Zoeken

Rede van de Nacht

    Ik drink met volle teugen, grote slokken wringen zich door mijn tanden naar binnen, brandend en kolkend in de maag om door te stromen in wilde rivieren naar de gaten in mijn gezapige gedachten; de opgezwollen onderbuik waar mijn navel als een hol oord in onrust verkeerd, wachtend op dat heerlijke moment van verkoeling dat water en lippen schenkt. Hongerig waad ik me doorheen de straten als een tastende zwever, zoekend naar verloren paden die zich langs de sloten en in de kieren van de gestorven gebouwen, weven tot webben waar mensen zich laven. Ik ben mijn eigen bezit, verklaar ik me dan met leeggelopen ogen, want zowel rood als blauw is uit het lichaam gedruppeld met elke stap die ik zonder nadenken heb genomen. De dorst is gestild met de bruine flesjes in de riolen, enkel brood wil de stad mij niet schenken, enkel haar verwijtende blikken en herinneringen die als lonkende prostituees me achter onverschillige ramen staan op te wachten, het haar gekruld in vette gordijnen die langs de donkere ogen waden van figuren die ik ooit ‘mezelf’ heb genoemd. Ik steek de straat over, negeer de kreten van de voorbijgangers die me eens hebben gekend en concentreer me met de laatste krachten van de gedachten op de schemerige duisternis voor me, de nacht begroet me zoals altijd als een kameraad terwijl zijn vrouw, dat bleke meisje aan de hemel met haar volle heupen en parels in de haren, me blozend tegemoet komt. De nacht weet het niet, dat wij stilletjes vrijen, neergedrukt tussen de wortels van de fruitboom waar ze is opgegroeid tot de vrouw van de nacht. De nacht is mijn vriend en ik de zijne, geheimen moeten gesloten herinneringen worden om deze vriendschap tot broederband te kneden, dus wuif ik zijn vrouw beleefd gedacht en onderdruk de neiging om mijn handen over haar krachtige borsten te doen dwalen. Hij trakteert me op een biertje, de goede man dat hij is, en begint genadeloos te zeuren over zijn zuster die zijn vrouw soms weet te verleiden in geniepige daagjes van verwennerij met al zijn rijkdom in de buidel. Ik luister niet meer, maar leg mezelf te ruste op de koude stoep waar de ijzel van vandaag begint te ontdooien in het sterven van de dag. Sommige mannen, waaronder ik twintig jaar geleden, beginnen te denken aan vroeger en aan het rijke leven dat genesteld lag in de horizon, maar dat clichématig web van eeuwig durend piekeren is me niet meer smakelijk. Gedachten zijn nu eenmaal als water, hou het vloeiend en kalm en je zult nooit verdrinken, laat het te lang stil staan en het begint onverhard te stinken. Ook de nacht weet dit, maar hij is te oud om nog te luisteren naar wezens waarvan hij er al zo veel heeft gezien, tijdloos is de man omdat hij de helft van de tijd beheert met daadkrachtige vingers. Ooit een gevreesde koning, dan de zwarte pooier van jonge geliefden, dan weer zwager van nachtmerries en nu een klein ventje met een flets oranje pak zonder het verlangen om ooit weer tiran te zijn. De nacht is mijn vriend en ik de zijne, dromen moeten nu eenmaal geheimen blijven om deze vriendschap tot broederband te kneden. Een fietser vlamt voorbij op zijn stalen ros dat piept en kermt als een verlegen schoolmeisje tussen zijn benen waarvan het rode oog nagloeit tussen de zwepende bomen die krakend wachten in de wind. Ik sluit mijn ogen om de vrouw van de nacht te vergeten in de met aders getooide duisternis die aan mijn oogleden kleeft, en durf dan eens diep adem te halen. Mensen met problemen, de gehele mensheid dus, ademen enkel oppervlakkig alsof hun longen balanceren op het puntje van hun tong, maar uw longen zitten diep in uw lichaam verborgen als ratelende machines van teer en roest. Je moet ze onderhouden met vloeden van zuurstof want dan springen ze als hitsige paarden tot leven, bonkend met de zilveren hoeven op het hart, dat krocht vol tocht en kolkend bloed dat ons wakker houdt. Geloof me waar, dat het hart het werkelijke huis is van de emoties want het breekt en buigt bij elke rimpel in het gelaat, bij elk detail dat zich ontluikt op de huid als een bloem als je toegeeft aan het gewone menszijn. Het gewone menszijn, dat is de rede van de nacht.   Ilias Dherdt

Ilias Dherdt
13 0

De “Hoe komt dat”-litanie

Het hele gebouw stinkt naar vis; hoe komt dat? Een zwangerschap bij de mens duurt 9 maanden, bij de olifant 22 maanden; hoe komt dat? Abu kan niet fietsen; hoe komt dat? De aarde is niet plat, niet rond maar lijkt meer op een aardappel; hoe komt dat? Veel Zweedse vrouwen hebben lange blonde haren en lange slanke benen; hoe komt dat? Na zeven weken staat er schimmel op die kaas; hoe komt dat? In het oude Egypte bouwde men piramides, in Albanië nooit; hoe komt dat? De menstruatiecyclus, hoe komt dat? De toekomst heeft altijd een fout geheugen, hoe komt dat? 60 secondes in 1 minuut, 60 minuten in 1 uur, 24 uren in 1 dag, 7 dagen in 1 week, 4 weken in 1 maand, 12 maanden in 1 jaar; hoe komt dat? Roken is dodelijk; hoe komt dat? Warme Coca-Cola smaakt zoeter dan gekoelde, hoe komt dat? Ik vind nooit de ware liefde; hoe komt dat? Een flamingo ziet meestal roze en staat vaak op één poot; hoe komt dat? De stelling van Pythagoras is niet zo ingewikkeld, het bewijs van de Riemann-hypothese wel; hoe komt dat? Rolf heeft zichzelf overtroffen met die tekst over de Rock ’n Roll Junkies (Jow! Whisky!); hoe komt dat? De piemels van zwarten zijn altijd veel, veel groter; hoe komt dat? Een nummerplaat in Nederland ziet geel en zwart, in België rood en wit; hoe komt dat? Ze lachen nooit met m’n beste grapjes, altijd met de flauwste; hoe komt dat? Sinterklaas komt op 5 december, de kerstman op 24 december; hoe komt dat? De cowboy Ronald Reagan en viswijf Margaret Thatcher waren minder populair dan Donald Trump; hoe komt dat? Na zes pintjes valt Bompa altijd in slaap; hoe komt dat? Sommige boomsoorten groeien zeer traag; hoe komt dat? Het internet bestaat voor 85% uit porno; hoe komt dat? In Australië gebruikte men stokken om de lucht omhoog te duwen. In Eskimoland scheurde het lid van een man en dit voorval werd de schepping van de vrouw; hoe komt dat? Op een dag ga ik dood; hoe komt dat? Een ochtenderectie heb je niet noodzakelijk ’s ochtends; hoe komt dat? De paus woont in Vaticaanstad; hoe komt dat? ….   Hoe komt dat?

Casper Hoogenboezem
0 0