Cursus
Nieuw! De zakelijke kant van het schrijverschap 1: auteursrecht
Start op 18 okt 2025
Regio Antwerpen
Liefde en dood Rookslierten in mn hoofd Ik heb een boek nodig Een boek om ze te ontwarren Help me Help me een boek te vinden Help me, ik ben een moederskind Dat vaderskinderen benijd Wat is liefde en wat is dood Help me te ontwarren
bij de brandweer lijkt de fragrans wel in brand - zoete bloemengeur
De tijd wuift van nu af aan Zegt gedag tegen elke traan En blijft tikken, evenzeer Maar nu net dat beetje meer
Een koning beheerst alle inzichten van zijn gelijken, daarom noemen ze de omringende van macht "sleutels"voor de poortwachters die zij zijn in het belang van de kamers die ze dienen. En dat is een gevaarlijk iets, een onzichtbaar iets, een onbesproken waarheid die niet onschuldig is. Daarom is de schijn van de maan even belangrijk als het daglicht, in elke horizon schuilt de macht van de duisternis, en in elke zonsopgang schuilt het verlies van de rust.
We dansen in de regen, en we branden in de zon,ooit zullen we vieren, wat geen mens ooit kon.Niet met vreugde maar met zegen, niet met goden of vermommingen,niet met dromen noch met respijt, maar met begrip en helderheid.
Activiteit
De Sprekende Ezels Gent
Begint op 27 okt 2025
Wedstrijd
Junior Stadsdichter Antwerpen
Deadline 4 feb 2026
De bladeren verkleuren. In het bos, veranderen de geuren. Egels druk in de weer. Zo hebben ze in de winter geen honger meer. Hun winterslaap, ligt namelijk op de loer. Door nu hard te werken, hebben ze dan genoeg voer. In de maand november doen ze dan uiteindelijk hun ogen dicht. Na een zalige winterslaap wakker worden, met de zon weer op hun gericht.
herfstschoonmaak; op mijn iPad dubbele foto's deleten
Een strijd, een dans, een arend voor de vrede, en een duif voor het respect van ieders ene leven, een ervaring, een wals, een adem om er niet enkel voor maar ook om en aan te geven.
Och.. Hoe De echo van lachende stemmen schuilen zouden, Wanneer De huil met een kreet De stilte ving.
vroeg uit de veren - de voordeur openend oog in oog met de maan
de slavernij leek me veel te lang te duren ook al was de gedachte er aan me zo machtig nog niet geweest bleef er vanwege hun lege lusteloze blikken weinig veel meer over dan de conclusie van een blonde vijftienjarige in verval die gecamoufleerd door zijn eigen achterban in zak en as werd gezet na verjaagd te zijn geweest uit een kelder vol oude tandeloze aan theelichtjes verslaafde orchideeën
OPEN CALL : NovemberVers - dertig dagen dichten, doe mee!
Deadline 30 nov 2025
Ik heb sinds kort een nieuwe hobby : bomen lezen. Gelukkig hebben de meeste bladeren, en die sla ik dan ook regelmatig om. Daarna is het vooral een kwestie van ontdekken. Kan ik me verbinden met diegene die hier sporen heeft achtergelaten? Mag ik mee op je wortels staan en de aarde gaan verkennen ? En hoe recht liep je pad omhoog ? Hoe breed durfde je reiken ? Of welke symfonie mag de wind door jou heen veroorzaken ? En hoeveel glinsteringen van het licht geef je aan die ene attente voorbijganger? Hoeveel nieuwe adem heb je nog voor ons allen ?
‘laten we samen het glas heffen en klinken!’ water in zijn glas zachter het geluid - de bloedige horrorfilm wiegt hem in slaap ook je oogballen uitdoen, zei de pestkop van een verpleger als ‘n oude laptop - opa moet de hele dag aan de oplader oorlogsgetuigen niet één is er nog over - wartaal uit zijn mond zijn imitatie van de held uit de western was geen hartaanval toet toet toet toet doet de ambulance de nacht doodstil elke dag zijn kleingeld natellend als kleinkinderen haar warmte nog in de kastanje die ze aan hem geeft met de dag vallen er meer appels uit de boom - appelmoes toetje elke herfst zegt hij dat het zijn laatste is - gouden bladeren ‘zo dichtbij’ met twee vingers toont hij de naderende dood zijn stok prikt in het herfstblad bij zonsopgang ———————— deze weg niemand neemt hem meer nu de herfst eindigt (Bashō, twee weken voor zijn dood in 1694)
Meneer de Raaf kwam mij tegen Hij pronkte hij stapte snel zo fier en met zoveel spel Waarheen leiden zijn wegen? Toen was hij weg die zwarte veer vloog tegen de wind daar was hij weer Hij had een boot in ’t oogwat een gemak daar op dat dak zo was het dat hij niet zelf vloog Niet meer te voet noch te vlieg als u dit leest, meneer de Raaf vertel me van uw reis alstublieft ! AMK
vannacht wordt je wildweg uit het water geplukt en geborgen in een plastic winkeltas, je vewrongen glimlach nog min of meer bewaard, je dagboek heel atypisch uit zijn context gerukt door een bruidegom die er nooit is in geslaagd de wonde in je bloedende stem te stelpen op het ritme van klappertandend eikenhout uit het zicht van de kinderen die hij nooit heeft meegebracht begint hij tafels en stoelen te verzetten en telt hij het aantal keren dat je deed alsof hij je diep in het wijnglas had willen laten kijken om zijnentwil met tegenzin opgeslagen in flitsende videobeelden die zich nu dwars door de muren lijken te zullen boren voor deze ene en gene allerlaatste keer
Kwestie van tijd zegt hij mij, ik weet niet wat kwestie betekend, maar neem aan dat hij gelijk heeft. Hij heeft altijd gelijk. Zijn gelijkheid staart mij recht tussen de wenkbrauwen aan. De tegels zijn koud en ik had pantoffels mee moeten nemen. Mijn sokken glijden en van de trap zal ik vallen. Kwestie van tijd zegt hij. Voor ik op een dag mijn hoofd verlies. Steeds onwetend over wat kwestie betekend, neem ik aan dat hij gelijk heeft. Zijn gelijkheid is de plakband rond mijn nek. Een koud huis wordt verwarmd door de afgunst naar pretparken. Want van suikerspin zal ik scheel kijken. En van achtbanen mijn hoofd verliezen. Kwestie van vertrouwen, en ik neem aan dat hij gelijk heeft. Gelijk als de plakker die mijn unibrow zal epileren. Gelijk als de wereld met vertakte bomen. Gelijk als een beer in de lente.