Zoeken

Ongeïnspireerd

Ongewassen. Ongekamd. Ongeïnspireerd. (Vandaag) Laat aan de koffie. Laat aan het ontbijt. Laat me ook maar eens gewoon met rust.    Gefrustreerd. Gedegouteerd. Gedemotiveerd. (Vanmorgen) Want de wereld bloedt. Want de ivoren toren doet niks. Wand beschadigd vanwege een futiliteit.    Huis gekocht. Huis geschilderd. Huis beschadigd. (Vanaf nu altijd?) Volgorde moet kloppen. Volgorde huisje - tuintje - boompje - kindje. Volg-de-(pik)orde in je omgeving.   Verenigd. Verdeeld. Verkeerd. (Al een tijdje) Eerst werk en geld. Eerst verbouwd. Heerst spanning en ongeduld en miscommunicatie.    Geforceerd. In een vorm geramd. Onnatuurlijk binnen de lijntjes kleuren.   Mijn gedachten horen niet in deze hokjesmentaliteit.  Mijn gedichten laten zich niet kneden in jouw ritme.    Ze bestaan niet louter om melodisch te klinken.    Ze razen rond door mijn hoofd en zoeken een uitgang die mijn stembanden niet belast. (Of betrekt, want we weten dat het daar mis zou kunnen lopen).  Die me niet in de spotlight zet, tussen mensen die hun meningen op hun gezicht uitdragen.   In het tweede middelbaar vertelde een leerkracht dat we vanaf 2001 spreken van het terroristische tijdperk.  En deze week loopt die zin rondjes door mijn hersenpan.    En nog een. En nog een. En nog een. Stop.   Stop met verdelen. Stop met de hokjes. Stop met het zoeken naar vijanden in plaats van bondgenoten. Stop met het normaliseren van het radicaliseren. Stop met het collectief vergeten van de geschiedenis, alsof we niet al tot over onze knieën in een nieuwe censuurgolf zitten.    Stop met slimme telefoons en domme mensen kweken. Stop met het niet luisteren naar kinderen, alsof zij niet degene zijn die met alle gevolgen opgezadeld zullen zitten.   Stop sokken, stop je kinderen onder na een hoopvol voorleesverhaal. Stop op de fles van Pandora, die nu ook geen hoop meer bevat, me dunkt?    Wring me in het knusse hoekje tussen je kin en schouder.  Wring me uit tot de bittere nasmaak van het wereldnieuws wegvloeit.    Wrik me los van het scherm. Wrijf me weer warm. Geef me weer vlam. 

annakdotes
3 0
Tip

Mens(elijk)heid

Het is maandag 15 september, 3 voor 6, en ik ben mijn vertrouwen in de mensheid een beetje verloren.    Ik heb het laatst gezien ergens tussen de plooien van de moord op de jonge Lisa op haar elektrische fiets.    Soms, tijdens het wandelen, overvalt me even de geur, alsof ik door een wolk heen loop en net dat stukje lucht had beslist om nostalgischer te ruiken dan de rest. Een geur die zoveel gevoelens terug naar de oppervlakte kan brengen, die soms sterker lijkt dan het menselijke brein of foto’s en filmpjes, dan gelijk welke andere zintuiglijke herinnering. Het ruikt naar betere tijden, solidariteit, luistervaardigheden en vertrouwen.    Ik vind het in de resterende kruimeltjes, reacties onder het zoveelste slechte nieuws van de week. Mensen die hun nek nog durven uitsteken, en dat niet enkel doen als er een groen kadertje rond hun profielfoto komt te staan, zoals ik, die enkel virtueel roept tegen goede vrienden, die allemaal sowieso al aan hetzelfde zeel trekken als ik.    Onlangs dacht ik het teruggevonden te hebben. Zoals ik vroeger kledingstukken kwijt kon spelen op mijn slaapkamervloer, en die dan herkende aan hun kleur, dat ene hoekje dat buiten de rest uit kwam, naar adem snakkend, en zo z’n positie verraadde - waardoor ik dan vond dat ik tegen mijn moeder mocht zeggen dat ik orde in de chaos zag.   Het was van korte duur, want naast de genocide in Gaza die intussen al zo lang onbestraft door kan gaan - word ik nu ook bestookt met beelden uit Soedan, die we al zo lang negeren. En ik denk even terug aan hoe snel mensen hun deuren openden voor de vluchtelingen uit Oekraïne, en ik aan die sterke, Afrikaanse vrouwen die ik al 2 jaar begeleidde in Brussel, moest uitleggen dat dat niet voor hen was, dat zij goed zaten in hun asielcentrum in Jette.    Er komt nog een zwarte bladzijde bij in mijn mentale krant - burn-outcijfers lagen nog nooit zo hoog, iets dat mijn generatie treft, in eigen land deze keer. Zou het misschien iets te maken hebben met het kleine schermpje dat ik vasthoud en waarop ik dit bericht lees? Het feit dat er geen uitknop meer is voor de miserie van de wereld - waar altijd iemand wakker is om een mes te trekken in de bus, in te rijden op een massa mensen, de loop van z’n geweer te richten op een (vriend van een) president, of een school vol kinderen?    Zouden we pepperspray legaliseren - lost dat niet alles op? Op ‘t moment dat ik die vraag kan lezen op datzelfde schermpje, verblijft de zoekopdracht “pepperspray kopen België” al enkele dagen in mijn zoekgeschiedenis. In de woorden van die ene vrouw in de comments: “Liever illegaal bezig dan dood, niet waar?!”.    We kochten dit jaar een huis, een mooie fietsroute verwijderd van het station. Ideaal! Geen al te drukke baan, in ‘t groen fietsen, tof, toch? De eerste goedbedoelde opmerking kwam al enkele dagen na de verhuis: “Ga je daar nooit fietsen als het donker is?”, het is dan beter om langs de drukke baan te komen, waar vrachtwagens rakelings langs het fietspad voorbij razen. Het was pas enkele dagen later dat ik mijn tegenvraag gevonden had: “Hebt gij voor uzelf ook schrik op dat pad, of is dat enkel voor mij dat dat geldt?” (en je mag van mij nu zelf eens raden wat het antwoord was).    Het is maandagavond, 12 na 6, en ik ben mijn vertrouwen in de mensheid een beetje verloren. De laatste keer dat ik het gezien had, was het volgens mij in ‘t rood gekleed. Op weg naar Brussel, met de Palestijnse vlag vast, omringd door een rode zee, deinend op de golven van hun gemeenschappelijke empathie.   Is ‘t niet vermoeiend om altijd voor alles en iedereen empathie te hebben? En hoe ver zou die empathie moeten reiken? Gaat het dan over afstand (dus ik geef wel om Europese problemen, maar that’s it!) of is het eerder leeftijdsgebonden (ah, het slachtoffer was geen kind, tant pis!), of gaat het over andere getallen (‘t was gelukkig maar 1 slachtoffer, morgen zijn we dat alweer vergeten). Is ‘t politiek gekleurd (‘t was een Republikein, pro-life, hij zei zelf letterlijk dat er soms slachtoffers zullen moeten vallen om het Second Amendment in stand te kunnen houden, but that’s the price we pay). Is ‘t dan goed te praten omdat het zo ironisch is, of toch niet?     Het is maandagavond, 15 september. Er zit een baksteen in mijn maag.    Ik leef snel mee met mensen, heb graag diepgaandere gesprekken met mensen.  Ik heb intussen al een paar dagen schrik om gesprekken de politieke toer op te laten gaan. Ik ben van mijn instagram verslaving af aan het geraken, en de reden is gewoon de wereld zelf. Mag ik alstublieft nog eens een kattenfilmpje zien? Of een recept opslaan dat ik nooit klaar ga maken? Een koppel dat een bus ombouwt tot een huis op wielen, terwijl ik niet eens een rijbewijs heb. Een filmpje met tips om speelgoed voor baby’s zelf te maken - ook al heb ik geen kinderen?    Hoe komt het dat ik mij nu al druk moet maken over het feit dat als ik er ooit een zou hebben, die ongevraagd filmpjes zullen zien van steekpartijen, shootings en verkrachtingen? (om nog maar te zwijgen van de optie dat ze één van de sterren van het filmpje zijn!)  Waarom heb ik mijn hypothetische kinderen nu al het recht op een smartphone moeten ontzeggen, zonder ze ooit de kans te geven er verantwoord mee om te springen? Of zijn smartphones tegen dan zó 2025 en keren ze terug naar de eenvoud? Zouden ze mij vragen om hier samen een moestuin te beginnen en zelf alles van scratch te maken (ik heb daar al heel wat filmpjes voor opgeslagen, dus ik ben er wel klaar voor!)?   

annakdotes
102 2

Kintsugi

Ik las in de nieuwjaarsbrief van een Facebookvriend over Kintsugi, een Japanse techniek om scherven aan elkaar te lijmen, met een zichtbare gouden rand. Hij schreef over halfvolle glazen, en halflege, en hoe een gebroken en gelijmd glas groter is dan een glas dat nooit kapotgegaan is, en hoe mooi hij dat vindt. Wat een idee, inderdaad, om onze barsten te vieren en tentoon te stellen in plaats van zo krampachtig te blijven beweren dat er niets aan de hand is. En zou een gebroken hart groter zijn dan een waar nooit iets mee gebeurd is? Het is misschien wel voorzichtiger, het laat je minder gemakkelijk toe, maar als je door die barsten heen je weg naar binnen kan vinden is het des te waardevoller.  Ik denk aan de slag om het hart van mijn lief. Dat was nog niet helemaal gelijmd, en al helemaal niet in een zichtbaar goud. Ergens logisch dan dat ik mij zo bezeerde aan de randen van die verschillende brokstukken. Ik bleef zoeken naar kiertjes en mocht soms wel dichterbij komen en dan ineens helemaal niet meer (x3 zoals Usher zou zeggen).  Waar die barsten mij toen parten speelden, ben ik een jaar later dankbaar dat ze er zijn. (We zijn intussen tenslotte allemaal tweedehands, maar daardoor zoveel zekerder van wat we wel en niet willen of aankunnen). Want nu weet ik waar ik aan toe ben, ik ben niet zo naïef als toen ik mijn eigen hart voor het eerst in stukken uiteen zag vallen, hij verwacht geen wonderen van mij en ik ben al onder de indruk van het feit dat hij een ei kan bakken (al gebruikt hij daarvoor wel te veel kruiden), (de lat ligt na vorige situaties een pak minder hoog).  Dus ik pak mijn gouden pot en verf over al die lijmranden. Ze zijn de reden dat we zijn wie we vandaag zijn, dat we elkaar vinden en begrijpen en soms ook totaal niet maar dat dat ook oké is. De gaten die er nog in zitten, de missende brokjes, daarvan geloof ik graag dat ze in een ander hart de boel helpen samenhouden. Van iemand die ons nauw aan het hart ligt, of in het verleden woont, en daar mag nestelen. Ik denk aan mijn brokjes die aan verschillende kanten van de Gentse stadsmuren en oceaan verder leven. Zo ver van huis en tegelijk ook thuis. Lang leve de breekbaarheid en veerkracht van de mens.  En die halflege (al dan niet gebarsten) glazen, zoals die van mezelf, die plaats ik strategisch onder mijn gedachten-regen. Zo kunnen ze binnenkort overlopen en de grond eronder en ernaast helpen bloeien. 

annakdotes
4 0

Boomerfietstocht.

Op zonnige dagen kan het zomaar zo zijn dat je ze spot: een sliert fluorescerend geel beweegt gestaag voort door het landschap. Het is een keurige rij verkeersveilige hesjes, zittend op elektrische fietsen, voorzien van het volledige assortiment accessoires van de rijwielspeciaalzaak. Er zijn fietstassen, kaarthouders, ergonomische zadels, slipvrije pedalen en verstelbare zijspiegels. De hele checklist van de cursus valpreventie is afgevinkt. Er fietst één iemand voorop die duidelijk wijzend en roepend de route bepaalt. Dat is altijd een witte man. Achter hem aan fietsen een aantal koppels die zich opzichtig aan de verkeersregels houden en daarmee passief agressief een boodschap communiceren aan de andere weggebruikers. De meest assertieve dames uit de groep manen een aantal auto’s tot stilstand door hevig gebarend richting aan te geven. Zij passeren deze dan zeer nadrukkelijk op hun eìgen tempo. Ongeduld van omstanders wordt bestraft met een afkeurende blik. Boomers aan de fietstocht. Na de koffie met appeltaart hebben zij zich vanmorgen allen zo reflecterend mogelijk uitgedost waarbij “praktisch” toch echt superieur bleek aan “stijlvol” en dus heeft de hele stoet dezelfde beige fietshelm van de Decathlon. Die past dan wel weer mooi bij de afritsbroek met zakken aan de zijkant en de sandalen van Ineke. Volledig in tenue bestegen zij met een lichte kriebel in de buik het stalen ros. De een met enthousiasme, de ander omdat hij moet van zijn vrouw. “Kom op Herman, bewegen is van levensbelang op onze leeftijd”. Waarop Herman schoorvoetend zijn gele hesje over zijn windjack aantrekt en zich overgeeft aan de sportiviteit van deze ochtend. De lichte kriebel in de buik ontwikkelt zich gaandeweg tot een constante staat van paniek omdat de elektrische fiets eigenlijk harder gaat dan de Boomer beheersen kan. Daarmee verkeert deze in een continue staat van ontreddering over dreigend controleverlies. En dat is te zien. Angst gemaskeerd door woede straalt uit iedere porie van het gezicht. Wat een ontspannen fietstocht zou moeten zijn is een achtbaan van emoties geworden waarin de Boomer bij iedere bocht, wegversmalling en kruispunt vreest dat de andere weggebruiker net als zijzelf moeite heeft met het juist inschatten van de afstand. Tel daar een rap teruglopende reactiesnelheid bij op en je begrijpt: de stress zit hoog. En stress is een emotie en die moet weg. Het reflecteren gebeurt daarbij voornamelijk aan de buitenkant zullen we maar zeggen. Het is dus aan de overige weggebruikers om de Boomer een prettige fietstocht te bezorgen door deze liefst ruim van tevoren uit de weg te gaan, niet te reageren op diens kritiek en de dodelijke blikken van zich af te laten glijden. Ook dient men de Boomer ten allen tijden een ten minste 2 meter brede doorgang te verlenen en direct te reageren op de geluidssignalen die deze afgeeft. Daarbij is begrip en geduld zeer gewenst, reactie niet. Als we ons dáár nou allemáál aan houden is er weinig aan de hand. Ondanks dat gaan ze toch maar weer die Boomers. Hup, niet zeiken maar fietsen.  

Marleenvandecamp
31 1

Godin en Heks

Postmenopauze. Een woord dat klinkt als een aftandse, stoffige treinwagon die ergens op een vergeten zijspoor is weggeroest. Ik heb er een hekel aan. Een gruwelijke afkeer. Alsof je leven wordt gereduceerd tot een medisch stationnetje waar je nooit wilde uitstappen. De grillige heks en de wispelturige godin die zich in mijn lijf hebben genesteld, kwamen onuitgenodigd binnenwaaien. Ze hebben hun koffers uitgepakt in de leegstaande vertrekken die ooit door mijn eierstokken  werden bewoond.  De ene dag zet de heks de boel op stelten, de andere dag laat de godin me stralen alsof ik de wereld aankan. Ik heb ze niet uitgenodigd. Dit is geen bewuste spirituele upgrade, dit is hormonale diefstal. Na de rollercoaster met het PMS-monster, dat me trouw elke maand kwam kwellen, dacht ik: ooit, ooit is het klaar. Ooit is er rust. En toen… dit. Dit is de achtbaan waar de uitgang van is verdwenen. De attractie is gesloten, maar jij zit nog vastgegespt in het karretje, terwijl iedereen al lang naar huis is. Je leert ermee leven, zoals je leert leven met een luidruchtige, onvoorspelbare bovenbuurman. Soms dans je op de energiepieken alsof je de vloer in brand kunt zetten. Je bent een gloeiende kool, vol vuur. Op andere dagen klamp je je vast aan de randen van een glibberige afgrond, een ijspegel die vanbinnen kraakt. En af en toe, in een verwarrende, magische seconde, ben je allebei. Een kosmische grap. “Het gaat voorbij,” zei de dokter. Zijn blik vol medelijden gleed over zijn leesbril heen, een mengeling van cliché en waarheid. “We weten alleen niet wanneer…” Een tijdelijke staat met een onbekende einddatum. Mijn nieuwe normaal. Onvoorspelbaar. Vermoeiend. Maar, moet ik stiekem toegeven, nooit, nooit saai.

Heidi Schoefs
7 0

Brieven schrijven

"Schrijf jij nog brieven?", vraagt hij. We hebben net in het theater het stuk 'Groenten uit Balen' van Walter van den Broeck gezien.  "Nee", zeg ik. "Of wel. In gedachten. En toch ook wel op papier. Maar versturen doe ik ze nooit." "Hoezo? In gedachten?" "De brieven van Jan Debruyker aan wereldleiders zoals Nixon en Brezjnev, of aan Koning Boudewijn, zoals we net in 'Groenten uit Balen' hebben gezien, die werden door zijn vrouw en zijn dochter telkens in de stoof gestoken. Maar dat die brieven nooit aankwamen, daar gaat het eigenlijk niet om. Een brief is een manier om je gedachten te ordenen. Als je een bepaalde persoon rechtstreeks aanspreekt, is het net alsof die dicht bij je staat." "Jij doet dus hetzelfde als Jan? Aan wie schrijf jij dan brieven?" "Bwa, dat is niet zo belangrijk. Aan heel wat mensen. Soms ook aan jou." "Serieus? Kan ik die lezen?" "Nee, dat kan niet", zeg ik. "Die brieven zijn voor mij." Hij kijkt me niet-begrijpend aan. "Dat is toch anders dan ons vader", zegt hij. "Schreef hij ook brieven?" "Ja, wat ik me goed herinner zijn de brieven die hij naar me schreef toen ik op kamp was. We waren allebei geïnteresseerd in sport. De koers, tennis, noem maar op. Maar op kamp konden we natuurlijk geen sport volgen. Hij schreef me dan aan het begin van de vakantie een brief, met het vervolg van de Tour of Wimbledon, terwijl het nog niet gedaan was. Hij verzon complete ritten en wedstrijden. Maar dat wist ik natuurlijk niet." "Schreef je dan ook terug?" "Ja, een kort briefje. Maar toen hij gestorven is, heb ik hem wel een lange brief geschreven." Nog voor ik kan vragen of ik die eens mag lezen geeft hij al antwoord. "Nee", zegt hij, "die is voor mij."

Rudi Lavreysen
22 1

De genade van één noot

Er zijn dagen waarop de lucht zingt nog voor ik ademhaal.Een trage toon, bijna onhoorbaar, trilt ergens tussen mijn ribbenkast en de tijd.Zo begint Amazing Grace voor mij — niet als een lied,maar als een herinnering aan hoe stilte zich ontvouwt tot klank. In de living ruikt het naar koffie en matatabi.Het ochtendlicht strijkt over de pianotoetsenalsof het zelf wil meespelen.De wereld lijkt even te wachten, de adem ingehouden. Ik weet niet wie eerst bewoog: het lied of ik.De eerste noot raakt me niet via het oor maar via de huid,alsof iemand zachtjes tegen de randen van mijn bestaan tikt.Er is iets onverbloemd eerlijks aan die toon,iets dat weigert te doen alsof troost vanzelfsprekend is.Het zegt: hier is pijn, maar ook adem. Wanneer de melodie zich opent, dansen stofdeeltjes in het licht.Alles wat ooit te scherp, te veel of te snel was, valt even stil.Ik herken mezelf in de breekbaarheid van de cadans —niet in de woorden over genade,maar in het ruisen ertussen. In die schemerzone tussen wanhoop en helderheidwaar iets besluit om tóch te blijven bestaan,vind ik een soort vrede.Amazing Grace is voor mij geen gebed,maar een harmonie van menselijke overgave.De stem die het zingt hoeft geen God te kennen,alleen de diepte van de eigen valen de onverwachte zachtheid van het landen. Soms speel ik het zelf, traag,alsof ik de tijd wil overhalen om niet verder te gaan.De klanken wiegen de ruimte open;ze spiegelen alles wat niet gezegd wordt.En daar, in dat tussenstuk van adem en echo,besef ik: misschien is genade niets andersdan de moed om nog één noot te laten klinken,zelfs nadat alles gezwegen heeft.   Mephis aka Evelyn Mérida

Mephis
16 1

De toekomst voorspellen

"Kan u me zeggen wat een brik is?", vraag ik aan de uitbater van de Antwerpse koffiezaak, terwijl ik naar het bord wijs. "Het is ibrik", antwoordt hij. Ik heb de i niet gezien. Die zit min of meer vast aan het beentje van de b.  “Het is Turkse koffie", zegt hij. Ik begrijp dat het nogal straffe koffie is. Hij legt uit dat het in zijn thuisland een hele koffieprocedure is, maar dat ze het proces hier versnellen. “Voor mij dan een ibrik graag”, zeg ik. “En een groene thee.” We zetten ons buiten. Hij brengt ons de drankjes en hij serveert er twee glazen water bij. Iets later ziet hij me in de koffie roeren. “Dat mag je niet doen”, zegt hij. “De koffiedrab moet naar beneden zakken. Als je de koffie op hebt, moet je de tas omdraaien op het schoteltje. In de resterende koffiedrab kan je je toekomst lezen.” “Ik vind het maar niks”, zeg ik. “Allemaal goed en wel in Turkije, daar is het de normaalste zaak van de wereld. Maar ik zie me hier de koffieresten niet op dat schoteltje kappen. Laat staan dat ik er iets in kan zien.” “Misschien zegt dat wel iets over jou, dat je het niet doet”, knipoogt mijn vrouw. Ietwat in de war van die laatste boodschap, ga ik binnen afrekenen. “Heb je je toekomst gezien?” vraagt de man achter de bar. “Ik denk het niet”, zeg ik. “Pas op, het is niet gemakkelijk. Je moet er lang voor gestudeerd hebben”, zegt hij met een vreemde lach op zijn gezicht. “Maar als het niet werkt, heb ik achteraan nog een glazen bol staan”, lacht hij nu duidelijk. “We komen hier nog ooit terug voor een ibrik”, zeg ik bij het buitenkomen. “Dat is meer dan genoeg qua toekomst.”

Rudi Lavreysen
16 0

Jip en Janneke

In een radioprogramma is een taalexpert te gast en hij legt uit hoe populisme ontstaat. Het komt ongeveer hier op neer: Men neme een goedbedoelend, politiek geëngageerd mens. Hij wil graag dat iedereen zijn standpunten begrijpt, ook de mensen die niet gestudeerd hebben. Dus wat doet hij? Juist, hij vereenvoudigt zijn taal. ‘Parlementair beschouwd is het volstrekt abject om nog meer mensen van buitenlandse raciale origine toe te staan dit land te abstraheren tot een mengcultuur’, wordt dan: ‘Het is niet in het belang van Nederland om nog meer mensen van buiten de grenzen toe te laten.’ De boodschap is nog steeds wat wollig, zo beseft de goede man. Belang en grenzen zijn best wel abstracte (niet zichtbare) dingen. Dus doet hij een derde poging: ‘Mensen die hier niets te zoeken hebben, moeten hier niet komen.’ Maar ja, welke mensen precies? Dus komt hij met een geniale oplossing: laat het ongeletterd gepeupel het lekker zelf zeggen. Meer of Minder asielzoekers? Kijk, dat wordt begrepen. Duidelijker kan hij het niet maken. De moraal hiervan is dat versimpeling van de taal, ook wel Jip en Janneke taal genoemd, leidt tot gepolariseerd denken, ook wel zwart-wit denken genoemd. Soms is dat nodig. Op de vraag van de trouwambtenaar ‘Wat is hierop uw antwoord? reageert niemand met ‘nou, misschien’. Het is ja of nee. Maar voor het merendeel heeft zwart-wit denken een domino-effect zonder winnaars. Van verdeeldheid tot onenigheid, van onenigheid tot ruzie en van ruzie tot oorlog. Hoe dol ik ook ben op Jip en Janneke, de tekeningen zijn in zwart-wit. Hoeveel ik ook van woorden houd, ze staan hier wel zwart op wit. Ik pleit voor genuanceerd denken en voor taal die verbindt. Simpel gezegd: Jip en Janneke in 50 tinten grijs.

Toestanden
8 0

Brievenpost van Dinges | Aan de technische dienst van de Verenigde Naties in New York

Beste medewerkers We hebben in België ook de beelden gezien. President Trump en zijn echtgenote Milania arriveerden bij het gebouw van de Verenigde Naties in New York. Bij het betreden van de roltrap viel die plots stil en werd het een gewone trap. Het koppel moest noodgedwongen de benen gebruiken. Verbaasde gezichten alom. Wat gebeurt er? Wie doet dat? Vooral de president was niet in zijn element. Hij verwees er zelfs in zijn speech naar. Die duurde trouwens bijna een uur. Daarmee zit hij nog niet aan het record van Fidel Castro, die op 26 september 1960 niet minder dan 4 uur en 29 minuten speechte voor de VN. Maar vertel het niet aan de president. Hij zou in staat zijn om dat record te willen breken. Zijn woordvoerster verklaarde dat er een onderzoek zou volgen naar de sabotage. De medewerker van de VN die hiervoor verantwoordelijk is, moet ontslagen worden, zo vertelde ze. Pas op, ze gooien daar elke dag een paar honderd man buiten. Hier hebben ze het op jullie gemunt. Maar het klopt niet. Ik ga dadelijk verder over de ware toedracht van het voorval, maar mag ik jullie eerst meenemen naar café De Kiezel in ons dorp? Daar is het ook elke dag van Trump hier en Trump daar. Mijn buurman Gust verklaarde onlangs dat het van Pasen is geleden dat hij een dag niet op het journaal verscheen. Gust houdt dat allemaal bij.  Hij heeft ook een nieuwe uitdrukking bedacht bij het kaarten. Kennen jullie dat kaartspel, wiezen? Als er iemand 'sleept' wil dat zeggen dat een speler een slag niet haalt om daarna met die kaart toe te slaan. Dus eigenlijk ook een vorm van liegen. Daarom zeggen we voortaan 'een trumpke doen' als er iemand sleept. Marcel van den Boks is een geboren sleper, maar in tegenstelling tot bij Trump, kan je het bij Marcel van zijn gezicht aflezen als hij liegt. Nu de ware toedracht. Wat bleek? Een videograaf - gewoon een medewerker met een telefoon - stapte zoals een spelend kind achterwaarts op de roltrap, om de grote entree van het koppel te filmen. Door zijn capriolen raakte hij de beveiligingsknop aan, waarna de roltrap stopte met rollen.  Het blijkt maar weer. De waarheid vertellen is soms moeilijker dan een leugen verzinnen. Laat staan toegeven dat het hun eigen schuld was. Daarom deze brief, om te laten zien dat we jullie steunen. Jullie staan niet alleen. Span ze desnoods een proces aan wegens smaad. Geef ze een koekje van eigen deeg. Ze dagen daar zelf elke dag iemand voor de rechter. En er zijn nog van die dinges.  Tot slot vertel ik jullie nog graag deze anekdote. Ik ging met mijn vrouw geheel vrijwillig mee shoppen in de provinciehoofdstad en op de roltrap van de parkeergarage waren we getuige van een spijtig voorval. Een meisje kwam met haar broek klem te zitten tussen de roltrap. Iemand drukte gelukkig meteen op de noodknop, maar het meisje raakte toch in paniek. Dat was buiten Désiré Dinges gerekend. Ik spurtte snel naar een vlakbij gelegen kledingzaak en vroeg voor een schaar. Ik had snel een stukje stof losgeknipt en het meisje was bevrijd. Maar de jongedame schoot vervolgens in een Franse colère omdat haar nieuwe broek stuk was. Je kan duidelijk niet voor iedereen goed doen in het leven. Maar we doen ons best, net zoals jullie. Stay strong! Ondertussen verblijf ik, met de meeste hoogachting Désiré Dinges      

Désiré Dinges
17 0

Take-away vis

Het is een Antwerpse visbar waar je de gekochte vis al wandelend kan oppeuzelen. Take-away vis dus. Je krijgt de vis geserveerd in een bakje dat je meeneemt, maar je kan het ookter plaatse eten op de oude visbakken die er staan. Op zich is dat de veiligste oplossing, want tegelijk stappen en eten is geen sinecure. Zekerniet met vis die in de olijfolie zwemt. Ik kan er moeilijk passeren zonder iets te bestellen. ‘Streetfood’ is vaak onweerstaanbaar. Inhet Nederlands zou je ‘straatvoedsel’ kunnen zeggen, maar dat smaakt niet hetzelfde als jehet zo zegt.  Het is er altijd kiezen. Zo zijn de mosselen er voortreffelijk, maar met dat kastrolletje kan jemoeilijk rondstappen. Dat kan je wel met de smakelijke kibbelingen of garnaalkroketten. Ikbestel er graag sardines. Je krijgt er altijd een knapperig stukje stokbrood bij. Terwijl ik op mijn sardines wachtte, sprak een Duitse man me aan. Of ik de Vlaaikesgangwist liggen. Omdat mijn sardines bijna klaar waren, kon ik niet meegaan naar het vlakbijgelegen steegje. Ik wees hem de weg. Willem Elsschot ging er ook graag wandelen, zoherinnerde ik me plots. Al was het toen nog geen trekpleister. Ik stapte met mijn heerlijk geurende sardines richting stadhuis. Ik weet niet hoeveel sardineser nog in het bakje lagen, maar de voorraad was aardig geslonken. Net toen ik een stukjestokbrood wilde soppen, kwam er vanuit de Schelde een enorme windvlaag opzetten. Hetbakje met de resterende sardines vloog de lucht in. Ik meende ze nog te grijpen, maar de viswas al gaan vliegen. Beschouw het maar als een waarschuwing. Wat goed is, moet je altijd goed vasthouden. Datis trouwens met alles zo in het leven.  Want voor je het weet is het geen take-away vis, maar fly-away vis.

Rudi Lavreysen
13 0

De foute vrouw

Als ik naar haar kijk, gaat mijn hart sneller slaan. Haar onbedoeld sensuele bewegingen, vooral als ze aan het roken is, winden me op. Ze weet wat ze wil en dat laat ze graag merken. Haar sterke wil schrikt mannen af, vooral omdat ze niet weten hoe ze ermee om moeten gaan. Anderzijds maakt net dat haar nog aantrekkelijker.  Waar ze gaat, doet ze hoofden draaien. Mannen kijken haar na en worden in hun arm gepord door de jaloerse vrouw aan hun zijde. Het geeft haar vleugels, maar ze blijft met haar voeten op de grond. Mannen gaan gretig op haar avances in, maar voor haar zijn ze niet meer dan marionetten die ze bespeelt om aan haar eigen verlangens te voldoen.  Ik zal nooit vergeten hoeveel moeite het me heeft gekost om haar voor mij te winnen. Bloed, zweet, tranen en een kus met een knappe blondine om haar jaloers te maken, al was dat laatste geen straf. Eerst ongelofelijk hard to get, nu kan ik haar al zeven jaar de mijne noemen. Het fladderen is ze nooit verleerd en haar drang naar aandacht van andere mannen blijft. Hoe ze wulps door het leven danst, brengt kleur in onze relatie. Al zijn sommige dagen grauw en somber als ze weer eens in overdrive gaat en het gevoel heeft dat ze tekortschiet. Plots is ze niet meer zo zelfzeker als enkele dagen geleden en zou ze liefst met haar dekentje versmelten met de bank.  Complimentjes en knuffels ontdooien haar beetje bij beetje en geven haar opnieuw zelfvertrouwen. Daar staat ze weer. Zelfbewust, knap, sexy en uitdagend, klaar om haar volgende prooi te verslinden. 

Joni Motmans
11 0

Tram- en busverhalen (om ieder er het zijne/hare van te denken) – de Vijftien

Op een energieke dag tel ik veel stappen. Onderweg naar terug vind ik het welletjes, daal ik af in de ondergrondse en neem de Vijftien. Er reist veel volk mee in die richting. Een Joodse vrouw blijft bij de deuren staan met haar rug ertegenaan. Ik kan haar zien vanop mijn zijstoel die niet klapt maar dat wel kan. Haar doordringende blik verstart de mijne. Is ze nu boos? Rechts van mij, op een andere zijstoel die ook niet klapt maar dat wel kan, zit een mevrouw die heel erg van mijn-stoel-voor-even weg buigt wanneer ik me daar zet. Intussen trekt ze haar foulard over haar mond en neus en houdt aldaar die neus stevig vast alsof die eraf zal vallen.   Bij elke halte stappen mensen en kinderen in en uit, met of zonder buggy, trolley, bagage,  rollator, krukken … De foulardmevrouw blijkt echt heel buigzaam te zijn bij elke passagier die voorbijkomt en in balans probeert te blijven in de voortglijdende tram. De Joodse vrouw staart niet meer. Haar blik doordringt nu de massa. Althans dat denk ik. Tegenover mij schuin rechts – ik rijd nog steeds zijwaarts vooruit mee – bij de andere tramdeur staat een meisje te kijken naar mijn pols. Haar blik verplaatst zich naar de mijne en ik vraag me af of de hare nu echt verzacht? Maar ze kijkt al snel naar het scherm van haar mobieltje. Zou de Joodse mevrouw daarom boos zijn? Is ze wel bóós? Ik draag sinds de zomer een polsbandje ‘Free Palestine’ met de Palestijnse vlag ernaast. De reden lijkt me wel bekend. Ik zeg het er nog eens bij: Ik haat geen Joodse mensen. Misschien is ze enkel een beetje op haar ongemak omwille van redenen die niemand hoeft te weten. Tegenover mij, ook zijwaarts aan het reizen, komen twee jonge dames zitten met een – volgens mij – heel modieuze hoofddoek aan. Het is de sticker op de achterkant van het mobieltje dat van een van de twee dames haar hand een verlengde lijkt te zijn, die mijn aandacht trekt; een sticker ‘Free Palestine’ met de Palestijnse vlag erbij. De Vijftien komt weer bovengronds en bij de volgende halte stapt de Joodse mevrouw af. Ik denk dat ze nu weer geruster is. Ik hoop het voor haar. Nog twee haltes zitten blijven, niet te veel omkijken van links naar rechts en omgekeerd. Ik wil de foulardmevrouw niet overbelasten. Dan zijn de Driekoningen er weer en veer ik recht. Mijn stoel zonder handen klapt nu wel. De dames met modieuze hoofddoeken en enkele andere passagiers stappen ook af. Er staan geen wachtenden. De tram loopt stilaan leeg. De foulardmevrouw heeft weer plaats. AMK

Anemos
12 1