Zoeken

Verdomde Tom Robbins, Some Barking at the Moon

LIFE IS LIKE A STEW YOU HAVE TO STIR IT FREQUENTLY OR ALL THE SCUM RISES TO THE TOP   las ik op een ander continent en ik dacht Wij en Ik wij en ik wij zijn allemaal stadskinderen met de nádruk op   Stad; allemaal geagiteerd richtingloos, nagels onder het stof (of scum?) van ramen die niet vaak genoeg afgespoeld worden allemaal denken allemaal denken hé over hoe die ramen zouden kunnen blinken als ze maanlicht of sentiment zouden doorlaten: ze blijven on-gespoeld en wij en ik wij vallen eronder in slaap   met de nádruk op Kind; allemaal geagiteerd richtingloos, als een labrador gelegen op de schouders van ouders die vriendelijk vragen thuis te blijven het verzoek vriendelijk afgeslagen ik ben het omgekeerde van een kind denk ik dan over mijn leven voor de equivalentie van wat slechts een flits moet zijn voor de stenen giganten/vierkanten in Gizeh, vrouw met fakkel op Liberty Island    wat een fletse flits als een sukkel moet zijn voor de Nieuwe Colossus die achterbleef met de assen van al die beloftes in haar fakkel slechts geleden enkele ogenblikken  denk ik ik ben het omgekeerde van een kind Ik Kan Alles   DAT ALLES ER DEEL VAN IS DAT HET NOOIT TE LAAT IS OM EEN GELUKKIGE KINDERTIJD TE BELEVEN    zei Verdomde Tom Robbins over liefde en over pakjes sigaretten die zo gesloten als een deur blijven en ik kan je verzekeren, Tom Robbins, het is opendeurdag hier in de stad   ik kan je verzekeren met een neus die de curve van een regenboog volgt, knikt links rechts links rechts links rechts links rechts NEE hier wordt gekozen welke deuren en ramen en portalen naar het hellevuur openblijven welke opgeblazen worden ze werken hier overal aan de Nieuwe Stad   hier hebben de stadskinderen CHOICE CHOICE CHOICE   en de ramen zijn ondoorlaatbaar maar doorzicht-baar en hier is niemand kleurenblind wij  kiézen hier de dingen om blind voor te zijn   maar doorzicht-baar zodat voor de equivalentie van wat slechts een flits moet zijn in het leven van twee (of meer?) stoffige stadskinderen  zij in de nacht simultaan gluren door gesloten windows naar de maan en alle  mystiek ervan die ze in alle haast vergeten zijn

Camilla Peeters
16 0

Verbleekt rood

Rood haar zelf geknipt valt over haar zorgvuldig omlijnde ogen. Wanneer ze me aankijkt als ik binnenkom met mijn bagage van de dag knapt mijn overspannen hart.   Piercings wilt ze niet, een tattoo misschien en ze verbaast zich over zoveel onbegrip. Bijna vijftien is ze nu, nog altijd speurend naar verjaardag bezoek. Instagram is haar portaal, haar make up haar verhaal. Ze is het kind van een alcoholist, een kind uit het elfjesbos.   Ze flirt de godganse dag met haar eigen spiegelbeeld, maar vreest de marges tussen de omlijsting en haar kamer. Haar kaders zijn de muren van onze sociale huurwoning en haar overgebleven data.   Zomervakantie is voor haar een straf gevuld met lege dagen. Vriendinnen maken kan ze niet, vrienden zijn nog minder.   Ze is een dochter van een sterke vrouw zelfvoorzienend en alleen. Alleen zij kent de uitgegumde wazen over de lijnen van mijn verhaal.    Ze lijdt, ik zie het en alles wat ik haar bieden kan zijn mijn verstramde pogingen tot kalmte.   Ze plooit zich naar mijn humeur en naar mijn tijden van aankomst en vertrek. Ik duw, ik trek, ze trekt futloos terug.   Haar kont is van een jonge vrouw, haar duim nat van haar mond. Haar knuffel klampt zich vast aan haar wuivende kindertijd. Het heeft enkel nog een kopje, zijn lijf hangt aan elkaar van 15 jaar verdriet en eenzaamheid.   Ik wil haar dragen weg van hier naar stroomopwaarts. Naar een thuis waar een vader is, een zus en fijne buren en vrienden die spontaan binnenvallen en allen blijven eten.   In het weekend maakt ze plaats voor mijn opgebloeide liefde. Ze weet van zijn bedrog. Wanneer ik mijn lach lach zie ik haar schouders dalen, wanneer ik vloek zie ik haar rug, wanneer ze zachtjes de kamer verlaat.   Ze is mijn kind gegroeid in het beste van wat ik had, het beste van twee kwaden.  Ik wil haar geven alles wat ik kan maar ik kan niet meer.  

Susanna
26 0

Thuishaven: gedichten op, over en onder plekken - 2 delig gedicht

1 Want waar je je graag bewust bent maar je uitzweten in bestaan wil terugverdienen (dubbel en dik: in emotie, spanwijdte: genoeg) Daar: een ijzeren wil, over dit staren zegt ze ‘Jij daar met mij, jij weet wel?’   Waar ik voor sta? Maar ik gedraag me ernaar. Bijgevolg ik die is wie ik wil zijn, niet wie ik kan. Als een unieke metropool van je bosje huistoeristen. (Iedereen is hier altijd thuis)   Polshoogte nemen, maar, geen zorgen, het is hier dat ik nog zitten zal. En liefst alles transparant houden, niet vergeten denken aan morgen en staren tot je erin zou kunnen verdrinken. Woorden rollend bijschaven als een amorfe taal waarin iets in steekt: namelijk een boodschap die mijn taken in zich opneemt. ‘Ziet u me hier nu zitten’ (dit was mijn antwoord)   Doorlopen om er onderdoor te kunnen gaan en orde te scheppen, het kan alleen maar hier, waar gewenning een pars pro toto zou kunnen zijn.   Het zit me ook zo lekker dit laagje voedsel voor kwatongen. Vandaar, er kan nooit genoeg van zijn, een nooit genoeg is zeker op zijn plaats en luistert nooit genoeg.   Subliem wordt pas gezien als de dagen vormen wat ze zijn. Noemen bij naam en liefst vandaag, omdat wij je goed genoeg kunnen zijn voor wie je zou willen zijn.       2 Schrijven wat ik al ben zou me gezond kunnen houden. Mijn plaats ver weg of lang geleden. Nu ben ik ontheemd geraakt.   Gent? Ze zou kunnen dienen. Tussen mij en dat verre oord enkel dat rondvliegende gevaarte Teleurstelling, die krachtpatser, maar waar van aard.   Zwaarte. Hefboom. Daar ga ik. Schrijven waar? Niet weer, het is een kwestie van geduld en geloof in se.   Een essayist met een doel willen worden en dan dat grote doel najagen: geloofwaardigheid.   Bezig nu het nog kan en daar werd ik geboren. Madensuyu de oren in, Gent de wereld uit, het had gekund. Ook mogelijk: Madensuyu te hoog inschatten (nooit!), en mezelf vrijpleiten van het dwangschrijven. Tot ongeloof van de lezer, bedankt consument.   Grote woorden in steden die zich als dorp vermommen maar met een nog grotere rol te vervullen: staan voor wat ze zijn. Zwaaien want: de tijd valt als een persoon. Daartussen komt alles dat we denken dat we schrijven.   (Eronder een stukje tekst: niet aanraken, bijna gevaarlijk!) Tabula rasa, gelukkig!   Gezellige betwetersfeer onder de radeloze uitgevers die ook geen ander leven zouden willen, het heeft niet veel gescheeld.    

Dries Verhaegen
15 0