Zoeken

Non-Routine

Als de nacht gekende verwijzingen verstuurt, denk ik aan hoe Lydia Davis niet zo heel verwaand schrijft. Ook ikzelf;fluogeel de nacht in omdat ik nu eenmaal van electronische, nog-niet-ontstaneextase houd, denk ik in stoere leather-jacketsover hoe het hoofd kan barsten,niet van leem, zoals de aardkorst, maar van gangbare olie die de pupillen smeert tot nachtraaf visie.Lydia Davis schreef, en ik heb het gevoel dat zij de Jeff Wall van de literatuur is:schrijft omdat het uitkomt met de processen die haar eens zo geprijsd maken. In kleurrijke jelullen droom ik over ontwaken. En authorship. En vragen en antwoorden opruimteschepen die misschien nog moeten arriveren, niet per sé op dit tijdstip,maar ooit, op "een tijdstip", waarin de tijd pur sang, in sé verloren gelopen is. Wij leven godverdomme in 2020 en er is nog geen vechtlust genoeg.  Als de geluiden bij je aankomen wacht ik op de zon;zo ontrollen dagen zich in je zichtsveld! Accepteer dat eens nu. Nu. Dan: treingeluiden. Machines die draaien omstreeks 5u 's ochtends en draaien in de zin van :zij ademt, zijverwerkt olie tot mijn gezichtsveld en weer terug,want ook zij verdwijnt.Gesis: de kookplaat leeft. Ik leef; misschien nog niet 'volledig',maar ontwaken is een proces dat vreemdelingen moet verwerken in Belgiëen dat doet iedereen 'graag', alleen niet even snel.Mensen die niet simultaan ontwakenuit een gesluimerde sluimering, hoe verwaand dat ook mag klinken:'Lydia, please explain me this mess we're in.' Dit is een event. Zou een non-routine kunnen en moeten zijn,is het vooralsnog niet, omdat je leeft, ademt, kleine cellen bloed verplaatst, adem-belletjes H2O verdampt,tot boeken met inhoud die nog overgebleven moet worden,Dries Verhaegen, tot wie ik mij richt,want mijn handen worden gestuurd door iets dat al 'gesplitst' is: ziel en geest. Haha. Wij leven Westers,en sommigen zijn daar nog trots op ook.  Geluiden, sferen, berichten komen aanom 5u 's ochtends.Ik vertrek naar mijn persoonlijke utopieom 6u 's ochtends.Nog even, nog even: toekomst.

Dries Verhaegen
20 0

De Aarde doet het niet

De Aarde verdeelt niet in goed en kwaad. Dat doet de mens of was het God? De Aarde ziet niet, schuld of onschuld. Ze juicht niet bij overwinning, noch joelt Ze bij nederlaag. Dat doet de mens. De Aarde haat niet, noch heeft Ze lief. Dat doet de mens. De Aarde weet niet. Dat doet de mens. Zij leeft gewoon, Ze zet zich continu in evenwicht. Ze weet niet dat ze geeft, noch dat Ze neemt. Ze voelt niet dat Ze de gastvrouw is, de Enige, voor het leven in al zijn vormen. Neen, de Aarde neemt geen wraak. Ze zoekt evenwicht. Ze herstelt, steeds opnieuw en weer en nog … één keer? Wat doen de mensen intussen? Ze dromen weer, van groen en van hemelsblauw, van geel en koraalrood, van appelblauwzeegroen en zelfs van alle tinten grijs. Ze dromen weer van dansen en zingen, van samen eten en drinken en ze zouden lachen en iedereen die wil, doet mee. De anderen kijken en zouden zien dat dit ook goed was. Ze dromen weer van ‘gewone’ overstromingen, van ‘gewone’ hete zomers, van ‘gewone’ strenge winters, van ‘gewone’ natte herfsten. En mogen die ‘gewone’ grillige lentes ook terug? Alle seizoenen op hun plaats, op de wereldbol en in tijd. De rivieren meanderen weer. De vissen maken zich klaar, onwetend, waarvoor ze bestaan. De mensen dromen weer van de olifant, de vos, de haas en de giraf, de fazant, de wezel, het everzwijn, de slang en zelfs de vieze dikke spin. Dat die allemaal weer een plaats hadden, hun eigen plaats. Ze dromen, die mensen, dat ze zelf plaats genoeg hebben. Er was toch nog altijd elkaar! De kinderen, ze mogen zíjn, lachen, springen, ontdekken. Ze zien geen verschillen, die kinderen, ze zijn veilig. Ze dromen verder van de bomen en de struiken, de planten, de bloemen. Die mogen weer, zelfs het onkruid krijgt plaats. De groenten doen mee en al die kleuren fruit. Ze blijven maar groeien en geven en geven De mensen dromen nog verder, ze zouden weten wat ze moeten weten, vanzelf, zomaar. Er zou genoeg zijn voor iedereen. Ze delen, ze nemen, ze geven, wat ze nodig hebben, wat overbodig is. En de mensen dromen verder, dat ze weer kunnen leren. Dat ze weer weten, echt weten. Ze durven zelfs te dromen van knuffels, van handgeven, van hand-in-hand-in-hand-kringen en -slingeren, inhaken bij elkaar, van zoenen, van vrijen, van ravotten, van troosten. Ze ontdekken hun eigen kunnen weer en gaan, lopen, fietsen, trammen, treinen. Sommigen zwemmen zelfs. Ayla, het aardkind en Aarde wisten zich toch ook met elkaar te verzoenen. Ze wisten niet, ze kenden niet, ze dachten niet Het was gewoon zo. En de mensen dromen van nederigheid en dankbaarheid. Van verzoening. De mensen ontdekken alleen nog in traagheid verre landen. Al het groen en andere kleuren, de dieren, de zeeën, de lucht, de zon en maan én zijzelf. Ze zouden genoeg zijn. Maar nu, nu dromen ze nog.

Anemos
0 0