich af of je alleen gelukkig zijn in één woord of in twee woorden schrijft. ‘In één woord, het werkwoord “zijn” is wel apart,’ dacht hij. Alleengelukkig zijn. Of, met enige elegantie alleenGelukkig. Op zijn Word blad verschenen beide versies meteen in het rood. Tekenen van hoe saai en kleurloos de wereld aan het worden is, zoals het heelal ook verder en verder uitdijt. ‘En wat wil je hiermee vertellen?’ vroeg hij zich verder af. Alleengelukkig zijn is niet eenzaam zijn. Neen. Eenzaamheid staat hier ver vanaf. Het is leven zowel in het donker als in het licht. Het is wandelen op een uitgestrekt strand met in de verte grappige figuurtjes die mensen en honden zijn. Het is wandelen op een drukke stadsboulevard en beseffen dat je ook in stille straten kan wandelen. Het is gewoon in gedachten zijn of in het diepst van de nacht zich afvragen wat je op deze seksparty doet. Het is wandelen met jou zonder jou. Als verlamd staarde hij voor zich uit. Hij zag geen toekomst en hij had geen perspectieven. De verwachtingen werden niet vervuld. Het bed stonk naar de mufheid van ongewassen lakens. De vieze geur penetreerde zijn lijf. Daar lag hij. Alleen. Zonder jou. Hij had heimwee naar de toekomst. Heimwee naar beschadiging. Heimwee naar dat allesoverheersend moment dat jij er niet meer zou zijn. Hij had pijn aan de herinnering van de toekomst, het was in die toekomst dat hij jou met pijn zou herinneren en zijn beschadigde ziel had pijn nodig. Veel pijn. Hij dacht aan jou. Hij dacht aan jullie. En aan zoveel anderen. Aan de euforische effecten van de drugs. Aan de muziek. Hoe zacht en hoe hard ook. Maar er waren geen melodieën meer in de muziek. Melodieën waren in de jaren ’80 van de vorige eeuw uitgestorven en millenial zangeressen wauwelen maar wat woorden aan elkaar. Hij dacht aan de bedwelmende geuren van uitgeblazen kaarsen. Hij dacht aan wat gefantaseerd was en wat niet. Hij dacht opnieuw aan jullie en hij zag je weggaan. Hij voelde zich als een leeg en verlaten huis met veel gebroken vensters. De vochtigheid sijpelde door alle voegen. In elke ader van het huis stroomde vuiligheid. Zijn lijf deed zeer. Zijn lijf verkrampte door zoveel vochtigheid. Het huilde in hem zoals het regende in dat huis. Hij zag hoe leuk en aanlokkelijk jij op dating sites verscheen. In jouw blik lag altijd dat kinderlijke, dat betoverende en toch die geile charme. Hij zag jouw begeerte. Hij zag ook jouw breekbaarheid, jouw kwetsuren. Het was alsof hij dat doorheen het fonkelen van jouw blauwgrijze ogen kon zien. Hij zag er je angsten. Hij zag de angsten dat iemand jou zou helen, dat iemand jou met seks zou troosten. Terwijl de stellingen aan zijn eigen huis werden opgesteld, zag hij dat het huis aan de overkant afbrokkelde. Hij wou het herstellen. Hij wou zoveel… ‘Je bent, net als ik, gebroken. Ik wil je fiksen, alles aan jou repareren. Door jou te herstellen, herstel ik mezelf ook’, schreef hij ergens in een brief die hij nooit zou versturen. ‘Welk monster huist in jou? Welk monster huist in mij? Ik kruip als een bang kind onder dekens. Weg van de wereld, weg van de pijn. Waar is mijn mama?’ Mijn lichaam is geen tempel. Mijn lichaam is niet heilig. Je mag het met je schoenen aan betreden. Stilte, bezinning en wierook beheersen mijn lichaam niet. Mijn lichaam is mijn lichaam. Gewild, versierd, aangekleed en uitgekleed, bereden, gegeseld, voldaan, betraand, gehuld in fantasie. Mijn lichaam is verjaard, bedaard, getroost en verstoten. Dat schreef hij. En tenslotte schreef hij : AlleenGelukkig zijn. Daar wil ik leven. Met jou.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/2020/01/alleengelukkig-zijn.html

Erwin Abbeloos
5 0
Tip

Een komma

‘Tien minuten per dag, meer moet het niet zijn.’ Ze veegt met de palm van haar linkerhand het streepje melk op haar bovenlip weg. De koffiemok in haar andere hand bengelt gevaarlijk nonchalant over de tafel. Wanneer ze spreekt, spreken haar armen en handen mee. Dat geeft haar een komisch uiterlijk, alsof ze zich steeds verdrinkt in het uitleg geven van iets wat de ander niet lijkt te begrijpen, alsof ze het belang van haar zeggen wil onderstrepen. ‘Het staat geschreven in handleidingen, in magazines voor trutten – al dan niet online, of erger, op zelfhulp websites voor beginnende schrijvers.’ Ik krijg elke dag wel een melding in mijn mailbox. “Grijp die kans nu!”, “Jouw laatste 12 uren gaan nu in!” en “Echt, wil je mij nooit meer terugzien? We betekenden zo veel voor elkaar.” Tien minuten discipline per dag, hoor ik haar nog zeggen. Al was het maar een woord, een slordig idee, een zin, een paragraaf of zelfs een hoofdstuk. Tien minuten per dag om te hakken, te knippen, te plakken, te verscheuren of gewoon te zuchten. ‘Ik mag toch iets verwachten van jou, toch? Ik geloof in jou, ik investeer in jou.’ Het kost me een hele dag om dit stukje neer te pennen, zeg ik haar. Haar blik komt in vriesstand. Alleen haar lichaam buigt zich in slow motion mijn richting uit. ‘Het gaat over wat achter het schrijven ligt,’ zegt ze terwijl ze met elk uitgesproken woord ontdooit en uiteindelijk door haar wilde blonde haren wrijft. Die haarstijl geeft haar een onverzorgd uiterlijk. ‘Een ochtendwandeling door Brussel, een miauwende kat, een dutje in de namiddag, de afwas, tweemaal koken op één dag, naar buiten staren en de pendelaars opmerken, de was plooien, een verjaardagskaart sturen of naar ruige porno kijken. Het moet niet altijd rekening betalen zijn. Geef eens wat geld uit.’ Ik wuif naar het meisje dat onze tafel bedient. Met een onzichtbare pen krabbel ik enkele lijntjes in de lucht en geef zo het teken dat ik wil betalen. Ze knipoogt en loopt naar de kassa. ‘Wel’, zeg ik, ‘ik heb alvast een komma verschoven in mijn vorige tekst.’ Ik haal mijn bankkaart boven en wacht geduldig op de rekening. Mijn uitgever glimlacht genoegzaam. ‘Zie je wel dat je het kan!’ en ze neemt haar handtas. Ze staat op. ‘En schrijf nu maar dat ik opsta en het restaurant verlaat.’ Ze is het restaurant uitgewandeld. Eén komma is verschoven en het manuscript werd herschreven.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/2020/01/een-komma.html

Erwin Abbeloos
162 3

Daar liggen we dan, boven op Emma

Mijn echtgenoot heeft een vriendinnetje. Emma heet ze. Tja, het zat eraan te komen. Het is ook wel een beetje mijn eigen schuld. Hij heeft me vaak genoeg benaderd en keer op keer wees ik hem af. Ik had er gewoon écht geen zin in. Sterker nog: ik voel er de laatste jaren geen enkele behoefte meer toe. In het begin van onze relatie trouwens nog wel, hoor. Toen ging ik er nog flink tegenaan. Meerdere keren per week. Nu kan ik me daar niets meer bij voorstellen. Maar ja, die beginjaren, hè. Dan doe je nog zotte dingen. Maar nu dus nog maar zelden. En zeker niet meer zo gepassioneerd. En dan kun je er natuurlijk de donder op zeggen dat je man het ergens anders gaat zoeken. Zó klassiek. Hij heeft haar tijdens een vergadering ontmoet. Ze hadden meteen een klik. En van het een kwam het ander. Voor hij het goed en wel besefte, bevonden ze zich samen in één ruimte. De fitnessruimte. O, had ik dat nog niet gezegd? Ze is zijn sportmaatje. Ik ben niet (meer) zo voor sport te porren. Zeker niet voor krachttraining. En dat is nu juist wat mijn echtgenoot en zijn sportvriendinnetje zo leuk vinden. Gelukkig vindt het contact vooral digitaal plaats – ze woont een paar landen verderop.Ze sturen elkaar hun trainingsschema’s en -resultaten door. Eerlijk gezegd moest ik er wel aan wennen, hoor. Mijn echtgenoot die zo intensief met een andere vrouw berichten uitwisselt. Als je zo onzeker bent als ik – iets met de hele lagereschooltijd gepest zijn – kan er wel eens wat lichte jaloezie de kop opsteken. En nu zijn we net een nieuw bed gaan uitzoeken. Er stond van alles in de showroom: bedden met een groot leren hoofdbord, luxe boxsprings, maar ook van die heerlijk ouderwetse metalen frames. Wij gingen echter voor een houten bed. Eigenlijk was er maar eentje bij waar we allebei enthousiast over waren. En dus is die het geworden. Er zit echter één nadeel aan: het bed heet Emma. Dat geloof je toch niet! Waarom moeten ze het bed dat ik mooi vind, nu uitgerekend Emma noemen, grr. Maar ik heb een oplossing bedacht, hoor. Om te voorkomen dat ik nare dromen krijg over de combinatie Emma-bed-mijn echtgenoot, heb ik besloten ons bed te herdopen. Ik twijfel nog tussen Brad (rijmt wel lekker op ‘bed’) en Thor.  

Vera's Column
16 0

Toastjes met kip curry

Het overkomt zelfs de meest ervaren klanten. Als een snelwandelaar een aantal keren de volledige supermarkt rondlopen, zeg maar vijfduizend stappen, en die laatste boodschap op je briefje blijft onvindbaar. Op het moment dat ik wanhopig, bijna zoals een man die zijn kinderen kwijt is in het pretpark, op zoek ga naar een verkoopster, spreekt een mevrouw me aan. Een collega-zoeker, zo blijkt. "Meneer, mag ik u wat vragen?", stelt ze meteen een vraag. Ik zeg niet dat ze me net al iets gevraagd heeft, maar ik antwoord bevestigend. "Weet u toevallig de toastjes liggen? Om kip curry op te doen." Nu zeg ik niet dat toeval niet bestaat, maar die heb ik net in mijn winkelkar gekieperd. Voor de paté die ik bij de slager gehaald heb. "Zeker", zeg ik. "Volgt u maar." Nadat de toastjes de weg naar haar winkelmandje gevonden hebben, vraagt ze of ze me nog iets mag vragen. "Zou u mijn winkelbriefje willen voorlezen? Ik heb het thuis met de loep geschreven en omwille van mijn slechtziendheid kan ik het nu niet lezen." Nu pas valt mijn oog op haar sterke bril. "Natuurlijk", zei ik. "Met plezier." Terwijl ik haar boodschappen voorlees, steekt ze telkens een vinger op en zegt ze 'ja' als het in haar winkelmandje ligt. Enkel de peperkoek heeft ze nog niet. "Die ligt helemaal achteraan, bij de koeken", zeg ik. Na een 'dank je wel' en een 'met plezier' vervolgt ze haar weg. Terwijl ik haar nakijk besef ik dat ik die uienkonfijt nog altijd moet zoeken. Dat was het laatste item van mijn boodschappenlijst. Een winkeljuffrouw neemt me mee naar de vaste plek van de uienkonfijt. Ik ben er minstens vijf keer gepasseerd. Dat zal je altijd zien, de rode uienkonfijt is uitverkocht. Had ik ook maar kip curry meegebracht.  

Rudi Lavreysen
77 1

De Nikkies, de Bo's en de Dalilla's van deze wereld.

Op haar Youtube kanaal onthult Nikkie de Jager – alias NikkieTutorials – dat ze transgender is. Ze werd onlangs geblackmaild en wachtte op het juiste moment om ermee naar buiten te komen. Dit moment werd haar afgenomen. Het is heel knap van haar om haar belagers te slim af te zijn door zelf een video te plaatsen en als transgender uit de kast te komen. In de video spreken de emoties voor zichzelf. We kunnen hier zeker verder bij denken. Toen in 1985 naaktfoto’s van Madonna’s early years verschenen, had zij maar één antwoord en dat antwoord stond gedrukt in alle kranten : “So what?” De zangeres werd hier ook tegen haar wil, letterlijk dan nog wel, bloot aan de hele wereld gegeven. Madonna is Nikkie niet en Nikkie is Madonna niet maar ik mis ruggengraat bij Nikkie. Ik zie drama, persoonlijk drama, en dat zal het gewicht van chantage wel zijn, hoewel ze de steun van haar moeder en haar beste vriend bovenal waardeert. Ik zie vooral individueel drama en wat brengt het wie bij? Je ziet alleen maar Nikkie. De video zegt : its’ about me. Je ziet geen gemeenschap. Zij is niet de enige die de laatste jaren zo fel van leer gaat tegen vooroordelen, tegen mensen die er een andere mening op nahouden. We zien ook dat er minder naar machtssystemen zoals politiek en religie wordt uitgehaald. Waar vroeger gestreden werd om voor de eigen gemeenschap op te komen, zien we vandaag dat de individuen die tot een bepaalde gemeenschap behoren, als individu opstaan en luid schreeuwen “Not in my name’. Dat had je vroeger niet, toen mensen gezamenlijk opstonden voor hun rechten (vrouwen, holebi’s, zwarte mensen, allochtonen…). We hadden het over ‘ons’ en ‘wij’. We trokken de straat op, we bekladden administraties met fake bloed, we namen het woord in publieke debatten, we maakten minderheden mondiger. We deden dat omdat mensen stierven, omdat mensen op hun seksualiteit afgerekend werden, omdat mensen bevooroordeeld werden door hun huidskleur. Het militantisme, het strijden voor gelijkheid en gelijke rechten is niet meer. Mensen strijden niet meer voor iets gemeenschappelijks maar strijden, binnen hun gemeenschap, voor zichzelf. Er is een verschuiving. Komt dat de gemeenschap ten goede? Zien we nu niet alleen maar de Bo’s, de Nikkies, de Dalilla’s en niet meer de anderen? En wat doet een gewoon persoon op de werkvloer hiermee? Mensen strijden vandaag hun individuele strijd niet meer op straat maar eerder vanuit hun garages, hun slaapkamers, met memes, met quotes, vanuit hun luie zetel op het internet en op social media. Maar internet is etherisch, toch? Nikkie is fel geëxposeerd. Hoe had ze dat anders kunnen aanpakken? Is een - edited - video die 17 minuten “You is you - I am me” duurt relevant? Volstaat een ‘I love you all’ of wordt hier nu iets in beweging gezet? Gaat ze hier nu daadwerkelijk mee verder? Het lijkt alsof ze nu pas beseft dat er buiten de YouTube wereld inderdaad dwaze mensen zijn, mensen die haten, mensen met weinig brein vanboven. Dat is helaas de keerzijde van de medaille en we kunnen er allemaal wel over meespreken. Wat is de rol van social media hier en welk belang hechten we aan social media? Ze zegt dat ze niet graag gelabeld wordt – maar zijn we dat niet allemaal in ons leven? Is een stigma altijd negatief, zijn er niet ergens positieve kanten te vinden in ‘in een hokje te zijn’ – zelf gewild uiteraard, voor zover dat kan? Ik mis ruggengraat maar ik mis ook dieptegang. Is het outen van ‘being gay’ hetzelfde als een outen van ‘being transgender’? Is het outen van iemand die gekend is (mediafiguur, BV, nieuwsanker, zanger/zangeres, politieker, Youtube fenomeen enz) belangrijker dan iemand die pakweg in een boerendorp woont? Wie helpt het? Welke verandering in een machtssysteem brengt het bij? Waarom wordt er überhaupt geout? En wat is dat nu exact dat outen? Wie doet het en in welke context? En waarom? Hoe staat ‘coming out’ daar tegenover? Hoe belangrijk is normalisatie? Hoe belangrijk is onzichtbaarheid terwijl je toch wel gezien wil worden? Ze heeft wel een punt, nl. dat zij en zij alleen beschikt over haar leven. Maar mensen met slechte bedoelingen, wanneer je op YouTube bent, zitten er helaas bij. Waarom wist ze dat niet? En hoe kunnen we zwakkere mensen, minderheden beter beschermen hiertegen? Hebben we iets niet doorgegeven aan deze generatie van volgers en likers? Is het discours dat we ooit hadden tegen macht vandaag een ordinaire klaagzang geworden? Niemand verdient het dat zijn of haar leven afgenomen wordt door iemand met slechte bedoelingen. Wordt het daarom niet tijd dat gemeenschappen opnieuw bij elkaar gaan kijken wat hen bindt? Is het niet tijd om al die individuen van verschillende gemeenschappen en minderheden bij elkaar te brengen en een gezamenlijke strijd organiseren? Is het niet tijd voor minder IK en meer WIJ? In een ECHTE wereld?  

Erwin Abbeloos
21 0

Kai-Mook

Toen ik gisteren aan het pissen was, vroeg ik me ineens af hoe het eigenlijk nog met Kai-Mook zou zijn. Ik herinner mij dat we met de hele natie zo uitkeken naar de komst van dat geslurfd mirakeltje, alsof het uit de baarmoeder zou komen met een oplossing voor het gat in de begroting, een geneesmiddel tegen kanker en het geheim van hoe je bechamelsaus zonder klonters maakt. Er hingen zelfs camera’s in de kooi van hoogzwangere moeder Phyo Phyo – olifanten geven evenveel om privacy als de gemiddelde Facebookgebruiker – zodat iedereen live kon zien wanneer het grote moment was aangebroken. En wij zaten allemaal zo dicht met onze neus op het scherm dat we de olifantenschede bijna konden ruiken. De dag dat het schattig, gerimpeld jong eindelijk haar hoofdje liet zien, was iedereen buiten zichzelf van vreugde. Alle mannelijke bezoekers van ZOO Antwerpen mochten gratis binnen als ze hun broekzakken binnenstebuiten keerden, hun rits openzipten en hun eigen kleine Kai-Mook vrolijk lieten rondbengelen, mits de belofte dat het hele zoobezoek lang te doen. Vrouwen mochten binnen zonder betalen als ze aan de entree hun panty’s uittrokken en op handen en voeten de bevallende Phyo Phyo met een maximum aan inlevingsvermogen imiteerden. Sommigen gingen zo ver om in de trein op weg naar de zoo al een olifantenknuffel in hun gleuf te proppen en die er dan tijdens het spektakel, tot grote verbazing van de toegangsbedienden, met pijnlijke olifantenkreten uit te baren. Deze dames kregen er terecht nog een bonnetje bovenop voor een gratis glas cava in Grand Café Flamingo. En zo ging het in de dagen na de geboorte en heel het land vierde feest en we zongen olifantenliederen, en we bakten baby-olifantenkoekjes met onze kinderen, die we deelden met onze buren – de koekjes, niet de kinderen – en homo’s werden in mekaar gestampt, want zelfs een hartverwarmend fenomeen als een geboorte in een bedreigde dierenfamilie kan helaas niet voorkomen dat er dagelijks homo’s in mekaar worden gestampt, ondanks het feit dat ze al lang voor de hype fan waren van harige slurven en we eindelijk allemaal even één ding meer gemeenschappelijk hadden. En dan bleek dat dat olifantje, dat om op te vreten was en waar we ons jarenlang peter en meter van voelden, zich op 7-jarige leeftijd al rijp genoeg achtte om zelf moeder te worden! En allemaal waren we gedegouteerd van die kleine kinderhoer die heel de tijd een rolletje had gespeeld en die, terwijl onze kinderen zich allemaal verkleedden in baby-olifantjes met carnaval, had liggen vogelen met elk beest in de dierentuin dat nog niet eens een beetje een slurf had! Het laatste wat ik er daarna van gehoord heb, is dat ze de sloerie van haar slagtanden hebben beroofd, dat ze twee van haar poten hebben afgezet (links voor en rechts achter), en dat Peter Goossens ze een tijdlang in Hof van Cleve geserveerd heeft als ‘verrassingsnuggets met krokantje van ivoorstamperbloesemblad.’ Daarna hebben de dierenverzorgers haar op een boot richting Afrika gezet met de woorden: ‘ik hoop voor jou dat het lang duurt voor de jagers je vinden, maar ik zou er niet te hard op rekenen, schijnheilige dinosauruskut. Als de Afrikaanse olifanten je al niet eerder weten te strikken, want naar het schijnt lusten die Aziatische olifanten rauw en hangen ze ze op in de hoogste boom of gooien ze hen dood met brandende neushoornkak.’ Sindsdien staat er in de vuilste uithoek van Planckendael een kartonnen olifant die Kai-Mook moet voorstellen. En iedereen kan zien dat het niet de echte is, maar niemand komt ernaartoe om het effectief te ontdekken, omdat iedereen in ons land het gehad heeft met die walgelijke dierenslet, die ons heel even weer liet geloven in een betere wereld waarin wonderen bestaan, waarin we ons allemaal verbonden voelen en we beseffen dat we veel meer kunnen bereiken als we ons achter hetzelfde doel scharen. En 11 miljoen Belgen bleven gedesillusioneerd achter, ons dood schamend over hoe we allemaal toch zo kinderlijk naïef hadden kunnen zijn.

Hans Verhaegen
66 1

WhatsApp

Maar weinig uitvindingen hebben ons leven zo radicaal veranderd en verbeterd als WhatsApp. Veel mensen herinneren het zich niet meer, maar er is een tijd geweest dat we om elkaar te bereiken, een bericht moesten sturen via sms, als barbaren. Na 160 karakters verdubbelden de kosten van zo’n sms’je zich al, waardoor we gedwongen werden om onze hersenen te pijnigen en na te denken voor we iets stuurden. Wat wil ik zeggen en hoe formuleer ik dat kort en duidelijk? Het was me wat, die dagen. Ik wil niet weten hoeveel tijd ik verspild heb aan al die onnozeliteiten, in plaats van snel snel en gratis mijn vraag te stellen in 11 aparte, met vrolijk geluidje aangekondigde berichten. Hey Çavakes? Seg Snel vraagje Heb je mijn mailtje dat ik juist gestuurd heb al gezien? ’t Gaat over dat feestje Van binnen twee maand. Je moet niet direct antwoorden, hoor. Er is toch niks, he? Anders moet je ’t laten weten he!! Ik maakte me gewoon zorgen omdat je nog niet geantwoord had… Sinds de grote doorbraak van WhatsApp hebben mijn vrouw en ik een klein traditietje in het leven geroepen. Zo vieren we het wanneer rond kwart na elf ’s avonds de 1.000ste melding van de dag binnenkomt. Dan stoppen we abrupt met passioneel de liefde te bedrijven, trekken we onze kleren aan, halen een gekoelde fles champagne in de nachtwinkel en zetten we koers naar het huis van de verzender. Rond middernacht zijn we ter plaatse en drukt een van ons twee – we wisselen af – enthousiast op de bel. Een symbolische, analoge melding van onzentwege, zeg maar. Vaak is de gelukkige winnaar wat verward en slaapdronken en worden de kindjes huilend wakker, van geluk natuurlijk, wat de ontlading alleen maar groter maakt. Voorlopig heeft nog niemand het gezegd, maar wij hebben geen woorden nodig om te weten dat mensen dit enorm appreciëren. Hoe kan het ook anders? Wij zeggen: ‘bedankt om ons het gevoel te geven dat we op elk moment van de dag onmisbaar zijn. En right back at ya, wij kunnen zelfs ’s nachts niet zonder jou.’ Meestal vertrekken we dan rond 1.30 uur. Om 6 uur ’s ochtends sturen we hem of haar nog een whatsappje of 15 om hen nog eens te bedanken en een fantastische dag toe te wensen. Je appreciatie voor elkaar tonen, meer mensen zouden het moeten doen. Soms gebeurt het dat de 1.000ste notificatie al veel vroeger op de dag binnenkomt. Dat heb je natuurlijk met die levendige groepjes. En na WhatsApp zelf, zijn die groepjes voor mij de beste uitvinding van het voorbije decennium. Ikzelf ben er van zo veel als ik kan lid, want waarom zou ik niet? Mijn motto is: voor alles is er wel een passend groepje te maken. Zo zit ik sinds kort in een WhatsApp-kliekje van mensen die áltijd te weinig geld terugkrijgen van drank- en snoepautomaten. Verder is er het groepje familieleden die al 7 jaar tevergeefs proberen af te spreken. En ten slotte zit ik ook in de WhatsApp van de fanclub van vochtig toiletpapier, regio Zuiderkempen. Ik probeer al lang een groepje samen te stellen met bewonderaars van Ruben Van Gucht die even grote fan zijn van Ruben Van Gucht als Ruben Van Gucht zelf, maar ik ben nog altijd op zoek naar een extra persoon om een groepje te kunnen maken. Mijn favoriete groepje is echter dat van de collega’s die vinden dat mekaar 40 uur per week zien en horen veel te weinig is om efficiënt te kunnen samenwerken. Tijdens het werk moet er namelijk bijgebabbeld worden over weekends en avonden en dan is WhatsApp enorm handig om ’s avonds het overige werk te kunnen regelen. Verder zorgt het er ook voor dat de grens tussen collegialiteit en vriendschap vervaagt, wat alleen maar helpt bij het vermijden van de ziekte van de tijd met de grote B: burn-out. Want zo wordt je werk eigenlijk gewoon een plek waar je rondhangt met je vrienden. En ik heb nog nooit iemand een burn-out weten krijgen van vriendschap. Dat maakt WhatsApp niet alleen de uitvinding van de eeuw, maar ook het eerste geneesmiddel van een ziekte waar we tot nu toe nog geen medicatie voor hadden. En daarvoor wil ik de uitvinders, en uiteraard de sympathieke man die WhatsApp enkele jaren geleden gekocht heeft, Mark Zuckerberg, oprecht voor bedanken. Het liefst via WhatsApp zelf uiteraard, alleen raak ik jammer genoeg niet meteen aan hun gegevens.

Hans Verhaegen
34 1

In alle eerlijkheid

Het is zover. Ik heb er eentje. Onze oudste confronteerde me er mee. We waren een dag gelijk op pad en hij hoorde het iets te vaak. "Pa, stop daar eens mee", zei hij. "Je zegt het bijna na elke zin." Het was me wel eens opgevallen, maar dat het zo erg was, wist ik niet in alle eerlijkheid. Kijk, daar is het opnieuw. Mijn stopwoord: 'In alle eerlijkheid'. Ik had nooit gedacht dat ik iemand zou zijn met een stopwoord. Om de paar zinnen komt het er automatisch uit. Zoals de koekoek elk uur uit zijn koekoeksklok springt. Het is klokvast. Het moet eruit. Ik kan het niet meer controleren. Ik heb voor de aardigheid enkele zinnen genoteerd. Zinnen waarin het bijna automatisch voorkomt. "Er is in alle eerlijkheid niks met een portie bitterballen.” "Ik proef het verschil ook niet in alle eerlijkheid." "Ik snap dat wel in alle eerlijkheid." Dat zijn er nog maar drie, maar u snapt mijn probleem. Het is alles bij elkaar een gek ding. Soms betrap ik er mezelf andermaal op dat 'in alle eerlijkheid' uit mijn mond komt en dan begin ik te vloeken. Dan lijkt het alsof ik het syndroom van Gilles de la Tourette heb. Nee, er moet iets aan gedaan worden. Voor je het weet gaat het zijn eigen leven leiden en beginnen de mensen je een naam te geven. Zoals bij mijn kennis de Wittewel.   Het goede nieuws is dat ik in de eerste fase van mijn probleem zit. De herkenningsgfase. Ik ben me bewust van mijn probleem. Een zelfhulporganisatie is daarom geen slecht idee. Maar die zal wellicht nog niet bestaan voor mensen met deze aandoening of stoornis. Wat denkt u bijvoorbeeld van de Storende Stopwoordgebruikers? Al is de afkorting daarvan in alle eerlijkheid niet het beste idee.  

Rudi Lavreysen
24 1

Slechte voornemens

De uitgelopen mascara op het gezicht van het molligere meisje verraadt dat ze gehuild heeft. Een oudere vrouw slaat een arm rond haar schouders en fluistert haar iets toe. Wat verderop grijpt een man met beide handen naar z’n borstkas alsof hij enkele minuten geleden dacht nooit nog zuurstof in z’n longen te kunnen zuigen. Rondom het gebouw is het asfalt bestempeld met honderden rode voeten, allemaal stapten ze door de wijnkleurige plas naast het lichaam. In de verte nadert een sirene, terwijl achter het enige raam dat nog heel is, de eerste loopband zachtjes in beweging komt. Ja, het was ook deze 2de januari weer heftig toen de gemotiveerde mensenmassa het fitness center probeerde binnen te raken. Wat me meteen bij mijn vraag brengt. De vraag die je al lang wilde horen, maar die je jezelf nog nooit durfde stellen. Zullen we het dit jaar gewoon eens laten voor wat het is, lieve lezer? Kijk, het laatste wat ik wil doen is je schofferen. Maar geef toe, we maken ze tóch niet waar. Nu niet, vorig jaar niet, twintig jaar geleden niet. Het enige waar we onszelf mee opzadelen is een gevoel van mislukking dat zwaarder weegt dan ons walgelijke lichaam in post-feestdagenmodus. En daarvan wil ik je dit jaar besparen. Noem het mijn nieuwjaarsgeschenk voor jou: weg met die goede voornemens. Begrijp me niet verkeerd, er is niks mis met ambitie. Ikzelf ben al 10 jaar op rij getransformeerd in een kruising tussen Jerommeke, Pascale Naessens en Ingeborg. Ik crossfit mezelf uit m’n kledingmaat, vreet mij een overdosis aan vitamines en mediteer mezelf een gat in het plafond. Tegelijk raak ik geen druppel alcohol meer aan, zorg ik ervoor dat suiker en ik te allen tijde minstens twee straten van mekaar verwijderd zijn en blink ik wekelijks de trofee voor meest gestofzuigde huis van de eeuw op. Alleszins, zo zie ik het voor mij op 1 januari. De werkelijkheid echter, da’s andere kost. Tot half januari waan ik me nog de nieuwste health guru en inspireer ik de wereld via YouTube met hoe ik 10 sit-ups per dag doe en één keer friet in de week eet in plaats van drie. In de derde week van het jaar lukt zelfs dat niet meer en is de enige sport die ik nog doe de olympische discipline ‘zo veel mogelijk Doritos tegelijk in één mondholte proppen’. Om mezelf beter te voelen, uiteraard. De logica daarachter is me na al die jaren nog altijd vreemd, lieve lezer, maar hier, neem ook een chipje. Ik beken dat ik ze zelf ook al had opgelijst, mijn goede voornemens voor 2020. Geen vervallen lasagne van de Aldi meer eten. Geen pepperspray meer spuiten in de ogen van de Turkse man die mijn dürüm komt afgeven aan de voordeur. M’n hand minder opvallend in m’n broek steken wanneer er een vrouw tegenover me komt zitten op de trein. En stoppen met lazarus in de tuin van de overburen te schijten, vooral omdat ik daarvoor altijd eerst uit de zetel moet komen en omdat het triest is om te zien hoe onze buur vastberaden is de vos te vinden die elke week z’n tuin onderjorist met iets wat lijkt op oranje pannenkoekenbeslag met brokjes groen gehakt. Maar waarom al die moeite doen? Zowel jij als ik weten toch dat ik het niet volhou. Meer nog, tijdens oudejaarsnacht zat ik om exact 3 na 12 al gehurkt tussen de perfect getrimde buxus en het rozenperkje, niet wetend welke lichaamsholte er als eerste die emmer wijn en dat hertenkalf zou uitgooien. En toen gebeurde er iets magisch. Terwijl ik daar in m’n blote reet boven de grond hing te zwalpen, hoorde ik het. Een donderslag. Waarna de hemel onmiddellijk oplichtte en ik getrakteerd werd op het prachtigste licht- en kleurenspel dat m’n ogen ooit mochten aanschouwen. En toen wist ik het zeker. Een duidelijker teken kon het universum mij niet geven. Je bent goed bezig, Hans. Je hebt gelijk. ‘Weg met die goede voornemens,’ schreeuwde ik lachend naar de hemel, terwijl ik delicaat als altijd m’n anus afveegde met een handvol vers geplukte rozenblaadjes.

Hans Verhaegen
32 0

Tje

Het spijt me, lieve vrienden. Deze week geen gewone column, maar een columnpje. Een blogpos’je, zeg maar. Ik schrijf op dit moment dan ook geen zinnen, nee, ik typ woordjes op mijn laptop in een gezellig barretje, waar ik straks met het kaartje 7 euro’s en 40 centjes betaal voor mijn koffietje, fruitsapje en bruiswaterke. Nee, het kasticketje moet ik niet hebben. De wereld is geen kleuterschool. Niet alles moet verkleind, vercutesiepied en verknuffeld worden. Vooral het middenstandje heeft hier een aangeboren talent voor. Maar een rekeningske van 98,99 euro, blijft een factuur van 100 ballen. We schuiven toch ook niet aan in file’tjes van een vijftal kilometertjes? We staan godverdomme anderhalf uur stil. In de andere richting moeten we dingen ook niet groter maken dan ze zijn, gewoon omdat dat beter klinkt. Als je dokter je vertelt dat je een tumor hebt, maar nog wel 60 volledige dagen te leven hebt, betekent dat nog altijd dat je binnen twee maand langs de minst leuke kant van de bodem ligt. In de donkere periode van m’n leven dat ik nog naar de kapper ging bij de gemanicuurde racistische zwijnen van Kreatos, mocht ik elke keer tijdens het wachten mijn nameke op een papiertje schrijven. Want blijkbaar ben ik 6. Tot ik een keer zo opgewonden raakte tijdens de hoofdmassage aan de wasbak dat ik daar een kapster door mijn boxershort en broek heen recht in haar van blokjes voorziene muil heb gespoten. En dan wel, natuurlijk. Dan maken ze er ineens iets groots van. Ik heb haar gezegd dat het een ongelukske was, en dat dat allemaal makkelijk weg te slikken of spoelen was met een watertje of een douche’ke. Maar het spreekt voor zich dat ze daar nadien mijn nameke kenden en ik op zoek moest naar een nieuwe plek om mijn haartjes te laten knippen. Onlangs ging ik naar zo’n wellnessgedoe voor een sportmassage en zei de vriendelijke vrouw aan het onthaal dat ik mocht meegaan met haar collegaatje. Ik verwachtte dat een vijfjarig massagewonder, of erger nog, een dwerg, zich tevoorschijn zou toveren van achter de balie. Laat het duidelijk zijn dat ik geen probleem heb met de kleinere medemens, maar het idee dat een dwerg met die rare vingertjes aan de op één na meest intieme delen van mijn lichaam gaat komen, is voor mij toch een brug te ver. Er valt over te discussiëren, maar Ik heb een min of meer volwassen lichaam, dat vraagt bijgevolg om behandeld te worden door voldoende grote, volwassen handen. Dat lijkt me maar logisch. Het collegaatje bleek gelukkig een volwassen vrouw te zijn en het feit dat ik noch van een kind, noch van een dwerg een massage kreeg, maakte me meteen ontspannen. Maar toen ze mijn tepels met haar tong begon te sportmasseren dat het geen naam had, raakte ik zo opgewonden dat ik door mijn wegwerponderbroekje door recht in haar muil heb gespoten. We konden er gelukkig allebei om lachen, maar het spreekt voor zich dat ik beter op zoek ga naar een andere plek voor m’n sportmassages. En zo is het altijd wel iets. Wanneer ik stop met typen, merk ik dat we 10 uur al ruimschoots gepasseerd zijn. Dus wenk ik de serveuse en zeg ik wat ik al heel de ochtend heb willen zeggen, maar heb weten te onderdrukken. ‘Voor mij een Duveltje.’ Ik moet het toegeven, die verkleinwoordjes zijn eigenlijk nog zo’n slecht concept niet.

Hans Verhaegen
7 0

Allesbehalve super

Het was geen pretparkbezoek. De supermarkt, twee dagen voor Kerstmis. Het begon al bij het vinden van een parkeerplaats. Het was zoeken naar een vegetariër in een vleesrestaurant. Ik zag een vrije plaats en stapte uit terwijl de auto nog bolde. Gelukkig was ik niet de chauffeur. Ik spurtte naar een vrijgekomen plaats en ging in het midden staan met mijn armen overeen. Nooit gedacht dat ik zoiets zou doen. Eindelijk binnen. Daar was het zo mogelijk nog erger. Mensen stopten bij proevertjes en maakten praatjes met elkaar. Gezellig toch? Nee, hoegenaamd niet. Met al die stilstaande winkelkarren moest ik slalommen zoals een volleerd skiër op de grote prijs van Garmisch-Partenkirchen. "Ook aan het winkelen?", hoorde ik iemand zeggen. "Nee, aan het skiën.” In de groenteafdeling trof ik oorlogstoestanden aan. Er stonden meer karren dan wettelijk toelaatbaar. De brandweer zou het nooit goedkeuren. Een mevrouw sprak haar man aan. "Ludo, hier blijven staan". Hij stond net voor de tomaten. Een wezenlijk onderdeel van de verse tomatensoep die ik meende te bereiden.  "Ludo, zou je even aan de kant kunnen, want ik moet tomaten hebben", vroeg ik vriendelijk. Hij bewoog geen millimeter. Hij keek me aan met een blik van “de sergeant heeft gezegd dat ik hier moet staan en ik blijf hier staan”. Ik kon niet wachten, want de man achter mij had al drie keer op mijn enkels gereden. Opzettelijk. Terwijl ik verder sjokte zag ik dat Ludo zijn plaats bij de tomaten verliet en trots naar zijn vrouw keek. “Moeten we hier eigenlijk zijn, in de groenteafdeling?”, hoorde ik een man tegen zijn vrouw zeggen. “Nee, eigenlijk niet”, antwoordde ze. Ook dat nog. Ramptoeristen. Ik was ondertussen zo opgejaagd en heetgebakerd dat ik tussen de pizza’s in de diepvriezer had willen afkoelen. Omdat ik niet alles gevonden had en andere zaken vergeten, zoals mijn tomaten, reden we nog naar een andere supermarkt. Daar moest je bij het verlaten van de parking een nummer ingeven zodat de slagboom omhoog ging. Een vrouw stapte uit de auto voor ons en tekende met haar wijsvingers een vierkant in de lucht. “Ze roept er de VAR bij”, zei ik. Zoals in het voetbal. Ze had het papiertje vergeten af te geven aan de kassa. Ik sloeg een zucht, zo luid dat de chauffeur in de vierde auto achter ons ervan schrok. Ik wil maar zeggen, tijdens de eindejaarsperiode naar de supermarkt gaan is allesbehalve super. Nee Ludo, volgend jaar bestel ik mijn tomaten op het internet.

Rudi Lavreysen
39 0

Midlifecrisis

Onlangs heb ik mijn haar geblondeerd. Vorig jaar kocht ik een elektrisch skateboard waarmee je 40 per uur kan rijden. Het jaar dáárvoor, met Kerstmis, vroeg, kreeg en maakte ik een kasteel van Lego. Geen een van ons twee, beste lezer, weet waar dit gaat eindigen. Voor je het beseft begin ik opnieuw Flippo’s te verzamelen als een maniak of, erger nog, wil ik de sirene opzetten in de brandweerwagen op de eerstvolgende Roefeldag. We hebben hier overduidelijk te maken met een midlifecrisis. Volgens mijn beperkt wiskundig vermogen, betekent dat dus dat ik het op deze planeet tot maximum 70 jaar ga uitzingen. En die tijdsdruk pusht me nog harder om zo snel mogelijk al mijn cliché midlifedromen te realiseren: een diepzinnige tattoo in het Chinees laten zetten, 3 kilo coke door m’n neus jagen met Mike Vegas en Like Dimitri op Ibiza, naakt op een leeuw over de Meir rijden en roepen: ‘Weg met Leider Bart, buig voor Koning Hans! Weg met Leider Bart, …’ De dromen die we allemaal wel hebben. Je denkt nu, maar jij bent toch nog helemaal niet zo oud. Da’s sympathiek, lieve lezer, en misschien wel waar, maar vergis je niet, ik draai al een tijdje mee. Ik kom uit de eeuw dat Coco Jr. nog Kid Coco was en een zwarte nog een neger. De tijd dat we geen internet hadden, dan enkel als er niemand telefoneerde internet hadden, en dan zoveel internet hadden, maar we zo’n diep ongelukkige puistenkoppen waren, dat we al dat internet alleen maar gebruikten om melige songteksten in onze MSN-naam te zetten. Twixen heetten Raiders, we aten Koetjesrepen, die eerder smaakten naar koetjesreten, en al onze technologie was dik. Tv’s waren dik, laptops waren dik en gsm’s met merknamen als Ericsson, Alcatel en Sagem waren dik, waardoor mensen ze in een hoesje aan hun broeksriem hingen alsof het hen er níét deed uitzien als truckchauffeurs die in binnenspeeltuinen zitten te masturberen. Elke eighties baby zit zich nu met vochtige ogen af te vragen waar de tijd zo snel naartoe is gegaan. Ik weet het ook niet, lieve lezers. ’t Is toch niet dat we tegenwoordig 2 uur per dag missen door met dubbelgeplooide nek door Instagram te scrollen als een zombie, dat we 20 uur per week Netflix kijken en 10 uur per week Netflix kijken terwijl we met dubbelgeplooide nek door Instagram scrollen? Het zal dus wel liggen aan het feit dat we te hard werken. Op zo’n relatief jonge leeftijd al in deze levensfase zitten, maakt het er niet makkelijker op voor mij. Het typische, 20 jaar jongere minnaresje dat ik zou moeten nemen, zit in mijn geval nog ergens in een klaslokaal hartjes boven haar i’s te tekenen. En uitleggen aan de arm der wet dat het omwille van mijn vroege midlifecrisis is dat ik een puber aan het volcoïteren ben in de kleedkamer van de turnzaal, dat werkt zomaar niet. Niet alleen omdat de gemiddelde flik dommer is dan een turnpantoffel, maar ook omdat het geen goed idee is dat mid-dertigers massaal op mid-tieners beginnen te kruipen, ook al zien die laatsten er tegenwoordig allemaal 21 uit, kleden ze zich hoeriger dan Hot Marijke op Wereldhoerendag en hebben ze van die enorme tieten waar je pikdorser zo van omhoog kleppert dat je het zelf ook niet meer weet. En dan hebben we het nog niet gehad over het geld. Doordat mijn midlifecrisis zo prematuur is, heb ik nog lang niet genoeg kunnen bijeenrapen om een Porsche te kopen. Laat staan dat ik al grijs genoeg ben om in zo’n penisverlenging op wielen te mógen zitten. Nee, zo’n zielig sportautootje van Mazda is het meest haalbare en daar krijg je zelfs een vijftienjarige vandaag de dag niet meer nat mee. Die jeugd van tegenwoordig is voor niks nog goed. Voilà. Daar heb je 't, vrienden. Geen groter bewijs dat je in de tweede helft van je leven gesodemieterd bent, dan klagen over de jeugd van tegenwoordig. Ik denk dat ik dus maar eens snel op m’n elektrisch skateboard kruip, de blonde haren wapperend in de wind, roekeloos over het voetpad scheurend tot een oud koppel me een ‘voorzichtig, snotaap!’ naroept. Daarop zal ik m’n middelvinger opsteken, want dat is wat snotapen doen, maar in mezelf zal ik duizend keer dank u, dank u, dank u zeggen. Want dat laatste woordje, was eigenlijk alles wat ik moest horen.

Hans Verhaegen
10 1

Wolf Food Market in Brussel

Afgelopen zondag ben ik eens gaan kijken. Er was duidelijk een probleem met de verluchting en het ventilatiesysteem. Er hing een nevelachtige witte wolk van alle dampen die de keukens produceren. Na 5 minuten wandelen draag je de geur van bakken en vooral aangebraden keuken in je kleren. Overbevolkt was het daar maar dat is allicht te wijten aan de opening, het effect van het nieuwe, de Kerstmarkt en zondag is toeristjesdag in DisneyBrussel. Ik mis hier zoals dikwijls in onze stad de keuze van lokaal kooktalent, maar misschien heb ik niet goed gekeken. Nu ja, dat heb je in de oude kazernes in Elsene, maar toch… De grote houten tafels zijn een echte afknapper. Van slechte kwaliteit en ik vrees in een half jaar aftands meubilair te vinden waartegen een kringloopwinkel ook neen bedankt voor de moeite zou zeggen. Er stonden zelfs mensen op de tafels, ja hoor, mensen doen dat, om sfeer foto’s te nemen. En de security wandelt gewoon voorbij. Nu ja, sfeer is relatief… Het was er ongezellig druk druk druk als een zaterdagnamiddag in de City 2 van de jaren ’80 van vorige eeuw. En dat is tegen elkaar aanlopen, zuchten, boze blikken werpen en bedenken van er zo snel mogelijk weer weg te zijn. Wat zou beter kunnen? Uiteraard het ventilatiesysteem. Wie wil nu naar gebakken vlees ruiken? Ik heb tal van Food Markets bezocht en dé Food Market bij uitstek zijn de Markets die je in Stockholm vindt. België kijkt veel naar Scandinavië, misschien kan hier ook eens naar gekeken worden. Daar hebben alle keukens hun eigen territorium, hun eigen tafels. Met de gemeenschappelijke tafels die je bij Wolf vindt, is het niet altijd leuk om naast luidruchtige ordinaire mensen te zitten. Vaak ook mensen zonder enige stijl of die geen enkele ‘ik-ben-in-een-restaurant-en-ik-gedraag-me’-houding hebben bij een maaltijd ‘op restaurant’. En dan die kinderen als loslopend krijsend wild zeg…! Het wordt al snel gereduceerd tot, alweer, een tweede City 2. Dat groepsgevoel van samen eten met mensen die je van toeten noch blazen kent en die, gsm in de hand, denken dat ze daar alleen zitten, hmm, dat had ik niet voor ogen voor een prestigieuze Food Market. De setting (de oude ASLK-bank) is leuk, jammer dat de stijlloze 21ste eeuw net hier juist zijn intrede doet. Alles kan beter, misschien moet over alles nog eens nagedacht worden dus wens ik het concept alleen maar veel succes toe. Maar ik betwijfel het. En oh ja, voor ik het vergeet, ruim die tafels eens af! https://wolf.brussels/nl/

Erwin Abbeloos
43 0

Maar Michel toch

Mijn krant ging onmiddellijk naar beneden. Had hij dat echt gezegd? Ik keek met grote ogen naar het tv-toestel. Van het schrikken. Zoiets zeg je toch niet? Ik heb zelfs luid “Maar Michel toch” geroepen. “Naar wie zit je te roepen?”, vroeg mijn vrouw. Maar wacht, laat me eerst de plaats van het gebeuren meegeven. Er was een veldrit op de tv. Die dag eentje voor vrouwen. Een passieve activiteit die ik combineer met het actief lezen van de krant of een boek. Kwestie van me niet schuldig te voelen voor het complete nietsdoen terwijl de wielrenners zich het zweet uit het fietspak koersen. De Michel naar wie ik riep, is de vaste wielercommentator bij het veld- en wegwielrennen. Hij had het wel degelijk gezegd. In exact deze bewoording: "Maar kijk eens naar dat gat nu weer." Zelfs de co-commentator reageerde niet. Er was echter geen wielrenster te bespeuren. Ook niet in achteraanzicht, wat je zou verwachten bij een dergelijke uitspraak. Alleen een beeld uit de lucht van een modderige vlakte. De ‘weer’ in zijn uitspraak duidde erop dat hij nog een achterwerk gezien had. Net op het moment dat ik de terugspoelknop meende te gebruiken, zag ik het ‘gat’. Alsof iemand het licht aanknipte in het donker. Het 'gat' waarvan sprake was het gat of de ruimte tussen een aantal wielrensters. Hij kan toch ook vragen om naar de voorsprong te kijken? Afijn, dat krijg je natuurlijk als je ogen op de krant en niet naar de tv gericht zijn. “De krant lezen en tegelijk tv kijken gaat duidelijk niet”, zei ik. Ik zweeg over mijn misinterpretatie van het gat van Michel. Al had mijn echtgenote, die weet hoe ze als vrouw twee zaken tegelijk kan doen, meteen een oplossing. “Maak dan een gat in uw krant”, zei ze.  

Rudi Lavreysen
69 0

De kracht van een belediging

In de heisa rond de vertoning van plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs, kunnen we eens nadenken over wat een belediging is, wie het viseert en wat het doet. Een belediging is niet louter een onschuldig woord om iets of iemand te beschrijven. Een belediging geeft niet alleen een informatie over wie of wat ik – of een groep – ben. De persoon die de belediging zendt, laat me weten dat ik in zijn/haar macht ben. De macht om mij of mijn gemeenschap te kwetsen en in mijn ziel schaamte te kerven. In die zin werpt een belediging verontwaardiging op omdat wat zij zegt of teweeg brengt, wordt door de maatschappij afgekeurd; een persoon of een groep mensen ziet zo zijn/haar imago bevuild. Ook bij mensen die niet tot de beledigde groep behoren, steekt verontwaardiging en afkeer de kop op. Een belediging heeft een performatieve kracht. De Engelse filosoof J.L. Austin onderstreept in  How to do things with words het belang van de gevolgen wanneer iets gezegd wordt (een angst voor iets, voor iemand om voor een bepaalde groep mensen maar ook gevoelens of uitspraken zoals ‘Ik waarschuw voor‘ kunnen teweeg brengen). De belediging is een taalhandeling waarmee een plaats in de wereld wordt gegeven aan wie de belediging geadresseerd is. Deze aangeduide plaats (de plaats van de vrouw) determineert hoe iemand op de wereld kijkt. Hier zegt Jeff Hoeyberghs : “Ik herleid je tot…”, “Je bent…”, “Jij hoort daar”. Een belediging heeft als functie effect te creëren, dit effect te laten duren en een duidelijke scheidingslijn te tonen tussen wat ‘normaal’ is en wie gestigmatiseerd moet worden. De belediging refereert naar een (mannelijke) hiërarchie in de wereld die als evident beschouwd en gedragen wordt door de persoon – of groep van personen -, en is gebaseerd op een eenzijdige perceptie van de wereld : man/vrouw, mannelijk/vrouwelijk. Bij uitbreiding gaat het hier ook over het overheersen van (mannelijke) heteroseksualiteit (het mannelijke) en het denigreren van homoseksualiteit (het vrouwelijke). Een belediging is niet verstoken van een seksuele betekenis omdat juist in hun wereld het deze hiërarchie is die de sociale inferioriteit van de vrouw en het stigmatiseren van homoseksuelen (het gepercipieerde vrouwelijke) rechtvaardigt. Wat ook de bedoeling is van degene die de belediging onderschrijft, een belediging wijst op deze seksuele hiërarchie van de alfa man (DS https://www.standaard.be/cnt/dmf20191213_04766569). Een belediging herinnert ons ook aan ons lichaam, hoe dat lichaam zich moet verhouden tot de wereld van degene die beledigt, wat aanvaardbaar is en niet mag afwijken in de alfa heteroperceptie van het bierdrinkende dikkertje tot het afgeborstelde gespierde. De door de belediging geviseerde groepen worden altijd door de dominante groep voorgesteld als bedreigend, immoreel of behorend tot een onduidelijke maar te behandelen geestesziekte. Zo krijgt in de wereld van degene die beledigt de beledigde partij nooit voldoende krediet of autonomie omdat de beledigde partij altijd beoordeeld zal mogen worden. Daarom is de strijd van vrouwenbewegingen ook de strijd van de LGBTQ-gemeenschap en moeten LGBTQ-verenigingen ook hier openlijk afstand nemen. Jeff Hoeybergs is een karikatuur geworden van zichzelf en zijn beweging. De filmpjes die nog circuleren over zijn performance zijn om te lachen als je ernaar kijkt als een stand up comedy. Wat het niet is, daar ben ik duidelijk in. De man bewandelt het veilige territorium van de karikatuur en doet beroep op de vrije meningsuiting. Een karikatuur drukt de inferioriteit uit om, bijvoorbeeld een vrouw te zijn in de maatschappij. Toch is het not done om een vrouw of een groep vrouwen (of de LGBTQ-gemeenschap) te beledigen maar laat de karikatuur juist toe om hele groepen sociaal, cultureel, politiek en juridisch geweld aan te doen. De karikatuur die de chirurg ophangt laat hem en zijn kliekje toe om met veel humor ‘de waarheid’ te verkondigen. Dat is uiteraard een slimme zet dat politiek veel gebruikt wordt door populisten. Wanneer een hele bevolking niet meer kritisch kan denken of respons kan geven, krijg je echter een ontwrichte en gepolariseerde maatschappij. Het is een goede zaak dat er klachten worden ingediend, al zullen deze klachten symbolisch blijven. Dat is vaak ook sterker dan eindeloze processen waar niemand baat bij heeft. Hooguit zijn mensen geschokt of verontwaardigd. Toch moeten we blijven weerwoord geven. Als gemeenschap. Als burger van de wereld. De LGBTQ-gemeenschap heeft een lange geschiedenis met belediging aan het adres van haar individuen. Deze gemeenschap heeft doorheen de geschiedenis de vernietigende kracht van een belediging in haar voordeel weten te draaien. Daar zijn (woord)strategieën voor die we moeten blijven gebruiken. Of zoals iemand al in een opiniestuk schreef : ja, ik doe mijn benen graag open, maar niet voor jou. Sterk!  

Erwin Abbeloos
41 0