Geen rust voor de kwaaien
Vanaf de uitgestrekte vlakten roeptDe demon-heer, hij kent me,Kent mijn naam, hij noemt hemSterker nog zichzelf mijn vriend, hijHeet me welkom bij zijn haardOmarmt me als een vader maar ikBen geen weergekeerde zoon ikSteek mijn degen in zijn oog wantWie een demon-heer belieft kanBeter anders stemmen, hoor ik roepJe, roep je op, je hoort me schaarJe bij mijn vuur, mijn zoon, en deelEen diepe fles met mij.