Zoeken

Verlamd

Verlamd van angst. Dat zou ik wel willen zijn. Maar dat ben ik niet. Ik ben verlamd tot in de eeuwigheid. Mijn linkeroor en linkerteen kan ik bewegen. That’s it. Ik ben 16. De man die mij aanreed 34. Ik had een vriendje, Kane, en ik was populair. Ik dacht dat ik vrienden had. Maar blijkbaar niet. Je ware vrienden leer je kennen als er iets ergs gebeurd. Wie er dan voor je klaarstaat, dát zijn goede vrienden. Enkel mijn vader komt op bezoek. Mijn moeder heeft het te druk met Calvin en Cameron, mijn  kleine tweelingbroertjes. En soms komt Riley. Mijn zus van 24. Ik ben Avalon, en dit is mijn verhaal. Het was een weddenschap. Cameron zat om geld verlegen en Calvin wou hem niet lenen. Hij daagde me uit. De auto’s in onze straat reden snel. Dat wist iedereen. Ik moest vlak voordat de auto langsraasde over de weg sprinten. Anders kreeg hij €10. Ik wou het niet doen, maar Jackson kwam erbij, een goede vriend van me voor de ontknoping wie mijn vrienden eigenlijk echt waren, en hij zei dat als ik het zou doen, ik van hem €20 zou krijgen. Ik was ook niet bepaald rijk, dus ik ging de uitdaging aan.   Je denkt natuurlijk dat ik te laat naar de overkant sprintte en dat de auto tegen me knalde. Dat was niet zo. Ik was probleemloos aan de overkant geraakt. Het gebeurde toen mijn broertje wou oversteken. Ik zag dat hij te laat aanzette. Ik zag dat hij het niet zou halen. Ze noemen het zelfopoffering. Ik noem het De Reflex Van Liefde. Het gebeurde vanzelf. Ik sprong naar Cameron en smeet hem aan de kant. Ik droom elke nacht terug van zijn gelaat, zijn gezichtsuitdrukking toen hij zag dat hij het niet zou halen. De opluchting toen ik hem aan de kant smeet. De verbijstering toen hij zag hoe ik werd overreden. Platgewalst. Uitgeperst. Ik was populair op school. Ik was mooi, had amandelvormige, blauwe ogen, en gitzwart haar. Ik had van nature lange wimpers en ik had vrolijke kuiltjes in mijn wangen. Ik was al 3 jaar met Kane samen. Ik hield oprecht van hem. Ik dacht hij ook van mij. Hij is me niet één keer komen opzoeken in het ziekenhuis. Volgens zijn profielfoto op Facebook was hij de dag na het ongeval al met Amalia. Van mijn klas zijn Cheyenne en Nevaeh geweest. Eén keer. Om huiswerk af te geven. Huìswerk! Alsof ik nu huiswerk kan maken. Ik kan niet eens spreken! Ik lig gewoon te liggen en filmpjes te kijken op het grote tv-scherm aan het voeteinde van het witte ziekenhuisbed. Ik hunker naar mijn kleerkast met allerlei kleren van mijn favoriete merken, zoals Forever 21, Sephora en Coco Chanel. In plaats daarvan kan ik niet eens vràgen of ik iets anders aan mag dan deze oude omaonderbroeken en -overhemden.   Voor de zevenduizendste keer komt Spongebob op de televisie. Ik kan mijn hoofd niet afwenden. Dat is best jammer. Nu ben ik verplicht om naar de onzin van Spongebob en zijn vrienden te luisteren. Ik moet een manier vinden om te communiceren. Dit gaat niet langer. Ik wil niet voor de rest van mijn leven naar een levende spons kijken. Waarom zouden mensen Spongebob mooi vinden? Hij heeft één van de beroemde zeven schoonheden (spleetje tussen de voortanden). Ik heb er vier. Contrast in het kleur van mijn haar en mijn ogen, kuiltjes in de wangen, lange wimpers en amandelvormige ogen. Pfuh. Ben ik lekker mooier dan een spons. Ik geef het op. Ik kan het niet meer aan. Ik pak de afstandsbediening en zet de tv uit.

Xanthippe Aetrelli
0 0

De gedachten zijn vrij

Eén boekje heb ik gehouden. Het is niet groter dan mijn hand. De kaft is even oud als mijn grootmoeder was toen ze stierf. Gerimpeld en afgeleefd, de tekenen van vele jaren wijsheid en traditie. Die nu verloren gaat. Het boekje past perfect in de verborgen plooi van mijn handtas. Daar wacht het geduldig in het duister, eeuwig aan mijn zijde. Tot mijn voorzichtige vingers het in stilte openen, een pagina kiezen en het even snel weer wegsteken. Enkel mijn ogen zien wat er geschreven staat, enkel mijn geest registreert de woorden ‘God’, ‘Jezus’ en ‘de heilige maagd Maria’. Ik durf er met niemand meer over spreken. Mijn kokoshouten kruisje heb ik verbrand, zoals de enorme stapel bijbels op de Vrijdagmarkt vorige zomer… In de verte klinkt het gezang vanaf de nieuwe minaret van Gent-Centraal. In het appartement boven mij hoor ik gestommel. Getrouw was ik mijn hoofd en handen, neem ik mijn matje en buig naar de grond. Duidelijk zichtbaar bij het raam, voor de eeuwig spiekende camera’s. Buren die je verraden en controleurs zijn overbodig geworden. Big brother Ali is ever watching. Ik buig me naar de grond en fezel het verplichte gebed. In mijn hart lach ik. Er is maar één God en ik bid tot Hem om de vrijheid van vroeger. Arabisch of Nederlands, gebed blijft gebed. De camera’s leggen mijn bewegingen vast, maar in mijn hart kunnen ze niet zien dat ik de woorden uit mijn grootmoeders Zielebalsem bid.   Lyne Uytterhoeven

Lyne Uytterhoeven
14 0

Het meisje in de trein

Vanuit zijn coupé ziet hij haar met haastige passen het station betreden. Haar zwarte hakken galmen ritmisch en agressief door de stationshal en met iedere gehaaste stap bewegen haar borsten licht op en neer onder haar zwarte truitje. Ze is mooi. Dikke rode krullen vallen als een waterval over haar schouders en haar gezicht is bedekt met sproeten. Gefascineerd kijkt hij hoe ze een kort sprintje trekt en net voor het fluitje de trein in duikt.   Voorzichtig legt ze even later haar cameratas neer en plofte daarna met een diepe zucht in een stoel aan de andere kant van zijn compartiment. Haar wangen en voorhoofd zijn rood gekleurd en parelende zweetdruppels op haar voorhoofd vonkelen in de late middagzon. Hij kijkt naar haar en grinnikt even om haar ontredderde status. Verbaast kijkt ze op, realiseert zich haar situatie en glimlachte terug, waardoor twee kuiltjes in haar wangen schieten. Even zitten ze gevangen in elkaars blik, maar al snel slaan ze allebei verlegen hun ogen neer. Beiden niet wetend wat ze moeten zeggen of doen. Beiden bang voor het onbekende. Zij pakt haar mobiel en begint driftig te typen. Hij doet zijn oordopjes in, zet een muzieklijst op en staart uit het raam. ‘Ze had net zo goed op de maan kunnen zitten,’ denkt hij bij zichzelf terwijl hij zijn ogen dicht doet. Langzaam begint hij weg te dommelen.   Hij wordt gewekt door een klik en een felle flits. Verbaasd en verdwaasd kijkt hij naar links, recht in de lens van een camera die omlijst is door rood haar. Zij kijkt op en begint direct te blozen.   ‘Ooh sorry, uhm, ik dacht dat je sliep.’   ‘Dat deed ik ook.’ Hij wrijft in zijn ogen.   ‘De flits stond nog aan.’ Haar gezicht was nu vuurrood geworden. ‘Sorry, ... Ik maak altijd foto’s van mensen die slapen op openbare plekken,’ stamelt ze. ‘Ik heb een hele collectie. Maar ik zal hem direct verwijderen. Maak je geen zorgen, ik uhm… Sorry.’ Ze slaat beschaamd haar ogen neer en prutste wat aan de camera.   Hij kijkt haar niet begrijpend aan terwijl de mist van slaap langzaam zijn hoofd verlaat. ‘Ho, wacht even hoor. Wat is er zo interessant aan slapende mensen?’   Blijkbaar had ze deze reactie niet verwacht, want ze kijkt verrast naar hem op.   ‘Nou, mensen zijn zo kwetsbaar als ze slapen,’ zegt ze dan aarzelend. ‘Mensen die slapen in de trein voelen zich daar blijkbaar volledig veilig. Je kan je ook niet anders voordoen als je slaapt. Mensen zijn dan heel puur, dat vind ik mooi.’   Hij glimlacht. ‘Mag ik de foto eens zien?’   Ze draait het kleine schermpje van de camera naar hem toe. Met één hand aan de zijkant van zijn gezicht en zijn kin op zijn borst ligt hij daar, achterover in zijn stoel. Charmant is anders.   Hij grinnikt. ‘Ik heb geen idee wat je hier ‘mooi' of 'puur' aan vindt, maar je mag hem van mij aan je collectie toevoegen hoor.’   Ze kijkt hem dankbaar aan. Er verschijnt een lichte twinkeling in haar ogen, en de kuiltjes in haar wangen springen weer tevoorschijn.   *Station Utrecht Centraal*, galmt het plots door de trein. *Utrecht Centraal*   Verschrikt kijkt hij op zijn horloge. ‘Oh shit, ik had er bij Zwolle al uit gemoeten.’   ‘Er gaat over 20 minuten één terug,’ zegt zij terwijl ze op haar horloge kijkt. ‘Weet je wat, ik koop wel een kop koffie voor je, als excuus voor de foto. Ik moet er hier toch uit.’   ‘Zolang je dan maar geen foto’s van me gaat maken terwijl ik het drink,’ zegt hij terwijl ze samen opstaan.

Aldous Geechyde
0 0