Zoeken

O.T. & Fitch

“De grond die u bewerkt zal niets meer opbrengen: een zwerver en een vagebond zult u zijn op de aarde” Dergelijke zwaarwichtige Bijbelse frase was onze Godfather Clombie op zijn zelfverklaard Pantocrator-lijf geschreven. Als waren we lijfeigenen hadden wij Zijn land bewerkt, hadden wij Zijn veestapel uitgebouwd. Tijdens ons offeren droomden we soms van een leven als de verkwistende verloren zoon. En plots: een historische jobstijding, in maar één gebenedijd woord: EXODUS ! Verbannen van onze gronden, en dan nog wel naar een achterlijk goj-gat als Nod, begot. We vernamen pas wat er ons in de sandalen was geschoven toen we in die buurt zwartwerk deden bij een optreden van Genesis. We stonden te boek als waren we een tweede erfzonde.. Zo'n danteske vorm van desinformatie en diffamatie vindt snel een breed lezerspubliek. “Zij leven als Caïn en Abel” hoorden wij nadien alsmaar zeggen. Welke broers hebben er nooit ruzie?  Met wie moesten we trouwens anders ruzie maken? En waar wordt er dan al niet eens geduwd en getrokken? Misbruik heeft Hij gemaakt van dat ene moment. Na een slechte val en een gekloven wenkbrauw durven moord en brand schreeuwen en ons dood verklaren en verbannen, is toch om te vloeken. Zeker omdat het zelfs niet was voorgevallen zonder Zijn treiterig favoritisme. Ondertussen moesten wij als ballingen in die verre voorloper van de diaspora zien te overleven. We gingen schuil onder onze aliassen Caleb en Aron. In Nodmansland had toch geen kat Steinbeck gelezen. Gelukkig was er kozijn Elia, die ons daar ten oosten van Eden elk een filmrol aanbood. We konden ons vlot in onze rol inleven en voelden ons even James Dean. Met onze talenten en een handvol zilverlingen konden we weer verder. Wij trokken samen naar het Avondland. Eerst moesten we nog door een woestijn, maar eigenlijk leek ons – nu – alles beter dan voor eeuwig en nog wat langer achter schapenkonten te lopen, zoals neef Gavino Ledda voor ZIJN Padre. Ginds in het verre westen maken de kleren de man en maakt de man de kleren. Het merkteken dat wij als stigma van onze Heer en Meester hadden meegekregen werd onze geuzennaam. C&A. The store and the story of Cain and Abel. Kledingwinkelketen C&A maakten wij tot een hemelsbreed succes. Nu waren wij én idolen én bloedbroeders. De beweerde afgunstige eerzucht, het veelbeschreven onontkoombare Fatum, en zelfs de Almachtige profetieën hadden we bezworen. Of werden de geschriften pseudo postuum bewaarheid toen de Chinese kledingmarkt werd veroverd door Abelclombie? hybris

hybris
0 0

Ledematenweegschaal

Tussen de wakke blaren plantte een trieste voet zich neer. De kuit rillend van inspanning. Een vochtige voet, hunkerend naar een handdoek en droge sokken.   In zijn armen de stukken van een zoon. Een zoon die hij nooit goed had gekend.   Als mensen beginnen schreeuwen en jij weet niet waarom.   Een tweede voet plantte zich neer, en twee knieën, geknikt door teveel aan volharding.   Doorheen de dikke flarden mist kon hij nauwelijks zien wat er in zijn handen lag.   Dat besef sijpelde koud door zijn ledematen.   Dagenlang al in deze bossen die hij dacht te kennen maar toch in verdwaalde.   Met zijn zoon in zijn handen, en zijn handen in zijn haar.   Afleiding is belangrijk, en de eerste dag had hij daar geen gebrek aan gehad. Zijn zoon had hem beschuldigd, met ogen vol angst, droog van paranoia, dat ze verdwaald waren door zijn schuld.   De jongen wist niet beter, hield de man zich toen voor. Hij heeft een grote mond, maar een klein hartje. En hij is zo snel moe.   Hij moet gedragen worden.   Paranoïde, droge ogen, het enige droge in deze vochtige vallei, hadden voor zijn afleiding gezorgd, en daar was hij nu dankbaar om, want afleiding is hetgeen een kostbaar goed zou worden.   Hij was meer dan een vader, hij was een man met trots in zijn leven, die macht had over anderen.    Hij beet op zijn kaken. Niet alleen omdat hij honger had, maar ook om die verdomde mist uit zijn mond te houden. Het gat van de tand die zijn zoon de eerste dag had uitgemept pikte als hij zijn mond opendeed.   Het is oorlog en we moeten vluchten of iedereen gaat eraan.   ‘Zie je wel,’ zou zijn wijlen moeder gezegd hebben moest ze niet jaren eerder in haar bed zijn gestorven. Met haar hoofd vol angst na een leven lang oorlog vrezen in vrede.   Maar nu was het zover. De aap in hem vluchtte terug naar waar ooit menselijkheid onstond miljoenen jaren geleden: de bossen. Maar dan in het verkeerde continent.   Zijn zoon woog terug even zwaar als toen hij drie jaar was. Zijn zoontje.   Hij kon niets zien in de witte massa voor hem, net als op skivakantie, en ook nu, kon hij elk ogenblik geen grond meer onder zijn voeten voelen. Geen zicht, geen smaak, enkel het ruisen van zijn adem door de mist, en het gevoel van zijn zoontje in zijn armen. Meer had hij nooit gewenst.    Zijn zoon was zwaar en oud geworden.   Zijn vrouw was zwaar en oud geworden.   Hij daarentegen, voelde zich hetzelfde, maar dan tussen oude mensen.   Zwaar, oud, en dood.   In de middeleeuwen zou hij gehandicapten en criminelen zijn tegengekomen in dit bos, maar nu enkel gestalten van geschaduwde bomen. Daar legde hij zijn zoon neer, die ooit zoveel kansen had gehad, maar nu een mens in stukken was.   Prachtig hoofd dat ooit naar hem had opgekeken, maar hem de laatste jaren had beledigd.   'Een tijdbom. Die jongen gaat nog eens ontploffen.'   Het hoofd moest vergaan maar het hart zou hij houden. Om hem te vergezellen door zijn tocht in de mist. Door het bos van de mensheid, op zoek naar resten goedheid.                      

Han Hartmoed
0 0

het kanaal

Weer geen enkele vis gevangen vandaag. Zal toch een ander plekje moeten zoeken. Het kanaal is niet meer wat het ooit geweest is. Vroeger ving ik snoeken, baarzen, karpers, meervallen en brasems bij de vleet. Het hele dorp keek naar mij op. Ik won de ene prijs na de andere. Ik leerde mijn vrouw kennen op de jaarlijkse visvierdaagse van Oosteeklo. Ik stond op het hoogste schavot, nam een daverend applaus in ontvangst, zag haar staan bij de frigo's. De manier waarop ze naar de diepgevroren kabeljauw keek, raakte mij diep. Ik stapte op haar af en begon over de verraderlijke stromingen bij hoogtij. Twee uur later lagen we uitgeput in bed. Zou een nieuwe hengel soelaas bieden? Een meer gesofisticeerd ophaalsysteem? Genetisch gemanipuleerde wormen met extra vitaminen en mineralen? Ik weet het niet. Vroeger wist ik alles, twijfelde ik nooit. Nu durf ik met moeite een zebrapad over te steken. Auto's vertragen, chauffeurs geven vriendelijk voorrang, maar nog sta ik te drentelen als een klein kind. Wanneer ik dan toch een been verzet, is de verkeersstroom al lang weer ingezet en keer ik terug van waar ik kom, meestal Café de Smos in de Kerrestraat. Mijn vrouw geloofde al lang niet meer in mij. De eerste jaren was ik haar held, niets kon ik misdoen. Ik reisde de wereld rond, gaf demonstraties, lezingen, workshops. Ik werd gevraagd voor debatten, parlementaire commissies, radioprogramma's. Vanaf het woord vis viel, kwam ik op de proppen. Maar plots kwam de kentering en verloor ik mijn mojo. Jaar na jaar ging het bergaf. De top was zo hoog dat de val tergend lang duurde. Pas vorige week bereikte ik het dieptepunt: mijn vrouw verliet mij voor Jan de Mosselman. Ik gaf bijna over van verdriet. Van frustratie. Van zelfmedelijden. Ik nam mijn hengel en fietste naar mijn plekje aan het kanaal. Daarna leek Café de Smos mij een goede optie.

Maarten Verhelst
0 0

schoendoos

Ik stond op de dansvloer, nog niet zat genoeg om zonder schaamte mijn heupen te bewegen. Ik voelde dat iedereen mij aankeek: de vrouwen, de mannen, Jani Kazaltzis. Deze laatste stapte op mij toe en zei dat ik dringend wat meer zelfvertrouwen moest kweken. Ik zei dat het wel snor zat met mijn zelfvertrouwen, behalve dan op een dansvloer met te weinig alcohol in mijn bloed. Hij draaide zijn ogen tot ver boven de ironiegrens en wees al lachend naar mijn kleren. Ik gaf hem een dreun op zijn neus en verliet onder luid gejuich de parochiezaal van Scheldewindeke. De volgende dag wist ik geen blijf met mezelf. Zou ik naar de slager gaan? Naar de grasmachinewinkel? Of zou ik de hele dag op zolder foto's bekijken van ex-lieven in erotische houdingen? Ja, dat kon nog eens leuk worden. Ik opende het zolderluik, ik knipte het licht aan, ik nam de vijfendertig schoendozen met foto's. Beneden werd er aan de deur geklopt. Ik kroop weer door het zolderluik, stapte de trap af, opende de voordeur. Een vrouw vroeg of ik drie balpennen wou kopen ten voordele van het kinderkankerfonds in Bulgarije. Het kostte maar 15 euro. Ik vroeg of ze kon bewijzen dat het geld effectief naar het kinderkankerfonds van Bulgarije zou gaan. Dat kon ze niet. Ik lachte minzaam, zoals steeds. Terug binnen had ik plots zin om de was op te hangen. Helaas was er geen was om op te hangen. Ik ging naar de buren en vroeg of zij geen was hadden die opgehangen moest worden. Ja, dat hadden ze. Ze hadden zelfs aardbeien die dringend opgegeten moesten worden. Dat ging mij toch een stap te ver. Minzaam lachend keerde ik huiswaarts. Mijn vrouw en kinderen waren ondertussen daar. Ik omhelsde hen innig. Naast mijn vijfendertig schoendozen waren zij tenslotte mijn enige reden van bestaan.

Maarten Verhelst
0 2