Riet dat krakelt, een vogel die kakelt. Of was het een kip? Ik vertrek in een wip, geeuw met een zucht en aanschouw haar vlucht. Ze kruiste m’n pad. De heuvel was nat.
Zie ze draaien Die schoepen naast de haaien ‘t Eiken laat zich gelden In ‘t zeetje van golvende velden De wolken maken het bond Zo, de cirkel is weer rond
De angst maakt me toch wel echt het bangst. ‘t Is een omarming die vraagt om wat erbarming. Dan wordt het een vreugd die me geneugd.
Dag per dag strijkt de tijd voort. ‘t Is een beweging met geen stoppen aan. Voor je het weet is ‘t een jaar of vier zoals het hoort. ‘t Is heel anders dat ‘t bewegen met m’n fietske op de baan. En wat dan in dat zwarte gat? Daar zou m’n fiestke niet weten hoe ‘t remmen kan. Maar ‘k zou wel kunnen teruggaan hoe ‘k het gisteren had. Toch gek da’t in het midden misschien wel weer keren kan...
Ik zoek naar de woorden, maar ‘t lijkt wel alsof ze m'n keel doorboorden Misschien als ik ze pen... dat ze wel meer worden zoals ik ben
Woorden vloeien Daden boeien Liesje met haar snelle vaart Levendig en onverstoonbaar bedaard En toch is ‘t blad aan de bomen Niets tegen ‘r levendige dromen Een beetje als de lamp benee op ‘t pad Een stille kracht, maar zo gevat
Zuchten, kluchten, muchten of mugten of... Gewoon muggen? Smurfen smurfen dus muggen muggen? Gesmurft en gemugt! Mugten houdt dan ook wel steek. Ze heeft me gemugt, zei ze met een zucht. Och, wat een klucht.
De romantiek wordt excentriek Het zit zelfs in ‘t scheren van de coniferen En waarom wil ik dan toch weer... meer en meer en meer ‘t Bijproduct van m’n brein denkt zichzelf soms wel eens te zijn Ja, het leven leven stap voor stap is opzich al een hele hap Ooh romantiek, maak me niet te fanatiek
Één twee drie... Snottebel! Foei! Je durft wel. Één twee drie... Broek af! Ooh! Dat wordt je graf. Één twee drie... Schuimgebak! Ja, daarmee kan je aan de bak. Één twee drie... Gefopt! Ik zie het al, je bent ontpopt.
De thematiek wordt fanatiek Janjaap staat nu wel echt voor aap Z’n teddybeer heeft een oogje op de Heer Dasserdas herinnert zich nog hoe dat was Hermelijn vond het ooh zo fijn Dit verhaal vertelt zichzelf wel, ‘t is iets met hemel... en hel.
Ik weet als geen ander dat ik niet zie wat ik zie. Ik zie wat ik wil zien en dat maakt me droef. Droef omdat de ladder rijkt naar een onzichtbare poeef. Netten als garen, stenen als paren. Netten en garen, stenen in paren. Ik vertrouw dat ik zie wat ik zie. Ik blijf hier. Voor ‘t plezier.
eerste kerstdag - ze strijkt door haar chrysanten op sporen van vorst
Naast me loopt een donkere poppenmier. Een streep eronder zet zij stap voor stap. Kort wordt zij gebleekt tot gele knekel. Verlicht en graag vlucht zij het looppad af. Verjaag die muggenvlagen om mijn hoofd! Verkleed als dwaallicht verdwijnt zij het duister in. Muggengezoem maakt deze dierenmeester murw.
Mijn geboorte ligt al ver weg een hele weg een hele weg achter mij Een weg die volgens Schopenhauer wat welzijn wat levensgenot betreft aan een stuk door aan een stuk door bergafwaarts gaat Op naar de jammerlijke ouderdom Op naar de marteling de marteling van het laatste ziekbed naar de agonie de dood De dood de prijs van het leven En mijn weg Mijn weg schemert herfst En ik Ik ben nog steeds mezelf mezelf in een blinde vlek En ik slijt Ik slijt en ik hoop Zal ik zo Zal ik zo tot geestelijke groei en tot rijping komen?
steeds als een zwaan zijn vleugels openklapt sneuvelt een soldaat
ze was behoorlijk geraakt door de rauwe grilligheid waarmee haar hond bij hun zieke vader was gaan schuilen in een gedeelte van de woning waar nog amper werd geademd en hij had haar nochtans beloofd dat de hel een zalig oord was voor brave mensen zoals zij en dat het haar tijdelijk zou bevrijden van haar zwaarbeladen dromen dat dit op elk tijdstip van de dag kon gebeuren had zijn stem computerachtig weerklonken en dat het er niet toe deed of ze er in wilde geloven of niet in het vele weinige van het luttele beetje dat hij genadevol had opgespaard als vulsel voor de meest onbeduidende kamer in haar haveloze mensenhart
ik geef je een titel en overlees je en wil van je houden wil je houden maar je letters trillen vol ongeduld en je ontsnapt me je bent niet af denk ik ben ik voor jou ooit af het lijkt jouw antwoord maar niets is wat het lijkt ik heb niet geschreven de titel duidt alleen leegte aan
Ik stap over deze kinderkoppenin deze druilerige laanDaar waar andere mensen komen shoppenblijf ik bij een kleine boom staan Het kleurrijk bladerdek vangt mijn bliken eindigt mijn lange malenTerwijl ik buk en een blaadje pikvoel ik mijn hoofd elders dwalen De kleuren van het bladeen geheel eigen tintdoet denken aan mijn stad waar een kind start en zichzelf vindtop hun nieuw, spannend, eigen padmits zij ook dwalen in de wind
Cursus
Bye 2025, hello 2026: schrijvend terugblikken op 2025 en visionboard creëren 2026 (Gent)
Start op 23 dec 2025
Regio Oost-Vlaanderen
op zijn klapstoeltje wacht hij rustig op de bus - mobiele opa