Zoeken

Ik ben niet te doen sinds zaterdagnoen

Liedtekst : Ik ben een ajuin… van ons stad Ik ben heel vies… ik ga nooit in bad Ben op weer de dool… eindig in een riool Mijn vrouw heeft ’t gehad… ik ben weeral zat Zit mijn hoofd weer vol… ga ik uit de bol Draag al haar kleren… het kan verkeren Heb ik weer leut… drink mij een teut Een hete stoot… dan ga ik in ’t rood Elk jaar weer prijs… met Jan Theys Ik zal er zijn… voor het groot festijn Ik drink dan gin, bier… en veel wijn Heb dan leut… tot de laatste sleut Ben ik nog wakker… dan voel ik mij dapper Jajaja… Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad Dan is de muis weer eens niet thuis Dan ben ik de kat in een diepe zak Dan nog liever bier en weer in de bak Neeneenee… Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad Dan is de muis weer eens niet thuis Dan ben ik de kat in een diepe zak Dan nog liever bier en weer in de bak Héhéhé… Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen Ik ben niet te doen, sinds zaterdagnoen Ik ben een Aalst kapoen En ben ik weer zat, dat heeft zij ’t gehad Dan is de muis weer eens niet thuis Dan ben ik de kat in een diepe zak Dan nog liever bier en weer in de bak   https://autismestorm.home.blog

Autisme Storm
7 0

Herwerking

In de stilaan verouderde omgeving lijkt het alsof alles in beweging blijft: de weg ligt er hard bij, voeten slepen onaandachtig nog zichzelf vooruit in codetaal en er wordt gecommuniceerd alsof wij andere soorten zijn. De codex bestaat uit een soundscape van een alomtegenwoordig gevoel, van onbehagen en of het lijkt of je jezelf aanraakt moet jij zelf uitmaken. De codex is koud zonder mij, zodat ik als een circumstance aanwezig MOET blijven in je kale handen-kom die je maakt terwijl je weerstand biedt aan het gevoel waarmee iedereen nu al enkele eeuwen rondloopt; zonder jezelf een glans te ontnemen ben je jezelf te kort geschoten in het weinige.Weinige geluiden zoals deze: hard en statig ruis je boven ons en de lucht schijnt en de zon biedt onderdak, deeltjes koele meta-systemen zullen verstopt worden in woorden als je triviaal communiceert zonder je zelf nog rugdekking te geven in dit nieuwer Wallonië. Dit is de situatie vandaag, en ermee leren leven zou misdadig leuk zijn. Telkens je je aanpast, sterft er iemand.   Telkens je niets doet. Weten we het volgende: of je situaties aanraken kunt. Je kunt ze ook pletten en het ermee stellen alsof je tussen je handen in een universum creëert, een alternatief voor de opgegeven reeks omstandigheden. Ik zal je een omstandigheid bieden waarin je telkens je je moe voelt, hierover gediscussieerd moet worden, omdat dat rechtvaardig is, en omdat met 2 ook maar alleen is.   Ik kan je oplossingen bieden voor niemand niet.   I was already falling. Het was niet op je snelheid of ontaarde schouders, die getormenteerd deze kosmos dragen, zoals iedereen ze al draagt, maar ook de kosmos draagt terwijl jij draagt en de ondergrond draagt.   Geluid: een moment. Ergens sterven er sterren en ook mensen! Dit op hetzelfde tijdstip, en soms ook niet, en waarschijnlijk biedt de volgende planeet veel meer zekerheid dan een dagelijks verschijnsel dat onder je voeten overkookt.   Als je dagelijks verschijnt, lijkt niets nog hetzelfde en wij niet op elkaar. Als je moe word, mag je pas je ogen sluiten en voelen waar het zeer doet. Wij doen elkaar werkelijk niets aan zonder dat er iemand weet: 3 seconden, 2 seconden, 1 seconde: dood. Laten we elkaar overblijven.

Dries Verhaegen
19 0

Vanaf de aarde

Kunnen jullie het intussen, leven? Ik tast nog steeds in het duister en ik tast nog steeds in het licht. Ken je dat? Wat er ook gebeurt, soms geven toevallige ontmoetingen, passantenpar hasard de juiste hint. Ze tonen je de weg niet, maar ze verschijnenop je weg. Dat ze er zijn, die gelijktijdigheid, treft. Zo was er eens een archeologe.“Soms zakt de zon in de aarde en wordt net op dat momentde maan opgegraven”, zei ze. Toen vertrok ze.Ze kon aan het licht zien dat het tijd was om te gaan.Ze liet stof achter. “Er is altijd een trilling tussen je voeten en de aarde”, zei een vrouwmet haar ogen toe. Ze zei het aan een groep ontwakende vrouwen.“Zoek die trilling, vind ze.” Ik heb haar gevonden, dacht ik, met mijn ogen toe. Tussen ons trilt ook de energie van de aarde. Als zij beweegt, beweeg ik ook.Soms wordt een veer verliefd op een steen. Maar tussen ons is het anders. Wij zijn eenzelfde soort lichaam. Hielden meteen van elkaar.Ze woonde wel in een andere stam. Waar het goed was.Een soort liefde. Toch.Op een dag kon ze aan het licht zien dat het misschien tijd was. Vroeg? Snel? Of het kan wachten tot een volgend seizoen?Hoe weten wilde ganzen die nu al terugkeren dat het tijd is?Hadden ze in het zuiden de lucht uit het noorden geroken? Aan hun veren gevoelddat het hier winter en lente is, tegelijk? Terwijl het nog moet gaan sneeuwen,want anders vinden de verwarde bijen de weg niet meernaar hun eigen voedselvoorraad. We moeten voldoende nectarbronnen voorzien.Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. Waar we ondertussen staan? En waarom?We moeten ergens beginnen.Ik hield van de volgende ochtenden als tevoren. Ik vertelde waarom.Ik had aan de lucht geroken, ze was langzaam zacht. Winter. Lente.Als zij beweegt, beweeg ik ook.Maar dan nog kreeg ik haar niet overtuigd om op te staan en niet zomoe te zijn – de gevoeligheid van de meeste mensen.De avond heeft een verleden, dat de ochtend zich kan herinnerenof moet doen vergeten. De stam is gebarsten. Er is pijn. Er was een eenheid – nu getekend door een breuklijn. Er waait stof op, zwaar, grijs. Wat valt er?Wat valt er nog op te graven? Wat willen alle geliefden? En nu? Gaat het verder? Waar naartoe?Hoe verklaren we deze liefde aan de hand van de cyclus van de natuur?“Ik ben altijd blij als ik overdag de maan kan zien”, fluistert iemanddie door een burn-out en verdriet heen straalt. Ik ben ook blij voor haar.“Vanaf de aarde groeit alles in de lucht”, zegt iemand die een stralend boeket van haar biologische bloemenboerderij voor me schikt.Ze kent de bodem. Daarom neem ik het van haar aan.Soms moeten we tien keer op een dag opstaan. Wat er ook valt op te graven,vanaf de aarde groeit alles in de lucht. “Waar zijt ge?!”, riep ik vanop de bodem de lucht in. Hoog.“Ik had dit alles aan jou willen kunnen vertellen, papa. Alsof ik ergens nogje goedkeurende blik zoek. Ja. Ik wil graag je ogen terugzien. Al van het momentdat je ze sloot. Zien hoe je kijkt. Van iedereen zag jij mij het vaakst,vanuit je ooghoeken. Je hebt zolang willen weten wat het beste voor mij was.Ik wil je tonen dat ik het nu zelf weet. En ik wil dat je me zegt dat dit oké is …want als ik barsten zie, wil ik ze gewoonlijk lijmen …”Eigenlijk fluistert hij het antwoord heel de tijd. Niet waar hij is, maar:“Het is goed je zo te zien. Je vond jouw soort liefde. Je leeft volop. Voor mijen je moeder erbij. Leef volop.” Gefluister vraagt ‘luister’. Ik luister. Geruisloos.Wat is het geluid van een bloem die openkomt?Beweegt ze zo traag dat wij het niet kunnen horen?Maakt alles wat beweegt niet een minimaal geluid?Een klank waarvan wij de frequentie niet kunnen opvangen? Of we het zeker weten? Ja.Dat denken we. Zo voelt het toch. Wanneer weet je iets zeker? Als je het weet?Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. We wachten.We weten niet altijd waarop, maar we wachten. Beter gezegd: we nemen tijd.Maken minimaal geluid. En toch breken er harten, zo traag dat wijhet niet kunnen horen, maar er wel altijd ergens een klank van opvangen.Wat willen geliefden?Dezelfde weg die omhoog gaat, gaat ook omlaag. Het begin van een cirkelis ook het einde. Is eveneens een begin. Laat het gebeuren.Alles komt in seizoenen. Ook de spullen verdelen. Die zwijgzameoorverdovende bewegingen. Niet willen. Niet weten.Tranen van een mooie man. Van een oogverlichtende vrouw.Tranen van gouden kinderen.Van aan de zijlijn barsten zien. Willen lijmen. Maar niets doen. Durven kijken.En blijven staan. Of we samen? Voldoende aarden?Voor de buitenwereld lijken we rondtrekkende indianen.Elk vertrokken uit onze eigen clan, trekken we afzonderlijk op pad.Naar andere dorpen en nergenshuizen. Met een boodschap. Over een soort liefde.We willen weten of dit mag zijn. Pijlen, perspectieven en windrichtingen verzamelen. Herbekijken dan ons eigen kompas.We komen er toe, in ergenshuizen. Met aarde aan onze trillende voeten.En zij maar zeggen: “Kom je iets vertellen? Hé? Kom je iets vertellen, zal ikeens iets zeggen. Bij mij ging het zo: Pijn, spijt, tijd, slijt.Dus denk er goed over na, weet wat je doet.” In plaats van dat ze luisteren.In plaats van dat ze luisteren naar onze boodschap. Ons gefluister.Naar de bloemen die openkomen. Of we nog altijd? Telkens weer? Genoeg ademen?“Adem in zoals je aan een bloem zou ruiken. Diep, vol. Vertrouw je zintuigen”,klinkt een juiste hint van iemand op de weg. I bless my believers. Ik neem adem.Ik krijg wat ik wil nemen. Leef volop. Tussen ons trilt de energie van de aarde,een soort liefde. Ik heb voor jou gekozen,geliefkozen,geliefde.Wat je ook kiest. Hoe je ook beweegt. In welke vorm dan ook.Hoe dat dan ook klinkt. In mij het geluid van een bloem die openkomt.Als zij beweegt, beweeg ik ook, beweeg jij, mij ook. Ook in het donker. Soms zakt de zon in de aarde.En ook al wordt op dat moment de maan opgegraven, soms duurt de tussentijd.Dat schemerige niemandsland. En toch. Heel eerlijk.Tast ik steeds meer in het licht.Vanaf de aarde groeit alles in de lucht. In welke vorm dan ook.Vanaf de aarde groeit alles naar het licht.

Jill Marchant
41 1

Geen liefde brengt geluk

Niets is verworven door de mens  Noch  kracht Noch zwakte noch zijn hart Komt hij je met open armen tegemoet Dan toont zijn schaduw slechts een teken van tegenspoed Geluk houdt hij zo stevig beet dat het verbrijzelt en zo doet Hij zijn  leven verzinken in pijn en onmacht                 Geen liefde brengt geluk   Zijn leven Het lijkt op deze strijders zonder zwaard noch vanen Die voor een ander  doel werden gekleed Hun ontwaken dat er niet toe deed En de onzekere leegte die aan hen vreet Spreek en zeg Mijn Leven En smoor dan maar je tranen                 Geen liefde brengt geluk   Mijn mooie allerliefste liefde die mijn hart doorprikte Jij nestelt je in mij als de gekwetste specht   En zij die ons nastaren, onwetend maar  terecht Herhalen steeds de woorden die ik draaide als een vlecht En voor jouw opengesperde ogen terstond verstikten Geen liefde brengt geluk   Het leven leren leven, daarvoor  is het te laat Hoe treuren in het duister onze vereende  harten Wat kost slechts een deuntje aan smarten Hoeveel spijt moet een rilling betrachten Voor een vleugje muziek staat op snikken geen maat Geen liefde brengt geluk   Geen liefde behoedt je van de pijn Geen liefde zonder stoot of slag Geen liefde die geen  wond vermag En niet meer dan liefde voor land en vlag Kan liefde zonder tranen zijn Geen liefde brengt geluk Maar de onze kan niet stuk      Vrije bewerking  van het gedicht ‘Il n’y a pas d’amour heureux’ van Louis Aragon.    

Vic de Bourg
11 0