Zoeken

Voetballen in het paradijs

Op een prachtige herfstdag, een halve eeuw na 'de overtreding', werd hij niet aangehouden toen hij het park binnenfietste. Tot zijn verbazing was het politiegebouw omgetoverd tot een grand café 'De Nachtegaal',  tevens de naam van het park.   Hij ging daar aan een tafeltje zitten met uitzicht op hun 'voetbalveldje'. Vervreemdend hoe een lachende ober een menukaart in zijn handen duwde en even later de rekening.   Hij kon de agent die hem woest van zijn fiets sleurde omdat hij het fietsverbod keer op keer aan zijn laars had gelapt, en hem, nog een kind,  totaal onverwacht een boete gaf, maar niet uit zijn hoofd zetten.   Zijn vader was razend geweest  toen hij thuis kwam. Als Adam met Eva, was hij op die bewuste dag uit het paradijs verbannen. Hij zou het nooit vergeten,   ‘Een koffietje graag!’  Hij voelde de warme zonnestralen op zijn, van ouderdom gerimpelde gezicht. Hij luisterde naar het geruis van de kloeke bomen. Het razen van de auto’s op de ring haalden hem uit zijn dagdroom. Ze reden naar de Nederlandse grens waar hij inmiddels vandaan kwam. De jonge fietsers op het  fietspad  dat nu als een groene ader door het park liep, genoten zonder dat ze het  wisten van hun 'nieuwe' vrijheid. Hij nam kleine slokjes van zijn koffie. Verliefd keek hij naar het bomen koppel, dat ooit als doel had gediend. Nu zat een verliefd stelletje in hun midden, op een tapijt van bladeren te zoenen.   Het liefst had hij de bal van onder zijn snelbinder gerold. Hij zou met zijn vrienden  weer een potje voetballen. Alsof de tijd had stilgestaan. Een dribbel, een pas, een schot. Een prachtig doelpunt als apotheose.   Maar de tijd staat niet stil. Noch laat de liefde zich verdrijven. En de dood zit op de hielen van oude mensen.   Toen kwam  een medewerker van het park met een bladblazer langs. De man zag met lede ogen toe hoe al zijn herinneringen op een hoop werden geblazen. Het maakte een vreselijk kabaal!   Hij stond op, haalde zijn huurfiets van het slot,  en liep met een onwerkelijk gevoel uit het park.                                          

Margaretha Juta
0 0

Santiago Papasquiaro in één moment

Aan de toegang, die een dag, beginnend voor 6u 's ochtends,kan, maar niet moet verlenen, tot een 'elk moment': hier een gedicht. Toen de anderen racisme uitvonden, om dit in hun gezicht terug te krijgen.Woorden die ik opraap en niet van mij zijn, kunnen iets losweken, iets onwaar, of onecht, om dan te gaan handelen als contra-argument.Waarbij het hem in het woord zit dat het omgekeerde wordt gesuggereerd als les. Toen we dieren bezochten maar ik mijn mooiste ervaring opdeed, in een reizende capsule die tijd opvreet ook al leven we compact hier;een zwart hert met wit gewei bijna rechtstreeks uit een dromerige nawoord van iemands leven (ik wijs op 'Voor het vergeten van P. Verhelst) - of tenminste zo stelde ik het mij voor -die aan ons en dus iedereen verscheen, al beschermde de capsule, die ons beschermde, hem van angsten. Zo verscheen het hert aan een bosrand, en vervoegde zo mijn collectie,eventueel te gebruiken deja vu's voor mijn afterlife, dat nog geschreven KAN worden. Ik ben niet verplicht tot verantwoording, als ik deze niet uitlok. Mijn observaties laten mij nooit in de steek, als ik ze oproep.  Waar nodig kan je een metafoor verzinnen, zoals een essay, over 'tussendingen', die je kan vastnemen, eenmaal, binnen de tekst.  Ik leefde er niet. Maar las er wel in door. Een soort doorreis die niet volledig kan genoemd worden, nooit niet. A disembodied field trip. (Ik wou dat ook zijn kringen er iets van konden begrijpen, al was het als in een vertaaldverslag.) Santiago zette lijnen uit waarnaar (niet waarop) ik balanseer. De lijnen deinen uit naar me toe, als een kustlijn.Niet als een kustlijn, maar als letterlijke materie met water tussen.Gestuwd door intuïtie pen ik neer, dat ik niets wil betekenen, als ik ook niets kan associëren met hedendaags geweld dat gaande blijft. En daarna niets meer. En daarna niets meer. For example:

Dries Verhaegen
8 0