Zoeken

Hati Hati

Ik had het moeten weten dat het maar een paar dagen ging duren voor ik in dat tropisch paradijs vol trouwkleedwitte stranden de ziel uit m'n lijf zou zitten schijten. Elk man verdient maar een beperkt volume gelukzaligheid natuurlijk. Wat ik niet had kunnen voorspellen is dat ik me tijdens De Grote Nasi Goreng Exodus ook nog eens in foetushouding zou staan balanceren op iets wat nog niet half op een wc leek. De laatste week heb ik ontdekt dat dat duidelijk niet de anekdote is die mensen verwachten als ze je vragen hoe het in Bali is geweest.   Oké, ze had ons gewaarschuwd, ja. Laat je inenten. Poets je tanden met flessenwater. Geen ijs in je drank. Bla bla bla. Ik wil die van 't reisbureau wel eens nee zien zeggen de achtendertigste keer dat er weer zo'n Indonesiër, krom van de onderdanigheid, dat welkomstdrankje brengt, met zoveel ijs dat Antarctica er melancholisch van wordt. Want die onschuldige Balinezen denken natuurlijk: ‘Het is hier warm voor die Belgische toeristen. Ik geef dubbel zoveel zodat ze zich kunnen verfrissen. Heilige Bataru Guru, die gaan dankbaar zijn!’ Vertel dan maar eens dat je die smerige bacterieblokken niet moet hebben uit angst om hun hele noedelpaleis vol te pompen met stront. Ik zeg het je, ijs zou ze pakken, die van 't reisbureau.   Exact zeven prachtige, zorgenvrije dagen heeft het mogen duren voor ik voelde dat het noodlot was aangebroken. Ik herkende het prikkelbaredarmproces al van twee eilanden afstand. Het begon zoals altijd met wat gerommel in de verte. Tintelingen in de buik, bijna vlinders. Vlinders die veranderen in langzaam, toegebrachte, messteken. Dan de kop die begint te koken. En als laatste, de paniek. Als in: het moet hier geen minuut langer duren voor ik op een pot zit of ik beer mezelf onder en plein public als een tweejarige die de speculaaskast heeft ontdekt.   Dus daar hing ik. Boven het toilet van het eerstvolgende eettentje dat we tegenkwamen in the middle of nowhere. En tentje mag je letterlijk nemen, in tegenstelling tot toilet. Met een hoofd gloeiend van de dikkedarmweeën, stond ik er volledig verlost van eigenwaarde te bevallen boven een put in de grond. Mikkend om alles zonder fouten van gat tot gat te krijgen. Op tien minuten tijd raakte ik er ongeveer alles kwijt behalve m’n schaamtegevoel. Dat werd alleen maar groter toen mijn oog viel op het on-feil-bare doortreksysteem van een ton water en een plastic bekertje. Met een scheur in. Ik moet de foto’s van lokale charme als deze op een of andere manier gemist hebben toen ik door de reisblogs scrolde.   Toen ik een miserabele dag of tien later thuiskwam, stond mijn dokter mij op te wachten met een cocktail van antibioticapillen. Mét ijs alstublieft, want we doen eens zot, nu het terug kan. Nog geen half uur later zat ik opnieuw op de plee, maar dan wel met de meest gelukzalige glimlach in dagen op m’n gezicht. Zeker zeven keer heb ik doorgetrokken in dat uur dat ik daar als een koning op m’n witte troon zat. Ja, soms moet een mens al eens reizen om dat porselein onder z'n sterretje opnieuw te waarderen.

Hans Verhaegen
17 0

Mag het iets meer zijn?

   Nee, vandaag geen beschouwingen over het vak van de beenhouwer en zijn gekende verkooptechnieken. Wel, en wie had dat gedacht, over Staatssecretaris Francken, die als geen ander de kunst verstaat om met woorden in te hakken op Jan en alleman. Er  is natuurlijk wel een onderwerp te vinden dat meer tot de verbeelding spreekt, maar soms worden  er grenzen oververschreden, zelfs in het... asiel en migratiedebat.  Staatssecretaris Francken zet de herhuisvestingen tijdelijk on hold. Omwille van de 'opstoot' van assielaanvragen. Nochtans heeft dezelfde Staatssecretaris, in alle stilte, beslist om  tegen 1 januari 2019, een groot deel van de Lokaal Opvang Iniatieven (LOI) in de gemeentes te schrappen. De indianen zouden zeggen, deze blanke man spreekt met een gespleten tong. Wat er nu gebeurt , stond in de sterren geschreven. Opvangplaatsen schrappen en dan zeggen dat er geen plaats is. Er zelf voor zorgen dat Europese afspraken niet kunnen nageleefd worden, il faut le faire. In de verste verte geen journalist te vinden om even doortastend door te vragen. Dus operatie geslaagd, geen haan die er over gekraaid heeft.  Ome Rik weet het ook wel, het asiel en migratiedossier  is een zéér moeilijk dossier. Maar zoals gezegd, er zijn grenzen. Het moet me van het hart. 11 november is de honderdste herdenking van het einde van WO I. Hopelijk wordt er dan ook gesproken over de 1,5 miljoen Belgen die naar Frankrijk of naar het neutrale Nederland zijn gevlucht. Luidkeels wordt  er heden ten dage geroepen dat de waarden van de verlichting verdedigd moeten worden. En wat met het verdedigen van de christelijke waarden? in Jezus naam! Mag het iets meer zijn?

dirk adijns
0 0

Aangeschoten

Ik schrok ervan, toen ik het krantenartikel over het failliet van Würst las, het hotdogrestaurant dat indertijd opgericht werd door Jeroen Meus. Vooral omdat hotdogs me zeer genegen zijn. De geur van zuurkool en gebakken ajuin die zich in je neus nestelt. Hemels gewoon. Jeroen Meus verstond de kunst om er met zijn "haute dogs" een extra toets aan te geven.   De tweede reden waarom het artikel opviel, was het gebruik van enkele aan voeding gerelateerde spreekwoorden. Ik wil u graag een plezier doen en de betekenis van deze zegswijzen toelichten. U kan dit wellicht ooit gebruiken tijdens een familiefeest, als u om een wist-je-datje verlegen zit. Wanneer diezelfde oom of schoonbroer met zijn flauwe moppen opnieuw met alle aandacht gaat lopen.   "Würst zit in de puree", was de kop van het artikel. "In de puree zitten" is verwant met "in de rats zitten". Rats is soldatentaal en je kreeg dat bij het door elkaar koken van groenten en aardappelen. Zie ook het Franse ratatouille. Iets verder in het stuk las ik dat "het vet van de soep" was bij Würst. Dat is dan weer familie van "het vet is van de ketel". Als het beste of het meeste voordeel weg is, wanneer de room van de melk geschept is. Kijk, daarmee komt u behoorlijk intelligent over, als u dat aan tafel vertelt.   Maar u kan nog verder gaan. U kan zeggen dat de hotdogs bij Würst "peperduur" waren. Die uitdrukking herinnert aan de tijd toen peper zo duur was dat de korrels als betaalmiddel werden gebruikt. Of je zegt dat Würst niet langer "zelfbedruipend" was. Dat komt oorspronkelijk van dieren, die in hun eigen vet gebraden werden. Daarna werd het gezegd over mensen die in hun eigen onderhoud voorzien, zonder steun van anderen.   Nadat u deze wetenswaardigheden bij het kerstdiner hebt verteld, zijn uw familieleden van ellende en jaloezie ongetwijfeld in de drank gevlogen. Dat is het moment om te vertellen dat u weet waar de uitdrukking "aangeschoten" vandaan komt. Het is eigenlijk een jagersterm. De jagers gebruikten het woord "aanschieten" als ze het wild met een schot raakten, maar het dier nog wankel op zijn poten kon staan. Later is men dat woord ook beginnen gebruiken voor mensen die iets te diep in het glas hadden gekeken en even wiebelig op hun benen stonden.   Beste lezer, als u dat allemaal uit de doeken doet tijdens het familiediner, beschouwt men u voortaan als de intellectueel van de familie. Het voordeel is trouwens dat u elk jaar dezelfde weetjes kan vertellen. Want na al die glaasjes herinneren ze zich dat toch niet meer.  

Rudi Lavreysen
0 1

Alleen maar Engels

“Ze spreken daar alleen maar Engels”, zei mijn collega. Hij had het over de Nederlandse stad waar ze hem niet begrepen. Ik kon het enkel bevestigen. Al is ‘alleen maar’ lichtjes overdreven. Maar in het Rotterdamse hotel waar we verbleven maakten we hetzelfde mee. “Het mag in het Nederlands, wij komen uit België”, glimlachte ik aan de receptie. Maar het hielp voor geen meter. De receptioniste ging vrolijk verder in het Engels.  Op het strand van Scheveningen was het van het zelfde laken een pak. Ik meende me aan de Hollandse geplogenheden aan te passen en bestelde een pilsje aan de jongedame van het strandcafé. “A beer for you sir?”. Dat pilsje was haar bekend. Iets later (het was nogal warm die dag) vroeg ik naar een ‘pintje’, maar dat kende ze niet. Het was die namiddag op het strand dat ik aan onze pa moest denken. Hij zou nog eens moeten terugkomen. En verbazend vaststellen dat niet alleen het dialect verdwijnt, maar ook stilletjes aan het Nederlands. Zo vertelde hij vaak die anekdote over de ingenieur in het fabriek waar hij portier was. Die belde met de vraag of hij samen met zijn collega kon langskomen. Ze gebruikten toen nog uitdrukkingen in het dialect die je vandaag niet meer hoort. Om te zeggen dat je ‘dadelijk’ kwam, klonk het zoveel als “ik kom bè djème”. Het lag op zijn lippen om het op die manier tegen de van oorsprong Franstalige ingenieur te zeggen, maar hij kon zich net inhouden. Hij vroeg aan zijn collega hoe je dat alweer in het Nederlands zei. Het eerste wat bij hem opkwam was ‘ik kom bij demen’.     Och, het verandert allemaal. Dat kan op zich geen kwaad. Maar dat terugkomen, dat zou toch eens moeten lukken. Al is het maar voor één keer.

Rudi Lavreysen
79 0

Aan de kassa

Ik vermoed dat niemand het weet. Ik beken: Ik vloek graag. En veel. Niet altijd luidop, maar toch. Godverdomme zit als eerste klaar. Godvermiljaarde leerde ik van mijn broer. Potverdekke was de favoriet van mijn vader -God hield hij er graag buiten- of ook wel nonde, nonde… , gevolgd door een diepe zucht. Dat betekende dan zoveel als: Hier is niets meer aan te doen.   In de nabijheid van kinderen houd ik me in. Tot op zekere hoogte. Twee weken geleden ontglipte mij een iets te luide Godverdomme. Ze schrok. Had ze niet gewoon al wijzend vanop haar fiets gevraagd: ‘Waarom staat Bassie op dat bord?’ Niet een keer vroeg ze dat, wel tien keer, evenveel als het aantal clowneske borden langs onze dagelijkse fietsroute. ‘Houd je handen aan het stuur’, riep ik.  Ze zweeg. Tot het volgende bord: ‘Mama, waarom staat Bassie hier?’   Godvermiljaarde, dacht ik. Straks wil ze daar echt naartoe. ‘Ik denk dat het van een circus is’, zei ik. Ze drong aan: ‘Heb jij daar kaartjes voor?’ Ik veinsde: ‘Ik zou niet weten waar ik die moet halen!’ Een diepe zucht. Ze zweeg.   Tot de volgende avond: ‘De juf zegt dat je zelf kaartjes kan kopen aan de kassa.’ Het werd wazig in mijn hoofd. In de mist verscheen een grote circustent. Op de eerste rij, een kind met haar vader. Hij lachte en genoot. Zij straalde.   Ik zweeg. Tot die zondag, aan de kassa: ‘Eén volwassene en één kind’. Zij kon haar geluk niet op. Ik straalde. Nonde, nonde.  

african swallow
0 1

Dietjes en datjes

Vult u, in gedachten, even volgende zin aan:‘De man, die het meisje mishandeld had, kreeg van de rechter ***’Mogelijke antwoorden waren: een ongenadig verdict, een levenslange gevangenisstraf, of … een emotionele schadevergoeding. Het onderwerp van bovenstaande zin valt immers onmogelijk af te leiden. Waarde taalgenoten, wat een gat in onze grammatica! Laten wij deze gapende leegte vullen met enkele gepaste achtervoegsels, indien het woord voorafgaand aan de bijvoeglijke bijzin een voorwerp is. Voor mannelijke woorden: die -> dieno.Voor vrouwelijke woorden: die -> dieva. Indien de man dus de agressor in onze voorbeeldzin is, blijft het betrekkelijk bijwoord ‘die’. Indien hij het slachtoffer is, ‘dieno’. Einfach einfach, zou ik zo zeggen. Ah! Ik hoor de moderne 21ste-eeuwse medeburger reeds kreunen. Man versus vrouw, het achterhaalde onderscheid. Hoe zit het met transgenders? Hoe zit het met uniseks namen zoals Chris en Yentl? Welk woord kiezen we voor gemengde groepen? Pakken we het aan zoals de Fransen, voor wie één man in een stadion vol vrouwen volstaat om het genus voor de hele groep te veranderen? Neen, neen en nog eens neen. Voor gemengde groepen, het onzijdig meervoud en geslachtstwijfelgevallen gebruiken wij voortaan een apart woord: die wordt dieto. Dit probleem doet zich niet voor bij het enkelvoud van onzijdige woorden. Als zij een voorwerp in de zin zijn, geldt: dat -> datyf. Inderdaad, een zeldzaam nuttige modificatie! Ik ben er zelf ook bijzonder trots op, dat mijn intellectueel vernuft voor maar liefst 24 miljoen mensen dagelijks een meerwaarde zal mogen betekenen.De met stomheid geslagen lezer wenst nu ongetwijfeld een nieuw Groen Boekje aan te schaffen. Wel, deze mogelijkheid wordt u vriendelijk aangeboden. Met de code !R0N!3 krijgt u 20% korting op uw aankoop, waarvan de auteur van dit artikel slechts hetzelfde percentage winst opstrijkt. En dat allemaal, u raadt het reeds, uit liefde voor onze voortaan nog mooiere Nederlandse taal.  

Amaryllis
0 0

Vooroordelen en darts

Vooroordelen. Ik heb ze. Ik lijd eraan. Nog steeds. Zelfs na 39 jaar ervaringen opdoen op dit bolletje sterrenstof en na 15 jaar lesgeven aan nieuwkomers van alle pluimage. Vooroordelen werken als darts: je gooit negen keer tevergeefs richting roos en wanneer de tiende keer raak is, onthoud je enkel die ene worp. Vooroordeel 1: Mispoes Een moslima uit Pakistan zit tijdens een spreektest van top tot teen gesluierd in haar zwarte bijna-boerka. Dat uitzicht werkt blijkbaar nog steeds op me in. Op de vraag waarom ze naar België is gekomen, antwoordt ze: omdat de vrouwen in mijn land minder kansen krijgen. Hier in België is het modern en mag ik werken. Vooroordeel 2: Mispoes Een man uit Bosnië is al de ganse cursusperiode opvallend stil. Niet echt handig voor een mondelinge module. Zijn houterige houding en bloeddoorlopen ogen interpreteerde ik -redelijk onbewust- als desinteresse of erger.Bij dezelfde spreektest over de komst naar België blijkt dat hij hier al 28 jaar woont (en nu pas in niveau 2.2 zit! Hoe kan dat in godsnaam? … vooroordeel 3: Mispoes) Daarna gaf hij eerst toe dat hij enorm gesloten is en deed vervolgens in verrassend goed Nederlands zijn verhaal. Zijn teruggetrokken attitude en vermoeide blik kregen voor mij gaandeweg een totaal andere invulling toen hij vertelde over hoeveel vrienden en familieleden hij in de Joegoslavische oorlog had verloren, over zijn scheiding, zijn depressies, over de overuren die hij jarenlang aan de Antwerpse haven deed om zijn zonen te laten studeren. ‘Ik was vòòr de oorlog helemaal niet zo gesloten.’ Het stuwmeer van zijn stilzwijgen was zodanig doorheen de dam gebroken, dat hij de vijf minuten spreektijd fel overschreed en andere cursisten pas volgende les aan bod konden komen. Vooroordeel 4: Mispoes Vraag nu aan honderd FB-vrienden om een moslimterrorist te tekenen en je krijgt ongeveer een afbeelding van mijn Afghaanse cursist. Toen ik polste naar zijn welbevinden in België, was hij uitermate positief. Enkel miste hij zijn familie, vooral zijn mama want die lag chronisch ziek in bed. Hoe moet ik dit zeggen? Zijn bedroefde ogen in combinatie met de uitspraak van het woord ‘mama’ deden mijn pijltje zo fel afwijken, dat het naast het dartsbord terecht kwam. Vooroordeel 5: Raak Vraag nu aan honderd FB-vrienden om een oudere bibliothecaris te tekenen en je krijgt ongeveer een afbeelding van mijn Syrische cursist. Wat blijkt nu? Hij was gewoon écht bibliothecaris! En nog wel in de grote nationale bibliotheek in Damascus. Hij beheerde tienduizenden oude manuscripten op 500m van het paleis van Assad die soms op officieel bezoek kwam. Wat een volstrekt ander leven heb je, als je je een paar jaar later in een klas in Borgerhout bevindt tussen mensen van de hele wereld met allen slechts één en hetzelfde boek voor hun neus. Vooroordelen: laten we vooral wat minder pijltjes proberen gooien.

Joachim Stoop
46 0

Glimlach van de dag

  Om de zon in volle glorie van achter de wolken te lokken, gaf ik in mijn NT2-klas de opdracht om een positief verhaal te schrijven rond een verrassende ontmoeting, een grappig toeval, een hoopvolle boodschap. Er was hierbij slechts één doel: de leraar doen lachen -met glim of schater. En de taal moest natuurlijk ook wel een beetje kloppen. Het is tenslotte les Nederlands.Het verhaal van een Afghaanse cursist ging zwaar en zenuwslopend van start: na zijn eerste twee weken in België te hebben doorgebracht in een gesloten asielcentrum in Brussel, werd hij met een treinticketje enkel richting open asielcentrum van Kapellen gezonden. Nu laten we je los, Samir. Van hieraf moet je gaan.Op het briefje las hij zonder enig begrip: Kazerneweg 35, 2950 Kapellen of stel dat jij in Afghanistan bent en enkel Nederlands begrijpt: کازنیویوګ 35، 2950 کاپیلین Met het adres in de hand ging hij koortsachtig op zoek naar hulp van medereizigers op perrons en in treinen. Tenslotte kwam hij opgelucht aan in het station van Kapellen. Oké, en wat nu? Sommige mensen waren behulpzaam, anderen lieten hem links liggen. Hoopvol wandelde hij in de vermeende goede richting en stopte een auto met een heel vriendelijke man die hem vroeg waar hij naartoe moest. ‘Stap in!’ Hij gaf het briefje aan de man. ‘Ik rijd je erheen’ moet hij gezegd hebben in die taal van Mars. Met gebaren vroeg de man of hij kleren nodig had. Wou hij een stuk chocolade? Ja, dat wel. Hij zou de man nooit vergeten. Zo vriendelijk, en wat is het woord … gastvrij.Ik vroeg of hij de man ooit nog heeft teruggezien.‘Nee, nooit meer. Maar ik had in de auto zijn telefoonnummer gevraagd en ben diezelfde dag nog als een gek Nederlands beginnen leren om hem na een paar maanden in een perfecte sms te kunnen bedanken. En dat heb ik gedaan. ’ De glimlach.De zon.

Joachim Stoop
35 1

Eerste brief aan mijn zoon

Eerste brief van Joachimus aan Louie Stopius.   Toen ik je daar zag liggen terwijl de verpleegsters je zoals bij een pitstop tijdens Formule 1 proper maakten, je reflexen testten en me de schaar aanreikten om het meest wonderlijke der wonderen door te knippen, kon ik enkel denken: Wat maak je enge bewegingen? En wat een grote voeten heb je? Hebben we een monstertje gecreëerd? Wist ik veel dat baby's net op het allereerste moment dat ze een teken van leven uitstralen, op hun lelijkste zijn. Wist ik veel dat die eerste reflexen raar ogen en bij alle nieuwkomertjes de voeten buitensporig groot lijken omdat ze nog zo dun en wit zijn in vergelijking met de rest. Wist ik veel dat je weldra zo ontzettend mooi ging worden. De bevreemding die ik de eerste momenten voelde, werd helemaal gedicht toen men je in mijn armen legde. Nabijheid van lichaam overbrugt mentale afstanden. Apetrots stapte ik naar je mama en toonde ik je met verbale opluchting: ‘alles is goed met hem, alles is goed.’ Cum laude op je eerste rapport.   Je bent nu een weekje oud en ik kan niet geloven dat je met je kleine lijfje al zo’n grote plaats in ons universum inneemt. Papa was een gewaarschuwd man: mijn leven ging hélemaal veranderen, de aarde zou plots omgekeerd draaien, links wordt rechts, onder wordt boven. In alle eerlijkheid: dat valt wel mee. Je zit volkomen in het verlengde van wat mijn leven vóór je komst was. Je bent de vlinder die als een uitgedragen cocon uit de liefde tussen je papa en je mama komt. Je bent gemaakt van het overschot van genegenheid tussen je ouders, alsof we van onze overlopende hartstocht een nieuw leven konden kneden die op zijn beurt hopelijk ooit zal overvloeien van liefde. Je aanwezigheid voelt zo natuurlijk en organisch aan. Zo logisch ook. Het meest vreemd vind ik dat het helemaal niet zo vreemd is. Ik ben dus geen compleet ander mens geworden, maar ik voel me wel een stuk rijker. Rijker in zijn eenvoud. Papa heeft namelijk nogal de neiging om met het ene been op planeet hier en het andere op planeet ginds te staan. Jij houdt me hier en nu in het hier en nu. De rust die ik voel wanneer onze hartslagen een duet spelen als je op mijn borst ligt, is voor mij zo’n openbaring. Nooit verwacht! Spoedcursus mindfullness gratis aangeboden door een manneke van één week oud.   Ik ben heel lang bang geweest om een kindje te krijgen en mijn vrijheid in te wisselen voor verantwoordelijkheid. Ik had schrik om overal waar ik zou lopen een elastiek te voelen die altijd naar mijn kind zou leiden. Angst om niet langer geheel als individu te mogen ontsporen, verdwalen. Een kans tot escapisme die ik niet per se zou benutten, maar wel de aanwezigheid ervan zou blijven koesteren. Noem me voorbarig, maar ik ervaar het niet zo. Als er al een elastiek is, is die uit liefde gefabriceerd. Dat die liefde verantwoordelijkheid met zich meebrengt zal nog ongetwijfeld meermaals blijken. Ik weet intussen wat de bovenhand zal nemen en behouden. Love is all.   Zoals ik onder al die lagen mens-zijn blijkbaar ook een dik laagje papa in me heb, heb jij nog alle lagen in je. Je kan worden wie je wilt worden. Of nog liever -in de woorden van die maffe Duitser met zijn snor (nee, niet die, gekkie. Die andere)- ‘word wie je bent’. We zullen je vrij laten en helpen waar nodig om op deze maffe aardbol te beseffen dat cowboys de slechterikken en indianen de goeien zijn; dat niet iedereen met evenveel kansen aan de start vertrekt en dat liefde altijd en overal koning hoort te zijn. Ik herhaal me: Love is all.   Het vonkje waaruit jij bijna 8 jaar later bent gevormd, ontstond toen ik met je lieve mama Fien op een feestje in de zetel belandde. Steek het op het bier (of was het Heineken?) maar we lieten van in den beginne de pionnen voor wat ze waren en grepen meteen naar de koning en de koningin. Thema van een spontane eerste date: hoe we allebei apart ontdekten dat de zoektocht naar liefde en de queeste naar vrijheid geen afzonderlijke verhaallijnen hoeven zijn, maar met wat geluk samen komen. Los van elkaar hadden we zoals velen liefde als iets van mensen samen en vrijheid als een individueel pad gezien. Ik gaf mama het beeld dat niks weerhoudt om het wandelpad richting vrijheid te zien als een weg waarop je samen loopt. Je kan ook met z’n tweetjes vrij zijn. Dat papa daaraan het geleende woord ‘tweezaamheid’ plakte en deed alsof het copyright Stoop was om je mama in te palmen, kan je me hopelijk vergeven. Ik en mama lopen nu nog steeds op dat pad. Jij kwam ons sinds vorige week vergezellen. Eerst in de draaidoek, dan in je buggy, op je stepje, driewieler, fiets met en zonder extra wieltjes, op de scooter die je stiekem achter onze rug hebt aangeschaft, in je elektrische, computer gestuurde auto en tenslotte misschien met je eigen vonkje, overvloeiende liefde en cocon. Geen haast hoor. Je bent tenslotte nog maar zeven dagen oud.    

Joachim Stoop
75 0

Tweede brief aan mijn zoon

Tweede brief van Joachimus aan Louie Stopius. Psalmen 1:42 tot 3:14   Je mama vroeg me vandaag wat ik het leukste vind aan papa zijn. Na even nadenken, zonder echt te twijfelen, noemde ik de aanraking, het voelen, jouw lichaamswarmte. De manier waarop je met de cadans van aanspoelende golven op een zomerdag met je mond tegen mijn wang ademt. Elke dag wordt de (her)ontdekking aangescherpt dat tastzin de puurste vorm van ervaren is. Reuk, gehoor en beeld creëren interpretaties die als omwegen de werkelijkheid verbuigen. Aanraking is aanraking: de meest basale, pure vorm van in de wereld staan. Je zal het later nog aan je huid merken als je diep geraakt wordt door een reeks woorden die je hand grijpen en je vingers leggen op wat je zelf net niet kunt uitdrukken; als je je favoriete liedje uit je puberteit na twintig jaar onverwacht terughoort; als je over een heuvel rent en op de top bijna opstijgt van geluk bij het goddelijke landschap tot de horizon en terug. Kippenvel is het uithangbord van de ziel. Je huid is je huis.   Als we over een paar jaar in de natuur lopen, zal ik je vertellen hoe je een bos zowel kunt zien als bos op zich maar evenzeer als som van bomen, en bomen als som van bladeren en takken, en bladeren als som van nerven. Een mens is een machtig wezen met een aangeboren vrijheid van inzoomen en uitzoomen. Je ogen, oren, neus en mond zijn sleutels waarmee je schatkisten opent. Met je huid de boomschors aaien is wonderlijk aarden. We zullen onze ogen sluiten, onze geest volledig vullen met aanraken en de wereld als een verdwaalde strandbal loslaten. Daarna pas zullen we de warme leegte volgieten met onze verbeelding. Ik zal je zeggen dat het grootste wonder op aarde de aarde zelf is. Dat de boom voor onze neus ringen in zijn stam draagt die stroken met onze planeet één keer rond de zon. Dat hier hon-der-den jaren geleden net als wij een andere papa en zijn zoontje stonden met handen vol schors en koppen even zonder kopzorgen. Jij zal me zeggen wanneer dat beloofde ijsje er nu eindelijk aankomt.   Omdat ik enorm van taal hou, vreesde ik vóór jouw blije intrede dat ik je eerste maanden maar niks ging vinden. Veel ellendige nachten, plus een beperkte improvisatie op grondtonen als slapen, kakken, huilen als hij niet kan slapen, huilen omdat ie onder de kak zit (of poep zoals ze in je raar thuisland zeggen). Bij enkele vaders komt hierdoor de echte klik pas bij eerste herkenning of woordjes. Bij mij in tegendeel. Vanaf dag één communiceren onze huiden als twee aparte golven die lang genoeg over elkaar vloeien om te beseffen dat ze uit hetzelfde water bestaan. We klikken, Louie. Als magneten. Jij de plus, ik te min. Onze huid is een tactiel kijkgaatje naar het heelal wat ons in oorverdovende stilte omringt, omarmt, omsluit. Wang tegen wang is de snelste route naar de sterren. Mijn binnenweg richting geluk.   Later zullen je eerste woordjes komen. dada, mama, papa, kaka. Trotse woordjes na je eerste schooldag: maan, vuur, roos. En nog later komen je eerste vragen. Waarom is de lucht blauw? Omdat God stiekem van smurfen houdt. Waarom zijn meisjes zo stom? Om puisterige slungels op afstand te houden. Waarom zijn jij en mama een koppel? Omdat mama uiteindelijk toch op een puisterige slungel is gevallen. En dan komen ongetwijfeld ook de vragen waarvoor ik bang ben: Waarom wordt er gepest op school? In begin kan ik je nog iets wijsmaken: de ergste pester van de school wordt later als hij groot is sowieso een mislukkeling. Bullies schoppen het nooit tot bedrijfsdirecteurs, populitici (geen taalfout) of president van de Verenigde Staten. Nog later, nog moeilijker: waarom is er oorlog? Waarom hebben jullie niet méér gedaan voor het klimaat en tegen ongelijkheid? Waarom zijn zoveel mensen boos op het Westen? Hoe zal ik je in vredesnaam kunnen uitleggen dat er op jouw geboortedag ouders aanspoelden aan de voorspoedige oevers van Europa, misleid door Verlichting uitstralende vuurtorens, denkend eindelijk veilig voet aan wal te zetten om meteen weg te zakken in een moeras van kille tentenkampen en dito onthaal, met kindjes in ontrafelde draagdoeken negen maanden daarvoor verwekt in donkere schuilkelders waar mama en papa hun huiden lieten dansen en zingen tegen de donderslagen van de hel daarbuiten. Geboren als een speldenprikje hoop, een restantje warmte, een middenvinger naar dood en verderf. Hadden die mensen dan iets fout gedaan? Konden jullie niet meer doen voor hen? Mijn mond vol tanden zal boekdelen spreken. Ik weet niet wat er lastiger wordt: die keerzijde van de wereld verdragen, of ze verklaren.   En dat laatste, lieve Louie, is nu juist waar ik even niet aan denk als je ligt te knikkebollen tegen mijn warhoofd. Ik wentel me gaarne in jouw onwetendheid, in de zalige zuiverheid van je zijn. Later kan je nog genoeg aan bomen aaien, over heuvels rennen, pesters op hun plaats zetten, de wereld proberen plaatsen en leren hoe je met mama’s humor papa’s gefilosofiepieker kunt compenseren. Maar geen haast hoor. Je bent tenslotte nog maar een dik maandje oud.        

Joachim Stoop
0 0