Zoeken

FC Retie

Dit verhaal is er een van liefde. Liefde voor groepsverkrachting, prikkeldraad en worstenbroodjes. We spraken af in het centrum van Retie. Ik had mijn blauwe kousen aan, ze waren pas gewassen. Fuck the police, riep ik tegen mijn grootmoeder. Ze juichte met me mee, fluimde tegen de veel te imposante voordeur van het gemeentehuis. We hadden net een heel weekend Scrabble gespeeld, dat deden we altijd als er een nieuw kankergezwel ontdekt was. De dokters keken langs ons heen. Ze dachten aan hun nachtelijke escapades. Ze droomden van tepelklemmen en buttplugs. Ik zag hun grijns, hun zelfgenoegzame blik, hun opgetrokken neus. Wie waren wij om hun onverdeelde aandacht te verdienen. Wij, dorpelingen zonder doel. Wij hadden niets te betekenen hier, dit was ons territorium niet. Maar wacht als we thuis zijn. De Kutstraat in Retie is ons terrein. Mensen vragen er nederig onze toestemming om populieren te rooien, fietsen in het kanaal te gooien, honden te laten kakken op het voetbalveld van FC Retie. Daar, op het voetbalveld van FC Retie, heb ik jou voor het eerst ontmoet. Je werd lastiggevallen door twaalf supporters van KV Kilowatt. Het scheelde niet veel of je had het niet meer kunnen navertellen. Vliegensvlug sloeg ik de daders aan diggelen. Ze wisten niet wat hen overkwam, zo een flitsende kracht hadden ze nog nooit meegemaakt. Huilend om hun moeder kropen ze naar hun Mercedessen en hun Audi's. Ik tilde je op, streelde je haren, kuste je lippen. Ik wist dat het ongepast was, maar ik kon niet anders dan je lippen kussen en je borsten strelen. Er was een hogere kracht mee gemoeid. Je was van mij. Van mij alleen. Je was mijn territorium. Mijn eerste en mijn tweede helft. Ik gaf het fluitsignaal en trapte zelf de penalty binnen.

Maarten Verhelst
25 0

de varken spoot

Zet een hesp voor je raam vannacht. Pata negra als het even kan. Ik weet dat je vegetariër bent, maar alsjeblief, zet je fucking principes opzij. Schuif ze aan de kant. Negeer ze en eet mij op. Verslind me. Je hebt me nodig. Ik zit vol met ijzer. Vitamine B. Allerhande mineralen. Je zal er zo bleek niet meer uitzien. Je ogen zullen weer blinken. Laat mij ze nieuw leven inblazen. Ik zal heel diep inademen en je vuur een laatste keer aanwakkeren. De vlammen zullen zichtbaar zijn tot in de Kempen. Laat me nog één keer alleen. Ik heb nog iets af te maken. Nee, niet ons konijntje. Het huppelt te schattig. Het toont mij de weg naar grassprieten en savooikool. Ik haat savooikool. Maar zo tussen het gras en de savooikool huppelt ons konijntje verdomd schattig. Ik huppel haar achterna. Ik hoop dat we ooit een courgette zullen tegenkomen, maar diep vanbinnen weet ik beter. Ik streel haar achter de oren. Ze kraait van geluk. Misschien ligt het aan mij. Misschien ook niet. Misschien ligt het aan ons allebei. Of aan niemand. Stel je voor. Dat het gewoonweg aan niemand ligt. Dat geen enkele klerelijer er iets mee te maken heeft. Dat het gewoon moest gebeuren. Dat het sowieso zou gebeuren. Dat het altijd zou gebeurd zijn, in eender welk scenario. Dat alle mogelijke daden van alle mogelijke mensen in alle mogelijke generaties tot dat ene feit zouden geleid hebben. Dat het ergens in de Kempen zat te wachten tot het allerlaatste dominosteentje zou vallen. Wij zijn die laatste domino. Ik val op jou en jij op mij. Zo blijven we recht tot de morgen toe.

Maarten Verhelst
0 0

Vaartfietsen

Hier, aan het kanaal dat zich plooit rond het met uitsterven bedreigde boerenlandschap, lijkt het ruisen van de bomen verwant te zijn aan het klankspel van de eindeloze omwentelingen van het zeewater. Hetzelfde geluid dat men je als kind wijsmaakt in schelpen te horen, maar dan tastbaar dichtbij. Enkel nog het gezoem van kriebelend kleine beestjes en het zingen van vogelcorrespondentie weerhouden een hoorbare hegemonie van bladeren en wind. Mijn zeurende, ranke benen stampen op de trappers van mijn fiets alsof ze ook de godganse planeet op haar as moeten voortstuwen. De achterband heeft besloten dat ie het voor bekeken houdt maar ik blijf steevast ontkennen dat de band z`n laatste adem al uitgeblazen heeft, blijf koppig de tandwielen bestaansreden toekennen met het cirkelen van mijn benen. Eerlijk gezegd deert het me bitter weinig dat mijn transport aan efficiëntie verliest. Het gestaag voorbijglijden van het landschap troost me, strijkt de strubbelingen van m`n nerveuze gedachtekronkels glad. Een uitstel van afscheid is dus even welkom als het onweer op een zwoele zomeravond, net zo verlossend ook. Het zonlicht, dat zich fonkelend op het wateroppervlak neerlegt, draagt dezelfde verbijstering van een heldere sterrennacht met zich mee. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden, hoe tegengestelden vaak toch zo gelijkaardig zijn.In zekere zin, geven het omringende schouwspel van natuurkrachten en de plotse traagheid van mijn fiets een verrassend subliem karakter aan een anders onbenoemenswaardig transport. Ook al is het niet het soort verrassing dat je op de knieën dwingt en de mond & ogen wijd openspert om mirakelen te aanschouwen, toch voel ik me aangenaam overmeesterd. Ik adem, onverwachts moeiteloos, en voel dat het gewicht van de Aarde niet langer op m`n borst en schouders rust. Ik ben Atlas, van z`n last verlost.

Louche Loesje
2 0

Vaartfietsen

Hier, aan het kanaal dat zich plooit rond het met uitsterven bedreigde boerenlandschap, lijkt het ruisen van de bomen verwant te zijn aan het klankspel van de eindeloze omwentelingen van het zeewater. Hetzelfde geluid dat men je als kind wijsmaakt in schelpen te horen, maar dan tastbaar dichtbij. Enkel nog het gezoem van kriebelend kleine beestjes en het zingen van vogelcorrespondentie weerhouden een hoorbare hegemonie van bladeren en wind. Mijn zeurende, ranke benen stampen op de trappers van mijn fiets alsof ze ook de godganse planeet op haar as moeten voortstuwen. De achterband heeft besloten dat ie het voor bekeken houdt maar ik blijf steevast ontkennen dat de band z`n laatste adem al uitgeblazen heeft, blijf koppig de tandwielen bestaansreden toekennen met het cirkelen van mijn benen. Eerlijk gezegd deert het me bitter weinig dat mijn transport aan efficiëntie verliest. Het gestaag voorbijglijden van het landschap troost me, strijkt de strubbelingen van m`n nerveuze gedachtekronkels glad. Een uitstel van afscheid is dus even welkom als het onweer op een zwoele zomeravond, net zo verlossend ook. Het zonlicht, dat zich fonkelend op het wateroppervlak neerlegt, draagt dezelfde verbijstering van een heldere sterrennacht met zich mee. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden, hoe tegengestelden vaak toch zo gelijkaardig zijn.In zekere zin, geven het omringende schouwspel van natuurkrachten en de plotse traagheid van mijn fiets een verrassend subliem karakter aan een anders onbenoemenswaardig transport. Ook al is het niet het soort verrassing dat je op de knieën dwingt en de mond & ogen wijd openspert om mirakelen te aanschouwen, toch voel ik me aangenaam overmeesterd. Ik adem, onverwachts moeiteloos, en voel dat het gewicht van de Aarde niet langer op m`n borst en schouders rust. Ik ben Atlas, van z`n last verlost.

Louche Loesje
0 0

de Schrik van het Katelijneplein

Een tijdje geleden ging ik op café met een vriendin van mij die nog maar pas in Brussel woont. We spraken al een paar keer af, maar elke keer komt de vraag terug. “Ben je niet bang, ’s avonds alleen in Brussel?” Zelfverzekerd schud ik mijn hoofd. Ze kijkt alsof er iets mis is met mij. Brussel is groot, eng en gevaarlijk. Zeker wanneer je als meisje ’s avonds alleen over straat loopt, dan moét je schrik hebben. Maar ik niet. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Misschien komt het door mijn geweldige en allesoverheersende badassness. Ik ben waarschijnlijk het toonvoorbeeld van hashtag whitegirlproblems, maar als ik De Jeugd van Tegenwoordig luister, word ik Queen Bitch. Dan ben ik de zwarte Afrikaanse met gouden kettingen, opzichtige schmink en een sigaret in haar mond die de buurt doet bibberen door enkel en alleen haar rechterwenkbrauw te heffen. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart ik breek je benen.   Diezelfde avond wandel ik haar van centrum Brussel naar huis richting Marollen en terug. Een wandeling van drie kwartier, het andere gezelschap verklaart me getikt. Maar het is allemaal een kwestie van attitude. Geen kort rokje maar een badass broek. Geen hakken, maar stoere sneakers. Geen bling bling, maar een donkere jas en hopen stoere praat in mijn hoofd. Ik kom de hele tent bakken, slet. We raken zonder problemen op haar bestemming en ik vertrek zonder problemen terug richting die van mij. Nog vijfentwintig minuten. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Het begint lichtjes te regenen. Niemand op straat, geen probleem. Maar plots lijkt het alsof iemand mijn naam roept. ‘Evelien’, midden in de Marollen? Yeah right. Ik draai mijn hoofd en kijk recht in de ogen van een kaalgeschoren veertiger. Mannelijk. Mijn ogen neergeslagen, stap ik snel verder. Een opmerkelijk hoger tempo dan voorheen. Ik steek De Jeugd in mijn oren en kalmeer. Ik ben de Schrik van het Katelijneplein - ik breek je hart, ik breek je benen.   Op een smal stuk kruis ik iemand -onschadelijk omwille van zijn 1m40- en terwijl voel ik zijn hand op mijn knie. Daarna heeft hij mijn knie niet meer in de hand, maar op een plek waar hij die liever niet heeft en vervolgens ligt hij neer op de grond. In mijn hoofd, want lichamelijk ben ik al naar de overkant van de straat gesneld.   Vanbinnen bibber ik ook. Soms. Maar gelukkig heb ik De Jeugd van Tegenwoordig om mijn badassness te triggeren. Vuistje.

Evelien
1 0

pagina 778

Vijf paar schoenen heb ik al versleten. Zestien wijven heb ik afgebeld. Ze wisten niet waar ze het hadden, huppelden met hun vetkwabben de Noordzee in. De strandwachter zong het themalied van Mega Mindy alvorens hij op zijn toeter blies. Ik wou ook eens op zijn toeter blazen, maar kon de benodigde diploma's niet voorleggen. Hoog van de toren was hij wel. Kortgeschoren hoofdhaar, tanden die blonken in de wind. Zijn speeksel smaakte naar tomate crevette. Ik geef je mijn hele arm, maar je neemt enkel mijn vinger. Hij past precies in je poepegaatje, dat weet ik zeker. Ik fluister in je oor dat ik het zeker weet. Een zweetdruppel leidt de weg via je ruggengraat tot in je bilspleet. Ik moet denken aan die avond in Zeveneken, toen we samen de kerktoren beklommen. Na anderhalve meter vielen we op de grond, net naast het graf van August Spermalie. Gust voor de vrienden. Pas na twee weken verdwenen de blauwe plekken op onze billen. Het zeventiende meisje dat ik afbelde nam niet op. Net als alle zestien voor haar. Mijn leven heeft dringend nood aan een telefoonboek, dacht ik bij mezelf. Ik nam me voor om de volgende dag eerst en vooral naar de Hubo te fietsen om een koevoet te kopen. Daarmee zou ik de deur van mijn kelder wel open krijgen. Ergens heel ver en heel diep, onder stapels dag- en weekbladen, lag nog een telefoonboek uit 1996. Ik wist zeker dat het er lag. Ik zou het vinden en vol spanning naar pagina 778 bladeren. Daar, op de voorlaatste regel, zou het staan. Het telefoonnummer van mijn eerste lief. Zij zou mij nooit vergeten. Dat zei ze zelf.

Maarten Verhelst
0 0

het uur van de kikker

Ik heb al verschillende stenen verlegd in verschillende rivieren op aarde, maar geen enkele stroom ging een andere weg op. Tenzij natuurlijk die ene keer toen ik een betonblok loste in een derderangsbeekje in Erembodegem. Mijn vrachtwagen was te zwaar geladen, zei de rijkswacht. Het was lossen of een nachtje brommen. Bij de eerstvolgende verkiezingen werd de burgemeester zonder pardon weggestemd. Vele jaren later zag ik hem bieten planten in het park. De jaren negentig vlogen voorbij als een zwerm honingbijen boven een bloemenweide: tergend traag. In 1992 gebeurde er niet veel in mijn dorp. Ik was tien en droomde van 1993. Ik vond dat een mooi getal. Mijn lievelingsgetal was echter nul. Dat rijmde op Hull. Elk jaar ging ik met mijn ouders en zussen naar Schotland. We namen dan de ferry van Zeebrugge naar Hull. Ik hield van Hull. Het rijmde op lul. In 1996 was het eindelijk zover: mijn teddybeer stierf. Ik begroef hem tussen de brandnetels links van de mesthoop. Rechts van de mesthoop lag mijn waterpistool, zes voet onder de grond. Het was in 1994 ter ziele gegaan. Mijn grootmoeder huilde met me mee toen ze de ajuinen sneed. Ik keek haar aan en hoopte dat het snel 1995 zou worden. En inderdaad, enkele maanden later begon er een nieuw jaar. Zo ging dat in die tijd. Nu zit ik hier te mijmeren over een godvergeten decennium. Ik kan evengoed wortels schrapen. Ik doe dat graag. Naast revoluties ontketenen, gevestigde orden omverwerpen en bootvluchtelingen redden, is wortels schrapen mijn grootste hobby. U ziet het, ik heb geen kiezels in rivieren nodig om bewijs van mijn bestaan te leveren. Ik schraap wortels dus ik ben. Ik schraap ze tot het bloed uit mijn vingers gutst. Ik hou van bloed. Het rijmt op bolhoed.

Maarten Verhelst
2 0

onvolledig, niet compleet

Het begint met een zaadje en een eitje nee, het begint met een vreemde opmerking, een gerichte blik nee, het begint met zenuwen over wat te zeggen en wat niet nee, het begint met de nood je aan te raken hier en daar het is compleet eender waar nee, het is niet duidelijk hoe het begint of begonnen is,   maar we weten allebei dat het er is en naar wat het leidt. Een kind of twee, 't zijn baby's eerst  spartelend, onwetend, klaar voor verzinnen gevuld met vlees van jou en mij en eigen hersenspinsels onmogelijk om ze los te laten, alleen te laten, ten allen tijde in 't hart, in 't zicht tot ik in het niet verzink met als enige houvast mijn verliefde hart dat zich genadeloos in drie splitst, meteen vergeten dat er een ik is en dat vergeten lukt wel even.   Soms vergeet ik ook jou, een jij  en is het enige van belang zij en hoe dat … Dan blijf ik daar als een klein hoopje verschrompeld verdroogd gips, wanhopig op zoek naar waterdruppels. en die komen ook … later als ik ze zoek en blijf zoeken. Eerst terug drinken, laven bij de basis. Terug bewegen.   Terug heen en weer. Terug leven. En mijn verdroogde gipsen hart laten zacht worden met al zijn liefde voor jullie drieën Beschaamd over wat er nog overbleef. Maar nu geef ik het elke, elke week, een beetje water.   Dat is hoe de liefde terug open plooit als een klein te vaak gevouwen blad papier en dat is waartoe het leidt  nu zit ik hier met al mijn mij-tijd, waarvan ik eindeloos geniet. Nu zit ik hier en voel me onvolledig zonder jullie, niet compleet.

loopvogel
2 0

het volk

We moesten optreden in Zelzate, parel aan de Belgisch-Nederlandse grens. Eerst raakten we de weg kwijt. We bleven rondjes rijden tussen fabrieken, troepjes communisten en een kanaal. Uiteindelijk vonden we toch de plek waar we verwacht werden: het Dageraadplein aan de salafistische kerk. Er was geen kat. In een verre hoek, onder een linde, stonden twee priesters elkaar af te trekken. We deden de koffer van onze Nissan Micra open en merkten dat we onze instrumenten niet mee hadden. Gelukkig maar. We hadden nooit gerepeteerd, speelden zelfs geen enkel instrument. Wie had ons eigenlijk geboekt? We bestonden niet, hadden geen manager of Facebookpagina. We reden door naar Kemzeke. Het was er zonnig. Bij de eerste grote eik sloegen we linksaf. Na het derde kapelletje nogmaals linksaf. Dan rechtdoor, secondelang, tot we aan het grote podium kwamen. Wat een prachtig podium, zeiden we tegen een passant. Het is de main stage, antwoordde hij bitsig. Zijn hond piste tegen een lantaarnpaal. Is dat de main pole waar uw hond tegen pist, vroegen we grinnikend. De passant zocht een antwoord, maar onze aandacht was al drie minuten elders. De zon verdween achter een wolk. Het volk begon te morren. We schraapten onze keel, de micro's werkten perfect. Het was niet gemakkelijk om je achter te laten. Je sliep zo vredig, zo diep. Alsof er niets aan de hand was. Mijn trui was je kussen. Ik wou je nog een brief schrijven, maar mijn stylo was leeg en ik vond geen papiertje in je handtas. Er zat wel kauwgom in. Zou nog van pas komen. De weg was nog lang.

Maarten Verhelst
2 0

Je suis een held op sokken

De meeste helden die ik ken zijn dood Ik ben gewoon mezelf Geen held hooguit een held op sokken die met haar eigen woorden de wereld om zich heen probeert te vangen, die al begint Bij de tafel die we eettafel noemen Maar waar we nooit aan eten Behalve dan als er gasten zijn Om te doen alsof we tafeleetmensen zijn We doen ons altijd mooier voor We doen onszelf nooit te kort aan een warm bord Vol illusies, want dan smaakt beter dan de waarheid Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal. Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt. We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen Ik ben geen held Hooguit een held op sokken Die bij de eerste stap buiten KOUD KOUD KOUD roept En terug naar binnen rent Ik ben gewoon mezelf, Jij plakt als een wegenwachter van mijn woorden je oordeel Op dit optreden,  de beste stuurlui zitten in de monk Ik ben er zeker van, maar er zit geen rode speedo onder Mijn jurk en ik kan niet vliegen Er is iets aan de hand met onze wereld In onze hand zit niks, Dus niks aan de hand toch Makkelijk In de huiskamer hebben we allemaal een grote mond Maar we draaien ze even dicht als onze deur Niet eens een kier om ongezoutenheid Door heen te laten tochten Wij zijn zoetwatervissen Ongezouten, want de meest gezouten Plek is de dode zee En de meest ongezouten mensen zijn Fuck, al onze helden zijn dood Ik ben een zoetwatervis Wat we niet zijn willen we zijn verbonden Meestal zijn we dat wel maar verkeerd Aan de telefoon bijvoorbeeld Daar durft iedereen te zeggen wat ze denken Zolang het niet op papier staat En niet openbaar is Waar vechten we voor Een rekening van belgacom altijd Waar we van dromen Is niet wat we bereiken Het komt er niet eens van in de buurt In onze huiskamer zijn we allemaal helden En de telecomoperator aan de andere kant van de lijn Het kwaad dat bestreden moet worden Weet je hoe groot een sneeuwbal wordt als hij verder rolt, niemand hem stopt, als die sneeuwbal Heel de wereld rond steeds verder bolt.  Onverwoestbaar. Wat nu in deze tijd, hoe groot je woorden worden  Als ze onbedoeld je huiskamer uit rollen, de hele wereld rond. Als ze mensen bereiken die niet begrijpen wat je er mee bedoelt. We hebben ooit de woorden bedacht om dichter bij elkaar te staan, maar als ik nu spreek heb ik het idee dat niet iedereen verstaat wat ik zeg, staan we elkaar in de weg, met wat is uitgevonden om elkaar te begrijpen Weet je nog hoe groot onze mond was? Toen we op de uitkijk stonden, zeven jaar waren. Op een berg, niet echt een berg, gewoon zand, daar opeens die jongens waren en ik had je cavia vast. Die kakte op mijn t-shirt, heel de tijd, een blauw t-shirt vol met cavia kak. Ik heb die hele herinnering nog in mijn hoofd Van het roepen op de berg Dat toen we naar beneden kwamen die jongens opeens veel groter waren Ver van ons bed lijkt alles veel kleiner Zoals die Playmobil kinderen vol bloed op het journaal Het zal wel niet zo erg zijn In scene gezet, zap En mijn t-shirt zat nog steeds vol met caviakak Ze riepen dat ze ons kapot zouden maken Onze monden werden opeens veel kleiner We hadden niet meer zo veel woorden Ik zei dat het niet zo moeilijk was, ons kapot maken Omdat we niet zo groot waren en zij wel Ze gaven me gelijk en we liepen weg Ik ben geen held, ik ben gewoon mezelf een zoetwatervis in een afwasbak In de zee durf ik niet zwemmen Daar zwemmen haaien Al weten ze niks van poëzie Ik begrijp wel wat ze bedoelen, als ze naar mij happen.

phyllox wanderlust
0 0

POMO

Soms heb je zin om te ROEPEN                                     ZO HARD TE ROEPEN  Dat je stembanden  s        r       n         e               er een grote STILTE klinkt                                     p       i         g         n Dat je de maan kunt tikken   soms heb je zin om te                      zo HARDHARD te                                      d a n s e n                                   d a n s e n d a n s e n                                                                    g                                                               o                   p     i     g                         o                          SPRINGT              s       r      n     t                 h        je                                       o dat                                        z   soms heb je zin in dingen waar niet zoveel over nagedacht moet worden soms heb je geen zin om te veel na te denken over de dingen   WIJ ZIJN ENERGIE WIJ ZIJN ALLEMAAL ENERGIE   Als wij TEGENELKAAR         B                                                            O                                                                   T                                                     S                                       E                                                               N          Maken we meer ENERGIE… zoiets     Er ligt boter in onze koelkast, als het koud is zal die niet smelten Er zijn ook eieren, wat we daar mee moeten weten we niet Olijfolie zit niet in de koelkast,     Buiten is er mist    ZOIETS ER LIGT BOTER IN ONZE KOELKAST EN ALS HET KOUD IS ZAL DIE NIET SMELTEN ER ZIJN OOK EIEREN WAT WE DAAR MEE DOEN WETEN WE NIET OLIJFOLIE NIET IN DE KOELKAST   BUITEN IS ER MIST ZE HANGT IN DE BOMEN EN KRUIPT IN ONZE MONDEN OM ER ALS WOLKJES WEER UIT TE BARSTEN   ER IS NOOIT STILTE   WIJ VRAGEN DE WEG NAAR DE OVERKANT WIJ VRAGEN DE WEG NAAR EEN LAND WAAR ER GEEN GRENZEN ZIJN   IK HEB OOK EEN CROQUE MACHINE IK GEBRUIK DAT NIET ZOVEEL IK EET NIET ZO VAAK CROQUES   HET IS NIEMANDS VERPLICHTING DIT HELEMAAL TE LEZEN OVER VIJF MINUTEN GA IK RECHSTAAN ERGENS NAARTOE DE WERELD IN DE DEUR UIT OVER VIJF MINUTEN GA IK IETS DOEN TOT DAN KAN IK LETTERS ZETTEN HEEL VEEL LETTERS ZETTEN ACHTER ELKAAR   TOT DAN HOEF IK NERGENS OVER NA TE DENKEN IK HOEF NOOIT ERGENS OVER NA TE DENKEN IK KAN BESLUITEN OM NOOIT ERGENS OVER NA TE DENKEN MIJN HERSENEN UIT TE ZETTEN EN LALALALALALALALALALLALALALALALLALALALALAL KLEINE MANNETJES LATEN DANSEN IN MIJN HOOFD OVER DRIE MINUTEN GA IK DE WERELD IN ZET IK MIJN HOOFD AAN   ZIE IK DE MENSEN LOPEN ZIE IK ZE DENKEN ZIE IK HUN MONDHOEKEN WEER LANGS DE STOEPRANDEN SCHRAPEN OP ZOEK NAAR EEEN STEEN DIE ANDERS LIGT ZIE IK HOOFDEN SCHUIN NAAR ONDER GEBOGEN HANDEN IN ZAKKEN OVER 2 MINUTEN WEER ZIE IK DE WERELD BUITEN WAAR DE MENSEN AL DIE MENSEN SAMEN VOOR ZICHT UIT KIJKEN ZONDER VOORUIT TE KIJKEN BIJNA WE ZIJN ER BIJNA WE ZETTEN IETS IN BEWEGING IK HEB OOK NOG BIER ER IS OOK NOG HEEL VEEL BIER EN EEN KAPSTOK EN EEN PLANT ER IS OOK EEN PLANT DIE GEEF IK WATER ALS HIJ DORST HEEFT DAAR ZORG IK VOOR ALS IK TIJD HEB  

phyllox wanderlust
4 0