Zoeken

Het verkeerde gesnaaid

Stef is een meester in het laten van stiekeme scheten. Dan ligt hij heerlijk bij je, of onder je bureau, en dan ineens, poeh. Het snijdt werkelijk de adem af. Dat vindt Stef zelf ook, hij zoekt dan snel een ander plekje op. De viespeuk. Hij maakt er echt helemaal geen geluid bij. Het viel me dus op dat hij ineens hoorbare scheten liet. De lucht was hetzelfde maar er was nu geluid bij. Dat was raar. En hij ging steeds naar buiten terwijl hij ’s nachts normaal gesproken niet van het bed te schoppen is. Ook dat was bijzonder.  Toen ik de dag erna buiten kwam, snapte ik het. Ah, dat was niet normaal. Verder leek er niks aan de hand. De brokjes gingen vlot naar binnen en Stef dronk ook gewoon. Maar naarmate de dag vorderde, werd hij steeds slomer. Niet dat hij nog vaak naar buiten moest, ik hoefde nog maar een enkele keer een emmer water te gebruiken. Het arme beest keek me ook heel treurig aan. Hij kwam zelfs niet meer met goed fatsoen op de bank geklommen. Door zijn onhandigheid ging hij ook nog eens mank lopen. Omdat het toch mijn Stefke is, heb ik de dierenarts maar gebeld en konden we snel komen. Ik weet het, maar ik ga liever een keer voor niks. Deze dierenarts was heel resoluut. Stef ging op streng regiem. Ieder uur een beetje eten, geen snoepjes, geen extra’s, helemaal niks. En dan maar opbouwen. En als hij niet hoefde, het uur er na niets extra. Een heel klein muizenhapje. Want ik moest er wel rekening mee houden dat Stef al wat ouder is. En dat mank lopen, dat moest ik ook goed in de gaten houden. In verband met zijn leeftijd. Poeh, ik voelde me toch behoorlijk aangesproken. Want ik weet het wel, hij is niet meer piep, maar ik doe toch altijd maar net of hij nog een jonge hond is. Trouwens, dat doet hij zelf ook. De dag er na ging het al wat beter met het mannetje. Hij stond alweer naar zijn snoepjes te kijken en vond het heel oneerlijk dat hij niks kreeg. Ook het lopen ging weer normaal. Wel gingen alle plaids en kussenslopen waar hij op gelegen had in de was. Dat was beter. Tja, die leverworst was denk ik toch niet helemaal goed gevallen. Volgende keer beter uitkijken als hij iets bietst.    

Machteld
3 0

In de diepte

Er is jou geleerd hoe het hoofd boven water te houden, met een simpele schoolslag kwam je al een heel eind. Maar het duiken heb je jezelf aangeleerd, weliswaar uit noodzaak. Ook omdat het in je aard zit om onder de oppervlakte te kijken. De diepte herbergt mogelijkheden en inzichten waar je je als drijver geen voorstelling van kunt maken. Enkel duikers weten welke schatten er tussen de donkerste spelonken te vinden zijn. Welke waarheden er ver onder de woelige spiegel huizen. Er werd jou aangemaand om je ergens aan vast te klampen. Een stuk drijfhout of een opblaasbare donut, het maakte niet uit, zolang je maar niet op het idee zou komen dat je het op eigen kracht zou redden. Je moest je hoeden voor de golven, zeiden ze. Ze zouden alleen maar erger worden. En eigenlijk moest je je er ook een beetje schuldig over voelen, want het was immers jouw gespartel dat de deiningen mee veroorzaakte. Synchroon met het gespartel van alle andere door verdrinkingsangst gemotiveerden. Maar jij bent dus beginnen duiken. Helemaal op jezelf. Misschien was het aanvankelijk geen bewuste keuze en werd je eerder naar beneden getrokken, gillend de diepte in. Zo gaat het bij de meeste mensen. Maar het kan ook zijn dat je werd geroepen, dat je de stem van Moeder Aarde doorheen jouw gebeente voelde trillen en je het gewoon wist: ik ga onder. Het controleren van je adem werd een sleutel. Daar in het donker gingen je ogen pas echt open. Ver weg van de oppervlakkigheid liet je je ontroeren door de diepste stilte. Ze kwam jou met open armen tegemoet. Welkom thuis, fluisterde ze in je oor. Eerst kon je alleen maar huilen, met halen en schokken die het bezinksel van vele jaren deden opstuiven. Daarna hulde je jezelf troostend in vrede met wat is, een laagje weerbaarheid voor daarboven. En het Weten werd jouw reddingsboei.  Je stuitte op onbegrip. Alleen gekken gingen onder. Daarbeneden zou je niets vinden, het was er bovendien gevaarlijk. Dobberen moest je, geboden en dreigden ze. Maar jij voelde de waterwezens zich rond jouw enkels vleien, jou uitnodigend om weer mee te gaan. Er was daar zoveel te ontdekken. Je hebt het altijd vreemd gevonden dat anderen niet leken te voelen wat er onder het oppervlak speelde. Zovelen gedroegen zich alsof de diepte onder hun voeten niet bestond. Hun blik tekende enkel horizontale lijnen. Wat een verademing was het om, niet zo heel erg lang geleden, andere duikers te mogen ontmoeten. Verbonden door het Weten dat uiteindelijk Herinneren bleek te zijn.  Je had erom gevraagd, de nodige opofferingen gemaakt en vervolgens meer gekregen dan het verlangen had geschetst. Zo gaat dat met keuzes die gedragen worden door eigenliefde. Een beschermende film van dankbaarheid ligt over het heden. De golven lijken niet meer zo angstaanjagend, je deint vol overgave mee. In liefdevol gezelschap en vertrouwen. Wat er in de diepte leeft, vind jij nu ook hierboven. De grens tussen ‘hier’ en ‘daar’ vloeit steeds verder uit. De diepte vermengt zich met de hemel, als de kleuren van een aquarelschilderij. Schoonheid die velen, maar alvast jou niet, ontgaat.

KarolienDeman
26 2

Prozen

Ik heb af en toe zwarte dagen, alsof de half opgepompte band letterlijk leegloopt en ik blij ben dat ik na een te vroeg ontwaken terug naar bed kan. Dan verstop ik me onder de lakens en kijkt m’n ego bang weg van wat de dagen nog brengen.Ik begrijp het zelf niet zo goed. Ik heb het gevoel dat ik nog maar aan de helft van mijn energie zit en er regelmatig met een voorhamer op m’n hoofd wordt geklopt. Ondertussen heb ik na mijn burn-out nieuwe uitdagingen gevonden die goed aansluiten en zijn er ideeën die concreter worden.Toch, een grote leegte blijft rondspoken. Het zoeken naar warmte, verbinding en uiteindelijk bevestiging staat ondanks alle processen en inzichten nog hoog op de agenda. Het is dat kleine kind wat zich ooit verlaten voelde en angstig wacht tot zijn moeder hem in de armen sluit en troost met zinnen als:‘Kom hier, huil maar. Vertel me waar ben je zo bang voor jongen?’ Dan, na een lange stilte antwoordt het jongetje van de volwassen man:‘Dat alles wat ik dacht te hebben en niet te hebben, niet echt is. Dat het allemaal een illusie is, en ik het pas zal inzien, wanneer ik verlies wat echt was.’   Waarna ze troost, zonder woorden, wiegend in haar armen. Het kleine kind dat dan opkijkt en vraagt, ‘wat is er met mij aan de hand mama?’En dan te horen krijgt: ‘Niets, lieverd. Je mag er zijn. Zoals wie jij bent. Welke keuzes je ook maakt. Ik ben bij je. Mijn hypergevoelige lieve schat.’  Ja zoiets. Niet dat mijn moeder me nooit vastnam toen ik kind was, maar als je volwassen bent is het alsof dat kind in je - en zeker tijdens je puberjaren - zich ver weg verstopt heeft van alle kleine en soms grote kwetsuren. Waarna je hard wegrent van je habitat en je verstopt in de grote wereld, die je afleidt, verleidt en als een lege bel aankijkt als je in je bed kruipt en denkt, wat was er vandaag aan de hand, wat heb ik - buiten die fastfood netflixemoties - nog echt gevoeld?  Het is een droom. Hoe kan ik zulke woorden verwachten van een moeder die ver weg is en ondertussen haar eigen zorgen heeft. Waarvan haar innerlijk kind te vaak klein werd gehouden, ook al is ze groots in wezen. Zoals vele moeders. Terwijl ik dat universum voor mezelf probeer te verbreden of net door mijn eigen bril verkeerd zie, en daardoor vernauw? Want wat is verdomme nog echt? Misschien is het enige dat telt, dat ik nog voel of toch, opnieuw leer voelen? Sorry. Het moet er uit. Af en toe heb ik tijd nodig heb om te prozen, schrijven en verpozen samen zeg maar. Het even afschrijven van me. Het zachtjes klagen in woorden die zoeken naar een waarom. Waarom ben ik wie ik nu ben en waarom ben ik zo bang geworden om te zijn wie ik ben en heb ik zo’n verdomde angst om te falen. Ik zoek verder, elke treinrit naar Brussel wroet ik en dreun hamerslagend op mijn klavier waar ik mijn gedachten met de woorden laat spelen… en proos.

Bart Vermeer
52 1